blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Martha Tirzo

Tirzo Martha wint 11e Wilhelminaring

Tirzo Martha (Curaçao, 1965) is door de jury van de Wilhelminaring unaniem gekozen tot winnaar van de  11e Wilhelminaring – dé oeuvreprijs voor beeldhouwkunst in Nederland. De ring wordt op 31 augustus 2019 uitgereikt in het CODA Museum te Apeldoorn. read on…

Valika Smeulders – Muzik di zumbi: Caribische stemmen in Nederlandse musea

Tekst Rudolf van Lierlezing 2019, uitgesproken in Leiden op 15 februari 2019

 

Ik zit in het theehuis in het Openluchtmuseum. Naast mij zit een klein meisje met korte blonde staartjes ademloos te luisteren naar een verhaal over een spin die de wereld te slim af tracht te zijn. De spin heet Anansi en zijn verhalen zijn honderden jaren geleden meegereisd met Afrikanen die door mensenhandelaren naar het Caribisch gebied zijn gebracht. Anansi’s verhalen worden in Arnhem verteld door een Curaçaos-Nederlandse vertelster, Edith Boutisma. De ouders van het meisje zitten er ietwat ongemakkelijk bij wanneer Edith vertelt over de Nederlandse slavenschepen. Het meisje niet, dat wil vooral even de blauwe kraal vasthouden die Edith in een mooi doosje bij zich heeft. Kralen die een betaalmiddel waren in die onmenselijke handel, maar die nu door de nazaten van die gruwelijke geschiedenis juist als teken van zelfbewustzijn worden gedragen. read on…

‘Curaçao zet je als kunstenaar met twee voetenop de grond’

door Sandra Smets

Achter de brede autoweg die als een ring rond Willemstad leidt, iets voorbij de woonwijken, ligt de psychiatrische kliniek Capriles. Het zijn een paar kleurige gebouwen zoals die overal hier op Curaçao staan, met als verschil het grote toegangshek waarnaast een portier waakt. read on…

Roxette Capriles genomineerd voor de Dolf Henkes Prijs

De kunstenaars Roxette Capriles, Priscila Fernandes, Emma van der Leest en Evelyn Taocheng Wang zijn genomineerd voor de Dolf Henkes Prijs 2019. De prijs wordt door de Stichting Henkes tweejaarlijks uitgereikt aan een beeldbepalende Rotterdamse kunstenaar. De jury, onder leiding van Fons Hof, nomineerde de kunstenaars die kans maken op een bedrag van 12.000 euro. Vrijdag 14 december 2018 tot en met 10 februari 2019 vindt in TENT de tentoonstelling plaats met het werk van de kandidaten. Op zaterdag 9 februari 2019 wordt tijdens Art Rotterdam de winnaar bekendgemaakt. read on…

Tirzo Martha / No excuses!

I hereby send you the invitation for the new date of the opening of my solo exhibition No Excuses! at Museum Beelden Aan Zee in the Netherlands. read on…

Postponement : Tirzo Martha / No Excuses!

Dear friends / Due to the late arrival of my art works in The Netherlands we hereby have to postpone the opening of my solo exhibition No Excuses! on the 13th of October.

The ship carrying the container with my artworks was forced to seek safe harbour in Jamaica because of the 2 destructive hurricanes that passed through the Caribbean. This caused a delay and the art works are arriving later then expected. Only  two days ago we’ve been informed about this situation. We’ve planned the opening now for the 3rd of  November. We’ll send a new invitation to confirm this new date.

We apologise for any inconvenience this situation may cause. Warm regards, Tirzo read on…

All you can art – David Bade & Tirzo Martha

Curaçao meets Rotterdam! Het 10-jarig bestaan van Instituto Buena Bista (IBB), een vooropleidingsinstituut en plek voor hedendaagse kunst op Curaçao, wordt in de Kunsthal Rotterdam gevierd met een verrassende zomertentoonstelling én atelier voor talentvolle jongeren.

read on…

Symposium 60 jaar Statuut

door Fred de Haas; geïllustreerd met nieuw beeldend werk van Tirzo Martha

Onlangs, op 15 december, was ik aanwezig op een Symposium dat was georganiseerd door de Open Universiteit en het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ter herdenking van 60 jaar Statuut.

‘Steunend op eigen kracht doch met de wil elkander bij te staan’ gonsde het door mijn hoofd. Heeft het Koninkrijk toekomst en, zo ja, hoe zou de samenwerking binnen dat Koninkrijk zich in de toekomst voltrekken en welk gemeenschappelijk doel zou er kunnen worden gevonden? read on…

Expositie: Exploring the Past to Envisage the Future

In het kader van de herdenking van 150 jaar afschaffing slavernij in het Koninkrijk der Nederlanden vindt in de eerste helft van 2014 een aantal tentoonstellingen en projecten plaats onder auspiciën van de Stichting Arte ’99; Arte pa Libertat. In 2013 waren er in dit kader al succesvolle tentoonstellingen in diverse musea en galerieën. Zo waren er in Landhuis Bloemhof, het Maritiem Museum, Kas di Kultura, het NAAM en in Pietermaai diverse exposities te zien die elk op eigen wijze het thema belichtten. In 2014 volgen nog Gallery Alma Blou, Mon Art Gallery en opnieuw Landhuis Bloemhof.
De aftrap voor de serie exposities van dit jaar wordt gedaan in het Museo di Kòrsou, waar op vrijdag 14 februari a.s. de opening plaatsvindt van de tentoonstelling Exploring the Past to Envisage the Future. De curator is de Curaçaose kunsthistorica Jennifer Smit. Zij koos ervoor om het grote publiek kennis te laten maken met het werk van veelbelovende jonge beeldend kunstenaars, als ook met artistieke creaties van reeds gevestigde kunstenaars van internationale allure. Alle tien de deelnemende kunstenaars zijn van lokale bodem en wonen en werken op Curaçao. Sommige kunstwerken zijn speciaal voor deze tentoonstelling gemaakt. Ook heeft een aantal kunstenaars zich laten inspireren door de collectie van het NAAM. Van anderen is bestaand werk gekozen dat het thema van de slavernij verbeeldt.
Omar Kuwas – Body Proportions
Deze tentoonstelling omvat verschillende kunstdisciplines, waaronder foto’s, beeldhouwwerken, schilderijen, tekeningen, assemblages, installaties en multimedia werk. De participerende kunstenaars zijn: Tirzo Martha, Felix de Rooy, Tony Monsanto, Avantia Damberg, Ailsa Anastatia, Ivanah Suares, Philip Rademaker, Yubi Kirindongo, Herman van Bergen en Omar Kuwas.
“Cutting edge” noemt curator Smit deze expositie. “De kunstenaars brengen in hun eigen medium de thematiek op verrassende, spannende en onconventionele wijze voor het voetlicht. Deze kunstwerken zullen aanzetten tot reflectie en vooral ook tot een constructieve dialoog over de intense thematiek van de slavernij,” aldus Smit.
Deze tentoonstelling wordt mede mogelijk gemaakt door financiële steun van: Mondriaanfonds, Maduro & Curiel’s Bank, MCIS, Coca Cola, Spigt Dutch Caribbean, CUROM Broadcasting (Z86) en Prins Bernhard Cultuurfonds Caribisch Gebied
Exploring the Past to Envisage the Future
Museo di Kòrso, Van Leeuwenhoekstraat
Van 15 februari t/m 14 mei 2014
Opening: vrijdag 14 februari, 19.00 uur

 

Heeft Elis Curaçao verlaten?

door Fred de Haas
Het antwoord op deze vraag kan en mag niet anders dan ontkennend luiden.
Elis Juliana heeft zoveel moois nagelaten dat de mensen van zijn land nog lang, nog héél lang zullen kunnen putten uit datgene wat er aan zijn geest ontsproten is.
Elis Juliana en de kunstenaar Tirzo Martha. Foto © Michiel van Kempen

 

Elis was een ernstig mens. Je ziet hem zelden lachend op een foto staan. Had zijn moeder hem niet geleerd dat je mensen die altijd lachen met gepast wantrouwen moest bekijken? Zeker, maar dat zou hem niet beletten met een binnenpretje en een milde, nauw verholen glimlach het wel en wee van het Curaçaose volk, zijn volk, te aanschouwen en van commentaar te voorzien.
Hoewel Elis Juliana eerlijk was in zijn kritiek zorgde hij er voor dat niemand zich beledigd hoefde te voelen door wat hij zei. Daarin onderscheidde hij zich van zijn dichterlijke evenknie Pierre Lauffer voor wiens scherpe tong de mensen toch wat bangig waren.
Wat Elis zo bijzonder maakt en wat hem onderscheidt van andere dichters is het onweerlegbare feit dat hij in zijn werk niet zozeer met zichzelf bezig is als wel met de ander. Met de ander, die hij iets wilde leren, die hij een hart onder de riem wilde steken, die hij op zijn donder gaf als het moest, ongeacht rang of stand, die hij wilde leren dat de Curaçaose geschiedenis niet een geschiedenis is van kolonialen en aangepasten, maar op de eerste plaats de geschiedenis van een volk dat honderden jaren geleden van huis en haard verdreven was en zich moest zien te redden op een eiland waar het nog nooit van had gehoord. Met als enig bindmiddel een aan het Portugees ontsproten taal, het Papiaments, en vergezeld van flarden Afrikaans cultuurgoed dat door de blanke overheerser, deels uit angst en deels uit een misplaatst superioriteitsgevoel, eeuwenlang verguisd zou worden.
Het is de verdienste van Elis dat hij kans heeft gezien van die nood een deugd te maken. In het Spaans zegt men dit zo beeldend: ‘hacer de tripas corazón’ (van ingewanden een hart maken).
Aan het ontwerp van zo’n hart heeft Elis een heel leven lang gewerkt en hij heeft het gevormd uit de elementen die hij vond in de cultuur van zijn volk. Hij zou zijn moedertaal tot grote hoogte brengen en het Curaçaose volk juwelen van gedichten en verhalen in het Papiaments schenken, verhalen en gedichten die hij met zijn sonore stemgeluid tot onnavolgbaar leven zou brengen.
Elis Juliana met prozaschrijfster Myra Römer
Maar luisterde zijn volk ook naar wat hij in wezen te zeggen had? Of wilde het alleen maar worden betoverd door die welluidende klanken? Juliana was er daar zelf niet al te optimistisch over. Toch bleef hij, als een goede schoolmeester, steeds wijzen op de weg die naar het betere zou kunnen leiden. Maar daarvoor was het nodig dat iedereen de handen uit de mouwen stak. Hij aarzelde dan ook niet om commentaar te leveren als de mensen in dit opzicht in gebreke bleven. Wilden ze weten wat hun probleem was? Nou, dat zou hij hun vertellen in ‘Reproche’ (Verwijt): ‘nan ta floho, malkriá, nan ke biba bida dushi, blo papia, zundra, reklamá…sin ta move ni sikiera un pida dede pa trabao’ (ze zijn lui, slecht opgevoed, ze willen een lekker leventje leiden van kletsen, schelden en eisen stellen… zonder een vin te verroeren). Ook dát was Elis. En je hoefde ook niet bij hem aan te komen met schijnheilige praatjes. Hoe moeilijk het ook is om de waarheid onder ogen te zien, kom ermee voor de dag en wèg met het gezegde ‘Berdat no ta haña stul pa sinta’ (de waarheid krijgt geen stoel om op te zitten)!
Ook de politiek krijgt ervan langs. Volksverlakkers en oplichters zijn het met hun mooie praatjes. Juliana houdt iedereen een spiegel voor: de geestelijkheid die via de godsdienst het volk eronder houdt, de moeders die in de opvoeding de jongens voortrekken boven de meisjes, de ‘liefde’ van de zoons voor hun moeder die groter lijkt dan ie in werkelijkheid is…
Zijn we van binnen niet arm en hebben we aan de buitenkant niet slechts een hoop poeha?
Elis Juliana voordragend

 

Maar Elis is vooral mild. Hij begrijpt zoveel. Hij begreep de oude mensen die nog steeds met de angst en onzekerheid leefden die zij in de slaventijd hadden verinnerlijkt, de slaventijd, waarover zij liever niet spraken, in tegenstelling tot wat er gebeurt in onze tijd, waarin iedereen zich laat meevoeren op de vleugels van de waan van de dag en het jaar en zijn zegje doet over de slavernij omdat het immers 150 jaar geleden is dat de slaven ‘vrij’ zijn geworden…
Voor Elis en voor vele – bewust levende – anderen was de slaventijd altijd al aanwezig. Af en toe dook die tijd op in de verhalen die hij optekende, samen met zijn grote vriend Paul Brenneker, uit de mond van de ouderen: ‘katibu ta galinja, mi mama, katibu ta galinja, hm.’ (slaven zijn net kippen, mamma, net kippen, hm…).
In 2003 schreef hij: ‘wat nog maar een paar eeuwen geleden is gebeurd en wat ik, zelf afkomstig uit Afrika, nooit zal kunnen vergeten en wat tot op de dag van vandaag mijn bloed vergiftigt, is de vernedering die Europese piraten – men leze: ook de Hollanders – de gekochte, gestolen of gevangen slaven hebben doen ondergaan door hen met een letter te brandmerken met gloeiend ijzer op de kust van Fort Elmina’.
Elis Juliana was een bewust levend mens. En hij was niet haatdragend. Hij was niet uit op een mentale afrekening met de oude kolonisator die zich nauwelijks bewust was van wat er zich in het verleden had afgespeeld.
Elis is dood. Ongetwijfeld zullen er artikelen komen waarin zijn verdienste voor de kunst en de literatuur breed worden uitgemeten. Vooral zijn ritmische gedichten zullen weer eens duchtig worden afgestoft en voorgedragen. Terecht.
Maar ik denk dat Elis – ondanks de waarschuwing van zijn moeder –  een lach van blijdschap op zijn vergeestelijkt gelaat niet zou kunnen onderdrukken als hij zou zien dat zijn volk begon na te denken over zichzelf en over de houding die het tegenover de ander zou moeten innemen. Een houding die Elis zijn leven lang heeft voorgeleefd. Als mens, als gentleman, als kunstenaar.
Elis bleef zijn humor tot het laatst toe behouden.
Het was in de maand juli van het jaar 2012, dat Elis zijn dochter Magali een handgeschreven gedicht liet brengen naar Lucille Berry met het verzoek om het in de computer op te slaan en het voor te dragen op zijn begrafenis. Kort daarna zei Lucille tegen Elis: ‘hoe weet jij nu wie er het eerst gaat?’ Elis zei: ‘wacht nou maar op me tot die dag.’ Waarop Lucille antwoordde: ‘maar ze gaan lachen als ik dit voorlees!’
‘Dat is precies de bedoeling’, antwoordde Elis.
Het gedichtje zelf is een illustratie van hoe Elis was: eenvoudig, tevreden en verzoend met de onvolkomenheid van het bestaan. Geen haiku die vaak de volkomenheid van de wereld in een notendop tracht te vangen, maar een senriyu, dichtkunst van het volk, een genre dat zijn naam ontleent aan het pseudoniem waarmee de 18e eeuwse Japanse dichter Karai Hachiemon zijn verzen ondertekende: wilgentak. Even buigzaam, vasthoudend, eenvoudig en zacht als de rietstengel van Pascal. Als de pen van Elis Juliana.
U heeft het gedicht kunnen horen op zijn begrafenis. Het is gegaan zoals hij wilde. Maar vrijwel niemand lachte.
Senriyu
Den mi bohio
mi ta felis ku den
kualke palasio.
Ami por subi
mi zamba for di ora
solo ta baha.
Henter anochi
mi por move bai-bini
na mi antoho,
sin stroba ningun
dama ni kabayero
riba nan kabai.
Drenta mi baño
hasi kuantu bochincha
ku mi deseá,
habri frishidèl
klap un mushi ‘bendita’
gloria mi kurpa,
pa porfin mi lèg
maske ta na madoa
te den mardugá.
Elis Juliana, yüli di 2012
Gedicht op z’n Japans
Wat ben ik toch gelukkig
in mijn huisje!
Ik hoef geen groot paleis.
Ik kan gaan liggen
als de zon
weer ondergaat.
De hele avond
kan ik redderen
wat ik wil,
ik stoor geen mens,
geen amazone en geen ridder
te paard.
Ik loop mijn badkamer in,
maak net zoveel lawaai
als ik zou willen,
ik doe de ijskast open,
neem dat ‘godzalig’ neutje,
sla een kruis.
Dan kan ik eindelijk rusten,
misschien alleen wat soezen
tot het ochtend wordt.
Vertaling: Fred de Haas


Klik hier voor een VPRO-interview over Elis Juliana met Fred de Haas

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter