blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Mijnals Donovan

Schrijfster begeeft zich tussen zware jongens

San A Jong genomineerd voor Inktaap

Ruth San A Jong lijkt zelf ook intens te genieten van haar verhalenbundel De Laatste Parade. Met pretoogjes neemt ze haar pennevrucht, waarmee ze genomineerd staat voor De Inktaap, onder de loep.  Foto:  Jason Leysner.

 

door Donovan Mijnals
.
Paramaribo – “Mensen zijn bang voor de dood. En Surinamers zeker”, weet Ruth San A Jong. Maar pe dede de lafu de. En nu haar boek De laatste parade is genomineerd voor De Inkt-aap 2014, heeft de schrijfster inderdaad alle reden tot lachen.
Dit jaar komt voor het eerst een nominatie uit het Caribisch Gebied voor: “En het is meteen een vrouw, we maken een inhaalslag”, juicht ze. De vrees voor het thema weerhield San A Jong er trouwens niet van juist de dood als kernonderwerp voor haar boek te gebruiken. De laatste parade is haar debuutbundel en exact daardoor vallen de nominaties en goede recensies op. Eerder was het boek ook al genomineerd voor de Academica Literatuurprijs 2013. De schrijfster is er een beetje ondersteboven van en tegelijkertijd uitermate trots. “Ik was zo geschrokken, de andere genomineerden zijn zware jongens die al grote prijzen hebben gewonnen. Dat zegt toch wel wat.”
Hoewel zij de prijs nog niet op zak heeft, betekent de nominatie voor San A Jong vooral een grote blijk van erkenning. Maar daarnaast is zij zeer enthousiast over het feit dat haar boek door jongeren gelezen gaat worden. “Want daar gaat het om voor een schrijver: je wilt gelezen worden.”
De auteur is overigens directeur en oprichter van de Schrijversvakschool Paramaribo. Het instituut zet zich in om de kwaliteit van creatief en literair schrijven in Suriname omhoog te tillen. “Ik was heel jong toen ik zei dat ik schrijfster wilde worden. Mijn hele leven draait om literatuur”, geeft San A Jong toe.
De Inktaap is dé literaire jongerenprijs van het Nederlandse taalgebied. Jongeren uit Nederland, Vlaanderen, Suriname en Curaçao kiezen uit titels die eerder een ‘grote’ literaire prijs hebben gewonnen hun favoriete boek.
[uit de Ware Tijd, 10/05/2013]

Componist Helstone met recht op voetstuk

Leden van het feestcomité Gouden Emancipatie 1 juli 1913. Staand van links naar rechts: J.W. Burne, A. Wolff, Prof. J.N. Helstone, A. de Vries, A.W. Marcus, T. Byhout, J.H.N. Polanen, H.J. Hennip, A.R. Einaar, M. Daalen. Zittend van links naar rechts; J.C. Marcus, C. Ferrol, P. Burgos, E.A.J. Themen, L.E. Nelson, J.J. Monkou, F.T. Nar, J.R. Rellum, D.A. Dakriet. Fotoarchief Stichting Surinaams Museum. Klik op afbeelding voor groter formaat.
door Donovan Mijnals
 
Paramaribo – Violist John Helstone kan zijn enthousiasme over de opvoering ter ere van zijn grootoom niet onderdrukken. “Ik vind het fantastisch, want hij is één van Surinames grote zonen en betekent vooral muzikaal veel voor het land.” De vermaarde componist Johannes Helstone is de centrale figuur in een show in Theater Thalia.
En hoewel de optredens rondom zijn muzikale nalatenschap vrijdag door onvoorziene omstandigheden niet doorgaan is het voor het neefje van de componist van grote betekenis dat hij die eer überhaupt krijgt. “Inhoudelijk kan ik er natuurlijk weinig over zeggen, want ik weet niet precies welke van zijn werken gepresenteerd zullen worden.”
Als in gedachten zit violist John Helstone op een bankje in de tuin van muziekpedagoog Liesbeth Peroti. De viool-grootmeester is er verheugd om dat er een show komt ter ere van zijn grootoom, de gerespecteerde componist Johannes Helstone.  Foto:  Claudio Barker.
Vorig jaar toen de violist in Suriname vertoefde was er ter ere van hem ook een activiteit georganiseerd in het Towergebouw. Helstone is zelf ook een zeer gerespecteerd musicus en heeft veel van de werken van zijn grootoom verzameld. “Mijn verzameling bestaat uit werken van mijn oudoom en muziek van andere Surinaamse componisten”, verduidelijkt hij. Hij begon vijftig jaar geleden met zijn collectie en heeft mede daardoor kunnen voorkomen dat sommige muziekstukken verloren raakten.
Helstone zal de show niet meemaken. Hij komt weliswaar dit jaar nog naar Suriname, maar niet in deze periode. “Het spijt me dat ik niet bij de opvoering in Thalia aanwezig kan zijn”, bekent hij. Dat spektakel volgt 160 jaar na de geboorte van de componist.
In 1959, toen er een nieuw volkslied gekozen moest worden, gaf Henny de Ziel aanvankelijk voorkeur aan de melodie van Helstones ‘Welkom’. Dat voorstel werd uiteindelijk afgewezen door de Staten van Suriname. Omdat Johannes Helstone slechts enkele jaren na afschaffing van de slavernij al een reputatie als musicus wist op te bouwen, worden zijn prestaties des te meer gewaardeerd.
[uit de Ware Tijd, 17/04/2013]

De Kom en Dobru onsterfelijk gemaakt op Cuba

door Donovan Mijnals

Paramaribo – Met gepaste trots vertelt Ike Antonius dat binnenkort maar liefst twee Surinaamse grootheden in Cuba worden vereeuwigd. Surinames ambassadeur op het Caribische eiland zegt dat twee afzonderlijke projecten erin hebben geresulteerd dat zowel Anton de Kom als Dobru een gezicht krijgt op het eiland.
Ambassadeur Ike Antonius bij de eerste aftastende gesprekken om een borstbeeld van Dobru bewerkstelligd te zien.  Foto © Surinaamse Ambassade in Cuba.
De Kom is in andere landen vaker uitgehouwen, maar de kritiek dat hij in eigen land niet genoeg wordt geëerd is niet uitgebleven. Wat Dobru betreft is het de eerste keer dat een beeld van hem wordt vervaardigd.
Anton de Kom voor het huis van zijn schoonmoeder met hond Alex, 1932
Wederzijdse interesse
“Het idee is ontstaan nadat ik de biografie van Cynthia Abrahams over Dobru had doorgenomen”, zegt Antonius. Het verhaal van de patriottische dichter greep hem zo aan dat hij samen met de ambassade er meteen werk van maakte om te bewerkstelligen dat daar een Surinaamse held zou prijken. “Er volgden aftastende gesprekken met het ministerie van Cultuur en de provincie Santiago de Cuba.” Daarbij kwam aan het licht dat de interesse om een beeld van Robin Raveles de echte naam van de dichter in Cuba op te zetten wederzijds was.
De keus voor Santiago de Cuba als standplaats van de sculptuur kwam niet zomaar. “Hij had een speciale band met de heldenstad en heeft er ook gedichten over geschreven”, weet de ambassadeur. Raveles was tevens de grondlegger van het vriendschapscomité dat de banden tussen beide landen moest aanhalen. Bovendien hebben zijn ideeën over het Caribisch Gebied ervoor gezorgd dat de definitie daarvan een andere werd. “Het was een bijdrage van Dobru waardoor de niet Engelssprekende landen toegang kregen tot Carifesta”, zegt de diplomaat.
Ambassadeur Ike Antonius overhandigt documentatie over Dobru aan autoriteiten in Santiago de Cuba

Het beeld wordt in juli volgend jaar onthuld. Er wordt gebruik van de gelegenheid gemaakt van het Festival de Fuego, dat in die zelfde periode gehouden wordt en aan Suriname gewijd is.
Yvonne Raveles-Resida is enthousiast dat het beeld er komt. “Ik vind het een mooie geste. Het is natuurlijk grappig dat de Surinaamse overheid dat nog niet heeft gedaan”, luidt de ongezouten mening van Dobru zijn weduwe. Ze duidt op zijn verdiensten over onder meer het eenheidsbesef bij het Surinaamse volk. Zijn gedicht ‘Wan’ dat die gelijkheid uitbeeldt is bijzonder populair. Ook De Surinaamsche Bank heeft dat werk geadopteerd en deel gemaakt van haar identiteit. “Robin had er veel eerbied en respect voor hoe de Cubanen zich altijd wisten te redden in deze Cuba onvriendelijke wereld en heeft daar ook een heleboel vrienden gemaakt.” Raveles Resida verzekert dat de familie er alles aan zal doen om aanwezig te zijn bij de onthulling. “Misschien niet met zijn allen, want de reis is wel duur.”
Cynthia Abrahams met haar proefschrift over Dobru. Foto © Sam Jones
Ook wordt gewerkt aan een Spaanse vertaling van de biografie over Dobru, die tijdens het 21e internationale boekenfestival van Havana (Feria Internacional del libro) in februari dit jaar werd gepresenteerd door schrijfster dr. Cynthia Abrahams.
[uit de Ware Tijd, 16/04/2013]

Artistieke vrijheid niet zonder grenzen

door Ginny Roos en Donovan Mijnals

“Ik denk dat er grenzen zijn, rekening houdend met ethische normen binnen een samenleving”, vindt Carl Breeveld van de éénmansfractie DOE. Net als de politicus delen ook korpschef Humphrey Tjin Liep Shie en de Schrijvergroep ’77 het standpunt dat de expressie van artiesten, zij het in muziek of poëzie, altijd verantwoord moet geschieden.
Reinforcement hield op 23 februari een reünieshow. Djoeka Lawtje werd van het podium gehaald vanwege het gebruik van ongepaste taal. Dit riep de brandende vraag op: in hoeverre bestaat artistieke vrijheid?
 Foto © Irvin Ngariman
Het van het podium verwijderen van Djoeka Lawtje tijdens de reünie van Reinforcement op 23 februari heeft heel wat stof doen opwaaien. Is de artistieke vrijheid grenzeloos?
“Het is niet aanvaardbaar als onder het mom van artistieke expressie personen of groepen worden beklad of dat er tot haat of discriminatie wordt opgeroepen.” Breeveld ziet graag dat artiesten meer handelen op basis van hun maatschappelijke verantwoordelijkheid. “Sprekend in een openbare vergadering in De Nationale Assemblée genieten de leden immuniteit. Tóch is het maatschappelijk onacceptabel als daar allerlei groffe, opruiende of racistische taal zou worden gebruikt.” Volgens de parlementariër zou zelfcensuur moeten worden toegepast. Dit neemt niets weg van de kunst, maar getuigt juist van verantwoordelijk gedrag.
Zoals gebruikelijk is de politie aanwezig bij shows. Zij kunnen besluiten om een optreden stop te zetten, zoals ze dat bij Djoeka Lawtje hebben gedaan.
“Het komt voor dat sommige artiesten het controversiële opzoeken, omdat dat verkoopt of stoer overkomt. Vloeken en het stimuleren van destructief gedrag is onacceptabel.” Hij heeft daarom een oplossing om gevallen als van Djoeka Lawtje tijdens de Reinforcement-reünie te voorkomen: “Ik denk dat er een organisatie van artiesten nodig is, die een ‘code of conduct’ moet vaststellen.” De morele gedragsregels zouden volgens de politicus in samenwerking met andere belangrijke actoren binnen de samenleving moeten worden bepaald. “Dit is belangrijk bij optredens van artiesten voor het grotere publiek en in het bijzonder waar jongeren en kinderen aanwezig zijn. Hierdoor kan optreden door de politie worden voorkomen. De politie is er immers om de openbare orde en veiligheid te garanderen.”
Ismene Krishnadath wijst op een goed boek
Literair functioneel
Een ‘code of conduct’ werd overigens al gehanteerd door Schrijversgroep ’77. “Aanvankelijk gaven wij als instructie dat er geen liederlijke taal en beledigingen gebezigd mochten worden”, zegt voorzitter Ismene Krishnadath bedachtzaam. Die regel stuitte echter op kritiek van binnen de organisatie zelf. Immers is een schrijversgroep bij uitstek de plaats waar vrijheid in de taal zo breed mogelijk beleefd moet worden. Nadat die kritiek werd geuit, kwam de groep tot de conclusie dat buitensporig taalgebruik wel geoorloofd is, mits het ‘literair functioneel’ is. Krishnadath zet haar verhaal even ‘on hold’. Alsof ze haar woorden wil laten bezinken voordat ze verder uitlegt. “Als je een karakter in een tekst iets wilt laten zeggen, kun je niet om bepaald woordgebruik heen.” Op die manier kan het volgens de schrijfster juist de bedoeling van de artiest zijn om een statement te maken.
Toch behoort volgens haar niet zomaar alles onder de noemer ‘literair functioneel’ geplaatst te worden. Als iemand buiten zijn teksten om zomaar op het podium staat uit te schelden, dan is dat volgens de voorzitter in strijd met de sociale orde. “Ik ken de wet op dit stuk niet zo goed, maar ik weet wel dat je niet beledigend mag zijn”, stelt ze. Maar ook bij de evenementorganisaties moet bekend zijn welk vlees ze in de kuip hebben bij hun activiteiten. En op basis daarvan moet vooraf regulerend opgetreden worden, vindt Krishnadath. “Stel een leeftijdsgrens vast”, oppert ze. Echter zijn ook de happenings van de schrijversgroep zonder restricties voor eenieder toegankelijk. Daarmee geconfronteerd denkt ze hoorbaar diep na. De uitkomst is echter wel aannemelijk: “We kennen ons publiek. Onze bijeenkomsten worden overwegend door ouderen bezocht. Kinderen komen alleen op speciale gelegenheden.”
Asociaal
Het gebruik van krachttermen op het podium waar massa’s van jongeren aanwezig zijn staat volgens Breeveld vooral op gespannen voet met opvoedkundige principes. “De clips van 50 Cent, Nelly en dergelijke artiesten laten zien hoe ‘gangsters’ zijn. Er is geen respect voor anderen en er zijn jongeren die zich graag identificeren met deze artiesten. Dit bevordert a-sociaal gedrag waar we als samenleving als geheel de wrange vruchten van (zullen) plukken.” In de muziekindustrie staat achter de titels van bepaalde liedjes ‘explicit’  in een rood kader, wat aangeeft dat sommige woorden in de tekst grof, kwetsend of aanstootgevend kunnen zijn. “Deze maatregelen vloeien ook voort uit maatschappelijk verantwoord gedrag, dat steeds aan de basis moet staan van een gezonde samenleving.”
,
 
 Orde en rust
Korpschef Humphrey Tjin Liep Shie bekijkt de situatie vanuit zijn ambt. “In mijn optiek is artistieke vrijheid het recht van de artiest om zich vrijelijk te uiten binnen de grenzen van wat wettelijk toegestaan en maatschappelijk aanvaardbaar is.” Echter resulteert deze vrijheid soms in gebruik van krachttermen in het bijzijn van kinderen, het uiten van ernstige beledigingen of oproepen tot rassenhaat die de maatschappelijke orde en rust ernstig kunnen verstoren.”De politie zal in twijfelgevallen liever moeten afzien van ingrijpen, maar wanneer zich overduidelijke gevallen voordoen zal moeten worden opgetreden.”
Toch zal dat niet impulsief geschieden; “Bij een optreden waar veel publiek aanwezig is zal optreden zorgvuldig moeten worden afgewogen- immers een escalatie kan gevolgen hebben die niet te overzien zijn.” Tjin Liep Shie geeft aan dat eventueel het opmaken van proces-verbaal tegen de artiest zou kunnen worden overwogen. “Overigens kan het achteraf een discussie opleveren welke woorden als krachttermen (of liederlijke taal, zoals de wet deze noemt) moeten worden beschouwd. De perceptie over de woorden die als liederlijke taal moeten worden beschouwd, verandert met de tijdgeest.” Concluderend stelt de korpschef dat “zoveel mogelijk de artistieke vrijheid gerespecteerd moet worden en slechts in extreme gevallen politieoptreden moet plaatsvinden.”
Aanpassen
Ook is interessant te weten wat een artiest zelf denkt over vrijheid en zelfcensuur op het podium. Van rapper en ondernemer Crazy-G is bekend dat hij geen blad voor de mond neemt als hij zijn mening moet ventileren. “Maar ik scheld niet zo gauw uit en zou geen krachttermen gebruiken bij een show waar kinderen zijn”, stelt hij. Direct daarop aansluitend vindt de artiest dat hij niet het recht heeft voor een ander te bepalen hoe die zijn show draait. Als individu moet je zelf je grenzen weten te bepalen.
“Maar je moet je ook aanpassen aan je publiek. Efu yu syi taki na wan lo fayaman yu no kan go taki lief”, klinkt het relativerend. Ook Crazy-G vindt dat de organisatie verantwoordelijk moet worden gehouden voor hetgeen ze presenteren: zij moeten de artiesten screenen en weten wie ze binnenhalen. “Want dat bepaalt het karakter van een show. Mensen moeten een keus hebben”, beoordeelt hij indringend. En dat zou ook tot de rol van de organisatie moeten behoren: het publiek informeren welke show ze voorbereiden en daar restricties op leggen.
Verklaring
Ter illustratie noemt de artiest een fenomeen dat de laatste tijd de kop opsteekt. “Over de seksshows die de laatste tijd worden gegeven, hoor je toch ook niks?” Een retorische vraag. Er is inderdaad opvallend weinig ophef rondom dat relatief nieuwe verschijnsel waarin onder meer mannelijke en vrouwelijke strippers zich van hun beste zijde tonen. Maar die stilte heeft volgens de rapper een logische verklaring. Gegadigden weten vooraf wat voor soort show het is en niet eenieder komt zomaar binnen. “En als ik mijn huiswerk heb gedaan, dan vind ik als organisatie niet dat de politie kan bepalen hoe mijn show eruit moet zien. Trouwens de politie praat zelf ook met krachttermen, hoe kunnen ze dan verwachten dat de gewone man dat niet doet”, kan hij niet nalaten op te merken.
[uit de Ware Tijd, 16/03/2013]

Flirtgedrag Surinaamse mannen krijgt vrouwelijk antwoord

Regisseur Annegriet Wijchers maakte samen met Quincy Lisse en Sabrina Sugiarto een documentaire waarin het flirtgedrag van Surinaamse mannen op hilarische wijze wordt uitgebeeld. De vrouwen konden het daarbij niet laten zitten en geven er nu antwoord op.  Foto ©  Donovan Mijnals.
door Donovan Mijnals
Paramaribo – Toen Annegriet Wijchers, Quincy Lisse en Sabrina Sugiarto begonnen aan ‘Psst… schatje’ vermoedden ze geen overdonderend effect. Ondertussen is de documentaire over het flirtgedrag van Surinaamse mannen zo succesvol gebleken, dat een tweede deel onvermijdelijk is.
Maar deze keer wel vanuit het oogpunt van de vrouw, dus: ‘Tss… je denkt’. Eerder verscheen er al een spin-off van het project: ‘Wan Bromki Fu Gado’, die werd genomineerd voor de Holland Doc24-documentaire prijs. Verder zijn er reeds gesprekken gaande om ‘ Psst… schatje’ in Zambia op de tv te krijgen.
‘Wij kunnen dat ook’
Aanvankelijk was ‘Psst… schatje’ slechts naar Afrika in the Picture gestuurd, omdat dat festival toen in Nederland draaide. “Het was heel leuk, want er zaten heel veel Surinamers in de zaal en de lachsalvo’s rezen de pan uit: mensen zaten echt op hun dijen te slaan van plezier”, herinnert Wijchers zich. Achteraf bestond de gelegenheid tot vragen uit de zaal en het publiekvroegtelkens wanneer de vrouwen aan het woord gelaten zouden worden. Koren in de molen van de documentairemaker. “Stiekem hadden we er al eerder over nagedacht, want je bent ermee bezig en je hoort die mannen allemaal kletsen en je denkt ach, dat kunnen wij ook.”
Het vervolg van ‘Psst… schatje’ wordt volgens Wijchers een grotere uitdaging. Vrouwen zijn volgens haar toch wat terughoudender in hun antwoorden. “Als ik zo meteen naar een vrouw toe stap met de vraag: wat is uw type man, vragen ze vast waarom ze mij dat nou zouden vertellen.” Ze verwacht daarom dat er in dit project meer productie aan te pas komt en houdt er rekening mee dat het de spontaneïteit kan beïnvloeden. Er wordt dus slechts voor die optie gekozen indien op straat niet de gewenste verhalen uit de bus komen.
Ongeduld
De opnames voor deel twee zijn nog niet echt begonnen. Maar de crew is wel één dag in de stad geweest om de promo te maken. Het begon daar bij Wijchers meteen in de vingers te jeuken. Vergeten was de eigenlijke reden waarom ze op pad waren. Op gegeven moment kreeg ze daarvoor zelfs op haar donder. “Annegriet, we zijn bijna door onze batterijen heen. We zouden de promo maken en nu ben jij al aan het interviewen voor het project”, beet Lisse haar toe. Ondertussen waren al vier vrouwen aan het woord gelaten. “We waren een hele ondeugende jongedame tegengekomen, maar ook een vrouw die leuke verhalen had over hoe ze verliefd was geworden op een man bij haar in de kerk. Ze vertelde hoe ze stiekem elkaar knipoogjes gaven tijdens de dienst.”
De documentaireproducenten willen het project binnen 120 dagen af hebben. De eerste zestig dagen worden besteed aan het vergaren van fondsen. Door de bezuinigingen in Nederland vanwege de crisis, is er geen geld meer voor mooie creatieve ideeën. “We hebben een ‘crowdfunding project’ opgesteld waarbij mensen geld kunnen geven.” Zij kunnen vervolgens het productieproces van de film op de voet volgen. En afhankelijk van de geleverde bijdrage onder meer een dvd, bewerkte foto en ander beeldmateriaal van Lisse bemachtigen. Daarnaast is er voor de mannen die een beetje verlegen zijn en het niet zelf durven uitspreken een ‘Psst… schatje’ T-shirt.

 

Surinaams product
Het allerbelangrijkste is volgens de crew om beide documentaires op de Surinaamse tv te krijgen. “We willen ook zoveel mogelijk Surinamers bij het product betrekken.” Er is een soundtrack in gedachten en dat willen ze juridisch goed geregeld hebben met de artiesten. “De vorige keer waren er veel mondelinge afspraken gemaakt en deze keer willen we daarvan afstappen.” Er wordt nu een componist ingehuurd van wiens werk er ook een clip gemaakt wordt, zodat ook diegene zijn carrière een boost krijgt. Allemaal in de functie van het flirtgedrag van Surinaamse mannen en vrouwen.
[uit de Ware Tijd, 16/03/2013]
Opgave CU: zoek de verkeerde gebruikte uitdrukkingen. Onder de goede inzenders wordt een nieuwe trofee verloot: de Rolf van der Marck-boterham met jonge kaas.

Na vijftien jaar weer hypnotiseur in Suriname

door Donovan Mijnals

 
Paramaribo – Sinds Rasti Rostelli Suriname vijftien jaar geleden op haar grondvesten deed schudden is hier geen hypnotiseur meer geweest. Evenement organisatie +597 Entertainment wil echter totaal andersoortig amusement aan het publiek presenteren dan dat nu het geval is en laat daarom Don Spencer halen.
Hij zal op 15 en 16 maart in theater Thalia zijn beroemde show opvoeren, waarmee hij in Las Vegas 320 weken achtereen op de planken stond.
De internationaal vermaarde grootmeester in de hypnose staat er om bekend mensen bliksemsnel onder zijn invloed te kunnen brengen.
“Je moet van alles verwachten”, bereidt Spencer zijn publiek alvast voor tijdens een telefonisch interview. “Ik ga mensen hun verborgen talenten blootstellen en weer anderen zullen misschien in talen spreken die ze nooit eerder gesproken hebben.” Hij legt uit dat zijn show ook voor hem elke keer anders is. Volgens hem reageert niet eenieder op dezelfde manier op hypnose, dus is dat vooraf niet voorspelbaar.
De uit Calispelle Montana afkomstige man begon via een vriendinnetje op zijn twaalfde met hypnose. Daardoor ontstaat de gedachte dat het heel erg gemakkelijk is. “Dat is ook zo. Ik kan de bekwaamheden binnen zeer korte tijd aan eenieder leren”, beaamt hij. Afgezien van de shows staan er ook leermomenten en consults ingepland met de Amerikaan. Al een dag na zijn tweede show is er een Mental Magnet training in Wyndham Garden Hotel. Maar volgens +597 Entertainment staat ook een Hypnosex workshop op het programma. “Bij de consults komen onder anderen mensen die problemen hebben met overgewicht, stress en fobieën aan hun trekken.”
[uit de Ware Tijd, 12/03/2013]

Zeventigjarig mannenkoor Harmonie is ambitieus

door Donovan Mijnals

Paramaribo – Mannenkoor Harmonie doet verwoede pogingen om het statische eruit te gooien. Juist nu het muziekgezelschap de gevorderde leeftijd van zeventig bereikt, moet de dynamiek prevaleren. De jaardag van het koor is op 26 september en vanaf dat moment gaat er een jaar van activiteiten van start, vertelt Marcel Pinas, de voorzitter van Harmonie.

Foto Riandie Tokromo
Projecten
“We willen dit jaar bijvoorbeeld een cd maken en ook een bijdrage leveren aan Carifesta”, doet de koorleider een klein deel van de plannen uit de doeken. De voorbereidingen daartoe zijn in volle gang. “Dat van Carifesta is een open act. Een patriottisch blok dat beschikbaar is indien Carifesta ons nodig heeft”, voegt artistiek leider Liesbeth Peroti aan het voorgaande toe. Maar afgezien van de projecten waarbij het koor er de noten vanaf zal zingen, staan ook sociale projecten op programma. Daar wil Pinas echter nog niet veel over kwijt.
De cd wordt in verschillende fases uitgevoerd omdat er ook fondsen moeten worden aangeboord. Daarnaast bereidt Harmonie zich voor op een jubileumconcert. “Ik kan nog niet zeggen wie, maar er gaat daarbij een gastoptreden zijn van een artiest van wereldformaat”, vertelt Perotie geheimzinnig. Volgens haar liggen er “hele mooie ambitieuze plannen die zeer vernieuwend zijn voor de toonkunst in Suriname”.
Vernieuwing
Die vernieuwing is al eerder ingegaan. “We proberen zoveel mogelijk mee te gaan met de ontwikkelingen en de kern van de groep bestaat uit jongeren”, verklaart Pinas. Dat betekent overigens niet meteen dat heel ver wordt afgeweken van de ziel van het koor. Maar het maakt wel ruimte vrij om nieuwe dingen uit te proberen. “We hebben in 2008 samen met Kolonel een lied gedaan en dat is heel goed ontvangen.”
Ondanks het enthousiasme om de veelbelovende projecten, blijft Pinas stevig met beide benen op de grond. “We gaan hard moeten werken”, weet hij nu al.
[uit de Ware Tijd, 05/03/2013]

Weinig middelen voor onderzoek en ontwikkeling Sranantongo

Eddy van der Hilst vermoedt dat door de geringe voorzieningen mensen het onderzoek naar en de ontwikkeling van het Sranantongo mijden. Hij benadrukt dat het onderzoek wel nodig is, omdat aspecten die met de taal te maken hebben, dreigen te verdwijnen. Foto: Donovan Mijnals.
door Donovan Mijnals 
 
Paramaribo – Sranan Akademiya kampt met een chronisch tekort aan mankracht. Bestuurslid Eddy van der Hilst denkt dat er heel weinig interesse is om een rol te vervullen in het instituut, omdat de financiële vergoeding te wensen overlaat. Sranan Akademiya houdt zich onder meer bezig met onderzoek naar het Sranantongo. “En daarvoor is er geen subsidie, dus het is eigenlijk liefdadigheidswerk”, legt hij glimlachend uit.
In de toon dringt de ernst van de zaak echter wel door. De organisatie wil namelijk ook verjongingen. Maar het gebrek aan interesse maakt het een haast onbegonnen taak. Op dit moment levert Van der Hilst een bijdrage op taalgebied, terwijl Celestine Raalte met poëzie hetzelfde doet. Rudi Spa ondersteunt in zijn vakgebied: muziek. “Maar er zijn veel meer dingen die gedaan moeten worden.”
Er heerst eveneens een situatie waarbij een kleine groep alle activiteiten van de Akademiya coördineert. En juist dat moet volgens Van der Hilst veranderen. “We moeten naar een situatie toe van gespecialiseerde groepen. Het is volgens hem overigens onwaar dat de organisatie weinig doet. “Veel van onze activiteiten gebeuren binnenshuis. We zijn veel met onderzoek bezig en daar gaat veel tijd in zitten.”
Doordat er zo weinig middelen tot beschikking zijn, komt het voor dat bepaalde aspecten uit de taal verloren dreigen te gaan. Zo merkt het bestuurslid vaak op dat odo’s, de Sranan variant van spreekwoorden, verkeerd worden gebruikt. De odo heeft een speciale grammatica, anders dan de spreektaal. Daarnaast is het aan codes onderhevig in welke gevallen een odo gebruikt wordt. Veelal is het de oudere generatie Surinamers die zich nog precies kan herinneren hoe dat precies moet. “Den owru suma e dede gwe. We moeten snel wezen”, benadrukt Van der Hilst de haast achter de situatie.
[uit de Ware Tijd, 30/01/2013]

Verzwegen held Doedel herrijst naar glorie

door Donovan Mijnals
 
Henk Herrenberg (l) lijkt hier bijna trots een uiteenzetting te doen van hoe hij eigenhandig de doodgewaande held Louis Doedel opspeurde. Zijn medestanders Jan Haakmat (r) en Emile Wijntuin van het Comité Eerherstel Louis Doedel luisteren aandachtig. Foto: Stefano Tull
Paramaribo – Louis Doedel is niet dood. Tenminste, het Comité Eerherstel Louis Doedel doet er alles aan om de Surinaamse held te onttrekken aan de donkere schaduwen van het graf. De organisatie vindt dat de nationale strijder al veel te lang een stiefmoederlijke behandeling te beurt valt. Op 10 januari wordt van de vakbondsleider daarom alvast een bronzen kop, door Erwin de Vries vervaardigd, onthuld op het terrein van de Stichting Scholings Instituut voor de Vakbeweging in Suriname (Sivis).
Wolffenbuttel. Foto Tropenmuseum Amsterdam
“Hij had zich opgeworpen als spreekbuis en voorvechter van arbeiders. In feite was hij de eerste vakbondsleider en dat is hem heel duur komen te staan”, legt Jan Haakmat uit. Volgens de secretaris van het comité is mede vanwege die rol die Doedel gespeeld heeft dat zijn beeltenis voor Sivis komt te staan. Op 1 mei 1931 organiseerde de leider het allereerste Arbeiderscongres in Suriname. Het zou nog 44 jaar duren voordat zo een bijeenkomst weer op touw gezet zou worden.
Voorzitter Emile Wijntuin, die ook een boek over Doedel schreef, vindt het daarom een doodzonde dat zo een belangrijke figuur uit de Surinaamse geschiedenis geen prominentere plaats geniet in het bewustzijn van de bevolking. “Ik ben bijzonder teleurgesteld in historici en vakbonden dat zij toestaan dat de grootste man in onze historie helemaal wordt doodgezwegen”, stelt hij zichtbaar tot op het bot geroerd. Toch laat Wijntuin zich niet lang daarna opgelucht uit dat die schandvlek binnenkort tot het verleden zal behoren.
Overigens werd Doedel al toen hij nog in leven was totaal verzwegen. Zo erg zelfs dat op een bepaald moment er ook bij familie onduidelijkheid bestond of er überhaupt nog bloed door zijn aderen stroomde. Of als hij ondertussen het tijdelijke met het eeuwige had verwisseld.
Gevoeglijk werd aangenomen dat het laatste waar was. Het was na een intensieve zoektocht van toenmalig Statenlid Henk Herrenberg dat de eens zo krachtige volksleider uiteindelijk in 1976 helemaal aan het eind van zijn Latijn in de inrichting Jaigobind gevonden werd.
“De man die zoveel voor het land betekende, stond daar gebroken en bijna totaal vergeten op blote voeten”, schetst Herrenberg een treurig beeld. Maar de dag na zijn vondst had het Statenlid wel een blijde vermelding tijdens de vergadering: “Louis Doedel leeft nog!” Lang had de leider echter niet meer te leven. Op 10 januari 1980 overleed de vergeten grootheid. Toen pas kwam er een eind aan 43 jaar van onrechtmatige opsluiting.
In opdracht van gouverneur Kielstra was Doedel in 1937 opgepakt voor 28 dagen ‘observatie’ in een psychiatrische instelling. “In feite was hij daardoor de langste politieke gevangene in de geschiedenis”, benadrukt Wijntuin. Het comité wil afgezien van de onthulling van de bronzen kop ook dat de geschiedenis betreffende Doedel wordt herschreven. Daarnaast moeten een school en een plein naar hem worden vernoemd, vinden zij. “En de bronzen kop is slechts het begin; we gaan eraan werken dat er een heel groot beeld van hem komt, nu gaat dat ding beginnen”, verzekert Herrenberg.
[uit de Ware Tijd, 07/01/2013]

Jazzfestival Aruba voor breed publiek

door Donovan Mijnals

Het Caribbean Sea Jazz Festival presenteert dit jaar een rijke melange aan muziekstijlen met jazz als basisingrediënt. Latin, funk en soul zullen afgezien van jazz door de groten der aarde, maar ook door de mindere ‘goden’ naar de trommelvliezen van het publiek in Aruba ‘gedragen’ worden. Ondertussen is al bekend dat legendes als Chaka Khan, Oscar De Leon en Fourplay bij het tweedaags evenement op de planken zullen staan.

De organisatie van het Caribbean Sea Jazz Festival zet tijdens de persbriefing in Marriott Hotel uiteen wat het publiek mag verwachten. (Foto: Stefano Tull)

Succes
Intussen is het al de zesde editie van het jazzfestijn dat in navolging van het Nederlandse North Sea Jazz Festival en Saint Lucia Jazz is ontstaan. “Ik ben het uiteindelijk maar zelf gaan doen”, herinnert organisator Erik Eman zich. Hij legt uit dat het noodzakelijk is om andere meer commerciële stijlen bij het festival te betrekken om zo een groter publiek te bereiken. “De meeste festivals zien er nu zo uit. Als we alleen maar jazz zouden brengen, was het waarschijnlijk niet zo een groot succes”, illustreert hij.

Kunst erbij
Het evenement dat volgens de vertegenwoordiger van het Arubaanse Toeristen Bureau “een groeiende baby” is, heeft ook als doel meer toeristen naar het Caribische eiland te ‘lokken’.
Daarnaast biedt het een kans voor andere kunstvormen om zich te profileren. “Er zal zoveel mogelijk kunst tentoongesteld worden in de bijbehorende art gallery.

Maar waarin het Caribbean Sea Jazz Festival zich onderscheidt van anderen, is het open podium dat een kans biedt aan opkomende artiesten om zich van hun beste zijde te tonen. “Daar kunnen andere artiesten optreden, maar op gegeven moment zit je natuurlijk vol. Het is niet de bedoeling dat daar ook de hele avond muziek wordt gespeeld”, stelt Eman. Volgens de organisator is het open podium ook toegankelijk voor muzikanten uit andere landen.
In Suriname zal BES reizen samen Jack Travel & Tours en VEMS Travel Consultancy zorg dragen voor de reisarrangementen naar de Jazzhappening. De entreeprijzen zijn volgens de organisatie opzettelijk laag gehouden om de toegankelijkheid voor eenieder te vergroten.

[uit de Ware Tijd, 11/08/2012]

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter