blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: oraliteit

Tumbero’s binden strijd aan

In het Festival Center op Curaçao vond gisterenavond de eerste aflevering van het Tumbafestival plaats. Twaalf tumbero’s beklommen het podium om het festival af te trappen. Elke tumbero wordt ondersteund door een band. Met hun uptempo muziek weten ze het publiek aan het swingen te krijgen. De tweede en derde ronde vinden vandaag en morgenavond plaats. Vrijdagavond is de eindstrijd en daarna zal de best gekozen tumba menigmaal te horen zijn tijdens de carnavalsoptocht dit jaar. Op de foto is Eldrison ‘El Genio’ Eugenia samen met de muziekgroep Maria Cornelia te zien. Het liedje van ‘El Genio’ heet ‘Kòrsou den melodía’.

[overgenomen van Antilliaans Dagblad, 1 februari 2011]

Tumba is een muziek- en dansstijl die gespeeld wordt op Aruba, Bonaire en Curaçao. Tumba kan worden beschouwd als de meest oorspronkelijke muzieksoort van de ABC-eilanden. De oorsprong van de tumba ligt in Afrika. De naam tumba is afkomstig uit de Bantu-cultuur in Congo.

De tumba is net als de tambú (muziek) nauw verweven met de geschiedenis van de Nederlandse Antillen. Beide stijlen worden in 2/4-maat genoteerd. En beide stijlen werden door de Afrikaanse slaven meegebracht. Afrikaanse ritmes werden gespeeld op landbouwgereedschap en zelfgemaakte trommels. Voor de slaven was het een manier om hun verdriet en weemoed te uiten. Vanwege de wulpse dansbewegingen tussen man en vrouw werden tumba en tambú lange tijd verboden. Pas in het begin van de jaren zeventig werden ze officieel erkend als muziek en dans van het volk.

De tumba draagt een morele boodschap uit, gestoeld op saamhorigheid. Hij is vrolijk en moet mensen samen brengen. In 1971 werd de tumba dé muziek van het Curaçaose Carnaval, dat voor die tijd werd gedomineerd door Calypso en steelbands. In het Roxy Theater werd het allereerste tumba-festival gehouden. Boy Dap werd als eerste tot Tumbakoning gekroond.

Ook nu nog is tumba, vooral op Curaçao en Bonaire, heel populair in de Carnavalsperiode. Op alle drie de ABC-eilanden wordt er een groot tumba-festival in die periode. Het is een vierdaags evenement waarbij de beste schrijvers, zangers en bands van het eiland de strijd met elkaar aangaan. Het is een van de belangrijkste evenementen van het jaar. De winnaar wordt Rei di Tumba (Tumbakoning). Er is ook een kinder- en een tienertumba-festival waar jonge zangers en zangeressen hun talent kunnen tonen.

Aanvankelijk werden veel instrumentale tumba’s gecomponeerd. Bijvoorbeeld de tumba’s van onder andere Jan Gerard Palm, Rudolph Palm en Janchi Boskaljon op Curaçao en meer recent op Aruba Rufo Wever en Padu Lampe. Jan Gerard Palm was de eerste componist die het aandurfde om in de verfijnde negentiende eeuw erotische tumba’s te schrijven. Tegenwoordig wordt Anselmus “Boy Dap” (foto rechts), geboren op 25 oktober 1933, beschouwd als de “Tata di Tumba” (vader van de tumba). Hij werd als enige acht maal tumba-koning, met respectievelijk de tumba’s: Bashé (1971), Dal e Cos (1973), Mandé (1974), Sigi Awor (1979), Tur hende compañié (1981), Un biaha mas (1983), Despensa, e ta bini (1985), Waya pasa bai (1989) en Bolt’e blachi (1992). Een andere belangrijke tumba-schrijver van de moderne tijd is Rignald Recordino (Doble R).

 

 

[informatie uit Wikipedia]

Ismene Krishnadath – Toespraak bij de aanvaarding van de Henny Frans de Zielprijs

Geacht bestuur van de Trefossastichting, geachte juryleden, geachte Self Reliance-vertegenwoordigers, geachte oud-president Venetiaan en mevrouw Venetiaan, directeur Cultuur en vertegenwoordiger van het ministerie van Onderwijs en Volksontwikkeling, mevrouw Wijdenbosch, familie, vrienden, collega’s en belangstellenden.

De Henny Frans de Zielprijs gun ik aan welke Surinaamse schrijver dan ook, want elke schrijver levert op zijn eigen manier een waardevolle bijdrage aan de geestelijke ontwikkeling van Suriname en daarmee aan het bestaan. Toch ben ik blij dat ik deze prijs mag ontvangen. Ik wil alle mensen die mij genomineerd hebben dan ook hartelijk dank zeggen daarvoor. Bedankt mensen, voor deze kans om een paar dingen te zeggen tegen de crème de la crème van het literaire leven in Suriname.

Kri Kra, un yere mi tori. Als we af willen van het beeld van de hosselende dichter die zijn zelfgedrukte boekjes op straat slijt en vaak niet aan de straatstenen kwijt kan, van de schrijver met de slecht gelayoute boekjes vol taalfouten, dan zullen we 1) behoorlijk moeten investeren en 2) een grote draai moeten maken in ons denken over literatuur. Vanavond wil ik het vooral over dat laatste hebben.

Suriname heeft een literaire waaier die zo divers en kleurrijk is, dat het jammer is dat bij veel mensen in het literaire veld het idee heeft postgevat dat de roman de hoogste vorm van literatuur is. Bij S’77 propageren we al jarenlang het idee van ‘Diversity is Power’. We helpen de wereld alleen vooruit wanneer wij inclusief denken, allen een plaats en een eigen waarde geven binnen het spectrum van het bestaan. Dit geldt ook voor literatuur. Er is een overvloed aan literaire vormen waar het gewone volk prima mee uit de voeten kan, maar waar wij, van de zogenaamde literaire scène, te weinig mee doen.

Laten we de spotlight ook op die vormen beginnen te richten. Wat is onze kracht? Simpel: We zijn erg goed in korte, kernachtige teksten, die als ze geschreven zijn goed oraal kunnen worden gebracht, of, als ze oraal worden gebracht, makkelijk op schrift kunnen worden gesteld. Deze teksten zijn er in allerlei vormen en soorten. We hebben poëzie, liedteksten, toneel en dingen als fatu, odo en spreekwoorden. Maar het allerbelangrijkste wat we hebben is de tori. Een tori is een gesproken tekst over een gebeurtenis of gebeuren. Alle Surinaamse etnische culturen hebben de lobitori, de jorkatori, de fostentori, de ondrofenitori , de agersitori, langabere tori, de shat tori, de inbere tori, de sebere tori, de waka waka tori en ga zo maar door.

Alle literatuur is in de kern een verhaal, een tori. Suriname is een waar verhalenland. Er gebeurt zoveel dat wij meer verhalen kunnen bedenken dan er sterren aan de hemel zijn. Het aan elkaar vertellen van verhalen, de tak tori, is hier een absoluut natuurlijk gegeven. Het sluit naadloos aan bij een aantal kenmerken van onze samenleving:
1. We hebben meer een praatcultuur dan een schriftcultuur, omdat we via het onderwijs gedwongen worden onze schriftelijke vaardigheden te ontwikkelen in een taal die de meesten ervaren als een taal van het verstand en niet als een taal van het gevoel.
2. Door onze hosselcultuur hebben we niet veel vrije tijd. Schrijven kost tijd, zeker als we het hebben over de roman. Bovendien kan het vertellen van en luisteren naar tori goed gecombineerd worden met handwerkzaamheden.
3. Wij zijn een wij-gerichte samenleving. Dat wil zeggen, we hechten waarde aan samen-zijn. Sociale en economische motieven spelen daarbij een rol.
4. Door het warme klimaat en de bouwstijl speelt ons leven zich voor een groot deel buiten af. Ons samen-zijn is vaak buiten, waar we niet worden afgeleid door bijv. de televisie.

Moderne literaire vormen die Surinamers hebben gekoppeld aan de tori hebben vaak wel een schriftelijke kant. Denk maar aan de column ‘Borrelpraat’ van Rappa. De teksten voor spoken word, rap teksten en teksten voor stand-up comedy worden meestal ook op papier gezet.

Ik wil even stilstaan bij die stand-up comedy, omdat ik daarmee het best kan demonstreren welke mogelijkheden onze traditionele tori-vormen hebben.

De stand-up comedian is niets anders dan een toriman of een tori uma. Jörgen Raymann is het grote Surinaamse voorbeeld van de succesvolle tori-man. Zijn nieuwe show, die hij nu qua aankleding in een moderner jasje heeft gestoken is nog steeds gebaseerd op het oeroude tak tori principe. Wesje is een andere stand-up comedian die heeft laten zien hoe populair de tori is. Toen ik zijn nieuwe show zag, ging er helemaal een lichtje bij me branden. Die man had gewoon een yorkatori uitgewerkt in zijn show, compleet met sound en licht-effecten.

Trouwens, iets waar wij zeker op basis van onze tori-traditie talent voor hebben is de talkshow. Oprah Winfrey is een van de rijkste vrouwen van de wereld geworden, met een talkshow die qua vorm helemaal is ingebed in een tori-traditie.

Beste aanwezigen. Ik ben er heilig van overtuigd dat de belangrijkste dingen in het leven buiten de geldeconomie vallen, maar op een goede manier geld verdienen heeft ook zijn voordelen. Ik roep onszelf dus op om te kijken naar de mogelijkheden om het tori vertellen te ontwikkelen tot een cultuurelement dat geld in het laatje brengt.

Het tori vertellen zal geprofessionaliseerd moeten worden. We moeten literatuur maken, live, op papier, op beeld- en geluidsdragers om er de commerciële markt mee op te gaan. Ik zie al een geweldige ontwikkeling bij de stand-up comedy. Er is ook al een mengvorm van tori, poëzie en liedtekst in de vorm van spoken word en rap. We zouden de kot’tori-traditie kunnen verwerken in een wedstrijdshow. We kunnen werken aan een Surinaamse ontwikkeling van tori-traditie naar talk-show. Er zijn legio mogelijkheden.

Ik roep de scholen en beroepsinstanties op in te spelen op de vaardigheden die nodig zijn bij de verdere ontwikkeling van deze sector. De scholen die zich toeleggen op literatuur en taal kunnen aan het volgende denken. De schriftcultuur kan gebruikt worden om gesproken teksten, zowel hedendaagse als traditionele, vast te leggen en te ontwikkelen. Verder. Elke tori sma moet taal bestuderen. Wat kan ik wel zeggen, wat kan ik niet zeggen, hoe zeg ik het, welke zinsnede zal het beste effect sorteren. En in onze samenleving, welke taal gebruik ik? Hoe maak ik gebruik van onze talenrijkdom? Wesje is daar erg goed in. Hij heeft bijvoorbeeld steeds een stopwoord. Zijn laatste stopwoord was ‘sac hai’.

Welke genres zijn interessant? Er zal aandacht besteed moeten worden aan het verder ontwikkelen van genres. We zijn sterk in de yorkatori. Dat heeft Wesje al laten zien. Maar er is veel meer. We moeten kijken welke genres er nu zijn? Denk ook aan de genres die vanuit de verschillende moederlanden zijn meegekomen, zoals het Ramayan volkstoneel. Hoe zien de bestaande genres eruit, wat is hun opbouw? In welke mate zijn ze al gemoderniseerd en hoe kunnen we ze verder moderniseren?

 

En dan: Welke technieken kennen we? Kunnen we bijvoorbeeld de techniek van het wajongspel ergens inzetten. Of die van de kot’tori? Hoe zit het met piki en troki? Hoe zit het met de traditionele aanheffen? Jörgen Raymann heeft gevleugelde woorden gemaakt van ‘Wie je vader? Wie is je moeder?’

Naast taal moet er gewerkt worden aan kennis en vaardigheden van de beeldcultuur om er een show omheen te bouwen. We moeten kennis en vaardigheden hebben van audiovisuele middelen om opnames te maken, te vermenigvuldigen en bekendheid te krijgen. We moeten vertalers hebben om ondertiteling op het beeld te kunnen brengen en internationaal door te dringen. Er zal aan cultuursales en marketing gedaan moeten worden.

Dames en heren, er is werk aan de winkel. Ik wil mijn betoog eindigen met een oproep aan de literaire kringen in Suriname om een heroriëntatie te plegen op de mogelijkheden van onze rijke en diverse literatuurtradities en die te ontwikkelen tot trendsetters van Surinaams/Caribische wereldcultuur.

Workshop Oral History

Saskia Wieringa, antropoloog en directeur van het Aletta Instituut voor Vrouwengeschiedenis en hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam geeft op vrijdag 12 november, 17:00 uur een workshop Oral History in het Amsterdamse Bijlmer Parktheater.

Op 17 november is de eerste sessie van een tweedaagse workshop ‘Oral History’ waarbij het vastleggen van de orale traditie en ervaringen van de oudere generaties vrouwen behandeld wordt. Jonge vrouwen die hun (groot) moeders, tantes of andere verwanten willen interviewen worden in deze workshop vertrouwd gemaakt met de mogelijkheden van oral history.

Aanmelden bij info@blackmagicwomanfestival.nl

 

De tweede sessie is op zaterdag 13 november om 16.00 uur.
Entree € 2.50

De verhalensalon rondom migratieverhalen

Oproep om mee te doen aan de verhalensalon rondom migratieverhalen

Yvette Kopijn (verzamelaar van levensverhalen en medeauteur van het boek Stille Passanten) wil u graag uitnodigen om deel te nemen aan haar verhalensalon. Kopijn is door het museum Beelden aan Zee in Scheveningen gevraagd om een serie verhalensalons te verzorgen in het kader van de tentoonstelling The Unwanted Land. De tentoonstelling is een initiatief van kunstenaars die kinderen zijn van Nederlanders die ooit besloten om te emigreren. Op de tentoonstelling laten ze in hun kunst zien wat migratie voor hen betekent.
.

Foto rechts: Yvette Kopijn met de Javaanse Kemie

Op zaterdag 6 november nodigt Yvette Kopijn Javaans-Surinaamse en Hindostaanse 50+ers uit om in haar verhalensalon verhalen en herinneringen met elkaar uit te wisselen over hun migratie-ervaringen. In de verhalensalon worden herinneringen en verhalen uitgewisseld over de kindertijd in Suriname, de komst naar Nederland en het settelen alhier. Het uitwisselen van verhalen gebeurt aan de hand van meegebrachte foto’s en een dierbaar voorwerp.

De verhalensalon vindt plaats op zaterdag 6 november tussen 11.00-14.00 uur in het museum Beelden aan Zee in Scheveningen.

Er is plaats voor ca. 10 Hindostaanse deelnemers en 10 Javaanse deelnemers.

Heeft u interesse om mee te doen aan de verhalensalon? Neem u dan contact op met Yvette Kopijn: kopij005@planet.nl. U kunt ook bellen: 06 26955699

Voor de website van The Unwanted Land klik hier

Yvette Kopijn is van Indische afkomst en houdt zich ruim tien jaar bezig met het losmaken en vastleggen van levensverhalen van koloniale migranten in boeken, artikelen, tentoonstellingen, websites, verhalenworkshops en levensboeken. Zij was onder meer verbonden aan Imagine Identity and Culture, Het Indisch Huis en het Internationaal Archief en Informatiecentrum voor de Vrouwenbeweging (IIAV), waar zij inhoudelijk invulling gaf aan het project Haar Geschiedenis (zie www..haargeschiedenis.nl). Momenteel opereert Yvette Kopijn vanuit haar eigen bedrijf Verhalen Over Leven.

En toen was er het woord

Mineke Schipper duidde 1500 oude oorsprongsverhalen en -mythen. Klik op de afbeelding voor een groter formaat

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter