blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Martina Hemayel

Balans: Arubaans letterkundig leven (34)

door Wim Rutgers

04.9.1 Arte di palabra
Jong dichterstalent ontwikkelt zich op papier of via het beeldscherm, maar betreedt ook de oude paden van de oraliteit door het voordragen van de door hen geschreven teksten in de vorm van poëzie of proza. Hier vallen achtereenvolgens drie groepen te noemen die weliswaar aanzienlijk van elkaar verschillen maar die hun toewijding aan de literatuur zeker gemeen hebben. read on…

Tentoonstelling Driehoeksreis in Curaçaosch Museum

De tentoonstelling Driehoeksreis werd in het Curaçaosch Museum op 29 januari jl. geopend. De succesvolle respons zorgt inmiddels voor een verlengde openstelling tot eind april. De reeks etsen van Bert Kienjet bestaat uit tientallen portretten van ‘personages’ die de driehoeksreis bevolk(t)en. Deze reis van Europa via West Afrika naar het Caraïbisch gebied en weer naar Europa werd in de 17de eeuw door de West-Indische Compagnie begonnen. Deze reis wordt door Kienjet als metafoor gebruikt voor de sociale, culturele en bestuurlijke beïnvloeding en banden tussen Westerse, Afrikaanse en Caraïbische culturen. Kienjet opende de tentoonstelling met een voordracht die hier ingekort volgt.

(Links) Johannes van den Bosch / naar portret van Johannes van den Bosch, ets/aquatint, 15 x 10 cm; (rechts) Tula / portret naar een beeldje in de slavernijafdeling van het Museum Kura Hulanda, ets/aquatint, 15 x 10 cm

 

door Bert Kienjet

Damas i caballeros di Korsou, bonnochi,

Ik ben als toerist op uw mooie en fascinerende eiland. Toerist weliswaar, maar niet het type dat niet verder komt dan Kontiki beach, het Seeaquarium en een visje eten bij Jaanchi. Ik ben gewend om goed om mij heen te kijken en te begrijpen wat ik zie en hoor. Zo is het mij niet ontgaan dat het nu op Curaçao carnavalstijd is. In Leiden waar ik vandaan kom, wordt dat feest nauwelijks gevierd. Wat we wel hebben is 3 oktober. Op die dag wordt in Leiden elk jaar gevierd dat we in 1574 ontzet werd van de Spaanse belegeraars.
Volgens de overlevering mochten de Leidenaren in 1574 kiezen. Als beloning voor hun heldhaftige verzet tegen de Spaanse belegeraars van hun stad hadden ze de keuze tussen tien jaar geen belasting betalen of een eigen Universiteit. Ze kozen de Universiteit. Direct, vanaf het jaar van oprichting, bewees dit wetenschappelijke steunpunt van de Stadhouder al zijn belang. Opgejaagd door Spaanse furie vluchtten niet alleen de lakenwevers maar ook, en vooral, de vrijdenkende elite en rijke koopmansstand van Antwerpen in de zuidelijke Nederlanden naar het noorden en kregen een warm onthaal in de vrije Hollandse steden Amsterdam en Leiden; zoals ook mijn Antwerpse voorvaderen Quinget in die jaren de weg naar het noorden zochten en vonden.

In 1585, na de definitieve val en de te verwachten teloorgang van Antwerpen, vestigden de ouders van de toen vierjarige Johannes de Laet – zijn vader was een rijke Antwerpse koopman – zich Leiden. Hij zou er een mooie toekomst tegemoet gaan. De Laet studeerde in Leiden van 1597 tot 1602, filosofie, Grieks en Romeins en alle andere toen gangbare academische vakken en verkeerde in de kringen van de meest eminente Europese geleerden van die tijd. Later zou hij een van de meest vooraanstaande oprichters van de WIC worden; bevelvoerder namens de stad Leiden in de kamer van Amsterdam.
In 1633 besloten de Heren XIX van de WIC in de Caribische zee een militair steunpunt in te richten ten behoeve van de kaapvaart op Spaanse schepen en zoutvaart op de Caribische kusten. Begin 1634 meldde zich Jan Janssen Otzen bij de Heren XIX – een West-Indiër in Hollandse dienst. Hij had in Spaanse gevangenschap op het eiland Curaçao verfhout moeten kappen en kon de Heren informeren over de geografische ligging en de voortreffelijke gesteldheid van het eiland.
Op 6 april 1634 besloten de Heren in vergadering bijeen dat het Curaçao moest worden. Al op 8 april kregen Johan van Walbeeck, expeditieleider, en Pierre le Grand, militair commandant, de commissie van de Heren XIX om het eiland te veroveren op de Spanjaarden en zich daar te vestigen.
Genius van de Hollandse vestiging op Curaçao was de Leidse kamergeleerde, steile contraremonstrant, WIC-ideoloog en wraakzuchtige papenvreter Johannes de Laet. Hij was de vaste scribent en chroniqueur van de WIC. Uit zijn pen komt de beroemde zin uit het voorstel van de Amsterdamse Kamer: “Souden goet vinden tot bemachtinge van het eijlant Curaçao, in consideratie gecomen om te hebben een bequaeme plaetse, daermen sout, hout ende anders mocht becomen, ende van deselve plaetse den viant in West-Indien te infesteren.”

Het maritieme steunpunt Curaçao – de vestiging van de Hollanders op het eiland – zou zomaar verzonnen kunnen zijn in Leiden, in het voorjaar van 1634, ergens op het Rapenburg, een steenworp afstand van mijn geboortehuis,
Op 15 mei 1648 tekende de Republiek in Münster de vrede met Spanje. In december 1649 overleed Johannes de Laet. Door de vrede met Spanje waren zowel de programmatische noodzaak als de financiële bodem onder de, van handel en kaapvaart levende, compagnie weggevallen. Op Curaçao bleek niets te halen, Jan Janssen Otzen had erg overdreven. Toen al het verfhout gekapt was en het beetje zout naar Holland verscheept, werd het eiland door de Heren XIX voor een aantal jaren – tot aan de gruwelijke slaventijd – min of meer vergeten.
Zo eindigt het verhaal van de Leidenaar Johannes de Laet en het ‘eijlant Curaçao’, zijnde mijn toelichting op de eerste twee etsen uit de 56-delige serie Driehoeksreis.
Ik zal niet even uitgebreid ingaan op de overige 54 etsen en op de tweede serie die ik laat zien, met 16 Curaçaose en Hollandse landschappen, maar de verhalen waarin uw en mijn wereld samenkomen zijn talloos. Ik noem in willekeurige volgorde: Het verhaal van twee Leidse Minervanen, de jongeheren De Rouville en Sassen, beide in Leiden afgestudeerd onder de grote Thorbecke, en door wie in Curaçao door hun vriendschap niet alleen een Herensociëteit werd opgericht – die ironisch genoeg voor het verdere verloop van hun geschiedenis de ‘Gezelligheid’ heette – maar ook een volksoproer ontketend.
Van Frank Martinus die droomde van zijn Dochter van God in zijn eenzame Leidse tijd, vol heimwee, die niet kon kiezen tussen funchi en aardappels en in zijn gedichten om hulp vroeg omdat hij in de sneeuw was gevallen.
Van Chris Engels die als brave katholieke medicijnenstudent zich in Leiden zo inzette voor de Roomsche zaak dat hij als reli-activist opviel bij de Jezuitische missiebazen en daarom uitgezonden werd naar de West – maar achteraf een heel andere missie verkondigde dan die van de Katholieke kerk.
Van Dr. Luis, de praatgrage personage uit De eerste Adam, de paradijsvogel van Pietermaai, die net als zijn schepper Boeli van Leeuwen in Leiden studeerde en eveneens als zijn schepper voornamelijk woorden voortbracht, heel veel mooie woorden.

 

 

Van de tijdgenoten mooie Johannes en tragische Tula. Johannes van den Bosch, die de Antillen moest redden na de Engelse overheersing en slavernij afwees op economische gronden omdat vrije mensen productiever zijn. En Tula die het liberté, egalité, fraternité van de Franse revolutie in praktijk bracht, maar tot zijn ongeluk moest ervaren dat dat blijkbaar niet voor Curaçaose slaven gold.
De verhalen van de wachters. De bewakers van hun cultuur en geschiedenis. Verschaffers van van Afro-Curaçaose identiteit. De Obi door er te zijn in de meditatieve stilte van de West-Afrika-afdeling van het Kura Hulanda Museum. Van Jules de Palm, door te zingen en te vertellen over zijn eiland, door goedmoedig de surrogaatvader te zijn voor duizenden bursalen; ze voor stommiteiten te behoeden.
Van de Ansestro Preokupá Sosegá, de bezorgde voorouder. Bezongen door de jonge dichter met de timide stem Hemayel Martina. Die daags voordat ik in januari 2011 naar Curaçao vertrok, op de vroege zondagmorgen zijn noodlot tegemoet reed. Hij zat in Leiden op school. Zijn zachte stem droeg ver. Aan hem moest ik denken toen ik even later in Museum Kura Hulanda oog in oog stond met de even bescheiden en toch ook even indringende ansestro.
Van de scherpzinnige blik van ‘Doctoor’ Moises Frumencio da Costa Gomez, die even scherp keek als de ogen van de 17de-eeuwse koopman en statenlid Jacob Olycan, maar wiens blik toch anders was. Het door Boeli van Leeuwen in ‘the rest is silence’ zo prachtig beschreven verschil tussen kijken en zien. De verhalen van het goed of het kwaad?
Van Jacob Trip, destijds de rijkste man van Amsterdam en wapenhandelaar – dat hield medio 17de eeuw ook slavenhandel in. Door de handelsgeest van Trip ontstond de driehoeksreis; wapens, slaven, handelswaar. Van de Republiek naar Dahomey, naar het eijlant Curaçao en weer naar de redes van Texel en Vlissingen. Met de slavenschepen nam ook de geest de vlucht; voor voodoo en brua, zijn er geen afstanden, geen oceanen. Zolang je geen zout eet kun je terug. Wie is Jacob Trip, wie is Legba, wie is goed, wie is slecht?
Het verhaal van de sombere nestor van de Nederlands-Caraïbische literatuur Cola Debrot. Wie leest ‘Bewolkt bestaan’ tegenwoordig nog echt helemaal en kan het samenvatten of navertellen? Wie reist de literaire driehoeksreis met Debrot mee van Curaçao naar Amsterdam naar Parijs, naar Caracas en komt uiteindelijk toch weer op Miraflores terecht?
De verhalen van Carel de Haseth, van Alletta Beaujon, George Maduro, Anna Oltheten, Tirzo Martha, Alexander Pechtold, René Zwart, Anton Vrede, Aart Broek, Chris Smeets, Douglas Pinedo, Jan Brokken, enzovoort enzovoort.
In mijn keuze voor het tentoonstellen van mijn etsen in het Curaçaosch Museum heb ik mij laten leiden door de woorden van Chris Engels bij de opening van het museum in 1948: ‘dat het museum het eigen, het Europese en het Latijns-Caribische cultuurbezit elkaar moest laten treffen.’

(Links) Chris Engels / naar portret van arts, schilder, dichter. schrijver, musicus en schermer Chris Engels, ets, 15 x 10 cm / Johannes de Laet / zelfportret als Johannes de Laet, ets, 15 x 10 cm

Dat culturen elkaar treffen is goed, daar worden ze rijker van. De Afro-culturele invloed op Curaçao is groot, maar in de rede van Chris Engels komt het woord Afrika niet voor. Ik ben zo vrij geweest om in mijn serie Driehoeksreis het Afrikaanse cultuurgoed een ruime plek te geven en daarmee meer recht te doen aan de veelkleurige Curaçaose cultuur. De cultuur waarvan het Curaçaosche Museum getuigt. Ik heb daarbij dankbaar gebruik gemaakt van de prachtige collectie Afrikaanse kunst van het Kura Hulanda Museum. Curaçao
Ten slotte draag ik de tentoonstelling op aan mijn literaire helden van Curaçao: Boeli van Leeuwen, Frank Martimus Arion en Tip Marugg. Ik wens u veel kijkgenoegen en dank u voor uw aandacht.

Driehoeksreis [2]

Eind januari opent in het Curaçaosch Museum een overzicht van het grafisch werk van Bert Kienjet. Deze Leidse kunstenaar laat zich in zijn grafisch werk inspireren door de Dutch Caribbean. Dit leidde tot een reeks etsen met de titel Driehoeksreis.

De reeks bestaat uit tientallen portretten van ‘personages’ die de driehoeksreis bevolk(t)en. Deze reis van Europa via West Afrika naar het Caraïbisch gebied en weer naar Europa werd in de 17de eeuw door de West-Indische Compagnie begonnen. Deze reis wordt door Kienjet als metafoor gebruikt voor de sociale, culturele en bestuurlijke beïnvloeding en banden tussen Westerse, Afrikaanse en Caraïbische culturen.
Soms betreft het personages die zich feitelijk op en tussen de drie continenten manifesteerden, soms gepersonifieerde cultuurdragers, soms bestaande figuren die een grote of kleinere rol spelen/gespeeld hebben in het grote geheel van cultuuroverdracht en identiteitsbevestiging. Door het groepsgewijs tonen van de portretten worden verhalen zichtbaar, wordt een hernieuwd combineren en vergelijken mogelijk.

In het Curaçaosch Museum zal de serie Driehoeksreis in zijn geheel getoond worden. Vanaf 21 oktober, vrijdags zes weken lang, alvast een voorproefje van dit bijzondere kunstwerk op Caraïbisch Uitzicht, voorzien van korte onderschriften door Kienjet zelf.

 

Links: Portret van een Voodoobeeldje in het Museum Kurá Hulanda, 2011, ets/aquatint – Rechts: Portret van de dichter Hemayel Martina, 2011, ets/drogenaald

Ansestro Preokupá Sosegá, bezorgde voorouder, rust zacht, zong de jonge dichter met timide stem. Daags voordat ik in januari 2011 naar Curaçao vertrok, reed hij op de vroege zondagmorgen zijn noodlot tegemoet. Hij bezocht in Leiden een school. Ik moet hem regelmatig in de stad zijn tegengekomen. Wat had ik hem graag gesproken. Zijn zachte stem droeg ver. Aan hem moest ik denken toen ik in Kurá Hulanda, Willemstad, oog in oog stond met een even bescheiden en toch ook even indringende voorvader, ansestro. De leeftijd van mijn zoons; wie is voorouder, wie is kind? [BK]
.
Link voor de Driehoeksreis no. 1

Finale Arte di Palabra


Willemstad — De finale van Arte di Palabra ABC heeft afgelopen zaterdag plaatsgevonden in K-center.

Arte di Palabra is een literaire wedstrijd voor middelbare scholieren van Aruba, Bonaire en Curaçao. De leerlingen mochten een kort verhaal of gedicht voordragen. In totaal hebben 45 leerlingen meegedaan. De winnaars hebben een reis naar Aruba gewonnen om deel te nemen aan een culturele uitwisseling die plaatsvindt van 29 april tot en met 1 mei.

Dit jaar stond de wedstrijd in het teken van wijlen Hamayel Martina. Vier deelnemers hebben gedichten van de onlangs overleden jonge dichter voorgedragen. Steven Juliana, een vriend van Hemayel, heeft de jongeren begeleid met een djembe die aan Hemayel toebehoorde. De ouders van Hemayel hebben een plakkaat en een dvd in ontvangst genomen met alle voordrachten van hun zoon tijdens eerdere edities van Arte di Palabra. Ook hebben Grupo di Corector di Papiamento uit Aruba, Hubert Vis uit Bonaire, Sygmund Montesant, Ronald Severing en René Rosalia (alle drie uit Curaçao) een blijk van waardering ontvangen voor hun werk op het terrein van taal en cultuur.

[uit Amigoe, 11 april 2011]

Hemayel herdacht met cursus

Willemstad – Om het gedachtegoed en de inspirerende impact die de onlangs overleden jonge dichter Hemayel Martina (24 oktober 1990 – 29 januari 2011) bij velen op Curaçao maar vooral bij jongeren achterliet een stem te geven, zal binnenkort begonnen worden met een nieuw project voor jongeren: Siklo Hemayel. Dit project zal jongeren de gelegenheid bieden om gratis cursussen te kunnen volgen in schrijven (poëzie en korte verhalen), in de schilderkunst en in muziek.

Siklo Hemayel is ontstaan uit een samenwerking tussen het ministerie van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning, de Openbare Bibliotheek, de stichting Arte Palabra en Kas di Kultura. Het initiatief om de Hemayel cyclus voor jongeren te beginnen werd tijdens een bijeenkomst georganiseerd voor het personeel van het ministerie van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning bekendgemaakt. Hemayels vader was er aanwezig om het geheel te begeleiden en kreeg een schilderij overhandigd, namens alle deelnemende instanties, dat symbool staat voor de implementatie van Siklo Hemayel voor jongeren.

[uit Antilliaans Dagblad, 22 februari 2011]

 

Klik hier voor een interview met Hemayale Martina

In memoriam Hemayel Martina

door Jeroen Jansen

Afgelopen zaterdag bezweek een 20-jarige Curaçaoënaar aan de verwondingen die hij opgelopen had door een auto-ongeluk. Het is een bericht dat je normaal gesproken snel tot je neemt en net zo snel weer uitspuugt. Weer een verkeersdode erbij: dat is heel vervelend, maar het maakt helaas onderdeel uit van ons leven dat steeds gejaagder wordt.

Voor mij was er alleen dit keer wel een verschil. Want dit auto-ongeluk had een gezicht. Dat van Hemayel Martina, een zeer getalenteerd dichter, een veelbelovend denker, of zoals journaliste Miriam Sluis het schreef ‘een spirituele leider’ in spé. Een jongen ook die symbool stond voor een nieuwe generatie Curaçaoënaars, die veel mensen hoop gaf dat de zo gewilde frisse wind over het eiland er ook echt zou komen. Die hoop is nu voor even vervlogen.

Gedicht
Ik kende Hemayel Martina niet. De enige keer dat ik hem ontmoet heb is een aantal maanden geleden geweest tijdens een optreden van Levi Silvanie in Pampus. We kwamen voor Levi. Eerlijk is eerlijk: het concert viel wat tegen. Op de een of andere manier bleken de mooie luisterliedjes van Silvanie niet te passen in die mooie mensentent waar de white Zinfandel de scepter zwaait. Er was geen klik met het publiek, de energie stroomde weg en het concert dreigde mompelend op een eind te lopen.

Totdat Hemayel Martina het podium betrad. Hij droeg een gedicht voor over de Curaçaoënaar dat me diep raakte. Het was een lofzang op het eiland en zijn mensen, maar zonder door te slaan naar blind nationalisme. Het erkende de diversiteit van Curaçao, zonder weg te lopen bij de Afro-Curaçaose erfenis van het eiland.

Als ik het anders mag zeggen: hij leerde mij wat over dit land zonder dat ik mij een buitenstaander voelde. Naderhand kwamen mijn vrouw en ik tot dezelfde conclusie: dit hadden wij graag op 10 oktober 2010 gehoord willen hebben, dit had de boodschap moeten zijn die de start van ons nieuwe land had moeten inluiden. Zo goed dus.

Symbool
Hemayel stond ook symbool voor een nieuwe generatie Curaçaoënaars. Een generatie die een tijd in het buitenland heeft gewoond, goed opgeleid is en met idealen een bijdrage wil leveren aan dit eiland. Een groep mensen waar wij helaas hopeloos mee om gaan.

Ik heb dat van dichtbij meegemaakt, toen vorig jaar bijna dertig zogenaamde ‘Young Potentials’ geworven werden voor de opstart van het nieuwe overheidsapparaat in Pais Korsou. Allemaal hoog opgeleid, vaak uit Nederland afkomstig en yu di Korsou. Al voor hun komst werden ze afgeserveerd: de zittende ambtenaren zagen hun komst als een diskwalificatie van hun eigen potentie en waarom je jong moest zijn om zo’n baan te krijgen? Het riekte volgens hen naar discriminatie. Eenmaal begonnen hebben die Young Potentials het geweten: ze mochten als ambitieuze HBO- en WO-ers vooral koffie halen en kopietjes trekken.

Zo ga je om met de nieuwe generatie. Jongeren hebben hier niet de toekomst: ze hebben vooral praatjes, en dat moet er snel vanaf. Dat is het credo.

Brug
Maar het venijn dat ik hiervoor beschreef, ontbrak bij Hemayel Martina volledig. En juist daarom was hij een echte belofte voor de toekomst. Woede of frustratie leek geen drijfveer voor hem. Hij zag de spanningen in de samenleving, zonder er een bindend oordeel over te vellen. Hij schreef en sprak elegant maar wel vastberaden over zijn Pais Korsou. En hij bouwde een brug: tussen jong en oud, tussen outsider en insider. En dat als jonge twintiger, net op weg.

Helaas wordt hem de kans ontnomen om zijn talent verder uit te bouwen en een bepalende plek in de Curaçaose samenleving in te nemen. Die druk ligt nu bij zijn generatiegenoten en bij ons, die jongeren een kans moeten gunnen om mee te bouwen. Laten we daar serieus mee om gaan. We zijn het aan onszelf verplicht, en aan Hemayel.

[overgenomen van RNW, 30 januari 2011]

Klik hier voor een bericht over het auto-ongeluk.

Avond met Hemayel Martina

Op de laatste dag van deze maand wordt een poëzieavond in La Belle Alliance, nabij het Avila Beach Hotel op Curaçao, met de dichter Hemayel Martina (foto) en Levi Silvanie. De avond duurt van 19:00 tot 21:00.
Kaartverkoop: FL. 20,- (verkrijgbaar bij Avila Hotel Boutique i Mensings Caminada te Curacao)
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met mw. Nathaly Harms telefoonnummer +5999 520 90 57.

Hier de tekst in het Papiamentu:

Hemayel Martina (poeta) & Levi Silvanie den ún presentashon huntu.
Ansestro prekupá, sosegá paso Ami ta Kòrsou

Levi Silvanie ta na Kòrsou e dianan aki den kuardo di lansamentu di e promé buki di poesia di otro hoben yu di Kòrsou Hemayel Martina. Resientemente durante e manifestashon kontra violensia (Stop the Violence) ku a tuma luga na Rotterdam, e dos hobennan aki a presentá huntu. Hemayel Martina a kaba du skibi su buki nobo ku 39 poesia na Papiamentu titulá Ansestro preokupá, sosegá, mientras ku Levi Silvanie ya a skibi un tema musikal titulá Ami ta Kòrsou. I ta na momentu ku algun luna pasá e dos hobennan aki a topa ku ta nasé e projekto Ansestro prekupá, sosegá paso Ami ta Kòrsou. Levi Silvanie lo ta na Kòrsou pa algun dia, mientras ku preparashonnan ta den ful swing pa e konsierto di Levi Silvanie – Djis Mi Mes – ku lo tuma luga promé ku final di 2010

Ansestro prekupá, sosegá paso Ami ta Kòrsou Levi Silvanie i Hemayel Martina lo probecha nan bishita simultaneo na Korsou pa duna un solo presentashon huntu den un anochi di poesia i kanto. Den e presentashon aki lo tin tantu obranan di Hemayel Martina i tambe e tema musikal di Levi Silvanie. E presentashon aki lo tuma luga; dia 31 di Òktober di 7or pa 9or di anochi na Le Belle Alliance den Avila Hotel. Lo tin solamente 300 karchi na rason di Fls 20,= ku lo ta obtenibel na Avila Hotel Boutique i Mensings Caminada.

Durante e anochi aki, presentenan lo por kumpra e bunita buki di poesia di Hemayel Martina i topa di forma mas pèrsonal ku e dos artista hobennan Levi Silvanie i Hemayel Martina.

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter