blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Ndyuka

Het wonderlijke lot der ostagiërs

door Nico Eigenhuis


Medio 18e eeuw werden met een aantal van de marrongemeenschappen in Suriname  vredesovereenkomsten getekend. Door de toenmalige gouverneurs werd hierbij handig gebruik gemaakt van de in Suriname actieve missie van de Evangelische Broeder Gemeente (EBG). Ze zouden na het afsluiten van de overeenkomsten op locatie als postman/posthouder een oogje in het zeil houden en tevens verantwoordelijk worden gesteld voor de marron-ostagiërs/pantiman, die als gijzelaar naar Paramaribo werden gebracht. Onderstaand een korte schets van de gang van zaken per groep.

read on…

Paamaka verzet zich tegen besluit over grens grondgebied

Op Diitabiki is de vorige week een verklaring getekend tussen de Paamaka en Ndyuka over de grenzen van hun grondgebied. Maar de Paamaka-stam is het niet eens met wat is overeengekomen en verzet zich tegen de besluiten. “We hebben een derde deel van ons woongebied verloren,” delen vertegenwoordigers van het traditioneel gezag mee op een persconferentie. 

read on…

Kwestie Gaanmanschap Saramaccaners nader bekeken

door Ruben Ravenberg

Al jaren wordt de Surinaamse Marrongemeenschap in ernstige verlegenheid gebracht door de interne onacceptabele macht- en eerzuchtige strijd van de Saamaka om gaanmanschap. Het gaat in deze, naar mijn bescheiden mening, nu alleen maar om de voordelen van macht, status & eer. Laten wij hopen dat dit niet het geval is. read on…

Bono Velanti beëdigd tot Granman der Aucaners

De Aucaanse stam heeft een nieuwe granman. Gisteren werd Bono Velantie, na bijkans 11 maanden wachten, eindelijk door president Desi Bouterse in het presidentieel paleis beëdigd tot granman van deze stam. read on…

Première Oogst

Pulserende dans en een blik op het individu
Op donderdag 2 oktober 2014 gaat Oogst van dansgezelschap BackBone en choreografe Alida Dors in première in Theater Bellevue, Amsterdam. De dansvoorstelling is daarna te zien in de theaters door heel Nederland tot en met mei 2015. read on…

Rituele taal uit Suriname is 200 jaar geleden bedacht

Een Ndyuka (Aukaner) vrouw in Kumanti trance
 

door Berthold van Maris

Als de Aukaners in de binnenlanden van Suriname communiceren met voorouders of geesten, noemen ze de zon opeens geensan meer, maar iyamudadipantanplan. En een baby is opeens geen beibi, maar eenmlekuboi. Ze spreken dan ‘Kumanti’, een rituele taal waarvan ze zeggen dat het een overblijfsel is van een West-Afrikaanse taal. Taalkundig onderzoek wijst nu uit dat deze rituele taal in Suriname zelf is ontstaan. Robert Borges promoveert er vandaag op aan de Radboud Universiteit.
De Aukaners zijn Marrons: afstammelingen van ontsnapte slaven in de binnenlanden van Suriname. „De Aukaners zien zichzelf als een Afrikaans volk”, zegt hij. „Maar dat is een geconstrueerde identiteit. En zo je wilt ook een soort nostalgie, naar het West-Afrikaanse verleden.” De slaven die in de zeventiende en achttiende eeuw naar het Caraïbisch gebied verscheept werden, kwamen uit heel uiteenlopende delen van West-Afrika en spraken heel uiteenlopende talen. Die talen gingen in Suriname verloren. Op de plantages was Engels aanvankelijk de voertaal en uit verbasterd Engels ontwikkelden de slaven heel snel nieuwe talen: creooltalen, waaronder het Surinaams (Sranantongo).
De Aukaners, bij wie Borges onderzoek deed, zijn nakomelingen van slaven die in de achttiende eeuw uit de plantages ontsnapten en zich dieper het oerwoud in vestigden, als zelfstandige gemeenschappen. Zij ontwikkelden hun eigen creooltaal: het Aukaans. Dat de meeste woorden daarin uit het Engels afkomstig zijn is nog steeds wel te zien. „Een week heeft zeven dagen” is in het Aukaans: Wan wiki abi seibin dei. Dat lijkt op het Engelse One week has seven days.
Borges kreeg de Aukaners zover dat zij hem allerlei voorbeeldzinnen gaven van hun rituele taal. Hij stelde vast dat dit Kumanti de grammatica heeft van de gewone Aukaanse taal, en ook dezelfde voorzetsels, voegwoorden en voornaamwoorden. Maar de zelfstandige naamwoorden, werkwoorden een een groot deel van de bijvoeglijke naamwoorden zijn totaal anders: die zijn uit andere Surinaamse talen overgenomen of verzonnen.
Een beperkt aantal Kumanti-woorden is nog te herleiden tot een West-Afrikaanse oorsprong. Kokolo (kip) lijkt verdacht veel op het Ghanese okokolo. Maar de meeste woorden zijn anders tot stand gekomen. In mlekuboi (baby) zijn gewoon twee bestaande woorden aan elkaar geplakt: mleku (melk) en boi (jongen). Sawa (wassen) is een omkering van het gewone woord wasi. Het woord voor vier – tinafo – is afgeleid van het gewone woord voor veertien.
Waar dat lange woord voor zon vandaan komt, weet Borges niet. „Ze konden dat niet uitleggen. Of ze wilden het niet uitleggen. Maar het zou zoiets kunnen zijn als grotegelebalindelucht.”
Interessant is dat het Kumanti ook woorden gebruikt die in Surinaamse teksten uit de achttiende eeuw voorkomen maar daarna uit het Surinaams verdwenen zijn. Het Kumanti-woord voor persoon, pipli, is gelijk aan het woord dat in het Surinaams van twee eeuwen geleden gebruikt werd voor mensen. Dat wijst erop dat het Kumanti geen recente uitvinding is.
Als die rituele taal niet Afrikaans is, hoe zit het dan met de rituelen zelf. Zijn die Afrikaans? Borges: „De antropologen zijn het er inmiddels wel over eens dat ook die rituelen een mix zijn van allerlei verschillende elementen. Bits and pieces waar een nieuw geheel van gemaakt is. Sommige Aukaners zeggen dat al hun goden uit Afrika komen, anderen zeggen dat sommige goden uit Afrika komen en sommige bij Suriname horen. Ze zijn het daarover niet helemaal eens.”
De rituele taal die Borges kon optekenen is Tapuwataa Kumanti (‘boven-water’ Kumanti). Maar er is ook nog zoiets als Dipi (diepe) Kumanti. „Tapuwataa Kumanti kun je leren, uitleggen, vertalen. Dipi Kumanti niet: daarvoor moet je bezeten zijn. Ze zeggen soms dat ze zelf niet weten wat ze zeggen als ze bezeten zijn.”
Borges heeft één keer mogen meemaken dat een jongen van 14 bezeten raakte. „Ik had helaas geen recorder bij me. Ik werd gewenkt, mocht erbij komen zitten. Ik heb alleen wat foto’s kunnen maken. Ik voelde me daar erg ongemakkelijk bij. Maar de Aukaners zelf hadden er geen probleem mee. Die stonden zelf ook allemaal met hun mobieltjes om die jongen heen.”
[van NRC.nl, 31 januari 2014]

Donner over Marronverdragen in Juristenblad

Groep Aukaners van de Sarakreek, ca. 1900-1940. (Collectie KIT.)

In het zojuist verschenen tweede nummer voor 2013 van het Surinaamse Juristen Blad heeft Mr.Dr.W. Donner een nieuw licht doen schijnen op het karakter van de Marronverdragen. In de 18e eeuw kwamen in Jamaica twee vredesverdragen tot stand tussen de Marroons en het bestuur aldaar, namelijk in 1737 en 1738. In Suriname kwam nauwelijks twintig jaar daarna, in 1760 het traktaat met de Aukaners, dat thans als nationale dag wordt gevierd, tot stand en in 1762 het traktaat met de Saramaccaners. Donner verwijst naar zijn boek over de Marronoorlogen, waarbij hij stelt dat de toenmalige gouverneur een delegatie stuurde naar de opperbevelhebber der Aukaner Strijdkrachten Araby om tot een vergelijking te komen. Dat er contact bestond tussen de marrons in Suriname en die van Jamaica blijkt uit het feit dat Araby verwees naar de verdragen die in Jamaica waren gesloten met de Engelsen. Hij was bereid onder dezelfde voorwaarden als op Jamaica vrede te sluiten. Behalve het artikel van Donner bevat het jubileumnummer van het SJB, vele andere interessante artikelen onder andere over het Surinaams Ruimtelijk Ordeningsrecht dat middels het Ministerie van ROGB regelmatig in de belangstelling staat. Verder een artikel over de voorlopige toepassing van verdragen en overeenkomsten zoals de EPA en de Grondwet van Suriname. Belangrijk is verder ook de herplaatsing van een artikel van Halfhide over eigendom van delfstoffen, welk artikel door de auteur (oud-advocaat) geactualiseerd is.

[mededeling Schrijversgroep ’77]

Marroncultuur kent traditioneel monogaam huwelijk

Foto © Nicolaas Porter


door Audry Wajwakana

Paramaribo – Jarenlang wordt de samenlevingsvorm tussen mannen en vrouwen in de marroncultuur als polygaam bestempeld. Een onjuiste stelling, meent antropoloog Salomon Emanuels. Want, net als andere culturele groepen kent ook deze groep het traditioneel monogame huwelijk.
Bij een traditioneel huwelijk nemen ooms en andere familieleden van de jongeman drie flessen rum mee naar de familie van het meisje. Dit wordt de aksioemangien genoemd. De oom vraagt om de hand van het meisje en als haar familie goedkeuring geeft wordt er een plengoffer gebracht aan de vooroudergeesten om erop toe te zien dat het huwelijk goed verloopt. De vrouw gaat met de man naar zijn dorp, waarbij de man toch verplicht is om in haar ouderlijk dorp een hut te bouwen. Dit om ervoor te zorgen dat bij een eventuele scheiding de vrouw een huis heeft om in te trekken. Meestal beginnen de jonge echtelieden met monogamie. Mocht het zover komen dat de man meerdere vrouwen neemt, zijn er duidelijke regels. De eerste vrouw moet altijd de goedkeuring hiervoor geven.
Discussie
De discussie over het wettelijk erkennen van concubinaat in het concept Burgerlijk Wetboek van 2009 werd eind februari van dit jaar door assembleelid Ronny Asabina aangegrepen om te pleiten, het traditioneel marronhuwelijk te erkennen. Dit zal volgens Asabina met zich meebrengen dat slechts één gezin door de overheid wordt erkend. “De polygame relaties die in de marroncultuur oogluikend worden toegelaten, zullen hierdoor onder druk komen te staan en niet meer door families worden geaccepteerd”, legt hij uit.
De erkenning vindt Emanuels belangrijk om de positie van de marronvrouw sterk te verbeteren. “Net als het westerse huwelijk schept een traditioneel huwelijk bepaalde zekerheden”, meent de antropoloog. “Enkel om die reden vind ik dat het erkend moet worden.” Bij eventuele scheiding wordt de vrouw uit huis geplaatst. Dat een marronman meerdere vrouwen kan hebben is volgens Emanuels enkel een opportunistische trek van mannen die in alle bevolkingsgroepen voorkomt. “Het is geen typisch marronding!” Om de een of andere reden is het door de binnenlandbewoners geaccepteerd. “Maar, de norm is nog steeds monogaam”, stelt hij fel.
Scriptie
Martina Amoksi die in 2007 een onderzoek deed over de ontwikkeling van de Ndyuka vrouw voor de afronding van haar masterscriptie aan de Universiteit van Amsterdam bevestigt dat het trouwen op een traditionele manier in het binnenland nog plaatsvindt, maar dat polygamie is toegestaan. “In de stad komt het echter minder voor, doordat jonge vrouwen er moeite mee hebben”, zegt ze. Economisch gezien vereist het ook veel van de man om alle vrouwen tegelijk dezelfde goede verzorging te geven. Die zal volgens Emanuels tien keer nadenken voordat hij nog een vrouw neemt. “Want, door de marrongemeenschap wordt je al gauw voor lafaard uitgemaakt als je de vrouwen niet goed verzorgt”, zegt Emanuels.
[uit de Ware Tijd, 25/05/2013]

Weduwen granman Gazon spoedig niet langer in rouwgewaad

Beeld van de begrafenis van Gazon Matodja
 
door Aidy Agodeba
De twee weduwen van wijlen granman Mathodja Gazon zullen over enkele weken hun rouwgewaad wegzetten. Kapitein Johan Djanie liet De Westvandaag weten, dat er inmiddels  een datum is vastgesteld, waarop de rituelen in het kader van de beëindiging van de rouwperiode zullen plaats-vinden. “Volgens na beslissing fu deng lanti dan na 14 april.”  Djanie vertelde dat de afsluiting van de rouwtijd ongeveer twee weken zal duren. Momenteel worden daartoe de nodige voorbereidingen getroffen. Een groep jagers koerste vanmorgen vroeg richting binnenland om  de nodige vleesvoorraad te garanderen. Wanneer deze groep terug is, zal de familie op haar beurt naar Albina afreizen om de grote inkopen te doen.
[uit de West, 18 maart 2013]

Saamaka Akademiya brengt eerste gedichtenbundel uit

door Audry Wajwakana

Paramaribo Puu A Döö is de eerste marron gedichtenbundel die de Stichting Saamaka Akademiya uitbrengt. ‘Naar buiten brengen’, de letterlijke betekenis van de titel, is de eerste samenwerking van diverse dichters die schrijven in het Saramaccaans, Aucaans en Saakiiki (Aucaners uit de Sarakreek). “De titel kan vergeleken worden met de gebruikelijke marrontraditie wanneer een pasgeboren kind voor het eerst naar buiten wordt gebracht”, legt Ifna Vrede namens de stichting uit. “Dat zullen we vrijdagavond met deze gedichtenbundel doen.”

 De lezing met als titel ‘de positie van de Saamaka-tongo in de samenleving’ was de eerste activiteit van Stichting Saamaka Akademiya. Foto: Stichting Saamaka Akademiya
Gevoelsuitingen
De stichting is in september van dit jaar opgericht met het doel om de marroncultuur in zijn algemeen in stand te houden, te bevorderen en te onderhouden. De taal in het bijzonder. “Het blijkt dat het dichten in de verschillende marrontalen is toegenomen, vandaar dat wij dit middels deze uitgave verder willen stimuleren”, zegt Ifna. Het boek beslaat verschillende gevoelsuitingen van de schrijvers: Willy Patra, Kotoe Agasie, Feloe Kamisa, Dorus Vrede, Angila Albitrouw, Randolf Linda en Ifna Vrede. Deze variëren van ode aan de vrouw tot liefde voor je land. Maar er zijn ook gedichten die gaan over verdriet. Dorus Vrede (64) wordt geïnspireerd om over de natuur te schrijven. Hij is sinds 1978 actief in het schrijven van gedichten en korte verhalen. De schrijver groeide op in het dorp Lombé, waar hij en zijn dorpelingen vanwege de aanleg van het van Blommensteinmeer noodgedwongen moesten verhuizen naar het transmigratiedorp Nyun-Lombe. Vandaar dat zijn werken meer rond het thema van transmigratie en de natuur gaan. de werken van Dorus verschenen in verschillende dagbladen en tijdschriften, zowel in Suriname en als in Nederland, België en Duitsland. “Maar voor deze dichtbundel heb ik nieuwe gedichten geschreven”, zegt Dorus.
Angila Albitrouw
Andere opzet
In tegenstelling tot Dorus schrijft Angila Albitrouw (28) over allerlei algemene onderwerpen. In 2002 schreef zij haar eerste gedicht over 140 jaar Keti Koti ‘Sama na mi’ (Wie ben ik). “Ik dicht overwegend in het Aucaans en mijn thema’s gaan meer over identiteit, vrijheid, culturele waarden en normen, zelfwerkzaamheid, stigmatisering, zwart bewustzijn en nog heel veel meer”, zegt Albitrouw. Als ode aan de oudste Saramaccaanse dichter Arthur Licht, bekend onder zijn pseudoniem Tulinga, worden ook enkele werken van hem voorgedragen. De presentatie van de gedichtenbundel zal niet zijn zoals een traditionele puwema neti wordt gehouden, waarbij het een af- en aankondigen is van dichters. “Het wordt een vertelling, waarbij de hoofdverteller de puwema’s aankondigt, voorafgaand aan een culturele presentatie. De gast zal vanaf hij of zij binnenkomt deel zijn van het geheel”, belooft Vrede. Aan het eind van de voordrachten wordt er een samenvatting in het Nederlands gegeven.
[uit de Ware Tijd, 22/11/2012]
  • RSS
  • Facebook
  • Twitter