blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Pattynama Pamela

Gouden tijden, zwarte bladzijden

Op vrijdagavond 15 maart vindt het Boekenbal  plaats, de aftrap van de Nederlandse Boekenweek 2013, die dit jaar in het teken staat van contrasten. Het verleden van de Lage Landen kent roemrijke periodes, maar evenzovele schaduwkanten. Het is een geschiedenis van heldendaden en verraad, van glorieuze gebeurtenissen en van rampspoed. In de literatuur zijn de verschillende kanten van de geschiedenis veelvuldig terug te vinden. Drie bijzonder hoogleraren van het departement Neerlandistiek van de Universiteit van Amsterdam komen deze avond aan het woord over dit thema. Zij spreken over de ambiguïteit in de literatuur uit Indië, het Caraibisch gebied en Zuid-Afrika in tijden van slavernij.
Pamela Pattynama, Ena Jansen, Michiel van Kempen

Foto Sanne Landvreugd

‘Ek, Philida van die Caab. Ek wat slaaf was. Ek wat mens is. Ek wat eintlik alles is.’ Vertellers in Zuid-Afrikaanse slavernijromans.
Prof. dr. Ena Jansen (bijzonder hoogleraar Zuid-Afrikaanse letterkunde)
 
‘Laat uw bannanen zwarter roosten/ten teken dat gij niet zijt te troosten!’ Literatuur in tijden van slavernij.
Prof. dr. Michiel van Kempen (bijzonder hoogleraar West-Indische letteren)
 
Slavin of oermoeder? De figuur van de njai in de Indisch-Nederlandse literatuur.
Prof. dr. Pamela Pattynama (bijzonder hoogleraar Koloniale en postkoloniale literatuur- en cultuurgeschiedenis).
Datum en locatie: donderdag 14 maart om 20.00 uur in SPUI25, Spui 25, Amsterdam
Aanmelden is verplicht en kan via www.spui25.nl
Graag tot ziens op 7 maart.

30 mei 2012 – Nederlands Buitengaats

Rond 1900 geloofde de Amsterdamse hoogleraar Nederlandse taal en letterkunde, Jan te Winkel, nog in het bestaan van Nederlands als wereldtaal: “Ooit had Nederland de kans gehad om een rol van betekenis te spelen in Noord-Amerika – in de tijd dat New York nog Nieuw Amsterdam heette -, maar die kans hebben wij verspeeld. De Nederlandse bezittingen in Amerika waren overgenomen door de Engelsen en in de Verenigde Staten was Engels de voertaal geworden. Maar in 1899 bood de geschiedenis een herkansing. Als in Zuid-Afrika de Boeren de Engelsen zouden verslaan – en dankzij onzee hulp en vooral door de onuitputtelijke moed van de Boeren zag het daarnaar uit – betekende dat de geboorte van een nieuwe wereldstaat in wording. Zoals eens de Verenigde Staten van Noord-Amerika zich met geweld hadden losgemaakt van Engeland, zo zouden uit deze oorlog de Verenigde Staten van Zuid-Afrika geboren worden en zich ontwikkelen ‘tot een even machtig wereldrijk […] als de Vereenigde Staten van Noord-Amerika in de negentiende eeuw zijn geworden.’ En voor geen volk, vervolgde Te Winkel, had deze gebeurtenis meer betekenis dan voor het onze. Het was de laatste kans ‘om onze taal tot eene wereldtaal, onze letterkunde tot eene wereldlitteratuur te maken.’De geschiedenis heeft Te Winkel geen gelijk gegeven, maar de sporen van het wereldrijk dat Nederland ooit geweest is, zijn tot de dag van vandaag zichtbaar. De Nederlandse koloniale expansie die in de zeventiende eeuw is begonnen, heeft een literaire en taalkundige erfenis nagelaten, waar lange tijd te weinig naar is omgekeken. Op de themamiddag ‘Nederlands Buitengaats’ spreekt Michiel van Kempen over de literatuur van de Caraïben en Suriname, Anna Pytlowany over het Nederlands op Ceylon en Pamela Pattynama over de Indische Letteren. Cefas van Rossem gaat in op de studie van het Negerhollands, een taal die zich ontwikkelde in een voormalige Deense kolonie, de US Virgin Islands. Olf Praamstra spreekt tenslotte over een vergeten koloniale literatuur: de Nederlandse literatuur van Zuid-Afrika.

Alle belangstellenden worden van harte uitgenodigd de middag bij te wonen.

Namens de Commissie voor Taal- en Letterkunde van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde: Marijke Mooijaart, Jan Noordegraaf, Olf Praamstra

Programma

13.00 uur Ontvangst

13.30 uur Opening en inleiding door de voorzitter van de Commissie, Jan Noordegraaf

13.45-14.15 uur Michiel van Kempen (Universiteit van Amsterdam)
‘West-Indische letteren: de literatuur van de Caraïben en Suriname’

14.15-14.45 uur Anna Pytlowany (Universiteit van Amsterdam)
‘Commerce, God and language: a linguistic history of the ‘battle for souls’ in Dutch colonial Ceylon’

14.45-15.15 uur Pamela Pattynama (Universiteit van Amsterdam)
‘Nostalgie bij Bloem: Indisch-Nederlandse literatuur en film’

15.15-15.45 uur Pauze

15.45-16.15 uur Cefas van Rossem (Radboud Universiteit Nijmegen)
“Flies in Amber’. De woordenlijsten van Frank Nelson, een ontbrekende schakel in de geschiedenis van het Negerhollands’

16.15-16.45 uur Olf Praamstra (Universiteit Leiden)
‘De Muze van de Kaap’, de Nederlandse literatuur van Zuid-Afrika

Uitloop/discussie
17.00-18.00 uur: borrel

Organisatie: Commissie voor Taal- en Letterkunde van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden.
Locatie: Lipsiusgebouw, Universiteit Leiden, Letterenfaculteit, zaal 227, Cleveringaplaats 1 (tegenover de Universiteitsbibliotheek).
NB: anders dan andere jaren is de bijeenkomst niet in de Universiteitsbibliotheek.
Graag aanmelden vóór 16 mei bij j.noordegraaf@vu.nl.

Is het postkolonialisme dood?

‘Het postkolonialisme is dood’, verklaarde de Leuvense hoogleraar Theo D’haen in zijn eerste lezing op het colloquium (Post)koloniaal nieuws, dat op vrijdag 28 oktober j.l. werd gehouden in het Amsterdamse politiek-cultureel centrum Spui25, ter gelegenheid van het eerste lustrum van de leerstoel West-Indische Letteren. Maar zijn collega’s weerspraken die opvatting met verve: Ieme van der Poel (UvA) over sprak over de verwerking van postkoloniale stereotypen in de Franse exotische iconografie en Franstalige strips. Ena Jansen (VU/UvA) bekeek de verwerking van het slavernijverleden in een nog uit te komen roman van de grote Zuid-Afrikaanse schrijver André Brink. Wim Rutgers (Universiteit van Curaçao) keek naar de nieuwe Masters Literatuur en schoolboeken op de voormalige Antillen. Pamela Pattynama (UvA) analyseerde de film Ver Van Familie van Marion Bloem als document van Indische herinnering. En leerstoelhouder Michiel van Kempen besprak trans-atlantische invloeden op de canon van de West aan de hand van werk van Albert Helman en Clark Accord. De zaal zat vol en kreeg op de door prof. Marita Mathijsen geopende middag, een fraaie staalkaart getoond van hoe de literatuurwetenschap tegenwoordig omgaat met de cultuur van voormalige koloniën. Is het postkolonialisme dood? Discussie wordt vervolgd. Een foto-impressie.

Theo D’haen


Ieme van der Poel

 

Ena Jansen

 

Wim Rutgers

 

Pamela Pattynama

 

Michiel van Kempen

 

Een deel van het publiek

Colloquium (Post)koloniaal nieuws

Op 28 oktober 2011 wordt in politiek-cultureel centrum Spui25 een colloquium georganiseerd bij gelegenheid van 5 jaar bijzonder leerstoel West-Indische Letteren aan de Universiteit van Amsterdam. Deze leerstoel, in 2006 ingesteld door de Stichting Instituut ter Bevordering van de Surinamistiek, wordt bezet door Michiel van Kempen (foto rechts) en is onlangs door het College van Bestuur van de UvA voor een nieuwe periode herbevestigd. Nederlandse, Vlaamse en Antilliaanse hoogleraren in de postkoloniale literatuurstudie geven tijdens het colloquium korte inleidingen uit de wetenschapspraktijk over de recente stand in de postkoloniale literatuurstudie.

Programma

14.30-15.00 inloop

15.00-15.10 Opening door Marita Mathijsen, voorzitter van het curatorium van de leerstoel; welkomstwoord Michiel van Kempen

15.10-15.35 Rosemarie Buikema (UU) – (Titel wordt nog bekendgemaakt)

15.35-16.00 Theo D’haen (KUL) – Het einde van het postkolonialisme?

16.00-16.25 Ieme van der Poel (UvA) – De kat van de rabbijn: koloniale nostalgie of strategisch oriëntalisme?

16.25-16.40 Pauze

16.40-17.05 Ena Jansen (VU/UvA; foto rechts, samen met Adriaan van Dis) – Zuid-Afrikaanse slavernijromans en identiteitskwesties in post-apartheid Zuid-Afrika

17.05-17.30 Wim Rutgers (UC) – Meer gelijk dan eigen; vergelijking in onderwijs en onderzoek

17.30-17.55 Pamela Pattynama (UvA; foto rechts) – Indo nostalgie

17.55-18.20 Michiel van Kempen (UvA) – Hoe de Caraïbische literaire canon trans-atlantisch wordt beïnvloed

18.20-19.00 Borrel

Locatie: Spui25, aan het Spui in Amsterdam
Graag vooraf aanmelden bij Spui25, via deze link

Onderste twee foto’s: @ Michiel van Kempen

The 2011 Berkeley Conference in Dutch Literature

International Conference on Colonial and Post-Colonial Connections in Dutch Literature

September 15-17, 2011

University of California, Berkeley

Dutch literature is more than just literature about a tiny piece of land at the estuary of the Rhine. From the Caribbean to Southern Africa, from Southeast Asia to Western Europe, the Dutch language forms a common bond in a literature that was and is deeply marked by intercultural connections. In recent decades, considerable attention has been given to Dutch colonial and post-colonial literature, but the importance of intercultural connections within the Dutch colonial network has been neglected. What were the cultural and literary networks between Batavia, Galle, Nagasaki, and the Cape Colony? How did the slave trade connect authors in Willemstad and Paramaribo with Gorée and Elmina at the African West Coast? How did Jewish communities link Recife in Dutch Brazil to New Amsterdam on the American East Coast? And how did Amsterdam, Leiden or The Hague function as intellectual intermediaries between the Netherlands and its colonies?

This pluricentric perspective on Dutch literature remains relevant in modern times. After the colonial era ended, the Dutch language continued to produce literature that fostered intellectual bonds between the Caribbean, Southeast Asia, South Africa, and Western Europe. These intercontinental contacts were even intensified and grew in diversity when, three centuries after the first Dutchmen ventured out into the wide world, the world came to the Netherlands. Inhabitants of the former colonies first, followed by immigrants and refugees, transformed the Dutch literary landscape to the point that an international perspective on Dutch literature has become a necessity.

Organizing Committee

Jeroen Dewulf | University of California, Berkeley

• Michiel van Kempen | Amsterdam University, the Netherlands

• Olf Praamstra | Leiden University, the Netherlands

• Siegfried Huigen | Stellenbosch University, South Africa

Conference Program

Thursday, Sept. 15:

2-3pm: Meeting at the lobby of the Berkeley City Club Hotel. Guided tour on the UC Berkeley campus by Jeroen Dewulf, Queen Beatrix Professor.

3-5pm: Guided visit to the UC Berkeley Doe Library by James H. Spohrer, Librarian for Berkeley’s Germanic Collections, followed by a visit to the UC Berkeley Bancroft Library, where a selection of Berkeley’s rare books collection dealing with the Dutch colonial expansion will be presented by Anthony Bliss, Berkeley’s Rare Books and Literary Manuscripts Curator.

5-6pm: Coffee break at the Free Speech Café.

6-7pm: Introductory lecture by Dutch-Aruban author Giselle Ecury Steps in History, Paces in Personal Lives: A Post-Colonial Family History from Aruba at the Institute of European Studies. Introduction by Michiel van Kempen (University of Amsterdam).

Friday, Sept. 16:

Faculty Club, Seaborg Room.

9-9.30am: Inauguration of the conference by Jeroen Dewulf (University of California, Berkeley): Colonial and Post-Colonial Connections in Dutch Literature.

Presentations Section 1. Chair Michiel van Kempen.

9.30-10am: Danny L. Noorlander (Georgetown University, Washington D.C.). The Reformed Churches of the Netherlands and the Regulation of Religious Literature in the Seventeenth-Century Dutch Atlantic World.

10-10.30am: Barry Stiefel (College of Charleston/Clemson University, SC). A Press of Many Tongues: The Globalization of Dutch Jewish Literature during the Seventeenth and Eighteenth Centuries.

10.30-11am: Coffee Break.

Presentations Section 2. Chair Olf Praamstra.

11-11.30am: Manjusha Kuruppath (Leiden University, the Netherlands). When Vondel Looked Eastwards: A Study of Representation and Information Transfer in Joost van den Vondel’s “Zungchin” (1667).

11.30-12pm: Jacqueline Bel (Free University of Amsterdam, the Netherlands). Nationalism and Postcolonial Literature from the Dutch colonies in the Netherlands: Noto Soeroto, Albert Helman, Anton de Kom, and Cola Debrot.

12-2pm: Lunch

Presentations Section 3.

2-2.30pm: Wilma Scheffers (The Hague, the Netherlands). Everything Starts with Knowledge: A Voice of Humanity in Colonial Times. W.R. van Hoëvell 1812-1879.

2.30-3pm: Rudolf Mrázek (University of Michigan). Beneath Literature? Imprisonment, Universal Humanism, and (Post)Colonial Mimesis. The Internment Camp Boven Digoel in New Guinea.

3-3.30pm: Coffee Break.

Presentations Section 4. Chair Siegfried Huigen (Stellenbosch University, South Africa).

3.30-4pm: Michiel van Kempen (University of Amsterdam). Complexities of canonization in former colonies.

4-4.30pm: Olf Praamstra (Leiden University, the Netherlands). A World of Her Own, the Eurasian Way of Living and the Balance Between East and West in Maria Dermoût’s Novel “The Ten Thousand Things”.

4.30-5pm: Pamela Pattynama (University of Amsterdam, the Netherlands). A Transnational Perspective on Marion Bloem’s Indo-Dutch Narratives.

Special evening program in the Berkeley City Club – Drawing Room – offered by the Netherlands America University League in California.

7.30pm: Welcoming by Em. Queen Beatrix Professor Johan Snapper (University of California, Berkeley).

7.45pm: Introduction to the speaker by Queen Beatrix Professor Jeroen Dewulf (University of California, Berkeley).

8-9pm: Keynote lecture by Dutch author Adriaan van Dis: Squeezed between Rice and Potato: Personal Reflections on a Dutch (Post-)Colonial Youth.

9–10pm: Wine and Cheese Reception.

Saturday, Sept. 17

Faculty Club Seaborg Room

Presentations Section 5. Chair Olf Praamstra.

9-9.30am: Christine Levecq (Kettering University Flint, MI). The Cultural Hybridity of the Dutch-Ghanaian Minister Jacobus Capitein.

9.30-10am: Adéle Nel and Phil van Schalkwyk (North-West University, South Africa). The Early Cape Colony: Karel Schoeman and/on Relationality.

10-10.30am: Luc Renders (University of Hasselt, Belgium). Better Than the Original: Christianity in Afrikaans Literary Texts by Colored and Black South African Authors.

10.30-11am: Coffee Break

Presentations Section 6. Chair Michiel van Kempen.

11-11.30am: Ena Jansen (Free University of Amsterdam, the Netherlands). Similar Pasts Remembered: South African and Dutch Caribbean Slavery Novels.

11.30-12pm: Siegfried Huigen (Stellenbosch University, South Africa). New Batavians and Orientalist Philology: Historiography in François Valentyn’s “Oud en Nieuw Oost-Indiën” (1724-6).

12-12.30pm: Lodewijk Wagenaar (University of Amsterdam, the Netherlands). A Theatrical Reflection of Colonial Relations in Dutch Ceylon: The 18th-Century Reports on the Annual Apparition of Cinnamon Peelers with the Dutch Governor in Colombo.

12.30-2.30p: Lunch

Presentations Section 7. Chair Siegfried Huigen.

2.30-3pm: Britt Dams (Ghent University, Belgium). Writing to Comprehend: The Role of Intertextuality in Johannes de Laet’s “Iaerlyck Verhael” on Dutch-Brazil.

3-3.30pm: Paul Hollanders (University of Amsterdam, the Netherlands). ‘Animus Revertendi’ versus ‘Animus Manendi’. The Will to Return versus the Will to Stay in Dutch Colonial Literature Applied to Colonists in Late 18th Century Surinam.

3.30-4pm: Hilde Neus (Paramaribo, College of Education). From Belle van Zuylen to Gertrude Stein, building modern literature.

4-4.30pm: Coffee Break

Presentations Section 8. Chair Jeroen Dewulf.

4.30-5pm: Florencia Cornet (University of South Carolina). 21st Century Curaçaoan Women Writers: Re-visiting, De-stabilizing and (Re) imagining the Kurasoleña.

5-5.30pm: Nicole Saffold Maskiell (Cornell University, NY). Bequeathing Bondage: Slave Networks in the Dutch Atlantic.

6-7.30: International premiere of the film on the life of the Dutch-Surinamese writer Edgar Cairo: ‘I Will Die for Your Head’ by Cindy Kerseborn. Introduction by Michiel van Kempen and Cindy Kerseborn. Room Dwinelle 142.

7.30-9pm: Wine and Cheese Reception offered by the Dutch Consulate in San Francisco. Room Dwinelle 370.

Any information, please contact jdewulf@berkeley.edu

Herinneringen aan Indië

Op donderdag 7 april a.s. vindt de Bijzondere Lezing Postkoloniaal Indië: geleende herinneringen en collectief geheugen plaats door prof. dr. Pamela Pattynama.

In postkoloniaal Nederland is Indië een ‘plaats van herinnering’ geworden die steeds opnieuw blijkt te fascineren en te emotioneren. Indië is diep in de textuur van het nationale geheugen ingeweven. Al vanaf de 17e eeuw tot aan de dag van vandaag zijn verhalen over Indië populair. De ex-kolonie roept herinneringen op in Indische herinneringsgemeenschappen, maar ook bij mensen die nooit zelf onder de palmen hebben gewandeld. Al die Indië-beelden zijn vervuld van nostalgie, schaamte, nationale trots of een mengeling daarvan. In deze bijzondere lezing zal Pamela Pattynama ingaan op de dynamische beeldvorming rondom Indië zoals die tot uiting komt in publieke herinneringsdragers waaronder literatuur, amateurfilms, musicals, Pasar Malams, landschapskunst en strips.

Prof. dr. Pamela Pattynama is bijzonder hoogleraar koloniale en postkoloniale literatuur- en cultuurgeschiedenis, in het bijzonder Nederlands-Indië, vanwege de Stichting Indisch Herinneringscentrum Het Indisch Huis. Pamela Pattynama wordt ingeleid door haar collega Michiel van Kempen.

Datum: donderdag 7 april 2011
Toegang gratis
Tijd: 17.15 uur
Plaats: Academisch Cultureel Centrum SPUI25, Spui 25, Amsterdam
Aanmelden voor deze Bijzondere Lezing is verplicht en kan via http://www.spui25.nl/

De periodieke pers in (post)koloniale samenlevingen

Op vrijdag 21 mei 2010 organiseert de redactie van TS. Tijdschrift voor Tijdschriftstudies in Utrecht een symposium over (post)koloniale kranten en tijdschriften. Uit recente publicaties over de Indische en Surinaamse pers is gebleken dat de journalistiek in de Nederlandse koloniën een heel eigen dynamiek en problematiek kende. Kranten en tijdschriften vormen niet alleen een belangrijke bron van informatie over de koloniale geschiedenis; het medium van de (post)koloniale periodieke pers vormt in zichzelf een belangwekkend onderzoeksobject. Tijdens het symposium worden lezingen over de Nederlandse koloniën afgewisseld met bijdragen over andere (met name Franstalige) gebieden.

Programma:

* 9.30 uur: Registratie en welkom

* Sessie 1 (10.00-11:15 uur)
Keynote: Angelie Sens (directeur Persmuseum): ‘Tijdschriften van onder de Kankantri en Klapperboom. De periodieke pers in Suriname en Nederlands-Indië/Indonesië.’
Désirée Schyns (Hogeschool Gent): ‘Geschiedenis voor een groot publiek. De Algerijnse onafhankelijkheidsoorlog (1954-1962) in Historia Magazine (1971-1974)’

* Sessie 2 (11.30-12:30 uur)
Adrienne Zuiderweg (Universiteit van Amsterdam): ‘Nieuwsgaring in Batavia tijdens de VOC.’
Gerard Termorshuizen (KITLV): ‘”Indië is eigenlijk Europa geworden”; Over Indische kranten en tijdschriften (1900-1942).’

V.l.n.r. Pamela Pattynama, Inge Dharmowijono, Adrienne Zuiderweg

Lunchpauze

* Sessie 3 (13.30-14:45 uur)
Keynote: Ieme van der Poel (Universiteit van Amsterdam): ‘Op zoek naar 20.000 doden: de vergeten geschiedenis van de Congo-Océan (1921-1934) door de ogen van de Franse koloniale pers.’
Emmanuelle Radar (Universiteit Utrecht): ‘Louis Roubaud en Le Petit parisien: kritiek op het Franse kolonialisme begin jaren 1930.’

* Sessie 4 (15.00-16.00 uur)
Yasmina el Haddad (Universiteit van Amsterdam): ‘Het literaire tijdschrift Al-Môtamid: eenheid in verscheidenheid.’
Fouad Laroui (Universiteit van Amsterdam): ‘Souffles, een postkoloniaal tijdschrift met een grote blinde vlek.’

Plaats: Universiteit Utrecht, Drift 21, Sweelinckzaal.
Kosten voor deelname (i.v.m. lunch en koffie/thee) bedragen 10 euro, ter plaatse te betalen. Aanmelden kan tot 7 mei via redactie@tijdschriftstudies.nl.

‘n Indisch avondje in Amsterdam

door Lidewey van Noord

Op vrijdag 23 oktober ging Nederland Leest 2009 van start in de OBA. De openingsavond werd verzorgd door de Werkgroep Indische Letteren, aangezien dit jaar Oeroeg van Hella Haasse gratis wordt aangeboden aan de lezer. Hans van Velzen, directeur van de OBA, greep de gelegenheid aan om te laten zien dat ‘Amsterdam boordevol Indië is’. Op de website van de bibliotheek kan je nu zelfs een Indische fietstocht door Amsterdam vinden, die voert langs memorabele plekken die de koloniale herinnering aan het Amsterdamse VOC-verleden tot leven brengen.
.

Het was een Indisch avondje. Pamela Pattynama hield een lezing over Oeroeg (1948) en Sleuteloog (2002), waarin ze aantoonde hoe de vergelijking tussen beide werken niet alleen de ontwikkeling in het denken van Hella Haasse zelf aan het licht brengt, maar ook een metafoor vormt voor de publieke verwerking van een koloniaal verleden. De man van gas en licht van Nicolette Smabers werd gepresenteerd, waaruit blijkt dat Indië nog altijd een hedendaags onderwerp vormt. In de pauze was er spekkoek, Theodor Holman las op bevlogen wijze een brief van Tjalie Robinson voor, en daarna hield Wim Willems een lezing over deze Indo-voorvechter. De avond werd afgesloten met een discussie. Deze discussie werd geleid door Kester Freriks en en Sylvia Dornseiffer en droeg de titel “Ik hoor hier niet bij”, Indische stemmen in de literatuur. Kester Freriks lichtte de titelkeuze toe met de volgende zin: ‘Buitenstaanderschap is een wezenlijk kenmerk van de Indische literatuur.’ Zo verweet de nestor van de Indische literatuurwetenschap, Rob Nieuwenhuys, Hella Haasse bijvoorbeeld dat zij geen goed boek kon schrijven over de Indische samenleving, omdat ze blank was. ‘Voel jij je een buitenstaander binnen de Nederlandse literatuurwetenschap?’ vroeg Dornseiffer aan Pattynama. ‘Heb jij dat gevoel ook, dat je er niet bij hoort?’ Vol overtuiging – en hoorde ik daar lichte verontwaardiging in haar stem? – antwoordde Pattynama: ‘Ik hoor er wel bij! Indië is een belangrijke component van de Nederlandse cultuur en dus ook van de literatuur. Mulisch, Hermans en Reve hebben ook over Indië geschreven.’

De discussie over ‘erbij horen’ ging verder. Over de plek van de Indische literatuur binnen de Nederlandse literatuurgeschiedenis, en vooral het gebrek aan die plek. Over dat het niet mogelijk is in Nederland om tegelijkertijd Indo en Nederlander te zijn. Je moet ergens bijhoren, een keuze maken. Er werd een stukje vertoond uit de documentaire Ik ben een Indo ja, en zo wil ik leven die Ida Does maakte over Tjalie Robinson. In dat fragment kijkt Robinson vol verbazing naar de hoeveelheid spullen die Nederlanders in hun huis zetten: ‘Als ik ooit zo ga leven ben ik verloren.’ Misschien is die worsteling met de betekenis van identiteit wel het belangrijkste kenmerk van de Indische letteren. Een universeel en tijdloos thema overigens, want is dat ook niet waar het in hedendaagse migrantenliteratuur allemaal om draait?

Ik begon me wat ongemakkelijk te voelen, en ik keek eens om me heen. Ik telde nog vier andere blonde mensen in de zaal. Naast mij zaten de oprichters van de website http://www.indisch3.nl/, een weblog voor derdegeneratie Indische Nederlanders. Kennelijk zijn het vooral Indische mensen die de Indische letteren lezen, op zoek naar jeugdherinneringen, of de geschiedenis van ouders en grootouders. In mijn gedachten sprak de geest van Rob Nieuwenhuys mij streng toe: ‘Jij bent zo blank als Hella Haasse, hoe kan jij nou ooit iets goeds schrijven over de Indische letteren?’ Ik was een Nederlandse stem in de Indische literatuur. Ik hoorde er niet bij. En opeens vroeg ik me af: Willen de Indische letteren er eigenlijk wel bijhoren? Als alle Indische auteurs worden opgenomen in een volgende Nederlandse literatuurgeschiedenis, waar zal de discussie dan over gaan? Ik bleek een medestander te hebben in Nicolette Smabers, die heftig zei: ‘Uitzoeken in hoeverre mensen Indisch zijn is muggenzifterij. We kunnen het ook breder zien, de discussie kan over migratie gaan, ook nu zijn er kinderen die tussen twee culturen leven.’ Ik haalde opgelucht adem. Iemand durfde het te zeggen. Als je wilt dat de Indische letterkunde een prominentere rol gaat spelen binnen de Nederlandse literatuurbeschouwing, dan is het nodig om verder te kijken dan kwesties als ‘Hoe Indisch is deze auteur’ en ‘Waarom horen we er nog altijd niet bij’. Dan moet je het over de inhoud gaan hebben. Maar deze avond kreeg ik de indruk dat de Indische letteren zover nog niet zijn. De neiging om het unieke van de Indische literatuur te koesteren en te beschermen is te sterk. Zo noemde Pattynama de schrijfster Maria Dermoût een ‘verborgen juweel’, en daar voegde ze aan toe: ‘En ik weet soms niet of dat moet veranderen, of dat dat zo moet blijven.’ Duidelijker wordt het niet: de Indische letteren willen Indisch blijven, en lijken er nog niet aan toe te zijn om naast spekkoek ook bitterballen te serveren.

[overgenomen van de blogspot De Amsterdamse Lezing]

Indische Letteren door Indische ogen

Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet

Op vrijdag 12 september vindt in Leiden de Indische Letterendag plaats.

In ‘Een Indische jeugd of een jeugd in Indië’ (Indische Letteren maart 2009) gaat Ingrid Dümpel (foto rechts) in op het ontbreken van jeugdboeken waarin zij zich als Indisch kind kon herkennen. Ook stelt zij dat er Indische literatuur is die alleen door Indo’s geschreven, verteld en begrepen kan worden. Ingrid Dümpel vroeg de redactie van Indische Letteren om een Indische blik en Indische thema’s. Na een korte inleiding van Ingrid Dümpel gaan de sprekers op onderzoek in de vorm van gesproken columns van maximaal 10 minuten. Zij gaan hierover met elkaar en publiek in discussie onder leiding van Sylvia Dornseiffer. Omstreeks 15.00 uur presenteert Marion Bloem haar nieuwe roman Vervlochten grenzen. In de pauze is er gelegenheid het boek te kopen en te laten signeren.

Programma

14.00 uur

Ingrid Dümpel: Hoe het begon, een inleiding
Ricci Scheldwacht: Maar wij zijn Indisch! Op zoek naar blikken van herkenning in recente Indische literatuur en eigen ervaringen
Pamela Pattynama: Jouw verhalen zijn de mijne niet, of: lezen als een Indo
Edy Seriese: Het Pak van Sjaalman als attitude voor de benadering van het Indische
Marion Bloem : Vervlochten grenzen

Pauze

15.45 uur

Kirsten Vos: Mijn Indische vader. In hoeverre is het agressieve karakter van vaders die figureren in de boeken van Van Dis, Holman en Birney eigenlijk Indisch?

Gustaaf Peek: Faster than a speeding bullit. Een mens heeft zijn helden nodig. Maar de populaire verbeelding van helden is conservatief en eenzijdig. Westers. Peek leest en zoekt. Zal het hem lukken een Indische held te vinden.

Marjolein van Asdonck: Truth is stranger than fiction, over literatuur in Indische mensen en Indische mensen in literatuur
Alfred Birney: De Indische kampong uit!

17.00 uur Afsluiting

 

Album_van_de_Indische_poëzie

 

Over de sprekers:

Inge Dümpel is journaliste en verwerkt haar Indische achtergrond in kinderboeken, theater en programma’s. Zij is nauw betrokken bij de culturele programma’s van de TongTongFair. Ricci Scheldwacht (1965) is neerlandicus en journalist. Werkzaam geweest als redacteur en filmmedewerker bij HP/De Tijd. Speelt Theodor Holman in Familiefeest, gebaseerd op Holmans gelijknamige roman en acteert in Marion Bloems film Ver van familie. Pamela Pattynama is bijzonder hoogleraar koloniale literatuur-en cultuurgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Alfred Birney (1951) auteur van romans, korte verhalen, artikelen en columns. Zijn laatste boek Rivier de Lossie verscheen in mei 2009. Edy Seriese is literatuursocioloog en directeur van het Indische Wetenschappelijk Instituut. Kirsten Vos (1977) studeerde Media en Journalistiek, is communicatie-adviseur en blogger op Indisch 03. Gustaaf Peek (1975) is fotograaf , dichter en schrijver van de romans Armin (2006) en Dover (2008). Marjolein van Asdonck (1972) is hoofdredacteur van Moesson en bezorgde onlangs het journalistieke werk van Lilian Ducelle in Doe maar gewoon, dan doe je Indisch genoeg.

Datum: vrijdag 11 september 2009
Plaats: Universiteit Leiden, gebouw Lipsius, zaal 003
Cleveringaplaats 1 Leiden
Toegang: gratis.
Tijd: 14.00 uur – 17.00 uur

Edgar Cairo geëerd in Amsterdam

door Kirsten Dorrestijn

Op 5 september vond in de Openbare Bibliotheek Amsterdam een avond plaats rondom het leven en werk van Edgar Cairo (Paramaribo 1948 – Amsterdam 2000). Uit de grote opkomst bleek wel dat deze schrijver nog volop in de belangstelling staat. Ruim 200 toeschouwers zorgden voor een gevulde zaal. Muziek en videobeelden gecombineerd met voordracht en theaterspel gaven een goed beeld van de schrijver. ‘Cairo was zijn tijd ver vooruit.’

Edgar Cairo is slechts 52 jaar geworden, maar liet een groot oeuvre achter. Het typisch ‘Cairojaanse’ taalgebruik van zijn columns in de Volkskrant deed in de jaren ’70 en ’80 veel stof opwaaien. De mengelmoes van Surinaams-Nederlands doorspekt met eigen vondsten werd heftig bekritiseerd omdat veel Surinaamse lezers het geen correct taalgebruik vonden. Maar tijdens de Caraïbische avond werd vooral benadrukt dat Cairo daarin juist een voorloper was.

De avond opent met een indrukwekkende theatrale bewerking met fragmenten uit Cairo’s teksten, gemaakt door Surinamist Michiel van Kempen en gespeeld door acteur Felix Burleson. Cairo verdedigt zijn (fictieve) proefschrift tegenover vier hoogleraren, gespeeld door vier hoogleraren postkoloniale literatuur: behalve Van Kempen ook Ena Jansen, Pamela Pattynama (door Cairo uitgescholden voor ‘krastaya schuurmeid’) en Bert Paasman (‘u die in uw naam de gristelijkheid met zich meedraagt, uw hersentomtom kan die negerdinges nie vatten!’).

 

 

Lees verder door → hier te klikken
  • RSS
  • Facebook
  • Twitter