blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: natuur(bescherming)

Voorbereidingen Mangrovecampagne getroffen

Paramaribo – De Foundation for Development of Radio & Television in Suriname (SORTS) zal de komende vijf maanden voorbereidingen treffen voor het project “Youth in action for mangrove”. Het gaat daarbij om een bewustwordingsprogramma voor jongeren over het belang van de mangrovebossen in het ecosysteem en de daarbij behorende acties voor de bescherming, behoud en onderhoud hiervan. Mangrovebossen spelen een belangrijke rol bij het tegengaan en/of verminderen van de effecten van klimaatverandering, het behoud van de visgronden en de biodiversiteit en tegengaan van erosie. read on…

Jeugd wordt bewust gemaakt van nut mangrovebossen

door Raoul Lith

“Mangrove bossen zijn de heilige bossen van de natuur. De gemeenschap weet te weinig over de functie van de mangrovebossen”, zegt Loes Trustfull, voorzitter van de Foundation for Development of Radio & Television in Suriname (SORTS). Het doel van het project is bewustwording over het belang van de mangrove bij vooral jongeren. read on…

Nieuwe biodiversiteit voor Curaçao

Van 16 oktober tot 19 november 2013 hebben drie leden van het Naturalis Mariene Biodiversiteitsteam veldwerk verricht op de koraalriffen rondom Curaçao. Hun onderzoek concentreerde zich op krabben, garnalen en weekdieren die in symbiose leven met andere ongewervelde dieren. Om data te verzamelen is er gedoken op 23 plekken langs de zuidwestkust en op één locatie langs de noordoostkust. Eén duik naar de dieper gelegen riffen is gemaakt met de onderzeeer ‘Curasub’ van Substation Curaçao. Binnen dit onderzoek zijn veel nieuwe soorten ontdekt voor Curaçao, inclusief nieuwe symbiotische relaties en zelfs soorten die nog niet eerder door de wetenschap beschreven zijn.

Lees verder in het Engels…

From 16 October to 9 November 2013, three members of the Naturalis Marine Biodiversity Team performed fieldwork on the reefs of Curaçao investigating crabs, shrimps and molluscs living in association with various invertebrate groups. Dives were made at 23 locations along the southwest coast of Curaçao and one location on the northeast coast. One dive was made by submersible with the ‘Curasub’ from Substation Curaçao, exploring the deep reefs. Many new records for the Curaçao marine fauna were established, including new associations and even species new to science.

  Exploratory marine biodiversity research in the Caribbean and Curaçao in particular has been carried out extensively in the early and mid-20th century. Both deep and shallow water research was carried out by scientists mainly from the United States, France and the Netherlands. The historical collections from the Dutch Caribbean were generated by trawling and dredging from large research vessels, shore collecting, and to some extend using SCUBA. The most extensive Dutch Caribbean collections are now housed in Naturalis Biodiversity Center in Leiden, the Netherlands. In the last three decades, the focus of research shifted from biodiversity to ecology, behaviour and conservation among others. In recent years however there is a renewed interest in the biodiversity of the Dutch Caribbean as it is threatened by human-mediated processes like climate change, coastal development, biotic invasions, tourism and overfishing. The Naturalis Marine Biodiversity Team is presently developing research projects in the area. The combination of taxonomic expertise and historical collections at Naturalis provides a solid basis for the study of biodiversity shifts caused by human-mediated processes Selected taxonomic groups are used as a proxy to detect biodiversity changes in the area.

Charles Fransen studied a group of symbiotic shrimp, which form associations with various reef organisms such as sponges, anemones, echinoderms, sea squirts and molluscs. Worldwide about 600 species have been recognized of which 59 have been recorded in the Caribbean. From Curaçao, only 7 species were previously recorded in the scientific literature. The recent surveys recorded a total of 25 species, constituting many new records for Curaçao. Among the findings is a new species of shrimp that lives in association with a stony coral. This type of association has not been recorded for the Caribbean, and for the entire Atlantic Ocean, before. Another interesting observation was made during a dive with the Curasub. Invited by its owner, Adriaan ‘Dutch’ Schrier, the research team joined him in a dive on the southwest shore of Curaçao to a depth of 270 metres. At about 220 metres they observed sea urchins hosting shrimps. These sea urchins, Paleopneustes tholoformis, were collected together with the shrimps by the meticulous manoeuvring of Curasub pilot Bruce Brandt and skilled handling of the submersible’s collecting gear by Adriaan ‘Dutch’ Schrier himself. The shrimp (Diapontonia maranulus) turned out to be a species known only from a dive to 244-309 metres with the Johnson Sea Link submersible off Grand Bahama Island. From the present study, it is expected that more extensive research on shallow and deep reefs using SCUBA and the Curasub submersible will yield many new records for the marine fauna of Curaçao.

Sancia van der Meij studied coral-gall crabs (Cryptochiridae), a family of small crabs that live in obligate symbiosis with stony corals. Currently around 50 gall crab species are recognized from both shallow and deep reefs worldwide. Most species have been described from the Indo-Pacific, only four species are known from the Caribbean. One of these species was recorded from Piscadera Bay by the Dutch carcinologist L.B. Holthuis in 1957. No other historical records of gall crabs are available for Curaçao or, in fact, any other of the Dutch Caribbean islands. During the expedition at least three gall crab species were recorded from 21 different coral hosts, seven of which are new associations. One of the newly recorded gall crab species may constitute a range extension of a species described from Brazil. This is currently being studied in more detail.

The third member of the team, Bastian Reijnen, studied Octocorallia (gorgonians and soft corals) as well as members of the gastropod family Ovulidae. Most ovulid snails live in obligate symbiosis with octocorals and are therefore highly dependent on their coral hosts. Like the gall crabs, the highest species diversity of both species groups can be found in the Indo-Pacific, but the Atlantic has its own unique species. The shallow water Octocorallia were studied and described by F.M. Bayer in the 1960s, nevertheless the expedition may have discovered three new species of gorgonians in the shallow waters around Curaçao. Close examination of the octocoral samples also revealed new host species for a number of Atlantic Ovulidae, for example the Fingerprint Flamingo Tongue (Cyphoma signatum) was found on a Purple Sea Fan (Gorgonia ventalina), whilst it was only known from the octocoral Plexaurella dichotoma. In addition, while deep diving with the Curasub, many rarely seen species of soft coral (Octocorallia) were recorded. One of the questions that arose from this deep dive with a submersible is if the gorgonians and soft corals found in deep water have associations with new shrimp and/or ovulid species.

Material collected will be further analysed at Naturalis Biodiversity Center in the Netherlands using, among others, molecular techniques to reveal phylogenetic relationships and discover possible cryptic species. Several scientific publications describing new species, new associations and other interesting observations are expected to be published from 2014 onwards.

Lees het hele artikel in BioNews
Bericht uitgegeven door Dutch Caribbean Nature Alliance (DCNA) op vrijdag 14 maart 2014
Tekst: Sancia E.T. van der Meij, Bastian T. Reijnen and Charles H.J.M. Fransen, Naturalis Biodiversity Center
Foto’s: Barry Brown, Substation Curaçao en Charles Fransen/Bastian Reijnen, Naturalis Biodiversity Center
Gepubliceerd door: Dutch Caribbean Nature Alliance (DCNA)
Nederlandse inleiding: Paul Westerbeek (Dutch Caribbean Nature Alliance)

Al meer dan tienduizend schildpadeieren onderschept

door Astrid van Oosterum

Stroperij van eieren is een van de bedreigingen
voor de reuzeschildpadden die op de stranden
van Suriname hun eieren leggen
Foto: WWF Guianas
 
Paramaribo – De politie heeft al meer dan tienduizend schildpadeieren in beslag genomen. Dat zegt gewestelijk politiecommandant Kenneth Emanuels van Commewijne. In februari trof de politie 5.500 eieren aan en vorige week nog eens vijfduizend. Beide stropers zijn in de kraag gevat tijdens wegcontroles en komen uit Galibi.
Het nestseizoen van de zeeschildpadden is vrijdag officieel door minister Steven Reyveld van Ruimtelijke ordening, Grond- en Bosbeheer (RGB) geopend. De eerste schildpadden zijn echter al sinds een maand gesignaleerd. “Het is zo dat de voorbereidingen voor de patrouillewerkzaamheden van de jachtopzieners te laat starten”, erkent Karin Bilo van World Wildlife Fund (WWF) Guianas.
Een schildpad legt wel tot 120 eieren.
Foto Plazilla
Niet alleen een late start geeft problemen, ook het gebrek aan middelen is een probleem. Roy Ho Tsoi weet als chef van de Jachtopzieners dat de strijd een oneerlijke is. “We hebben situaties gehad waarbij er één jachtopziener tegenover zes stropers stond. Of dat een jachtopziener die een boot wilde controleren in de loop van een geweer keek.” Jachtopzieners hebben geen wapens om zich te verdedigen. De stropers zijn geraffineerd. “Deze mensen kennen het gebied en hebben de tijd om te observeren. Ze weten precies hoe het te bereiken en verlaten.”
Een ‘eierenverzamelaar’ verdient gemiddeld SRD 3.000 per maand. In 2013 daalde het leegroven van nesten op de stranden met 65 procent. Jachtopzichters en politie pakten zeventien personen op die de bedoeling hadden eieren te stropen.
[uit de Ware Tijd, 10/03/2014]

Defending giant anteater kills man

Paramaribo – Green Heritage Fund Suriname (GHFS) was saddened to hear about the unfortunate incident in which a man is alleged to have been killed by a giant anteater on Saturday afternoon. While GHFS extends its sincere condolences to the family of the deceased man, it also wishes to state that Giant anteaters do not attack people without provocation. Giant anteaters are toothless mammals, that use their claws to harvest their food found in termite mounds, and other rotting forest debris. In rare cases giant anteaters will use these claws to defend themselves. Only two other cases are known globally in which giant anteaters have killed humans.
Dr. Steenland-Smit and Monique Pool caring for a giant anteater juvenile.
Chase to kill giant anteater
According to a Police Statement a man was killed by a giant anteater in Suriname on Saturday. The police preliminary investigation revealed that the victim named Ramesh Tamesser (43 years) saw from his car a giant anteater cross the road while driving over the Henri Fernandesweg, in North-West Paramaribo, with three colleagues. The man stopped the car, took a cutlass and chased after the animal apparently with the intention of killing it. The anteater continued its course running into a swampy area. When the three colleagues decided to follow the man they found him seriously injured and in the immediate vicinity of the animal. The animal appeared to be dead, but when the men arrived, the animal got up and ran off into the wetland. The man had injuries in his neck area, arms and shoulders. His colleagues immediately brought Tamesser to the emergency room by car, where the attending physicians established his death.
 
Police Investigation
The neighbourhood investigation that was carried out by the police as part of the technical investigation at the scene after the incident brought to light that the anteater had been seen in the area for some time. People living in the neighborhood estimated the animal to be two meters, and it is suspected to have killed two calves in the past period. The case is still under investigation by the Police at Derde Rijweg (Kwatta).
 
Giant anteaters are insectivores
“I have never heard of an anteater proactively and aggressively attacking a person or an animal,” according to a statement of Mariella Superina, Chair of the IUCN/SSC Anteater, Sloth and Armadillo Specialist Group. “I am only aware of two other deadly attacks of giant anteaters. One was a poacher whose dogs attacked a giant anteater, and the animal defended itself with its claws, eventually inflicting deadly wounds to the poacher. The other one was an accident at an Argentinean zoo, where the animal was cornered and feeling threatened by a caretaker who did not follow the basic safety protocols. In both cases, as well as in the one that just occurred in Suriname, the giant anteaters felt threatened and tried to defend their life, which is something you would expect from any wild animal (and even domestic animals).”
Mariella Superina further adds that: “Giant anteaters are not top predators but insectivores, so it would make absolutely no sense for them to kill a calf – they do not feed on mammals. They are adapted to ingesting ants and termites, and therefore the size of their mouth opening, as well as the absence of any teeth (among other specific anatomical and physiological adaptations), would make it impossible for them to feed on a dead calf.”
Flávia Miranda, Anteater Specialist, and Deputy Chair of the IUCN/SSC Anteater, Sloth and Armadillo Specialist Group, confirms the statement by Superina. She says its is impossible that a giant anteater attacks cattle. “I work over 10 years in an area that has anteaters and cattle living together.” Flávia Miranda also states that for as far as the attack of the man by the giant anteater is concerned, this could have actually occurred if the man tried to grab the animal by the tail. “Only then the animal would have access to the arm, shoulder and neck.”
 
Giant anteaters are protected animals
In Suriname giant anteaters are protected species under the 1954 Game Law. Many mammals and especially these very special ones, like anteaters and sloths are protected by law. This means that people are not allowed to hunt or kill them, or to harass them in any other manner. These animals can also not be kept as pets. In Suriname 3 species of anteaters can be found, including the giant anteater. Green Heritage Fund Suriname is involved in the shelter, care, rehabilitation and release of these animals in areas in which they can live freely without encroachment by humans. This means that orphaned animals and animals in need are temporarily sheltered and adopted. The mission of the GHFS in respect of anteaters, sloths and armadillos is to conserve and protect these animals and their habitat in Suriname by means of shelter, rehabilitation, release, education and information.
[from Green Heritage Fund Suriname, 10 March 2014]

Wereldrecord vis gevangen in Suriname

Oliver Charpenier en Martin Beenes vingen een gigantische vis in het zuiden van Suriname. De reuzenvis, ook wel trahira, tijgerzalm of wolfvis genoemd, is een straalvinnige vissensoort uit de familie van de forelzalmen. Het duurde maar vijf minuten om de reuzenvis te vangen en na een snelle foto werd het beest weer vrijgelaten om over het water te heersen. De tijgerzalm had een lengte van 97 cm en met deze vangst kan Charpenier kans maken op de ‘newal-tackle length record’ dat op dit moment staat op 94 cm. read on…

Olierampen in Trinidad en Tobago een voorbode voor Suriname?

Petrotrin, een oliemaatschappij die staatseigendom is op Trinidad & Tobago, heeft sinds dinsdag 17 december 2013 te kampen met olielekkages uit verschillende bronnen in haar beheer. Suriname zou van deze fouten kunnen leren.
Op 17 december werd een lekkage geconstateerd in twee pijplijnen, waarbij olie de zee in stroomde. De volgende dag bereikte de gelekte olie de stranden van Trinidad. De dag daarop werd nog een lekkage ontdekt en op 21 december werd nog één gerapporteerd, waarbij al ongeveer 100 vaten ruwe olie gelekt was. Twee lekkages zijn gerapporteerd op 24 december, gevolgd door nog een lekkage op 26 december. Op dezelfde Tweede Kerstdag is een grote hoeveelheid olie weggelekt, nadat een pijplijn los kwam tijdens het overpompen van olie naar een tanker.
De grote hoeveelheden olie die weggelekt zijn, hebben niet alleen gevolgen voor de natuur. Het heeft ook grote gevolgen voor de visserij, een belangrijke economische bron voor de eilanden. Veel boten zijn aangetast door de olie en hierdoor kunnen ze niet uitvaren of hun vangnetten gebruiken. Naast de vissen die getroffen zijn en niet meer voor consumptie geschikt zijn, is de schade aan de natuur rond het eiland enorm. De oliemaatschappij verklaarde dat de situatie onder controle was, maar dit werd direct tegengesproken door bewoners van de getroffen kuststreek. Zij klaagden over misselijkheid en hoofdpijn als gevolg van de dampen die de olie veroorzaakte.
Installatie van Petrotrin
Maar de overheid bleef op meerdere fronten in gebreke. Er bestaat voor Trinidad & Tobago een National Oil Spill Contingency Plan (NOSCP), dat voor iedereen vrij inzichtelijk is. Lekken werden te laat opgemerkt, er werd te laat actie ondernomen om iets aan de lekkages te doen en niet de juiste maatregelen werden getroffen om effectief met de lekkages om te gaan. Nu is de vraag of dit een voorbode is voor de Surinaamse olie-industrie. Met de uitbreiding van de raffinaderij van Staatsolie is de volgende stap dat er meer olie uit de oceaan gepompt wordt en verscheept wordt naar de raffinaderij.
Geen openheid bij Staatsolie

Daar waar het NOSCP van Trinidad bekend en voor iedereen online inzichtelijk is, is Staatsolie terughoudend over het actieplan dat zij gebruikt. Bij navraag van Dagblad Suriname over een eventueel actieplan, wordt terughoudend gereageerd. “U kunt uw vragen in een mail naar ons toesturen”, is het antwoord. “Dan bepalen wij op welke vragen we antwoord geven.”

Nu is het voor Suriname kenmerkend dat veel bedrijven en personen niet om kunnen gaan met de media, maar het is bedenkelijk dat een staatsbedrijf van deze omvang niet openlijker is over het actieplan dat men gebruikt om burgers veilig te stellen. Een groot gedeelte van de Surinaamse bevolking woont aan de kuststreek en het zou een geruststellende gedachte zijn als veiligheidsactieplannen tenminste openbaar gemaakt zijn.
[uit Dagblad Suriname, 03-01-2014]

500.000 bomen voor Aruba

door Ofelia Paris

Als politiek waarnemer ziet hij Aruba als een microstaat die zich sinds 1930 in economisch opzicht behoorlijk heeft ontwikkeld. Anderzijds vindt hij dat het Land Aruba al enige tijd bezig is de welvaart te ondermijnen door overontwikkeling van het toerisme. “Het blijven bouwen van hotels verschaft uiteindelijk alleen slecht betaalde werkgelegenheid”, stelt de staatsraad. En dan aan mensen die in armoede leven in achtergebleven gebieden van andere landen als Aruba, constateert Hubert Maduro. “Deze ontwikkeling leidt tot het ontstaan van een lompenproletariaat”, meent hij, “en dit werkt criminaliteit in de hand.” read on…

Amazon Gold moet eye opener zijn: ‘Ons huis staat in brand met onze kinderen er nog in’

door Astrid van Oosterum

WWF Guianas confronteerde woensdagavond een bioscoopzaal vol betrokkenen uit de goudindustrie met de bekroonde film ‘Amazon Gold’. Deze speelt zich af in het laagland van Peru en legt op verontrustende herkenbare wijze de gevolgen van goudwinning bloot.
“Niemand van ons zou met opzet zijn eigen grond vervuilen of bewust verontreinigd voedsel eten. De realiteit is dat we dat al doen.” Zo leidde Conservation Director van het World Wildlife Fund (WWF) Guianas, Mark Wright, de film in. “De goudindustrie zal, terecht, niet verdwijnen.” De goudsector pompt jaarlijks miljoenen US dollars in de economie en is de belangrijkste bron van inkomsten voor het binnenland.
Peru’s inferno
Peru heeft, zoals Suriname, een geschiedenis van goudindustrie. Hoewel de omvang van kleinschalige goudwinning in Peru vele malen groter is, blijkt de achterliggende problematiek overeenkomsten te hebben. Een symptoom van armoede, ontwikkelingsachterstand in vergelegen gebieden en een gebrek aan alternatieve banen en toekomstbeelden.
In de recente geschiedenis is goud het enige metaal dat in waarde is gestegen. “Voor één gouden trouwring wordt 250 ton aarde vernietigd”, aldus de directeur van het Carnegie Amazon Mercury Ecosystem Project, Luis Fernandez, die veel onderzoek heeft gedaan. De producer van Amazon Gold, Sarah Dupont, was ook aanwezig bij de vertoning. “Deze Amazonebossen hebben miljoenen jaren geëvolueerd in een perfect uitgebalanceerd systeem. Peru laat zien wat verstoring daarvan inhoudt. Het is alsof ik naar mijn brandende huis sta te kijken, terwijl ik realiseer dat mijn kinderen nog binnen zijn.”
Luchtfoto boven het Brownsberg Natuurpark genomen in 2012. Foto © WWF Guianas.
Wat ‘Amazon Gold’ laat zien, is moeilijk te beschrijven. Het dichtst dat in de buurt komt zijn de in 2012 door WWF gepubliceerde luchtfoto’s van goudmijnen in het Brownsberg Natuurpark en dat vermenigvuldigen met tien. Inferno, het eerste deel uit het veertiende eeuwse gedicht van Dante Alighieri dat de hel beschrijft, heeft vele creatievelingen geïnspireerd tot grote kunstwerken. Het maanlandschap, de verdorde hectares regenwoud, het vervuilde water en het geronk van machines maken van Peru het inferno op aarde. “Een oorlog die plaatsvindt in een verraderlijke idyllische omgeving en waarvan het aantal slachtoffers nog lang niet bekend zal zijn”, waarschuwt Fernandez.
Spiegelen
WWF Guianas vertoont de film deze week in alle drie de Guiana’s. De vertoning wordt gevolgd door een debat met vijf panelleden; antropoloog Marieke Heemskerk, de directeur van Conservation International Suriname’s, John Goedschalk, Luis Fernandez, de voorzitter van de School of Mining van de Ordening Goudsector (OGS), John Courtar, en de waarnemend directeur van het Nationaal Instituut voor Milieu en Ontwikkeling in Suriname (Nimos), Cedric Nelom.
Kan dit scenario in Suriname nog voorkomen worden? “Suriname moet zich niet gaan spiegelen aan Peru”, waarschuwde Fernandez. Kwikwaardes in bodem, vissen en Peruanen zijn schrikbarend hoog gebleken, met waardes tot acht keer hoger dan de norm van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). “De schaal is kleiner, maar verder is het niet veel anders”, betoogde Heemskerk. Onderzoek heeft al aangetoond dat kwikbesmetting in het Tapanahoygebied, Lawagebied en Paramaribo ook te hoog ligt. Heemskerk ontkomt niet aan de indruk dat Suriname te lang draalt. “Sinds 2010 wordt het einde van kwik aangekondigd en tot nog toe wordt het gebruikt in de goudvelden.”
De kwikvervuiling in Suriname
Minamata
De onderzoekster ziet geen valide reden waarom het Minamataverdrag nog niet ondertekend is. Dit verdrag is onlangs van kracht gegaan en wordt na ondertekening mondiaal bindend. Gefaseerde uitbanning van kwik is het uiteindelijke doel. “Dit is niet uit de lucht komen vallen, maar op basis van jarenlange voorbereiding ontstaan”, meent Heemskerk. WWF Guianas is helder. “De eerste stap is het tekenen van de conventie”, stelt de milieuorganisatie.
Nimos-directeur Nelom is nog geen voorstander van tekenen, hij doet liever eerst het huiswerk. Suriname heeft echter altijd een bijdrage geleverd aan de inhoud van het verdrag; “En wij staan achter de inhoud”. WWF Guianas Conservation Director Wright, stelt dat de Surinaamse regering, via OGS, positieve stappen zet om de goudsector en het gebruik van kwik te reguleren. “Ik hoop dat er in de nabije toekomst een positieve beslissing komt over ondertekening.” Fernandez, hoewel niet voldoende op de hoogte van de Surinaamse situatie, meent ook dat het verdrag doelen in het vooruitzicht stelt. De wetenschapper heeft meegewerkt aan de inhoud van het Minamataverdrag en geeft aan dat er juist voor de landen met een kleinschalige goudsector veel ruimte is voor invulling van het verdrag naar eigen inzicht.
Bevolking inzetten
Wat de keuze ook is, feit blijft dat controle een pijnpunt is. Kwikimport en verhandeling is al verboden. Toch komt het ongezien de goudvelden binnen. Goedschalk, nauw betrokken bij het REDD+ proces, meent dat veel afhangt van de binnenlandse gemeenschappen. REDD+, een bosbeheermechanisme waarvoor finan- ciering te ontvangen is, kan niet slagen zonder de tribale leefgemeenschappen. “Uitbannen van kwik ook niet.” Via REDD+ kunnen binnenlandbewoners betaald worden om de goudactiviteiten neer te leggen en terug te keren naar wat deze volken van oudsher doen. “Laat hen de ogen van het bos zijn.”
[uit de Ware Tijd, 18/11/2013]

Herbebossing Klein Bonaire en Klein Curaçao groot succes

De herbebossingsprojecten op Klein Bonaire en Klein Curaçao zijn een groot succes. De geherintroduceerde planten en bomen doen het goed op het eilanden en planten zich voort. Op Klein Bonaire zijn weer grote exemplaren van fruitdragende bomen gevonden, die een voedselbron kunnen vormen voor vogels die in jaren niet meer op het eiland zijn gezien.

De projecten zijn opgestart door Caribbean Research & Management of Biodiversity (CARMABI) op Curaçao. In 2000 begon het herbebossingsproject op Klein Curaçao. De eerste resultaten inspireerden een soortgelijk project op Klein Bonaire, dat in 2006 begon. De ecosystemen op beide eilanden laten veelbelovende resultaten zien. Tijdens zijn bezoek in juni en juli van dit jaar aan de eilanden omschreef onderzoeker dr. Dolfi Debrot van IMARES/WUR de resultaten als ‘verbazingwekkend’. Op Klein Curaçao zijn meer dan 10 inheemse planten geherïntroduceerd en ze planten zich met succes voort.
Nieuwe kans voor bodembedekkers op Klein Curaçao
Geteisterd door passaatwinden, met een dorre, vlakke kalkstenen bodem en een bloedhete zon heeft Klein Curaçao (70 hectare) een van de barste landschappen in het zuidelijke Caribische gebied. In de afgelopen 100 jaar was begrazing door wilde geiten een overheersend probleem. Op Klein Curaçao is de originele inheemse bomenvegetatie door de begrazing en door fosfaatmijnbouw geheel verdwenen; op Klein Bonaire (600 hectares) heeft het ecosysteem in het verleden onder houtkap voor houtskool te lijden gehad.
Toen in 1996 de toenmalige overheid van de Nederlandse Antillen de begrazingsrechten op Klein Curaçao verwierf, werd het uitgemergelde vee van het eiland gehaald. Dit maakte het pad vrij voor CARMABI om meerdere herbossingsprojecten tussen 2000 en 2009 uit te voeren. Het doel was om inheemse kustvegetatie opnieuw te introduceren om zo de herbeplanting een goede start te geven op dit eens zo dichtbegroeide eiland. CARMABI heeft, in samenwerking met Stichting Nationale Parken Bonaire (STINAPA), in 2006, 2007 en 2009 op Klein Bonaire inheemse bomensoorten geplant, zoals de Watakeli (Bourreria succulenta), Mansaliña Bobo (Metopium brownei) en Myrcia curassavia; bomen die allemaal eerder vrijwel van het eiland waren verdwenen.
Op Klein Curaçao heeft het ruwe klimaat een groot deel van de geïntroduceerde planten doen sterven, nog voor de planten konden wortelen. Toch wisten honderden van de geplante bomen en struiken tot een aanzienlijke grootte te groeien. De uitbundigst groeiende boomsoort is de Mangel Blanku (Conocarpus erectus), een mangrove-achtige boom. Hiervan zijn verschillende exemplaren inmiddels hoger dan vier meter gegroeid, en zaadlingen en jonge bomen zijn goed over het eiland verspreid. Doordat de geiten van het eiland verwijderd zijn, hebben bodembedekkers een kans gekregen om te bloeien. Dit zorgt voor uitgestrekte grasvelden, voornamelijk bedekt met de Korta-Man (Cuperus planifolius). De uitbundigst groeiende struiksoort is de Tabako di Piskado (Mallotonia gnapholodes). Deze groeit met name aan de kust, net als de lokaal bedreigde zeebes (Scaevola plumieri), die op Curaçao alleen op Klein Curaçao te vinden is. Tijdens het onderzoek werden bloemen, zaden en zaadlingen van 16 van de geïntroduceerde soorten gevonden. Deze soorten hebben zich al zelfstandig over het eiland weten te verspreiden en weten voort te planten.
Nieuwe bomen voedselrijk voor bedreigde vogelsoorten
De focus op Bonaire lag in de eerste plaats op planten die in kleine aantallen voorkwamen en met lokaal uitsterven werden bedreigd, zoals de inheemse Sabal Palm (Sabal causuarium) en de bedreigde boom Myrcia curassavia. In de tweede plaats ging het om planten die een veelbetekenende ecologische rol spelen, zoals een bron van fruit of bloemen voor vogels en andere dieren, zoals Watakeli, Mansaliña Bobo, Palu di Huku (Jacquinia arborea) en Palu di Rhambèshi (Sideroxylon obovatum).
Op klein Bonaire zijn soortgelijke resultaten zoals op Klein Curaçao behaald. Op het eiland komen nu volgroeide bomen van de soorten Palu di Huku, Watakeli, Mansaliña Bobo, Lumbra Blanku (Erithalis fruticosa) en Uña di Gatu (Pithecellobium unguis-cati) in bloei voor, en ze dragen al fruit. Deze bomen verrijken de vegetatie en produceren voedsel voor bedreigde vogelsoorten tijdens het droge seizoen. In het verleden kwamen de Roodhalsduif (Patagioenas squamosa) en de Geelschouder Amazone papegaai (Amazona barbadensis) op het eiland voor, maar in de afgelopen decennia zijn ze van het eiland verdwenen. Sinds het herbebossingsproject in 2009 eindigde, zijn een paar Roodhalsduiven op het eiland aangetroffen, en hopelijk zal ook de Geelschouder Amazonepapegaai volgen.
Planten vormen begin van herstel
Planten vormen de motor van een ecosysteem: zonder planten blijft de biodiversiteit meestal laag. Doordat de planten het goed doen op Klein Curaçao, verschijnen er weer inheemse vlindersoorten op het eiland. De kleine Grey Ministreak (Ministrymon azia) komt nu op de gehele westkust op het eiland voor. Ook de blauwe Hemiargus hanno en de bruine Bubastus Hairstreak (Strymon bubastus) komen op het eiland voor. Het Suikerduifje (Coereba flaveola), een inheemse vogelsoort, was ook geherïntroduceerd op het eiland (drie exemplaren), maar is sinds 2 jaar weer van het eiland verdwenen. Echter, de bedreigde Striped Anole (Anolis linearis), een insectenetende boomhagedis, waarvan meer dan 30 exemplaren op het eiland werden geherïntroduceerd, lijkt het goed te doen.
Deze projecten laten zien dat als herbebossingsprojecten met de juiste keuze voor soorten, locaties, plantingstechnieken en timing worden aangepakt, het mogelijk is om een ecosysteem met beperkte middelen opnieuw op te bouwen. Natuurlijke verschijnselen zoals schaduw, bladafval en schuilplaatsen tegen de wind komen nu weer op Klein Curaçao voor. Die vormen zo ook weer een kans voor de meer kwetsbare plantensoorten om zich te ontwikkelen. De wortels van de ontwikkelende vegetatie helpen om de aarde op z’n plek te houden en voorkomen zo erosie van het eiland. Zo helpen ze om Klein Curaçao te beschermen met het oog op klimaatverandering en zeespiegelstijging. De herbebossingsprojecten laten de verwoestende kracht van de begrazing door wilde geiten zien, maar ze laten ook zien dat de inheemse flora en fauna snel kan terugkomen, als er maatregelen tegen overbegrazing worden genomen, zeker als deze een helpende hand wordt geboden. De resultaten van beide projecten zijn opmerkelijk, aangezien het op de eilanden om een extreem droog en bar klimaat heerst, voornamelijk op Klein Curaçao. Dit geeft hoop voor andere eilanden in de Zuid-Caribische regio met soortgelijke problemen en een soortgelijk klimaat.
Dit persbericht is uitgegeven door DCNA, een van de Nederlandse lidorganisaties van IUCN.
  • RSS
  • Facebook
  • Twitter