blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Multatuli

Akwasi wil standbeeld voor rapper Sticks, want die heeft meer unieke woorden dan Multatuli

door Coen Peppelenbos

Nick Muller van HP/De Tijd interviewt Akwasi. Gewoon eens een keer over kunst, literatuur, theater, dans en muziek. In een tijd dat veel standbeelden worden neergehaald pleit Akwasi voor een standbeeld erbij.

read on…

Een Griekse Havelaar!

In november verscheen het al in vele talen vertaalde werk van Multatuli, Max Havelaar, in het Grieks. Dus nog net in het Multatuli jaar. In een land dat de afgelopen 500 jaar niet deel uitmaakte van de “club” koloniale mogendheden, maar tot 1830 deel van het Ottomaanse Rijk was. Dus eigenlijk zelf een kolonie.

read on…

Der unsterbliche Multatuli – 200 Jahre, 1820-1887

Online-lezingencyclus van het Lektorat Niederländisch van de Goethe-Universität Frankfurt

Ter gelegenheid van het 200ste geboortejaar van de schrijver Eduard Douwes Dekker heeft het Lektorat Niederländisch van de Goethe-Universität Frankfurt  een online-lezingencyclus opgezet: Der unsterbliche Multatuli – 200 Jahre, 1820-1887.  In de komende maand november kan iedereen elke woensdag van 18-20 uur live een Multatuli-voordracht op internet meebeleven.

read on…

Multatuli, of het belang van literatuurlezen

Ter gelegenheid van de 200ste geboortedag van Multatuli, deze maandag, houdt Jacqueline Bel een pleidooi voor een ‘deltaplan’ tegen de ontlezing.

read on…

Multatuli 200 jaar geleden geboren

Vandaag is het 200 jaar geleden dat Eduard Douwes Dekker in Amsterdam werd geboren. Als Multatuli werd hij bekend met de Max Havelaar.

read on…

Septentrion over de Belgische en Nederlandse koloniën

Het kwartaaltijdschrift Septentrion heeft zijn nummer 3 van de jaargang 2018 gewijd aan de (post)koloniale cultuur van België en Nederland. Septentrion is een Franstalig tijdschrift uitgegeven door de stichting Ons Erfdeel en is een blad dat de Nederlandstalige cultuur naar een Franstalig publiek wil openstellen. read on…

Ashetu in Indië

door Klaas de Groot

Onlangs verscheen bij uitgeverij Rubinstein in Amsterdam  een forse en mooi uitgevoerde bloemlezing: Album van de Indische poëzie. De samenstellers Bert Paasman en Peter van Zonneveld hebben daarin heel wat ‘Oost-Indische’ liedjes en gedichten bij elkaar gebracht en verdeeld over tien rubrieken. Gelukkig is ook Nederlandstalig Indonesisch werk opgenomen. De makers van al deze  verzen komen uit diverse windstreken, dat spreekt vanzelf.
Één van de auteurs komt zelfs uit West-Indië. Cola Debrot is aanwezig met het sonnet ‘Indisch meisje’, dat is vermoedelijk uit 1936. Debrot zelf bundelde het nooit. Oversteegen nam het wel op in deel 2 van het Verzameld werk.

Scherpe pen als wapen – schrijver Pramoedya Ananta Toer

door Tessa Leuwsha
 
‘Ik geloof dat de mensen mij verwarren met iemand die veel weet en veel filosofeert. Je moet niet zulke hoog gegrepen dingen vragen. Ik ben maar een heel eenvoudig mens. Ik ben niet bekend geworden door mijzelf. Ik schrijf boeken, ja. Maar bekend ben ik gemaakt, door anderen. Door het regime dat mij gevangen heeft gezet.’
Pramoedya Ananta Toer; foto Rudhi Relyveld
De Indonesische schrijver Pramoedya Ananta Toer (1925-2006) deed deze uitspraak in een interview door het Nederlandse Algemeen Dagblad van 12 juni 1999. In dezelfde week vonden in Indonesië de eerste verkiezingen plaats in 44 jaar. De dissidente schrijver toonde zich in zijn boeken een felle tegenstander van de koloniale overheersing in Nederlands-Indië en na het ontstaan van de republiek Indonesië in 1949 van het dictatoriale bewind van Soekarno en diens opvolger Soeharto. Dit protest zorgde ervoor dat hij regelmatig werd opgepakt en een groot deel van zijn oeuvre in gevangenschap schreef.
Pramoedya Ananta Toer werd geboren in het Javaanse stadje Blora. Zijn vader was actief in de groeiende links-nationalistische stroming tegen de Nederlandse koloniale overheersing. Al op de lagere school stelde papa Toer hoge eisen aan zijn zoon Pramoedya en hun relatie was problematisch. Pramoedya kon vanwege financiële beperkingen zijn opleiding niet voltooien en na de dood van zijn moeder ging hij werken bij een Japans persbureau in Jakarta. Hij kwam er in contact met vooraanstaande Indonesiërs en onder de indruk van het steeds machtiger wordende Japan nam zijn hang naar een vrij Indonesië toe. Hij participeerde in 1945 in een gewapende vrijheidsstrijd en werd zonder vorm van proces door Nederlandse militairen twee jaar opgesloten in gevangenis Bukit Duri waar hij enkele verhalen schreef en een roman. Na de onafhankelijkheid richtte hij zijn scherpe pen op de Indonesische machthebbers en sympathiseerde met de communistische partij. Hij zat onder het bewind van president Soeharto veertien jaar gevangen op het eiland Buru (1965-1979). Tijdens zijn detentieperiode schreef Pramoedya de bekende Buru-tetralogie (‘Bumi Manusia’, in het Nederlands Aarde der mensen): vier historische romans beginnend in de koloniale tijd waarvan hij het manuscript op losse blaadjes de gevangenis liet uitsmokkelen.
 
 
 In Kind van alle volken, het tweede deel van deze romancyclus, dat zich afspeelt aan het begin van de 20ste eeuw, heeft de hoofdpersoon Minke, een Javaanse jongeman uit een adellijk geslacht, de strijd verloren om zijn 17-jarige vrouw Annelies. Annelies is geboren uit een concubinaat tussen een Nederlandse kolonist en zijn Javaanse bijzit, in Nederlands-Indië aangeduid met de term njai. De njai was een geïnstitutionaliseerd verschijnsel, ontstaan uit een gebrek aan blanke vrouwen in de kolonie, maar zij kon als ‘inlander’ geen rechten doen gelden over haar halfblanke kinderen die aan de vader behoorden. In de roman wordt de nog net minderjarige Annelies tegen haar wil naar Nederland overgebracht en ze sterft daar van verdriet. De onmacht en vernedering van de njai zijn het uitgangspunt voor Minkes opgebouwde wrok tegen de buitenlandse overheersers. De naam Minke is een verbastering van ‘monkey’: hij is een aap die maar te dansen heeft naar de grillen van de machthebbers.
Schending van mensenrechten op grond van ras, afkomst, status, taal en religie strekt zich door het gehele werk van Pramoedya Ananta Toer. Kind van alle volken is een ontwikkelings- of ideeënroman te noemen. Het boek volgt de gedachtestroom van Minke en zijn opinievorming rond kolonialisme en het opkomend nationalisme. Minke heeft ontzag voor Japan, ook een Aziatisch land maar met weinig eerbied voor de oude reus Europa. In de Tweede Wereldoorlog loopt Japan Nederlands-Indië met gemak onder de voet.
De roman Max Havelaar(1860) van Multatuli, pseudoniem voor Eduard Douwes Dekker, gold als een vroege aanklacht tegen wantoestanden aangericht door planters in Nederlands-Indië onder arme landarbeiders. Multatuli, die zelf koloniaal ambtenaar was, kon de uitbuiting door een wurgend belastingstelsel voor de Javaanse boer niet langer aanzien. Zijn belangrijke publicatie bracht bij welvarende Nederlanders het inzicht teweeg dat hun rijkdom vaak over de ruggen van arbeiders uit de Oost was vergaard. Louis Couperus, een andere beroemde Nederlandse schrijver, liet in zijn roman De stille kracht (1900) de vele mystieke Javaanse rituelen zien. Die inheemse cultuur bood tegenwicht aan het pragmatisme van de Nederlanders en werd een bron van het Javaanse verzet. Couperus, zelf zoon van een juridisch raadsheer te Batavia, voerde in De stille kracht een Nederlandse ambtenaar op die de lokale gebruiken in de wind slaat en als gevolg daarvan aan geheimzinnige machten ten onder gaat.
 
‘Oeroeg was mijn vriend’. Dit is de openingszin van de prachtige novelle Oeroeg waarmee de eveneens in Nederlands-Indië opgegroeide Hella S. Haasse in 1948 debuteerde. De novelle gaat over het verlies van een jeugdvriendschap tussen een Nederlandse en een Javaanse jongen wanneer de laatste kiest voor de wapenstrijd van zijn volk.
Pramoedya Ananta Toer schreef ruim veertig boeken die in meer dan twintig talen zijn uitgegeven. Hij was diverse keren kanshebber voor de Nobelprijs voor literatuur maar hij ontving die prijs niet. Wel kreeg hij in 1995 de Ramon Magsaysay Award, een prijs die ook wel de Aziatische Nobelprijs wordt genoemd. In 1998 ontving hij de PEN Freedom-to-write Award.
 
De schrijver raakte gedurende zijn leven teleurgesteld in het communisme vanwege het machtsmisbruik bij de leiders, maar hij bleef trouw aan de ideologie van verdeling van rijkdom. Bij de verkiezingen in 1999 riep hij het Indonesische volk op die te boycotten omdat ze niet democratisch zouden zijn. Hij richtte zijn vertrouwen op de jongeren die nog onbedorven zijn; van de jeugd moet de verandering komen.
Pramoedya Ananta Toer: Kind van alle volken, vertaald uit het Bahasa Indonesia door Loek Amstel en Don van Minde. Uitgever: Manus Amici, Het Wereldvenster, Novib/NCOS, 1981. ISBN 90-293-9866-3

“Nationaal Comité Inhuldiging” gaat het merk ORANJE nog steviger in de markt zetten

Klik op afbeelding voor groter formaat
door Tjebbe van Tijen
Het Nationaal Comité Inhuldiging met als koninklijke politieke hofleveranciers D66/Hans Wijers, PvdA/Ahmed Aboutaleb en GroenLinks/Andree van Es. (*)
Willem-Alexander na zijn kroning
Belangrijker nog zijn de leden uit het bedrijfsleven die geacht worden het merk Oranje nog steviger in de markt te zetten.
De Monarchie is ‘life entertainment’ en wie begrijpt dat beter dan Joop van den Ende met zijn multinational Stage Entertainment.
Branding is de specialiteit van Roland van der Vorst en zijn communicatiebureau They: “THEY help brands to influence the way people interact with and talk about a brand. And the way an organization behaves and earns money.”
Dan is er nog het probleem van rijk zijn en afgunst opwekken van de minderbedeelden, iets waarvoor Richard Krajicek – in de loop der goed verdienende jaren – een uitstekende formule voor heeft weten te vinden door nieuwe vormen voor de ouderwetse regenten liefdadigheid te ontwikkelen met zijn Richard Krajicek Foundation.
Nu staat een historisch product als Het Huis van Oranje, midden in de samenleving en niemand weet beter dan de CO van dit Koninklijk Huis hoe veranderlijk die markt kan zijn. In de huidige tijd houdt men de vinger aan de pols van de samenleving het beste via het internet.
Ben Woldring is een ondernemer die dat goed begrijpt en nuttige ervaring heeft opgebouwd: “Dankzij de opgebouwde expertise op het gebied van prijsvergelijkingen is de Bencom Group in staat om de meest nauwkeurige vergelijkingen en overzichten aan te bieden, ook binnen de soms zeer complexe en altijd aan veranderingen onderhevige marktsituaties. Belangrijk hierbij is dat de onafhankelijkheid te allen tijde gewaarborgd blijft zodat consumenten op ons kunnen blijven vertrouwen.”
Mavis Albertina
Omdat het Koninkrijk der Nederland zich ook uitstrekt tot in andere continenten, behoeft dit aspect bij de inhuldiging speciale aandacht. In Mavis Albertina, talkshow-gastvrouw en life-style tijdschriftuitgeefster, denkt het comité de juiste stem voor dit deel van de Oranje marketing gevonden te hebben. De historische leugen over Koning Willem III die zijn onderdanen bevrijd heeft uit de slavernij – iets wat hem door actieve inzet van de christelijke kerk op Curaçao de naam ‘Willem de Goede’ opgeleverd heeft – is nog goed genoeg verankert op dit eiland om zelfs een leuk reisje voor de toekomstige koning en koningin te overwegen.
Dat Multatuli tevergeefs zijn Max Havelaar aan Willem III aanbood en dat eerdere petities voor afschaffing van de slavernij aan hem steeds onbeantwoord bleven, dat leer je niet op school en ook op de Antillen regeert de historische leugen. Dus een leuke vlotte vrouw als Mavis Albertina geeft de zekerheid dat mocht het toch ter sprake komen er vrolijk overheen gelachen kan worden.
Tot slot is er dan nog de financiële expertise van de zakelijk directeur van het Holland Festival Annet Lekkerkerker die verder ook de smaak van de huidige vorstin voldoende kent om er zorg voor te dragen dat al te ordinair volksplezier op koninklijke afstand gehouden kan worden.
Dit laatste is geen overbodige luxe daar André Rieu heel zijn machinerie van orkest tot paardenstoeten en kartonnen keizerlijke Weense paleizen al om niet aangeboden heeft en toch het imago van de Prins met de lolbroek aan niet langer gewenst is, wil het merk Oranje haar ultieme marktpositie ook in de toekomst behouden.
—–
(*) zie “De Politieke Hofleveranciers van het Huis van Oranje in het Nationaal Comité Inhuldiging: D66, PvdA, GroenLinks” de voorloper van dit tableau de troupe
flic.kr/p/dZH8gA

Nederland is het aan zijn VOC- en WIC-verleden verplicht NiNsee een doorstart te geven

 
Jan Bank
Onder de intrigerende titel “Executiefoto’s zijn momentopnames” stond gister een artikel van emeritus-hoogleraar vaderlandse geschiedenis aan de Universiteit van Leiden Jan Bank in de Volkskrant, dat onmiddellijk grote nieuwsgierigheid bij mij opwekte en tot herinneringen aanleiding was, herinneringen aan de zo geheten “politionele acties” in het voormalig Nederlandsch-Indië. Mijn vroegste herinnering is de verontwaardiging van mijn broer die in 1947 werd afgekeurd voor militaire dienst vanwege een lui oog, dat zijn vaderlandsliefde én een grootse rol in de verdediging van ons vaderland in de kiem smoorde. Hij ging zelfs zover om herkeuring aan te vragen, maar tevergeefs, een lui oog is een lui oog en regels zijn regels.
Toen ik in 1954 in militaire dienst ging, was de Koreaanse oorlog nog maar net met een tot op de dag van vandaag voortdurende wapenstilstand – die overigens zomaar weer in een oorlog zou kunnen verkeren – een voorlopig halt toegeroepen. De politionele acties en de Koreaanse oorlog waren mijn rugdekking toen ik later door mijn zoons werd aangevallen waarom ik niet dienst had geweigerd en waarom ik dan ook nog eens een opleiding had doorlopen. Nu zou ik – indien afgekeurd – waarschijnlijk geen herkeuring hebben geëist zoals mijn broer, maar vaderlandsliefde was ook mij niet vreemd. Inzicht in wat zich rond de politionele acties allemaal had afgespeeld had ik überhaupt niet, maar dat onze zojuist herwonnen vrijheid werd bedreigd door de Koreaanse oorlog was een waar schrikbeeld.
Mijn liefde voor de grote literatuurschat die de Indische Archipel heeft voortgebracht, onherroepelijk ontstaan bij lezing van Multatuli’s Minnebrievenen de Havelaar, bracht natuurlijk wel de nodige nuancering aan in mijn standpunt ten opzichte van de Oost en alles wat zich daar heeft afgespeeld onder eeuwenlang Nederlands (schrik)bewind, maar het zou nog even duren voordat alle gruwelen van de politionele acties volledig tot mij waren doorgedrongen, sindsdien reden genoeg om mij steeds opnieuw te ergeren aan die mitigerende term “politionele acties”. Verbazingwekkend is overigens dat in de Oost-Indische literatuur nauwelijks iets te merken is van de veenbrand van het verzet tegen de koloniale overheersing, die toch al decennia voor de politionele acties woedde. Bij mijn weten is alleen in Du Perron’s Land van herkomst daarvan expliciet sprake.
Je moet er geweest zijn
 
Uit de tijd van de “apartheid” in Zuid-Afrika, toen dat land van alle kanten geboycot werd vanwege de gewelddadige instandhouding van rassen- discriminatie, stamt de slogan “Je moet er geweest zijn”, sindsdien helaas te kust en te keur misbruikt in reclameslogans. De oorspronkelijke slogan was bedoeld om aan te geven dat alleen als je in het land was geweest en de daar heersende schrijnende rassentegenstellingen aan den lijve had ondervonden, je je een oordeel kon vormen over wat zich in Zuid-Afrika onder het apartheidsregiem afspeelde. Eender geldt dit voor Nederlandsch Indië, maar die kans is verkeken, want met een nostalgische reis van een aantal weken kun je onmogelijk achterhalen wat zich in de hoofden en harten van de mensen afspeelt, daarvoor is een veel langer verblijf nodig.
Brandmerkijzers
Door een speling van het lot ben ik in Suriname terechtgekomen, het vroegere stiefbroertje van Nederlandsch Indië. In de tien jaar die ik hier nu woon is mij eerst goed duidelijk geworden hoe waar het is dat je ergens moet zijn om er over te kunnen oordelen. Want wat de koloniale overheersing het land, maar meer nog de mensen heeft aangedaan, wordt je slechts heel geleidelijk duidelijk. Het is die veenbrand die eeuwen heeft gewoed en die nog altijd niet is bedwongen, soms zie je hem even niet, maar dan duikt hij plots weer op. Hetzelfde geldt ongetwijfeld ook voor voormalig Nederlandsch Indië en voor alle voormalige koloniën, waar ook ter wereld. Het is de onderdrukking, de vernedering, die de van zijn vrijheden beroofde mens nooit helemaal van zich heeft kunnen afzetten en die plots weer bovenkomt omdat de gedachte eraan onverdraagbaar blijft. Ook al heeft hij het zelf niet aan den lijve ondervonden, het brandmerk is er nog altijd.
Executiefoto’s zijn momentopnames
Bij het zien van de titel “Executies zijn momentopnames” moest ik lachen en huilen tegelijkertijd. Lachen omdat de foto’s van die executie uiteraard momentopnames zijn, daarvoor zijn het foto’s. Maar het woord “momentopnames” werkt storend in de contekst, omdat de  idee wordt opgeroepen als zou er verder niets aan de hand zijn geweest, slechts een incident, vandaar dat huilen. Lezing van het artikel van Bank maakt echter snel duidelijk dat er wel degelijk iets aan de hand is geweest daar in Nederlandsch Indië en dat hij oordeelt dat er al lang behoefte is aan tekst en uitleg. In 1969 werd een enquête om onderzoek te doen naar de geweldsexcessen afgewezen. Een vergelijkbare studie als die van De Jong over Nederland in oorlogstijd is er nooit gekomen, het is gebleven bij de Excessennota van historicus/jurist Cees Fasseur en een publicatie van historische bronnen, twintig boekdelen barstensvol gegevens van onschatbare waarde, twee goudmijnen voor geschiedschrijving waarmee nooit iets is gedaan.
NiNsee met nieuwe naam en ruimere doelstelling & middelen
Dit bracht mij onmiddellijk bij het Nationaal Instituut Nederlands slavernijverleden en erfenis (NiNsee), dat per het einde van dit jaar gedwongen moet sluiten vanwege beëindiging van de subsidie. De missie van NiNsee is “het zich ontwikkelen en positioneren als nationaal symbool van het gedeelde slavernijverleden en de gezamenlijke toekomst van alle Nederlanders, door structureel en vanuit verschillende invalshoeken het Nederlandse slavernijverleden en de gevolgen daarvan voor de Nederlandse samenleving, nationaal en internationaal voor het voetlicht te brengen.” 
Mijns inziens is het NiNsee te eenzijdig gefocust op het slavernijverleden, waarschijnlijk omdat het Surinaams Landelijk Platform Slavernijverleden, ook verantwoordelijk voor het Surinaams Slavernijmonument in het Oosterpark, de initiatiefnemer is geweest bij zijn totstandkoming. Nu geheel onverwacht foto’s zijn opgedoken van een gruwelijke executie in Nederlandsch Indië, is dit het juiste moment een nationale actie te starten om NiNsee een doorstart te geven met een nieuw naam en verruimde doelstelling, zodat “alle vormen van gedeeld koloniaal verleden” eronder komen te vallen, en om meer fondsen te genereren. Noodzakelijk om eindelijk mogelijk te maken dat onder andere de studie waar Bank in zijn artikel voor pleit ter hand kan worden genomen door het als een Phoenix uit zijn as herrezen NiNsee. Nederland is het aan zijn VOC- en WIC-verleden verplicht.
  • RSS
  • Facebook
  • Twitter