blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Mittelholzer Edgar

Integriteit belangrijker dan identiteit

Geboorten van literatuur 8

 

In een reeks opstellen, verschenen tussen 1977 en 1982 in de Amigoe, behandelde criticus B. Jos de Roo de geboorte van de Caraïbische literatuur. Caraïbisch Uitzicht herdrukt graag deze reeks, zodat die een tweede leven kan krijgen. Vandaag aandacht voor boeken van schrijvers uit Guyana, Suriname en Guadeloupe: Mittelholzer, Helman en Condé.

read on…

Mittelholzers Caribische Maatschappij

Geboorten van literatuur 2

In een reeks opstellen, verschenen tussen 1977 en 1982 in de Amigoe, behandelde criticus B. Jos de Roo de geboorte van de Caraïbische literatuur. Caraïbisch Uitzicht herdrukt graag deze reeks, zodat die een tweede leven kan krijgen. Vandaag aandacht voor Edgar Mittelholzer van Guyana.

read on…

Karibische Schweizer

Het Zwitserse tijdschrift ORTE heeft een speciaalnummer gewijd aan vier Caribische auteurs waarvan de voorouders uit Zwitserland kwamen. Naast Edgar Mittelholzer (Guyana) betreft het drie auteurs uit Curaçao: Cola Debrot, Pierre Lauffer en Tip Marugg. read on…

Het Open Boek van Cynthia Abrahams – doctor in de letteren

Cynthia Abrahams, met doctorsbul, tijdens haar Amsterdamse promotie

door Chandra van Binnendijk

Wat ligt er momenteel naast uw bed?
Een stapel recent gepubliceerde boeken zoals Kuis van Rihana Jamaludin waar ik nog niet aan toegekomen ben. Altijd ligt er ook iets van James Joyce waar ik een liefhebber van ben. En steeds ook Omeros van Derek Walcott, zijn gedichten in Caraïbische setting die het klassieke Griekse verhaal weer vertellen, schitterend. Maar er ligt ook een romannetje van Saskia Noort.

Welk boek neemt u mee naar een onbewoond eiland?
Een spannende thriller om mijn zinnen te verzetten. Zoals Terug naar de kust van Saskia Noort wat ik helemaal achter elkaar uitlas. En ik denk ook de Kaywana-trilogie van Edgar Mittelholzer. Dat speelt in het onherbergzame Guyanese bos, spannend en herkenbaar.

Met welke schrijver zou u een avondje uit willen?
Ik zou graag met Dobru uit dineren gaan en hem vragen stellen over dingen die ik bij het schrijven van zijn biografie niet helemaal helder heb gekregen. Bijvoorbeeld hoe het komt dat hij, ondanks dat hij geen Spaans sprak, toch zo diep geworteld is in de Cubaanse gemeenschap en zo geliefd was dat hij nog steeds herdacht wordt.

Wat was uw lievelingskinderboek?
Dik Trom van Cornelis Johannes Kieviet. Hij beleefde altijd avonturen die ik leuk vond. En bij het begin van de puberteit was dat Joop ter Heul van Cissy van Marxveldt.

Van welk boek vond u de film beter?
The Godfather van Mario Puzo. In de film kwam het familieleven van de Italianen veel beter tot zijn recht. Maar misschien ook omdat ik de acteurs zo innemend en charismatisch vond en gefascineerd was door de mannelijke hoofdpersonen.

Wat is uw favoriete leeshouding?
Liggend in bed, voor ik ga slapen. En ’s morgens als ik te vroeg wakker ben ga ik ook weer lezen. Het mocht vroeger niet van mijn oma, want dan zouden mijn ogen slecht worden. Maar dat kwam wel goed, ik lees nu nog zonder bril…

Bij welk boek heeft u moeten huilen?
Bij Schindlers List van Thomas Keneally. Dat heeft me heel erg aangegrepen. Het hele Holocaust-gebeuren, het leven in de kampen, de behandeling van de mensen en uiteindelijk hun teloorgang – dat vond ik zeer tragisch.

