blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Noordwijk Mavis

NAKS-kalender met rolmodellen

‘Grani fiti den bikasi den gi Sranan grani’

door Chandra van Binnendijk

De organisatie voor gemeenschapswerk NAKS heeft voor 2020 een kalender uitgebracht, de derde editie alweer van hun iconenkalender. Een bijzonder initiatief waarmee belangrijke landgenoten in de spotlight worden geplaatst. Twaalf prominente Surinamers worden er jaarlijks belicht.

read on…

Thalia 175 jaar: Opera Fatu Doro, ‘De prijs van Vrijheid’

door Els Moor

Thalia, midden 19de eeuw
Op 27 april 1837 werd het Toneelgezelschap Thalia opgericht. De eerste voorzitter was N.G. Vlier. Er waren vier bestuursleden, belangrijke heren in de koloniale maatschappij van toen. Doel was dan ook: ‘de uitbreiding van beschaving en verlichting’. Thalia is genoemd naar de Griekse godin Thaleia, de Muze van het blijspel. In 1840 was het theatergebouw gereed, een houten gebouw. Er konden 700 mensen in de zaal. Tussen toen en nu zijn er vaak verbouwingen geweest. Het gebouw was soms zo verwaarloosd dat men overwoog het af te breken. Maar Thalia bestaat nog, is een aan de eisen van deze tijd aangepast toneelgebouw en vierde de afgelopen week haar jubileum met Opera Fatu Doro De prijs van Vrijheid.
In de 19de eeuw werden er soms echt Italiaanse opera’s opgevoerd in Thalia. Toen was het repertoire Nederlands en Europees en het publiek wit of lichtgekleurd. Geen kinderen, geen slaven.
In de 20ste eeuw ging dat allemaal veranderen en na 1950 dekoloniseerde ook Thalia. Het publiek werd steeds breder en het repertoire Surinaamser. Een bijzondere opvoering was, al in 1956, Watra Mama, een bewerking in het Surinaams-Nederlands door Albert Helman van een Engelstalig stuk. Vanaf 1972 trad het Doe Theater van Thea Doelwijt en Henk Tjon regelmatig op. Thalia heeft een geschiedenis van vallen en opstaan, maar is rechtovereind gebleven en biedt nu voor ‘elck wat wils’. Het jubileumstuk De prijs van Vrijheid – libretto en regie: Alida Neslo – mag best een topper genoemd worden, een eigentijdse volksopera, wel geïnspireerd door de echt Italiaanse opera, maar tegelijkertijd wordt daarmee de spot gedreven.
Op het toneel staan ‘fatu banyi’, zoals de van restmateriaal in elkaar getimmerde banken, die men in volkswijken aantreft en waar de bewoners elkaar de laatste roddels en andere zaken uit de buurt vertellen. Vanaf twee zulke fatu banyi wordt de Opera Fatu Doro verteld en gezongen.Dat is een prachtige vondst: iets elitairs wordt volks gemaakt.
 De thematiek is gericht op de jonge mens. ‘Maar het is niet makkelijk om vrij te zijn’, zegt de hoofdfiguur Ogriboi vaak, nadat hij na opsluiting in de gevangenis de vrijheid gekregen heeft. Oudere en jonge mensen spelen in het stuk. Wilgo Baarn en Mavis Noordwijk, kopstukken op het gebied van cultuur, volkstoneel en film (Wilgo Baarn) en muziek (Mavis Noordwijk) en de superactieve Nederlandse acteur Guy Sonnen spelen samen met acteurs en musici van verschillende leeftijden. Jongeren vormen de meerderheid. Het vakmanschap van Clinton Kaersenhout die de rol van Ogriboi vertolkt is groot, maar ook alle anderen vervullen hun rol bewonderenswaardig en met veel enthousiasme. Het geheel is een moksi patu van toneel, muziek, beweging en beeldende kunst, met veel herkenbare symboliek.
De ‘Opera Fatu Doro’ bestaat uit veertien ‘Bewegingen’, gebaseerd op de veertien staties van de kruisweg. Een rake symboliek! Ogriboi ziet het leven in vrijheid immers alsof hij iets zwaars moet torsen. Bij elke ‘Beweging’ hoort een psalm die als inspiratiebron dient van de uiteindelijke tekst. Die is voor een groot deel gebaseerd op waar gebeurde feiten. Jongeren, pupillen van Santo Boma, die deelnamen aan het een jaar durende Resocialisatieproject, schreven teksten over hun problemen en daar komt veel tekst uit deze voorstelling vandaan. Ook vinden we in de teksten invloeden van Surinaamse culturen en situaties.
In de eerste ‘Beweging’ komt ‘Deurman’ van de gevangenis op. Met zijn gigantische sleutel is hij de enige die de deur mag openen, zodat de ‘vrijen’ de wereld weer kunnen betreden. Hij begint met: ‘Een nieuwe dag/ zoals alle andere/ Voor mij geldt alleen: Vandáág/ Gisteren is voorgoed verdwenen/ Voorbij/ Morgen bestaat niet’. Dit doet me denken aan de kinderen van de vijfde klas van de school in een inheems dorp in het verre binnenland, aan wie ik de tijden van het werkwoord zou uitleggen. ‘Verleden’ en ‘toekomst’ zijn lege begrippen voor hen; ze kennen alleen ‘vandaag’. Zelfs de woorden ‘gisteren’ en ‘morgen’ zeggen hun niks.
De tekst wordt onderbroken door percussie en zang terwijl Deurman danst met zijn sleutel. ‘Een deurman is een vroedvrouw die je veilig van de ene naar de andere wereld helpt.’
Santo Boma
Ook de vader van Ogriboi wordt bevrijd uit de gevangenis. Pa en zoon proberen te communiceren, maar het wordt niets. Pa is een egocentrische grappenmaker met veel bombarie. ‘Voor mij is het te laat/ Ik ben een soldaat van het kwaad/ Denk aan mijn eigen belang.’ Boi heeft niets aan hem en wil naar zijn moeder, maar eerst ‘skypt’ hij met een Hollandse meid, die ook nog eens ‘Stagaire’ heet!
Mati van Ogriboi komen dansend en zingend op. Ze willen hem helpen met veel godsdienstige dyugudyugu, met ook nog een aalmoezenier erbij, maar Boi wil dat niet. Hij wil concrete zaken, werk en de liefde van een vrouw… dan ziet hij zijn moeder (met veel gevoel gespeeld door Sandra Goedhoop) die in opera-achtige aria’s tot hem zingt. Het wordt allemaal niks: vader en moeder maken ruzie (om geld), moeder is emotioneel en sterft ten slotte. Ogriboi is alleen, met zijn vader aan wie hij helemaal niets heeft. De enige in het stuk die met de vrijheid kan omgaan is Deurman met zijn enorme sleutel.
En dan sluipt ‘Schaduw’ tussen alles door (Tolin Alexander), die helemaal behangen is met stropdassen – symbool van de dood – die kwaad is, maar ook goed, en van de tijd. Voordat de mens er was, was hij er al. Deze figuur geeft aanknopingspunten met een Afrikaanse cultuur.
Stagiaires
Het einde is een filmbeeld: Schiphol: De stagiaire zal het vliegtuig naar Suriname nemen. Loopt het goed af met haar en Ogriboi? We weten het niet… er blijft twijfel… En het koor zingt, alsof het uit de verte komt: ‘Te wan doro e tapu/ Wan fensre e opo.’
Thalia, de oude Muze, geeft ons een mooi jubileumcadeau met dit stuk dat het doel van 1837 – ‘beschaving en verlichting’ – een modern  jasje geeft. Een oude Muze kiest voor de jeugd van nu, laat zien hoe problematisch het kan zijn om als jongere je ‘vrijheid’ te krijgen. Is dat wel vrijheid? Hebben jongeren geen werkelijke steun nodig? Een actueel thema, ook als we Ogriboi zien als symbool voor ons land. Zogenaamd ‘vrij’, onafhankelijk. Maar kan het land dat aan? Pa is egocentrisch, ma gaat dood, de godsdienst helpt niet echt… Zo kun je overal symboliek in zien als kunst daarvoor open staat. De prijs van Vrijheidis onbetaalbaar!

Opera Fatu Doro

door Carry-Ann Tjong-Ayong

Thalia brengt ter gelegenheid van haar 175steverjaardag een opera. De regie, het libretto zijn in handen van de getalenteerde Alida Neslo. De perfect uitgevoerde muziek is van Pablo Nahar, Liesbeth Peroti en Marcia Reumel. Er is ook een fragment uit de Sroto Symfonia van Herman Snijders te horen.

Alida Neslo heeft hiermee bewezen dat Thalia en Suriname toe zijn aan nieuwe artistieke uitdagingen. De eerste Surinaamse opera  gebaseerd op een maatschappelijk probleem, de vrijlating van een criminele jongere en zijn vader uit de Santo Boma gevangenis en de moeizame terugkeer naar de maatschappij.

In 14 Bewegingen die parallel lopen met de 14 Kruiswegstaties van Jezus  wordt het verhaal van Ogri Boy weergegeven. Voor het libretto werd gebruikgemaakt van waargebeurde feiten, die werden opgeschreven door jongeren van het Resocialisatieproces te Santo Boma. Herkenbaar voor de toeschouwer, zoals de 300 seniore burgers die de generale repetitie bijwoonden opmerkten. Het complexe stuk vraagt er eigenlijk om meerdere malen te gaan kijken en luisteren. Dan vallen pas de teksten op die als inspratiebron psalmen hebben, de toegevoegde teksten van Ignatius de Loyola, de Stabat Mater en de Westafrikaanse schrijver-filosoof A. Hampate B. Uit alle Surinaamse culturen zijn de invloeden merkbaar. De hoofdrollen worden vertolkt door de speciaal uit Nederland overgevlogen Guy Sonnen (De Vader); Clinton Kaersenhout (De Zoon); Sandra Goedhoop (De Moeder). Tolin Alexander heeft een intrigerende rol als De Schaduw, die alle 14 Bewegingen met elkaar verbindt. Het koor, geleid door Mavis Noordwijk, zingt prachtig. Alida Neslo laat zien hoe je met een minimum aan middelen decor en costuums overtuigend kan waar maken. De muziek ondersteunt het geheel volkomen.

Cat 29/4 2012

Surinaamse operazangeres in december in Suriname

Gabrielle Mouhlen

Paramaribo – Het Caribisch Muziektheater Gezelschap Singiprisiri ’96 organiseert in de maand december twee galajubileumconcerten. Speciale gast bij deze concerten die gehouden zullen worden in de St. Rosa Kerk, is de in Italie woonachtige Surinaamse operazangeres Gabrielle Mouhlen.

Met als thema ‘Thank you for the music’, zingt Singiprisiri ’96 op vrijdag 2 december onder andere composities van Herman Snijders en brengt ode aan de Surinaamse folkloristische muziek met een ala kondre-muziekrepertoire in een theatrale zetting, geschreven en geregisseerd door Sharda Ganga.

Gabrielle Mouhlen brengt van de componist Bellini uit de opera Norma de aria ‘Casta Diva’, uit de opera Aida van Verdi, ‘Ritona vincitor’ en een aria uit Bellini’s Tosca, ‘Vissi d’arte’, een heel klein voorproefje van haar recitalconcert op zondag 4 december. Vervolgens mogen de liefhebbers tijdens dat concert genieten van een operagala onder de noemer ‘I Am the Music’. De sopraan Gabrielle Mouhlen zal dan aria’s uit verschillende opera’s ten gehore brengen. Singiprisiri ’96 en gastkoor Voices in Praise zullen de muzikale sfeer verder verhogen.

Singi Prisiri met mentor Liesbeth Peroti

Singiprisiri ’96 is een gemengd vocaal ensemble in variabele bezetting. Een groep vocalisten, soms aangevuld met instrumentalisten, die projectmatig basis koorzang brengt van uiteenlopende genres, zoals folklore, gospel en klassiek. Deze groep heeft als hoofd drijfveren liefde voor muziek en artistieke groei. Het vocaal gezelschap werd door Mavis Noordwijk opgericht op 28 oktober 1996, als voortzetting van het artistieke en muzikaal-technisch werk dat zij in 1975 in koorverband in Suriname aanving. De muziekvreugde die met elkaar beleefd wordt wil men overbrengen op het luisterend publiek, vandaar de naam ‘Singiprisiri’. 96 refereert aan het oprichtingsjaar. S’96, zoals de groep kortweg genoemd wordt, heeft sinds ongeveer een jaar na zijn oprichting een twee koppige leiding, namelijk Mavis Noordwijk, die belast is met de artistiek leiding, en Liesbeth Peroti die voor bijsturing zorgt.

[bewerkt naar en ontdaan van geronk in een bericht uit de Ware Tijd, 12/11/2011]

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter