blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Palm Jules de

Alfred Schaffer – Good riddance to him!

‘Mi ta kansá’, dichtte de Curaçaose dichter en schrijver Pierre Lauffer (1920–1981) in het Papiaments. ‘Ik ben moe’, of anders gezegd: tijd om te sterven. Dat betekent in dit geval: liefst geen ijdel gesodemieter aan mijn graf, ‘ningun diskurso o ko’i makaku / di kwalke komediante / ku ke hasi su mes interesante’, of in de vertaling van vriend en schrijver Jules de Palm: ‘blijf dan niet staan wachten / op een toespraak of aanstellerig gedoe / van de een of andere komediant’. Geen zogenaamd verdriet, het leven is nu eenmaal eindig, daar helpt geen moedertje lief aan.

read on…

Cancion die Libertad/Vrijheidslied

Roeman nan gradici koe Noos
Pa ciëlo soe bondad
Foor die toer bofoon noos tien é koos
Noos tien noos Libertad
Awé na bolontad die Rey
Y pa noos die noos nasjoon
Pareuw noos ta dilanti die Ley
Liber die toer sjoon

read on…

Julio Perrenal (Pierre Lauffer, René de Rooy & Jules de Palm) – Skuridat

Awor ku lus a disparsé
Kòrsou a bira trist’unbé
I hendenan ta kik fadá
Ku nan bentananan será

read on…

Jules de Palm: The Dutch West-Indian Man

by Blake Sonnenfeld

A mention of Jules  de Palm as a great figure in Dutch-Caribbean literature is to underrate his almost hundred-year long life. To a great extent, De Palm personified the Dutch West-Indian colonial history. His literary links featured heavily on topics in Aruba, and Curaçao. His approach to Caribbean literature was undeniably transformational in its scope, but more so in its tendency of speaking directly to social consequences of colonial history through its characters, and in multiple Dutch colonial contexts. 

read on…

Honderd jaar Arubaans toneel (18)

In een serie afleveringen publiceert CU een geschiedenis van het Arubaanse toneel in de twintigste eeuw, geschreven door Wim Rutgers.

read on…

“De Stoep”, doctoraalscriptie Jules Ph. de Palm

Voor de studie Nederlands aan de universiteit van Leiden, heeft Jules de Palm twee doctoraalscripties moeten schrijven, zoals in 1958 te doen gebruikelijk was. Omdat het in 2018 zestig jaar geleden is geweest, dat de scriptie over de Stoep, het Nederlandstalige literaire tijdschrift dat Chris Engels in 1940 op Curaçao heeft opgericht, met succes in Leiden is verdedigd en ik in de lokale kranten van die tijd geen verslag van deze scriptie heb kunnen terugvinden, past het om hier alsnog een verslag ervan te geven. read on…

Jules de Palm over ‘de Stoep’

Vooraankondiging:
Dat Jules de Palm vóór zijn proefschrift uit 1969, over het Nederlands in het onderwijs in de Antillen, om zijn drs.-titel te verkrijgen een (andere) scriptie heeft geschreven, is bij weinig mensen bekend. read on…

Jules de Palm als inspirerende gids en gezel

In haar jeugd bracht Miep Diekmann (1925 – 2017) enkele jaren door op Curaçao. Herinneringen aan het eiland verwerkte zij in de jeugdroman De boten van Brakkeput, gepubliceerd in 1956 en vervolgens uitgeroepen tot kinderboek van dat jaar in 1957.  Het eiland kwam daarop met een opmerkelijke nieuwsgierigheid naar háár toe in de persoon van Jules de Palm.

door Aart G. Broek read on…

Jan de Heer over De Stoep, Chris Engels en de literatuur op Curaçao 1940-1951 (deel 1)

door Jeroen Heuvel

Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog werd het allengs moeilijker voor Nederlandse auteurs om in Nederland hun (literaire) werk te publiceren, door de nazificatie van de Nederlandse maatschappij. Met het instellen van de Nederlandse Kultuurkamer, in 1942, kon er alleen nog in het door de Duitsers bezette Nederland met goedkeuring van die bezetter werk verschijnen, hoewel er ook illegaal boeken werden gedrukt. Op Curaçao was de invloed van de bezetter niet bepalend voor wat wel en niet gepubliceerd mocht worden. Chris Engels heeft er al snel in het begin van de oorlog voor gezorgd dat een vrij platform voor Nederlandse auteurs werd opgericht.  read on…

Balans: Arubaans letterkundig leven (30)

door Wim Rutgers

04.8 Passanten en migranten

Vanaf het moment dat Europeanen de eilanden van het Caribisch gebied ontdekten en er zich vestigden, waren er schrijvers die de wederwaardigheden optekenden in dagboeken en reisverslagen. Columbus was met zijn Diario de eerste en na hem volgden er velen, zoals Bartolomé de las Casas en Juan de Castellanos die aan de eilanden een lang gedicht van achttien strofen wijdde. read on…

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter