blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Nie René van

René van Nie overleden

Afgelopen weekend werd bekend dat René van Nie 23 mei jl. op Aruba is overleden aan een hartaanval. De film- en documentairemaker woonde sinds 1988 op het eiland, na een lange carrière als opdrachtfilmer, speelfilmregisseur en producent. In juni vertoont EYE de film die Van Nie grote bekendheid bezorgde, Kind van de zon (1975). read on…

Balans: Arubaans letterkundig leven (30)

door Wim Rutgers

04.8 Passanten en migranten

Vanaf het moment dat Europeanen de eilanden van het Caribisch gebied ontdekten en er zich vestigden, waren er schrijvers die de wederwaardigheden optekenden in dagboeken en reisverslagen. Columbus was met zijn Diario de eerste en na hem volgden er velen, zoals Bartolomé de las Casas en Juan de Castellanos die aan de eilanden een lang gedicht van achttien strofen wijdde. read on…

Balans: Arubaans letterkundig leven (14)

door Wim Rutgers

Deel II

04 1986 – 2015
Het veelstromenland van de moderne literatuur

04.0 Positiebepaling
Net voor het ingaan van de status aparte per 1 januari 1986 sloot de Lago raffinaderij na zestig jaar definitief haar poorten. Het betekende een abrupte crisis van ongekende omvang, waarbij de bevolking op financieel economisch terrein via het inleveren van salaris en door middel van een solidariteitsbelasting net met het ingaan van de status aparte voor reusachtige problemen stond, zoals decennia eerder de autonomie ook al vergezeld was gegaan van problemen rond de lay off in de raffinaderij, waar door automatisering talrijke arbeiders waren ontslagen. read on…

René van Nie

Portret van de Nederlands-Arubaanse schrijver René van Nie, gemaakt door de in Suriname werkzame fotograaf Nicolaas Porter. Nr. 112 in de reeks fotoportretten die Porter in opdracht van de Werkgroep Caraïbische Letteren maakt. Klik op afbeelding voor groter formaat. Voor informatie kunt U mailen naar: nicolaasporter@hotmail.com. Wie de hele reeks wil zien kan hieronder klikken op het label Werkgroepportretten.

Een averechtse Oedipus

De rubriek Herlezen vraagt aandacht voor boeken die langer geleden zijn verschenen en de moeite van het herlezen waard zijn. Suggesties? Laat het ons weten via ons emailadres. Vandaag een stuk over de debuutroman van René van Nie.

door Wim Rutgers

Waarom zou de debuutroman van René van Nie, De maagden van Santa Mariageen literatuur zijn? Mankeert er wat aan de exotische titel, is de inhoud triviaal of de stijl cliché? De schoolboeken in het voortgezet onderwijs weten er meestal wel raad mee en kunnen massalectuur en literatuur met behulp van een aantal distinctieve kenmerken in theorie feilloos onderscheiden. Maar in de praktijk? De onwaarde van lectuur en de meerwaarde van literatuur valt niet zo gemakkelijk en zonder meer vast te stellen. Van dit soort academische kwesties zal René van Nie trouwens niet wakker liggen, want hij heeft na zeven populaire verhalenbundels nu een roman geschreven met een intrige waar de lezer plezier aan kan beleven.

Inhoud

Na zeven vaak hilarische verhalenbundels met de altijd aanwezige kritiek op Nederlanders in de tropen graaft René van Nie met De maagden van Santa Mariadieper. Dat blijkt al direct in het begin van het verhaal, waar de toonzetting serieus is en duidelijk wordt dat de inzet dit keer hoger is dan in het voorafgaande werk van de kortere adem.

Het verhaal ontwikkelt zich als een klassiek drama rond een man en de vrouwen Rosa, Inge en Maria. De veertigjarige blonde Nederlander Roel is financieel binnen, heeft zijn vrouw na acht jaar huwelijk verlaten en gaat op vakantie naar het fictieve eiland Boncubàr dat veel weg heeft van de Benedenwinden en wel speciaal Aruba, om daar na bijna twintig jaar een jeugdliefde in de persoon van de beeldschone Venezolaanse Rosa op te sporen. Dat lukt natuurlijk niet, maar dat blijkt niet het einde van het verhaal. Want er is ook nog de mooie Maria Gomez, de achttienjarige Venezolaanse prostituee, dochter van een Venezolaanse moeder en een Nederlandse vader. Rijke Roel en Maria maken een deal om zeven avonden samen te zijn, gedurende welke tijd Roel van klant tot geliefde wordt. Intussen ontmoet hij ook nog de Nederlandse Inge die hem verleidt tot zaaddonor. De twee grootste problemen van Roel zijn drank en vrouwen. Aan beide is hij verslaafd en allebei brengen ze hem na het genot in moeilijkheden. Hij weet geen maat te houden.
De ruim vijfenzestigjarige vriend Raffie, die niet alleen barkeeper en restauranthouder is, maar ook bordelen beheert, weet meer van Rosa, maar houdt zijn mond stijf dicht. Hij wil Roel via de waarzegster Monga waarschuwen, maar Roel begrijpt het niet. Roel krijgt een amulet dat hij steeds moet dragen, maar dat onvoldoende bescherming zal blijken te bieden. Monga’s voorspelling dat hij vader zal worden, loopt heel anders af dan hij na de twee nachtelijke ontmoetingen met Inge vermoedt.

Structuur

De maagden van Santa Maria is een verhaal vol onverwachte wendingen, maar René van Nie houdt de verhaaldraden stevig in de hand. De structuur is een sterk punt van het verhaal. Op twee keer na, als Van Nie over een vispartij voor de Venezolaanse kust vertelt en als hij de persoon van ene Henry opvoert die er verder helemaal niet toe doet.
De geschiedenis van twintig jaar geleden lijkt zich te herhalen. Toen raakte de relatie met Rosa uit omdat de jonge Roel onverwachts naar Nederland moest voor zijn zieke moeder. Nu moet ook Maria plotseling naar huis. Maria is op Boncubàr als dure hotelprostituee om zoveel mogelijk geld te verdienen om haar zieke moeder te kunnen verplegen. Deze sterft echter, net als Roels moeder indertijd.

Romantische motieven

De roman heeft wel wat weg van een romantische historie met een geheimzinnige waarzegster in de afgelegen mondi, een bescherming biedende amulet dat op het fatale moment vergeten wordt, een herkenningsteken in de vorm van een sigarettenaansteker, een vader die geen vader blijkt te zijn, een geheimzinnige koffer aan het slot met een foto en een brief die de uiteindelijke waarheid onthullen. Van Nie werkt met parallellen en tegenstellingen, waarbij motieven zich herhalen, zoals twee nagenoeg identieke foto’s, de twee zieke moeders en de dubbele plotselinge verdwijning. Roel en Maria tonen zielverwantschap die ten slotte bloedverwantschap blijkt te zijn. In tegenstelling tot Roel indertijd komt Maria wel snel terug, maar ze is daarbij de brenger van een fatale boodschap.
Al deze verteltechnische snufjes hangt René van Nie op aan de drank en seks als verhaalconstanten. Aanvankelijk heb ik nog geprobeerd het aantal lege drankflessen te tellen maar dat heb ik al gauw opgegeven. Door het leven van Roel danst ‘een bonte stoet van kanjers’, ook wel als ‘roomsoezen’ aangeduid, die ‘wel zijn bed vulden maar niet zijn hart’. De vertelstijl zaagt van dik hout ruwe planken. Dat is enerzijds wel amusant maar diskwalificeert het verhaal anderzijds als serieus te nemen literatuur. Het verhaal verliest aan waarde door overdaad. In de ogen van macho Roel dienen vrouwen maar voor één ding.

Oedipus

Bevindt razende Roeltje zich met zijn veertig jaren in een midlifecrisis of is hij een overjarige puber? Zijn gedrag en vooral zijn denkwereld doet het laatste vermoeden. Maar hij is ook tragisch als het noodlot zich langzaam maar onafwendbaar voltrekt, inclusief de ongelukkige afloop voor de held. In feite beschrijft René van Nie een variant van het aloude Oedipus-thema, waarbij de klassieke moeder-zoon-relatie wordt vervangen door een vader-dochter-relatie. Maar beide blijken even noodlottig. Hier had ik graag een uitdieping van dat thema gezien. Dat zou de roman naar een ander niveau getild hebben. René van Nie beperkt zich te veel tot de beschrijving van de uiterlijke handeling en houdt zich te weinig bezig met de vraag naar het waarom en de achtergrond daarvan.
Comment faire l’amour avec un nègre sans se fatiguer

René van Nie’s uitvoerige beschrijvingen van seks doen me sterk denken aan de jaren zestig met de twee Jannen Wolkers en Cremer. Maar toen viel er nog een preutsheidstaboe te doorbreken. De Frans-Caribische schrijver Dany Laferrière gebruikt veel seks in zijn boeken zoals in Comment faire l’amour avec un nègre sans se fatiguer. Maar dan is het om racistische vooroordelen bloot te leggen. De jonge Guyanese auteur Oonya Kempadoo beschrijft een seksbeladen ambiente in haar romandebuut Buxton Spice, maar dat is om de ontluikende tienerseksualiteit te kenschetsen. Wat is de functie van alle drank en seks bij René van Nie anders dan sappige leesstof? Roel is zowel dader als slachtoffer omdat hij zijn lusten niet kan bedwingen, al beweert hij wel die in de hand te hebben nu hij de middelbare leeftijd heeft bereikt. Van Nie had dat aspect meer kunnen uitwerken. Ik leg hierbij een parallel met Anna Bridié, Caribische winter, waarin een soortgelijke ervaring als die van Roel voorkomt, maar beschreven vanuit een jonge vrouw en haar relatie met een oudere man die de ex-minnaar van haar moeder blijkt te zijn.

Sfeer

René van Nie is op zijn best in zijn sfeerbeschrijvingen, zoals in de beginpagina’s van de roman, of de beschrijving van de knoek en de sfeer van Carácas, maar vooral ook aan het einde van het verhaal als hij de ruwe noordkant van het eiland beschrijft. Deze gave kenden we al van de fotoboeken met bijschrift. Ik heb René van Nie, De maagden van Santa Maria  langs een literaire meetlat gelegd, die de schrijver zelf waarschijnlijk niet eens ambieert. De auteur wil geen ‘literatuur’ schrijven, maar een goed gestructureerd verhaal brengen dat de lezer boeit. En daar is hij volledig in geslaagd. Als leerlingen op school daarom vragen of ze René van Nie, De maagden van Santa Maria voor de examenlijst mogen lezen, dan zullen ze zeker argumenten ter verdediging van hun keuze naar voren kunnen brengen en zal de docent stevig in de schoenen moeten staan om te kunnen weigeren. De grens tussen lectuur en literatuur is vager en breder dan veel schoolboeken willen doen geloven. Wie de middelbare school en de lijstebrij al lang achter zich heeft, kan zich met De maagden van Santa Maria natuurlijk eveneens een aantal onderhoudende leesuren verschaffen.
René van Nie, De Maagden van Santa Maria

Amar nv
2005
164 pagina’s
www.renevannieart.info

Mag ik ff: ‘de Heer’

door René van Nie

Een opa die elke ochtend al jaren lang dezelfde terrastafel bezet, wordt op een gegeven moment een echte opa voor het bedienend personeel en voor de meisjes een voor de hand liggend vertrouwenspersoon. Zo ook voor Tabilla, een zeventienjarige serveerster die het Nederlands goed beheerste en op haar laatste werkdag bij het restaurant toch wel erg diep durfde gaan met haar zielenroerselen. Ze heeft al heel wat ongelukkig liefdes achter de rug, liet ze me weten, maar nu was ze toch wel héél erg verliefd op een politicus van 50-plus. “Ja, hij is meer dan 50, maar dat zou je hem niet geven als je hem ziet”, ging ze dat probleem snel uit de weg. “En hij is getrouwd en heeft ook drie kinderen, maar dat kan me niet schelen hoor, want als we samen zijn zegt hij altijd dat ik het belangrijkste ben en daar gaat het om.” Ze vroeg me niet om een oordeel, want dat zou ik haar ook niet geven en ik wachtte rustig af, want ik voelde dat het probleem een stuk dieper zat. “Ja, want kijk nou even, dat van die vrouw en kinderen is prima, maar hij heeft ook een vriend, weet u wat ik bedoel, dus geen gewone vriend maar eentje waarmee hij, nou ja u weet wel wat ik bedoel, dat is meer dan zo maar een vriend. Wat vindt u daar nou van?” Gelukkig ratelde ze door. “En daar kan ik niet tegen, want hij heeft mij en ik geef hem alles daar ben ik vrouw voor, waarom moet hij het dan doen met een man?” Ze viel stil.

Ik legde haar nu voorzichtig uit dat er op ons eiland ook biseksuele mannen rond liepen. “Een speling van de natuur”, probeerde ik nog een soort van wetenschappelijk, maar dat maakte ze af met een hartgrondig ‘bah’. En draaide toen opeens naar een gevaarlijke hoek en vroeg plompverloren: “maar hoe doen ze het dan, u weet wel wat ik bedoel, hoe doen ze het dan met elkaar?” Waarop het zweet me uitbrak. Goeiedag, een lief meisje en ‘van de kerk’ waar alles wordt gepredikt, maar niets over seksualiteit dat hooguit als zondig te boek staat bij een predikant die in het echt mogelijk ook niet te vertrouwen is. Ik haalde diep adem. “Nou jij weet wat je met hem doet.” Ze knikte. “Ja, maar hij heeft, u weet wel en ik heb, dat weet u ook een…“ Ik haastte me met ‘laat maar, ik weet wat je bedoelt’. En probeerde “maar Tabilla, je kan toch zelf wel bedenken hoe mannen de liefde bedrijven. Dat hoef ík je toch niet te vertellen.” Ze dacht na, trommelde zenuwachtig met haar vingers op mijn terrastafel en opeens viel het kwartje. “Ik weet het, ja ik weet het, oh nee, ja, dat wilde hij ook met mij doen maar dat wilde ik niet, nou weet ik het ja.” Tabilla rechtte nu haar schouders, schudde haar hoofd en besliste ”ik maak het uit, ik wil een man, geen halve man maar een hele man. Je zal toch met zo’n man getrouwd zijn zeg.”
Ik maakte een geruststellend gebaar. “Ach ik ken genoeg huwelijken waarbij de man of vrouw bi is en dat werkt prima. Je moet maar denken, ze zijn door de Heer zo geschapen.” Ze keek me vragend aan. “Echt waar, door de Heer? “Ja door wie anders.” Waarmee ik probeerde in te spelen op haar kerkelijke gevoel.
“Door de Heer”, mompelde ze voor zich uit. Maakte toen een vanzelfsprekend gebaar en zei ” ja,waarom niet eigenlijk. Zoiets raars kan natuurlijk alleen maar door een man zijn bedacht.”

[uit Amigoe, 14 april 2011]

Arie als eilanddichter

door René van Nie

[Cineast en schrijver René van Nie geeft vijf dagen per week, van maandag tot en met vrijdag, in de Amigoe zijn geheel eigen visie op allerhande zaken die in de maatschappij spelen. Hij stelt reacties op prijs: vannie@setarnet.aw]

De Nederlandse dichter Benne Solinger pleit wederom voor een Arubaanse eilanddichter. Hij heeft daarvoor de hulp ingeroepen van onze cultuurminister Michelle Winklaar (AVP), die ik ken als best wel een aardige meid maar die waarschijnlijk geen idee heeft wat Solinger nu precies bedoelt, want hij kreeg op talloze e-mails aan haar adres over dit onderwerp geen enkele antwoord. Daarbij is het Nederlands van Michelle minder dan middelmatig en dat kan ook een reden voor haar onbegrip zijn. Let wel, ik heb verder nog geen kritiek op Michelle als minister en voor zover bekend heeft ze nog geen brokken gemaakt. Behalve dat ze zich eerst Alice van Romondt en daarna Jan van der Straten als Cultuurpaus door de strot liet drukken.
Maar het idee voor een eilanddichter trekt me wel aan. Helaas ben ik daarvoor een te middelmatig tot slecht dichter en lukt er bij mij hooguit eentje op de 25, en voor zover ik ooit van plan was een dichtbundel van mijn hand uit te geven heb ik dat plan laten vallen, want dan moet ik voor een boekje met 100 gedichten er 2500 bij elkaar smokkelen. En dat gaat me wat te ver. Solinger opteert voor Ruthy Vrieswijk, alias lady Ruth. Geen slecht idee, maar dan moet Lady Ruth zich ook wat kritischer durven opstellen, want het is nu allemaal nog te veel hartjes, lief zijn, en voor alles vaak alleen maar positief. En zo zit de wereld, en Aruba in het bijzonder, niet in elkaar. Daarbij moet een eilanddichter zich ook durven profileren en de straat op gaan en voor een passerend volk haar stem laten horen. En dan bij voorkeur dichten in zijn of haar ‘moerstaal’, want dichten in het Engels levert alleen maar opgeklopte onzin op als dat je taal niet is.
Maar misschien kan ik een lans breken voor mijn vriend Arie, want die weet me steeds weer te verrassen met zijn teksten, die hij me per e-mail doet toekomen. Al weet je nooit wanneer, want als Arie met een project bij hem thuis bezig is, dan hoor ik soms twee weken lang niets van hem. Vooropgesteld, deze projecten zouden bij normale mensen binnen een dag gepiept zijn, maar Arie denkt veel en lang na. Normaal gesproken neemt hij vooraf aan het project drie tot vier dagen de tijd. Hij zit dan op zijn porch en staart in de verte. Want daar haalt hij zijn inspiratie vandaan. Van ver dus. Vervolgens neemt hij een hamer, zaag of nijptang ter hand en gaat weer zitten. En met een beetje mazzel gaat hij dan de vijfde dag aan de slag. Wat neerkomt op het volgende verslag dat ik per e-mail van hem ontving en wat een eilanddichter van hoge klasse niet zou misstaan.

‘Grote reorganisatie van de week….
het ene kastje moest plaats maken voor het andere kastje
want daar moest een kastje komen wat beter ergens anders zou passen
bovendien konden we dan dat kastje weer gebruiken voor de geluidsinstallatie
en het kastje wat we daarvoor gebruikten wordt dan de keukentafel in het appartement
en de tafel die we juist daarvoor bedoeld hadden en net niet paste,
gebruiken we nu voor op de porch om de TV en radio op te zetten,
waardoor het kastje wat daarvoor gebruikt werd,
nu kan dienen als audio-kastje voor in de kamer
en kan dat kastje weer gebruikt worden als boekenkastje in de slaapkamers’

Arie, Aruba, maart 2011.

Nou meneer Solinger, hier sta je van te kijken indien je dit leest, want het is poëzie van het hoogste orde. Dus zoek maar niet verder en praat met mij als manager van deze grote dichter. Ik zal dan het honorarium laag houden, want de collega’s van Michelle hebben de staatskas al leeg geplunderd.

[uit Amigoe, 29 maart 2011]

René van Nie – Mooie jaarwisseling

Een mooie herinnering is goud waard. Als het leven ons goed gezind was, bezitten we een ketting van goud aan mooie herinneringen. Zo niet dan dragen veel mensen een ketting van prikkeldraad met zich mee omdat ze geplaagd worden door een teveel aan hartverscheurende herinneringen. Maar aan elke gouden ketting ontbreekt ook wel een schakel en elke ketting van prikkeldraad heeft hier en daar wel een gouden tussenstukje. Zowel het een als het ander dringt zich veelal op tijdens de jaarwisseling. We sluiten een jaar af en een deel van leven. Want elk jaar is ‘n jaar en daar hebben we er normaal gesproken niet zoveel van voorhanden. Toch wil, wie jong is, graag een jaartje of meer ouder zijn en wie oud is, graag een jaartje of meer jonger. Ik dring bij voorkeur zowel het goud als het prikkeldraad naar de achtergrond. Op een gegeven moment draag je zoveel aan herinneringen mee dat je bijna niet anders kan dan daar een punt achter te zetten. Of het leven moet je zo vreselijk in de maling hebben genomen dat je daar, ongeacht je leeftijd, nooit meer van los komt en het verlies van wie je dierbaar was, een open wond is die nooit zal helen. En voor deze mensen kan de jaarwisseling een hel zijn waar ik, terwijl de vreugdevuren in de lucht vervliegen, toch altijd even bij stil sta. Daarom houd ik er persoonlijk niet zo van om het eind van het een en het begin van het ander te vieren en heb ik in mijn leven maar één jaarwisseling mee gemaakt die mij écht gelukkig maakte. Zo’n twintig jaar geleden, net gehuwd en nog kinderloos, zaten mijn vrouw en ik op de porch in afwachting van de klok van twaalf toen er een klein vogeltje ons huis binnen vloog. Het beestje fladderde even doelloos in het rond, knalde toen tegen de muur en viel achter de ijskast. “Oh nee”,riep mijn vrouw, “dat arme beestje.” Maar je kan toch moeilijk een beetje vrolijk het nieuwe jaar in gaan als je weet dat er achter de ijskast een zielig vogeltje op sterven na dood is. Dus begon ik aan een soort van reddingsoperatie. Helaas stond de ijskast muurvast ingeklemd en moest er een koevoet aan te pas komen om de kolos naar voren te schuiven. Jammer genoeg sprong de deur open en rolde de inhoud naar buiten. Alle flessen kapot en wat eetbaar was, zat onder de wijn, mayonaise, aardbeien, jam en ander ongemak. Een niet geringe puinhoop die ik eerst moest opruimen voor ik verder kon gaan. Bang dat er nog meer ongelukken konden gebeuren, raadde ik mijn vrouw aan op bed televisie te gaan kijken want daarbij was haar ‘oh’ en ‘ah’ en ‘wat vreselijk’ ook niet bevorderlijk voor mijn humeur. Ze verdween en ik ging weer aan de slag. Ruim een half uur later kreeg ik genoeg ruimte om het vogeltje op te pakken. ‘Dood’, dacht ik even. Maar toen vloog het beestje opeens weg uit de palm van mijn hand, knalde opnieuw tegen de muur en kwam nu onder de zware ijskast terecht. “Het is bijna twaalf uur schat,” riep mijn vrouw uit de slaapkamer. Maar die informatie liet ik aan me voorbij gaan en ik ging opnieuw aan de slag om dat stomme beest te redden. Een hels karwei dat zeker weer een half uur duurde. Met geschaafde handen kreeg ik het vogeltje uiteindelijk te pakken, liep er snel mee naar buiten maar kon me niet voorstellen dat er nog enig leven in zat. Ik opende de palm van mijn hand maar er gebeurde niets. ‘Dood als een pier,’ ging het door mijn hoofd. En toen, als een klein wonder, gingen de oogjes van het vogeltje weer open, schudde met de vleugeltjes en vloog weg. Maar draaide, -was het uit dank?- nog even een rondje boven mijn hoofd en verdween in de tropennacht. “Gelukkig Nieuwjaar,” riep ik nog. Toen ik terug kwam in huis lag mijn vrouw in een diepe slaap. “Ook jij een gelukkig Nieuwjaar schat,” fluisterde ik.
Terug op de porch trakteerde ik mezelf op een lauw biertje. Dat niemand mij een gelukkig Nieuwjaar had gewenst deed niets af aan mijn geluk. Want ik had mezelf geen beter nieuw jaar kunnen wensen.

[van Amigoe.com, 31 december 2010]

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter