blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: oraliteit

Rose Mary Allen: Oral History and Postcolonial Feminism

Workshop Netherlands Institute for Cultural Analysis

The workshop and lecture by Dr. Rose Mary Allen will focus on the specific challenges and potentials of oral history-based research in relation to the study of the lived experiences of subjects and groups who have faced discrimination, silencing, and systemic injustices. Based on her longstanding research experience of documenting the lives of women in the Dutch Caribbean islands and their experiences, memories and testimonies of slavery and colonialism, Dr. Allen will speak about the significance of oral history from a postcolonial feminist perspective. read on…

Balans: Arubaans letterkundig leven (34)

door Wim Rutgers

04.9.1 Arte di palabra
Jong dichterstalent ontwikkelt zich op papier of via het beeldscherm, maar betreedt ook de oude paden van de oraliteit door het voordragen van de door hen geschreven teksten in de vorm van poëzie of proza. Hier vallen achtereenvolgens drie groepen te noemen die weliswaar aanzienlijk van elkaar verschillen maar die hun toewijding aan de literatuur zeker gemeen hebben. read on…

Werkgroep presenteert Tropengraf

Op de avond van 22 november verzorgt de Werkgroep Caraïbische Letteren de vertoning van de film Tropengraf in de Openbare Bibliotheek van Amsterdam. De werkgroep nestelt zich die avond bij stichting IBS in een avond gewijd aan de geschiedenis van Suriname en de Antillen. Noteer de avond in je agenda!

Tropengraf; een West-Indische overlevering – Op 27 augustus 1913 wordt op een struisvogelfarm in een buitendistrict van Curaçao de blanke assistent van een Nederlandse farmhouder dood aangetroffen. Geruchten doen de ronde dat er geld, overspel en jaloezie in het spel zijn. Maar door gebrek aan bewijs wordt de zaak gesloten en inmiddels zijn alle mogelijke getuigen overleden. Aan de hand van authentiek beeld- en geluidsmateriaal onderzoekt de documentaire de onopgeloste moord, zonder daarbij alsnog een schuldige te willen aanwijzen. read on…

Herdruk van Het verhaal van Kantjil

door Jerry Dewnarain

Dongeng Kantyil, verteld door pak Saleman Siswowitono bevat een aantal verhalen over de lotgevallen van Kantjil, de held uit de Javaanse fabelwereld. Deze verhalen werden 23 juni 1981 op band opgenomen en vervolgens door de samenstellers van het boek, J.J. Sarmo en H.D. Vruggink, letterlijk opgeschreven en uitgegeven in 1983. Siswowitono was toen kaum (islamitisch religieus leider) en ketuwa (geestelijk voorganger) op Meerzorg. De letterlijke Javaanstalige tekst is ook in deze herdruk (2013) opgenomen en de taalfouten in het Nederlands zijn gecorrigeerd.

Een uitgave van Indra Kamadjojo en Wim Burger

 

Kantjil is in Indonesië een dwerghertje. In Suriname komt dat diertje niet voor en denkt men bij Kantjil aan het Surinaamse konijn Konkoni. Kantjil heeft hier dus een gedaanteverwisseling ondergaan. Een duidelijk geval van aanpassing aan de Caraïbische situatie. Op de Franse Antillen speelt het konijn een belangrijke rol als slimmerik in de orale vertellingen uit de slaventijd. Het kleine slimme konijn, Lapin, naast het grote, machtige dier Zamba, dat men waarschijnlijk heeft geassocieerd met de hyena van West-Afrika.

Net als de konkoni is Kantjil een slim diertje dat veel voorkomt in dierenverhalen. De kantjilverhalen zijn min of meer te vergelijken met anansitori, omdat Anansi en Kantjil allebei slim zijn. Bovendien zijn er heel veel kantjilverhalen wat ook het geval is bij anansitori. Dat komt door de mondelinge overlevering. Ze zijn van generatie op generatie doorverteld waarbij iedere verteller er wat aan  kan toevoegen of iets kan weglaten.

Een uitgave van S. Franke

 

 Sommigen vertellen maar één scène, bijvoorbeeld van ‘Kantjil en Slak’. Pak Saleman vertelt een aaneensluitend verhaal dat uit meerdere scènes bestaat, zoals ‘Kantjil en Tijger’, Kantjil en Slak’, enzovoort. Dit maakt het boek boeiend, vol met belevenissen van Kantjil. De illustraties van Doel Soekinta inspireren ook de jeugd om het boek te lezen. Het taalgebruik is eveneens voor deze doelgroep toegankelijk. In kantjilverhalen kunnen de dieren praten zoals in anansitori (wat maakt dat ook kinderen zich kunnen inleven in deze verhalen). Dit hangt samen met een Javaanse overlevering die zegt dat Salomo de taal van de dieren verstond. Daaruit kwam het geloof voort dat de dieren ten tijde van Salomo konden denken en spreken. Pak Saleman Siswowitono zegt het in zijn inleiding als volgt: ‘Vroeger was de aarde rein en licht, er was nog geen oorlog en ook geen leugen en bedrog. De dieren van het bos en de dieren in het water konden toen nog praten zoals de mens.’ Daarom wordt Salomo in dit boek een aantal keren beschermheer van de dieren genoemd.
Over de herkomst van de kantjilverhalen is niets met zekerheid te stellen. Bepaalde elementen zijn uit India afkomstig, maar de kantjilverhalen zoals we die nu kennen zijn Indonesisch. Deze verhalen zijn niet alleen bij Javanen populair maar ook bij andere etnische groepen in Indonesië, zoals de Maleisiërs en Atjehers. Kantjilverhalen zijn heel oud: van vóór de komst van de islam in Indonesië (15de eeuw). Op tempels uit de tijd dat Java nog hindoeïstisch en boeddhistisch was, treffen we al afbeeldingen van Kantjil aan.

Men kan kantjilverhalen lezen als een fantastisch sprookje of als symbolische verhalen met een diepe moraal en een rijke geestelijke boodschap. Als je het verhaal oppervlakkig leest, is het een leuk sprookje over dieren die kunnen praten en Kantjil die net als Anansi of Reinaert de Vos de andere dieren steeds te slim af is. Wie het zo leest kan er veel plezier aan beleven, en dat geldt vooral voor de jeugdige lezer. Maar er zit ook diepte in het verhaal, waardoor het ook voor oudere lezers een bijzondere waarde heeft.

Dongeng Kantyil/ Het verhaal van Kantjil, verteld door pak Saleman Siswowitono. Samenstelling en vertaling: J.J. Sarmo, H.D. Vruggink en Michiel van Kempen. Paramaribo: VACO Uitgeversmaatschappij, 2013. ISBN 978-99914-0-097-6

 

Orale geschiedenis in Papiamento

Aruba
Historia Oral ta historia di pueblo; Un metodo pa investigacion di Historia Oral van Jeanne D. Henriquez  beschrijft de methodiek van de orale geschiedenis in Papiamento. Orale geschiedenis is de geschiedenis die een persoon heeft beleefd en ervaren, en die hij of zij vertelt aan een onderzoeker. De persoon heeft  de informatie in zijn geheugen, als een eigen ervaren gebeurtenis die deel uitmaakt van zijn leven en ook van de samenleving en de maatschappij waarin hij/zij leeft.
Het boek beschrijft de geschiedenis en de orale geschiedenis. Over de orale geschiedenis in het Caribisch Gebied en de traditie van de orale geschiedenis in deze regio. Over het onderzoek van de orale geschiedenis op Aruba en de mensen die hieraan hebben bijgedragen. En tenslotte de methodiek zelf. Ook is er een lijst van publicaties op dit terrein.
Historia Oral ta historia di pueblo – Jeanne D. Henriquez
Papiamento | hardcover | 64 pagina’s | Unoca | Aruba | 2013
ISBN  978 99904 1 690 9
Prijs: 16,50€ 

Een orale vertelling van Haïti: Krik? Krak!

Antoine Montas (1926): ‘Fiesta’ (circa 1963) in: Kunst aus Haiti, p. 60. Ulm: International Primary Art’
Uit dit beeld straalt overmoedige levensvreugde. Muziek, dans en spel zijn in lichtende kleuren en beweeglijke penseelstreken weergegeven. Zelfs de natuur viert het feest mee!  Op de voorgrond is de slang op de trommel, symbolisch. Voor de voodoo-gelovigen belichaamt ze Damballah, de god van het leven.
Het eiland La Gonâve
 
Iedereen op Haïti weet het: het eiland La Gonâve was lang geleden een walvis die al heel lang in onze wateren verbleef. Op een mooie ochtend was Baleine, de walvis, aangekomen met op haar rug een godin die gedurende de oversteek van de zee in slaap was gevallen. Om haar wakker te maken stak Baleine voorzichtig haar neus boven het water uit en begon te bewegen en te zingen. Ze sloot op die manier vriendschap met de zeebewoners, zoals haaien, dolfijnen, vliegende vissen en kaaimannen en dat zijn dan alleen nog maar haar beste vrienden. Met de haaien probeerde ze haar stem uit, ze lieten een gezang van sirenen horen, daarna stak ze de baai over om raad te vragen aan de kaaimannen, toen de dolfijnen ophielden met haar te spelen. Dat alles deed ze om de goddelijke passagier wakker te krijgen die rustig op haar rug dommelde.
Baleine wendde zich toen naar de kust om hulp te vragen van de leguanen, de kolibri’s, de vogels met lange neuzen, de aguti en de tigrikati. Als ze het geluk had hen te kennen zou ze evenals haar passagier niet zomaar ontwaken, haar passagier die op haar rug sliep, met gesloten vuisten en de armen gekruist over de borst. In feite had  de godin slechts één gesloten vuist.
Men vertelt dat ze in die vuist een boodschap verborgen hield die een Afrikaanse god haar had toevertrouwd voor de mensen van Haïti. De inwoners van het eiland noemden haar in de taal van toen La Gonâve. De walvis leefde gedurende zoveel jaren met de godin in de golf dat ze de naam van de godin kreeg en de ‘Golf van La Gonâve’ werd.
Op een avond floten de passaatwinden een heerlijke sarabande die het hoofd van de walvis zo aangreep dat ze bedwelmd in slaap viel, net als haar passagier op wier rug zich kleine breekbare schelpjes hadden vastgezet. De godin sliep in haar sirenenjurk die schitterde van parels en koraal, en in haar vuist sluimerde de boodschap van de Afrikaanse god ook.
Beiden sliepen ze gedurende vele lichtjaren, bewogen door het zuchten van de passaatwinden, verbrand door de stralen van de zon of nat geworden door de tropische regens. Toen ze ogenschijnlijk ongevoelig waren voor zon, wind en regen, waren ze een eiland geworden, het eiland van de ingeslapen vrouw, genoemd naar de walvis, het eiland van La Gonâve.
Men zegt dat ze allebei, de walvis en haar godin, wachten om wakker te worden, als de mensen van Haïti in het hart van hun eiland hun geheim ontdekken: de boodschap van liefde van hun Afrikaanse god…
In: Gérard Barthélémy, Mimi Barthélémy: Haïti La perle nue (Haïti, de naakte paarl), vertaling: E.M.. Vents d’ailleurs, 1999. (Dit tekstje is vertaald uit het Creools-Frans van Haïti. Woorden als ‘aguti’ en ‘tigrikati’ zijn bijna hetzelfde als in het Sranantongo.)
Deze flessen bevatten de lievelingsdranken van de goden. Ze hebben de symbolen van de verschillende goden op zich. Je ziet ze op altaren in voodoo-tempels. De priester biedt tijdens de rituelen de goden hun drank aan. Kunst aus Haiti, p. 39

Fosten singi vastgelegd voor nageslacht

door Audry Wajwakana

Paramaribo – Meer dan veertig owruten singi als Rorac, Friyari prisiri, Zestien april, Mi kant’ O en Jai Jai Sarnam zijn in een zangboek met cd vastgelegd voor het nageslacht. Behalve de teksten van de liedjes is bij sommige ook uitleg gegeven over de inhoud. “Het doel van de verzameling is om de liedjes in hun originele vorm te behouden”, zegt Judith Tilborg van Bigi Sma Kontren.
Creoolse prodo-groep, verm. op Koninginnedag, ca. 1900

 

Versies
De organisatie werkt al tien jaar aan het verbeteren van de kwaliteit van het leven van ouderen. Vanwege haar betrokkenheid bij deze doelgroep is zij door de Nederlandse Stichting Fos’ten Surinaamse vrouwen 50+ benaderd om een zevental boeken met cd aan zeven bejaardentehuizen aan te bieden.
“De stichting organiseert jaarlijks twee samenkomsten met Surinaamse bejaarden in Nederland. Daarbij worden liedjes van vroeger gezongen. Om te voorkomen dat deze verbasteren heeft de stichting besloten deze allemaal vast te leggen”, zegt Tilborg.
Verschillende liedjes hebben diverse lezingen over de achtergrond. “Zoalsno fas mi kindi kent een andere versie getiteld No fas’ mi bobi. Deze twee versies zijn beide in het boek opgenomen, omdat niet uitgemaakt kon worden welke de juiste is.”
Ook zijn originele tekstschrijvers en componisten van de liedjes in het boek opgenomen, althans zover dat getraceerd kon worden.

Aanbieding van het boekje

 

Intussen heeft Tilborg de instellingen Kibri mi, De Mantel, Fatima Oord en Stichting Soos een exemplaar overhandigd. “De komende dagen zijn Huize Ashiana en Stichting Wiesje aan de beurt. Met de zevende moeten wij nog contact maken.” De overhandiging wordt in aanwezigheid van Liesbeth Venetiaan gedaan. Zij heeft het contact gelegd met de instellingen zodat ze de boeken konden ontvangen. Ook de voormalige penningmeester van de Nederlandse stichting Mildred Zuidveen probeert zoveel mogelijk bij de overhandigingen aanwezig te zijn. “Met het aanbieden van de boeken (inclusief cd) aan de bejaardentehuizen hopen wij dat het tehuis dit in hun activiteitenplan opnemen. Hierdoor kunnen onze bigi sma de oude tijden herleven en over vroeger praten.”
De boeken zijn niet in de handel verkrijgbaar. “Ik heb veel aanvragen gehad en heb de organisatie al benaderd of zij meer exemplaren kunnen laten drukken. Persoonlijk vind ik het ook belangrijk dat de jeugd dit boek in handen krijgt. Maar het is nog even wachten wat de organisatie besluit”, zegt Tilborg.
[uit de Ware Tijd, 31/01/2013]

Workshop poëzie voordragen

Schrijf / lees jij poëzie en treed je graag op? Lijkt het je interessant om voor een publiek jouw of andermans poëzie voor te dragen en aldus de oren van anderen te bekoren? Schrijf je dan in voor de workshop poëzie voordragen van Perdu.
Perdu wil graag beginnende performers de kans geven zich verder te ontwikkelen. Tijdens de workshop zal je zelf uitgekozen poëzie ten gehore brengen in het bijzin van de andere cursisten. Het doel van de workshop is inzicht krijgen in hoe de voordracht het beste kan werken, wanneer de toehoorders wel of niet aan je lippen hangen…Aan bod komen je houding, stemgebruik, tekstbegrip en -behandeling, verbeeldingskracht, de kracht van stilte, en scherpte en helderheid in het maken van keuzes.

De workshop wordt begeleid door Erik Koningsberger, ervaren theatermaker, acteur en regisseur (zie www.erikkoningsberger.nl).De betrokkenen bepalen hierbij zelf wat ze lezen en waar ze aan willen werken. Eigen inbreng bepaalt met andere woorden voor een groot gedeelte wat er wordt geleerd.

Wil je meedoen, reageer dan voor 28 februari 2012 via perdu@perdu.nl. Graag ontvangen we van te voren een e-mail met daarin een korte motivatie, c.v. en de poëzie die je hebt gekozen.

Hoofden van de Oayapok!

De rubriek Herlezen vraagt aandacht voor boeken die langer geleden zijn verschenen en de moeite van het herlezen waard zijn. Suggesties? Laat het ons weten via ons emailadres. Vandaag een stuk over de roman in vijf redevoeringen van Albert Helman, Hoofden van de Oayapok! 

door Els Moor

Courtesy edition van de Engelse vertaling
door Scot Rollins van Hoofden van de Oayapok!

In 1984 verscheen van Albert Helman, pseudoniem van Lou Lichtveld (1903-1996), Hoofden van de Oayapok! Roman in vijf redevoeringen. De schrijver was toen al eenentachtig jaar. Het werk bestaat uit ‘vijf redevoeringen’. Hiermee sluit Albert Helman aan bij de Grieks-klassieke traditie van drama in vijf bedrijven, maar vooral ook bij de inheemsen, die in het dagelijks leven stille mensen zijn, maar bij officiële gelegenheden eindeloze redevoeringen kunnen houden. Zelf had hij twee volbloed indiaanse grootmoeders en hij voelde zich zeer verbonden met de inheemse volken. We lezen dat ook in Zuid-Zuid-West, zijn eerste werk, dat hij schreef in Nederland op 25-jarige leeftijd, vol heimwee naar zijn geboorteland Suriname. Hij beschrijft zijn land vanuit het thema dat hemzelf toen op het lijf geschreven was. ‘Alle rassen ter wereld ontmoeten elkaar in dit land. Niemand stoort de ander, omdat elk eenzaam is’.

In Hoofden van de Oayapok! vat Helman de thematiek van de tegenstrijdigheid tussen het eigene en de grote wereld samen in Malisi, een indiaan uit een volk in het gebied van de Oayapok, grensrivier tussen Frans-Guyana en Brazilië. In vier redevoeringen in verschillende periodes van zijn leven richt Malisi zich tot de hoofden van zijn volk. Hij vertelt hoe hij als kind door paters naar Parijs gebracht, een Europees-christelijke opvoeding kreeg, hoe hij bij de dreiging van de Tweede Wereldoorlog terugkwam naar zijn dorp met het voornemen om zich in te zetten voor zijn volk. Hij stuitte echter op traditionele wetten en gewoontes die dat voornemen soms bemoeilijkten. Malisi leefde gelukkig samen met Akontina, een jonge vrouw uit het dorp. Volgens de wetten van hun cultuur volgde hij de geboorte van hun eerste kind op afstand, liggend in een hangmat.

De moeder baart immers het kind en de vader de geest. Malisi: ‘Maar ik wil u wel bekennen dat, hoe langer de foltering duurde en de avond reeds dichterbijkwam, hoe meer ik dacht: een blanke medicijnman had haar misschien kunnen helpen en redden. O, had ik maar de moed gehad om haar bijtijds stroomafwaarts mee te nemen tot wij er een zouden ontmoeten… Ik wist dat gij het niet zoudt goedkeuren als ik dit gedaan had, en heb het niet gedurfd, helaas, helaas. Tenslotte hoorde ik geen geluid meer uit de geboortehut. Zelfs niet het krijsen van een zuigeling.’

Spreker van het Tunayana-Katwena in Kwamalasamutu,
met zijn fluit in de hand. Hij is een van de vertellers
van de mythe van Taana. Foto © Roland Hemmauer.

Moeder en kind overlijden en Malisi verlaat zijn dorp en gaat terug naar Europa. Veertig jaar later houdt hij zijn vijfde toespraak tot de hoogwaardigheidsbekleders van een universiteit, wanneer hij een hoge onderscheiding gekregen heeft vanwege zijn verdiensten als wetenschapper, antropoloog die onderzoek deed naar de indianen aan de Oayapok, inmiddels uitgestorven stammen. Aan het eind van zijn redevoering stokt hij… de emoties worden hem te veel! Hij denkt aan zijn vrouw en zijn kind en even heeft het hart het gewonnen van het hoofd.

De historische werkelijkheid in deze prachtige korte roman in redevoeringen is die van de indianenvolken van de Guyana’s in de twintigste eeuw, van wie er veel uitgestorven zijn, mede door de besmettelijke ziektes die zij opliepen via Europeanen die het gebied bezochten, maar ook die van Helman zelf, die op vele plaatsen in de wereld gewoond heeft. De vraag ‘Wie ben ik en waar hoor ik thuis’ hoort duidelijk bij de twintigste-eeuwse emigratie en de veranderingen die zich daardoor in de menselijke geest voltrokken. In zijn beknoptheid is dit een van de beste werken van Albert Helman en de dramatisering ervan in 1995 door de Theatergroep De Nieuw Amsterdam, met Felix Burleson als Malisi was een groot succes, ook in Suriname in 1996.

Schooljeugd van Kwamalasamutu

Dorpen zoals Kwamalasamutu zijn in de tweede helft van de twintigste eeuw gesticht door veelal Amerikaanse zendelingen die in samenwerking met de Surinaamse overheid ervoor zorgden dat er westerse gezondheidszorg kwam naast de inheemse van de sjamanen, een vliegveld voor snelle verbinding met de stad, lager onderwijs, enzovoort. Door de overgang naar het christendom zijn de bewoners van deze dorpen enerzijds veel van hun authentieke cultuur kwijtgeraakt, anderzijds hebben ze nu veel contacten met de ‘grote wereld’. In vergelijking met Malisi zijn de leerlingen van de zesde klas van Kwamalasamutu moderne jongeren die kennis willen nemen van de gevaren die de jeugd nu overal ter wereld bedreigen, zoals besmetting met het hiv-virus en aids, vaak veroorzaakt door vrije seks. Net als Malisi kunnen zij hun mogelijkheden ontwikkelen en zelfs wetenschapper worden, maar de problematiek van Malisi en de strengheid van hun eigen cultuur, is ver van hun hangmat.

In de laatste decennia is er een nieuwe relatie ontstaan tussen inheemse dorpen en de ‘westerse wereld’. Het toerisme ontwikkelt zich en voor de inheemsen ligt er de uitdaging hoe betalende gasten op een goede manier te ontvangen, zonder dat toeristenondernemingen van elders baas gaan spelen en de winst opstrijken. Ook komen er veel stichtingen, ook buitenlandse, ‘ontwikkelingswerk’ doen in de dorpen. Dat kan alleen maar slagen vanuit een grondige kennis van de leefwereld en de cultuur ter plaatse en vooral in intensieve samenwerking met de betrokkenen uit de dorpen, die zelf moeten aangeven waaraan er behoefte is en niet omgekeerd. Dat gebeurt lang niet altijd. De externe ‘deskundigen’ hebben dan hun ‘exotische’ ervaring gehad en de inheemsen gaan weer over tot de orde van de dag!

Albert Helman geeft ons met Hoofden van de Oayapok! een sterk voorbeeld van de eenzaamheid in de inheemse dorpen in de eerste helft van de vorige eeuw. Eenzaamheid heeft nu een andere vorm: binnen de door zendelingen gestichte dorpen is het samenzijn van verschillende volken die elkaar niet ten volle vertrouwen, niet vanzelfsprekend. In het verleden kunnen zij, toen nog nomadenvolken, vijanden van elkaar geweest zijn. Eenzaamheid is het grote thema van de literatuur van Latijns-Amerika met als hoogtepunt het meesterwerk van Nobelprijswinnaar Gabriel García Márquez, Honderd jaar eenzaamheid (1972), waarvan de laatste woorden zijn […] ‘omdat de geslachten die gedoemd zijn tot honderd jaar eenzaamheid, geen tweede kans krijgen op aarde’. Hoofden van Oayapok! past hierbinnen, maar ook binnen het hele oeuvre van Albert Helman. 

Albert Helman: Hoofden van de Oayapok! Roman in vijf redevoeringen. ’s Gravenhage: Nijgh & Van Ditmar, 1984. ISBN 90 236 5612 1 

De tekst van Helmans roman is ook digitaal te lezen, klik hier

Op zoek naar het levenswater van Ana Bolindo-Kondre

door Els Moor

Op 29 juni had het Heilpedagogisch Instituut Matoekoe in Lelydorp weer zijn jaarlijkse toneelstuk ter gelegenheid van 1 juli, Manspasi-dei, afschaffing van de slavernij, een feest van vrijheid dus! De pupillen van Matoekoe zijn vrije mensen. Geen slaven van hun beperking. Ze werken aan hun persoonlijke ontwikkeling en dankzij hun liefdevolle en deskundige begeleiders, lukt dat. Kunst is een belangrijk middel tot het vergroten van je zelfvertrouwen en je eigenheid, vooral ook toneel; dat doe je samen en je hebt veel plezier.

Het levenswater van Ana Bolindo-Kondre is een verhaal uit de orale traditie in Suriname. Rubbertappers, balatableeders, vertelden het elkaar vroeger als ze de nacht moesten doorbrengen in het bos. Het gaat over een vader van drie zoons die blind wordt doordat hij het giftige sap van een broodvrucht in zijn ogen krijgt. De lukuman raadt de jongens aan dat ze ‘het levenswater’ moeten halen bij Ana Bolindo. Dat zal vader genezen. Moeder weet dat het heel gevaarlijk is om daarheen te gaan, maar om de beurt, eerst de oudste, dan de middelste en ten slotte de jongste, gaan ze, op een paard. Indri, de dappere jongste broer, slaagt erin het levenswater te bemachtigen, zijn door misdadige heksachtige vrouwen gedode broers weer tot leven te wekken en ten slotte pa’s ogen weer ziende te maken met het levenswater van Ana Bolindo. Hij is de enige die communiceert met Krab’dagu die steeds weer opduikt, met wie hij zelfs zijn eten deelt. Aan dit goede dier heeft hij veel hulp te danken om het doel te bereiken en zijn twee broers te redden. Eind goed al goed!

Om vrijheid te bereiken moet je dapper zijn, maar ook sociaal. Regisseur Marylou Asmodikromo van Matoekoe heeft weer een prachtige prestatie geleverd met haar acteurs, pupillen en medewerkers. Het verhaal werd deels door een verteller verteld en deels gespeeld. Bijna helemaal in het Sranantongo dat de pupillen en hun families beter verstaan dan het Nederlands en dat bovendien het verhaal weer origineel maakt. Want de balatableeders vroeger zullen echt geen Nederlands gesproken hebben en de bevrijde slaven ook niet!

Alles was eenvoudig, maar creatief: het spel, het decor en de kleding. Op een stok met een paardenkop maakten de drie jongens achtereenvolgens hun reis. En alles doorspekt met liedjes, muziek en grappen. Het publiek genoot. Veel familieleden van de pupillen, veel kinderen. Het publiek leefde ook duidelijk mee, waardoor het stuk één groot geheel werd.

Balatableeders aan het werk: met inkepingen wordt
het balata (de rubber) uit de boom getapt.
Foto @ Surinaams Museum.

Dankzij de positieve instelling van Indri en zijn persoonlijkheid (hij laat zich niet verleiden door die heksachtige wijven) overwint hij alle hindernissen om het levenswater te bemachtigen. Dat is een stuk vrijheid en vandaaruit geeft hij zijn broers het leven terug, hun persoonlijke vrijheid en zijn vader het licht. Indri is een voorbeeld, hij is de ‘manspasi ‘in levenden lijve! De voorstelling is een prachtig voorbeeld van wat je bereiken kunt als je met jongeren met een beperking een tekst speelt die herkenbaar voor ze is, spannend en toch ook gewaagd, zoals de confrontatie van de broers met de heksachtige vrouwen die kaart met ze speelden en als ze geen geld meer hadden voor hun verlies, dan maar hun leven!

Het levenswater van Ana Bolindo Kondre is in 1979 uitgegeven in een bewerking van Ané Doorson. Het is echt een ‘klassiek’ verhaal uit de orale traditie en we hopen dat het ooit herdrukt gaat worden.

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter