blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Palm Walter

Hermelijn belicht racisme aan beide zijden van de oceaan

door Otti Thomas

Racisme in Nederland ligt ten grondslag aan de dood van een Curaçaose student in de roman Florinda’s tweede keus. Schrijver Jacques Hermelijn wordt echter ook geprezen voor zijn aandacht voor racisme op Curaçao. read on…

Opening Caraïbisch boekenseizoen in Podium Mozaïek

Woorden zijn (overzeese) oorden | Curaçao, Suriname en Nederlands-Indië in boeken

Zondag 5 oktober 2014, 15:00 uur in Podium Mozaïek, Amsterdam

Voor het vierde achtereenvolgende jaar presenteert Uitgeverij In de Knipscheer een gevarieerd programma met schrijvers, dichters en muzikanten n.a.v. nieuw verschenen boeken in Podium Mozaïek in Amsterdam. read on…

Nieuw leven voor vergeten composities

door Otti Thomas

Otrobanda was in de eerste helft van de vorige eeuw net zo levendig als nu. Die bevestiging komt niet uit een geschiedenisboek, een expositie met sepia foto’s of een herinnering van een familielid, maar van de wals Otrobanda, geschreven door Albert T. Palm. Met de compositie vol variatie en tempowisselingen, lijkt hij te vertellen over het dagelijks leven in de stadswijk: kinderen die kattenkwaad uithalen, mensen die iets drinken tijdens een verhitte discussie of iemand die gewoon rustig geniet van de middagzon. Gebeurtenissen die geen verband met elkaar houden, buiten het feit dat ze allemaal in Otrobanda plaatsvinden. De compositie eindigt bijna plechtig, als de laatste akkoorden van een volkslied voor een volkswijk. read on…

Woorden zijn (overzeese) oorden

Curaçao, Suriname en Nederlands-Indië in boeken 

Voor het vierde achtereenvolgende jaar presenteert Uitgeverij In de Knipscheer een gevarieerd programma met schrijvers, dichters en muzikanten n.a.v. nieuw verschenen boeken in Podium Mozaïek in Amsterdam. Nu op zondag 5 oktober 2014, om 15:00 uur.
Met/over o.a.: Barney Agerbeek, Diana Lebacs, Boeli van Leeuwen, Walter Palm, Ezra de Haan (Op zoek naar Michaël Slory). read on…

Literaire middag met Jacques Hermelijn

De Dutch Caribbean Book Club organiseert een literaire middag met Jacques Hermelijn waarbij ‘Florinda’s tweede keus wordt besproken, op zaterdag 27 september in de Centrale Bibliotheek Den Haag. read on…

Arubaanse intimiteit & vrolijkheid

Op zondag 14 september j.l. vond in het Arubahuis een literaire manifestatie plaats. Promovendi van de leerstoel Nederlands-Caraïbische Letteren van de Universiteit van Amsterdam (prof. Michiel van Kempen) gaven presentaties, terwijl de schrijvers Olga Orman, Giselle Ecury, Sonia Ruiz, Walter Palm en Charlotte Doornhein acte de présence gaven en voorlazen uit hun werk. Het publiek moest al vanaf de Laan van Meerdervoort aanschuiven, maar had de wachttijd graag over voor een prachtige culturele middag, die vlot aan elkaar werd gepraat door de Arubaanse literatuurdeskundige en hoogleraar prof. Wim Rutgers.Een fotoreportage van Michiel van Kempen. read on…

Nieuwe dichtbundel van Walter Palm: Serenade voor mijn Shéhérazade

Walter Palm in Arubahuis

 

De liefde voor en van zijn muze inspireerde Walter Palm tot gedichten die een liefdeswind hem met orkaankracht influisterde. De bundel vormt een ode aan zijn Shéhérazade. Net als de legendarische verhalenvertelster tracht de dichter zijn geliefde een jaar lang te boeien met een lofdicht voor iedere week. Zij heeft zijn ingeslapen bestaan met haar liefde weer tot leven gekust en hij, hij probeert haar blijvend te boeien met betoverende gedichten. Gloedvol, zoals soms de verhalen van Shéhérazade waren. read on…

Literaire middag in de Plantage in het teken van de Caribische letteren

Curaçao, Pontjesbrug. Foto @ Sanne Landvreugd
Op zaterdag 12 april is er een literaire middag in de Plantage, die in het teken van de Caribische letteren staat. Wanda Reisel en Walter Palm lezen niet alleen uit eigen werk voor, maar ook uit dat van Antilliaanse auteurs die zij bewonderen. Walter Palm reciteert onder meer zijn gedicht De mazurka en zal dat illustreren met CD-opnames van mazurka’s van (zijn grootvader) Jacobo Palm en (zijn betovergrootvader) Jan Gerard Palm. Ko van Geemert vertelt over zijn net verschenen literaire, culturele gids Dushi Willemstad.
Walter Palm
Daarna kunt u kijken naar een aflevering van Literaire ontmoetingen, een televisie-uitzending uit 1963. Hierin ontmoet Hans Gomperts schrijvers en schrijfsters van de Nederlandse Antillen.
Datum: zaterdag 12 april 2014
Tangosalon, Plantage Muidergracht 155, 14.30 uur.
Zaal open vanaf 14.00 uur. Toegang gratis voor leden van de Vrienden van de Plantage. Voor niet-leden  € 5.
De boeken van de aanwezige (en van andere) auteurs zullen deze middag te koop zijn.

Een andere kijk op Mijn zuster de negerin van Cola Debrot (3 en slot)

door Walter Palm
De tweede vraag is in hoeverre deze novelle autobiografisch is, want de hoofdpersoon Frits Ruprecht is op dezelfde dag geboren als de auteur Cola Debrot, namelijk op 4 mei 1902.
Zijn biograaf Jaap Oversteegen rept in de biografie Gemunt op wederkeer (1994) over Cola Debrot niet over een halfzus van Cola. Ook ontkende Cola Debrot dat hij ooit een halfzus heeft gehad. Als ik de biograaf van Cola Debrot en Cola Debrot zelf mag geloven, dan is Mijn zuster de negerin niet autobiografisch in de zin dat Cola Debrot een halfzus gehad heeft. Wel schrijft Jaap Overstegen dat Cola Debrot veelvuldig last had van depressies. Is Mijn zuster de negerin in die zin autobiografisch dat Cola Debrot net als Frits Ruprecht last had van depressies?
Een derde vraag is in hoeverre Mijn zuster de negerin nog actueel is. Deze novelle speelt zich af tegen de achtergrond van een etnisch gesegregeerde samenleving waarbij als erecode gold dat een vader de opleiding van zijn buitenechtelijk kind betaalde. De vraag is of Curaçao bijna tachtig jaar na het verschijnen van deze novelle nog steeds een etnisch gesegregeerde samenleving is. En de vervolgvraag is of deze erecode nog steeds actueel is.
Walter Palm (rechts), naast hem met open mond Gilbert Wawoe, en daarnaast Quito Nicolaas

Een andere kijk op Mijn zuster de negerin van Cola Debrot (2)

Landhuis Ascension, Curaçao

door Walter Palm

  • De vorm van Mijn zuster de negerin: een literaire thriller met  een magisch-realistische inslag
Mijn zuster de negerin is een spannende thriller met twee spanningslijnen.
Wat het spannend maakt is dat vanaf het begin van de novelle het onderscheid tussen feit en fictie wazig is. Stond de nicht van Frits Ruprecht nu echt achter de opengeklapte jaloezieën? Lagen zijn overleden ouders in het dichte huis naast elkaar met de ogen wijd open gericht naar het plafond? Was Karel nu echt zo vijandig tegen hem of had hij woorden gehoord die nooit uitgesproken waren?  Zweeft daar inderdaad de schim van Maria? Shakespeare zou zeggen “To be or not to be. That is the question”.

Wat het ook spannend maakt is dat Frits gaat twijfelen of Maria nu echt de dochter is van Theodoor zoals beweerd wordt. Hij vindt het verdacht dat zijn vader Alexander Ruprecht de opleiding van Maria heeft betaald. Dit is veelal een teken dat het zijn buitenechtelijk kind is.
Aan het slot van de novelle volgt de ontknoping. Nee, het is niet de schim van Maria die door het huis dwaalt. En ja, Maria is inderdaad de dochter van zijn vader, het is dus zijn halfzus.
Ook in de short story Don’t look now uit 1971 van de bekende thrillerschrijver Daphne du Maurier vervaagt de grens tussen realiteit en fictie. Deze short story gaat over een echtpaar dat een dochter verliest. In Venetië ontmoeten zij een helderziende die hen vertelt dat hun overleden dochter met hen in contact wil komen om hen te waarschuwen voor gevaar. Zij menen een schim te zien van hun dochter.
De in 1935 gepubliceerde Mijn zuster de negerin heeft een magisch realistische inslag in de zin dat het zich afspeelt op het grensvlak van werkelijkheid en ingebeelde werkelijkheid. De dubbelzinnige perspectieven van deze novelle versterken de magische suggestie.
De koetsier Pedritoe die de jongen Frits Ruprecht verhalen vertelt over “prinsessen die zingen in den hemel, over het spook dat als witte ezel verschijnt met een blauwe ster tussen zijn rechtopstaande oren” versterkt de magisch realistische sfeer in deze novelle.
Ook in een gedicht als “Wie weet Malinda” dat geen deel uitmaakt van Mijn zuster de negerin,  is de magisch realistische sfeer aanwezig. Dit gedicht van Cola Debrot is ontleend aan het verhaal van Ma Linda dat op Bonaire wordt verteld. In dit verhaal ontmoet een jongeman op een begrafenis een mooie jonge weduwe met een diabolische maar tegelijkertijd engelachtige glimlach. Zij nodigt hem uit om haar op haar plantage te bezoeken. Als hij besluit om op haar uitnodiging in te gaan, kan hij de plantage niet vinden. Als hij het zoeken opgeeft en naar huis terugkeert, blijkt hij een oude man geworden te zijn met grijze haren, een gerimpeld gezicht en een duistere oogopslag.
Cola Debrot geschilderd door Carel Willink

 

Een van de beste vrienden van Cola Debrot was Carel Willink. Hij was getuige bij het huwelijk van Cola Debrot met Estelle in mei 1936. Deze bekendste magisch realistische Nederlandse schilder heeft in 1936, een jaar dus na het verschijnen van Mijn zuster de negerin, een intrigerend portret van Cola Debrot geschilderd
Slot
Na herlezing van Mijn zuster de negerin blijven drie vragen, waar ik zelf geen antwoord op heb, mij intrigeren, namelijk: (1) is  Mijn zuster de negerin met zijn magisch realistische inslag een voorloper van de magisch realistische roman zoals die in de jaren zestig in de Latijns Amerikaanse literatuur doorbrak met Cien años de soledad (1967) van  de Colombiaanse auteur en Nobelprijswinnaar  (1982) Gabriel García Márquez ?; (2) in hoeverre is deze novelle autobiografisch ?  en (3) wat is de actualiteitswaarde van deze novelle uit 1935?
Om bij de eerste vraag te beginnen. Gabriel García Márquez maar ook een schrijver als de Chileense auteur Isabel Allende die La casa de los espíritus (1982) schreef, zou niet vreemd opkijken van de passage in Mijn zuster de negerin waarin Frits Ruprecht wordt besprongen door “iemand of iets met gloeiende ogen” als hij in “Miraflores” de voormalige slaapkamer van zijn ouders binnen wil gaan.
Zo wist Gabriel García Márquez te vertellen dat hij als kind opgroeide bij zijn grootouders en dat hij een keer geen slaap kon vatten vanwege gesnurk in zijn slaapkamer. Toen hij zich daarover beklaagde bij zijn grootvader antwoordde die dat hij sliep in de slaapkamer van zijn overleden tante en dat die altijd hevig snurkte!  Alsof een snurkende overleden tante de gewoonste zaak ter wereld is.
In de Nederlandstalige magisch realistische literatuur zijn De trap van steen en wolken (1940) van Johan Daisne en De komst van Johan Stiller (1960) bekende magisch realistische romans.
Maar schrijft Cola Debrot nu in de magisch realistische stijl of juist in expressionistische stijl met explosieve passages als: (a) “De door slaven opgetrokken muren zijn “Krijtachtig wit, als een gil in de doorzichtig-groene avond””; (b) als hij de voormalige slaapkamer van zijn ouders binnen wil gaan “was het of iemand of iets met gloeiende ogen uit de duisternis een sprong naar hem terug maakte, hem bij de schouders greep, hem in de oren gilde”; en (c) “Op het ogenblik, dat hij de deur voor de neus van Wantsjo wilde dichtsmijten, hoorde hij een gillen even onwerkelijk als daarstraks toen hij de deur opende van zijn moeders slaapkamer: “Maria is de dochter van uw vader !!””?
Bij de passage “De door slaven opgetrokken muren zijn “Krijtachtig wit, als een gil in de doorzichtig-groene avond”” dringt bij mij zich de associatie op met het gekwelde schilderij “De schreeuw” uit 1893 van de Noorse schilder Edvard Munch dringt zich bij de lezer op.  In dit expressionistisch schilderij staat tegen de achtergrond van een ondergaande zon een wanhopige figuur te schreeuwen. Het lijkt wel of de hele omgeving met hem mee schreeuwt.

 

[voor deel 3 en slot, klik hier]
  • RSS
  • Facebook
  • Twitter