blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Mijnals Donovan

Regen grote spelbreker bij Jubileumconcert

door Donovan Mijnals

 
Paramaribo – De feestelijke activiteiten van het jubileumjaar, waarin de afschaffing van de slavernij, de hindoestaanse immigratie en de Chinese vestiging werden herdacht, kwamen zaterdagavond met een muzikaal hoogtepunt ten einde.
Op het Onafhankelijkheidsplein waren artiesten van allerlei pluimage verzameld om zich van hun beste zijde te laten zien. De grote uitdaging daarbij bleek de regen, die ook acte de présence gaf. Waarschijnlijk daardoor was er niet veel publiek op het evenement afgekomen.
Het jubileumconcert begon met een optreden van het Nationaal Gemengd Koor dat onder de kundige leiding van dirigent Harold Telgt een potpourri van typisch Surinaamse liedjes ten gehore bracht. Na een goed gevuld programma sloot de immens populaire reggae artiest Kenny B het concert af.
De zanger was speciaal voor het concert naar Suriname gevlogen en stelde niet teleur. Ook niet toen de regen met bakken uit de hemel kwam vallen. Samen met zangeres Tekisha Abel hield hij zich kranig en zong door alsof er niets aan de hand was. Nummers als So ie ben taigi mi en Nex ne tai schalden uit de speakers terwijl apparatuur haastig werd afgedekt. “We horen vaak dat alles dat van boven komt een zegen is, dus laten we dit ook als een zegen zien”, sprak mc Lygia Amania de aanwezigen toe voordat ze iedereen bedankte en officieel afsloot.
[uit de Ware Tijd, 10/11/2013]

Levens vindt inspiratie in samenleving

door Donovan Mijnals

Paramaribo – Alphons Levens zijn nieuwste pennenvrucht is boomrijp en ligt voor het plukken. Ik zal leren totdat ik moe ben is een verhaal voor jong en oud, verzekert hij. Levens wil echter niet diep ingaan op de inhoud van het boek en houdt zich daarover angstvallig op de vlakte. “Fanatieke lezers worden boos als een schrijver teveel loslaat over een boek dat nog niet uit is”, verklaart hij. Zijn emoties daarbij zijn niet gespeeld; de kaken blijven op elkaar.
Maar de schrijver wil wel een klein beetje vertellen waar de inspiratie vandaan komt. Het verhaal is namelijk om twee uitspraken heen gebouwd. “Ik hoorde een kind op de radio een merkwaardige uitspraak doen en dat was de inspiratie. Toen ik al begonnen was met schrijven zei een ander kind: “Ik zal leren totdat ik moe ben.” De eerste uitspraak die de vonk deed overspringen en het vuur van de bevlogenheid aanwakkerde, verklapt hij toch niet. Lachend: “Daar begint het boek mee, mensen moeten het nog willen lezen.”
Alphons Levens
Maatschappijbetrokken
Vreemd is het niet dat Levens gebeurtenissen uit de dagelijkse beslommeringen aangrijpt om daarover te schrijven. Immers hij beweert altijd vanuit dezelfde optiek te creëren, of dat nu om zijn gedichten of korte verhalen gaat. “Ik ben een maatschappij betrokken schrijver. Wat ik waarneem verwerk ik tot gedichten en verhalen.” Hij is er trouwens bijna zeker van dat hij de twee jongens die onwetend eigenlijk een wezenlijke bijdrage leverden aan het boek eens tegenkomt. “Ze zullen zichzelf herkennen.”
De illustraties in het boek zijn van Winston van der Bok. Voor al Levens zijn uitgaven werken die twee samen. Hoewel de schrijver er prat op gaat dat de tekeningen eerst door hem worden uitgeschetst. Zaterdagmorgen signeert de schrijver zijn nieuwste uitgave in boekhandel Vaco en de woensdag daarop in Tori Oso. ‘Ik zal leren totdat ik moe ben’ zal zowel in Suriname als Nederland te verkrijgen zijn.
Luid, luider
Toen ik een uur daarvoor naar binnen ging
Huilde zij reeds, ik hoorde haar al bij de poort.
Zij hing net als nu rechts uit de rolstoel,
Die oude vrouw met een beperking.

Links van haar, ‘t is bij de uitgang van ‘t A.Z.,
Zit een begeleidster in ‘t wit die belt; luid:
“Die vrouw zit hier maar te huilen, ik denk,
dat ik een bus pak en haar hier achterlaat.”

De oude vrouw huilt nog luider,
ik hoor haar nu voorbij de poort.

AlphonsLevens,
17 oktober 2013.

[uit de Ware Tijd, 22/10/2013]

Marrondag mist draagvlak

Enkele marrons dansen er op los op 10 oktober. Veel volk kwam echter niet op de activiteiten in verband met de herdenking van het eerste vredesakkoord met de marrons af. Foto: Jason Leysner.
 
 

door Donovan Mijnals

Paramaribo – De explosieve expansie van marrons is opmerkelijk in de resultaten van de laatste volkstelling. Het is de enige groep binnen de Surinaamse bevolking die een groei van 62 procent kent. Echter, wanneer die groei gekoppeld wordt aan de opkomst bij de activiteiten op Marrondag op 10 oktober, dan is dat niet terug te zien. Slechts een marginaal deel van de marrongemeenschap in het bijzonder en van de Surinaamse bevolking komen op de activiteiten af. Over de reden waarom het zo aan belangstelling schort, zijn de meningen uiteenlopend.

Niet ondersteund
Leo Atomang, voorzitter van de stichting 10 oktober 1760, wijst er weliswaar op dat de eerste viering van de dag al in 1974 een feit was. Maar misschien is adequate support daarvoor nog steeds niet verworven. Cultureel antropoloog Salomon Emanuels twijfelt er namelijk sterk aan of Marrondag bij alle marrons ingeburgerd goed is. “Mensen doen voorkomen alsof het vanaf 1974 wordt gevierd en ondersteund, maar dat is niet helemaal zo”, benadrukt hij.
Buiten Paramaribo
Marrondag is volgens de deskundige een begrip van hoogstens de laatste twintig jaar. Een idee van een groep intellectuelen die aansluiting mist bij de rest van de marrongemeenschap. Ifna Vrede van het Marron Vrouwen Collectief denkt dat ook andere oorzaken ten grondslag liggen van de lage opkomst. “We moeten er rekening mee houden dat een groot deel van de marrongemeenschap niet in Paramaribo en verspreid over verschillende districten woont.”
Foto @ Nicolaas Porter
Afwijzing
Toch moet ze onderkennen dat een brede ondersteuning van Marrondag ook nu nog ontbreekt. Er mist volgens haar een stukje bewustwording over de betekenis van de dag. Regelmatige discussies zouden daarin verandering kunnen brengen, oppert ze. “Het is nog niet door alle stammen geaccepteerd en wordt door sommigen gezien als iets van de Aucaners.” Die groep was namelijk de eerste die met de koloniale overheersers tot een vredesovereenkomst kwam. Echter was het ook die overeenkomst die de deuren opende voor integrale vrede.
Awo Nenge
Emanuels denkt dat het als oplossing kan dienen dat de feestdag wordt gekoppeld aan een activiteit die voor alle stammen eender is. “Awo nenge, de herdenking van de gestorven voorouders, wordt door alle stammen in een speciale tijd van het jaar gevierd”, geeft hij als voorbeeld. De huidige activiteiten staan echter los van dit traditionele gebruik. “Mochten ze het daaraan koppelen, zal het misschien meer mensen aanspreken.”
‘Je moet ervoor voelen’
Ook de informatiestroom zou volgens Vrede uitvoeriger kunnen. “Naar mijn gevoel kon de promotie beter.” Toch heeft ze een pluimpje voor de Nationale Commissie Herdenking Jubileumjaar. “Die heeft prachtwerk verricht om alle groepen van de bevolking bij elkaar te krijgen, maar je moet ervoor voelen.” Ze merkt op dat er wellicht meer activiteiten georganiseerd moeten worden waarbij bewust alle Surinamers worden betrokken. “Laten we als Surinamers naar die eenheid toe werken. Mi lobi en!”
[uit de Ware Tijd, 12/10/2013]

