blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Nankoe Lucia

Vlieg terug naar Afrika

door Hilde Neus

 
De meest indrukwekkende versie die ik ooit las van de slaaf die terugvliegt naar Afrika, is in de roman De hemelvaart van Solomon van de zwarte Amerikaanse auteur Toni Morrison. Het is het verhaal van Macon Dead, wiens zoon beweert dat zijn opa Solomon kon vliegen en als een adelaar weggezeild is naar Afrika. Het is jammer dat dit verhaal niet is opgenomen in De slaaf vliegt weg(samenstelling Lucia Nankoe & Jules Rijssen). Maar ook de vermelding van het motief in het verhaal over Tata Colinvan Ruud Mungroo zou hier niet hebben misstaan. Dit motief van de titel van de bundel komt verder voor als afbeelding van Elis Juliana, met een kleine verklaring erbij. De kern wordt gevormd door lezingen, gepresenteerd op het internationale symposium over de relatie tussen historische romans en de beeldvorming van de Nederlandse slavernijgeschiedenis. Waar en wanneer deze bijeenkomst werd gehouden staat in een noot vermeld; in de Muiderkerk in 2009. De centrale vraag is of en welke historische romans een rol spelen in de beeldvorming over het slavernijverleden. En hoe ze doorwerken in de hedendaagse discussies en in de persoonlijke beleving van de nazaten. De samenstellers proberen deze vragen in de inleiding te beantwoorden. Ze slagen daar maar deels in, omdat er veel voorbeelden aangehaald worden die allerlei kunstvormen bevatten, maar geen historische romans zijn. Het artikel van Suzanne Diop, ‘Het Eerste Internationaal Congres van Zwarte Schrijvers en Kunstenaars’ (pp. 29-33) is zo’n voorbeeld dat niet over historische romans gaat. (Kijk ook naar het onterechte gebruik van hoofdletters in de titel!)
Mijns inziens betekent het begrip beeldvorming binnen het literaire kader het ontstaansproces van een beeld (in fictie) over een persoon of groep mensen dat niet noodzakelijkerwijs met de werkelijkheid of de feiten overeen hoeft te komen. Als de samenstellers bedoelen dat beeldvorming een visualisatie is die bestaat uit het vertalen van een gedachte naar een beeld of uitdrukkingsvorm, dan klopt de bundel wel. Dan is de opname van veel stukken in de bundel, zoals de verhouding tussen etnische groepen getoond in de film Wan Pipel, wel verantwoord. Er zijn natuurlijk allerlei gevoelige zaken die uitvloeiselen zijn van de slavernij, en zodra die gevisualiseerd worden heb je ook een bepaalde vorm van beeldvorming.
Michiel van Kempen. Foto © Sanne Landvreugd
De inhoud van de bundel werkt dus vervreemdend omdat je van de auteur, zelf literatuurwetenschapper, een andere insteek zou verwachten. En zeker als dan blijkt dat er allerlei stukken zijn opgenomen die niet op het symposium voorbij zijn gekomen, terwijl de bijdrage van M. van Kempen, die er wel bij was, vanwege een tekort aan beschikbare redactionele ruimte is teruggetrokken. Dan roept dit vragen op.
Bij zo een titel en inleiding waren mijn verwachtingen anders. Dat neemt niet weg dat de stukken bijna allemaal iets met de slavernij te maken hebben, maar het gevaar is dat de lezer met zo een gevarieerde waaier aan informatie toch blijft zitten met vragen over de context. Je kunt die dan op internet opzoeken, maar is dat de bedoeling van de bundel? Al in het eerste stuk, van Nankoe zelf (‘Reverence’) heeft ze het binnen vier pagina’s over Toussaint Louverture, Edwi[d]ge Danticat, de kunstenaar Basquiat, de zanger Maxwell en de Neville Brothers, auteur Simone Schwartz-Bart en de kunstenaar Frankétienne. Alles wordt even aangestipt en daardoor mist het stuk diepgang.
Cynthia Mc Leod vraagt zich in haar bijdrage af of het aan te bevelen is dat de lezer zich een beeld vormt van de geschiedenis via historische romans. Daar wil ze zich, ondanks de geweldige verkoopcijfers van bijvoorbeeld Hoe duur was de suiker?, niet over uitlaten. ‘Dat zou de uitkomst van het symposium moeten zijn’, is haar mening.
Ik denk dat een symposium over dit onderwerp ook geen uitsluitsel kan geven, daarvoor is het onderwerp te breed en te gecompliceerd. Wel is duidelijk dat historie in vele vormen verwerkt kan worden, letterlijk en figuurlijk. In literatuur, schilderijen, beelden, poëzie en zang, alle denkbare kunstvormen. En door over de slavernij na te denken en die uit te drukken in kunst, kunnen de nazaten van de slaven tevens aan een stukje rouwverwerking doen. En de nazaten van de slavenhouders kunnen zich plaatsvervangend schamen na zich verwonderd te hebben over de verschrikkingen die in die tijd plaats hebben gevonden. Eenieder doet dat op zijn eigen manier. Dat blijkt wél duidelijk uit de inhoud van deze bundel. Met bijdragen van onder meer Anil Ramdas, Rudy Bedacht, Remy Jungerman en Rihana Jamaludin, om maar wat Surinaamse auteurs in deze bundel te noemen.
Lucia Nankoe & Jules Rijssen (samenstelling): De slaaf vliegt weg. Beeldvorming over slavernij in de kunsten. Arnhem: LM Publishers, 2013. ISBN 978-94-6022-274-0

De slaaf vliegt weg

Beeldvorming over slavernij in de kunsten
De kern van de bundel vormen enkele tot essays bewerkte lezingen op het in september 2009 te Amsterdam gehouden internationale symposium over de relatie tussen historische romans en de beeldvorming van de Nederlandse slavernijgeschiedenis, georganiseerd door stichting Podium Kwakoe en het Nationaal Instituut Nederlands Slavernijverleden en Erfgoed (NINsee).
Sprekers waren Lucia Nankoe, Michiel van Kempen, Ernest Pépin, Quito Nicolaas, Cynthia Mc Leod, Rihana Jamaludin, Fausten Charles. Suzanne Diop was afwezig maar stelde haar essay ter beschikking. De lezing van Michiel van Kempen moest van de redactie zo drastisch worden ingekort, dat de auteur zijn inhoud op onaanvaardbare manier zag worden aangetast en hij trok zijn stuk in. Dagvoorzitter was Margot Dijkgraaf.
In het publieke debat worden vaak historische romans aangehaald om standpunten te verdedigen, vooral van succesvolle Caribische auteurs als Edgar Cairo, Lou Lichtveld/Albert Helman, Frank Martinus Arion en Carel de Haseth, waarin het Nederlandse slavernijverleden aan de orde komt. Die auteurs gelden dan als autoriteiten en worden geciteerd in allerlei discussies.
Spelen romans en andere kunstgenres werkelijk een rol in de beeldvorming over het slavernijverleden, en zo ja welke? Welke rol hebben ze in de hedendaagse discussie over de doorwerking ervan in het algemeen en in de persoonlijke beleving van de nazaten van de in slavernij gebrachte Afrikanen?
In deze bundel verwijzen ook beeldend kunstenaars als Frank Creton, Remy Jungerman, Letitia Brunst, Natasja Kensmil, Elis Juliana en Ras Ishi Butcher naar de geschiedenis waarin het thema slavernij centraal staat. Literaire bijdragen zijn van de hand van Rudy Bedacht, Ina Césaire, Léon-Gontran Damas, Gilda Dannarag,
Lucia Nankoe en Jules Rijssen nodigen u – mede namens alle auteurs en beeldend kunstenaars – uit voor de boekpresentatie van De Slaaf vliegt weg, die plaats zal vinden op vrijdag 13 december 2013 in het Stadsarchief Amsterdam (Vijzelstraat 32, 1017 HL Amsterdam). Inloop: 15.30 uur, aanvang 16.00 uur
Organisatie: NiNsee (Het Nationaal instituut Nederlands slavernijverleden en erfenis). Aan/afmelding: info@ninsee.nl
Na de presentatie is er gelegenheid tot het kopen van het boek.

Humor, weemoed en ontroering in Jouw mooie kapitein

Subliem acteerwerk van Maikel van Hetten

 door Carlo Jadnanansing
Een stoel, een kapmes, een afgedragen jas, een matras op de grond en een cassetterecorder op een wankele tafel, vormden het povere decor van het toneelstuk Jouw mooie kapiteindat op 25 juli 2013 in Surinaamse première ging in theater Unique.

De airconditioning was uitgedaan om het geluid beter tot zijn recht te doen komen. De daardoor ontstane drukkende tropisch hitte versterkte de emotioneel geladen sfeer die het stuk opriep. Er was maar één speler, de Haitiaanse gastarbeider Wilnor, werkzaam in Guadeloupe, verpersoonlijkt door de in Nederland wonende Surinaamse acteur Maikel van Hetten.

Toch was er een constante dialoog in het door de Franse schrijfster Simone Schwarz-Bart geschreven werk. Dit komt omdat Wilnor via een cassetterecorder communiceerde met zijn in Haïti wonende vrouw Marie-Ange (stem van de bekende Curaçaose zangeres Izaline Calister).

De prachtige Nederlandse vertaling is van de hand van Lucia Nankoe, een in Nederland wonende literatuurwetenschapper en expert in de Caribische literatuur, naar wier idee het drama is gemaakt. Het thema van het stuk is universeel en tijdloos. Het is het eeuwige verhaal van een man uit een arm land die om zijn gezin te verzorgen in een rijk land gaat werken met achterlating van huis en haard. De problemen die daarbij ontstaan hebben eveneens een universeel karakter. Hoe zit het met de huwelijkstrouw in de periode van de scheiding door middel van een latos (living apart together overseas) relatie?  “Een vrouw heeft een man nodig en een man heeft een vrouw nodig. Dit is de wet van het leven, teneinde te bewerkstelligen dat het leven voortgang vindt”, aldus de boodschap van het stuk.
Als Marie-Ange per cassetterecorder opbiecht dat ze – zij het onder druk – bezweken is voor de charmes van de koerier die haar de enveloppe met geld moest brengen, breekt de hel los voor Wilnor. Hij kan zijn emoties nauwelijks de baas, maar weet zich op bewonderenswaardige wijze te herstellen. Hiermee toont hij inderdaad een waardige kapitein te zijn die het schip van het leven op kundige wijze weet te besturen.
Van Hetten geeft op unieke wijze niet alleen met woorden, maar nog meer door zijn robotachtige maar ritmische dansbewegingen, uitdrukking aan zijn emoties. Zijn dans lijkt pijlen af te vuren op het publiek, die rechtstreeks het hart treffen. Het literaire taalgebruik is eveneens doeltreffend.
“Scheiding is als een oceaan, waarin menigeen verdrinkt”.
“Tussen waarheid en verdichtsel ligt een glibberig pad”
Van Hetten is er geslaagd vanaf hij het podium betrad, zijn kapmes op de grond wierp,  en een slok nam uit de bijna lege fles met rum, tot aan het einde van het  één uur durende theaterstuk, de aandacht van het publiek vast te houden.
Tijdens de discussie die na het stuk volgde, zei Lucia Nankoe dat zij getroffen was door de waardigheid en vergevingsgezindheid van de hoofdpersoon. De Caribische man zou naar haar zeggen op een voetstuk geplaatst zijn.
Dat een toneelstuk voor verschillende interpretaties vatbaar is, is duidelijk gebleken. Anders dan Nankoe waren enkelen van mening dat Wilnor wel begrip getoond heeft voor het overspel en de daardoor ontstane zwangerschap van zijn vrouw, maar dat het geenszins zijn bedoeling was naar haar terug te keren. Hij zou haar alleen het beste hebben toegewenst en dus slechts afstand gedaan hebben van wraakgevoelens waar velen last van hebben.
Hoe het ook moge zijn, Van Hetten heeft als Wilnor een personage neergezet dat het publiek afwisselend liet lachen en ontroerde. Nu onze oudste theatergezelschap Thalia zich primair lijkt toe te leggen op het verhuren van haar accommodatie, is het voor het theaterminnende publiek een verrassing om op een dergelijk stuk van hoog niveau vergast te worden, ook al moet het van overzee komen. Het verzoek om voorstellingen voor de middelbare-schooljeugd kon door Nankoe niet worden ingewilligd, daar de speler en technici binnen enkele dagen weer moeten vertrekken.
Merci beaucoup au beau capitain Wilnor et toute la organisation!
[uit Dagblad Suriname, 30-07-2013]

 

Première Jouw mooie kapitein weekt emoties los

door Jerry Dewnarain
 
Paramaribo – In een vol Theater Unique heeft het publiek ongetwijfeld kunnen genieten van Jouw knappe kapitein. Het theaterstuk van Simone Schwarz-Bart Ton beau capitaine, door Lucia Nankoe vertaald in Jouw knappe kapitein, is donderdag in première gegaan.
“Ik vond het stuk niet mooi”, zei een bekende advocaat tijdens de discussie die na de opvoering plaatsvond. Niet mooi, omdat het ons confronteert met de harde realiteit van armoede en uitbuiting van onder andere Haïtianen. De tekst, de productie en de opvoering vond ik wel prachtig. Maar nee, ik word er droevig van.”

 

Eenzaamheid
De voorstelling presenteert het hoofdpersonage Wilnor Baptiste, die als veldarbeider werkt op Guadeloupe, terwijl zijn vrouw Marie-Ange achterblijft op Haïti. Gedurende hun lange scheiding communiceren zij met behulp van cassettebandjes. Eenzaamheid, scheiding en ontheemding zijn de thema’s die steeds naar voren komen gedurende de gesprekken tussen Wilnor en zijn vrouw. Ook de ruimte heeft een belangrijke functie in de voorstelling. De kleine kamer van Wilnor ademt een sfeer van armoede en soberheid. De enige meubelen in de kamer zijn: een stoel, een oude krat en een matras op de vloer. Dit doet denken aan een cel in een gevangenis, wat tegelijkertijd ook het thema eenzaamheid benadrukt. Ver weg van zijn land en familie lijkt Wilnor wel veroordeeld tot een eenzaam leven.
Groot en waardig
Het stuk is verdeeld in twee delen: in het eerste deel luistert Wilnor naar de stem van Marie-Ange via de cassettebandjes en geeft af en toe lachwekkende commentaren. In het laatste deel is Wilnor aan het woord wanneer zijn krachtige stem als reactie wordt vastgelegd op de band. Het toneelstuk, gaat van start wanneer Wilnor terugkeert naar huis van de zware arbeid. Het is dan avond. Hij gaat op zijn enige stoel zitten en haalt uit zijn tas een cassetteband die door zijn vriend uit Haïti is gebracht. Hij luistert naar zijn vrouw Marie-Ange. Haar eerste woorden zijn liefdevol: ‘Hallo, hallo Wilnor Baptiste’, wat lijkt op een telefoongesprek. Uit het gesprek blijkt uiteindelijk dat Marie-Ange zwanger raakt van de vriend van Wilnor die haar het geld van haar man uit Guadeloupe brengt. Desondanks accepteert Wilnor de pijnlijke daad van zijn vrouw en hij lijkt haar die te vergeven. Dit maakt dat haar kapitein Wilnor een man is met een mooi hart. Een hardwerkende man in een vreemd land die toch groot en waardig blijft voor zijn vrouw.
Aan de discussie hebben meer mannen deel genomen dan vrouwen. Een notaris zei: “Ik vind dat het stuk de zwarte man niet op een voetstuk plaatst, maar dat er juist een loopje met hem wordt genomen. Dit blijkt uit fragmenten van de tekst waarbij je wel moest lachen.” De première kreeg een staande ovatie van het publiek. Het stuk is zaterdag nog te zien in Theater Unique.
[uit de Ware Tijd, 27/07/2013]

Jouw Mooie Kapitein in Suriname

Opvoering van het literair toneelstuk Ton Beau Capitaine: pièce en un acte et quatre tableaux (Seuil, 1987),  in het Nederlands vertaald als Jouw Mooie Kapitein, in Suriname.
Het Caribisch gebied heeft een rijke vertel- en literaire traditie en kent een groot aantal literaire prijswinnaars, waaronder Nobelprijzen. Veel voorkomende thema’s in de Caribische literatuur zijn het ver van huis wonen en werken van kostwinners en ook hoe mensen en hun families zich ver van hun geliefden handhaven. Dit theaterstuk vertelt van een Haïtiaanse man die als landarbeider op het eiland Guadeloupe werkt om er de kost te verdienen. Hij communiceert met zijn geliefde echtgenote in Haïti via cassettebandjes. De vrouw horen we wel in de opvoering, maar we zien haar niet.

 

Jouw Mooie Kapitein heeft al lange tijd ons hart gestolen. Vandaar dat we verheugd zijn in samenwerking met  de organisatie voor Gemeenschapswerk NAKS en de Nederlandse Ambassade in Paramaribo het theaterstuk op te kunnen voeren in Suriname.
We stellen het zeer op prijs indien u één van de opvoeringen op donderdag 25 juli, vrijdag 26 juli of zaterdag 27 juli 2013 om 19.30 uur wilt bijwonen.
Vanwege de beperkte capaciteit van de zaal is toegang alleen mogelijk na aanmelding via NAKS cultorgnaks@yahoo.com of joronk@hotmail.com; telefoon: 499033
Jouw Mooie Kapitein door Simone Schwarz-Bart
Naar een idee en vertaling van Lucia Nankoe
Plaats: Theater Unique, Frederik Derbystraat 23-25 (voorheen Rust en Vredestraat)
Datum: donderdag 25 juli 2013, vrijdag 26 juli 2013 en zaterdag 27 juli 2013.
Aanvang: 19.30 uur; duur: één uur.
Entree: SRD 25,-.
Vertaling, inleiding en dramaturgie: Lucia Nankoe
Acteur en regie: Maikel van Hetten
Vrouwenstem:  Izaline Calister
Techniek: Brian Maston en Ewald van Es
Muziek: Jacques Schwarz-Bart
Productie: José Komen

A Sranan tori e opo/Het Surinaamse verhaal beurt op

Op zaterdag 20 april 2013 organiseert de Stichting voor Surinaamse Genealogie een nieuwe konmakandra. Het Surinaamse Verhaal gaat over de persoonlijke levensgeschiedenissen van mensen die in het koloniale Suriname hun leven opgebouwd hebben. Het wordt verteld en verbeeld door negen verhalenvertellers: familieonderzoekers, actieve donateurs van de Stichting voor Surinaamse Genealogie, schrijvers en wetenschappers. Moderatoren zijn Lucia Nankoe en Jean Jacques Vrij.

Plantage La Prospérité, Para, 19de eeuw
Ochtendprogramma:
10.30 uur Welkomstwoord, terugblik en vooruitblik door de voorzitter van de SSG, Pieter Bol
10.50 uur Yvette Forster presenteert het programma van de nationale herdenking en viering 150 jaar afschaffing slavernij (29 juni t/m 1 juli 2013 in Amsterdam)
11.00 uur Chris Polanen, dierenarts, schrijver en columnist.
11.15 uur Chan Choenni, bijzonder hoogleraar Hindostaanse migratie aan de VU, bijdrager aan
Sarnami Hindostani 1920-1960. Het verhaal van mijn par adja en par adji, mijn overgrootvader en -moeder van vaders kant.
11.30 uur Nathaly Pengel-Wong, oud onderwijzeres en maatschappelijk werkster en actief
donateur van de SSG. Het verhaal van de plantage La Prosperité en de Pengels in het district Para.
11.45 uur Dennis Lee Kong, ICT-er en actief donateur van de SSG. Het verhaal van mijn stammoeder Laurentia Kerpens en haar nageslacht.
12.00 uur Gelegenheid tot het stellen van vragen aan de vier verhalenvertellers.
12.15 uur Lunch (voor eigen rekening) met volop gelegenheid tot onderling netwerken. De heerlijke Surinaamse broodjes en hapjes worden verzorgd door John Lo-A-Njoe
Middagprogramma:
13.30 uur Lisa Djasmadi, cultureel antropologe, secretaris Stichting Comité Herdenking
Javaanse Immigratie en schrijfster van De Stille Passanten. Persoonlijke verhalen die de veerkracht van de Javaanse migranten in de periode na de contractarbeid illustreren.
13.45 uur Roline Redmond, actief donateur van de SSG, schrijft aan een kroniek van het
geslacht Doorson, als vervolg op een verhalenbundel over dezelfde familie.
Het verhaal van de generatie van mijn grootmoeder Paulina Wijks en haar voorouders.
14.00 uur Marie-Claire Fakkel, actief donateur van de SSG. Het verhaal van Lady Smith en mevrouw Fakkel, twee vrouwen, een eeuw na elkaar geboren.
14.15 uur Janny de Heer, actief donateur van de SSG en schrijfster van boeken over Curacao
en Suriname. Het verhaal van de bijzondere familie Horst.
14.30 uur Rosemarie Smeets, sociaal pedagoge, schrijfster van “Suriname-kleurboek” en actief
donateur van de SSG. Het verhaal van Jacob en Max Pinas.
14.45 uur Gelegenheid tot het stellen van vragen aan de vijf verhalenvertellers.
15.00 uur Gezellig samenzijn en netwerken.
16.00 uur Einde van de bijeenkomst
Gedurende de hele bijeenkomst is er gelegenheid om een bezoek te brengen aan de door de SSG
georganiseerde fototentoonstelling en aan de als vanouds aanwezige boekenstands. Deze keer is
er ook een stand van het CBG. Tevens verkoop en signeren van boeken, geschreven door onze
donateurs.
Locatie: Christus Triumfatorkerk Juliana van Stolberglaan 154, 2595 CL Den Haag
(Ingang om de hoek via De Carpentierstraat)
Entree : Donateurs gratis, niet donateurs € 7,50
(bij ter plekke donateur worden à € 25,- per jaar, is de toegang gratis)
Inloop : Vanaf 10.00 uur
Hoe is de Christus Triumfatorkerk bereikbaar?
Het adres is: Juliana van Stolberglaan 154 / hoek Laan van Nieuw Oost-Indië
2595 CL Den Haag (Bezuidenhout). Ingang om de hoek via De Carpentierstraat
NS: Vanaf Centraal Station Den Haag is het ongeveer 15 minuten lopen, of tram 2 of 6.
Vanaf Station NOI is het ongeveer 10 minuten lopen, of bus 23 of tram 2.
Auto: Parkeren in de straten rondom de kerk is gratis op zaterdag!
Voor een uitgebreide routebeschrijving zie: www.christustriumfatorkerk.nl

Jouw Mooie Kapitein, Simone Schwarz-Bart

Simone Schwarz-Bart
                     

Op vrijdag 11 januari wordt het toneelstuk Ton Beau Capitaine: pièce en un acte et quatre tableaux (Seuil, 1987), in het Nederlands vertaald als Jouw Mooie Kapitein door Lucia Nankoe, opgevoerd in Amsterdam.

Het Caribisch gebied heeft een rijke vertel- en literaire traditie en kent een groot aantal literaire prijswinnaars, waaronder Nobelprijzen. In de Nederlandse theaters is deze traditie naar onze mening ten onrechte onderbelicht gebleven. Veel voorkomende thema’s in de Caribische literatuur zijn het ver van huis wonen en werken van kostwinners en ook hoe mensen en hun families zich ver van hun geliefden handhaven.

Het stuk Jouw mooie kapitein vertelt van een Haïtiaanse man die als landarbeider op Guadeloupe werkt om er de kost te verdienen. Hij communiceert met zijn geliefde echtgenote in Haïti via cassettebandjes (een vorm van contact die veel voor komt bij mensen die niet geleerd hebben te lezen en te schrijven).
De vrouw horen we wel in de opvoering, maar we zien haar niet.



Datum: vrijdag 11 januari 2013,
Aanvang: 20.30 uur (zaal open 20.00 uur)
Duur: één uur
Entree: €10,-

Inleiding: Lucia Nankoe
Acteur: Maikel van Hetten
Vrouwenstem:  Izaline Calister
Techniek: Brian Maston en Ewald van Es
Muziek: Jacques Schwarz-Bart
Productie: José Komen

 

Klik hier om  kaarten te bestellen

Who More Sci-Fi Than Us?

Vrijdag 25 mei is de tentoonstelling Who More Sci-Fi Than Us, hedendaagse kunst uit de Cariben feestelijk geopend door Lucia Nankoe (literatuurwetenschapper/ publicist) met de speech: ‘Het Fort is ingenomen door Kunstenaars.’ 

 

Foto © Michiel van Kempen

 

 
Het Fort is ingenomen door kunstenaars
door Lucia Nankoe

 

De Caribische expositie die vanaf vandaag in Amersfoort van start gaat, is getiteld: Who more sci-fi than us. Deze titel verwijst naar een voetnoot uit een roman van de Dominicaanse schrijver Junot Diaz getiteld: Het korte en wonderbare leven van Oscar Wao. De hoofdpersoon uit het boek – Oscar – is verslingerd aan allerlei verhaalvormen zoals historische romans, games, stripverhalen, films, animatiefilms. Zowel oude als nieuwe vertellingen bekoren hem en maken hem mede daardoor tot een buitenstaander, een buitenaards wezen, die er ook fysiek anders uitziet dan zijn leeftijdgenoten. Oscar is zowel een held, als een anti-held.
De spelregels in deze roman zijn duidelijk: het fictieve verhaal wordt gehoord, maar in de kleine letters wordt het echte gruwelijk verhaal verteld over de geterroriseerde bewoners in de Dominicaanse Republiek onder het bewind van dictator Trujillio, tot zijn dood in 1961. De vorm van de vertelling voegt een adembenemende extra dimensie aan het werk toe.

“Who is more sci-fi than us” , zegt Junot Diaz. Zijn hoofdpersoon Oscar gaat regelmatig vanuit de V.S. Naar de Dominicaanse Republiek op familiebezoek. Hij geniet dan van de schoonheid van het eiland, maar in de suikerrietvelden ervaart hij ook de wrede kant van het dictatoriaal regime.

De titel van deze tentoonstelling Who is more sci fi than us vat in zekere zin de kunstwerken samen die hier tentoongesteld zijn. Het roept associaties op bij de gepresenteerde beelden. Hier kunnen we genieten van de verschillende kunstvormen en tegelijkertijd ‘lezen’ we het politieke en sociale verhaal dat daaraan ten grondslag ligt. Ook hier is sprake van meerdere lagen. Het grensgebied tussen fantasie en werkelijkheid wordt keer op keer onderzocht.

Een mooie illustratie van connotaties waarbij tekst en context nauw verweven zijn treffen we ook in het boek A Small Place van de schrijfster Jamaica Kincaid:

“You are a tourist and you have not yet seen a school in Antigua, you have not yet seen the hospital in Antigua, you have not yet seen a public monument in Antigua. As your plane descends to land, you might say, what a beautiful island Antigua is – more beautiful than any other islands you have seen -” Toeristen die de Caribische eilanden en het Caribisch gedeelte van het vasteland bezoeken, zien meestal slechts de buitenkant. De dubbelheid, de schijnbaar badinerende toon van bovenstaande alinea uit A Small Place, heeft een heftiger impact dan op het eerste gezicht lijkt.

Eenzelfde scherpe blik met een ondertoon van ironie, treffen we ook aan in de tekeningen, schilderijen, foto’s, sculpturen, films en animaties in deze tentoonstelling. Een gefragmenteerde verzameling, denkt u wellicht, maar bij denkers als Edward Braithwaite uit Barbados en Edouard Glissant uit Martinique staat het concept fragmentatie centraal in hun werk. De meer dan 30 kunstenaars hier aanwezig tonen hun veelzijdigheid in allerlei uitingsvormen. Beeldend kunstenaar Tony Monsanto uit Curaçao noemt één van zijn werken ‘créolité makes us strong’ waarmee hij reflecteert op de huidige tijd, zonder het pijnlijk verleden terzijde te schuiven.

Reeds eerder, dat wil zeggen aan het begin van de 20ste eeuw waren Caribische kunstenaars op zoek naar eigen uitingsvormen en smolten ze tradities uit andere continenten samen om zo hun eigen beeld van de omringende wereld te creëren. Om u maar enkele grootheden te noemen:

Aimé Césaire uit Martinique, de dichter die bejubeld werd door de Franse surrealist André Breton heeft de literaire scene van het Franstalig gebied grondig beïnvloed.

Léon-Gontran Damas bezingt met zijn poëtische creaties de Guyanese Bonis en Saramaccaners. Hier volgt een gedicht uit zijn bundel Névralgies:

Il n’est plus bel hommage
Il n’est plus bel hommage

à tout ce passé
à la fois simple
et composé
que la tendresse
l’infinie tendresse
qui entend lui survivre

Een liefdevol en teder beeld spreekt uit bovenstaand gedicht, een eerbetoon aan het verleden en om met één van de werken van Jungerman te spreken: Promise. Deze kunstenaar is een veelbelovende zoektocht aangevangen naar de relatie tussen abstract geometrische kunst en de esthetiek van de Marrons, de bewoners uit het binnenland van de Guyana’s.
De eerste Nobelprijswinnaar literatuur uit de regio Saint-John Perse, geboren in Guadeloupe, gebruikt in zijn poëzie schitterende beeldende taal. Of neem de andere Nobelprijswinnaar, de Trinidadiaanse V.S. Naipaul die in zijn klassiek geworden roman A House for Mister Biswas de Caribische verbeelding ons laat toespreken. Derek Walcott uit St. Lucia en Frankétienne uit Haiti beheersen de verbale kunst en schuwen evenmin de visuele uitingsvorm. Ze zijn zowel schrijver als schilder.
Kunstenaars maken ook meer gebruik van hun moedertaal, zoals beeldend kunstenaar en auteur Frankétienne, die schrijft in het Haïtiaans Creools. Edgar Cairo uit Suriname, schrijft in het Sranan, een Creoolse taal, die hij vermengt met neologismen die rechtstreeks naar zijn culturele erfenis verwijzen. Verschillende kunstdisciplines worden aan elkaar gekoppeld, waardoor een nieuwe taal ontstaat die meerdere lagen heeft.
In de tentoonstelling zult u kunsticonen aantreffen zoals Edouard Duval Carrié uit Haïti die ons keer op keer verrast met zijn kunstwerken. En wat te denken van de jongere generatie zoals Ebony Patterson en Renee Cox uit Jamaica, Wendell Mcshine uit Trinidad, Sheena Rose uit Barbados, Mario Benjamin uit Haïti en de veelzijdige Hew Locke uit Guyana? Deze generatie kunstenaars kiezen voor een nieuwe taal. Ze putten daarbij uit verschillend cultureel erfgoed. Remy Jungermann, Marcel Pinas, Charl Landvreugd – een mooi trio uit Suriname – maken daarbij gebruik van verschillende materialen o.a. metaal, hout, lappen katoen, blauwsel, pimbadoti.

De ketenen zijn afgeworpen en de taal van de kunsten wordt niet meer nageaapt. Het Fort is ingenomen door kunstenaars. Het Caribisch kunstenaarsschap brengt een gedurfd meesterschap voort en curatoren van musea deinzen er niet voor terug om deze authenticiteit te tonen.

Om de Surinaamse dichteres Joanna Schouten–Elsenhout te citeren:

Mi Dren
Yere mi sten

Lek’wan griyo e bari
A baka den bigi krepiston

Een lamento in versregels waarin een apocalyptisch beeld uit het verre of nabije verleden wordt geschetst. Op de tentoonstelling in Amersfoort is ‘The Afro-Curse Exorcizing Machine’ van Tirzo Martha hier een mooi visueel voorbeeld van.

“Who is more sci-fi than us”, zegt Junot Diaz. Schrijfster Pauline Melville uit Guyana verwoordt het zo: “Wij in dit deel van de wereld, koesteren een diepe wens voor de leugen, met al haar consequenties en verwikkelingen. Wij nemen de leugen serieus.” Escapisme wordt dan een stijlmiddel en de relatie tussen het fictieve en feitelijke discours blijkt versmolten te zijn. Alle denkbare schildersstijlen van abstract tot hyperrealistisch worden opgezocht en verkend. De grenzen vervagen en verrassen zoals in het werk van David Bade uit Curaçao, Ryan Daniel Oduber uit Aruba en Michael Mcmillan uit St Vincent.

Misschien kunnen we spreken van de kunstenaar als flexwerker, een flexkunstenaar, in zoverre hij dit niet altijd was, schijnbaar onbekommerd en toch zeer bewust, zigzaggend langs genres, disciplines, taal, stijl zonder enige beperking als een zeedier van eiland naar land. En als hij gevangen gehouden wordt dan nog is er een frisse impuls die op een overtuigende manier een visueel en tekstueel verhaal brengt.

Luistert u naar de dichter Nicolas Guillén uit Cuba met El Caribe uit El Gran Zoo:

En el acuario del Gran Zoo, nada el Caribe. Este animal marítimo y enigmático tiene una cresta de cristal, el lomo azul, la cola verde, vientre de compacto coral, grises aletas de ciclón. En el acuario, esta inscripción: «Cuidado: muerde».

Nogmaals: De Caraibe
In het aquarium van de Grote Dierentuin

zwemt de caribe.
Dit raadselachtig zeedier
heeft een kam van christal,
een blauwe rug, een groene staart,
zijn buik is van compact koraal
en hij heeft grijze vinnen
van cycloon.
Op het aquarium staat geschreven:
‘Pas op, hij bijt.’

Who is more sci-fi than us?

Gens de la Caraïbe et Maryse Condé

Maryse Condé

Les sociétaires de Gens de la Caraïbe ont choisi pour l’année 2011, à l’image d’une soirée léwoz de mettre l’écrivaine Maryse Condé au centre d’une ronde de danseurs et joueurs de gwoka. Ce léwoz s’entendrait dans tous les grands fonds de Guadeloupe, les mornes de la Martinique, les ravines de Cuba, les campagnes de la Jamaïque mais aussi dans les imaginaires de ceux qui résident en Afrique, en Europe, en Asie, en Amérique latine et d’autres ailleurs.

Ses romans de Heremakhonon (1976) à En attendant la montée des eaux (2010) nous emmènent de l’empire malien aux villes et communes réelles imaginaires de Guadeloupe, Cuba, Jamaïque ou du Panama pour aborder des questions sensibles de société.
Fidèle à son image « d’auteure qui dérange », Maryse Condé aime « mettre en lumière ce que les gens aiment cacher » et se défend d’écrire des romans militants, même si elle se présentait aux élections régionales en 1992 sur la liste du parti indépendantiste. Elle confiait à Françoise Pfaff dans une série d’entretiens parus chez Karthala en 1993 que ses personnages étaient « des anti-héros, des gens pas très sûrs d’eux et pas très sympathiques, pensant qu’il ne faille pas que les gens soient parfaits pour qu’on les aime. Ils sont ce qu’ils sont. »
Parmi les thèmes de prédilection de Maryse Condé, figurent les préjugés de couleurs, les conséquences de l’esclavage, les absurdités de nos sociétés et ses romans n’oublient jamais de parcourir notamment la Caraïbe des petites aux grandes Antilles avec toujours une mention au peuple haïtien.
Pour ces raisons et d’autres encore, Gens de la Caraïbe consacrera plusieurs pages de son site à Maryse Condé en 2011 pour vous donner, entre autres, envie de la lire ou la relire.
Etape 1. Mise en ligne de témoignages
Gens de la Caraïbe publie des témoignages de personnes qui ont croisé Maryse Condé ou ont été touché es par son oeuvre.
Etape 2. Maryse Condé en langues
Maryse Condé a été traduite en douze langues- sauf le créole! (allemand, brésillien, espagnol, italien, anglais, japonais, hollandais, américain, suédois, polonais, roumain, hébreu). Parmi les derniers romans parus en langue étrangère vient de paraître la traduction de « Victoire, les saveurs et les mots » en allemand (« Victoire, ein Frauenleben im kolonialen Guadeloupe », janvier 2011).
Le mois de mai vibre au rythme des commémorations de la mémoire de l’esclavage et des traites négrières, et la date du 10 mai a par ailleurs été proposé par Maryse Condé et le CPMHE qu’elle présidait en 2001. Nous avons donc choisi, avec l’autorisation de son éditeur allemand Litradukt de publier sur notre site, un extrait de « Victoire, les saveurs et les mots » qui aborde la question de la relation Noirs/Blancs, autrement dit, du racisme, thème récurrent dans les écrit de Maryse Condé.
Lire le portrait de Maryse Condé rédigé par Anais Jones pour GdC en 2007
Dernier ouvrage paru en France : « En attendant la montée des eaux », Editions Lattès, 2010 – Lire la chronique d’Ayelevi Novivor, en français , en español.
Merci à Gerty Dambury, Valérie Eugène, Philippe Calodat, Louis-Philippe Dalembert, Céline Guillaume, Fraucke Gewecke, Karole Gizolme, Milan Lescot, Ayelevi Novivor, Ineke Phaf-Rheinberger, Peter Trier, les Editions Mercure et Laffont qui ont apporté leur contribution à ce dossier. Merci également à tous ceux qui ont apporté leurs témoignages.
Credit photo : © Mercure

Krik? Krak! Kri, Kra!: Franstalige Caraïbische literatuur

door Els Moor

Suriname maakt deel uit van het Caraïbisch Gebied, op het vasteland van Zuid-Amerika. Waarom zijn wij niet Latijns-Amerikaans? Alle andere landen werden gekoloniseerd door Spanje of Portugal (Brazilië) en het Spaans of Portugees is er de taal. Frans-Guyana, Suriname en Guyana zijn gekoloniseerd door respectievelijk Frankrijk, Nederland en Engeland en de talen van die landen zijn er de officiële taal.

Deze drie landen horen dus bij de Caraïbische eilanden, die – met uitzondering van het Spaanstalige Cuba, de Dominicaanse Republiek en Puerto Rico – Frans, Nederlands of Engels zijn of waren. Met deze landen en eilanden heeft Suriname een stuk geschiedenis gemeen – met de Nederlandse Antillen ook de taal, hoewel het Papiaments daar een veel sterkere rol heeft dan het Sranan bij ons – en culturele kenmerken. Geen wonder dat ook de literatuur van de Caraïbische landen en eilanden veel gemeenschappelijks heeft wat betreft thematiek en in andere opzichten.

‘Krik? Krak!’ is de titel van een verhalenbundel van Edwidge Danticat (1969). Zij is afkomstig uit Haïti en woont in de Verenigde Staten. Kri, Kra! Proza van Suriname (1972) is een bloemlezing, samengesteld door Thea Doelwijt. ‘Krik? Krak!’, ‘Kri, Kra!’, het is de aanhef van orale tori, ook van Anansitori. De verteller riep het en de hoofden van de luisteraars gingen omhoog, Haïtiaanse, Surinaamse: Caraïbische!

Grote thema’s in de Caraïbische literatuur zijn onder andere: slavernij en koloniale geschiedenis, ras en kleur, klassentegenstellingen, Afrika, religie, identiteit, gender en de trek naar metropolen zoals Londen, Parijs, Amsterdam en de Verenigde Staten. Die thema’s herkennen wij ook.

In dit artikel richten we ons op de Franstalige Caraïbische literatuur, van Martinique, Guadeloupe en Frans-Guyana. Deze drie zijn nu delen van Frankrijk in tegenstelling tot Haïti dat in 1804 onder invloed van de Franse Revolutie al onafhankelijk werd en een totaal andere geschiedenis beleefde, vol machtswellust, onderdrukking, corruptie en armoede. De literatuur van Haïti is zeer interessant met figuren als René Depestre (1926), een dichter die in zijn werk evolueert van zeer militant tot beschouwend. In 2002 kwam in vertaling van René Smeets in Nederland een bundel uit met een keuze uit Depestres poëzie. Hij heeft om zijn werk in de gevangenis gezeten en woont nu in Zuid-Frankrijk. Voor ons is ook het werk van Edwidge Danticat belangrijk: gedichten, twee romans, en verhalen, geschreven in het Engels en vertaald in het Nederlands.

Maar het interessantst is het werk van Kettly Mars (1958). Ondanks gewaagde thema’s in haar romans, bijvoorbeeld over het schrikbewind van de Duvaliers, woont ze nog in Haïti en schrijft ze over de worsteling met het bestaan van haar landgenoten. Ze is een laureaat van het Prins Claus Fonds vanwege haar gedurfde onderwerpen. Haar laatste roman, Wrede seizoenen, speelt in de woelige jaren zestig, is in het Nederlands verschenen bij uitgeverij De Geus. Kettly Mars was aanwezig bij de presentatie; Lucia Nankoe ook. Zij is zeer enthousiast over de roman en ook over de schrijfster als mens.

Léon Gontran Damas

Terug naar de literatuur van Martinique, Guadeloupe en Frans-Guyana. Die heeft een duidelijke indeling in periodes. Uiteraard eerst een orale fase. Veel van die verhalen zijn gelukkig overgeleverd en later vastgelegd. De slimme helden waren in de slaventijd vaak dieren. Zoals bij ons Anansi de slimmerik is, hebben Martinique en Guadeloupe hun Compé Lapin (konijn). Uiteraard zijn er ook laitori en odo overgeleverd. Dit zijn getuigenissen van slaven, die voor de rest niets achterlieten. In de tweede helft van de 19de eeuw ontstaat er een Antilliaanse poëzie, die later ‘hangmatliteratuur’ wordt genoemd, met suiker- en vanillegeur. Je zou ook kunnen zeggen ‘literair exotisme’, de natuur en samenleving gezien door een Franse bril. Langzaam maar zeker ontwaakte echter een bewustzijn van het eigene, van het neger zijn, met als oorsprong Afrika. In de twintiger jaren van de 20ste eeuw komen er lokale protestdichters, jonge anti-burgerlijke kunstenaars. Ze hadden via tijdschriften ook contact met Haïtiaanse kunstenaars. Die hadden relaties in de Verenigde Staten en zo bereikte hen de beweging van Amerikaanse zwarten, ‘Black is beautiful’, terug naar Afrika. Met als grote figuren Marcus Garvey en E. du Bois. Mede onder invloed hiervan ontstond de Négritude-beweging. Studenten in Parijs vonden elkaar en werden de grote dichters van de beweging: Leopold Senghor uit Afrika zelf, Aimé Césaire uit Martinique en Léon Gontran Damas uit Frans-Guyana.

Césaire is wel de grootste dichter van de Négritude. Hij had een brede visie en emotionele kracht. Zijn meest bekende werk is Cahier du retour au pays natale (Logboek van een terugkeer naar mijn geboorteland) in proza en poëzie. Behalve gedichten en proza schreef hij drama. Hij was auteur en politicus en werd burgemeester van Fort de France. De leukste is Léon Gontran Damas, die in zijn poëzie de spot drijft met de Franse burgerlijkheid. De Surinaamse dichter die al vroeg verwantschap toonde met de Négritude is Eugène Rellum (1896-1989). Zijn gedichten zijn vooral verwant aan die van Léon Gontran Damas uit ons buurland. Ook de Curaçaoënaar Frank Martinus Arion voelde zich aangetrokken tot de Négritude, getuige zijn bundel Stemmen uit Afrika (1957). De beweging ‘Wie Eegie Sanie’ zit eveneens op de lijn van ‘eigenheid’, zij het niet zo Afrikaans.

Na de Tweede Wereldoorlog is de terug-naar-Afrika-droom gaan slijten. Vooral opstandige jonge dichters en kunstenaars gaan begrijpen dat de Antillen een heel andere werkelijkheid vertegenwoordigen dan Afrika. De stroming Antillianiteit komt dan op. De centrale figuur hierin is Edouard Glissant (1928-2011), schrijver en dichter van Martinique. Zijn visie op de rol van de schrijver is: meewerken aan de genezing van een zieke maatschappij. Geëngageerde literatuur dus. Schrijvers zoeken naar het ware gezicht van hun land. Het verleden blijft een belangrijk thema, ook kleurvooroordelen, het leven op het platteland en de trek naar de stad.

Belangrijke schrijvers van de moderne Franstalige Caraïbische literatuur – van wie de werken in het Nederlands zijn vertaald – zijn Maryse Condé (1936) uit Guadeloupe, het echtpaar Simone en André Schwartz-Bart (zij van Martinique, hij Fransman van joodse afkomst), en Patrick Chamoiseau (1953) van Martinique. In de komende maanden zullen we werk van hen bespreken. Vooral ook in verband met keuzes ‘voor de lijst’ van de scholieren. Mijn favoriet is De oude slaaf en de bloedhond (2001) van Patrick Chamoiseau, uitgegeven door De Geus in de vertaling van Eveline van Hemert (die naar Suriname kwam om Surinaams-Nederlands te leren en dat gebruikte bij haar vertaling van het gecreoliseerde Frans van Chamoiseau). Lucia Nankoe is de samensteller van de bundel met Caraïbische verhalen, De komst van de slangenvrouw en andere verhalen van Caribische schrijfsters (Van Gennep-Novib-Ncos, 1998). Een herdruk is gewenst, want het is inspirerende leesstof voor iedereen die wil kennismaken met de Caraïbische literatuur.

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter