blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Nieuw Amsterdam

Redoute Purmerend herontdekt

Bij ontbossingswerkzaamheden aan het eind van de Dr. Voigtstraat op Gunny’s Villapark zijn arbeiders van een aannemingsbedrijf gestuit op 3 kanonnen afkomstig van het 18e eeuwse hulpfort (redoute) Purmerend gelegen aan de linkeroever van de Surinamerivier, pal tegenover Fort Nw. Amsterdam. De exacte lokatie van het hulpfort was lange tijd onbekend. read on…

Fort Nieuw-Amsterdam in Suriname staat op omvallen

Een maand voor de heropening dreigt museum Fort Nieuw-Amsterdam in Suriname om te vallen. Ook pijnlijk voor Amsterdam, dat heeft geholpen bij modernisering van het museum. read on…

Overdracht artefacten aan Openluchtmuseum

De Stichting Openluchtmuseum Fort Nieuw Amsterdam (SOFNA) te Nieuw Amsterdam is bezig met een actie die als doel heeft het Surinaams erfgoed dat verloren dreigt te gaan te verzamelen en te bewaren voor het nageslacht. read on…

Werelderfgoed en de Nederlandse cultuurpolitiek

Openluchtmuseum Fort Nieuw Amsterdam. Foto © Mireille Heersma
 
door Benjamin S. Mitrasingh
 
Met alle sympathie voor de Stichting Gebouwd Erfgoed kan de directeur ervan, Stephen Fokké hemel en aarde bewegen om Unesco ervan te overtuigen dat het niet de schuld is van zijn stichting dat Suriname onvoldoende aandacht heeft besteed aan zijn twee (monumenten en de natuur) Werelderfgoed-projecten. Dat kon ook niet anders, want het cultuurbeleid van Suriname bevindt zich sinds mensenheugenis in de politieke lappenmand. Geen probleem voor veel ontwikkelde burgers van Suriname, omdat vooral deze hebben geleerd dat ’s lands belang andere prioriteiten kent. De twee en een halve ministers van Financiën hebben dat ook geweten. Dat waren drie Surinaamse academici die ook hart hadden en nog steeds hebben voor de Surinaamse zaak, maar dat stemde niet overeen met het belang van de politieke leiders.
Het Surinaamse cultuurbeleid
In Suriname moeten politici altijd scoren bij het grote publiek, de bekende zogenaamde achterban. Vakbondsleiders kennen dit fenomeen ook maar al te goed; ze mochten nog zo populair bij hun leden zijn, maar als het op stemmen aankomt in de politiek, haalden zij het nooit. Zij werden omhoog getrokken door hun coalitiepartners.Modderbank 
Dit lot is het Surinaamse cultuurbeleid ook beschoren. Het publiek geniet van alle pracht en praal van de cultuuruitingen van Suriname, maar draagt er zelf nul centen bij. De makers van het monument van Baba en Mai en nu nog steeds de bestuurders van het Lalla Rookh-complex, kennen dit ook maar al te goed; er worden door grote ondernemers en succesvolle bedrijven gouden bergen beloofd maar als het op betalen aankomt, ontdek je dat we eigenlijk nog steeds vastzitten op een modderbank; een culturele modderbank wel te verstaan.

In de cultuursociologie zeggen we dan dat het milieu van de ‘sponsors’ nog niet zo goed ontwikkeld is om culturele projecten te financieren. Het hele Surinaamse cultuurbeleid lijdt hieronder. Al gauw bleek ook dat gestudeerde mensen geen goede culturele bagage hebben en daarom mislukken ook vele leuke culturele projecten.

Nederlandse cultuurpolitiek 
Een slecht voorbeeld is de Nederlandse cultuurpolitiek in het buitenland. In alle gevallen ging het eerst om het Nederlandse belang en dat moeten Surinamers ook nog leren, bij alle buitenlandse hulp moet het belang van de gever altijd zijn gediend. In het september nummer van de Nederlandse National Geographic wordt in een aparte bijlage ‘Werelderfgoed van morgen’ aandacht besteed aan het Nederlandse erfgoed. Suriname en Indonesië worden in de bijlage wijselijk verzwegen, blijkbaar vanwege hun ‘politieke’ onafhankelijkheid. Maar in de bijlage staat al in de intro een pleidooi voor het plantagesysteem van West-Curaçao, het Marine Park op Bonaire en de Mount Scenery op het eiland Saba, die moeten worden geplaatst op de lijst van het Werelderfgoed van de Unesco.

Saba
Tijdens de ICOM-conferentie in Rio de Janeiro in 2013, waar Suriname ook aanwezig was, hadden de ontwikkelingslanden wederom hun misnoegen geuit over de dominante rol van de rijke landen. In zijn eindverslag heeft de Surinaamse vertegenwoordiger [= Benjamin Mitrasingh, de schrijver van dit artikel – red. CU] dit ongenoegen ook tot uiting gebracht in de zin van, wij vertegenwoordigen weliswaar een arm land als Suriname maar wij – gesponsord door Unesco – komen niet op zulke belangrijke museumconferenties van de Unesco om naar’ kinderverhalen’ te luisteren over het moderne museumwezen van de rijke landen.

Erfgoed: oud Indianenhuis. Foto © Sasha Dees

Want wat zouden de rijke landen ervan vinden als wij een project van de leeggeplunderde suikerfabriek van Mariënburg zouden sturen naar bijvoorbeeld de World Monuments Fund in Washington? Dan was er toch weer onmiddellijk ruzie tussen ons en de Nederlandse politiek, maar hopelijk niet tussen ons en de doorsnee Nederlandse burgers, zoals Janneke Braamburg uit Enschede. Zij bekritiseert het Werelderfgoed in de rubriek Forum in het november nummer van de Nederlandse NatGeo. Daarin vraagt zij, waarom er geen aandacht wordt geschonken aan de 445.000 levend aangekomen slaven in Suriname en Curaçao die een zeer grote bijdrage hebben geleverd aan de Nederlandse economie in de zeventiende eeuw (de gouden eeuw). ‘Nakomelingen hiervan worden elke keer gekwetst wanneer wij bij het enthousiasme over wat wij hebben bereikt, hun bijdrage niet genoemd wordt.’
Misschien zou het goed zijn wanneer de Surinaamse burger die in Nederland heeft gestudeerd en ook daar heeft gewerkt, vaker rechtstreekse contacten onderhoudt met zijn oude vrienden in Nederland.

Architecturaal erfgoed op Barbados. Foto © Leon Jaspaert

Na het grote sociologisch onderzoek: Een nationaal onderzoek voor een cultuurbeleid in Suriname onder 3.161 scholieren en 675 volwassenen, een Unesco-project 00 SUR 602, uitgevoerd door twee Surinaamse academici (B.S. M[itrasingh] en C.R. B[adal]) werd in het eindverslag (van 50 bladzijden) in februari 2002, een kleurenpagina opgenomen met foto’s en de bijpassende tekst: ‘Als wij dit alles hebben beschermd, gered en verzorgd, blijft de culturele vorming van onze medemens nog altijd ons aller zorg. Daar gaat u ons toch ook mee helpen?’
Toen en tot nu, twaalf jaar later, heeft niemand erop gereageerd. Helaas!

[uit Starnieuws, 13 januari 2014]

Bibliotheek Nieuw-Amsterdam op instorten

door Seshma Bissesar
Paramaribo – De enige bibliotheek van Nieuw-Amsterdam in Commewijne verkeert in een heel slechte staat en staat op instorten. Zo meldt de jeugdparlementariër Radjiv Ramsahai in een gesprek. Hij heeft aan de minister van Regionale Ontwikkeling Stanley Betterson in een brief gevraagd toestemming te verlenen om de bibliotheek te renoveren of een nieuwe te bouwen.
“Het bibliotheekgebouw van Commewijne verkeert in een zeer bouwvallige staat, waardoor er geen gebruik van gemaakt kan worden. Het personeel van de bibliotheek is momenteel ondergebracht in een kantoor ruimte van ± 4 x 4m.
Hierdoor is ook het aantal inschrijvingen per jaar afgenomen, omdat de kantoorruimte waar de bibliotheek in is ondergebracht niet jeugdvriendelijk is. Nu moeten de jongeren van Commewijne noodgedwongen bibliotheken in Paramaribo bezoeken”, aldus Ramsahai in zijn brief.
Hij zegt dat hij samen met het personeel van de bibliotheek inmiddels aan de districtscommissaris Ingrid Karta-Bink toestemming heeft gevraagd voor de renovatie van het gebouw. Dit zou in samenwerking met het Cultureel Centrum Suriname (CCS) in Paramaribo geschieden.
‘’Echter hebben we geen toestemming gekregen om het gebouw te renoveren. Ons werd door de dc meegedeeld dat wij moeten uitkijken naar een vrij stuk grond waar er een nieuw gebouw kan komen, omdat de locatie waarop het huidige gebouw zich bevindt niet geschikt is en bestemd is voor andere doeleinden”, aldus Ramsahai die samen met het personeel van CCS Commewijne de mening is toegedaan dat de oude locatie het meest geschikt is, omdat het een vrij rustige buurt is.
Bovendien bestaat er genoeg parkeergelegenheid in de buurt, waardoor het verkeer niet belemmerd wordt. Hij hoopt dat de minister ingaat op zijn verzoek, zodat hij op zoek kan gaan naar de financiële middelen. Karta-Bink zegt in een reactie dat ze geen bibliotheek wilt opzetten op de locatie waar de oude vervallen bibliotheek nu is, omdat er geen busroute is op deze locatie.
‘’Bovendien is uit evaluatie gebleken dat minder dan 20 mensen per week de bib bezochten. Ook hebben de meeste scholen een eigen mediatheek’’, aldus de dc. Ze zegt dat de oude bibliotheek ook niet de boeken in voorraad heeft, die het meest wordt gelezen. De gemeenschap van Commewijne moet voor deze boeken naar het CCS.
De dc zegt verder dat anderhalf jaar geleden de mobiele bibliotheek is geïntroduceerd, waarbij de bib-bus de scholen en strategische plaatsen aandoet om toch kinderen en volwassenen in de gelegenheid te stellen boeken te lenen. “De juiste locatie voor de bib is het Militair project en Richelieu, waar ik er zeker van ben dat de bib bezoekers zal krijgen’’, aldus de dc.
Ze zegt dat met behulp van particulier initiatief er aan gewerkt wordt om op deze locatie een bib te bouwen. De concentratie van mensen in deze twee gebieden is het grootst, meent Karta-Bink.
[van Dagblad Suriname, 23 juni 2013]

Telecommunicatiemuseum in Nieuw-Amsterdam

Paramaribo – Telesur heeft vorige week een telecommunicatiemuseum in Nieuw-Amsterdam geopend. Dit museum staat pal naast het Openlucht museum, aan de overkant van het districtscommissariaat. Het museum is bedoeld om de historie van de telecommunicatie in Suriname te belichten. Telesur directeur Dirk Currie zegt dat het idee al langere tijd bestond alleen … werd nog naar een geschikte locatie gezocht. De keuze is gevallen op Commewijne omdat er een vervallen monumentaal gebouw beschikbaar was. Beluister het verslag vanuit Commewijne, hier.

[van nospang, 19 augustus 2013]

De Surinaamse bibliotheken in beeld (2) – Cultureel Centrum Suriname

Onderstaand artikel is een gedeelte uit een dossier over Surinaamse bibliotheken dat verscheen in Bibliotheekblad, het vakblad van Nederlandse bibliotheken. Vandaag: de CCS bibliotheken uitgelicht (deel II).

door Kirsten Dorrestijn

CCS bibliotheek – hoofdvestiging: vernieuwd met subsidie van de ambassade
Sinds de complete renovatie in 2008 ziet de hoofdvestiging van de CCS bibliotheek (opgericht in 1948) er weer stralend uit. Het gebouw heeft een frisse lik groene verf gekregen, het is lekker koel binnen en ook de collectie is grondig gesaneerd en aangevuld. Ook heeft het personeel trainingen gevolgd. Vier jaar lang kreeg het CCS steeds 40.000 euro van de Nederlandse ambassade.
De nieuwe boeken zijn ingekocht bij lokale en bij buitenlandse boekhandels. ‘We hebben vooral boeken ingekocht die leerlingen voor hun lijst moeten lezen’, vertelt hoofdverantwoordelijke van de bibliotheek, Marcella Augustuszoon. ‘Vaak worden die niet herdrukt, dus we kunnen ze niet altijd bestellen. Toen ik in Nederland was, heb ik rondgesnuffeld bij de Slegte en aardig wat gevonden.’ Ook zijn boeken van Surinaamse schrijvers aangekocht. Voorheen was die voorraad – tot grote ergernis van de auteurs – verre van compleet. Verder zijn de collecties van de filialen gesaneerd. ‘Alleen de tijdloze boeken zoals naslagwerken hebben we behouden. De rest was sterk verouderd.’


Drie bussen
Dit is het laatste jaar waarin het CCS subsidie krijgt van de ambassade. Er worden gesprekken gevoerd om te kijken of het project verlengd kan worden. ‘Voordat we subsidie kregen, kochten we uit eigen middelen en moesten we het hebben van donaties. Voorlopig kunnen we gelukkig met de huidige collectie voort. Uit donaties selecteren we nu alleen nog wat we echt nodig hebben. Voorheen namen we alles aan.’

In 2008 schonken Nederlandse uitgeverijen in totaal 2000 gloednieuwe boeken aan het CCS. Een bibliotheek in Gelderland schonk afgelopen zomer een collectie kinder- en jeugdboeken. En het CCS kreeg de hele collectie van een filiaal uit Den Bosch dat de deuren sloot. Van deze afdeling kreeg het CCS ook een bibliotheekbus, waardoor het CCS nu over drie bussen beschikt. Bij elf scholen worden wisselcollecties geleverd en er worden twaalf wijken mee aangedaan waar geen bibliotheken zijn.
Tachtig leerlingen

Het hoofdfiliaal van het CCS krijg dagelijks bezoek van zo’n 70 tot 80 middelbare scholieren die voor hun werkstukken gebruikmaken van de documentatieafdeling met krantenknipsels, de computers met gratis internet of er huiswerk komen maken. De centrale bibliotheek heeft 1073 leden en de filialen bij elkaar nog eens 1250.

In samenwerking met andere instellingen organiseert het CCS in gebieden buiten Paramaribo leesbevorderingsprojecten, computertrainingen voor kinderen en ontwikkelingsvaardigheden voor ‘drop-outs’. Aan Stichting Projecten Christelijk Onderwijs Suriname levert het CCS boeken om leeshoekjes in te richten in het binnenland.

Derde geldstroom
Om een derde geldstroom te generen verhuurt het CCS kantoorruimte aan organisaties en bedrijven. ‘We moeten commercialiseren’, verklaart Augustuszoon. ‘We krijgen wel wat geld van de overheid, maar niet genoeg.’ Twee consultancybedrijven huren kantoortjes bij het CCS, andere ruimtes worden verhuurd aan organisaties voor lezingen, workshops en filmvoorstellingen.

Afgelopen jaar moesten twee CCS-filialen de deuren sluiten. ‘Het ontbrak simpelweg aan belangstelling van kinderen. In de wijk Flora bijvoorbeeld, een vrij arme wijk in Paramaribo. We hebben daar nu wel twee busposten geïnstalleerd.’ Het CCS heeft filialen in de wijk Maretraite, in Moengo (district Marowijne), in Nieuw-Amsterdam (Commewijne), in Groningen (Saramacca) en in Onverdacht (Para).

CCS-filiaal Nieuw-Amsterdam: in een noodgebouw

Nieuw-Amsterdam  is een dorpje met 1200 inwoners, gelegen aan de Surinamerivier. Hier is één van de filialen van het CCS gevestigd. Op de deur van een vervallen gebouw hangt een A4-tje: ‘De bibliotheek is tijdelijk ondergebracht in de woning van de Districts Commissaris’. Iets verderop is inderdaad een hoekje als bibliotheek ingericht. Een ruimte van drie bij vier meter staat vol met boekenkasten. ‘Noodgedwongen zijn we hier naartoe verhuisd’, vertelt Marie Warsodikromo, één van de drie bibliotheekmedewerkers. Ze werkt er al vanaf de oprichting in 1977. ‘Het andere pand had lekkages. We hebben veel van onze boeken moeten afschrijven.’ Inmiddels maakt het filiaal al anderhalf jaar gebruik van de noodoplossing. ‘Het is hier erg krap, maar we horen niks op aanvragen voor een nieuw gebouw. Het is wachten op sponsoren.’ Het filiaal heeft twee- tot drieduizend boeken in bezit.

Op de veranda
Omdat de busverbindingen in de omgeving van Nieuw-Amsterdam niet optimaal zijn, wordt in het district Commewijne de bibliobus ingezet. ‘In Nieuw-Amsterdam doen we twee scholen aan en we gaan om de drie weken naar een school in Slootwijk die geen eigen bibliotheek heeft. Kinderen kunnen vaak niet wachten tot ze de bus in mogen.’ De bibliotheekmedewerkers testen ook het leesniveau van de leerlingen om de juiste boeken uit te kunnen lenen.

Leerlingen van de scholen in Nieuw-Amsterdam komen naar het filiaal om werkstukken te maken. ‘We zetten hen op de veranda neer, want hier binnen hebben niet genoeg ruimte.’ Enkele volwassenen komen elke week langs om boeken te lenen. ‘Sommigen hebben de halve bibliotheek al uitgelezen. “Krijgen jullie nooit nieuwe boeken?” vragen zij.’

CCS-filiaal Maretraite: gerenoveerd op initiatief van bezoekers

Het pand van het CCS-filiaal in de wijk Maretraite werd drie jaar geleden gerenoveerd en ziet er spiksplinternieuw uit. Er staat een leestafel met een geel Surinaams tafellaken en achterin is voor de jongste bezoekers een speelhoek ingericht. In een studiezaal staan vijf computers met internet. Medewerker Marlene Tirtosentono wijst op een fotocollage aan de wand: ‘Zo zag het eruit vóór de renovatie. De wanden waren gescheurd, er waren lekkages, we hadden geen water. Het kon echt niet langer.’ Een aantal vaste bezoekers heeft sponsors gezocht waarmee de renovatie mogelijk werd.

Rijke buurt
Er is veel aanloop in deze bibliotheek, vertelt Tirtosentono. ‘De mensen in deze wijk hebben vaak hogere functies en lezen veel. Maretraite staat bekend als een rijke buurt.’ Het zit vaak vol met middelbare scholieren die er huiswerk komen maken of gebruikmaken van de computers. Het filiaal is drie dagen per week open. Op dinsdag en vrijdag komen peuterklassen langs. De leidsters lezen dan een boek voor en de kinderen mogen spelen in de bibliotheek.

Giften
Het filiaal krijgt boeken aangeleverd van de centrale vestiging. ‘Soms krijgen we giften van mensen die hun boeken kwijt willen. Als ze er nog goed uitzien, vinden wij het aardig ze uit te lenen.’ Het filiaal heeft onlangs dozen vol boeken gekregen uit een ander CCS-filiaal dat de deuren sloot.

Filiaal CCS Groningen: één bezoeker per dag

Groningen is een rustig dorpje met 2300 inwoners, zo’n 45 km ten oosten van Paramaribo. In de straten is het uitgestorven en in het filiaal van de CCS zitten alleen de drie bibliotheekmedewerkers. Veel bezoekers komen er niet. ‘Soms krijgen we maar één bezoeker op een dag’, vertelt Hortence Tuinfort, die al 21 jaar bij het filiaal werkt. ‘Dan zitten wij hier maar. In het verleden hadden we veel aanloop, maar de twee scholen in Groningen hebben nu eigen mediatheken. Binnenkort krijgen we hier computers met internet, dan zal de situatie veranderen.’ Om de bibliotheek een boost te geven zullen in de toekomst ook voorlees- en knutselmiddagen worden aangeboden.  Het filiaal kent op dit moment 28 leden.

Dolf Verroen
Het stenen gebouw werd vorig jaar op initiatief van de overheid gerenoveerd. In de kasten staan zo´n 500 nieuwe boeken, afkomstig van het hoofdfiliaal. Op de kinderboekenplanken staan titels van Astrid Lindgren, Sjoerd Kuyper, Carry Slee en Dolf Verroen.

Als een bezoeker op zoek is naar een bepaald boek dat niet in huis is, neemt één van de medewerkers het mee uit het hoofdfiliaal in Paramaribo. Tuinfort volgde dertig jaar geleden bij de centrale vestiging een bibliotheekopleiding. Zelf lezen de dames ‘meer dan graag’. ‘Ik heb het boek dat ik straks meeneem al klaarliggen’, lacht Tuinfort.

[wordt vervolgd]

[Dit artikel verscheen eerder in Bibliotheekblad.]

Kinderboekenfestival Commewijne

Op woensdag 24 april wordt het Kinderboekenfestival te Nieuw Amsterdam, Commewijne geopend. Het thema van het festival is www.welzijn en de slogan luidt ‘Met mijn eigen idee werk ik goed mee, zodat ik zelf ook welzijn beleef!’ De officiële en feestelijke opening is van 17.00 – 19.00 in het openluchtmuseum te Nieuw Amsterdam. Het festival is open voor scholen en algemeen publiek op donderdag, vrijdag en zaterdag, zowel in de ochtend- als in de middaguren. Schrijversgroep ’77 heeft een stand op het festival en daar kunt u onder andere Irene Welles, Hilli Arduin, Sombra, Alphons Levens, Kadi Kartokromo kunnen ontmoeten.

Slavernij naar Nieuw Amsterdam

Aspha Bijnaar bracht de NiNSee tentoonstelling Kind aan de Ketting naar het Openluchtmuseum Fort Nieuw Amsterdam in Suriname. DeSaN Productions deed de productie van de openingsact, bedacht het concept samen met toenmalig directeur Jean-Pierre de Keyzer. Liesbeth Peroti werkte dit concept artistiek en muzikaal uit.

Aspha Bijnaar

Foto’s door Hijn Bijnen van de nieuwe Facebookpagina Slavernij Online

Stichting Openluchtmuseum Fort Nieuw Amsterdam presenteert: ‘Opdat wij niet vergeten’

In Kruithuis 1740 in het Openluchtmuseum Fort Nieuw Amsterdam is het nu nog stil. Maar over een paar dagen worden hier verhalen verteld: Surinamers, mannen én vrouwen, die in de Tweede Wereldoorlog als militaire vrijwilligers overzee gingen, delen hun herinneringen, in woorden en beelden, omlijst door voorwerpen.

Op vrijdag 10 augustus a.s. om 10:30 uur is het museumcafé van het Openluchtmuseum de ontmoetingsplek voor Surinaamse oorlogsveteranen. Dan wordt het boek Teken en zie de wereld gepresenteerd, een uitgave van KITPublishers. En de documentaire Opdat wij niet vergeten van Fawaka Creations beleeft zijn première. Beide producties omlijsten de openstelling van de expositie Opdat wij niet vergeten.

In 2011 schonk de Federatie van Oud-strijders en Ex-militairen in Suriname haar collectie aan de Stichting Openluchtmuseum Fort Nieuw Amsterdam (SOFNA). Voorwaarde voor de aanvaarding van de schenking was deze collectie in een permanente expositie te tonen. SOFNA accepteerde de schenking die bestaat uit foto’s en enkele voorwerpen: een slaapmatje, een kompas, lintjes, een legerjasje, een sabel. Er is meer, vertellen de heren Dest en Van Russel van de Federatie. Maar die soms zeer dierbare dingen liggen nog bij mensen thuis, of bij de weduwen of de kinderen. Het blijkt voor sommigen moeilijk te zijn om er afstand van te doen. Dat is te begrijpen, het zijn tastbare getuigenissen van een ingrijpende periode in het leven van de toen jonge Surinamers.

De expositie kreeg de titel: Opdat wij niet vergeten. En wie luistert naar de verhalen, begrijpt waarom. Voor de gelijknamige documentaire interviewde Dave Edhard van Fawaka Creations enkele veteranen over de keuzes die ze maakten en waarom, hoe de oorlog hun leven heeft veranderd. Wie de documentaire bekijkt, kan misschien een heel klein beetje invoelen wat oorlog met mensen doet. Daarom is het belangrijk om niet te vergeten.

Bij de herdenking van de oorlogslachtoffers op 4 mei 2012 had de voorzitter van de Federatie dhr. Fred van Russel, de eer het boek Teken en zie de wereld van de auteur Jules Rijssen te mogen overhandigen aan de oud-strijders en ex-militairen of aan hun familie, nog voor de officiële presentatie. In het boek staan 37 verhalen met foto’s, herinneringen van Surinaamse mannen en vrouwen die als vrijwilligers en dienstplichtigen werden uitgezonden overzee in de Tweede Wereldoorlog en in de Korea-oorlog. Wie waren die militaire vrijwilligers? Wat gebeurde er met hen op de slagvelden? Hoe heeft die oorlog hun jonge levens direct beïnvloed? Wie waren de Surinamers die in Nederland in het verzet gingen? Welk effect had de Koreaanse oorlog op die jongens die na hun Nederlands-Indië-ervaring voor nog een ‘tour’ bijtekenden? Hoe hebben de ervaringen het verloop van hun verdere leven beïnvloed?

Het boek is opgedragen aan alle Surinamers die niet terugkwamen van de oorlog. Op 4 mei jl. tijdens de herdenking bij het Monument voor de Gevallenen gaf de heer Van Russel aan dat herdenking alleen niet genoeg is. Er moet meer bekendheid en waardering komen voor wat de veteranen hebben gedaan in de oorlog. Een bezoek aan Kruithuis 1740 kan hieraan bijdragen en is dan ook een must.

[Dagblad Suriname, 7 augustus 2012]

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter