blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Palm Walter

Een andere kijk op Mijn zuster de negerin van Cola Debrot (1)

Cola Debrot. Portret door Nicolaas Porter

door Walter Palm

Inleiding
Jules de Palm vertelde me eens een kostelijke anekdote over Cola Debrot. Cola Debrot en hij moesten eens iemand met de auto afhalen bij het Centraal Station in Amsterdam. Cola Debrot zat achter het stuur en Jules de Palm naast hem. Aangekomen bij het Centraal Station parkeerde Cola Debrot de auto pardoes en pontificaal voor de uitgang van het Centraal Station, terwijl dat uitdrukkelijk verboden was. Prompt werd hij daarop aangesproken door een agent. Cola Debrot wees toen naar Jules de Palm  en zei tegen de agent “Ziet u die man die naast mij zit? Dat is een gevaarlijke gek. Van hem moet ik de auto hier parkeren”. Verbouwereerd droop de agent af.
Bij het herlezen van Mijn zuster de negerin met het oog op mijn presentatie over dit boek op 9 november 2013 bij de “Dutch Caribbean Book Club” moest ik erg denken aan deze anekdote, want bij herlezing trok tot mijn stomme verbazing de labiele geestestoestand van de hoofdpersoon mijn aandacht en niet zozeer de rassenrelaties waar deze novelle uit 1935 om bekend staat.

Onderstaand ga ik eerst in op de inhoud van dit boek en vervolgens op de door de auteur gekozen vorm.

  • Beknopte inhoud van Mijn zuster de negerin: “Een zuster gevonden, een minnares verloren”
De dertigjarige hoofdpersoon Frits Ruprecht is na een afwezigheid van veertien jaar terug op zijn geboorte-eiland om zijn erfenis af te wikkelen. Aangezien zijn ouders zijn overleden en hij geen broer of zus heeft is hij de enige erfgenaam. De erfenis bestaat uit een woonhuis in de stad, het bijbehorend koetshuis met daarin geparkeerd de oude Ford en de plantage Miraflores.

Maar er is ook een andere reden waarom hij is terug gekeerd. Hij heeft genoeg van Europa waar hij als zestienjarige naar toe was gegaan. Hij wil “bij een negerin leven” en hij haatte “in Europa de bleke gezichten met hun visachtige kilheid, hun gebrek aan broederlijke en zusterlijke sympathie”.

…bleke gezichten, met hun visachtige kilheid…


Reeds op het schip waarop hij aankomt, overhandigt de notaris hem de sleutels van de stadswoning, het koetshuis en de plantage Miraflores. Achter zijn rug wordt gefluisterd dat hij zijn vader al veel geld heeft gekost en dat het niet lang meer zal duren alvorens hij ook deze erfenis er doorheen zal jagen. Een  uitnodiging van de notaris om bij hem thuis een hapje te eten met zijn vrouw en hun dochter Tonia, slaat Frits Ruprecht beleefd maar resoluut af.
Als hij het schip verlaten heeft en hij alleen op de kade staat moet de eerste opwelling  van “niets dan heerlijkheid” de nodige plaats inruimen voor een bepaalde sombere en wordt hij overvallen door zelfmoordneigingen (“Frits werd tegelijk bevangen door het gevoel maar dadelijk hara-kiri te zullen plegen”). Hij weet de zelfmoordneigingen te bedwingen en hij wandelt van de kade  naar zijn stadswoning. Onderweg verbeeldt hij zich dat zijn nicht die zo’n hekel aan hem had, hem weer staat uit te lachen achter een van die opengeklapte jaloezielatten.
Bij de stadswoning aangekomen doet zijn ouderlijk huis hem denken aan een mausoleum. Hij durft niet naar binnen te gaan, want volgens zijn gevoel waren zijn ouders niet begraven op het kerkhof, maar lagen zijn ouders “in het dichte huis naast elkaar met de ogen wijd open gericht naar het plafond”.
Hij stapt in de oude Ford van zijn vader en rijdt niet naar het kerkhof om het graf van zijn ouders te bezoeken, maar gaat naar “Miraflores”. Op weg stopt hij bij zijn jeugdvriend Karel die inmiddels districtmeester is geworden. De aanvankelijke amicale sfeer van het gesprek slaat om als Karel opmerkt dat hij graag had gezien dat Frits een schim was gebleven en nu niet in levende lijve voor hem had gestaan met jaloezie opwekkende verhalen over Europa. Deze opmerking schiet Frits in het verkeerde keelgat. Hij breekt het gesprek abrupt af en beent boos weg. Hij stapt in de auto en rijdt weg.Als Frits vertrokken is, vraagt hij zich af of Karel inderdaad zo onvriendelijk was geweest of dat hij misschien woorden had gehoord die nooit zijn uitgesproken, want  behalve zelfmoordneigingen, heeft hij ook  hallucinaties.

Tegen zonsondergang komt hij aan in Miraflores. Rentmeester Wantsjo doet het hek voor hem open. De door slaven opgetrokken muren zijn “Krijtachtig wit, als een gil in de doorzichtig-groene avond”.
Aangekomen bij het landhuis schreide “diep in hem een oude, bijna dode stem” als hij denkt aan zijn moeder die vaak schommelde op het terras van het landhuis. Het gevoel dat hij nooit meer zijn moeder zou zien schommelen op het terras vervult hem van “een grote bijna misselijke leegheid”.

Hij loopt het landhuis binnen. Als hij de voormalige slaapkamer van zijn ouders binnen wil gaan “was het of iemand of iets met gloeiende ogen uit de duisternis een sprong naar hem terugmaakte, hem bij de schouders greep, hem in de oren gilde”. Doodsbleek slaat hij de deur van de slaapkamer dicht.“Miraflores” is voor Frits Ruprecht “a trip down memory lane”. Jeugdherinneringen dringen zich op. Hij ziet nog voor zich hoe hij vroeger ging jagen met Karel die hem nu zo vijandig bejegent en hoe zijn nicht met haar helderblauwe ogen en goudkleurige haren hem vaak uitlachte.

Maar vooral moet hij denken aan Maria, de kleindochter van de rentmeester, die samen met hem is opgegroeid en waarmee hij vaak op een bankje in de palmentuin zat te luisteren naar koerende duiven.

 

Hij heeft gehoord dat Maria nu onderwijzeres is in de stad en dat zijn vader  haar opleiding had bekostigd. Hij vindt dat verdacht want waarom zou zijn vader de studie van Maria betalen. “Wat den mens het meest verraadt, blijft nog steeds zijn eigen hart”, merkt hij op. Was zijn vader ook de vader van Maria en niet Theodoor zoals de officiële vader van Maria heet. Ondertussen lijkt hij in het schemerdonker een schim van Maria te zien in het huis, maar dat kan niet, want Maria is onderwijzeres en woont in de stad.

Voor alle zekerheid gaat hij in het achterhuis naar de voormalige slaapkamer van Maria. Tot zijn verbazing is zij daar. Zij is heel blij om hem te zien en zij is na veertien jaar een volwassen vrouw geworden. Maar net als zij intiem worden, klinkt er gerammel aan de voordeur. Frits gaat ontstemd naar de voordeur en treft daar Wantsjo aan. Boos laat hij hem niet uitpraten. “Op het ogenblik, dat hij de deur voor de neus van Wantsjo wilde dichtsmijten, hoorde hij een gillen even onwerkelijk als daarstraks toen hij de deur opende van zijn moeders slaapkamer: “Maria is de dochter van uw vader !!””  Na deze dramatische anticlimax blijft Frits onthutst en ontnuchterd  achter. En zo heeft hij een zuster gevonden, maar een minnares verloren.[vervolg klik hier]

Literaire Tertulia van Dutch Caribbean Book Club

Amateuristische lezing van Debrot door Walter Palm

Eerste druk 1935

door Henry Habibe

Op initiatief van Dutch Caribbean Book Club (DCBC) werd op 9 november 2013 in Den Haag voor de zoveelste keer aandacht besteed aan de bekende novelle Mijn zuster de negerin van Cola Debrot. Spreker, de heer Walter Palm, gaf daarvan wat hij zelf noemde ‘een andere visie’  dan de reeds bestaande. Hij deelde mee dat hij bij een herlezing van de novelle ‘tot zijn verrassing tot een andere kijk’ was gekomen, namelijk: ‘de labiele geestestoestand van de hoofdpersoon trok mijn aandacht en niet zozeer de rassenrelaties waar deze novelle uit 1935 om bekend staat’. Hierna volgde een samenvatting van het bewuste werk en kwam de spreker, na een vrij onsamenhangende uiteenzetting over wat hij als de ‘vorm’ beschouwde, tot de conclusie dat Mijn zuster de negerin een ‘magisch-realistische inslag’ heeft.
Opmerkelijk is dat het niet tot de spreker schijnt te zijn doorgedrongen dat het hier gaat om een raciaal thema (Négritude). De hoofdpersoon geeft – aldus Debrot – de voorkeur aan een negerin boven de blanke vrouw in Europa. Tegen het einde van het verhaal, nadat de hoofdpersoon een hele tijd gemijmerd heeft over het zwarte meisje uit zijn jeugd, voelde hij ‘onweerstaanbaar de drang in zich opkomen om naar de kamer van Maria [het negermeisje uit zijn jeugd] te gaan’. Debrot heeft dit thema op een hoogst eigen wijze behandeld.
Editie 1955
In plaats van de novelle aan een min of meer stilistische benadering te onderwerpen en zoveel mogelijk binnen een passende historische context, wijkt Palm daarvan af en gaat op zoek naar aspecten van psychologische aard (hallucinaties, zelfmoordneigingen) en  veronderstelt dat daarmee reeds van een ‘magisch-realistische inslag’ sprake is.  Hij gaat als volgt te werk. Nadat hij (aan het begin) als een tweede ‘reden’ had gegeven waarom de hoofdpersoon naar Curaçao teruggekeerd was, week hij af van het raciale thema en probeerde elders voorbeelden te vinden (dus uit andere werken) om daarmee de vermeende ‘magisch-realistische inslag’ van Mijn zuster de negerin te signaleren. Dit is wat ik een ‘extra-literaire vlucht’ zou willen noemen. De spreker verlaat immers de tekst, die hij zich voorgenomen had te bespreken. Zo verwijst hij naar een kort verhaal van Daphne du Maurier (‘Don’t look now’) omdat daarin sprake is van ‘het zien van een schim’. Meent hij misschien dat hij zodoende het Magisch Realisme reeds gedefinieerd heeft? Ook deelt hij mee dat het gedicht ‘Wie weet Malinda’ van Debrot ‘geen deel uitmaakt van de novelle’. Desalniettemin stelt hij (zonder het aan te tonen!) dat de ‘magisch-realistische sfeer’ uit dat gedicht ook in  de novelle aanwezig is.
Elfde druk
De spreker meende bovendien dat, aangezien Debrot bevriend was met de Nederlandse magisch-realistische schilder Carel Willink, zijn novelle ook elementen moet bevatten van het Magisch Realisme. Zonder deze literaire tendens te hebben gedefinieerd of minstens aan te geven wat hij daaronder verstaat, gaat hij over tot de volgende verkondiging: ‘Is Mijn zuster de negerin met zijn magisch-realistische inslag een voorloper van de magisch realistische roman, zoals die in de jaren zestig in de Latijns Amerikaanse literatuur doorbrak met Cien años de soledad van de Colombiaanse auteur Gabriel García Márquez?’ (Palm noemt ook La casa de los espíritus van Isabel Allende).
Uit Palms verhaal blijkt niet wat hij met ‘magisch realistische inslag’ bedoelde. De ene keer gaat hij bij Du Maurier te rade (wiens tekst uit 1971 dateert, terwijl die van Debrot uit 1935), een andere keer baseert hij zich op de ‘sfeer’ uit een heel andere tekst van Debrot, in de veronderstelling dat beide werken vanzelfsprekend dezelfde ‘sfeer’ moeten ademen. Het toppunt van deze ‘amateuristische’ benadering wordt aan het eind bereikt met de vrij groteske uitspraak: ‘García Márquez, maar ook (…) Isabel Allende (…) zouden niet opkijken van de passage in Mijn zuster de negerinwaarin Frits Ruprecht wordt besprongen door “iemand  of iets met gloeiende ogen” als hij in Miraflores de voormalige slaapkamer van zijn ouders binnen wil gaan’. Beide Latijns-Amerikaanse auteurs zouden – volgens mij – juist in lachen uitbarsten bij het constateren dat Ruprecht de schrik te pakken had (‘… Doodsbleek smeet hij [Ruprecht] de deur weer dicht. Het angstzweet brak hem uit…’). In de werken van García Márquez en Allende gaat het juist niet om het zich distanciëren van de ‘mysterieuze’ verschijnselen, maar om een ‘zich daarin onderdompelen’ om die op een min of meer indringende wijze te omschrijven. Dat gebeurt soms aan de hand van sterk hyperbolische elementen.
Derde druk
Fantastische verhalen hebben altijd bestaan. Het Magisch Realisme is echter een postmodernistische stroming in de schilderkunst, die zich ook in de literatuur manifesteerde en wel aan het eind van de jaren veertig met werken als El Reino de este mundo van de Cubaan Alejo Carpentier. Men denke daarbij ook aan werken als Kafka’s De Metamorfose. Mijn zuster de negerin willen beschouwen als een novelle met een ‘magisch realistische inslag’ is louter een wishfull thinking van de heer Palm.
Er kan gesteld worden dat deze bijeenkomst van de Dutch Caribbean Book Club geslaagd was. Alleen was er niet voldoende gelegenheid om te discussiëren. Vooral het gesproken ‘In memoriam Jules de Palm’ door de bekende Arubaanse pianist Alwin Toppenberg omvatte veel interessante informatie over de Curaçaose schrijver. De moderator, Darlène Westmaas, kweet zich goed van haar taak. Er heerste een heel ontspannen sfeer onder het publiek. Het succes was mede te danken aan de inspanningen van de actieve voorzitter van Dutch Caribbean Book Club, Magda Lacroes.

Film over Frank Martinus Arion ook in Den Haag te zien

https://webmail.uva.nl/owa/14.3.174.1/themes/resources/clear1x1.gif
Voor het eerst te zien in Den Haag: de documentaire Frank Martinus Arion: Yu di Kòrsou. Extra film in het programma van Friday Night Unlimited, vrijdag 17 januari, Theater aan het Spui Den Haag. 

Regisseur Cindy Kerseborn maakte een prachtige documentaire over Frank Martinus Arion (Curaçao, 1936), de grote dichter en schrijver van het Nederlands Caribisch gebied, o.a. bekend van de roman Dubbelspel. In de film ziet u behalve de schrijver onder anderen bekende Antillianen als Trudi Martinus-Guda, Omayra Leeflang, Igma van Putte-De Windt, Jos de Roo, Walter Palm en Francio Guadeloupe. De documentaire was de afsluiting van het project Hommage aan Frank Martinus Arion. Cindy Kerseborn maakte met Yu di Kòrsou het tweede deel van haar drieluik over Surinaams-Caribische Nederlandse schrijvers. Voor iedereen die Curaçao, het Papiaments en het werk van Arion kent of wil leren kennen, een absolute aanrader.

Francio Guadeloupe
Aanvang totale programma 20.00 uur.

 

Músika Curaçao in Landhuis Bloemhof

Klik voor groter formaat

Dr Miguel Goede over de toekomst van SIDS

Lezing dr. Miguel Goede over de toekomst van SIDS na 10-10-10
Miguel Goede

 

Vereniging Antilliaans Netwerk organiseert op vrijdag 15 november 2013 een lezing met de heer Dr. Miguel Goede met als titel: De toekomst van de Dutch Caribbean Small Island Developing States (SIDS) na 101010; kritische reflecties.
Tijdens de lezing wordt in gegaan op de specifieke situatie van alle zes eilanden van de voormalige Nederlandse Antillen. Aruba heeft net verkiezingen achter de rug en het IMF rapport ligt op tafel. Bonaire probeert haar draai te vinden. Het eiland is de ban van bestuurlijke schandalen en processen tegen politici. Curaçao is na 050513 in een existentiecrisis. Sint Maarten heeft net een aanwijzing gekregen op het gebied van goed bestuur. Saba en Sint Eustatius zijn stil. Wat is er daar aan de hand? Hoe gaat dit allemaal nu verder?
Dr Miguel Goede is wetenschapper, strateeg, auteur en managementconsultant. Zijn onderzoeksgebied is goed bestuur en duurzame ontwikkeling van globaliserende kleine eilanden (SIDS) in het Caribisch gebied (bron: www.miguelgoede.com)
Als moderator zal tijdens deze bijeenkomst optreden de heer Walter Palm, ere lid van de Vereniging Antilliaans Netwerk.
Datum: vrijdag 15 november 2013
Locatie: Amsterdam (VAN)
Aanvang: 20:00 uur. Inloop vanaf 19:30 uur
Entree: Leden gratis, niet leden 12,50 euro p.p., studenten 5 euro (op vertoon van collegekaart)
Vooruitbetalen via bankrekening 58.58.50.321, 10 euro p.p. t.n.v. Vereniging Antilliaans Netwerk

Literaire middag Dutch Caribbean Book Club

Dutch Caribbean Book Club nodigt u uit voor een literaire middag op zaterdag 9 november 2013 van 12.00 tot 16.00 uur in Theater De Vaillant Den Haag. Heeft u de roman Mijn zuster de negerin van Cola Debrot gelezen? En wilt u deelnemen aan een boeiende discussie waarbij Walter Palm als discussieleider zal optreden? Bezoek dan deze literaire middag.

1e druk van Mijn zuster de negerin (1935)
Ook het boek Bonaire, zout en koloniale geschiedenis van Boi Antoin en Cees Luckhardt komt aan de orde. Cees Luckhardt geeft een lezing hierover. We zullen tevens stilstaan bij het heengaan van Jules de Palm. Alwin Toppenberg zal een ‘in memoriam’ uitspreken. In november bestaat Dutch Caribbean Book Club 1 jaar. We blikken terug op onze activiteiten en kijken vooruit naar onze bijeenkomsten in 2014. Dansgroep Caribbean Dance Flamboyan zal acte de présence geven met dansstijlen als de Seú en de onvergetelijke Remailo.
Aanmelden: dutchcaribbeanbookclub@gmail.com
Toegang: € 5,00
Datum: zaterdag 9 november 2013 van 12.00 tot 16.00 uur
Locatie: Theater De Vaillant, Hobbemastraat 120, 2526 JS Den Haag
Routebeschrijving: http://www.devaillant.nl/over-het-theater/adres-en-openingstijden/item172 Parkeren: In de omgeving van Theater De Vaillant kunt u van 9.00-24.00 uur alleen tegen betaling parkeren. Pinnen of chippen.
Bezoek onze website: www.dutchcaribbeanbookclub.wordpress.com

 

Ramon Todd Dandaré gaf lezing

Den kibra di marduga – aurora di un lenga crioyo: Papiamento was de titel van de lezing die lezing die Ramon Todd Dandaré Mag. Ling. op 20 augustus in het Arubahuis in Den Haag hield. Een fotoimpressie van Nico van der Ven.

Het wordt allemaal genoteerd door Olga Orman (links)
Met Alwin Toppenberg en gevolmachtig minister Edwin Abath
V.l.n.r. Walter Palm, Edwin Abath, Mirto La Croes, Igma van Putte

Enthousiaste viering van de vrijheid in Den Haag

door Otti Thomas

Op verfrissende wijze besteedde ook de regeringsstad Den Haag afgelopen vrijdag aandacht aan de afschaffing van de slavernij, 150 jaar geleden. Samen met de Openbare Bibliotheek zorgde Guisella Starink-Martha voor een afwisselend programma, dat scherp contrasteerde met de doorgaans eenzijdige focus op problemen in de Tweede Kamer, een paar honderd meter verderop.
De bijdragen uit de wetenschap en literatuur, traditionele en moderne Caribische muziek, dans en beeldende kunst waren samengebracht onder de titel ‘Geluid van de Vrijheid’. “In mijn beleving gaat echte vrijheid gepaard met stilte. Iets wat vanzelfsprekend is heeft geen geluid nodig om het te ervaren”, zei Melvin Statia, directeur van het Curaçaohuis, in zijn openingswoord. Maar vrijheid is niet vanzelfsprekend en daarom is er soms wel geluid nodig om de waarde van vrijheid te benadrukken, zowel lichamelijke vrijheid als geestelijke. “Er moet nog veel worden gedaan voor die mentale vrijheid echt begrepen en beleefd wordt op de eilanden, maar ook in dit deel van het Koninkrijk”, zei hij.
Valika Smeulders
Statia noemde meer kennis over de geschiedenis een belangrijke stap voor die bewustwording, waarmee hij tevens de tweede spreker introduceerde. Valika Smeulders presenteerde de eerste resultaten van haar onderzoek naar de rol van Den Haag in de slavenhandel. Zoals bekend werd hier de basis gelegd voor de slavenhandel en werd besloten tot de afschaffing ervan. Maar het was ook de stad van de rechtszaken, waarin slaven hun vrijheid eisten. Den Haag had bovendien – net als Middelburg, Rotterdam en Amsterdam – inwoners die geld verdienden aan de slavenhandel, waaronder de beleidsmedewerkers van verschillende ministeries. “Er is Haagse welvaart gebouwd op de onvrijheid van de Afrikaanse slaaf-gemaakten. En de slaaf-gemaakten hebben zich altijd verzet, onder meer door de regels aan te vechten, hier in Den Haag. Het is een deel van de geschiedenis dat verder uitgediept moet worden om ervan te leren en inspiratie uit op te doen”, zei Smeulders.

Rotsen
Ook in de voordrachten en bijdragen die volgden werd teruggeblikt op het slavernij-verleden, inclusief enkele tambú-nummers en optredens van dansgroep Chi Ku Cha. Van Walter Palm was er zijn gedicht ‘De Driemaster met drie masten, Liberté, Egalité en Fraternité’, over de Franse revolutie die na enige vertraging ook Curaçao bereikte. Izaline Calister zong ‘Lamento di Mosa Nena’ over de liefdesgeschiedenis van slaaf Buchi Fil. Kunstenaar Nelson Carrilho verbeeldde de zware strijd voor de vrijheid met bronzen beelden van slaven op een weg vol vervaarlijke pinnen.
Izaline Calister. Foto @ Michiel van Kempen

 

Maar meer dan een pijnlijke terugblik, was ‘Geluid van de Vrijheid’ vooral een ode aan de Caribische cultuur, die onlosmakelijk met het verleden verbonden is. Het onverwacht hoge aantal van meer dan 250 bezoekers, waaronder Hagenaars die eigenlijk alleen naar de bibliotheek kwamen om een boek te lenen, kon genieten van de Curaçaose wals door muziekgroep Tipiko Den Haag. Carilho maakte speciaal voor de expositie een kopie van zijn beeld ‘Carriers from Far’, om hiermee aan te tonen dat mensen hun cultuur altijd met zich meedragen. En Palm liet de spin Nanzi een overwinning behalen op Koning Zon. De bezoekers hadden het zo naar hun zin dat Calister tot twee keer toe om een toegift werd gevraagd, hetgeen ze beloonde met haar luidkeels meegezongen hit ‘Wow’i Kariña’. Het programma liep daardoor wel uit, maar ook dat past bij de Caribische cultuur.

Kade
r
‘Geluid van de Vrijheid’ omvat verschillende activiteiten in de Openbare Bibliotheek van Den Haag. Tot en met 25 augustus worden er schilderijen en beelden geëxposeerd van Nelson Carrilho, Felix de Rooy, Helen Martina, Boy Namias de Crasto, Hector Ceferino Raphaela en Wilson Garcia. Op 3 augustus is er een literaire middag met gedichten, verhalen en rap, en op 18 augustus volgt een optreden van Nueva Tradición. Op zondag 25 augustus wordt het programma feestelijk afgesloten met tambú-muziek.
[uit Amigoe, 22 juli 2013]

 

Walter Palm – De Driemaster

Op een driemaster

met drie masten Liberté, Egalité en Fraternité
stak de Revolutie de Atlantische Oceaan over
(…)
reisde met volle zeilen richting Curaçao
Met Tula als kapitein en Karpata als stuurman
Maar het schip leed schipbreuk
zonk naar de bodem van de zee
en daar bleef het liggen,
tot het op 1 juli 1863 naar boven steeg,
statig de haven van Willemstad binnen schreed
en met gouden letters schreef:
‘De slavernij is voorbij
Ook hier heeft de Revolutie
gezegevierd.’
Een Zweedse driemaster tijdens Sail Amsterdam 2010. Foto @ Michiel van Kempen

 

Biografie Walter Palm
Walter Palm

 

Walter Palm is op Curaçao geboren op 21 januari 1951. De familie Palm staat op het eiland bekend als dé muziekfamilie. Jan Gerard Palm, de betovergrootvader van Walter Palm, was de grondlegger van de Curaçaose muziek.
Walter Palm groeide op in een artistiek milieu. Zijn aristocratische grootvader Jacobo Palm was een prominente componist en met de bekende Curaçaose schrijver Pierre Lauffer trok hij in zijn jongensjaren op. Vanaf zijn jeugd was zijn ambitie om het artistieke domein van de familie Palm dat beperkt was tot de muziek, uit te breiden met literatuur.
Op twintigjarige leeftijd debuteerde hij als dichter in het Antilliaanse literaire tijdschrift Watapana.
Walter Palm is een multilinguaal schrijver die zowel in het Nederlands, Engels als Papiaments schrijft. Naast gedichten heeft hij ook essays, toneelstukken en korte verhalen gepubliceerd.
In 2001 werd hij, mede voor zijn literaire werk, benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau. In 2005 werd hij als enige op Curaçao geboren dichter opgenomen in Spiegel van de moderne Nederlandse en Vlaamse dichtkunst (ISBN 90 5018 741 1; samenstellers Hans Warren en Mario Molegraaf; uitgeverij Balans in Amsterdam), de literaire eregalerij van Nederlandstalige dichters.

Balie-avond ter ere van schrijver Frank Martinus Arion

Arion: de man, de vrouw, de poëzie

Frank Martinus Arion draagt zijn – met de in 1974 Van der Hoogtprijs bekroonde boek – Dubbelspel op ‘Aan vrouwen met moed’. Dit thema wordt van verschillende kanten belicht en is onderwerp van een debat in De Balie, Amsterdam, vrijdag 12 april.

Frank Martinus Arion ca. 1972

Moedige vrouwen versus macho-mannen, liefde, Curaçao en zijn eilandgenoten spelen een belangrijke rol in het literaire werk van Arion, die een groot aantal boeken en gedichten schreef, waaronder Dubbelspel. Wordt het machogedrag van de mannen in stand gehouden door de vrouwen?

Omslag Duitse vertaling Dubbelspel.

Een literaire en culturele avond met debat, voordrachten van essays en gedichten door: Aart G. Broek, Giselle Ecury, Walter Palm, Igma van Putte, Wanda Reisel, Collin Schorea en Paulette Smit.
Met zang en muziek van Margi Martinus en de Tambú-Papia-spelers.
Gespreksleider: Arjan Peters (literair redacteur De Volkskrant)

Arion is ook de auteur van Papiamentstalige poëzie en het Papiamentstalige schotschrift Martein Lopap

.

Deze Arion-avond is het tweede deel van een drieluik over Caraïbische schrijvers die literair en politiek van betekenis zijn voor hun land van herkomst en hun land van aankomst. De eerste uit de serie was Edgar Cairo.

Vrijdag 12 april 2013: 20.00 uur De Balie Amsterdam een literaire- en culturele avond ter ere van schrijver Frank Martinus Arion (1936); georganiseerd door Stichting Cimaké Foundation i.s.m. De Balie en uitgeverij De Bezige Bij.

De Balie
Kleine-Gartmanplantsoen 10
1017 RR Amsterdam
Reserveren: www.debalie.nl
Of: Tel. 020- 55 35 100 (vanaf 16.30 uur)
Entree: €10 / met korting: €7,50

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter