blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Paasman Bert

Promovendi Surinamistiek & Antilleanistiek bijeen

De Vereniging Ons Suriname bood gastvrijheid tijdens het vijfde promovendiweekend van de leerstoel West-Indische Letteren aan de Universiteit van Amsterdam, op zaterdag 22 en zondag 23 september j.l. Uit alle windstreken waren de promovendi weer bij elkaar gekomen om op zaterdag te luisteren naar PHD-colleges van specialisten op terreinen die voor de post-koloniale literatuur van belang zijn. Op zondag kwamen de promovendi zelf met publieke presentaties. Daarvan hierboven een verslag. Hier een foto-impressie van de besloten bijeenkomst op zaterdag door Michiel van Kempen.

Hersenkraken: Carl Haarnack
In de schaduw op een zonnige zaterdag
V.l.n.r. Ellen de Vriies, Maarten De Pourcq, Joe Fortin, Jos de Roo, Anja en Paul Hollanders
Prof. Ieme van der Poel (UvA) sprak over waarom “creolisering” niet geldt voor Noord-Afrika
Diner in restaurant De Ponteneur
Dr Maarten de Pourcq (RUNijmegen) sprak over intertekstualiteit
Jos de Roo en Mieke Groen naast hun promotor prof. Michiel van Kempen
Radjin Gena en Bert Paasman in gesprek met Mieke Groen
Prof. Susan Legêne (Vrije Universiteit) sprak over gematerialiseerde geschiedenis
Prof. em. Bert Paasman (UvA) hield de slotrede over zijn onderzoek in Guyana naar Elisabeth Maria Post. Tim de Wolf luistert.

Het pijnlijke Nederlandse slavernijdebat, nu en toen

Lezing door Bert Paasman in het KIT

De activiteiten van nakomelingen van Surinaamse en Antilliaanse slaven hebben de discussie over de Nederlandse rol in slavenhandel en slavernij volop in de publieke belangstelling geplaatst. In 2013 is het 150 jaar geleden dat de slavernij in de West-Indische koloniën werd afgeschaft. Heeft Nederland een slecht geweten en een ereschuld? Waarom is het huidige debat zo uitzichtloos en hoe kan daar verandering in komen?

Bert Paasman stelt, na een inleiding over het Nederlands aandeel in slavernij en slavenhandel, dit slavernijdiscours in heden en verleden aan de orde, probeert misverstanden recht te zetten, taboes aan te snijden en gaat de discussie aan met het publiek.

Illustratie uit: Voyage à Surinam van P.J. Benoit, 1839.

Programma
16.30 uur Inloop met koffie & thee
17.00 uur Lezing door Bert Paasman
18.15 uur Einde en afsluiting met een drankje

Prof. dr. Bert Paasman is emeritus hoogleraar Koloniale en Postkoloniale Cultuur- en Literatuurgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Hij publiceerde over de Verlichting, de Oost- en West-Indische letteren, over Nederlandstalige literatuur van Zuid-Afrika en over moderne migranten-literatuur. Zijn dissertatie was gewijd aan het Nederlandse slavernijdebat.

Datum en tijd: donderdag 15 maart 2012, aanvang lezing 17.00 uur
Locatie: Leeszaal KIT Bibliotheek, Mauritskade 63, Amsterdam
Toegang: € 7,50 (KIT-leden en studenten € 5,-)
Reserveren is noodzakelijk: Tel. (020) 568 8462 of via: library@kit.nl

Biografie van Dobru onder grote belangstelling gepresenteerd

Links: Cynthia Abrahams en Noraly Beyer

door Chantal Cooper

Er was geen stoel meer vrij bij de presentatie van de biografie van dichter/schrijver/politicus Robin Raveles welke werd gehouden in de zaal van de Vereniging Ons Suriname op 25 september 2010. Op deze biografie promoveerde Cynthia Abrahams op 24 november 2010 aan de Universiteit van Amsterdam. Zij was hiermee de eerste Surinaamse letterkundige die aan een Nederlandse universiteit een proefschrift schreef over een Surinaams onderwerp. Abrahams was tevens de eerste die afstudeerde onder de bijzondere leerstoel West-Indische letteren. Promotor Michiel van Kempen was jammer genoeg verhinderd door zijn bijdrage aan ‘The 2011 Berkeley Conference in Dutch Literature’. Onder de aanwezigen was wel co-promotor Bert Paasman. Ook de familie van de schrijver was goed vertegenwoordigd.


Thea Doelwijt en Cynthia Abrahams

De middag werd geopend met de vertoning van de dvd van het project Someni Tongo van beeldend kunstenaar Arnold Schalks. Onder drumbegeleiding zeiden 43 Surinamers uit alle bevolkingsgroepen het nationale gedicht ‘Wan bon’ op. Hierna volgde een interview dat Abrahams werd afgenomen door Noraly Beyer. De achtergrond was een gigantische poster van de omslag van het boek met daarop een portret van de dichter geschilderd door Erwin de Vries.
Het gesprek gaf inzicht in de tijd waarin Raveles opgroeide en zich ontwikkelde tot de persoon die hij was. Hoewel het interview langer duurde dan het programma aangaf, verslapte de aandacht van het publiek geen moment. Het interview werd gelardeerd met mooie beelden van Raveles, die o.a. de gedichten ‘Pina’ en ‘Ik wil geen strand zijn’ bracht. De zaal reageerde enthousiast op de authentieke beelden.

Kunstenaar Michael Wong Loi Sing schilderde voor deze boekpresentatie belangeloos het doek ‘Wan bon’ dat die middag werd geveild. De opbrengst is bestemd voor het bejaardenhuis Fatima-Oord in Paramaribo. Abrahams zal de opbrengst binnenkort aan de directie van Fatima-Oord overhandigen.

Het eerste exemplaar van de biografie werd overhandigd aan Dobru’s oudste dochter Rashida Natsja (afgeleid van nationalisme) Raveles, die haar emoties maar nauwelijks kon bedwingen. In haar dankwoord benadrukte zij dat het belangrijk was dat deze informatie nu was vastgelegd. Ook aan schrijfster Thea Doelwijt werd een exemplaar uitgereikt vanwege de rol die zij heeft gespeeld in het literaire leven van Suriname en haar nauwe samenwerking met Dobru in de literaire groep Moetete. Voorts werd aan Eva Essed en Prof. Bert Paasman een exemplaar aangeboden.

De middag werd vervolgd met een optreden van Denise Jannah die een gezongen versie van het gedicht ‘Wan bon’ bracht met gitaarbegeleiding door Benny Alwart. Deze versie had zij eerder vertolkt in o.a. het toneelstuk De tranen van Den Uijl van Hugo Pos. Het publiek werd aangemoedigd de koortjes mee te zingen. Samen met alle aanwezigen zong zij tot slot het bekende ‘Mi kondre tru’, waarbij zij versterking kreeg van Gerda Havertong, die vertelde dat zij van Dobru toestemming had gekregen deze versie van ‘Wan Bon’ ten gehore te brengen tijdens Carifesta 1976.

Er heerste een gemoedelijke sfeer tijdens het informeel samen zijn waarbij het publiek de mogelijkheid had een boek te laten signeren.

Foto’s: @ Frank Consen en Janos Beyer

De postkoloniale zwijnenstal

In NOS-Eén Vandaag van 23 december 2010 beklaagde emeritus hoogleraar koloniale en postkoloniale literatuur Bert Paasman zich over de wilde zwijnen die over het lage hek van zijn tuin in het Veluwse Putten springen en zijn gazon en bloemperken omploegen. Hij heeft gelijk, een nieuw paradigma is daarmee geboren: de postkoloniale zwijnenstal.

Laudatio bij de promotie van Cynthia Abrahams

door Michiel van Kempen & Bert Paasman

Laudatio uitgesproken bij de promotie van Cynthia Helga Abrahams-Devid tot doctor in de geesteswetenschappen, aan de Universiteit van Amsterdam, 24 november 2010
Door promotor: prof. Michiel van Kempen (1) en copromotor prof. Bert Paasman (2)

(1)
Beste Cynthia, Zeergeleerde mevrouw Abrahams-Devid,

In verschillende opzichten is dit een bijzondere dag. Natuurlijk in de eerste plaats omdat je een intensief onderzoekstraject vandaag beloond ziet met de hoogste academische graad, die van doctor in de letteren. Ik wil je daarmee ˗ mede namens copromotor Bert Paasman die zodadelijk nog het woord tot je zal richten ˗ van harte feliciteren, en ik betrek in die felicitaties ook graag je twee dochters, Raquel en Merrill, die je hebben bijgestaan als paranimfen, en je moeder die zolang naar deze dag heeft uitgekeken, die me nog in maart in Paramaribo aan mijn mouw trok en vroeg of je toch niet binnen drie maanden kon promoveren. Welnu, het werden geen drie maanden, maar toch ook weer niet zo verschrikkelijk veel langer. Het is voor ons allen ook een eer dat de weduwe van Dobru, mevr. Yvonne Raveles-Resida, en Dobru’s zuster, Nadia, speciaal voor deze dag zijn overgekomen om bij deze plechtigheid aanwezig te zijn.

Het is voor mij persoonlijk ook een bijzondere dag, omdat jij de allereerste bent die een proefschrift verdedigt onder de bijzondere leerstoel West-Indische Letteren, die door het Instituut ter Bevordering van de Surinamistiek in 2006 is ingesteld. Nu zijn er al eerder enkele proefschriften geschreven over onderwerpen binnen de Surinaamse literatuur, maar dat gebeurde altijd door mensen uit andere disciplines – de antropologie of de taalkunde bijvoorbeeld ˗ of, zoals in mijn eigen geval ˗ door iemand die niet van Surinaamse afkomst was. Ik ben eens aandachtig langs mijn boekenkasten gelopen en ik stel vast dat jij de allereerste Surinaamse letterkundige bent die ooit in Nederland promoveert op een Surinaams onderwerp. Dat je daarbij juist R. Dobru tot object van onderzoek koos, is een schot in de roos geweest, want hij is de enige dichter van wie zowat alle Surinamers een gedicht uit het hoofd kennen, hij is de dichter die de meeste Surinamers in hun hart hebben gesloten. Waarom dat zo is, maak je gedetailleerd duidelijk in je dissertatie. Het mooie van je studie is dat je Dobru allereerst in zijn eigen omgeving neerzet, en dat je ook zoveel bladzijden hebt gewijd aan Dobru in zijn contacten binnen het Caraïbisch gebied. Zo geef je invulling aan wat Jack Corzani bepleitte voor de Caraïbische literatuurwetenschap: de recentrage, het terugbrengen van het centrum van aandacht naar de regio zelf en het van binnenuit bezien van de eigen cultuur.

Jij hebt de eerste grote studie geschreven over Dobru. Dat levert niet een radicaal andere Dobru op dan die we kennen, maar geeft ons wel een veel genuanceerder beeld van zijn leven en werk. Je hebt een ontzagwekkende verzameling empirische data weten bijeen te brengen – waaronder ook een pracht van een primaire bibliografie – en het zijn die harde feiten waar de literatuurwetenschappers na jou hun voordeel mee kunnen doen. Bovendien lever je een interessante bijdrage aan de literatuurgeschiedenis met tal van onbekende teksten van Dobru en fragmenten uit correspondentie. Je hebt je nauwelijks gewaagd aan literaire analyse, en je bent ook – in tegenstelling tot je promotor ˗ extreem terughoudend geweest met waardeoordelen over het literaire werk. Ik heb je herhaaldelijk geprobeerd uit je tent te lokken, maar het is me niet gelukt. Maar die aanpak van jou kan juist ook een impuls wezen tot veel studie door latere onderzoekers.

Cynthia, ik heb je de laatste jaren leren kennen als een zeer toegewijd en hardwerkend onderzoekster. In die jaren is nog enorm veel gebeurd. Maar ere wie ere toekomt, de basis van je onderzoek heb je gelegd samen met mijn copromotor Bert Paasman, die de lange eerste en moeilijkste fase van begeleiding op zich heeft genomen. Ik wil de rector daarom verzoeken om hem nu het woord te verlenen.

(2)
Beste, hoewel Zeergeleerde Cynthia,

Je bent nu doctor, en was al huismoeder, grootmoeder, bibliothecaresse, personeelsmanager, docent Engels en Caraïbistiek, bestuurder, juryvoorzitter, festival-presentatrice, toneelspeelster, zangeres etc., je staat van dienst is indrukwekkend! Hoe vond je nog tijd om aan een proefschrift te werken?! Niettemin, in juni 2002 tijdens de receptie na de promotie van jouw huidige promotor, Michiel van Kempen, vertrouwde je me toe dat je ook wilde promoveren, en uit volgende gesprekken bleek dat je de Surinaamse dichter en politicus Raveles/Dobru de plaats wilde geven die hem in de literatuur- en cultuurgeschiedenis van Suriname en het Caraïbisch gebied toekomt. Daarna volgden jaren van hard werken. Dankzij jouw Surinaamse banden bleek je in staat het vertrouwen te winnen van de weduwe Raveles en kon je het kostbare familiearchief doorwerken, waarin je vele schatten aantrof. We mogen mevrouw Yvonne Raveles-Resida en verdere familie daarvoor dankbaar zijn. Verder interviewde je vrijwel iedere Surinamer in Suriname en Nederland die Dobru nog gekend had en dat onderzoek breidde je uit naar het gehele Caraïbische gebied, en zelfs naar de Verenigde Staten. Dat leverde prachtig, onbekend materiaal op.

Zoals ieder van ons had je ook wel eens tegenslagen in je leven, maar je bleef Dobru trouw. Ook het schrijven ging niet altijd van een leien dakje, ‘schrijven doet van au’, formuleringen, vormgeving en verantwoordingen letten nauw. Bovendien, had je niet als de huidige AIO’s een begeleide werkplek op de universiteit en ontving je geen cursussen en instructieweekenden. Je was nog een ‘zondagpromovendus’ die heel veel zelf moest uitvinden – en dat met grote volharding deed. Wij hebben daar grote waardering voor!

Je nam mij mee naar sommige van je optredens, zo herinner ik me jouw lezing voor de Surinaamse sociëteit De Waterkant in Den Haag, daar zaten onder je gehoor maar liefst een stuk of vijf mensen die nog bij Raveles in de klas hadden gezeten en je met spannende informatie bestookten. Ik werd er bovendien professor genoemd, iets wat je aan de Universiteit van Amsterdam niet zo gauw zal overkomen… Ook sleurde je me mee naar het toneel, waar onder bezielende leiding van de schrijfster-historica Cynthia Mc Leod, de Surinaamse geschiedenis in taferelen werd uitgebeeld, met bijzondere artiesten als Gerda Havertong, Denise Jennah en Jetty Mathurin. Jouw dochter Merrell en schoonzoon Jeroen deden mee als de ‘mooie mulattin Joanna’ en kapitein John Gabriel Stedman. Jij was baronnesse Van Heeckeren, eegade van de gouverneur, je liet de toren op het Stadhuis, later Departement van Financiën bouwen (nou ja, in het toneelstuk dan). Die aristocratische rol lag je opvallend goed! Ik werd uitverkoren tot koning Willem III, een frivool heerschap dat evenwel zijn handtekening onder de emancipatiewet gezet had en daarom nu nog in Sranan-liedjes herdacht wordt. Vervolgens zorgde jij ervoor dat ik na afloop publiekelijk verkocht werd (dan voelt een bakra ook eens wat dat is) en eigenlijk bracht ik nog heel wat op, maar na mij werd televisiejournaliste Hennah Draaibaar verkocht en ja, daar kon ik niet tegen op… Een fraaie foto toont de baronnes en de koning tezamen (‘our own people’). Baronnesse Cynthia, de wegen naar een promotie zijn aldus soms ook ondoorgrondelijk en wonderbaarlijk.

Zo werkten we op verschillende fronten samen; na mijn vertrek uit de Faculteit dakloos geworden in Amsterdam, steeds vaker met besprekingen in stationsrestauraties. Vorig jaar moest ik wegens het bereiken van een (naar universitaire normen kennelijk) gevaarlijk hoge leeftijd, het promotorschap overdragen, dat was een moeilijk moment, maar gelukkig kon en wilde mijn opvolger voor West-Indië, Michiel van Kempen, de promotiebegeleiding overnemen en afronden. Je had daarmee meteen de beste Surinamist uit ons vakgebied te pakken, een zeer voordelige wissel! Ik wil mijn collega daarvoor ook van harte bedanken en hem met zijn eerste promotie gelukwensen!

En nu is het zover, het hora est heeft geklonken en het grote feestvieren kan beginnen – en daarna, mogen we hopen, begint de voorbereiding van de editie van de verzamelde gedichten en verhalen van ‘Wan Bon Dobru’!

Dr. Cynthia, Ouders en Kinderen van Cynthia, met dit alles bijzonder veel geluk gewenst!

Foto’s: Ben Eliazer

Proefschrift over R. Dobru

R. Dobru schreef het gedicht ‘De avondklok’ tijdens de duistere periode die Suriname in de jaren ’80 van het militaire bewind doormaakte. Niemand kent het gedicht, het bleef ongepubliceerd. Maar elke Surinamer kent dit gedicht:

Wan bon
someni wiwiri
wan bon.
Wan liba
someni kriki
ala e go na wan sei.

Wan ede
someni prakseri
prakseri pe wan bun mu de.

Wan Gado
someni fasi fu anbegi
ma wan Papa.

Wan Sranan
someni wiwiri
someni skin
someni tongo
Wan pipel.

Wat maakte dit gedicht tot een nationaal gedicht van Suriname? Cynthia Abrahams-Devid legt het uit in haar proefschrift over R. Dobru dat zij op woensdag a.s., 24 november 2010, verdedigt aan de Universiteit van Amsterdam. Daarin drukt zij ook vor het eerst ‘De avondklok’ af en tal van andere teksten van Dobru en mensen met wie hij correspondeerde. De titel van het proefschrift luidt: Wan bon ˗ Wan Sranan ˗ Wan Pipel; Robin ‘Dobru’ Raveles, Surinamer, dichter, politicus, 1935-1983. Promotor is prof. dr Michiel van Kempen, copromotor prof. dr em. Bert Paasman. Voor de oppositie zijn hoogleraren uit drie landen uitgenodigd. In het voorjaar verschijnt ook een handelseditie van dit proefschrift bij Rozenberg Publishers.

De verdediging is voor een ieder toegankelijk en vindt plaats in de aula van de Universiteit van Amsterdam, Singel 411 (hoek Spui), 1012 WN Amsterdam. Aanvangstijd: 13.00 uur precies. In de directe omgeving van de aula is geen parkeergelegenheid. Vanaf CS komen trams 1, 2 en 5 langs de aula, halte Spui.

Cynthia Abrahams promoveert op R. Dobru

Op woensdag 24 november 2010 hoopt Cynthia Abrahams-Devid haar proefschrift over R. Dobru te verdedigen aan de Universiteit van Amsterdam. De titel van haar dissertatie luidt Wan bon ˗ Wan Sranan ˗ Wan Pipel; Robin ‘Dobru’ Raveles, Surinamer, dichter, politicus, 1935-1983. Promotor is prof. dr Michiel van Kempen, copromotor prof. dr em. Bert Paasman. De andere leden van de promotiecommissie zijn prof. dr Ena Jansen (Vrije Universiteit en UvA), prof. dr em. Humphrey Lamur (UvA), dr Peter Meel (Universiteit Leiden), prof. dr Jack Menke (Anton de Kom-Universiteit van Suriname), prof. dr Ieme van der Poel (UvA), prof. dr Wim Rutgers (Universiteit van de Nederlandse Antillen) en prof. dr Gloria Wekker (Universiteit Utrecht).

Cynthia Abrahams gaat uitvoerig in op het leven van R. Dobru, diens ontwikkeling als nationalistisch politicus en dichter, en de vele internationale – en dan met name Caraïbische ˗ contacten die hij in de loop der jaren ontwikkelde. De handelseditie van haar proefschrift zal in de loop van 2011 verschijnen bij Rozenberg Publishers.

De openbare promotieplechtigheid vindt plaats in de aula van de Universiteit van Amsterdam,
Singel 411
1012 WN Amsterdam
Aanvangstijd: 13.00 uur precies.
In de directe omgeving van de aula is geen parkeergelegenheid. Vanaf CS komen trams 1, 2 en 5 langs de aula.
.

Cynthia Abrahams, eerste rij in het midden, temidden van haar collega-promovendi in de West-Indische letteren; staand derde van links promotor Van Kempen.

Wikipedia meldt over R. Dobru:
R. Dobru (Paramaribo, 29 maart 1935 – aldaar, 17 november 1983), pseudoniem van Robin Ewald Raveles, was een Surinaams dichter, schrijver en politicus (Statenlid voor de PNR en na 1980 een half jaar onderminister voor Cultuur). Zijn pseudoniem betekent: dubbele R, een verwijzing naar de initialen van zijn voor- en achternaam.

Als dichter en voordrachtskunstenaar was R. Dobru dé representant van het nationalisme, met name met het gedicht ‘Wan’ (de meeste mensen noemen het ‘Wan bon’ – Eén boom) uit zijn debuutbundel Matapi [Cassavepers] (1965), een gedicht dat door zijn eenvoudige woordkeus en structuur gemakkelijk gememoriseerd kan worden en dat veel Surinamers dan ook van buiten kennen. Het werd in veel talen vertaald. Dobru stimuleerde velen tot schrijven in het Sranan en Surinaams-Nederlands en werd door velen nagevolgd. Hij was redactielid van het tijdschrift Moetete (1968-69). Zijn proza in Wasoema [Wasvrouw] verzamelde schetsen uit het leven op een erf van Paramaribo (1967), De plee (wc) en andere verhalen (1968) en de korte roman Oema soso [Enkel de vrouw] (1968) is levendig, maar lijdt aan een teveel aan gepreek. Zijn politieke mémoires verschenen in 1969: Wan monki fri [Een stukje bevrijding]. Hij schreef voorts twee Surinaamse keukenmeidenromans zoals Bos mi esesi [Omhels me snel] die vooral belangrijk zijn om hun levendig Surinaams-Nederlands en een bundel Anansi-Tori [Spinvertellingen] (1979). Zijn poëzie heeft in de vroege jaren enkele zuivere gedichten opgeleverd, maar verviel meer en meer in het afwikkelen van een recept. Hij speelde in op de politieke actualiteit, bijvoorbeeld met het gedicht ‘Gooi een stoel’ toen er op 11 juni 1979 in de Staten van Suriname een vechtpartij uitbrak waarbij er met stoelen werd gesmeten. De invloed van Cuba, Mao en Kim Il Sung leverden de laatste jaren enkel nog politiek getinte publicaties op.

Dobru schreef altijd over twee vaste thema’s: liefde en revolutie. Met de coup van 1980 ging hij enthousiast mee en hij werd op handen gedragen. Van militaire wandaden nam hij nooit afstand. Zijn beste gedichten werden bijeengebracht in Boodschappen uit de zon (1982). Postuum werd hem in 1989 de Gouden Ster van de Revolutie toegekend. In 2006 kreeg hij, eveneens postuum, de Gaanman Gazon Matodja Award.

De R. Dobru-stichting die zijn gedachtegoed levend wil houden, publiceerde een kalender met zijn gedichten, maar liet verder zelden iets van zich horen. In 2006 liet Yvonne Raveles-Resida, weduwe van R. Dobru en voorzitter van de stichting, aan de Nederlandse ambassade weten dat hun verzoek om een gedicht van R. Dobru ter verfraaiing op het hek te mogen aanbrengen niet werd gehonoreerd vanwege de slechte behandeling van Surinaamse staatsburgers in Nederland.
.

De Dobrustraat in de Paramaribose wijk Tourtonne, foto @ Michiel van Kempen

Filmcyclus: Indië verbeeld

De HOVO (Hogeschool voor Ouderen) van de Universiteit Utrecht biedt in het voorjaar van 2011 een cursus aan over Nederlands-Indië, geschiedenis, literatuur en film.

Indië bestaat niet meer, maar leeft voort in de geschiedschrijving, literatuur, film en andere kunsten, en bovenal in de herinneringen van mensen. Meer dan een halve eeuw na de Indonesische onafhankelijkheid neemt de belangstelling voor het verdwenen Indië en zijn cultuur nog steeds toe. De literatuur speelt een prominente rol in het herinneringsproces evenals de film (speelfilm, televisieserie en documentaire).

In deze cursus wordt de geschiedenis van Indië behandeld en de verbeelding ervan in literatuur en film. Interessant is dat die verbeelding in tekst en film zeer verschillend is, aangezien elk genre zijn eigen wetten heeft. Door de vergelijking wordt duidelijk dat kennis en inzichten op het moment van het maken hun sporen nalaten in de weergave van het Indische verleden. Teksten en film beïnvloeden op hun beurt de beeldvorming over Indië.

Van de films die aan de orde komen zijn:
Max Havelaar (Fons Rademakers, 1976, 170 minuten)
Moeder Dao, de schildpadgelijkende (Vincent Monnikendam, 1995, 90 minuten)
Gordel van smaragd (Orlow Seunke, 1997, 125 minuten)
Oeroeg (Hans Hylkema, 1993, 114 minuten)
Contractpensions – Djangan loepah! (Hetty Naaijkens, 2009, 90 minuten)
Ver van familie (Marion Bloem, 2008, 150 minuten)

Docent:
Prof. dr. Bert Paasman, emeritus hoogleraar koloniale en postkoloniale cultuur- en literatuurgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam

Informatie over inschrijving klik hier

Bovenste foto: uit Ver van familie
Foto van Bert Paasman: @ Roeland Fossen

25 jaar Indische Letteren


Op zondag 7 november 2010 organiseert de Werkgroep Indisch-Nederlandse Letterkunde haar jaarlijkse Bronbeek-symposium. Indische Letteren bestaat dit jaar 25 jaar. Dat wordt gevierd met een feestelijk programma:

10.30 uur Ontvangst met koffie
11.00 uur Opening door de voorzitter
11.10 uur Vijfentwintig jaar Indische Letteren – Peter van Zonneveld
11.30 uur Herinneringen in beeld; fotoalbums uit Nederlands-Indië in de collectie van het KITLV – Liesbeth Ouwehand
11.50 uur Indisch stripverhaal – Peter van Dongen
12.10 uur Ik ben; Aku adelah. Theatermonoloog – Reggie Baay
12.30 uur Lunch
14.15 uur Japanse films uit de jaren dertig – Peter Post
15.00 uur Theepauze
15.20 uur Poëzie van Han Resink – Bert Paasman (inleiding), Wouter Muller (muziek) en Aafke de Jong (choreografie en dans)
16.10 uur Discussie en afsluiting
16.40 uur Borrel

Plaats: Bronbeek, Congres- en Reüniecentrum Kumpulan, Velperweg 147, 6824 MB Arnhem. Bronbeek is te bereiken met trollybus 3 of stadsbus 7.

Toegangsprijs: €13,00 inclusief koffie, thee en een borrel.
Lunch: u kunt uw lunch in Bronbeek gebruiken. Een feestelijke portie nasi kuning kost €13,00.

Nadere informatie bij mw. Marian Fillié, secretaris van de werkgroep, tel. 0172-416272 of
e-mail: secr.indletteren@12moven.nl

Foto: Indonesische draak in het Museu do Oriente, Lissabon, @ Michiel van Kempen

De vreemdeling in de literatuur

De Illustere School van de Universiteit van Amsterdam start een reeks openbaar toegankelijke hoorcolleges rond het thema ‘Het beeld van de vreemdeling in de Nederlandse literatuur’. In deze reeks behandelen hoogleraren van de UvA aan de hand van literaire fragmenten een aantal beelden van vreemdelingen in de literatuur door de tijden heen. Hierbij wordt ook ingezoomd op de literatuur van de voormalige koloniën van Nederland, op Zuid-Afrika, Oost en West-Indië.

.

Eeuwenlang figureert de vreemdeling in de Nederlandse literatuur als tegenpool van de eigen beschavingsidealen. De christelijk geïnspireerde normen en waarden van zelfbeheersing en fatsoen in de Nederlandse samenleving worden geshockeerd in de confrontatie met de letterlijk naakte inboorling. Aan Afrikaanse inboorlingen, maar ook aan Oosterse volkeren worden tegengestelde waarden van promiscuïteit, wraaklust en jaloezie toegekend. Maar tegelijkertijd is er ook het beeld van de zuiverheid. De verre vreemdeling is ongeschonden door een decadente beschaving en niet gecorrumpeerd door de waanwijze dorst naar kennis die de mens uit het paradijs verdreven heeft. Pas door de echte confrontatie met vreemdelingen ontstaat er een genuanceerder beeld van de ander in de literatuur. Maar het karikaturale is vaak ook overheersend: in de beschrijving van Jerolimo, de Spaanse Brabander, bij Bredero bijvoorbeeld, of in de beschrijving van de familie Kegge in de Camera Obscura van Beets. Ook in de moderne literatuur is de vreemdeling aanwezig: als allochtoon schrijver die zijn beeld van Nederland geeft – of als type, zoals in de roman Hajar en Daan van Robert Anker of in Suezkade van Jan Siebelink.
Programma
29 september: Beelden van Suriname, de Nederlandse Antillen en Aruba door prof. dr. Michiel van Kempen
6 oktober: De multiculturele Gouden Eeuw door prof. dr. Lia van Gemert
13 oktober: Al het slechte komt uit Frankrijk (1800-1880) door prof. dr. Marita Mathijsen
27 oktober: Nederlandse reizigers over Zuid-Afrikanen van 1652 tot nu door prof. dr. Ena Jansen
3 november: Literaire barbaren in Middeleeuwen en vroegmoderne tijd door prof. dr. Herman Pleij
10 november: Beelden van Indië door prof. dr. Bert Paasman
17 november: Terugschrijven: allochtone schrijvers in Nederland door prof. dr. Bert Paasman

 

Docenten
Prof. dr. H. (Herman) Pleij was vanaf 1981 hoogleraar Historische Nederlandse letterkunde aan de UvA. Dit jaar ging hij met emeritaat. Zijn specialisatie is volksliteratuur en -cultuur, toneel, de rederijkers en de betekenis van de vroege drukpers in de 15e en 16e eeuw.

 

Prof. dr. E.M.P. (Lia) van Gemert is sinds 1 november 2007 hoogleraar Historische Nederlandse letterkunde aan de UvA. In haar onderzoek staan de dynamiek van het literaire leven en de wisselwerking tussen literatuur en maatschappij in de periode 1500-1850 centraal. Momenteel richt ze zich op het Nederlandse literaire proza van de zeventiende en achttiende eeuw.

 

Prof. dr. Marita Mathijsen is hoogleraar Nederlandse Letterkunde. Zij is gespecialiseerd in de negentiende eeuwse cultuur van Nederland. Over de mentaliteit van de negentiende eeuw schreef zij De gemaskerde eeuw. Studies over literatuur zijn o.a. verzameld in Nederlandse literatuur in de Romantiek. Zij schrijft maandelijks een column in NRC/Handelsblad.

 

Prof. dr. E. (Ena) Jansen heeft gestudeerd aan de University of Stellenbosch (Zuid-Afrika) en promoveerde aan de University of the Witwatersrand. Sinds 2002 is ze bijzonder hoogleraar Zuid-Afrikaanse letterkunde aan de UvA, vanwege de Stichting tot bevordering van de studie van taal, letterkunde, cultuur en geschiedenis van Zuid-Afrika. Hiernaast is zij onder andere gespecialiseerd in egodocumenten.

 

Prof. dr. M.H.G. (Michiel) van Kempen studeerde Nederlandse Taal- en Letterkunde in Nijmegen. Hij promoveerde in 2002 op Een geschiedenis van de Surinaamse literatuur. Hij bestudeert de literatuur en cultuur binnen de Surinamistiek en de Antilleanistiek. Hij is bijzonder hoogleraar West-Indische letteren vanwege de Stichting Instituut ter Bevordering van de Surinamistiek IBS.

 

Prof. dr. A.N.P. (Bert) Paasman (1939) is een Nederlands literatuurwetenschapper en Surinamist, gespecialiseerd in koloniale en postkoloniale literatuur van Nederland. Van 1 september 2001 tot zijn emeritaat op 1 september 2004 was hij bijzonder hoogleraar koloniale en postkoloniale cultuur- en literatuurgeschiedenis vanwege het Indisch Herinneringscentrum ‘Het Indisch Huis’ te ‘s-Gravenhage.

 

Praktische informatie
Data: dinsdagen 29 september, 6, 13, 27 oktober, 3,10 en 17 november 2009
Lokatie: Bungehuis, zaal 420 aan de Spuistraat 210, Amsterdam (alleen de bijeenkomst van 6 oktober is in het PC Hoofthuis, zaal 502, Spuistraat 134)
Tijd: 16.00 – 18.00 uur
Prijs € 150,- / AUV-leden € 135,-Inschrijven kan via het emailadres illustereschool-fgw@uva.nl
  • RSS
  • Facebook
  • Twitter