blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Peters May

Poco a poco: verhalen uit Puerto Rico

door Quito Nicolaas

Al bij het lezen van de boektitel Poco a poco [Beetje bij beetje] van May Peters daagt een gevoel van de Zuidamerikaanse mañana-filosofie op die je doet denken aan de MTV-muzikale hit Despacito. Alleen gaat het hier om geschreven teksten van uitzonderlijke gebeurtenissen aan de rand van de werkelijkheid, in een schrijfstijl die eigen is aan de auteur. Bij het openslaan van de verhalenbundel tref je maar liefst 23 korte verhalen met een gemiddelde lengte van acht pagina’s, waarvan elk de moeite waard is om gelezen te worden. read on…

Verhalen over het eiland van de muziek

Poco a poco: een Limburgse tromboniste in Puerto Rico

May Peters kwam eerst naar Puerto Rico om zich te verdiepen in de salsamuziek en later om de culturele identiteit van het eiland te bestuderen. Het Isla del Encanto doet haar denken aan haar jeugd in Limburg, en inspireert haar om al haar artistieke en educatieve vaardigheden ten volle te ontplooien. ‘Ik ben nu eenmaal iemand die alles wil beleven.’ read on…

May Peters bij beste 20 op Puerto Rico

Tijdens de ceremonie van de Top 20 Beste Albums van 2013 van Puerto Rico in de Fundación Nacional para la Cultura Popluar in Viejo San Juan, werd de tromboniste May Peters in the spotlight gezet.Vertaling : ‘Creatieve uitvoering van onschatbare waarde voor de nationale muziek en de vrouwelijke vertegenwoordiging. May Peters snijdt vanuit een jazzperspectief het repertoire aan van een handvol iconen van onze muziekgeschiedenis en ze vertolkt dat op een voorbeeldige manier op de klanken van ritmes zoals de bomba, plena , de cha cha cha en de yambú. Dit geniale idee verdient alleen al een applaus door de briljante uitvoering ervan op trombone. Het vernuftige van dit werk breidt zich uit tot de in de perfectie uitgewerkte muziek van el maestro Eric Figueroa en een waardevolle biografie van elke genoemde persoon , beschreven door journalist en historicus Miguel López Ortiz.’

De Zeven Spirituele Wetten (4 en slot)

door May Peters
 
Wet van Intensie en Verlangen
Dit is het punt dat ik omkeer en terugga. Althans dat probeer ik, maar iets blokkeert mijn achterwiel… He…? Ik kijk en zie dat de rand van de velg een beetje opbolt. Een centimeter. En die blokkeert bij de rem. Hoe kan dat nou? Ik druk er tegen. Totaal geen beweging. Kaken op elkaar en nog een keer… Ben je gek. Ik ben niet sterk genoeg. Het zweet gutst van mijn voorhoofd. Een steen! Ik moet een steen hebben om die velg terug te duwen! Hoezo de Wet van de Minste Weerstand? Het wiel kan al helemaal niet meer ronddraaien. En nu? Nu sta je hier mooi met je Zeven Wetten!
De Wet van Intensie en Verlangen. Ik druk er nog een keer tegen, tot mijn duim wel heel bleek wordt. En dan in ene: een knal! ‘Paaaaaaaaaf’ schreeuwt mijn spiksplinternieuwe achterband. En een heel stuk van de rand van de velg schiet…LOS. Dankzij mijn grenzeloze nieuwsgierigheid bij de fietsenmaker, of is het controledrift? weet ik dat je die achterrem eraf kunt halen, zodat het wiel in ieder geval ronddraait. De Wet van Oorzaak en Gevolg, dit is het gevolg, maar wat is de oorzaak? Hoe kán dit?
Mediteren
Ik zie het silhouet van El Yunque, het enige tropische regenwoud van de VS, rechts aan de horizon. Zo ver ben ik dus van huis! Vanaf dit punt is de terugreis normaal een uur en twintig minuten fietsen. Hoever is dat lopen? Drie uur? Ik begeef me op weg. En ga gewoon weer mediteren. Het regent niet! Een kwartier later stopt een auto, helemaal volgepakt.’Qué pasa?’ vraagt een man van mijn leeftijd vriendelijk. ‘Kom net van de fietsenmaker vandaan. Ontploft mijn band hier op die brug!’ ‘Waar moet je naartoe?’ ‘Ja, naar Ocean Park.’ ‘E-arayo…. (dat is Puerto Ricaans voor ‘sodemieters’). Maar, hier komt elk uur bus 53 langs.’ ‘Ja, die stopt bij mij om de hoek op het strand,’ zeg ik. ‘Heb je geld?’ ‘Ik fiets altijd zonder geld, dan valt er ook niks te overvallen.’ ‘Oh, je kunt vast wel iets met die chauffeur regelen. Dat moet je echt doen.’ Hij grijpt naar achteren en haalt een ijskoud flesje water te voorschijn: ‘Hier!’ ‘Wat aardig!’ En weg is ie. Ik overweeg even om mijn buurman, redneck Stevie te bellen. Maar die had vanochtend die prachtige zwarte Jaguar van zijn moeder in plaats van zijn eigen oude Jeep. Of hij weer indruk wil maken op een vrouw? Hij heeft een Amerikaanse vader maar de Puerto Ricaanse manieren van zijn moeder. Maar, ach! D’r is niks spannends aan als ik nu regel dat hij me komt halen. ‘Leave it up to the universe’. The Law of Detachment en laat losssss. Maar hoeveel minuten zal het duren voordat een auto stopt?
Ik denk aan een moment op Curaçao, toen ik na afloop van het Tumba Festival in het pikkedonker over een stoffige en stille weg naar huis liep. Ook toen werd ik opgepikt en keurig bij mijn huis afgezet door een volstrekt onbekende. Nee, dan die keer toen ik van het veer vanaf St. Maarten in Anguilla, een Brits Maagdeneilandje, afstapte en naar ‘de jazzclub’ wilde lopen. ‘Ja, ’t is aan het strand,’ had de bassist gezegd. Maar dat is alles op een klein eilandje! Toen stopte een vrouw (die me een half uurtje eerder op de boot een snoepje tegen mijn kriebelhoest had gegeven!) en bracht me naar de jazzclub, waarvan ik bij god niet wist waar die was, laat staan hoe die heette.
Universum
Ik realiseer me hoe zeker ik van mezelf ben. Hoeveel vertrouwen en rust het me nu geeft. Dat ik natuurlijk, net zoals in het verleden, gewoon geholpen word…Of niet? Weg die gedachte! Verbonden met het universum. En na de volgende bocht stopt aan de overkant toch een glimmende zwarte Ford pick-up, met een vriendelijke oudere mijnheer. ‘Kan ik u misschien helpen?’ Ik heb een glimlach van oor tot oor. ‘Wacht, ik zet hem even daar neer.’ En parkeert even verderop buiten de bocht (erg on-Puerto Ricaans rijgedrag, zo sociaal! De Wet van het Oordelen, ik weet het). Ik steek hoofdschuddend met een wiebelende fiets de weg over. Mijn redder stapt uit, neemt de fiets over en legt die in de open kofferbak. Ja, daar is zo’n pick-up truck natuurlijk perfect voor!
‘Ik kwam u tegen. En ik zag u . Zo’n vrouw alleen. U maakte zich vast zorgen.’ Dat is mijn meditatiegezicht. ‘En dus heb ik me omgedraaid. En dacht, ik moet die señora helpen.’   ‘Nououou, hoe is het weer mogelijk!’ Ik sla op mijn knie. ‘Geweldig! En wat is dit een mooie auto!’ ‘Ik ben net terug van New York,’ zegt de Puerto Ricaan met natuurlijk een snor, dat hebben alle pick uppers. ‘Ik ben namelijk vrijwilliger voor het Rode Kruis.’ ‘Te gek! Dit is echt niet te geloven! Dat gebeurt me nou altijd. Nou, wat lief!’ ‘Waar moet u naar toe?’ ‘Naar Ocean Park helemaal.’ ‘Ik ben even bij mijn nichtje langs gegaan in Loíza. Ik woon in Luquillo.’ ‘He? Maar dan hoeft u toch helemaal niet op deze weg te zijn?’ zeg ik verbaasd: ‘Luquillo is de andere kant uit.’
Synchroniciteit
Luquillo ligt pal tegenover el Yunque en heeft een prachtig strand. Het is bekend vanwege de kraampjes met gefrituurde vislekkernijen. ‘Dat klopt, maar ik dacht om even mijn linkerbanden te laten checken. ‘Nou, jaaaaaa. Synchronicity!’ ‘Een zegening!’ zegt hij glimlachend. ‘Ja, dat kan je wel zeggen!’ ‘Bent u niet bang zo alleen op de fiets? Er gebeuren de raarste dingen.’ ‘Oh, nee, helemaal niet! Punt 1 fiets ik daar te hard voor… als de banden vol zijn…En ik ben altijd omringd door engelen en heiligen!’ en sla mijn handpalmen quasi devoot uit elkaar. ‘Dat is waar’, zegt mijn reddende engel. ‘Wat deed u in New York?’ ‘We waren daar met de Puerto Ricaanse delegatie van het Rode Kruis.’ ‘Echt?’ ‘Ja, we hebben daar nog de resten van Sandy geruimd.’ ‘Oh, god, ja, die orkaan.’ ‘Ik ben gepensioneerd leraar. Het Rode Kruis betaalt de vlucht en het verblijf. Dat hoeft allemaal niet luxe te zijn.’ ‘Wauauauw,’ zeg ik, terwijl ik nu ook de andere kant van het fietspad zie. ‘Wat leuk! Kijk, daar fiets ik altijd.’ De Atlantische Oceaan is op dat stuk altijd wild. Zo geweldig! ‘En wat was u meest indrukwekkende reis met het Rode Kruis?’ vraag ik. ‘Mijn reis naar Florida na een overstroming daar. Ik ben José Ayala.’ ‘’k heet May Peters.’ Dat zeggen ze hier altijd op zijn Engels maar dat is een afkorting van María.’ ‘Ken je de Ayalas in Loíza? Dat zijn neven van me.’ ‘Wel ja! Ik was er nog op hun bomba-feest. Wanneer was dat ook alweer? Man , hier in de Cariben heb ik geen idee van tijd!’
Krabben
‘Ah, sí. Dat is altijd in juli, hun feest op hun batey.’ ‘God, wat was dat geweldig toen, gewoon voor hun huisje.’ ‘Ja, daar komen altijd heel veel mensen op af.’ Ik kan me scene nog herinneren tussen de krielkippen: zwetende bombadansers en tal van bekende gezichten die ik altijd en overal tegen kom. ‘Wat leuk! Nu zie ik het eens aan de andere kant. Daar fiets ik altijd,’ wijs ik voor de zoveelste keer, als we Piñones binnen rijden. De 187 loopt pal langs de Oceaan. Aan beide kanten liggen restaurantjes, de beroemde kioskos, waar men op houtskool grote pannen met olie verhit. Stapels pallets zie ik liggen, achterom, tussen een autowrak hier en daar.  Kooien met krioelende krabben… en vooral mooie dikke negerinnen die met of zonder sigaret in de bek, alcapurria (krabkroketje van cassave en een andere wortel) of bacalaíto (stokviskoekje) staan te frituren.  Aan de linkerkant hebben de Haïtianen hun winkeltjes. Hangmatten en grote kleurige badlakens met kitscherige palmbomen of vrouwenlichamen, of  fier de witte ster in de licht blauwe zee,  naast de rode en witte strepen: de Puerto Ricaanse lag. Het spiegelbeeld van de Cubaanse. Ze zijn beide ontworpen in de onafhankelijkheidsoorlog van de Spanjaarden en de Amerikanen.
We zijn zo in Isla Verde. En Luis slaat af bij de fietsenmaker. Met een dankbaar hart stap ik uit. Luis is zo’n voorbeeld van de Wet van Geven. Ik realiseer me dat ik deze man die mijn hele week goed gemaakt heeft wellicht niet meer zie. Hij is het bewijs  van het feit dat ik elke gedachte in mijn hoofd kan realiseren. Dat ik dus kan TOVEREN!
Fietsenwinkel
Ik open de deur van de fietsenwinkel voor de tweede keer die dag. ‘Nou moet je toch eens raden wat er gebeurd is!’ roep ik lachend tegen de fietsenmaker. ‘s Avonds op Facebook reageert een Duitse percussionist op de foto die ik van mijn fiets geplaatst had. ‘De rem heeft de ‘rim’ opgevreten.’ Ik ben stomverbaasd. Ik heb dus de hele tijd met de rem erop gereden. Verrek, vandaar dat hij dat remblokje ‘s ochtends had versteld! Het lijkt wel mijn echte leven! De Wet van Oorzaak en Gevolg. Hoe is het mogelijk? Heb ik altijd met de rem erop gereden, als een gek! Al die programma’s die over zelfboycot gingen, de allesvernietigende Wet van het Oordeel. Ik heb de lat altijd zo hoog gelegd voor mezelf…
Vandaag kook ik voor de laatste keer voor Kiko, de opnametovenaar. Morgen ga ik voor het laatst naar zijn studio om het mooiste project ooit dat ik in mijn leven heb gemaakt te masteren. The final step. Mijn cd is geproduceerd door Eric Figueroa. En de cd zelf is een hommage aan vrouwelijke Puerto Ricaanse componisten. Eric is een van mijn beschermengelen van het eerste uur toen ik in 1994 in Puerto Rico kwam. Mijn leven is namelijk een aaneenschakeling van synchronicities, zogenaamde ‘toevallige gebeurtenissen.’ Dat zie je dan achteraf pas.
In 1993 speelde ik met de Venezolaanse salsaband van Javier Plaza Orquesta Son Risa in Parijs. En er speelde een Puerto Ricaanse bassist Tomas Pérez mee. De man was een vervanger en vertelde me onder de Eiffeltoren dat ik rustig naar Puerto Rico kon gaan, als ik  naar Cuba of Puerto Rico wilde om me verder te verdiepen in de salsa. Hij kende bevriende musici en die zouden me vast wel helpen… Negentien jaar later spelen twee van deze musici op mijn cd. Eric heeft juweeltjes van arrangementen geschreven van de composities uit de Puerto Ricaanse schatkist. Op la Isla del Encanto, het Eiland van Betovering heb ik leren toveren, gewoon door de deur open te zetten naar mijn eigen ziel. Alles wat ik wenste was er al, zat gewoon altijd al in me. Ik leerde wie ik nou eigenlijk was.. en waarom ik hier moest zijn… de Wet van Dharma.

 

De Zeven Spirituele Wetten (3)

door May Peters
 
F
 
Lekke band
Kom bij de brug van Piñones, la Boca de Cancrejos, en psssssssssssssss… Nondedjuu. Band lek. Dat is lang geleden. Mijn fietsmaker heeft er een rubberen tussenlaag ingelegd, zodat ik niet elke week twee lekke banden heb dankzij de kapotte groene exportflesjes Heineken op het zogenaamde fietspad. De luchtbelletjes dansen over het achterwiel. Dus van oppompen kan geen sprake zijn.
De Wet van de Minste Weerstand: ‘Alles in het universum is perfect zoals het nu is.’ Dus, oké, teruglopen. Worden eens andere spieren gebruikt. Maar bij het Marriott Courd Yart aangekomen, begint het weer te regenen. En dat is hier dus met bakken tegelijk. Zoveel water dat ik bij elke stap uit mijn Wolky sandalen floep. Zal ik ze uit doen? Op blote voeten verder lopen door het warme water… lijkt me heerlijk… Maar mijn band is natuurlijk niet voor niks lek. En ook al mediteer ik sinds ik Kenny Werner zes jaar geleden op het Conservatorio heb ontmoet… ik ben nog steeds geen fakir. Dan maar in het moment verder lopen. Na een uur kromme tenenwerk bereik ik mijn straat. En breekt de sluiting van mijn sandaal. Nou, de laatste tweehonderd meter strompel ik op een schoen verder en dan kan ik de fiets in het schuurtje zetten.
Maandag, bij mijn meditatie op trombone, ‘een fitness programma van twee uur’ kijk ik uit over het verpletterende oceaangroen van de Atlantische Oceaan. Ja, ik ben gezegend dat ik deze missie mag volbrengen. Daarna ga ik met een radio-uitzending van the Art of Joyful Living op mijn mp 3-speler mijn fietsband plakken. Met vier vorken loop ik naar het benauwde schuurtje om de band van de fiets te halen. Je wordt hier zo creatief! Maar de fiets heeft nu een universeel ventiel, waar je een verloopnippel voor nodig hebt om hem op te pompen met een compressor. Snap jij het nog?
Een gewone fietspomp behoort niet tot de standaard inboedel van een Puerto Ricaans schuurtje. De verloopnippel blijkt foetsie, dus uiteindelijk toch maar snel naar de fietsenmaker. De jongen is altijd heel aardig. Zet er een nieuwe binnenband op, die was namelijk ook kapot bij het ventiel. Ik had natuurlijk met veel te veel geweld de band opgepompt met mijn handpompje. Ay, de Wet van de Minste Weerstand.
Rijgedrag
We hebben een onderhoudend gesprek over het rijgedrag van de Puerto Ricaan. ‘Ze letten überhaupt niet op de weg, laat staan dat ze een fietser zien! Maar ik heb altijd zoveel beschermengelen. Dat gaat altijd goed. Krijg wel bijna een hartverlamming omdat de Puerto Ricaanse chauffeur geen richtingaanwijzer gebruikt. Volgens mij doet negentig procent het niet! …Weet je, zelfs de Politie niet! En ik hun daar maar steeds met veel gebaar op wijzen, half omdraaiend op de fiets, om dan bijna tegen een auto op te knallen die weer voor zo’n drempel  hiervoor stilstaat. Of een voetganger laat oversteken. Dat mag hier! Dat staat in de wet! (Dat weet ik dan weer uit mijn Puerto Ricaanse theorie-examen.) Of ze laten een auto achteruit de weg op rijden…’ ‘Ja, er is hier nog veel onwetendheid,’ glimlacht de fietsenmaker.  Hij frunnikt wat aan de achterrem: ‘Het remblokje raak de velg.’ ‘Oh, wat goed van je!’ Nooit wat van gemerkt. Nu gaan bij mij nauwelijks dingen vanzelf. Ja, behalve schrijven, als ik er nu zo over nadenk. Als ik vertrek met een opgeknapte fiets houdt de fietsenmaker de deur voor me open: ‘Hou je taai!’
En twee uur later zit ik op de fiets langs de oceaan. Er staat een stevige wind, dat wel. Maar ach, ik ben zo ‘afgetraind’, wát Wet van de Minste Weerstand! Wat fijn dat ie die band gemaakt heeft en de rem. Heb er nooit iets van gemerkt! Voelde wel mijn knieën bij het fietsen, maar goed daar heb ik ook de knieën voor… en een meniscusoperatie voor gehad op mijn veertiende. Hup, door het naaldbos over het andere fietspad. Aan de kant van de rijweg zit altijd een oudere man, die me nog kent van mijn vorige lekke band.. Als hij me achter zich, over het houten fiets pad aan hoort komen denderen, zwaait hij altijd: ‘¡Hola amiga!’ ‘Alles goed?’ roep ik terug met een arm in de lucht. Niet helemaal ongevaarlijk, want het hout is of glad of ligt bezaait met amandelen. Na dik een uur fietsen kom ik op het verste punt van mijn Energyroute, de brug over de rivier de ‘Loíza’ die je zo de Oceaan in ziet stromen in de verte. ‘Your heart is like the mouth of a river, strong and silent,’ hoor ik Kenny Werner zeggen in zijn Effortless Mastery-meditaties. Ik word steevast bevangen door dit natuurschoon. De Wet van Pure Potentie. De tropische zon weerkaatst in het stromende water en verblindt me.
[vervolg, deel; 4 en slot, klik hier]

De Zeven Spirituele Wetten (2)

door May Peters
 
Grenzeloos
Gisteren werd ik gebeld, terwijl ik op het strand aan het mediteren was. ‘Profesora, is het goed als ik u vandaag om zes of zeven uur bel voor het radioprogramma?’ En omdat ik van mijn vader ook geleerd heb om niets uit te stellen, zei ik mijn medewerking toe. ‘Prima.’ De radiomaker van ‘Sin Fronteras’, zonder grenzen, echt een titel voor mij, wist te vertellen dat Holland is afgeleid van Houtland…. en dat de belangrijkste steden Den Haag, Rotterdam, Oetresjt, Eindhoven en Máástrisjt waren. De eerste die het nu eens niet over ‘Ansterdan’ had, waar ze vanaf de Achterzijds Voorburgwal de koffieshop in- en uitrollen… Hij is dan ook geen salsamuzikant, maar zou zo een model kunnen zijn: een Adonis die yogaleraar is…. Ik bedoel, hoe mooi kan een mens zijn! Een schoonheid, onze Raúl Morris.
En de opnametechnicus Kiko Hurtado is zo ‘in the present moment’, zo perfect en precies, zo’n Wizzard of Oz, dat ik me regelmatig in mijn arm moet knijpen of het allemaal echt is, wat ik meemaak. Ik ben omringd met zulke mooie mensen. Maar met andere tempi dan van mij! Een tropische storm, noemden ze me hier al. In een studio wordt gefocust, bewegingsloos en in stilte. Zat ik donderdag vier uur lang in de Hairstudio van Annie, die de dag van haar leven had. Want ze mocht dan eindelijk mijn haar verven zoals zij het wilde. ‘Verander maar even van kleding,’ wijzend naar mijn shirtje en het toilet. ‘Eh, de photoshooting is zaterdag pas! Ik heb geen andere kleding bij me.’
Kapper
‘Nee, je kunt dat bloesje uitdoen en die duster aantrekken.’ Elke dag doe ik dingen die ik nog nooit gedaan heb. Ik kom niet meer bij van het lachen! In Annie’s stoel mag ik niet bewegen!
‘Wie heeft die stoel verplaatst?’ vraagt ze kort als de telefoon van de kapsalon gaat. Ik neem op omdat zij haar handen vol heeft met kwasten en verf. ‘De advocate aan de lijn.’ ‘Zeg maar dat ze kan komen.’
‘Neem maar een koude witte wijn mee, als aperitief,’ zeg ik tegen de voor mij volstrekt onbekende beller, want inmiddels zit de vijf in de klok. Annie in een deuk. Die drinkt namelijk geen druppel met haar atletenlijf. Er komt een andere vrouw binnen. ‘Ik moet morgen om acht uur in Ponce zijn en kijk mijn haar.’ ‘Ik vind je haar prachtig,’ zeg ik als Hollandse tegen de latina bij wie een grijze lok uit haar zwarte haar steekt. ‘Aaaay, no, chica.’ ‘Ja, ik weet het. Jullie latinas zijn zulke verschrikkelijke ijdeltuiten!’ ‘Ja, dat klopt,’ en ze vliegt meteen in een pose. Ik kom niet meer bij. Ze zet haar bril op en vraagt: ‘Welke kleur ga je gebruiken, Annie? Dezelfde?’ Haar kleindochter van vijf bladert door wat tijdschriften met alleen maar modellen. Ja, dat wordt natuurlijk net zo eentje. Telefoon. Nu moet Veronica opnemen. Een gekkenhuis. En dat zou zo nog vier uur zo doorgaan. Op het laatst kan Annie niet meer gaan hardlopen met haar dochter, wat ze dagelijks doet.

Tropische regens
Daar zal je haar hebben, de advocate. Ik ben meestal verbaasd over de upper class in Puerto Rico. Bleke poeder. ‘Nu ben ik nog de plantainutres vergeten! Waar kan ik die halen?’ Tien minuten later komt ze terug met vier  zakjes bananenchips en flesjes water. Ik verrek van de dorst! ‘Had ik ook niet gezegd dat jij highlights zou krijgen?’ zegt Annie. ‘Ik bén de highlight!…’ Ze schieten in de lach. ‘Wat jij wilt, mi amor,’ zeg ik. En vervolgens zit ik nog een uur in de kappersstoel en geef keurig gevouwen aluminium velletjes aan Annie. Blij dat ik even iets nuttigs kan doen!
Zondag: het regent op zijn tropisch. Dat wil zeggen, het komt met bakken naar beneden. En een paar uur later breekt de zon weer knallend door. Je ziet de stoom uit het asfalt opstijgen. Snel de fiets op. Ik heb al de hele week in de studio gezeten! Mijn energie moet even in banen geleid worden. Alle ‘muertos’, drempels op de Isla Verde Avenue, heb ik goed overleefd. Het gevaar zit niet in de veertig centimeter hoogte van zo’n drempel, maar in de auto’s die abrupt afremmen, zodat elke Puerto Ricaanse fietser er zo tegenaan zou kunnen vliegen. Edoch niet deze Hollandse… Voorbij Mariott Court Yard Hotel. Daar moet ik vooral op zondag goed uitkijken, voor in- en uitrijdende auto’s en taxi’s, omdat daar nog ‘Hi Tea’ salsa dansen gehouden wordt voor alle Puerto Ricanen. Het gaat goed.
Dan het met kuilen en kiezels bezaaide zandpad op, parallel aan de snelweg langs het vliegveld, op naar Piñones. Voorbij het Strand van Carolina. Drie politiemannen met kogelvrij vest roepen nog ‘pas op’ als ik in vliegende vaart voorbij race, en natuurlijk een auto pats boem wil afslaan voor het strand. Wie moet hier oppassen? Het is dat veel Puerto Ricanen, en dan diegenen die geen voorrang verlenen, meestal een kapotte airco hebben. En zodoende de ramen van de auto open hebben staan. Dus mijn verbale aankondiging heeft mij al vaak behoed, ook nu: ‘¡Weeeeeeeepaaaa!’
[vervolg, klik hier]

De Zeven Spirituele Wetten (1)

May Peters werkt in Puerto Rico aan haar debuut- cd. Daar komt meer bij kijken dan louter muzikaliteit en vakmanschap. Ook de geest dient in topvorm te zijn. En de deur naar je ziel moet wijd open staan.

door May Peters

Shamaan Don Miguel Ruíz verkondigt het al jaren, vrij naar een Tolteekse wijsheid: ‘Wees onberispelijk met je woorden.’ Want woorden sturen je gedachten. En je gedachten sturen je daden. Maar de reikwijdte van die uitspraak besef ik pas nu ik als solist mijn cd aan het maken ben. In juli 2012 besloot ik om louter schoonheid te laten horen. Daarvoor moeten je lichaam, ziel en geest schoon zijn. Schoonheid, schoonmaak…

Ik heb hulp van mijn Goede Fee uit Nederland, Deepak Chopra en zijn Zeven Spirituele Wetten, meditaties, Kenny Werner’s Effortless Mastery en de Manifest Anything Now Radio. Ideale titels als je bezig bent  een droom te realiseren en bijna alle activiteiten die je daarvoor moet ondernemen nieuw voor je zijn! Het is de essentie van elke artiest, en misschien wel van elk mens, en het was het motto van Pablo Picasso: ‘Elke dag doe ik dingen die ik nog nooit gedaan heb, in de hoop dat ik ze op een dag beheers.’

 

Creativiteit
In die onzekerheid ligt de bron van creativiteit. En het helpt als je op zo’n paradijselijk eiland als Puerto Rico woont, waar het lijkt of iedereen de Wet van de Minste Weerstand beheerst. Behalve een Limburgse boerendochter die vanaf haar zevende productief is in het arbeidsproces. Op die leeftijd zette mijn vader me op een tractor. Daarom haalde ik op mijn achttiende vijf rijbewijzen. Je ziet het nut van de gebeurtenissen pas naderhand in.
In de Cariben heb ik geleerd mijn controle en planningdrift te laten vieren. Ik doe dat liever niet, maar je weet hier nu eenmaal nooit wat het volgende uur staat te gebeuren. Voor alles is een tijd, zoals mijn oud-collega aan het Conservatorio, trompetlegende Luis Perico Ortiz, het zegt. Ze kennen hier immers geen seizoenen…
[voor deel 2 klik hier]
[uit Caribe Magazine, 10 mei 2013]

Kinderen vieren de Feesten van San Sebastian in de Botanische Tuin (2 en slot)

door May Peters

May Peters trad dit jaar in de Botanische Tuin van San Juan  op  tijdens de Fiestas in het weekend van 20 en 21 januari 2013. Een paradijselijke omgeving waar een evenement voor kinderen wordt georganiseerd. (deel 2)

Het zal toch niet, dat..?. Hup, alweer een gedachte. Weg ermee, corrigeer ik me. Maar ja, die emoties zijn als de Oceaan hier om de hoek. ‘Je kunt het niet 12 uur van te voren afzeggen, Paquita, als we dit al zeven maanden geleden hebben vastgelegd. Betaal me dan de helft alvast. En de andere helft als je de subsidie binnenkrijgt.’ Teleurstelling in een vriendschap, paniek, bedrog vult mijn hart. Eeeeen corrigeer…

‘Ik stel uiteindelijk voor dat we ons aan het contract houden, waarop staat dat we tussen 1 en 6 spelen.’ Zucht. ‘Ik bel even Amilia op want die gaat over de programmering,’ antwoord Paquita bezorgd. Half 11, de tijd dat ik normaal ga slapen. Een vriendin gaat je nu toch niet belazeren? Dat kan niet…Ze belt tegen kwart over 11. ‘Om een uur daar.’ ‘Is goed. Ik kan. Geen probleem.’ Maar ik weet niet wat die jongens doen, zeg ik als ik heb opgehangen. TEGEN DE MUUR! Aaaaaarrrrggggh!! En trek aan mijn haren! Stuur Pablo, Javier en Luis een tekstbericht. ‘Bevestig alsjeblieft.’ Ben je gek!

Nadat ik met een Dreammeditatie van David Ji deze dag van me af wil schudden, ben ik nog twee uur wakker. En ontspan! Alles is goed, zoals het nu is. De volgende ochtend, half acht. Een kop van mijn goddelijke Yaucona-koffie. Meteen die jongens weer schrijven. ‘Ik bel jullie om negen uur.’ Een tekstbericht van niks. Bellen moet ik! Ik ben in Puerto Rico! Mediteren, post doornemen en contact opnemen met mijn Goede Fee in Nederland: ‘Neem contact met me op!’ Ik bel Paquita. Geen antwoord en stuur dan een tekstbericht: ‘Neem je dan de helft van de gage mee vandaag? Bevestig mijn bericht even.’
Ondertussen begin ik met mijn ochtendprogramma op mijn trombone. Die bezorgheid kan er mooi uitgeblazen worden zo. Wauw, René heeft die schuif echt goed gemaakt. Geweldig! Ik denk ineens aan de woorden van mijn Goede Fee ‘Zorg dat je niet afhankelijk bent van een ander.’ Oké! Dan ga ik dadelijk weer naar de bank en pin de rest van het geld ook, zodat ik die jongens betaal. Telefoon. ‘¡Pablooooooooo!’ ‘May, wij moeten om 11 uur dadelijk in San Juan spelen, maar we zullen ons uiterste best doen om om 1 uur in de Botanische Tuin te zijn.’ Bij dat ‘uiterste best’ kun je in Puerto Rico rustig het bijvoeglijk naamwoord weghalen. Want niemand gaat hier tot het uiterste, alleen zo’n gek als ik. ‘Aaaaaay, Pablo. Je weet toch ook dat jullie nooit op tijd daar kunnen zijn. a) beginnen jullie niet om 11 uur. En b) voordat je de gasten letterlijk bij elkaar hebt getrommeld om te vertrekken… En c) voordat jullie dan in de auto zitten en door kunnen rijden… Krijgen jullie betaald?’

Er schiet even door me heen om dat optreden van hen te betalen uit eigen zak. ‘Ja, niet zoveel. Wat stel jij voor?’ Pablo heeft een diplomatisch talent! ‘Dat je dat optreden niet doet en naar de Botanische Tuin komt. Ik wil niet dat Paquita een reden heeft om ons niet uit te betalen, omdat wij ons niet aan het contract zouden houden, qua tijd.’ ‘Tja,’ zegt Pablo heel rustig. Zijn hoge vibratiegolven bereiken me al. ‘Weet je wat we doen? Ik bel je als we beginnen. En echt, we hoeven maar een uurtje. Ik beloof je dat ik iedereen zo snel mogelijk mobiliseer.’ ‘Prima’. V E R T R O U W E N.

 

Hup, nog een tiennootsoefening op de hoge D. Wham! Luchtsnelheid! Pas op de begrafenis van mijn vader, met Kerst elf jaar geleden, ontdekte ik dat trombone spelen een helende werking heeft op je lijf. Diep inademen en diep uitademen. Tijdens mijn flexibilities, telefoon. ‘Pablooooooooo!’ ‘Ja, May, ze hebben gisteravond iemand doodgeschoten. En nu is de optocht verlaat.’ Alles is perfect, zou mijn Goede Fee zeggen. ‘Okéééé’ Mijn hersenen stuiteren. De vibraties die mijn brein produceert zijn gelijk aan die van de flexibilities die ik studeer over twee octaven. ‘We zijn er om de tijd die ze met ons afgesproken heeft gisteren. Weet je, het is ook eigenlijk hun probleem, om dat op het laatste moment te veranderen.’ Terwijl ik Paquita’s stress absorbeer, vergeet ik mijn eigen stress, die er totaal niet hoeft te zijn. Dat maakt Pablo me wel weer duidelijk. ‘Je hebt gelijk, Pablo,’ zucht ik: ‘Dan bel ik Paquita.’ Geweldig.
Als ik opgehangen heb, juich ik naar het plafond: ‘Bedankt voor zijn rustige vriend!’ Nog maar even snel die flexibilities erdoor jagen, goed voor mijn lucht. Paquita moet dat wel weten. Dus als ik mijn koffie op heb, bel ik haar. ‘Is goed. Kom maar iets eerder. We moeten praten.’ Bam, alweer een Maaskei in mijn hart. Nog vergeten te vragen of ze dat voorschot meeneemt! Snel de pedaalnoten, ontspan die lippen en die kaken. Heel veel lucht heb je nodig voor lage noten! …Myra! Ik wil niet dat het vuur door deze stress mijn lippen uitkomt. Maar mijn aloëvera is op!

Dus ik bel mijn goede vriendin Myra op. ‘Als je het leuk vindt, neem je pandareta mee en speel mee.’ ‘Wat leuk, May, maar ik zit zonder auto nu, he. Ik zal eens kijken of ik een vriend kan charteren…’ ‘Zou je me dan die aloë vera willen meenemen?’ ‘Als het me allemaal lukt,’ antwoordt Myra. ‘Te gek!’ En verder met die yoga ademhaling. Eeeeindelijk skypt mijn Goede Fee! Die mij, zoals het een echte Goede Fee betaamt vriendelijk, glimlachend, vol liefde en op een zachte toon zegt: ‘Met dat geld daar heb jij nog iets uit te zoeken. Dit komt niet voor niks op je pad… Paquita probeert dat gewoon. Er zijn heel veel mensen die gewoon proberen hoe ver ze met je kunnen gaan. Maar je kunt nu heel rustig zeggen, zonder enige emotie, dat is belangrijk, dat je geen emotie toont, want anders hebben mensen grip op je. Nu zeg je heel kalm: ‘Luister Paquita ik had dat graag voor je gedaan, maar dat kan nu niet anders. Punt. ‘

 

  ‘Heeeee?’ zeg ik totaal verbaasd: ‘Echt?’ ‘Er is altijd geld. Er is altijd overvloed. Denk niet in gebrek.’ Oké… goed en flits daar is ze weer weg. Hoe ik toch geholpen word! Ik loop naar de bank, langs Llorén Torens, de achterstandswijk. Terwijl ik naar een programma luister over ‘abundance’, overvloed, loop ik over braakliggend terrein vol onkruid,stenen en troep tussen scharrelende krielkippen en een wegschietende leguaan. In de grootste chaos wemelt het van de mogelijkheden.
De Wet van Aantrekking werkt vaak niet omdat het niet in het onbewuste zit.’ Ja… Thuis maak ik de envelopjes klaar. Omdat het hier zo vochtig is, plakten ze bij de eerste dag na aankoop al meteen aan elkaar. Dus ik snij ze voorzichtig open met mijn koksmes. Ik voel het gewicht van het mes nog eens in mijn hand. Wat je daar allemaal mee kan doen… met zo’n mes… Tel het geld vier keer na, want ik raak steeds de tel kwijt en stop het dan in de open envelopjes. Om drie uur kom ik aan, in een stralende zon bij de Botanische Tuin. De wachter wijst me nu naar en andere plek waar ik gisteren stond. Maar gewoon die mensen achterna lopen? En verrek, ik hoor de muziek al. En wat een volk! Veel meer dan gisteren! Mijn ogen zoeken over een duizend koppen razendsnel Paquita. Ik hoor me zeggen dat ze voor mij op de loop is.
Neeeee, dat is mijn eigen gedachte en gevoel! Want als ik haar vijf minuten later zie, kan ik me gelukkig ontladen, hoe vervelend ik dat allemaal vind. ‘Nee, geen probleem. May. Is goed.’ Ja, nu weet ik nog niks. Of beter gezegd ik weet het wel, maar zit nog steeds met mijn gevoelens van totale twijfel. Vijfentwintig jaar tussen de ratten en de haaien van de latinscene hebben mijn gevoel van vertrouwen in het lot aangetast. Niks ervan! Paquita zegt dat het goed is, dus dan is het goed. Amalia. De volgende die ik dat even moet zeggen! Wat een mensenmassa!
Zie Annie nog, Paquita’s zus en mijn kapster die als een gek in de weer is met broodjes en worstjes. Ze hoort me niet. Bij het podium vind ik Amalia. ‘De jongens komen om vier uur. Ze hadden nog een optreden aangenomen. Ja, je had dat gisteren met hun afgeproken.’ Weer veel teveel woorden en gebaren…Was ik bij de gecancelde radiouitzending nog een lotgenote, nu voelde ik haar lijnrecht tegenover me. Ze klemt haar tanden op elkaar. ‘Ik wist niet dat jullie geboekt stonden van 1 tot 6,’ zegt ze kortaf. Is niet erg en laat los. ‘We spelen tussen de programma’s door. Het wordt vast leuk!’ hoor ik me nog zeggen…

Het zondagmiddagprogramma is ook heel erg leuk. Ik heb grote schik in al dat jonge talent. Een Suzuki vioolklasje, de bombagroep van de Cepeda’s uit Santurce met hun fantastische voorstelling, de Areito’s. Ik loop met mijn camera tussen het publiek. En zie een meisje van nog geen twee, die toch echt vastbesloten is om met het ventje naast haar te gaan dansen. Ze slaat haar armen om hem heen. Hij kijkt wat benauwd. Dat voelt ze, dus pakt ze zijn handjes. En beweegt haar heupen. Ik kom niet meer bij, en de mensen om me heen ook niet. ‘En bedank hem nu maar dat je met hem mocht dansen,’ zegt zijn moeder vanuit een strandstoel. Ze kijkt hem diep in de ogen, zo van ‘contact.’

 

Als de jongens de groene heuvel op lopen wachten we nog dik een half uur. Pablo neemt me even apart. ‘May, weet je, ik ben niet meer de leider van Son de Pandero. Omdat ik het zo druk heb met mijn werk, regelen de jongens dat nu onderling.’ Ik glimlach en zeg: ‘Ik heb Javier vanochtend ook meteen gebeld en hem gezegd ervoor te zorgen er om 1 uur te zijn. En weet je wat ie zei? ‘Ik volg Pablo wel, dat is de leider.’
Ik met een brede grijns, en Pablo hoofdschuddend met zijn lippen op elkaar. ‘Pablo, je weet toch, dat Puerto Ricanen niks liever doen dan de verantwoording van zich afschuiven! Het spook van de kolonisatie! Maar ik ben zo blijijijij dat jullie er zijn!’ en ik omhels hem: ‘Jij beschikt trouwens over uitzonderlijke diplomatische kwaliteiten! Ze kunnen jou zo naar een Afrikaans land sturen om een stammenconflict op te lossen. Dat deed je echt geweldig vanochtend! Het zijn gewoon mijn eigen gevoelens uit het verleden, die zo’n situatie dan dreigen te bederven.’ ‘Luister May, als Paquita je nou die tweede helft niet betaalt, je hoeft mijn deel niet te betalen. Dat wil ik niet!’ ‘Aaah, dat is erg lief, Pablo. Maar ze zei dat het goed was. Ik ben vandaag en gisteren naar de bank geweest en ik betaal jullie vandaag allemaal.’
De Cepeda’s zijn bezig met hun slotnummer. En Amalia wenkt ons dat we meteen na hun voor de bühne kunnen spelen en dan op haar teken het feestterrein op kunnen lopen. Ik groet de bombadansers. Hoor mijn naam en Son de Pandero door de microfoon. En begin met ‘A tí na má, te quiero a tí na má’. Jou alleen, ik hou van jou alleen, om mee te dansen om plezier mee te hebben. Half omkijkend, verschijnt daar inene Myra in het wit tussen de luidsprekers met een pandereta in de hand en zingend achter Pablo, en een vriend die ook pandereta speelt. Met achter hem een luidskeel zingende Paquita die de Puerto Ricaanse guïro speelt! Dan heeft ze toch verstand van live muziek! Vanuit het publiek sluit ook een klein ventje met een quinto aan (de kleinste maat pandereta). En meppen op dat ding! Ik kom niet meer bij! Meteen die honderden mensen ook meezingen!
Alles is vergeten van ‘het afgelopen etmaal. Hier gaat het om, dit is het moment. In het nu! Als een magneet trek ik kinderen aan! Een meisje van een jaar of zes staat glunderend naast me met zo’n blik van ‘Ik vind jou leuk. Ik ga met jou mee!’ We hebben zo’n succes, dat als Amalia me gebaart om door te lopen naar de eetkraampjes tweehonderd meter verderop, we nauwelijks door kunnen lopen. Ik voel me een soort rattenvanger van Hamelen. Kinderen achter en voor ons, links en rechts naast me. De mensen in de rijen bij de eetkraampjes stralen allemaal.
Puerto Ricanen laten zich zo gemakkelijk in rijen zetten. Dus we hebben plotsklaps een publiek van vijftig man op rij! Mijn vriendinnetje staat ook al weer naast me en geeft me glunderend een high five. ‘Hola, mi amor,’ zeg ik. Myra een en al smile. Alsof ze bij de band hoort! Onze zanger Luis, heeft zijn megafoon bij zich. En die zet daarmee nog eens de tent op de kop. Gebaart naar me, mambo. Oké, en ik verzin een instrumentaal tussenstukje. En weer coro, wat alle wachtenden meezingen. Aplausooooo. Het zweet gutst van mijn hoofd. Het meisje naast me houdt de trombone vast, stralend. Zo van, dan ben je ook een beetje trombonist als je die vasthoudt. Haar moeder tikt haar vermanend op de arm. Ik kijk naar de vrouw. ‘Dat mag hoor!’

Een ander meisje, dat echt de helft van mijn instrument is, heeft me al een tijdje totaal geobsedeerd staan te bekijken. Komt dichter bij in haar roze jurkje. Pakt mijn trombone, gefocust op het mondstuk en een blik van ‘daar deed jij iets mee, he?’ En roeeeef vliegensvlug zet ze haar lipjens erop. Ik moet zoooo lachen! En houd de trombone even voor haar mond, zodat ze dan op zijn minst even kan blazen. Maar haar moeder belet dat. ‘Laat haar toch even.’ Nee. Ik zucht. Nee, dan de vader die pandereta speelde met zijn zoon, dat is een ander voorbeeld. ‘Mi amor, hoe oud ben jij?’ ‘Drie.’ ‘Oh, en wat speel jij goeoeoeoed!’ En hij gaat nog eens even precies zo staan als die quinteros, wanneer ze een solo spelen. De rug lichtelijk gebogen, de quinto zo vastgehouden met de handpalm naar binnengericht. En meppen, jongen, met opeengeklemde lippen!

Ik lig dubbel. Zo’ne poet! Nou, ja, er staan zo’n dertig mensen om ons heen te fotograferen en te filmen. Een meisje van een jaar of negen staat ook al gefascineerd naar me te kijken. En schrikt als plotsklaps mijn schuif eruit vliegt op het asfalt. Ik ook trouwens! René heeft die veel te goed gerepareerd! De schade valt mee, zo op het eerste oog. Hij schuift nog. En verder met ‘Mañana por la mañana’, een andere plenaklassieker die ik in 1994 voor het eerst met Plena Libre speelde op de Universiteit in Ponce. Ik werd toen overvallen door hetzelfde gevoel van verrassing, blijschap, delen, verbazing als nu. Hoe Puerto Ricanen op hun plena reageren, is net zoals honden en kinderen. Dan vallen remmingen weg en wordt square line gedanst en keihard koortje gezongen.
Amalia komt ons halen om voor het andere programma te spelen, maar de artiesten staan al op het podium. ‘Is niet erg,’ zegt ze lachend. Son de Pandero sluit de Fiestas de San Sebastián in de Jardín Botánico op het podium. En alweer een legio kinderen naast ons. Een kleine antilope met zo’n prachtige bos krullen van een jaar of acht die plena danst en zo ongelofelijk goed. Ze ís gewoon een danseres! Haar fragiele bouw, de soepele bewegingen in haar schouders, handen, heupen, de passen die ze maakt! Ik ben verbaasd. En dankbaar nemen we het applaus in ontvangst. ‘Myra, wat een ontzettende verassing dat je gekomen bent!’ ‘Ik heb de sávila voor je bij me,’ zegt ze. ‘Oh, echt? Geweldig.’ Ik neem afscheid van de jongens: ‘¡Muchísimas graciassss!’ en loop naar een gelukkige maar nog even chaotische Paquita achter een kraampje, die het fooien potje aan het tellen is. ‘Paquita, zal ik je dan morgen bellen om de betaling te regelen?’ ‘Ja, is goed.’ ‘Bedankt, he! Ik bel je deze week.’ Jahaaaaaa.
Myra neemt me even apart en zegt zachtjes: ‘Je hoeft me niet te betalen voor dit optreden. Maar je zou me een groot plezier doen met $10 of $ 20. Ik zit op zwart zaad en dan geef ik mijn vriend wat voor de benzine.’ Een gevoel van dankbaarheid hangt al een half uur over me heen. Denkend aan de Wet van Geven. ‘Och, weet je Myra, zo’n rot klein tubetje koortslip creme kost $ 20,- en het helpt niet. Dus natuurlijk! ‘En zonder enige twijfel haal ik een $20,- biljet tevoorschijn en geef het haar. ‘Je weet niet wat voor een plezier je me hier mee doet,’ en ze omhelst me.
Bij de auto overhandigt ze me de grootste stengel aloë vera die ik ooit gezien heb. ‘Hier, gewoon even wassen en invriezen.’ ‘Te gek!’ ‘Waar staat je auto?’ ‘Eeeeh, daar ergens.’ En ik zou daar nog een dik half uur rondlopen, heuvel op, heuvel af, terwijl de schemer razendsnel inzet. Wanneer was het de laatste keer dat je je auto kwijt was? Je onderbewustzijn slaat dat op, je bewustzijn niet, hoor ik een radio citaat. Heilige, Anthonius beste vrind. Kom ik bij een bewaker. ‘Misschien moeten we even een bewaker bellen dat hij met u rondrijdt.’ Dat is ook niet de eerste keer. Vorige week nog op de Kerstborrel (ja, 17 januari) van de meidensalsaband op die waanzinnige plek, een park aan de inham van Cataño en Oud San Juan. Myra kwam toen ook al niet meer bij, toen ze mij triomfantelijk in de pick-up van een bewaker zag aankomen, die mij vierhonderd meter lopen wilde besparen. Ach, ik heb allang ontdekt dat ik het leven van bewakers kleur geef door gewoon ‘ja’ te zeggen, als ze vragen: ‘zal ik u even brengen?’

Maar nu wil ik even contact hebben met het onderbewustzijn. Ja, vind je het gek? De staat van zijn waarin ik was toen ik hier aankwam! Een bocht om en weer diezelfde bewakers: ‘Bent u een trap afgelopen?’ … ‘Uuuurrrrgg, ja! ‘ ‘Ah, dan moet u die kant oplopen de achterkant van dat gebouw.’ En ja hoor! Vermoeid stap ik in en verlaat de parkeerplaats. Telefoon. Paquita. ‘Maaaaay, waar ben je?’ ‘Eh, ik ben hier op een parkeerplaats weet ik veel waar!’ ‘Ja, kom de helft van dat geld nu even halen. Wat we hadden afgesproken.’ Een huivering schiet over mijn ruggegraad. Hier zijn hogere krachten aan het werk… Mijn benen trillen. Daarom moest ik een half uur rondlopen! ‘Bij jou boven op het terrein?’ ‘Ja, wat dacht jij dan?’ ‘Oké, ik kom eraan.’ Ook dat zal nog twintig minuten duren, want bewakers zien er overal hetzelfde uit. En ze sturen me overal naartoe. Maar nadat mijn kapster Annie me nog even heeft begroet als een artiest: ‘Wat zie jij er goed uiuiuiit!’, overhandigt Paquita me en envelop en kust me. ‘Heeeel erg bedankt, May! En we drinken deze week even een glas. Bel me.’ Hoofdschuddend, glimlachend, verbaasd over dit knap staaltje ‘synchronicity’ en met een lampje zoek ik mijn weg over de boomwortels naar de auto.

 

De dag erna toch maar mijn maatje René gebeld. ‘Ja, kom maar langs. Ik heb nog wel een kurkje.’ René en zijn werknemer zien, net zoals bewakers veel te weinig vrouwen op hun werkterrein, dus ik krijg weer een partij testoron binnen via de cosmos. ‘Je weet dat jij een speciale klant bent.’ ‘Heb je een cd speler hier? dan laat ik je even Dí corazón horen van mijn cd. Dat heb ik met drie trombones opgenomen. Zo gek om dat terug te horen! Dan hoor ik echt drie persoonlijkheden, drie gezichten.’
  ‘Ja drie gezichten!’ zegt de andere reparateur lachend. Slaat zijn hand eerst op zijn linker- dan op zijn rechterborst en dan zijn gezicht.’Ja, zo kan ie wel weer! Ik merk het al. Hier is een tekort aan vrouw in de werkplaats! zeg ik met groot gebaar. ‘Hier moeten vrouwen in bikini werken,’ zegt René zich verkneukelend, terwijl hij een nieuw kurkje op mijn ventiel zet: ‘Zo! Klaaaaar!’ ‘René, wil je … ehm, misschien ook even naar mijn schuif kijken… Ehm?’ Je zei alleen het kurkje?’ ‘Ja, maar je had mijn schuif zo goed gemaakt, dat hij gisteren uit mijn handen schoot met die kinderen… Ik schaam me dood om dat te vertellen.’ Twee paar ogen prikken grinnekend door mijn gekwetste ego. ‘Ooooh, wij leven hier van de schaamte van anderen!’ En alle drie schateren we het uit. ‘Hoeveel ben ik je verschuldigd?’ ‘Aaaah, vijf dollar.”Hier, in godsnaam $ 10,- ,van vrijdag erbij…’ De wet van het Geven.

Kinderen vieren de Feesten van San Sebastián in de Botanische Tuin (1)

door May Peters

Twee jaar geleden beschreef May Peters de Gran Final van de Kerstperiode in Puerto Rico in haar artikel Las Fiestas de San Sebastián. Reeds in mei 2012 werd de plenaband Son de Panadero met speciale gast May Peters vastgelegd om op te treden tijdens de Fiestas in het weekend van 20 en 21 januari 2013. Ditmaal niet in een gekkenhuis van 300.000 man in de middeleeuwse vestingsstad Oud San Juan, maar in de paradijselijke rust van de Botanische Tuin op een evenement voor kinderen. Deel 1.

Ik glimlach altijd als mijn vriendin Paquita mij belt. Ze spreekt op diezelfde – heb erbarmen toon – als ze verlegen zit om een muzikale invulling. Het liefst voor niks, of een oorkonde (daar zijn Puerto Ricanen dol op, een houtsnijwerkje met jouw naam als artiest erop). Sinds ik full time bezig ben met een Oosterse levenswijze in de West Indies om het beste uit mezelf te halen voor mijn nieuwe cd, gebeuren de wonderbaarlijkste dingen. Als je al je chakras open gemediteerd hebt, merk je dat direct aan je omgeving. Twee species op deze aarde reageren direct op de energie die dan vrijkomt: honden en kinderen.
Had ik een aantal maanden geleden nog een halve roedel woeste honden aan mijn pedalen hangen als ik voorbij stoof op mijn ‘mounty-bike’ op de Energy-route. Nu is dat niet meer zo. Ze kijken hooguit even op en dutten verder. Het is zelfs zo dat ik tijdens mijn after dinner-wandeling langs de Oceaan ineens vergezeld werd van een allervriendelijkste kortharige bastaard, op drie poten, met een prachtige glimmende huid. Hij keek me aan met grote, trouwe hondenogen en zei: ‘Ik vind jou leuk. Ik ga met jóu mee!’ Mien leef hondj! Tegen honden en hele kleine kinderen spreek ik ook altijd Limburgs, mijn moedertaal.
Na mijn muzieklessen tijdens het zomerkamp in de Botanische Tuin in 2009 weet Paquita hoe ik met kinderen omga. Ik had op dat zomerkamp meteen een vierjarige die in mijn been klom en haar wang ertegen aandrukte. Daar heb ik dan ook de benen voor. Binnen vijf minuten stond de hele klas op de kop! Mijn twee professionele groepsbegeleidsters waren na een maand hees! Oké, Paquita is niet zo van internet en Facebook, zegt ze zelf. Maar ik had haar in mei 2012 cybernetisch ons voorstel gestuurd. Zaterdag en zondag van 1 tot met 6 uur. Prijs per dag. ‘Paquita, dit is de vriendenprijs en basta.’

Mijn maatje Pablo, de leider van Son de Pandero, had de muzikanten geregeld. Ik weet dat het moeilijk is om die middagen vrij te houden. Maar acht maanden van te voren een afspraak boeken, dat moet lukken. De Fiestas de San Sebastián zijn één groot volksgebeuren. Met als middelpunt : de plenamuziek, naast de bomba de originele dans van Puerto Rico, die op pandaretas gespeeld wordt (een soort tambourijn). Vorig jaar hebben de jongens van Son de Pandero zelfs voor niks gespeeld. `Paquita belde toen de dag van te voren: ‘Er is geen geld, weet je,’ op zo’n klaagtoon: ‘Geloof jij in vrijwilligerswerk?’ Ja, als je een weduwenpensioen hebt en twee appartementen van je overleden echtgenoot, ja. Maar ik heb noch een echtgenote, laat staan eentje die overleden is en mij een vermogen achterliet.

Gek, Paquita is niet de enige jonge weduwe die ik ken en die niet geheel onbemiddeld achterbleef…Mijn agrarische genen verraden een geest die altijd keihard werkt en studeert.  Vorig jaar zat Pablo zat in New York, dus Javier nam toen de honneurs waar als bandleider. Zo goed, dat hij me ‘s avonds om half twaalf terugbelde en ze een etmaal later zouden verschijnen, gratis!  Dat krijg je ook alleen in Puerto Rico voor elkaar!
  Belt Paquita vorige week op. Of ik naar een radio-uitzending kan gaan om reclame te maken. Oké, doe ik ook nog voor niks. ‘Kan je niet iets speeeelen in de studio?’ vraagt ze weer klagelijk. ‘Dat zou ik heel graag doen, Paquita. Maar het is een praatprogramma en die mensen hebben de technische middelen niet om een trombone goed te laten klinken! Een toon en ik blaas die speakers op. Ik neem een cd met opnames van me mee.’ Paquita is een schat en een regelnicht ten top, maar van livemuziek heeft ze geen verstand.
Om zeven uur ben ik opgestaan, mijn ochtendprogramma van twee uur op trombone afgewerkt en om 11 uur naar de studio. Daar zie ik een vriendelijke latina, de programmeur van Paquita’s evenement: Amalia. Ze zwaait aan de telefoon. ‘Ja, May Peters, die komt hier net binnen.’ Paquita, articuleert ze, en geeft me een kus. ‘Ik kom net van de rechtszaal. Had een bekeuring voor fout parkeren.’ ‘Oh, hou op!’zeg ik: ‘Schud het van je af.’ En sla mijn rechterhand langs mijn linkerarm.’ Dat wat die santeros allemaal doen. Schoonmaken.’ Amalia lacht. Goed zo. ‘Ja, en dan dat wachten!’ zucht ze: ‘Ik heb zo moeten haasten om hier op tijd te komen.’ ‘Kind toch! Je komt in Puerto Rico nooit te laat! Ik wacht trouwens nooit meer. Hier…’ en laat haar mijn mp3-speler zien.
‘Meditatie’s, radio programma’s over ‘welzijn’, je staat van zijn. Het huidige moment!’ Ik sla mijn handpalmen tegen elkaar en spreid mijn ellebogen. ‘Direct contact met het universum.’ Amalia geniet. Leuk. Daar komt een gestresste en struise dame de studiodeur uit. Geeft ons gehaast een hand en begint te ratelen. ‘Is er livemuziek?’ Ik begin automatisch, onbewust een parrandaliedje te buzzen. Amalia schiet in de lach. Maar dat kan de dame niet bekoren. ‘Dit is May Peters!’ stelt Amalia me voor. Dat zegt de vrouw helemaal niks, en dat wil ze ook graag zo houden. ‘Ik heb geen trombone bij me.
Maarrrrr, ik heb een cd!’ en laat die meteen zien: ‘Met daarop: de opname die ik maakte met la Sonora Ponceña op hun…’ Ik word bruut onderbroken. ‘Nee, dat gaat niet!’ ‘En waarom gaat dat niet?’vraag ik vriendelijk. Puerto Ricanen vragen zoiets nooit. En zo’n blik wordt mij dan ook meteen toegeworpen. ‘Het programma is al opgenomen. En we hadden livemuziek verwacht.’ ‘Nee, dat heb ik duidelijk tegen Paquita gezegd, señora. Mijn ervaring met een praatprogramma is dat het geluid van een slechte kwaliteit is. Maar als u dat per se wilt, dan haal ik mijn trombone.’

‘Daar is geen tijd voor.’ Amalia is al op de rand van een zenuwinzinking. ‘Eliza, we zijn alle drie buitenlanders’, probeert ze. Maar deze dame wilt daar niks van weten. Edoch ik wel, want ik heb hier natuurlijk met een Cubaanse deserteur te maken, die gevlucht is voor het bewind en louter in het buitenland woont omwille van de dollars! ‘Fiél me quitó t’o, pero aquí etoy’, Fidel heeft me alles afgenomen, maar hier ben ik! ‘Ik ben nieuwsgierig. Waar komt u vandaan?’ Oh, dat had ik niet mogen vragen. ‘Hoezo?’ ‘Nou, uw abrupte manier van optreden is totaal niet Puerto Ricaans! Die zijn juist heel volgzaam,’ zeg ik: ‘Ik ben schrijfster!’ verklaar ik mijn interesse.

San Juan. Foto @ Bryan Chang
‘Ik kom uit Venezuela.’ Mijn hart springt op: ‘Eeeeeecht? Ik ben mijn carrière begonnen bij een Venezolaanse band in Keulen. En nu ben ik in de eindfase van mijn nieuwe cd met Eric Figueroa als produ…’ Terwijl ze een preek afsteekt, komt er toch een stroom negativiteit binnen in mijn zonnevlecht. Als ze klaar is zeg ik: ‘Luister, señora het maakt míj niet uit of ik in uw programma kom.’… Ze valt even stil en zegt dan inene: ‘U bent wel ad rem.’ Ik geef haar mijn kaartje. ‘Bezoekt u vanavond eens rustig mijn website en geniet van de muziek die ik heb opgenomen. Dat zal u goed doen!’ ‘Jullie wilden toch iets anders?’ slaakt Amilia: ‘Nou , deze vrouw heeft een verhaal!’ ‘Daar is geen tijd voor.’ ‘Prima, geen probleem,’ en zo voelt het ook, sinds ik de Wet van de Minste Weerstand onder de knie heb: ‘Vamos.’ En mijn lippen produceren al het parrandaliedje ‘Vamonos, vamonos, Vamonos, que la fiesta se acabó’. (We gaan, we gaan. Want het feest is afgelopen!)
Het is sterker dan mezelf! Als ze de deur achter zich sluit, schiet ik in de lach en pak Amalia bij de arm! ‘En uit!… En laat los, de Wet van Detachment!’ ‘Als er een ding mis gaat, dan gaat ineens van alles mis,’ zucht ze. ‘Haaaa, dat is dadelijk weg. Dat zijn louter je emoties, die je gedachten bepalen. En voor je er erg in hebt, ook nog je handelingen ook. Maar geloof me, deze vrouw heeft zoveel negatieve vibraties. Echt, ik voel ze nog! Hier!’ en druk op mijn maag. ‘Sinds ik zoveel mediteer, komt alles wham, ongefilterd binnen!’ Mijn vader zaliger zou zo iemand ‘een sjlechte kuit’ genoemd hebben (een bijna niet te vertalen gezegde van Zwaantjeshof dat neerkomt op ‘carnaille, loeder’). En ik zou hem daar ook nog volledig gelijk in hebben gegeven. Echter, een van de Zeven Spirituele Wetten is de Wet van het Oordelen. En oh,oh, oh, hoe vaak ik die vanwege mijn dna niet overtreed?
‘Dat is te gek voor woorden!’ zegt Paquita kwaad en verbaasd als ik haar een uurtje later aan de lijn heb. Ik lach alleen maar: ‘Maak je niet gek, Paqui. Het wordt vast en zeker een prachtig gebeuren!’ En dat is het! Zaterdagmiddag ben ik om 2 uur in de Botanische Tuin, die onderdeel uitmaakt van de Universiteit van Puerto Rico. Wat is dit toch een Hof van Eden, zo midden in de metropolitan era. Ik stop bij het wachtershuisje: ‘Waar is het San Sebastián evenement? Ik moet hier spelen met Son de Pandero.’ ‘Die auto’s volgen,’zegt hij. En ik bedenk hoe vol vertrouwen ik toch moet zijn om een stel onbekenden achterna te rijden op een 114 ha groot terrein. Ik begin al Puerto Ricaans te worden, een volgeling, iemand die vertrouwt.
Het feestterrein herken ik. Op dit podium heb ik in juni 2009 de eindvoorstelling van het zomerkamp gegeven met de kinderen. Overal kraampjes met artesanos, de vaklieden, houtsneewerk, borduursels, planten. ‘Heeft u ook Oloë Vera?’ vraag ik de verkoper terwijl ik een klein soort agave plantje zie. ‘Nee, helaas niet.’ Mijn lip is opvallend snel hersteld van herpes vorige week dinsdag. Mijn goede vriendin Myra, de directora van de meiden salsaband had me in augustus een paar stukjes Aloë Vera meegenomen. ‘Doe dat op je lip en het is zo over!’ Myra’s oma praat met geesten. Dus dat zijn háár genen. Niks werkte toen, noch de peperdure Amerikaanse antikoortslipcreme, noch de aloë vera. Uit de Dosha-quiz bleek dat ik een pitta type ben (al dat vuur wat eruit kan knallen..) Dus ik had nu nog één stengel sávila in de diepvries. Snij een stukje stengel overdwars, en dep de slijmerige binnenkant op mijn lip. Daar komt de Spaanse naam vandaan: sávila: slijm. En binnen 48 uur was ik genezen! Eerste wonder! Dat moest ook wel want afgelopen donderdag had ik Pablo beloofd mee te spelen met een plenaband tijdens de opening van de ‘Sanse’ in de Calle San Sebastián in Oud San Juan.
Opwinding alweer! Rond het middaguur, op weg naar mijn meditatieplek op het strand om de hoek, loop ik zowat tegen mijn Venezolaanse collega Miguel Padrón uit Amsterdam aan! ‘Hoe weet jij waar ik woon?’ Ik wist nog maar net dat hij op het eiland was. Hij had geen telefoon, niks. Tweede wonder! Natuurlijk neem ik hem mee naar Viejo San Juan. En de dag erna naar mijn maatje René, die een muziekwinkel heeft en reparateur is. Miguel koopt drie campanas. En René brengt de schuif van mijn trombone weer in alignment voor een kopje koffie van Subways, de schat. Ging het met mijn geest maar zo snel om die in alignment te krijgen met het universum. Terwijl ik een dag later, over het glooiende gazon omhoog klim, hoor ik een jongetje zingen. Wat een stem! En dat vibrato ook. Niet te geloven! Icoon Danny Rivera treedt op met de finalisten van Idols Kids. Ja, zie je wel!

 Telefoon. Pablo: ‘We komen eraan.’ Puerto Ricanen bellen altijd wanneer ze vertrekken. Dan dat ze onderweg zijn, en dan ‘We zijn er!’ Stap drie laat vijftien minuten op zich wachten, totdat ik mijn collega’s de heuvel op zie klimmen. Ik begroet hun met een omhelzing: ‘Ik moet zelf de optredens regelen om jullie weer te zien!’ Grote glimlachen vallen mij ten deel. ‘May, ik wil je voorstellen aan Luis, onze zanger van vandaag’, zegt Pablo terwijl hij me voorgaat naar de tenten waar je kunt eten. ‘Maestra’, zegt een Amerikaans-dikke man en maakt een buiging: ‘Een eer om met u te spelen.’ Ik glimlach: ‘Nououou, dank je wel!’ Het verbaast me elke keer weer als collega’s ‘maestra’ tegen me zeggen. Maar dat komt omdat je hier twee soorten musici hebt: de musici en de muzikanten.

Suikerrietkappers in Rio Piedras. Foto @ Library of Congress
De eerste groep is veelal daarin opgeleid en full time met muziek bezig. De tweede groep heeft een compleet andere levensbeschouwing, flexibiliteit nul en ook een andere progressie, geen eigenlijk. Ja, of in Caribisch tempo…laaaaangzaam. ‘Jij zegt me welke nummers we spelen, he?’ vraag ik. Dat gaat bij plena allemaal uit het hoofd. En als je pech hebt ook nog in de meest exotische toonsoorten. Gelukkig heb ik die de dag ervoor nog even uitgezocht met een zingende Pablo aan de andere kant van de telefoon, en ik achter het keyboard. Luis bekijkt mijn repertoirelijstje. ‘Ja, dat heb ik ook,’ zegt hij glimlachend: ‘We gaan gewoon naast elkaar staan.’ En dan moet jij eens opletten! Ik hoor Amalia’s stem die ons aankondigt voor een paar honderd man publiek. En wat voor publiek! ‘Ik kom uit Nederland, helemaal aan de andere kant van de Oceaan. En daar weten ze niet eens wat plena is. Ze kunnen het al helemáál niet dansen,’ zeg ik door de microfoon, terwijl ik over mijn benen struikel. ‘Waaaaaaa…’, die kinderen meteen. ‘Dus jullie moeten mij dat voor doen, he?’
Meteen vliegen een paar van die apekoppen naar me toe. Luis is een ware entertainer. Iedereen zingt de liedjes mee. Een jongetje van een jaar of zeven danst naast me. Elke beweging die ik maak, en dan vooral ook in mijn gezicht wordt meteen opgemerkt. Af en toe grijp ik eens onverwacht naar achteren. En dan springt hij lachend opzij. ‘Mijn moeder komt uit Mayaguëz en mijn vader uit Santurce’, vervolgt Luis: ‘De plena uit Mayaguëz is een stuk langzamer. En die gaat zo.’ Die kinderen hoef je maar iets voor te doen en ze apen het meteen na. Ach, ook de volwassenen zingen ook harder, als we hun daarom vragen. Het uur vliegt om. We nemen dankbaar het applaus in ontvangst en ik klap voor ons publiek. Hartverwarmend.  ‘Luis, je bent geweldig! Absoluut een vakman,’ roep ik naar onze zanger. Luis glimlacht bescheiden: ‘Ik geef ook workshops over bomba en plena.’ ‘Ahaaaa, zie je wel! Hoe jij die kinderen inpakt!’

Kan net even Amalia bij d’r lurven grijpen. ‘Hoelaat morgen, Amalia? Ook drie uur?’ ‘Nee, jullie kunnen dan tussen het publiek lopen. Vier uur is goed.’ ‘Prima.’ ‘Muchachos, morgen vier uur.’ Sprint naar Paquita. ‘Querida, betaal je me morgen het optreden van vandaag en morgen?’ Weet niet eens of mijn vraag wel tot haar doordringt. Want Paquita is net zoals ik, maar dan de Latijnse uitvoering: snel en overal tegelijk aanwezig, maar fulltime bezig haar vrouwelijke charmes tot het maximale uit te buiten. Ze kijkt even moeilijk. ‘Ik zie die jongens niet meer, dus neem dat geld morgen mee.’ ‘Is goed.’ Ik zeg het ook nog tegen Amalia. ‘Herinner jij Paquita daar nog even aan? Want die heeft zoveel aan d’r kop.’ ‘Oh, ja, is goed.’

‘s Avonds schrijf ik haar toch even een sms. Puur intuïtief. Met een tweede erachter aan. ‘Heb je genoeg bewaking naast je om met zoveel geld op pad te zijn?’ Krijg ik een paar minuten later een geschrokken Paquita aan de lijn, die meent dat de dagprijs het totale bedrag van twee dagen is! ‘Nooooo, mi amorrrrr. Dat heb ik je toch in mei gezegd! Het staat ook in onze email!’ En ze schiet meteen in haar oude patroon: ‘Aaaaaaaaay, Maeeeee! Ja, het is natuurlijk ook niet veel, maar kunnen we niet iets regelen?’ en klaag, klaag. Ondertussen krijg ik een steek in mijn hart en denk aan de Antilliaanse gangster die me helemaal niet betaald heeft, drie jaar geleden na een optreden in zijn inmiddels falliete zaak in Heel. Ik heb toen al mijn musici uit eigen zak betaald. De schatten wilden maar 70%.
[vervolg, klik hier]
[uit Caribe Magazine, 26 januari 2013]

Kerstmarathon: lechon, pitorro en parranda (3 en slot)

door May Peters

De ene dag de energieroute fietsen en de andere dag mediteren en zwemmen in de Oceaan, naast een Trombone studie schema van drie uur, afgewisseld met essays en boeken over meditatie, reiniging, in contact komen met het universum. Enfin, de gebruiksaanwijzing voor een boerendochter, met veel te veel studies en veel te veel rijbewijzen voor een Caribisch eiland, die geconverteerd wordt in een artiest, een medium met het universum (wat alom aanwezig is, met hun brujería en geesten!). Om elke nacht te gaan slapen met de coquitjes en de Atlantische Oceaan op de achtergrond. Om elke ochtend wakker te worden en de golven te horen, de pitirre ( een soort Puerto Ricaanse lijster) ara’s of zelfs een enkele keer een trupiaal is een zegening, ja. Puerto Rico, de natuur, de mensen en hun cultuur is een klimaat waarin ik boven mezelf uitstijg. Dus, ik kan deze beproeving wel aan met salseros die er de grootste lol in hebben als ik hun onder de tafel drink…

Via San Lorenzo rijden we Gurabo in. Hier waren een eeuw geleden allemaal tabaksplantages. Edgardo heeft zijn alarmlichten aangezet, als teken dat hij gevolgd wordt. Dan moet ik dat ook eigenlijk doen, maar ik verrek dat. Die Puerto Ricanen met hun wild-westregels. Staan in geen enkel theorieboek, maar die hebben ze gewoon zelf verzonnen. Dus je schrikt je vaak helemaal te pletter als je zulke alarmlichten voor je ziet opduiken. Totdat ik erachter kwam dat ze zo in colonne rijden, in plaats van een licht aan.

Als hij afslaat bij een tankstation schrik ik weer, met zijn beide knipperlichten aan. Dat hart van mij heeft veel te verduren hier. ‘Even wachten op de bassist.’ Goed. ‘Zeg, loopt jouw motor warm?’ vraagt Victor. ‘Maak me niet gek! Ik heb net de ventilator laten maken.’ ‘Hij lekt koelvloeistof.’ En meteen staan er vier mannen om mijn auto. Ik trek de voorklep open. ‘Wat heerlijk eigenlijk!’ zeg ik, terwijl ik koelvloeistof en water uit mijn kofferbak haal – mij krijg je niet meer gek na tien jaar Puerto Rico. ‘Start even de motor.’
Elwin, mijn collega trombonist, allang blij dat ie indruk kan maken. Dat lukt hem op trombone helemaal niet. Want hij speelt namelijk voor geen meter! Misschien dertig jaar geleden, toen hij tijdens de gloriejaren met de grote namen gespeeld. Maar nu is hij onverschillig, gefrustreerd, en vooral ook erg lui. ‘Ik werk’, zegt ie als excuus om niet te studeren. Hij draait de dop open van de koelvloeistoftank. Ik denk steeds dat zo’n ding ontploft omdat de motor heet is. Nee, ben je gek. Alle beschermregisters gaan nu open bij mijn mannen. Hier is een vrouw in nood, die moet geholpen worden. Ik geef Elwin de fles water, die hij meteen leeg schenkt. ‘Hij heeft dorst!’ ‘Ja, hij lijkt op de eigenaresse’, zeg ik. ‘Haal even water voor haar.’ Yosi pakt de fles over en loopt met zijn kruk, die heeft hij alleen heeft opdat hij een uitkering kan krijgen, naar een kraan om mij van nieuw water te voorzien. ‘Waarom koop je ook geen Toyota of een Nissan?’ ‘Victorrr!!! Hoe vaak moet ik je nu vertellen dat ik in Puerto Rico ben voor de salsa en de Amerikaanse auto’s! Weet je mijn Lincoln Town Car nog? Mijn monteur Rafi kennen ze nu in Nederland, want die kwam elke 20 bladzijden voor in mijn boek.’
‘Nee, dit is een goede auto, die Chevrolet uit ’98,’ zegt Elwin. ‘Zie je wel! Het punt is, ik had gewoon LTS motorvoertuigen moeten studeren in plaats van drie HBO-opleidingen te doen! Ik schijn zoveel credits te hebben dat ze niet eens in het Puerto Ricaanse systeem van het Departament van Onderwijs passen!’ Hilariteit alom.’ ‘We gaan dat lekje even in de gaten houden,’ zegt Victor. En ik voel me heel veilig. Wat is dat lang geleden dat er voor mij gezorgd werd! Ik bén en ik leef te zelfstandig, merk ik.
De feestlocatie ziet er gezellig uit. Een waanzinnig uitzicht op de heuvels, zo aan het eind van de straat. Aaah,daar is de congero ook. ‘Daar woon ik,’wijst hij. Word even later ook aan zijn vrouw voorgesteld. Dat is altijd heel erg belangrijk voor Puerto Ricanen,dat je meteen hun hele familie leert kennen. Allemaal klein grut, maar we kunnen rustig opbouwen. Ik zie alleen maar kleine poete die achter kabels blijven hangen etc.  De pianist/muzikaal leider is er nog niet. Wel Bianca, onze zangeres. ‘Mijn vader en moeder, mijn dochtertje.’ Ik glimlach. Dit is een typisch Puerto Ricaans gezin. En ik denk aan het gedicht van Fernando Fortunato Vizcarrondo ¿Y tu abuela ,¿ dónde está? En jouw oma, waar is die? Bianca is namelijk een mooie mulata, koffie kleur en een grote bos zwarte krullen. Haar moeder is een Guaynabo type (blank; Amsterdam Zuid) met stijl blond haar en haar vader ziet er uit als een slager uit de Pijp.
Nadat we onze standaards en trombones hebben uitgepakt, checken Victor en ik toch even de bar achter ons. ‘Dit ziet er mooi uit,’zeg ik, en pak een dunne fles met reepjes ananas erin. ‘Slokje?’ Cuidado, pas op’, zegt Victor totaal overbodig. Elwin heeft inmiddels een sigaret op gestoken  en neemt een Coors Light. Ik moet d’r niks van hebben , dat Amerikaanse flauwe bier. De echtgenoot van de congero vraagt me vriendelijk: ‘Kan ik je bedienen? Wil je eten?’ ‘Nou, wat heerlijk! ik heb mijn aperitief nog niet EENS op.’ Dat geeft niet.’ Ondertussen moet ik toch even ingrijpen, want wat er nu door die luidspreker komt. ‘Waar is de deejay?’ ‘Die hebben we niet.”Ja, dat hoor ik!!!  Zeg, ik ben niet die hele Oceaan overgekomen voor die reggeatóntroep.’ Er wordt zelfs nog braaf naar me geluisterd, want even later hoor ik Hector Lavoe, el cantante de los cantantes. Ja, die slavernij heeft er toch een gehoorzaam volk van gemaakt. Ik steek een duim omhoog. Edgardo komt naar me toe: ‘May, ik heb iets fijns voor je.’ En dan dien je dus te volgen… Dat stiekeme ook altijd!. Ik moet daar wel om lachen (ook nog een erfenis van de slavernij). We steken de straat over naar een waanzinnige rode Lincoln pick-up. De deur wordt geopend door de vader van Bianca: ‘En confianza’ In vertrouwen. Nou, ja een glas heb ik al (een plastic bekertje is dat hier!), dus ‘schenk in.’ ‘de coco y piña’. Ik neem een slok van de pitorro. ‘Wauuuuuwwww. ¡Sabroso, papá!’  Edgar slaat met zijn rechterhand op zijn knie. Ik ben waarschijnlijk de enige in Puerto Rico ( laat staan vrouw) die zo reageert op een slokje rum. Heb het nog niet goed en wel achter de kiezen en ik krijg mijn kerstdiner aangereikt op een slap plastic bordje. Inderdaad , rijst met gandules, lechón en een pastasalade. ‘Wil je een biertje?’vraagt Edgardo. ‘aaaah, rustig’, zeg ik. ‘Haal haar een biertje’, zegt Yosi. En Edgardo verdwijnt om bier voor me te halen. Hoe kom ik van mijn imago af?! Als toetje is er tembleque, een soort cocoscustard. Naast het podium eet ik de tembleque. Nu maak ik altijd gebaren en geluid van verrukking als ik iets goddelijks eet. Mmmmm. ‘Vind je dat lekker? Ik vind dat ook lekker!’hoor ik beneden. Ik kijk links naast me en zie een kleine Puerto Ricaanse Barbypop met Bamby ogen. ‘Aaaay, sí mi amor’, enik  hurk neer. ‘Hoe heet je?’ ‘Isabel Delgado Ortíz.’ ‘En hoe oud ben je?’ ‘Drie’. Ik moet zo lachen. Over sociale vaardigheden gesproken. ‘Wacht, ik maak een foto van je.’ Maar Isabel heeft zo haar eigen ideeën en vliegt naar de schommel. Ik loop nog eens naar die pickup truck en kijk omhoog. De hemel is bezaaid met sterren en de maan ligt op zijn rug toe te kijken. Edgardo gebaart druk aan de telefoon. Inmiddels zijn we nu toch al zo’n paar uur hier en de pianist is er nog steeds niet. En het valt me op hoe ik vooruit gegaan ben. Ik kan nu rustig IN HET moment zijn. ‘Heeft Richie een andere schnabbel?’ vraag ik Edgardo. ‘Nee, hij zit nu op de 30.’ ‘Heeft ie ook gezegd welke kant uit?’  ‘Nog een slokje?’ Waarom niet, als digestief.’

 

‘Hij heeft problemen met zijn vrouw’, zegt Victor. ‘Je moet me toch eens uitleggen Victor, waarom zeggen Puerto Ricanen nooit de waarheid? Waarom zeggen ze niet gewoon: We hadden ruzie. Ik vertrek nu van huis.’ ‘Ja, dat is waar! Wij zeggen nooit de waarheid. We zeggen altijd: ‘Ik ben om de hoek’, en dan moet je nog thuis vertrekken.’ ‘Weet je waarom?’geef ik mezelf maar antwoord én Victor: ‘Dat is nog het kolonisatiespook. Hier heerst nog zoveel angst, angst om je baan kwijt te raken, je vrouw, je identiteit. Alles!!! En dan ráák je het ook nog kwijt. De schaamte van Puerto Ricanen..en dan die invloed van die gringos, dat oppervlakkige , materialistische. Nou kijk eens naar boven. Dit is toch onbetaalbaar!’ Victor knikt. ‘Salud.’.  ‘Zeg, als wij een cuatro hebben (de karakteristieke Puerto Ricaanse gitaar, die vooral veel in música campesina/jíbara van het land en met Kerst gespeeld wordt) dan kunnen we toch zonder piano spelen?’ roep ik naar Edgardo en de cuatrospeler.  Hij heeft net staan opscheppen hoeveel jaar hij in hotels heeft gespeeld , zes dagen per week. Maar hij is er mee opgehouden want ze hebben hem al drie maanden niet betaald. Tenminste dat zei ie!  ‘Of heb je geen partijen?’ bedenk ik ineens. Nee, heeft ie inderdaad niet. Hij versiert gewoon overal waar de piano hem de ruimte geeft. Een jongen haalt net de morcilla, de bloedworst uit de pan. Snijdt die in stukjes, biedt er mij een aan, en ik verbrand mijn poten. Maar het is wel weer nostalgie, deze bloedworst van rijst , die alleen met Kerst gegeten wordt.

 En zo, na een onbepaalde tijd (in het universum bestaat geen tijd) verschijnt de pianist. Hij ziet bleekjes onze mulatto. Helemaal gestresst. Ik weet nou niet of dat door de reis komt of door zijn huwelijk. In ieder geval word ik weer met beide benen stevig op de grond gesmeten als we de eerste maten inzetten. Verrek, ja! Ik was het helemaal vergeten! Ze kussen je hand, ze controleren je koelvloeistof, halen water voor de auto, bier en pitorro voor jou. Maar miljaar wat een tosteron vliegt er hier weer de lucht in en hard! Maar goed, ik train elke dag! Ben in topvorm! Willen jullie hard, krijgen jullie fortissimmo. Dan doe ik nu gewoon even een pure fitness training! Edgardo glundert. Er is geen sprake van een trombone sectie. Nee, dit is oorlog. Elwin raakt van tien noten de helft met zijn zwarte longen, maar sluit wel elk stuk af met een noot in het trompetregister boven mij uit. Waarmee hij elke beroepsethiek schendt. En ach, Victor is oké. Die studeert ook nooit, maar hij kent me achttien jaar en respecteert me. Hij zit me tenminste niet in de weg. Goh, daar het gaat om in de muziek én in hte leven zelf! Ik blijf het trouwens een raar fenomeen vinden. Een man : prima, twee mannen: lachen, drie ook nog, maar zodra het meer op een elftal gaat lijken, dan wordt het enene een stel wilden. Ik ga meteen naar de bassist en roep in zijn oor of ie wat zachter kan. Heb ten slotte maar twee oren, en daar ben ik heel zuinig op. Verse berglucht gaat zo mijn longen in, dus kom maar op met die salsa gorda, salsa dura; harde vette salsa. Volgende nummer ‘Mujeres como tú… ja, vrouwen zoals ik ja’, zeg ik veelbetekend tegen Elwin. Ik zie hem een paar keer bier halen voor hem en Victor. Zie je wel. ‘Zeg wat zijn dat hier voor stiekeme fratsen? En ik dan ? Waar blijft dat caballero- gedrag?’ Zo, hup om die oren!!! Een beetje een pact spannen, terwijl ik hier de leadtrombonist ben. Ik heb hem tuk en hij bestelt meteen een biertje voor mij.  Verder is het harstikke leuk. En we zijn inderdaad met Hector Lavoe’s Todo tiene su final, aan ons einde. Edgardo roept me en betaalt me: ‘Je speelde helemaal te gek nu! Zo heb ik je nog nooit gehoord.’ ‘ ‘Dat is leuk, Edgardo dank je! Als ik de ruimte krijg dan kan ik ook spelen. Ik ben zo gevoelig! Die machos vibes zitten altijd meteen in mijn aura’ ‘Ik bel jou in het vervolg altijd.’ ‘Reken op mij.’ en begeef me naar het volgende feest , 15 kilometer terug richting San Juan.
Jeannette belt me meteen terug na mijn sms. ‘We komen je halen! Weet je de MC Donalds in Cupey?”Querida Jeanette, de MC Donalds is het meest waardeloze referentiepunt in Puerto Rico, want op elke grote straat heb je er op zijn minst drie!
Ik bel je als ik in Cupey ben.’
Een groot voordeel van al die meditaties is dat mijn intuïtie heel erg scherp is nu. Eigenlijk gewoon een Tom Tom! Dus het is ook helemaal niet verwonderlijk als ik na een half uurtje en een telefoongesprek van een kwartier met onbekende aangeschoten mensen inderdaad bij die Mc Donalds sta op de hoek van 199 en de 176 ( dat is dan weer mijn informatie) Puerto Ricanen kijken helemaal niet naar nummers, noch op huizen, afritten of snelwegen.

 Jeannette is er zo in haar USV. Vriendin sprint even naar binnen. ‘Oh, je gaat zo lachen met al die dronken jíbaros’, zegt ze en reikt me een heupflesje aan. : ‘Chinchaíto (Vorig jaar voor mijn theaterconcert ging ik naar de licorstore om een fles chinchaíto te kopen voor onze wederzijdse vriendin die toen gastzangeres was. Dat bestaat niet! zei de verkoper toen lachend. ‘ Het is en mix van anis en rum. 1 op 1’.    ‘Salud! Heerlijk! Ik verheug me erop!’ Mariella komt naar buiten met een zakje slappe friet en biedt mij een aan. Ik maak een kruis met mijn wijsvingers. ‘Mi amorrrrrrrr, waarom eet je toch zulke troep?”Ja, waar krijg je nog wat te eten om deze tijd? Ik had nog niet gegeten!’ ‘Ken jij niet de verrukkingen van het koken? Hoe oud ben? ’21’ ‘De jeugd’, verzucht ik tegen Jeannete. ‘En dat terwijl je hier een waanzinnige kok hebt staan!’ en wijs op Jeannette: ‘We schelen 22 jaar.’ ‘Tijd is een uitvinding van de mens,’ zegt Mariela. Die opmerking raakt me. Ik ben me sinds de cd opnamen zo bewust geworden  van het feit dat alles uitkomt wat je wilt. Je wilt dat alleen altijd binnen een bepaalde tijd! En dat is juist het geheim! Het gebeurt wanneer de tijd daar is. We vertrekken monte adentro, de berg in. Om uit te komen bij een chinchorro, een golfplatendak café. Op deze straat geen stoep, maar zand, bomen, struiken. Waar zit ik hier? ‘Wat ik je zei : ‘campo’ : platteland.’ roept Jeannette. Naast de open bar is een overdekte open ruimte waar een gitarist zit, een bassist, een vrouw een microfoon in de hand heeft die het nog doet ook en een man met een (Domincaanse) guïra. Geen conga of bongo meer. Maar het swingt wel. Dus ik pak meteen mijn trombone uit. Nou, ja, en in welke energieën ik dan allemaal beland! Wel ja, de meest moeilijke toonsoort voor een trombonist B ( nog net geen Fis. Dat heb ik ook al meegemaakt met ‘gitaristen’ hier). Maar goed, alles in het kader met powertraining en verbinding met het universum en niet met de muzikant naast me… Dat is ook nieuw voor mij. (Ik zoemde altijd in op mijn collega, maar dat is niet altijd wijs hier.Gevoelig als ik ben!) Mensen helemaal gek. Een man met een snor boven een ingevallen mond ‘Wat drinkt u?’ Dat ‘u’ ook! Een andere man met een verschrikkelijk slecht gebit pakt mijn hand, kust die ‘U bent een artiest!’ En maakt een buiging. Hij heeft er natuurlijk geen idee van dat ik 30 jaar fulltime bezig ben om ‘artiest’ te zijn…Laat staan dat hij beseft wat je daar allemaal voor moet doen!! De zangeres zet een nummer in, maar de gitarist, quasie virtuoos pielend, heeft geen idee van toonhoogte. Laat staan dat hij in een andere toonsoort speelt die bij de omvang van haar stem past. Ik kijk naar de bassist. ‘Ja, alweer in B.’ BIj het volgende nummer, waarbij de stembanden van de vrouw bijna uitgerekt lijken te worden, besluit ik toch in te grijpen ter bescherming van de gezondheid en sla af. Ik speel hem de noten voor. Een heel gezoek voor de arme ziel. ‘Kens se het neet venje?’ ‘Ja, zeg het hem in het Nederlands!’roept er al iemand. ‘ Of in het Duits’, roep ik terug. Ik sta dus daarna een minuut lang Duits, Limburgs en Nederlands met de man te praten, net zoals ik dat met de honden hier doe. Dat soort communicatie gaat tenslotte om energie. De gitarist heeft er zelf ook reuze schik in. En hoewel hij even het goede akkoord had en ik met mijn reactie alsof ik net een glas Pitorro achterover had geslagen: Eeeeeeeeso es, sabrrrrrrrrooooooso, papá’, hij wist niet meer waar…

 

Jeannette wordt uitvoerig bedankt door de microfoon dat ze zo’n ‘artista’ als mij heeft uitgenodigd. En ik lig alleen maar in een deuk. Gracias. Uiteindelijk zijn ze nu toch allemaal kapot en houdt het feest op. Terwijl ik met mijn trombone en Mariella naar hun auto loopt, komt Jeannette met drie Medallas aan. Ik schud mijn hoofd nog om al dit spektakel! ‘Wat ontzettend leuk dat je me gebeld hebt. Geweldig, die gasten!!! Maar vertel me, hoe kwam je er op om mij te bellen?’ ‘Hier Mariela is een ontzettende fan van je.’ Ik kijk verbaasd! Mariela is zo’n Puerto Ricaans popje, die ik inderdaad wel vaker gezien heb tijdens onze concerten met Ivania. Maar verder onopvallend. ‘JIj speelt zo met je hart’, zegt ze met grote ogen: ‘Als ik jou hoor spelen, heb ik contact met je ziel.’ Ik sta perplex!!! He? Alles waar ik zo aan gewerkt heb al decennia, zo voor studeer, en dat zegt dit kind van 21 tegen me. ‘Man, ik train elke dag. Mediteer een uur.”Oh, wat heerlijk. Ja, dat moet ik ook weer doen.’ Ik val van de ene verbazing in de andere. ‘Ik wil een kerstfeest geven vrijdag. En jij moet er zeker bij zijn! Ik ga Ivania ook vragen.’  ‘Wat leuk, maar doe dat dan op donderdag bv, want vrijdag en zaterdag spelen we.’ Oh, prima’.
 Een pickup truc stopt op weg:’ Dames, ga hier weg, want het is niet veilig,’  zegt de kroegbaas. Jeannete wilt braaf doen wat de man zegt. ‘Zeg, ben je gek! Hier is helemaal niks aan de hand’, zeg ik: ‘Dit is weer zo’n staaltje machismo. Die wil alleen weer controle hebben op drie vrouwen. Wat een onzin! Onveilig!’ ‘ Ja, dat voel ik ook niet. Jij ook niet dus’, zegt Mariela, en we drinken rustig ons biertje op onder de bamboe. ‘Dat is leuk. Dan organiseer ik het feest donderdag.’ ‘Fijn, zal ik dan 2 flan de coco maken?’ bied ik aan. ‘Jaaaa.’  ‘Ik zie daar de hele tijd iets bewegen in die hoek bij dat afval,’ fluister ik. ‘Of dat een rat is. Ik ben nog niet zover met mijn meditatie gevorderd dat ik nu al echte geesten zie…’ ‘Oooh, op mijn dertiende kreeg ik bezoek van mijn eerste engel,’ zegt Mariela voor de vuist weg. Ik ben flabbergasted en stap hoofdschuddend in mijn Cavalier Sports. Het is niet de uitwerking van de pitorro, noch het bier en niet de opwinding over al dat onverwachte wat ik weer meegemaakt heb vandaag. Het is de de connectie met de Puerto Ricanen die ik zo voel, de harmonie en mijn liefde en passie die ik eindeloos kan delen, in alle toonaarden! Een waar kerstgevoel eigenlijk…
Ik wens alle lezers een ontzettend fijne kerst!
Un abrazo navideño vanuit San Juan – Puerto Rico. 
  • RSS
  • Facebook
  • Twitter