Op donderdag 27 mei 2021 ondertekenden Rita Rahman, voorzitter van de Werkgroep Caraïbische Letteren, en... Lees verder →
Caribisch-Nederlands komt in Groene Boekje
door Mirte de Rozario
Oranjestad — De officiële Woordenlijst Nederlandse Taal – bekend van de publicatie het Groene Boekje – wordt in 2015 uitgebreid met Caribisch-Nederlandse woorden. Die woorden komen uit kranten, literaire werken, blogs en andere publicaties van Aruba en Curaçao. Dat maakte de Nederlandse Taalunie gisteren bekend tijdens de openingsavond van de conferentie ‘Nederlands als vreemde taal in het Caribisch onderwijs’ die nu op Aruba plaatsvindt.
Taalbank
Om te weten welke woorden wel en niet als Caribisch-Nederlands kunnen worden aangemerkt, moeten eerst woorden worden verzameld. Dat doet het Instituut voor Nederlandse Lexicologie (INL). Zij hebben een databank (Taalbank) met daarin de totale Nederlandse woordenschat van het hele Nederlandse taalgebied. Uit deze Taalbank wordt onder andere de Woordenlijst Nederlandse Taal samengesteld, dat is de officiële spellinglijst van de Nederlandse Taalunie. De Taalbank bevat ook varianten van het Nederlands uit het Caribisch gebied en dat aantal moet dus flink omhoog. INL is daarom bezig om gepubliceerde Nederlandse teksten te verzamelen van Aruba, Curaçao en Suriname en ook van de BES-eilanden en St. Maarten. Die teksten worden onderzocht op specifieke woorden die op de eilanden worden gebruikt. Die woorden kunnen vervolgens – met correcte schrijfwijze – worden opgenomen in de nieuwe Woordenlijst 2015, waarmee dus het Caribisch-Nederlands officieel tot de Nederlandse taal behoort.
Congres
Commentaar van de redactie van CU: is het Surinaams-Nederlands dan geen Caribisch-Nederlands?
Inktaap 2013
Komende week wordt bekend welk boek Surinaamse middelbare scholieren hebben gekozen als Inktaapboek 2013. In dit project, dat in Nederland, Suriname en België wordt uitgevoerd, moeten middelbare scholieren drie in Nederland bekroonde boeken lezen en hun favoriet kiezen. Dit jaar moest er gekozen worden uit De Nederlandse maagd van Marente de Moor, Het voorseizoen van David Pefko en Tonio van A.F. Th van der Heijden. In Suriname mogen de scholieren ook kiezen voor Plantage d’amour van Clark Accord. De scholieren die in Suriname aan het project hebben meegedaan, zullen op 5 maart een boottocht maken. Het project wordt gesponsord door de Nederlandse Taalunie, waar Suriname geassocieerd lid van is.
Taalunie Scriptieprijs 2012 voor een werkstuk over Kader Abdolah
Geert Joris, algemeen secretaris van de Nederlandse Taalunie, reikte vrijdag 8 februari de Taalunie Scriptieprijs uit aan Willem Bongers-Dek. De laureaat schreef aan de Universiteit van Utrecht een scriptie over de literaire identiteit van de Iraans-Nederlandse schrijver Kader Abdolah. Welke verhalen vertelt de auteur over zichzelf en hoe wordt hierop gereageerd?
read on…Festival meertaligheid
Op 19 september 2012 is het DRONGO Festival, dé plek waar je alles kunt vinden over meertaligheid. Uniek in Nederland en Vlaanderen! Rondshoppen op de meertalenmarkt, actief aan de slag met taal in de labs, opsnuiven van kennis en inspiratie bij de lezingen, er is voor elk wat wils. En tussendoor uitblazen in een gezelschap van andere meertalers! Met een borrel na afloop.
Op het DRONGO Festival zijn er lezingen van o.a. Prof. Dr. Piet van de Craen (Brussel) over Meertaligheid en het Brein en Dr. Sharon Unsworth (Universiteit Utrecht) over Meertalig opgroeien. In de labs presenteren jonge wetenschappers hun onderzoek en experimenten. Doe mee met de Taalpuzzels, Lego Lingua, maak kans op de Gouden Talenknobbel en leer Chinees of Fries in dertig minuten. Op de markt vind je een keur aan materiaal over meertaligheid en opvoeden/onderwijs. Win persoonlijk advies in bij de Helpdesk Meertaligheid, bespreek onderwijs- en opvoedkwesties met gerenommeerde specialisten en bekijk films als Thuis spreek ik ook, Oetsiekoetsie en Meertaligheid – niet fout maar feit. En dit is nog maar het begin, want we bouwen naarstig verder aan het programma.
Wilt u zelf onderdeel van het programma worden? Laat ons weten wie u bent, wat u zoekt, wat u aanbiedt en wie weet kunt u ook een plek op het festival innemen. Of meld u aan op www.drongofestival.nl en we houden u op de hoogte van de laatste nieuwtjes en ontwikkelingen van het DRONGO Festival. Mail naar: info@drongofestival.nl
DRONGO Festival is een initiatief van de Taalstudio in samenwerking met de OBA en wordt tot stand gebracht met de volgende partners: De Nederlandse Taalunie (hoofdsponsor), binoq atana, The British Council, Confucius Instituut, Europese Commissie, Foyer, Fryske Academy, Koninklijke Kentalis, Ouders Online, Stichting Lezen en UNESCO.
Let op: maximaal 260 deelnemers, en vol is vol.
Datum: Woensdag 19 september 2012 12:30
Toegangsprijs is €10,- /met OBA-pas €5,- (kinderen t/m 14 jaar gratis)
Volg ons ook op onze website www.drongofestival.nl en via Facebook en Twitter.
Locatie: Openbare Bibliotheek Amsterdam, Oosterdokskade 143, 1011 DL Amsterdam
Wedstrijd voor jonge lezers rondom Leonard Nolens
Schrijf een lied, schrijf een brief of schrijf een reclamecampagne. Win een uitnodiging op het paleis. Wedstrijd voor jonge lezers rondom Leonard Nolens, laureaat Prijs der Nederlandse Letteren Wil jij erbij zijn als de dichter Leonard Nolens de Prijs der Nederlandse Letteren krijgt van koningin Beatrix? Kijk dan naar de video-opdrachten door Lieven Scheire, Spinvis en de hofmaarschalk van de koningin.
Klik hier
Productie: Nederlandse Taalunie
Extra ‘Surinaams’ boek maakt Inktaap leuker
Scholieren in Nederland, Vlaanderen, Suriname en Curaçao hebben afgelopen maandag De Maagd Marino van Yves Petry uitgeroepen tot beste boek. De Vlaamse schrijver is daarmee de winnaar geworden van De Inktaap 2012, een literaire jongerenprijs in het Nederlandse taalgebied. In Suriname werd een extra boek gelezen.
In Suriname hebben elf middelbare scholen enthousiast meegedaan. Helen Chang van de Taalunie in Suriname organiseert de Inktaapverkiezing van Suriname: “Ik vind het frappant dat jongeren van alle gebieden hetzelfde boek kiezen.” Het was wel een spannende strijd, want De schilder en het meisje van Margriet de Moor deed het in Suriname ook goed.
Surinaams boek
Nieuw was deze keer dat de roman Kuis van Rihana Jamaludin buiten mededinging in Suriname werd meegelezen. Volgens de regels komen alleen boeken die al een literaire prijs hebben gewonnen in aanmerking voor de Inktaap. “We wilden in Suriname ook een Surinaams boek hebben voor wat meer herkenning voor de kinderen”, zegt Chang.
De Surinaamse kinderen hebben dus vier boeken gelezen in plaats van drie. De scholen stemden ermee in dat ze Kuis zelf moesten kopen, terwijl de andere drie boeken door de Taalunie ter beschikking werden gesteld. Alle vier de boeken werden in de klas besproken. “De kinderen vonden Kuis het makkelijkste en mooiste boek om te lezen.”
Volgend jaar
Het experiment is volgens Chang een succes. Voor volgend jaar zijn al twee ‘Surinaamse’ boeken geselecteerd. De leerlingen kunnen nu al per sms stemmen welk boek ze extra willen lezen: het postuum verschenen Plantage d’amour van Clark Accord en Het gym van Karin Amatmoekrim.
Beluister het interview met Helen Chang, projectleider van de Nederlandse Taalunie, op Radio Nederland Wereldomroep Klik hier
Bron: site RNW 14 maart 2012
Meertaligheid en dubbele nationaliteit
Verleden heb ik me al geërgerd aan een artikel van ene Dayaram Girdhari in Dagblad Suriname van 7 maart j.l., zijnde een verslag van een gehouden mini-symposium over taal, waaruit schrijver concludeert dat het triest is om te constateren dat wij nu, na langer dan een eeuw met zoveel verschillende rassen in Suriname samenwonend en na ruim vijfendertig jaar onafhankelijkheid, nog altijd niet in staat zijn met elkaar te communiceren in de moedertalen van de diverse bevolkingsgroepen. Met alle respect voor de schrijver, maar ik vind het een “Umwertung aller Werten”. Als ik het goed begrijp zouden wij dus naast het Nederlands allemaal minimaal vier andere van de in Suriname gesproken talen moeten spreken, te weten Sranan (58,5%) , Sarnami (12,9%), Javaans (10,5%) en Marrontaal (2,5%). De motivering hiervoor luidt dat “de taal bevordert het begrijpen van de zeden en gewoonten van een plurale samenleving en heeft de kracht langs vreedzame weg de integratie tussen de verschillende bevolkingsgroepen te realiseren. Door de taal onderling te spreken en te verstaan, ontstaat er meer vertrouwen, begrip, respect, etc. tussen de verschillende etnische groepen.”
Het is een regelmatig terugkomend geluid dat we horen, dikwijls ook in verband met het Surinaamse volkslied, waaraan met name het Hindoestaanse volksdeel een couplet in het Sarnami wil toevoegen. Zo onleent vandaag in de Ware Tijd ene Atma Jagbandhan aan datzelfde mini-symposium zijn bede om het Surinaamse volkslied om te bouwen in meerdere talen, omdat het volgens hem als “discriminatie en onrechtmatig wordt ervaren” dat ons volklied slechts twee coupletten telt, een in het Nederlands en een in het Sranan. Daarbij meent hij dat er niet alleen een couplet in het Sarnámi aan moet worden toegevoegd, maar óók in andere Surinaamse talen. Het volkslied zou er dan in zijn visie zo uit kunnen zien: Opo kondreman un opo (Sranan), Sarnám dharti boláwe hai (Sarnámi) en de derde regel in het Javaans-Surinaams, wellicht ook nog daaraan toe te voegen Hakka Surinaams, Caraïbs Surinaams, Arowaks Surinaams, Aucaans Surinaams, Saramaccaans Surinaams. Kortom, een onvervalste potpourri.
Het mogen best wel eerbare motieven zijn die tot dit soort uitspraken leiden, maar het is een misleiding om te zeggen dat het spreken en verstaan van elkaars talen tot integratie leidt, en dus een noodzaak om het volkslied in even zovele talen te zingen. Wat wij in Suriname nog elke dag waarnemen is dat van echte integratie geen sprake is, niet omdat we elkaars taal niet spreken, maar omdat een groot aantal bevolkingsgroepen hardnekkig vasthoudt aan de cultuur van oorsprong, waartoe uiteraard ook de eigen taal is te rekenen. Dat is uiteraard hun goed recht, maar het is óók een belemmering om te integreren. De grote fout die daarbij wordt gemaakt is dat de goegemeente dikwijls andermans culturen worden opgedrongen, hetgeen tot aversie kan leiden. Alsof de ander niet langer vrij is zijn eigen cultuur te behouden.
Terug naar meertaligheid. Voor veel propagandisten van meertaligheid, zoals ook voor bovengenoemden, lijkt het meer op een emotionele oratio pro domo dan op een rationele overweging vanuit pedagogisch gezichtspunt. Want kijken we naar de taalkennis en taalvaardigheid van ‘de Surinamer’ dan is is het daarmee droevig gesteld. De belangrijkste oorzaak daarvan is uiteraard de steeds slechter geworden kwaliteit van het onderwijs, daarbij helaas in de kaart gespeeld door de zozeer geprezen meertaligheid van onze bevolking. Het Nederlands, de officiële voertaal, wordt – indien al thuis gesproken – matig tot slecht beheerst en wordt dan tot overmaat van ramp op school ook nog eens slecht onderwezen. Neem daarbij de vriendtjes en vriendinnetjes in de buurt die allemaal wat anders spreken, van Marron tot Hakka, en de Babylonische spraakverwarring is compleet. Bij gevolg is het met de taalkennis en taalvaardigheid van onze jeugd nóg slechter gesteld dan met die van hun ouders, beter gezegd, die zijn absoluut abominabel. Begin dus in godsnaam met ze één taal goed te leren.
Dubbele nationaliteit
In het verlengde van deze problematiek ligt de weer actuele roep om een dubbele nationaliteit. Ook hier gaat het meestal – als bij meertaligheid – om opportunistische redenen waarom die gewenst zou zijn. Hét voorbeeld wordt uiteraard gevormd door de voetballers die niet getransfereerd kunnen worden omdat ze ooit een andere nationaliteit hebben aangenomen. Het is de verdwazing van de tot ‘big-business’ omgeturnde voetbal’sport’, waar begenadigde voetballers onwijs veel geld wordt betaald om derden nog onwijzer rijk te maken. Met andere woorden, in plaats van ze te leren een keuze te maken, moet het hun mogelijk worden gemaakt er twee identiteiten op na te houden, om zodoende het hoerig gedrag van voetballers en directe belanghebbenden gerechtvaardigd te zien. Bij taal én integratie is het eender, er moeten keuzes worden gemaakt, maar dat is voor velen te moeilijk.
Wat betekent de Nederlandse Taalunie voor Suriname?
door Stanley Li A Pau
Bij het openslaan van de Ware Tijd van vanmorgen viel er het krantje Taalpeil van de Nederlandse Taal Unie (NTU) uit, waarvan het meest in het oog springend de spellingfout was in de kop van het hoofdartikel: “Tweetalig, meer talig”, wat natuurlijk had moeten zijn “Tweetalig, meertalig”. Foei NTU! Maar terzake. Na hierdoor te zijn afgeleid werd ik aangetrokken door het thema meertaligheid, dat hier in Suriname natuurlijk uiterst actueel is, waardoor het mij dubbel opviel hoe luchthartig, ja zelfs vrolijk in Taalpeil hierover wordt gesproken. Het is alleen maar verrijking en hallelujah als je alle verhalen moet geloven, maar niet één woord wordt er besteed aan de schaduwkanten van meertaligheid en dat vind ik onbegrijpelijk voor een instituut als de NTU. Tenslotte gaat het er niet om hoevéél talen je spreekt, maar hoe je één of meerdere talen góed spreekt.
read on…Suriname: een meertalige omgeving is een verrijking
Negentig procent van de Surinamers spreekt thuis twee talen en bijna de helft zelfs drie of meer. Dat blijkt uit een enquête die de Nederlandse Taalunie publiceert in Taalpeil 2011, de jaarlijkse krant over het Nederlands. In Nederland en Vlaanderen is meertaligheid nog niet tot het dagelijkse leven van iedereen doorgedrongen, blijkt ook uit de krant.
Hoe ervaren mensen het om buiten het Nederlands nog een andere taal te gebruiken en welke gevolgen heeft dat voor de positie van het Nederlands? Dat vraagt de Nederlandse Taalunie zich af in de jaarlijkse krant Taalpeil. Daarvan worden deze maand 25.000 exemplaren verspreid als eenmalige bijlage in de Ware Tijd, en verder via de openbare bibliotheken van het Cultureel Centrum Suriname, de Vaco-boekhandel, de Onderwijsbibliotheek en de Adekbibliotheek.
Meertaligheid wordt de norm, schrijft algemeen secretaris Linde van den Bosch in haar voorwoord. Toch vindt niet iedereen meertaligheid prettig. Uit het publieksonderzoek blijkt dat de helft van de Vlamingen vreemde talen in hun omgeving onaangenaam en zelfs bedreigend vindt. Minder dan een derde van de Nederlanders deelt dat gevoel en in Suriname noemt bijna iedereen meertaligheid een verrijking. Taalpeil laat Surinamers vertellen hoe het is om te wonen in een omgeving waar je twintig talen door elkaar heen hoort gebruiken.
Taalpeil 2011 wordt in Nederland, Vlaanderen en Suriname gratis verspreid in een half miljoen exemplaren, onder meer via bibliotheken en scholen. Rond het blad is ook een website opgericht: www.taalpeilplus.org . Die bevat extra teksten, links en illustratieve filmpjes. Er is ook gelegenheid voor reacties en debat. En er is te vinden hoe extra exemplaren van Taalpeil kunnen worden besteld.
De Nederlandse Taalunie is een beleidsorganisatie waarin Nederland, Vlaanderen en Suriname samenwerken op het gebied van de Nederlandse taal en letteren. De Taalunie ziet het als haar opdracht om ervoor te zorgen dat alle Nederlandssprekenden hun taal op een doeltreffende manier kunnen gebruiken. Meer informatie over de Taalunie is te vinden op www.taalunieversum.org.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Helen Chang, hchang@taalunie.org
De meeste Surinamers vinden het een verrijking om in een meertalige omgeving te wonen. Of het lastig is als je dagelijks meer talen moet gebruiken? Nee, ongeveer 80 procent vindt van niet. En ongeveer 65 procent vindt zelfs dat meertaligheid de beste kansen op succes biedt.
[bericht van de Nederlandse Taalunie, 9 januari 2012]
Nederlandse spelling Suriname ‘hoogbejaard’
Paramaribo – Het Nederlands dat Suriname officieel gebruikt dateert van 1954. Alle inspanningen van de Taalunie ten spijt, hanteert het gros van de ambtenarij de Taalwet van 1954. Minister Soewarto Moestadja van Binnenlandse Zaken reageert verrast als een delegatie van Stichting Cultuureducatie en Helen Chang van de Taalunie hem hierop wijzen. “Als overheid stellen wij ons hoogstwaarschijnlijk onzorgvuldig op, omdat wij de deskundigheid ook niet hebben,” zegt hij.
Dilemma
Stichting Cultuureducatie die bezig is met een jaarkalender met daarop alle Surinaamse feestdagen zoals aangegeven in de staatsbladen, stuitte op het probleem met de spelling van 2005. In de staatsbladen wordt immers de spelling volgens de Taalwet van 1954 gehanteerd, wat niet overeenkomt met de spelling die de Taalunie hanteert. Volgens staatsgeleerden staat het woordenboek nog altijd hoger dan het staatsblad. Ondanks dat Suriname zich aan diverse internationale verdragen over de taal heeft gecommitteerd, heeft het de nieuwe ontwikkelingen niet doorgevoerd. Op het lerareninstituut wordt gebruik gemaakt van het Groene Boekje.
Helen Chang van de Taalunie heeft erop gewezen dat het ministerie van Onderwijs en Volksontwikkeling er na bijna tien jaar nog niet uit is. Minister Moestadja kan zich terugvinden in het dilemma waarmee de Stichting Cultuureducatie kampt. “Wij van Binnenlandse Zaken vinden dat we de nieuwe spelling moeten doorvoeren in de beschikkingen en besluiten die we maken. We hebben behoefte aan zuiver Nederlands.” Hij heeft beloofd de kwestie in de eerstvolgende vergadering van de Raad van Ministers aan te kaarten en zijn collega’s te overtuigen van de functionaliteit van de nieuwe spelling. “Eenduidigheid is belangrijk,” merkte de bewindsman op, “als verantwoordelijke ministerie voor publicaties zullen wij het voortouw nemen en vooruitlopend op de officiële aanname de trend bepalen.”
Langdradig
Perkash Nathoeni, corrector bij De Nationale Assembleé, wees de minister erop dat het hoogste college van staat al geruime tijd sinds de vorige assembléevoorzitter bezig is de juiste spelling volgens het Groene Boekje te gebruiken. Het personeel van DNA is nu bezig met zijn derde trainingssessie over de juiste spelling. Alle handelingen en correspondentie worden getoetst aan het
Groene Boekje
Chang merkte op dat de ambtenarentaal langdradig en omslachtig is. Het motto van de Taalunie is “Wees simpel, wees duidelijk.” Ze heeft de minister een exemplaar van het Groene Boekje overhandigd samen met een aantal exemplaren over ambtenarentaal. Minister Moestadja beloofde deze kwestie met zijn collega en partijgenoot Raymond Sapoen van Onderwijs en Volksontwikkeling te bespreken.
[uit de Ware Tijd, 20/12/2011; taalfouten verbeterd]
Meertaligheid een verrijking voor Surinamers
Surinamers zien meertaligheid als een verrijking in hun leven. Dat zegt Ellen Fernhout van de Nederlandse Taalunie. De unie deed dit jaar onderzoek naar de ervaringen van Nederlanders, Vlamingen en Surinamers met meertaligheid.
read on…Waarom Surinamers beter Nederlands spreken dan Antillianen (1)
door Fred de Haas
Het valt over het algemeen iedereen op dat Surinamers beter Nederlands spreken dan Antillianen. Dat komt natuurlijk niet omdat Surinamers intelligenter zouden zijn, maar omdat de geschiedenis van het Nederlandse taalonderwijs in Suriname een andere is dan die op de voormalige Nederlandse Antillen.
In dit artikel wil ik in het kort ingaan op de oorzaken die ten grondslag liggen aan de moeilijkheden die gepaard gaan met het zoeken naar een onderwijstaal in twee van de voormalige koloniën van Nederland: Suriname en de voormalige Nederlandse Antillen. Ik zal hierbij putten uit geschreven en – actuele – gesproken bronnen
Het Nederlands in Suriname
We zullen de lange en moeizame geschiedenis van het taalonderwijs tussen 1667 (het begin van de Nederlandse kolonisatie van Suriname) en 1954 (het Statuut) overslaan. We volstaan hier met te vermelden, dat de Nederlandse kolonisatoren het aanvankelijk niet belangrijk noch gewenst vonden dat het Nederlands zich al te zeer verbreidde buiten de elitaire kaste van bestuurders en plantagemanagers. Maar ze konden dit proces echter niet tegenhouden omdat de planters kinderen gingen verwekken bij Afrikaanse vrouwen. En die kinderen – vrije mulatten – gingen Nederlands spreken om zich te onderscheiden van de onvrije Afrikanen.
Het onderwijs
Het Nederlandse Bestuur had twee eeuwen lang geen belangstelling voor enige vorm van gestructureerd onderwijs. De koloniale overheid in Suriname heeft pas vanaf het laatste kwart van de 19e eeuw het onderwijs goed ter hand genomen en vanaf die tijd een constante assimilatiepolitiek gevoerd: het Nederlands werd boven de andere talen verplicht gesteld en gepromoot. Dat is te begrijpen omdat men een gemeenschappelijke taal moest hebben die de communicatie tussen de verschillende taalgroepen in Suriname mogelijk maakte. In Suriname sprak men het Sranan Tongo (een Creoolse taal op voornamelijk Engelse basis), het Saramaccaans (een Creoolse taal met veel Engelse en Portugese invloeden), Indiaanse talen, het Sarnami-Hindustani, het Javaans en het Chinees. De laatste drie talen zijn meegekomen met de contractarbeiders.
Dat is een taalsituatie die dus sterk verschilde met die op de Antillen waar men maar één Creoolse taal sprak: het Papiaments.
[vervolg klik hier]