Welk boek hoort eigenlijk niet thuis in uw boekenkast?
Een of twee boekjes uit de Bouquet-reeks. Die waren van mijn dochters. Als ik ze las was het om te ontstressen want je hoeft er niet bij na te denken.

Derek Walcott. Foto © Bert Nienhuis

Wat zou iedereen gelezen moeten hebben?
Omeros van Derek Walcott. In elk geval een paar delen eruit, om te zien hoe knap hij dat heeft gedaan met de opbouw van de strofen. Het boek verdient echt aandacht in het Caraïbisch literatuuronderwijs.

Eten en lezen?
Soms gaat dat samen. Als een boek heel spannend is en ik het niet kan loslaten, dan eet en lees ik tegelijk.

On the Importance of Mittelholzer

by Jeremy Poynting

No important West Indian writer’s reputation has suffered as much as that of Edgar Mittelholzer. In the 1960s, many of his novels were issued as mass market paperbacks in lurid and wildly misleading covers that quite probably sold in quantities that would make Caribbean writers of our day hugely jealous. His A Morning at the Office appeared in Penguin. Then, as tends to happen when a writer dies, when Edgar Mittelholzer committed suicide by fire in 1965, his novels began to disappear, to be represented in the 1970s and 80s only by Heinemann’s revival of Corentyne Thunder and A Morning at the Office. Longman reissued My Bones and My Flute. In the later 60s and early 1970s some critical assessments appeared, most notably A.J. Seymour’s still immensely important Edgar Mittelholzer: the man and his work, which in 1967 inaugurated the Edgar Mittelholzer memorial lectures in Guyana. But even Seymour’s critique, though often just and properly generous, is broad brush and is not always very accurate in its readings. Thereafter there was important work done by Michael Gilkes, though in it Mittelholzer sometimes seems fated to be seen as an interesting and less successful precursor to Wilson Harris. For the past thirty years Mittelholzer disappeared totally, his books obtainable only second hand, and his reputation solidified as at best being that of a literary ancestor, a pot-boiling writer obsessed with sex and race-mixing and given to right-wing, authoritarian views. His later novels do, indeed, suffer from the provocative preachiness of a mind at the end of its tether, but it is clear that many of the earlier evaluations read Mittelholzer through the distorting overlay of his later, British-based work, rather than reading the earlier, Caribbean-based work in its own right.

Our reissue of Mittelholzer’s earlier books, the careful critical introductions to them and the ongoing work of Juanita Cox, will we hope lead to a proper revaluation of Mittelholzer’s work, not just as an ancestor – though he warrants respect as the first Caribbean author to fully earn his living by writing – but as a writer of immense literary ambition and imagination, not a preacher but a provocateur of ideas. There is his fascination with musical form as analogous to the form of the novel and his idiosyncratic take on a number of the devices of modernist fiction. There is his perception that the confrontations manifest in early nineteenth century writing (between the optimism of the rationalist project, the gothic sensibility of darkness and disorder and the romantic discovery of truth to inner feeling) were pertinent to Caribbean societies in the process of making themselves after the sleep of colonialism. And with this seriousness went a compulsive urgency to tell stories. These are all aspects of Mittelholzer’s depth as a writer that we hope contemporary readers will discover for themselves.

Jan Carew, recently in London, recalled at a memorable evening given in his honour, how in the Georgetown of the late 1930s and early 40s, it was sometimes necessary to dodge Edgar on the street if you didn’t have enough cents in your pocket to buy whatever latest literary production he was hawking around. A fascinating collection of his very earliest work (satires, poems, plays and descriptive pieces) will appear in 2011.

Jeremy Poynting is Managing Editor of Peepal Tree Press.

[Ontleend aan Caribbean Literary Salon]

Note by the editors: There is this claim again of Mittelholzer being the first Caribbean writer to earn his living by writing. As ever the focus is geographically small: wasn’t there Surinamese Albert Helman already years and years before Mittelholzer?

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter