blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Oso

Tijdschrift Oso nu integraal gedigitaliseerd

Op 2 juli 2020 verschijnen alle edities van OSO, Tijdschrift voor Surinamistiek en het Caraïbisch gebied online op de website van de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (DBNL). Hiertoe werd op 19 juli 2019 een licentieovereenkomst getekend door het Instituut ter Bevordering van de Surinamistiek (IBS) met de Koninklijke Bibliotheek (KB) voor het digitaliseren en beschikbaar stellen van het tijdschrift. Hiermee is een langgekoesterde wens van het IBS-bestuur, lezers van OSO en Surinamisten in het algemeen in vervulling gegaan.

read on…

Oso nu gedigitaliseerd raadpleegbaar

De DBNL heeft een groot aantal jaargangen van Oso, tijdschrift voor Surinamistiek en het Caraïbisch gebied in digitale vorm beschikbaar gemaakt. Daarmee is een grote bron van kennis over het Caraïbisch gebied beschikbaar gekomen.

read on…

In Memoriam Wim Hoogbergen

door Hans Ramsoedh

Afgelopen zaterdag overleed de Utrechtse cultureel antropoloog en Surinamist Wim Hoogbergen (21 januari 1944 – 3 augustus 2019). Hij verwierf grote bekendheid (ook internationaal) met zijn publicaties over de geschiedenis van de Marrons in Suriname en Frans Guyana. Hij gold als een groot kenner van slavernij, marronage en slavenverzet in Suriname. Hij was van 1980 tot aan zijn pensionering in december 2005 als universitair hoofddocent verbonden aan de Rijksuniversiteit Utrecht. read on…

In Memoriam Henk Dijs

Morgen wordt onze mati Henk Dijs gecremeerd. Henk vormde samen met ons het bestuur van de Stichting Instituut ter Bevordering van de Surinamistiek (IBS). Ieder van ons kende hem als de gedreven verkoper van antiquarische en nieuwe boeken over Suriname met een grote passie voor de Surinamistiek. We maakten dan ook graag gebruik van zijn grote kennis op dit gebied. En dat is altijd zo gebleven. read on…

Oso houdt op te bestaan

Aan de verschijning van Oso, Tijdschrift voor Surinamistiek en het Caraïbisch Gebied is een einde gekomen. Wat in 1981 begon als een initiatief waarbij vooral medewerkers van de Katholieke Universiteit Nijmegen (tegenwoordig Radboud Universiteit Nijmegen) betrokken waren, ontwikkelde zich tot een veel gelezen tijdschrift waarvan het kloppend hart zich in de jaren negentig verplaatste naar de Universiteit Utrecht. read on…

Piraterij in de slavenregisters

door Okke ten Hove

Afgelopen week ontving ik de Oso met daarin tal van artikelen. Hieronder een artikel over de digitalisering van de slavenregisters geschreven door Coen van Galen. Een project dat ik van harte toejuich.

Ik moet helaas op dit artikel ingaan omdat hierin dingen worden gezegd die niet kloppen. read on…

Oso: Suriname na de 'revolutie'

Van de redactie van de Ware Tijd Literair

Sinds 1982 verschijnt OSO, en het tijdschrift heeft gedurende de 34 jaren van haar bestaan veel aspecten Suriname betreffende aangekaart: op het gebied van taal, politiek, geschiedenis, cultuur, enzovoorts. read on…

Hoera, weer een nieuwe Oso

door Christine F. Samsom

Het laatste nummer van OSO ligt op de redactietafel van de Ware Tijd Literair, een waardevol nummer met interessante artikelen over verschillende onderwerpen, elk voorzien van een literatuurlijst voor verdere kennisverdieping. Als het niet zo prijzig was, zouden veel meer mensen in Suriname zich wel willen abonneren op OSO, maar met deze bespreking kunnen potentiële lezers hun voordeel doen in bibliotheken. Er zijn zes hoofdartikelen en daarnaast een aantal recensies, signalementen en een lijst met recente publicaties. read on…

Nieuwe OSO is uit

Inhoud OSO, jaargang 32, nr. 2, november 2013

Hans Ramsoedh Denken over natievorming en nationale identiteit in Suriname
Freek L. Bakker De Arya Dewaker-mandir in Paramaribo; een hindoetempel met een boodschap
Ine Apapoe  Hedendaags Marronbestuur; de Raad van Kabiten en Basiya van de Okanisi in Nederland
Rosemarijn Hoefte Vertrekken of blijven? Onrust in de Javaanse gemeenschap in de laat-koloniale periode
Thiëmo Heilbron Het vergeten erfgoed; wat vertellen planten over de plantagegeschiedenis van Suriname?
Pim van der Meiden Voltaire, Suriname en Mauricius

 

Recensies
W.E.H. Winkels, De toover-lantaarn van Mr. Furet, Suriname, 1840 &; W.E.H. Winkels, De toverlantaarn van meester Furet, 1840. Jeugduitgave &  Hilde Neus, Het leven van een blankofficier (door Peter Meel); John Jansen van Galen, Afscheid van de koloniën: Het Nederlandse dekolonisatiebeleid 1942-2012 (door Rosemarijn Hoefte); Jeroen Trommelen. Gowtu: Klopjacht op het Surinaamse goud (door Peter Meel); Jeroen Dewulf, Olf Praamstra en Michiel van Kempen (ed.), Shifting the Compass: Pluricontinental Connections in Dutch Colonial and Postcolonial Literature (door Karwan Fatah-Black); Frank Woestenburg, Churandy Martina: Biografie (door Rosemarijn Hoefte); Safdar Zaidi, De suiker die niet zoet was (door Freek Bakker)
Cynthia Mc Leod signeert. Foto @ Astrid Currie

Signalementen

Cynthia Mcleod, Hoe duur was de suiker (door Ellen Klinkers); Samengesteld door Anne de Vries, met medewerking van Surinaamse leerkrachten. Geïllustreerd door Corrie van der Baan, Wij de wereld (door Peter Sanches); Noni Lichtveld,  Anansi, De spin weeft zich een web om de  wereld (door Peter Sanches); Cynthia Mc Leod, Hoe duur was de suiker. 8 CD-Luisterboek voorgelezen door Denise Jannah (door Peter Sanches)
Irene Rolfes Recente Publicaties, I Suriname II Nederlands-Caraïbische eilanden

Talen leven in het leven, maar ook in de wetenschap?

door Els Moor

 
Na lange tijd ontvingen we weer een OSO en wel half oktober 2013 het nummer van mei 2013. Jaarlijks is het mei-nummer voor een groot deel gewijd aan het colloquium dat in november van het jaar ervoor gehouden werd door de stichting Instituut ter Bevordering van de Surinamistiek (IBS). In november 2012 was het thema ‘Taal Tori: Kultura den Boka’. Het uitgangspunt van het colloquium was dat taal levend is en dus verandert.
Drie artikelen zijn er waarin de Surinaamse taalsituatie een rol speelt en twee over die van Curaçao. Uiteraard bevat deze OSO recensies van recent verschenen werk en van Michiel van Kempen is er ‘In memoriam Jan van Donselaar’. We berspreken hier alleen de artikelen die te maken hebben met de taalsituatie in Suriname.
In de eerste bijdrage geeft Pieter Muysken – hoogleraar taalwetenschap aan de Radboud-universiteit Nijmegen – een overzicht van de ‘Meertaligheid in het Caraïbisch Gebied en Suriname’. Hij begint met een beeld van meertaligheid in het algemeen. Waarom is er niet één taal in de wereld? Een interessante vraag. Taal is een stuk identiteit en het ene volk is anders dan het andere. Zo is het gegroeid en zo gaat het nog steeds.
Twee opvattingen van Muysken doen vragen rijzen. Zo beweert hij dat creooltalen, ook het Sranantongo, ondergewaardeerd worden. Letterlijk zegt hij: ‘Een creooltaal wordt dan vaak ook als iets waardeloos beschouwd.’ Dit mede omdat creooltalen eenvoudiger zijn qua verbuigingen en vervoegingen dan de officiële talen, bij ons dus het Nederlands. Maar creooltalen horen toch juist heel sterk bij de ‘identiteit’? Is die identiteit dan minderwaardig? Muysken geeft tevens een schematische indeling van talen waarbij ze als het ware op een ladder te zien zijn. ‘Hoog’ zijn talen voor onderwijs en bestuur, ‘Midden’ talen op straat en op het werk en ‘Laag’ talen die thuis gesproken worden, onder vrienden en in intieme situaties. Ik zou ‘hoog’ als volgt willen interpreteren: hoe hoger op de ladder, hoe verder van de grond, van de dagelijkse werkelijkheid, van de identiteit. Maar of de wetenschappers ‘hoog’ en ‘laag’ ook zo uitleggen? Als professor ben je immers ‘hoog’ en als jager en kostgrondjeshouder in een dorp in het binnenland, die zijn eigen taal spreekt, ben je dan ‘laag’? Wel dicht bij je eigen grond! In Suriname is het Nederlands natuurlijk ‘hoog’, het Sranan en vaak ook het Sarnámi ‘midden’ en veel thuistalen van volken in het binnenland ‘laag’. Muysken geeft toe dat er nog veel onderzoek verricht moet worden om alle talen hun plaats te geven. Pieter Muysken heeft achter zijn bureau op de Nederlandse universiteit zijn betoog opgebouwd. Als talen inderdaad ‘levend’ zijn, moet je dat echter laten zíén. Hoe talen functioneren in Suriname, binnen de leefwereld van verschillende groeperingen, wat voor Nederlands ons Surinaams-Nederlands is… daarvan zien we niets. Talen hebben onderscheiden functies en sommige talen worden geschreven en andere niet. Het Nederlands is ook de onderwijstaal en voor heel veel kinderen hier is dat een probleem. Maar ook vanuit je eigen taal, identiteit en leefwereld, kun je die vreemde andere taal leren en gelukkig gebeurt dit al op sommige scholen in het binnenland. In ieder geval ‘leeft’ de taal dan voor degene die hem leert! In de wetenschappelijke artikelen vinden we heel weinig over de manieren waarop men in Suriname omgaat met de taalproblemen, met name in het onderwijs. Sommige thuistalen leven niet meer, gaan dood, zoals sommige inheemse talen in Suriname, Muysken noemt het Warao. Dat komt vaak doordat jongeren vervreemden van hun eigen taal en steeds meer een eigen taal met elkaar spreken, hier vaak een mengsel van Surinaams-Nederlands en de lingua franca het Sranan. Maar dat vermeldt de auteur niet.

Het tweede artikel van Sjaak Kroon & Kutlay Yagmur – ook hoogleraren – gaat over ‘Taalbeleidsonderzoek en taalbeleidsontwikkeling voor het onderwijs in Suriname’. Ze doen verslag van het landelijk thuistaalonderzoek in Suriname dat van 2007 tot 2009 werd uitgevoerd op initiatief van de Nederlandse Taalunie en het Minov door de universiteit van Tilburg. Bij dit onderzoek werden 22.643 leerlingen van de klassen 4, 5 en 6 van glo en van lbgo en mulo gevraagd naar hun thuistaalsituatie. Het doel was gegevens te verschaffen ten behoeve van het taalbeleid in Suriname: moeten ook andere talen dan het Nederlands een rol gaan spelen in het onderwijs? Leerkrachten ondersteunden de leerlingen en de antwoorden waren makkelijk te geven via het aankruisen van een bolletje. Wat de schrijvers op pagina 25 zelf ook aangeven is de vraag of deze methode, binnen de school en met hulp van de klassenleerkracht, wel leidt tot het weergeven van de werkelijke taalsituatie. Of geven de jongeren sociaal wenselijke antwoorden? In totaal hebben de leerlingen 52 talen genoemd die thuis gesproken worden. Dat is verrassend. Op grond van de resultaten hebben de onderzoekers een top 14 samengesteld. Daarin staat in bijna alle districten Nederlands op de eerste plaats als thuistaal. Alleen in Brokopondo niet, daar is dat het Saramakaans. Vaak staat het Sranan op de tweede plaats, in Saramacca en Nickerie het Sarnámi en in Sipaliwini het Saramakaans. Veel leerlingen geven via de vragen ook aan dat ze het Nederlands goed beheersen. Dit onderzoek is uitermate vaag. De meeste leerlingen wonen in de stad en nabije districten, waar het Nederlands inderdaad bijna door iedereen redelijk tot goed gesproken wordt. Hoe zit het met kinderen uit de volkswijken in de stad, in de verdere districten en vooral in het binnenland tot het uiterste zuiden, waar niemand meer Nederlands spreekt en de schooltaal dus zowat onmogelijk is voor de kinderen? En al die kinderen en vooral jongeren die niet meer op school zijn? Degenen die op lbgo en mulo terechtkomen, hebben de toets gehaald, zijn voornamelijk uit de stad en de nabije districten, maar hoe verderaf je komt, hoe meer het afneemt.

Het derde artikel is van Margot van den Berg. Zij is wetenschapper aan de universiteit van Nijmegen. Het is een verslag van een onderzoek naar contacten tussen talen en daarmee samenhangend taalveranderingen. Taal wordt daarbij aan identiteit gekoppeld. In het onderzoek wordt taalvariatie aangetoond in verschillende talen, het Sranantongo, het Sarnámi en het Aukaans. Het onderzoek laat zien dat de talen steeds meer op elkaar gaan lijken. De talen in Suriname veranderen wel degelijk. (Zoals overal: hoe is het Nederlands niet veranderd in de laatste dertig jaar. Het is veel meer aangepast aan de ‘platte’ taal van het volk, de elite spreekt vaak nog ‘netjes’.) Hein Eersel heeft in 1983 al gezegd: ‘Het systeem is aan het veranderen’. Dat doet het nog steeds, alles wat leeft verandert, meestal onder invloed van anderen. Taal leeft! De drie artikelen zijn helaas niet echt uit het ‘taal-leven’ gegrepen! OSO is een ‘Tijdschrift voor Surinamistiek’, maar helaas is die surinamistiek steeds meer vanuit Europese geleerde brillen. Dat zie je ook aan de literatuurlijsten bij de artikelen. En dat terwijl er ook vanuit Surinaams perspectief veel over geschreven is.
KIT Publishers: OSO Tijdschrift voor Surinamistiek en het Caraïbisch Gebied; jaargang 32, nr. 1, mei 2013. ISSN 0167-4099
Opmerking van de redactie van dWTL: terwijl we bezig waren met deze pagina ontvingen we de nieuwe His/her TORI, Tijdschrift voor Surinaamse geschiedenis en cultuur, nummer 4 van juli 2013. We zullen het zo gauw mogelijk bespreken. Het gaat over ‘feestdagen’ in Suriname. Het onderwerp geeft hoop dat we actuele en historische informatie krijgen, vanuit Surinaams ‘levend’ perspectief!
  • RSS
  • Facebook
  • Twitter