Bejaarde kerk zoekt steun

door Donovan Mijnals
Paramaribo – In aanloop naar haar 115-jarig bestaan wordt de Saronkerk opgeknapt. Althans als het aan de gemeenteleden ligt. Vanwege een tekort aan financiële middelen hangt dit plan echter aan een zijden draadje. De gemeenteleden vestigen al hun hoop op God en de goedheid van donateurs om de hoogbejaarde kerk een verjongingskuur te laten ondergaan. Om geld in te zamelen organiseert de kerk zondag een fundrasingsmarathon op televisie.
De Saronkerk aan de Slangenhoutstraat die dringend aan renovatie toe is. Foto © Stefano Tull 
“Eigenlijk is het nu nog niet echt een telethon”, geeft gemeentelid, Roy Belfor enigszins aarzelend toe. De kerk stuurde namelijk een uitnodiging naar de media, maar een afspraak met een televisiestation staat nog niet vast. “We zijn nog in onderhandeling.”
In 2006 lukte het de gemeente nog om met eigen middelen de toren te renoveren. “In overleg met monumentenzorg is met het oog op de zware bel die erin hangt die volledig uit steen opgetrokken.”
Behalve het gebouw ligt het in de bedoeling om het terrein te bestraten en de pastorie en conferentieruimte aan te pakken. “We hebben al 75 brieven naar het bedrijfsleven gestuurd”, meldt Belfor. Ook de ambassades zijn door de kerk benaderd voor hulp. Op zondag is er voorafgaand aan de ‘telethon ‘een eredienst. “We leggen alles in handen van onze lieve Heer en Heiland dus verwachten dat de fundraising een succes wordt.”
[uit de Ware Tijd, 5/10/2013]

No-Madzz onwrikbaar geplant in harten theaterliefhebbers

door Donovan Mijnals

Paramaribo – Carifesta XI zat boordevol formidabele verrassingen. Activiteiten waarvan vooraf geen idee bestond hoe ze er uiteindelijk uit zouden zien. Eén zo een activiteit is het theaterstuk Breadfruit is The New Bread Baby. Het stuk is een maatschappij kritische musical van Jamaicaanse afkomst, waar het brood de broodvrucht tegenkomt en er goede muziek en acteerwerk een ontmoetingsplek vinden. Overigens vormen de musici los van hun acteerwerk ook een groep: The No-Madzz. “Ze zijn mijn nieuwe favoriete band”, laat de Surinaamse meesterdrummer Greg Kranenburg zich over hen ontvallen.

Drie van de vier acteurs die het stuk Breadfruit is The New Bread Baby opvoeren. Het stuk is een maatschappij kritische musical van Jamaicaanse afkomst. (Foto: Stefano Tull)
Eigen identiteit
In het stuk zijn de hoofdrolspelers niet bang om verschillende onderwerpen op tafel te leggen en te voorzien van een flinke dosis humor. Kritiek op de politie, religie en de politiek, maar ook op de wereldwijde blanke overheersing is de rode draad die niet uit het oog verloren wordt. Soms worden bedoelingen verhuld tot uiting gebracht. Zo wordt een grote zware zak met ‘white flour’ met veel vertoon in het toilet gesmeten. Gaat de musical nou echt over broodvrucht? Nee, het is een poging om de Caribische identiteit voorop te stellen en broodvrucht komt in die regio veel voor. “Zie het zo: aan de ene kant heb je brood en aan de andere kant broodvrucht. Welke van die twee ben jij?”, verduidelijken de vier leden van No-Madzz na de voorstelling.
On Stage
“Ik vond het artistiek geweldig goed. Het was gewoon theater op zijn best”, reageert Karin Lachmising na de presentatie. De nieuwe directeur van Jeugtheaterschool On Stage knikt tevreden. Ze kon heel erg waarderen dat elke beweging gedaan werd op een podium manier dat die bij het optreden hoorde. Ook wanneer iets niet goed werkte, zoals het draadloos systeem van de gitarist, werd dat naadloos in het stuk verwerkt. “Ze zijn vanaf het puntje van hun dreadlocks tot aan hun teennagels met theater bezig.” Ze ziet het bovendien als een uitdaging om ook in Suriname verschillende podiumkunsten met elkaar te combineren.
[uit de Ware Tijd, 26/08/2013]

Discussies en leermomenten bij presentatie Sranantongo grammatica

door Donovan Mijnals

Paramaribo – Rechtvaardigen van foutief Sranantongo spreken en schrijven wordt steeds moeilijker. Woensdagavond presenteerde linguïst Eddy van der Hilst zijn grammaticaboek Taki Sranantongo Bun in Tori Oso. Daardoor hebben diegenen die de Surinaamse taal willen bezigen een leidraad waar ze zich aan kunnen vastklampen. Volgens Van der Hilst zijn nu misschien wel de cruciale stappen gezet om het Sranan op school te kunnen onderwijzen. Hij maakt zich echter geen illusies en beseft dat daarvoor ook de leerkrachten intensief getraind zouden moeten worden. “De taal wordt nu krakkemikkig gesproken omdat het vooral vroeger verboden was om thuis Sranan te spreken,” verduidelijkt hij.
Anne-Marie Sanches in gesprek met Eddy van der Hilst (r) tijdens de presentatie van zijn boek.(Foto: Stefano Tull)
Hij blijkt aangenaam verrast met de opkomst voor zijn boekpresentatie. “Ik vind het wel belangrijk dat mensen kennelijk interesse hebben in de taal. Zo heb ik dus ook een heleboel dingen kunnen verduidelijken.” Bij de presentatie bestond namelijk ook de gelegenheid om in discussie te treden met de auteur en verschillende aanwezigen maakten daarvan gretig gebruik.
Fidelia Graand-Galon met haar warme hart
Een van de aanwezigen in Tori Oso, die van die discussies genoot was Fidelia Graand-Galon. Ze is Ambassadeur van Suriname in Trinidad and Tobago en steekt niet onder stoelen of banken dat ze de taal een warm hart toedraagt. “Voor mij zijn de discussie positief, omdat er ook aanvullingen zijn gekomen en leermomenten”, vindt ze. Onlangs zorgde ze ervoor dat Van der Hilst ook op het Caribisch eiland Sranantongo lessen kon verzorgen. Daar zijn ze er zo enthousiast over dat hij jaarlijks terug zal moeten.
“Voor toerisme is het ook goed dat ze de taal kunnen spreken wanneer ze het land aandoen. Ook al is het niet vloeiend”, legt de diplomaat uit. Maar ook collega diplomaten staan te trappelen om de taal te kunnen leren, onthult Graand-Galon. Door deze ‘regelgeving’ wordt die overdracht aan vooral buitenlanders ietwat vergemakkelijkt.
[uit de Ware Tijd, 17/08/2013]

Sranantongo regelgeving in boekvorm gebundeld

door Donovan Mijnals

Paramaribo – Eddy van der Hilst heeft zijn strijd tegen beweringen als zou Sranantongo slechts een warrige taal zijn, opgevoerd. Morgen presenteert hij officieel het ultieme bewijs dat Surinames meest gebruikte taal wel degelijk regels heeft. Dan presenteert hij in Tori Oso zijn boek Taki Sranantongo Bun: De Grammatica van het Sranan deel 1. “We moeten af van de fa a go, a go mentaliteit wanneer we onze eigen taal bezigen”, stelt de linguïst resoluut.
Grammatica van binnenuit
Hij stoort zich er mateloos aan dat er tot op heden mensen zijn die vinden dat Sranantongo geen grammatica heeft. “Iedere taal heeft een grammatica anders kun je elkaar niet verstaan en nu de regels, die in alle moedertaalsprekers hun hoofden zitten, op papier gezet zijn kan een ieder ze toepassen.” De basis voor dit boek begon al decennia geleden. De taalgeleerde startte zijn onderzoek al in de jaren zeventig van de vorige eeuw. In die periode studeerde hij onder leiding van professor Jan Voorhoeve, die in Nederland de basis legde om de Surinaamse taal te bestuderen. Eerder resulteerden de studies van Van der Hilst al in een spellingboek voor het Sranan.
De taalkenner benadrukt dat het verkeerd zou zijn om bij de grammatica van een taal, een andere taal als uitgangspunt te nemen. “Wat ik in mijn boek heb geprobeerd te doen is de grammatica van binnenuit te beschrijven. Ik heb dus niet het Nederlands gebruikt om de regels van Sranantongo samen te stellen”, verklaart hij. Zijn mentor stelde immers dat het bestuderen van de grammatica van een taal noopt tot uitsluiting van elke andere taal. “Anders geraak je op een dwaalspoor.” Door zich aan die stelling te houden, ontdekte Van der Hilst onder meer dat anders dan bij andere talen het Sranan nagenoeg geen uitzondering op de regels bevat.

Samenleving
De Sranantongokenner beklemtoont dat hij met het boek niet zijn eigen mening opdringt. Hij heeft zich gedurende lange perioden laten omringen door moedertaalsprekers. “Geen mensen die Sranantongo vermengen met allerlei andere talen en Nederlandse grammaticale regels.” En ook bij het maken van nieuwe woorden in die taal laat hij zich leiden door suggesties uit de samenleving. “Per slot van rekening is het uiteindelijk de samenleving die de regels zal accepteren of verwerpen.”
Een tweede deel van het grammaticaboek is nu al in gevorderde staat, maar is nog niet helemaal af. “De tekst is al klaar maar er is daaraan nog een heleboel hoofdpijn aan lay-out en drukklaar maken verbonden”, lacht hij. Vooralsnog is het eerste deel bij verschillende boekhandels te verkrijgen.

[uit de Ware Tijd, 13/08/2013]

Carifesta huisstijl niet adequaat nageleefd

door Donovan Mijnals

 
Host Country Management Comittee voorzitter Ivan Graanoogst overhandigt bij de officiële presentatie van de Carifesta website, song en logo, een tas met het logo aan toenmalig minister Shirley Sitaldin. Volgens ontwerpster Henna Brunnings mag het lettertype niet afwijken van de richtlijnen.
 
Paramaribo – Roy Dhanradj laat zich er uitermate voorzichtig over uit, maar de Carifesta huisstijl wordt niet geëerbiedigd. Het logo en de huisstijl werden in oktober met veel fanfare gepresenteerd aan het publiek.
Daarnaast kwam er ook een handboek met richtlijnen hoe het Carifesta beeldmerk gepresenteerd moet worden. Maar bij verschillende reclameborden en banners die nu de ronde doen wordt daarvan afgeweken. “Laten we het erop houden dat het een stukje creativiteit is van de mensen die bezig zijn met communicatie”, houdt artistiek coördinator Dhanradj zich op de vlakte.
Verschillende gezichten
“Het is zeer lastig, maar ik zeg er meteen bij dat sinds ik huisstijlen maak er in Suriname geen enkele instantie is die zich eraan houdt”, reageert ontwerper Henna Brunings. In het geval van Carifesta worden vooral met het logo en het lettertype fouten gemaakt. “Je ontwerpt een huisstijl voor je gezicht naar buiten. Als je je er niet aan houdt, vraagt men zich af of er verschillende festivals zijn.” Haar klachten daarover zijn niet aan dovemansoren gericht. Ze benadrukt dat wanneer ze op de fouten wijst er meteen werk van wordt gemaakt, maar het is onmogelijk om overal tegelijk te zijn. Voor de rechter slepen ziet ze niet als oplossing. “Dan zou je meer tijd in de rechtszaal moeten doorbrengen dan ergens anders”, lacht ze zuur.
Henna Brunings
Drie procent twijfel
Een andere reden dat fouten niet tijdig worden opgemerkt is dat de Carifesta-leiding de handen vol heeft aan de organisatie. “Als meneer Graanoogst zegt dat er tot op de dag van de opening veranderingen zullen zijn, is hij zelfs heel optimistisch”, schetst Dhanradj een beeld. Er moet namelijk ook rekening worden gehouden met landen die uit het niets plotseling willen participeren. “Wat doe je ermee; jaag je ze weg of ontvang je ze met open armen? Sommige groepen zijn ronduit heel opdringerig en bivakkeren voor je deur totdat ze een plek hebben om op te treden.”
Toch durft Dhanradj wel te stellen dat meer dan 90 procent van het festivalprogramma vaststaat. “Ik denk dat als we in verhouding over twijfelgevallen zouden spreken, dat we ergens rond de drie tot vijf procent zitten.
[uit de Ware Tijd, 06/08/2013]

Theater als creatief product innerlijke zoektocht

door Donovan Mijnals

Gianni Grot (midden) maakte vorig jaar al furore met het stuk Aces. Dit jaar is hij terug met een stuk dat teruggaat naar zijn roots en de slavenperiode.
Paramaribo – Gianni Grot heeft een onlosmakelijke band met Suriname. En met de slavengeschiedenis van het land waar hij eveneens niet los van staat. In zijn laatste theaterstuk, From Routes to Crown, wordt onderzoek gedaan naar de gevolgen van onderdrukking van de gekleurde bevolking anderhalve eeuw na afschaffing van die donkere periode uit de geschiedenis. “De première van het stuk is toepasselijk in Suriname. Deze grond kent slavernij en heeft het bloed en de pijn van de slaven omarmd”, verklaart de choreograaf en regisseur dichterlijk.
Hij komt aanvankelijk uit de hiphopscene. Een subcultuur waar hij mee is opgegroeid en hij door en door kent. Maar hij laat zich er niet door beperken. “Ik doe wat goed voelt voor mij en wat dat betreft ben ik gewoon eigenwijs.” Die houding heeft erin geresulteerd dat er in From Routes to Crown, naast breakdance ook plaats is voor een ballerina en een moderne danseres. Dat maakt het tot een unieke collaboratie van verschillende stijlen. Schouderophalend: “Ik probeer dieper in de dans te gaan. Sommige mensen zullen dan zeggen dat het niet conventionele hiphopbewegingen zijn.”
Dikke billen
Het lijkt Grot, dat hoewel de sociaal-psychologische gevolgen van slavernij evident zijn, mensen toch bitter weinig afwisten over dat deel van de historie. Eén van de gevolgen is volgens hem dat het nog voorkomt dat gekleurde mensen zich in een slachtofferrol plaatsen. Daarnaast heerst het Europees schoonheidsbeeld van slank, blond en een des te lichtere huidskleur hebben. “Dat begint een beetje te veranderen, want vrouwen vinden het nu ook wel leuk om bijvoorbeeld dikke billen te hebben”, verzucht hij.

 

Inspiratie voor het stuk kreeg hij bijna automatisch door de zoektocht naar zichzelf en de geschiedenis van zijn land van herkomst. En dan geldt het als meevaller dat de danser de vorige keer toen hij hier was met zijn stuk Aces, indruk wist te maken op Helen Kamperveen van Jeugdtheaterschool On Stage. Kamperveen stelde voor een theaterstuk te maken waarbij Surinaamse en Nederlandse dansers zouden samenwerken en bracht hem in contact met Ann Hermelijn.
“Ik vond het fijn dat ik op die manier een mogelijkheid kon creëren voor Surinaamse dansers, want het is niet dat hun niveau lager is”, benadrukt Grot. Hoewel zijn beide ouders uit Suriname komen en hij er een tijd heeft gewoond, was zijn affiniteit met zijn thuisland niet altijd makkelijk. In Suriname wordt hij namelijk gezien als Nederlander, terwijl hij omgekeerd daar niet wordt geaccepteerd als een van hen. “Maar nu heb ik een punt bereikt waarop ik vind dat niemand mij kan zeggen waar ik vandaan kom; waar ik mij thuis voel is aan mij om vast te stellen.” Het stuk is op 1, 2, 4, 8, 9 en 10 augustus te zien bij On Stage.
[uit de Ware Tijd, 31/07/2013]

Afscheid Helen Kamperveen met humor in achteruitkijkspiegel

Helen Kamperveen
 

door Donovan Mijnals

 
Paramaribo – De verrassing wacht met een geduld dat zelfs Job jaloers zou maken, op het einde van de avond. Want voor dat moment hebben de leerlingen van ‘tante’ Helen Kamperveen een waardig afscheid in elkaar gezet met een blik op de achteruitkijkspiegel. Zaterdag deed Kamperveen officieel een stap terug van haar ‘baby’ Jeugdtheaterschool OnStage. “Ik draag de sleutel aan je over”, kondigde ze al aan het begin van de avond aan, terwijl ze Karin Lachmising het podium optrok. En hoewel het niet meteen tranen met tuiten regende, klonk de emotie toch nog in de ietwat trillende stem door toen de initiatiefneemster daarna tot aan de schoonmaakster bedankte voor de steun.
Helen Kamperveen (in het groen) met naast haar Damaru en tweede van links Karin Lachmising
Afscheid
Op dat moment kon Kamperveen echter nog niet weten dat haar leerlingen een heel ander afscheid in gedachten hadden. Aan het einde van de verschillende voorstellingen werd ze pontificaal op een stoel voor het podium geplaatst, en kon ze zichzelf aanschouwen door de bril van pupillen gezien. Ze presenteerden namelijk een sketch van theaterstukken die de afgelopen jaren op de planken zijn gezet bij OnStage. Maar wat zou zo een sketch zijn zonder de hoofdpersoon: Helen Kamperveen. Ze werd op voortreffelijke wijze uitgebeeld door Geoffri Bell, die met een karakteristiek Kamperveenlachje, voor grote hilariteit zorgde. Even daarvoor had hij ook al een overtuigend optreden in het hoofdtoneelstuk Romeo en Julia.
Drama op drama bij de uitbeelding van het stuk van Renate Galdey over hoe de familie van zowel slavenmeester als slaaf eruit zag tijdens slavernij. Foto: Irvin Ngariman.

Theater
Ook de stukken van de laatste avond van het theaterfestival waren zeer goed in elkaar gezet. Het thema ‘Familie’ werd op verschillende manieren uitgebeeld. Eerst met een stuk van jonge kinderen over de situatie thuis, het vroeg opstaan om naar school te gaan en een familiediner waar lang niet eenieder op elkaar gestemd is. Daarna volgde een wat langere uitbeelding van familie in de slavenperiode, waarin het tragedie van de slavernij werd afgewisseld met geestigheid. Niettemin eindigde dat stuk, gebaseerd op Hoe Duur Was De Suiker van schrijfster Cynthia Mc Leod evenals het boek in drama. Een slavin moest het zelfs met de dood bekopen.

[uit de Ware Tijd, 29/07/2013]
  • RSS
  • Facebook
  • Twitter