Op donderdag 27 mei 2021 ondertekenden Rita Rahman, voorzitter van de Werkgroep Caraïbische Letteren, en... Lees verder →
Moeten Afro-Surinamers zich nu weer bekeren tot de islam?
De (aankondiging van) de lezing “Alle Afro-Surinamers zijn moslims” is minder onschuldig dan het lijkt, zo valt voor de oplettende lezer duidelijk te destilleren uit het gister in de Ware Tijd hierover gepubliceerde bericht. Op het eerste oog ben je geneigd te denken dat met de lezing van Sheik Abdul Aziez Clemens op
3 maart in Theater Unique een onbekend historisch gegeven voor het voetlicht zal worden gebracht, tenminste, dat is de indruk die wordt gewekt met de aankondiging dat een link wordt gelegd tussen Afro-Surinamers in de diaspora en de islam. Maar dat is het duidelijk níet, want voor wie beter leest is het duidelijk dat hier een stelletje zeloten aan het werk is, dat alle naar Suriname gebrachte Afrikanen wil bekeren tot de islam.
In geschiedenis geïnteresseerde Afro- en andere Surinamers worden hiermee op het verkeerde been gezet, want volgens Abuna Boyer, verbonden is aan de Stichting Thoriqul Islam, is het van belang dat de Afro-Surinamers weten dat hun voorouders moslims waren. “De afstammelingen van de Afrikanen”, aldus Boyer, “moeten inzien dat de leefregels van de islam succes en maatschappelijke ontwikkeling met zich meebrengen. Kijk bijvoorbeeld naar de wijze van kleding binnen de islam. Als mensen zich zo kleden dan krijg je minder kans op seksuele uitspattingen. Ook de sociale problemen met betrekking tot eenoudergezinnen kunnen opgelost worden als men volgens de islam leeft. Zo mag je geen seks hebben zonder getrouwd te zijn en ook als partners uit elkaar gaan, hebben beiden de verplichting om de kinderen op verantwoordelijke wijze op te voeden.”
Hoe simpel het leven is als je je maar bekeert tot de islam, is de boodschap! Opeens géén sexuele uitspattingen meer, géén eenoudergezinnen meer, géén sex meer voor het huwelijk, en… scheiden mag, mits beide ouders hun verplichtingen jegens hun kinderen maar nakomen. M’n liefje, m’n liefje, wat wil je nog meer? Nog nooit was het leven zo eenvoudig!
Het klinkt interessant, een lezing met als thema islam en Afro-Surinamers in diaspora, maar de rest van het verhaal voorspelt weinig goeds. Wie of wat Abuna Boyer, Sheik Abdul Aziez Clemens en Stichting Thoriqul Islam zijn, heb ik op het internet niet kunnen achterhalen, het enige wat in het persbericht wordt prijsgegeven is dat Sheik Abdul Aziez Clemens, de man die de ‘keynote-speech’ in Theater Unique zal houden, in Saudi-Arabië de sharia islamitische wetgeving heeft bestudeerd en dat hij op Witagron is geboren. Als u zich straks heeft bekeerd tot de islam en als dan plotseling blijkt dat de sharia-wetgeving wordt ingevoerd, kunt u niet zeggen dat ik u niet heb gewaarschuwd!
Rampspoed op en rond het Onafhankelijkheidsplein
door Edgar Mampier
De West van gister had mij al gealarmeerd: “De grasmat van het Onafhankelijkheidsplein wordt uitgegraven als onderdeel van een totale renovatie (…), vanaf Torarica tot aan een Pier? Welke Pier? Wat is het plan en waar kan dat allemaal in maquette-vorm door de volksvertegenwoordiging en omwonenden worden aan-/ingezien? Wat doet men met De Marinetrap, met de Stenentrap, en wie steken achter dit monstergebeuren? Alleen de overheid, of zijn er ook particuliere ganzenavonturiers betrokken?”
Ik ben naar het plein gegaan om het met mijn eigen ogen te zien, maar het is nog vele malen erger dan door De West beschreven, het ziet er naar uit dat het gras voor goed is verdwenen, om plaats te maken voor Noord-Koreaanse défilé’s op hoogtijdagen en een racebaan voor buiten défilé-tijd, vele malen erger nog dan een “monstergebeuren”! Hoe kan dit gebeuren zonder dat iemand er weet van heeft, zonder dat iemand een deugdelijk plan heeft gemaakt en zonder dat belanghebbenden en bevolking zich hierover een mening hebben gevormd en gegeven? Antwoord: Suriname is hard op weg naar een autocratie!
De hele Waterkant, van Leonsdorp tot Beekhuizen, is een gevoelige plek in Paramaribo, waarmee van oudsher gevoelloos is omgesprongen. Maar de Waterkant, van Torarica tot en met het gezwel dat Centrale Markt heet en inclusief het Onafhankelijkheidsplein, is een extreem gevoelige plek, waar niet voorzichtig genoeg mee kan worden omgesprongen. Maar nee, nu komen er de militaire bulldozers Bouterse en Abrahams en ze dozeren die hele gevoelige plek tot gort, niets maar dan ook niets blijft er van over, alleen nog maar geschikt voor militaire parades à la Kim Jong Il, uitgevoerd door onze straks goed gedrilde dienstplichtige jeugd.
Hoe bestaat het dat een nitwit als Abrahams dit op z’n jan-militaire fluitjes en in z’n eentje afdoet, hoogstwaarschijnlijk alweer zonder aanbesteding, en wel zeker zonder er deskundigen bij te betrekken, technische zowel als esthetische, zonder Stichting Gebouwd Erfgoed Suriname en de Unesco vanwege het ‘beschermde stadsgezicht’? Zoals De West schrijft: “Het is gewoon een schande. Men blijft rommelen, totdat het volk zijn stem wederom zal laten horen.”
Laten we hopen dat het volk liever vandáág nog dan morgen een protestmars houdt op wat eens ons mooie Onafhankelijkheidsplein was en dat nu alleen nog maar uitziet als een startbaan in aanleg, ready for take-off.
Vlaggenparade verminking Onafhankelijkheidsplein
De aanleg van een Vlaggenparde is een verminking van het Onafhankelijkheidsplein in Paramaribo. Dat zegt Stephen Fokké, directeur van de Stichting Gebouwd Erfgoed Suriname (SGES) in een interview met de Wereldomroep.
Als Suriname zich niet houdt aan de afspraken die gemaakt zijn voor het behoud van de oude binnenstad, dat zou dat zelfs kunnen betekenen dat Suriname van de Werelderfgoedlijst wordt gehaald. Ook een TRIS-monument in het gebied rond het Onafhankelijkheidsplein, ziet Fokké niet zitten.
Luister naar het interview, klik hier
Nooit genoeg over Bouterse zolang die niet achter de tralies zit
door Rolf van der Marck
Het artikel van Nancy de Randamie Genoeg over Bouterse wil ik niet onbesproken laten, want in wezen predikt het dezelfde onverschilligheid die het Bouterse mogelijk heeft gemaakt om aan de macht te komen en die –in weerwil van zijn misdaden– weer te hernemen. Mijn stelling is dat zolang deze houding van onverschilligheid, dat typische Surinaamse “ik bemoei niet!”, niet wordt omgebogen, Suriname opgescheept zal blijven, niet alleen met Bouterse, maar ook met wat De Randamie noemt: “De praktijken (…) van aan een diepgewortelde politieke cultuur die haar oorsprong heeft in het door Nederland gevoerd koloniaal bewind. Eentje dat gebaseerd is op racisme, uitsluiting en verdeel- en heerspolitiek.”
Natuurlijk is er méér dan Bouterse alleen, daar heeft De Randamie gelijk in, maar Bouterse’s coup en de daaruit voorgekomen misdaden tegen de mensheid, samen met de niet te onderschatten bijbehorende trauma’s, blijven als donkere wolken boven aller hoofden hangen, die dreiging is nog altijd niet geweken. Naïef vind ik De Randamie waar ze Bouterse nog min of meer het voordeel van de twijfel wil geven, namelijk dat hij zijn coup pleegde “om af te rekenen met vriendjespolitiek en corruptie bij de machthebbers van toen”. Dit is nooit Bouterse’s bedoeling geweest. Zijn bedoeling was louter en alleen het eigenbelang, dat maar al te snel uitgroeide tot machtswellust. Afrekenen met het oude systeem beleed hij alleen met de mond om het volk mee te krijgen, en dat is hem tot onze eigen schande gelukt.
De grondsituatie was bij de verzelfstandiging van Suriname in 1975, bij de coup van 1980, en is nu nog steeds de maar al te diep gewortelde cultuur van racisme, uitbuiting en verdeel- en heerspolitiek, ingezet door het koloniaal bewind, gretig voortgezet sindsdien en onder Bouterse alleen nog maar verhevigd. Suriname gaat inderdaad nog altijd gebukt onder het juk van het kolonialisme dat het nimmer heeft kunnen afwerpen. Helaas worden profeten in eigen land nooit geëerd, Anton de Kom schreef al in 1934 in zijn beroemde boek Wij slaven van Suriname: “Geen volk kan tot volle wasdom komen dat erfelijk met een minderwaardigheidsgevoel belast blijft.” Het heeft echter niet mogen baten, de door De Kom gestelde diagnose gaat nog steeds op.
Dat is nu wat ik in het artikel van De Randamie mis: de strijdbaarheid van een De Kom. Nog altijd berusten wij Surinamers, leggen wij het hoofd in de schoot en wíllen wij maar niet bemoeien, tégen beter weten in. De Randamie’s goede bedoelingen trek ik niet in twijfel, maar met goede bedoelingen alléén komen we er niet. Daarvoor is strijdbaarheid en strijd nodig, en niet het tellen van wat er nog aan zegeningen is overgebleven. Wij missen het lef van mensen als De Kom, want met al die ja-knikkers van nu blijven we in dezelfde mallemolen ronddraaien: ‘nieuwe heersers, dezelfde stront’. De Randamie maakt zich om de verkeerde redenen zorgen over de media, want ondanks dat Bouterse ze betitelt als rioolratten, hebben ze het lef niet om duidelijk stelling te nemen. Wellicht begrijpelijk vanwege het opgelopen trauma, maar niet langer acceptabel. Immers, “niemand hoeft bang te zijn om te worden geïntimideerd of vermoord in het Suriname van 2012”, zegt De Randamie zelf. Dat Bouterse van zijn fouten zou hebben geleerd –zoals De Randamie ook beweert– is apert onjuist, kijk maar naar de door haar genoemde kuparies: allemaal zijn terug van weggeweest.
Het Surinaams krantenuniversum
door Joshua Taytelbaum
Sinds zijn lancering nu zes jaar geleden plaatst Times of Suriname op één of meerdere pagina’s een Engelstalige versie van de ‘highlights’ van de dag. In navolging daarvan is naar schatting nu twee jaar geleden Dagblad Suriname dit voorbeeld gaan volgen. Het blijft giswerk voor mij uit welke overwegingen dit is geschied, maar eerlijk gezegd ben ik ook niet zo geïnteresseerd in die motieven. Opnieuw moet ik mij die vraag stellen nu de Ware Tijd ‘out of the blue’ en zonder waarschuwing vooraf vandaag twee Engelstalige pagina’s tevoorschijn tovert, geen énkele verwijzing, niet in het hoofdredactioneel commentaar, noch als terzijde bij genoemde pagina’s, de lezer mag het constateren en moet er maar blij mee zijn. Communicatie met zijn lezers is niet bepaald een sterk punt van de Ware Tijd. read on…
Studentenoproer AdeKUS gesmoord
door Rolf van der Marck
Het studentenoproer van eerstejaars-rechtenstudenten aan de Anton de Kom Universiteit van Suriname (AdeKUS) (zie mijn artikel hier “Wanbeleid bij AdeKUS van 22 november) van afgelopen maandag is op een even voorspelbare als belachelijke wijze gesmoord: “om de rust te doen terugkeren onder de studenten” heeft Koningin Schaak Ryan Sidin, bestuursvoorzitter AdeKUS, zijn pion Mr. Judy de Graav, rond welke docent het oproer was ontstaan, geofferd.
read on…Wanbeleid bij AdeKUS
door Rolf van der Marck
Gister is er weer eens een bom gebarsten bij de Anton de Kom Universiteit van Suriname (AdeKUS), nu bij de Rechtenfaculteit, waar slechts 4 van de 117 eerstejaars-studenten in staat zijn gebleken een voldoende te halen voor het vak ‘Recht en Rechtssystemen’. Het staat terecht breed uitgemeten op de voorpagina van de Ware Tijd van vandaag en je hoeft niet eens alle ins en outs te kennen om onmiddellijk te kunnen zeggen dat dit een grof schandaal is. Zo’n wanprestatie kán niet zijn ontstaan door de docent alleen, óók niet door de studenten alleen, nee, dit is het compleet falen van het hele systeem. In feite moet ons enige en kostbare instituut voor hoger onderwijs onmiddellijk aan de beademing, om de ernst van de situatie duidelijk te maken.
Wie vervolgens zoekt wat de krant er zélf van denkt en je gaat naar het hoofdredactioneel artikel, dan vínden ze toevallig wel wat, “maar ze vinden het moeilijk door te dringen tot de essentie van het probleem”. Ze wijzen er enerzijds op dat dit soort situaties al jarenlang voortduurt –decaan Clayton Wallerlei zegt ook dat er met haast alle eerstejaarsvakken problemen zijn–, maar anderzijds zeggen ze dat “studenten aan hun stand verplicht zijn kritisch te blijven denken, van hen wordt verwacht de handen uit de mouwen te steken en diepteanalyses te maken over de kansen en bedreigingen op de universiteit, waar in belangrijke mate hun maatschappijvisie en intellectuele vaardigheid wordt ontwikkeld.” Wat een gelul, de Ware Tijd is hard toe aan een nieuwe hoofdredacteur, zo’n kulargument kan ‘n beetje krant zich niet permitteren.
Kortom, ‘there is something rotten’ in de AdeKUS. Het kan aan van alles liggen, ik noem maar een paar mogelijkheden: gebrek aan financiële middelen, verkeerd management, onvoldoende gekwalificeerde staf en docenten, gebrek aan cohesie tussen universiteitsbestuur en de faculteiten onderling, onvoldoende tot slecht gemotiveerde docenten, te lage drempel bij de instroom van studenten, meest waarschijnlijk –naar mijn mening– een aantal van deze zaken mét elkaar. Er zal dus noodgedwongen ingegrepen moeten worden om te voorkomen dat de AdeKUS volledig teloor gaat. Nu ben ik een verklaard tegenstander van politiek/etnisch bestuurde ministeries en instituten en al helemaal van door Bouterse ingestelde sturingscommissies, maar het rot zit te diep om het probleem over te laten aan het universiteitsbestuur, ze zitten te diep in de shit om er zélf nog uit te kunnen komen.
Wil Suriname zich niet internationaal nog meer te schande maken dan door het bij gebrek aan quorum in het parlement níet ratificeren van internationale verdragen, dan moet het wanbeleid bij de AdeKUS onmiddellijk een halt worden toegeroepen, opdat onze universiteit niet helemaal verloren gaat. Trek een ervaren ‘verandermanager’ aan zoals Ajax dat heeft gedaan in de persoon van Ten Have versus Cruijff, en geef die de opdracht ons nationale wetenschaps- en opleidings- instituut drastisch te reorganiseren. Hoeveel geld daartoe moeten worden neergeteld maakt niet uit, het is altijd vele malen goedkoper dan de teloorgang van de AdeKUS.
[Dit artikel is eerder gepubliceerd op Suriname Stemt.]
Waarom wordt Occupy gedoogd en Sinterklaas-protest niet?
door Rolf van der Marck
Occupy is een anarchistische beweging, ontstaan op 17 september 2011 met een demonstratie vóór het Beursgebouw aan Wall Street, New York, die zich in korte tijd als een olievlek heeft verspreid over de gehele westerse wereld. De beweging kent geen leider(s), beslissingen worden met consensus genomen en activiteiten worden lokaal georganiseerd. De beweging wordt in de Verenigde Staten allerwegen gesteund door vakbonden, internetgroep Anonymous, the Zeitgeist Movement, Ben & Jerry’s en verschillende bekende persoonloijkheden, onder wie Pete Seeger, Michael Moore, Susan Sarandon, Roseanne Barr, Naomi Klein, Immortal Technique, Lupe Fiasco en Nobelprijswinnaar Joseph Eugene Stiglitz.
De doelen van de beweging zijn niet eenduidig. Opmerkelijk is dat mensen van verschillende politieke stromingen en gezindten zich tot deze beweging aangetrokken voelen. De demonstranten protesteren tegen de hebzucht van Wall Street en andere grote financiële instellingen. De hebzucht in de financiële sector beschouwen zij als een van de belangrijkste oorzaken van de financiële crisis waarin de wereld sinds 2008 terecht is gekomen. De Occupy-beweging wordt gevoed door een sterk gevoel van onbehagen over de bestaande economische ongelijkheid in Amerika en elders, de afbraak van sociale en economische verworvenheden en de (vermeende) onzichtbare macht van het multinationale bedrijfsleven over de politieke besluitvorming die in toenemende mate ook als een bedreiging voor de democratie wordt beschouwd. We are the 99% is een veel gebruikte leus waarmee de demonstranten de economische ongelijkheid tussen de rijkste 1% van de Verenigde Staten en de resterende 99% bekritiseren. De beweging organiseert betogingen en (doorlopende) bezettingsacties van publiekelijk toegankelijke plaatsen.
Op 15 oktober was Amsterdam aan de beurt met een bezetting van het Beursplein, dat werd omgetoverd tot een tentenkamp. Maar niet alleen in Amsterdam, ook in steden als Den Haag, Groningen, Rotterdam, Urecht, Winschoten, etcetera, ging honderden mensen de straat op om steun te betuigen aan de Occupy-ideeën. Alhoewel buiten Nederland acties incidenteel wel tot enige gewelddadigheid hebben geleid, is Occupy intentioneel een geweldloze beweging. Het tentenkamp op het Beursplein wordt vooralsnog probleemloos gedoogd door de gemeente Amsterdam, maar er is wel reeds sprake van dat het vóór het Sinterklaasfeest moet worden ontruimd.
Blank protest toegestaan, zwart protest niet
Dit was voor mij onmiddellijk de link met de –overigens zeer kleinschalige– protesten in Dordrecht en Amsterdam bij gelegenheid van de intocht van Sinterklaas. Tijdens de intocht van Sinterklaas in Dordrecht afgelopen zaterdag stonden vier mensen op het Scheffersplein te Dordrecht die een T-shirt droegen met het opschrift “Zwarte Piet is Racisme”. Opeens kwamen er vier politieagenten op hen toelopen en werd hun bevolen zich te verwijderen, dit ondanks dat zij zich op de openbare weg bevonden en de openbare orde niet verstoorden. Eén van hen vroeg op een rustige manier: “Waarom moet ik weg, wat heb ik gedaan? Ik heb toch het recht van vrije meningsuiting?” Een agent hem aan zijn arm trok en zei dat hij werd aangehouden. Een andere agent duwde hem op de grond en begon klappen uit te delen zonder dat de man zich verzette. In Amsterdam heeft de politie heeft zondagmiddag bij de intocht van Sinterklaas vijf activisten aangehouden. De mannen en vrouwen werden meegenomen naar het politiebureau, waar zij een bekeuring hebben gekregen wegens verstoring van de openbare orde. Volgens de politie deelden ze pamfletten uit op het Leidseplein, waar Sinterklaas kinderen toesprak vanaf het bordes van de Stadsschouwburg. In de pamfletten werd Zwarte Piet in verband gebracht met racisme.
Deze twee reacties zijn volstrekt disproportioneel. Waarom wordt Occupy gedoogd en Sinterklaas-protest niet? Een toch wel lastige bezetting van het Beursplein vormt kennelijk geen enkel probleem, maar een handjevol mensen dat geweldloos en waardig protesteert tegen het racistische Sinterklaasfeest wordt in de boeien geslagen en geverbaliseerd. Hier is iets grondig mis. Onvermijdelijk moet dit ook rechtstreeks in verband worden gebracht met ‘de slavernij’ en met de discussie over de recente gemaakte en vertoonde Nederlandse televisieserie over de slavernij. Als genoemde discussie iets heeft duidelijk gemaakt dan is het wel dat de gemiddelde Nederlander nog altijd geen flauw idee heeft wat de slavernij heeft betekend en welk een impact die heeft (gehad) op de nazaten.
Al jaren wordt er in Nederland én Suriname geprotesteerd tegen het Sinterklaasfeest omdat het puur racistisch is. In Suriname heeft dat ertoe geleid dat zo’n twintig jaar geleden het Sinterklaasfeest officiëel is afgeschaft en vervangen door ‘het Kinderfeest’, maar helaas is het onder druk van de commercie weer volledig terug van weggeweest. In Nederland heeft er echter nooit enig begrip bestaan over de zeer terechte gevoeligheden rond dit racistische feest en zijn alle protesten altijd als niet ter zake doende afgedaan. Kooplieden als de Nederlanders zijn, zullen ze zo’n lucratief feest nooit opgeven. Dat Occupy tegen de Sinterklaastijd van het Beursplein moet zijn verdwenen maakt dat helemaal duidelijk.
Nu ben ik geen pleitbezorger voor excuses betreffende een verleden waar het heden niet debet aan is, maar het wordt wel de hoogste tijd dat Nederland en de Nederlanders de pijnlijke resten uit het verleden opruimt en hun houding tegenover slavernij en deszelfs dramatische gevolgen gaat herzien en metterdaad gaat erkennen. Het publiekelijk rehabiliteren van de actievoerders in Dordrecht en Amsterdam en de onmiddellijke afschaffing van alle Sinterklaasintochten voortaan in Nederland zou daarvan een voorzichtig begin kunnen zijn.
[Dit artikel is eerder geplaatst op Suriname Stemt.]
The indentured labor of Sandew Hira
door Rolf van der Marck
Sinds het bestaan van de Surinaamse nieuwssite StarNieuws staan daar regelmatig de columns te lezen van Sandew Hira, pseudoniem voor de onderzoeker, historicus en veelschrijver Dew Baboeram. Zijn columns vallen niet alleen op door breedsprakige, niet ter zake doende uitweidingen, dikwijls is het alleen maar ordinaire prietpraat, maar altijd is daar zijn kokervisie zodra hij zich opwindt over slavernij, racisme en kolonialisme en alles dat volgens hem daarmee verband houdt.
Vandaag bespreekt Hira op StarNieuws de postuum verschenen onvoltooide roman van Clark Accord, Plantage d’Amour. In deze bespreking toont hij zich weer eens van zijn slechtste kant, want het hoeft maar even over slavernij te gaan of hij slaat wild om zich heen. Het onaffe boek heeft hem kennelijk niet kunnen bevredigen (al durft hij dat nauwelijks te zeggen), dus sleept hij alles en iedereen er met de haren bij om aan zijn gerief te komen. Zoals van ouds moet een bakra het ontgelden, ditmaal eens niet een ‘racistische’ Nederlandse historicus, maar nu de ‘racistische’ bakra der Caraïbische letteren, Michiel van Kempen.

Nu is Van Kempen best in staat zichzelf te verdedigen zo hij daar al behoefte aan zou hebben en ik ben ook zeker niet van plan dat te doen. Maar de vraag dringt zich op waarom de historicus Baboeram zich stelselmatig onmogelijk maakt met zijn ongeleide, ‘at random’ afgevuurde projectielen. Ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat alle stoppen bij hem zijn doorgeslagen sinds hij in 2008 is afgewezen als bijzonder hoogleraar Hindoestaanse Diaspora Studies aan de Universiteit van Amsterdam. Vast staat dat hij zichzelf hiermee geen dienst bewijst, maar integendeel, dat hij alleen maar etaleert dat die afwijzing volledig terecht was.
Als historicus zou Baboeram het besef moeten hebben dat geschiedschrijving veel facetten kent en dat zíjn visie er één is uit vele. Maar dit besef ontbreekt te enen male bij hem, alleen zijn eigen visie is de enig juiste, en dat is zo onwetenschapppelijk als het maar zijn kan. Daarbij heeft hijn zich nu vastgebeten in slavernij en kolonialisme, hetgeen toch duidelijk wat anders is dan Hindoestaanse Diaspora. Want zou hij zijn principes op zichzelf van toepassing maken, dan moet hij in ieder geval over slavernij zijn mond houden. Maar als Baboeram en Hira hun mond houden, zijn ze dood.
Onbegrijpelijk vind ik het dat StarNieuws kritiekloos alles van Hira plaatst en daarbij ook geen weerwoord toestaat, wat ik ooit heb geprobeerd. Een nieuwssite wordt geacht zo objectief mogelijk te zijn, maar dat betekent nog niet dat iemand de gelegenheid moet krijgen om als een olifant door de porseleinkast te banjeren. Wellicht is het etnische verbondenheid die hiertoe heeft geleid, maar toch zou men daar bij StarNieuws eens wat kritischer naar moeten kijken.
Slavernij & verleden, slavernij & heden
Wat weet Nederland van slavernij? Wat wil Nederland weten van slavernij? In zijn algemeenheid –het heeft geen enkele zin hier te verbijzonderen– moet het antwoord op beide vragen ‘nee’ zijn. De Nederlander wéét niets en wíl niets weten van slavernij, voor hem is het gezeur, de slavernij is toch al in het midden van de 19e eeuw afgeschaft? Nou, wat zeuren ‘ze’ dan nog? Desondanks ben ik als bakra tien jaar geleden naar Suriname, één van die met een slavernijverleden beladen landen, geëmigreerd en dáár ben ik eerst te weten gekomen welk een enorme invloed de slavernij heeft gehad en nog altijd heeft op ‘de Surinamer’, zwart, wit, geel of bruin en alles er tussenin.
Suriname is eerst twee-en-dertig jaar zelfstandig en bevindt zich dus nog steeds in de postkoloniale periode en dat zal nog wel even duren ook. Een schrikbewind van drie-en-een-halve eeuw, dat autochtone bevolking, geïmporteerde slaven en contractarbeiders steeds letterlijk onder de knoet heeft gehouden schud je niet zo maar even van je af. En omdat Suriname nu eenmaal een wingewest was, moest en zou het profijtelijk zijn en daar draagt het tot op vandaag de sporen van. Wat er nog van de autochtone bevolking over was, werd te lui bevonden om te werken, dus er moesten arbeiders, slaven dus, worden geïmporteerd. Toen de slavernij eenmaal was afgeschaft moesten ‘dus’ opnieuw arbeiders worden binnengehaald, nu op contract, maar erg veel verschilde dat niet van slavernij.
Deze wordingsgeschiedenis van Suriname heeft geresulteerd in de demografische samenstelling van Suriname zoals wij die vandaag de dag kennen, bij benadering te weten Indianen (3%), Creolen (32%) en Marrons (10%), Hindostanen (35%), Chinezen (3%) en Javanen (15%). Naar religie verdeeld is 27,4% Hindu, 25,2% Protestant, 22,8% Katholiek en 19,6% Islam. De officiële voertaal is het Nederlands, daarnaast is Sranan een belangrijke voertaal (±70%) en in mindere mate het Sarnami (±27%). In totaal kent Suriname ruim 20 talen.
Tot midden/eind 19e eeuw was de situatie vrij overzichtelijk, de autochtone Indianen waren nauwelijks meer in tel noch in tal, de bevolking bestond uit een zeer kleine blanke elite en daarbuiten het werkvolk, de tot slaaf gemaakte Afrikanen. Wel kwam al vrij snel binnen die groep Afrikanen een verbijzondering tot stand, namelijk de uit slavernij gevluchte vrije Afrikanen, de Marrons, die zich in het binnenland vestigden. Eerst met de afschaffing van de slavernij werd het gecompliceerd. Enerzijds werden de vrijgegeven slaven verplicht nog tien jaar bij hun meester te blijven werken, anderzijds kwamen de contractarbeiders het land binnen, die aanvankelijk dan wel een vorm van dwangarbeid ondergingen, maar die na afloop van de contractperiode veelal werden gecompenseerd met grondbezit. Vermenging van ras was aanvankelijk nauwelijks aan de orde, ieder trok zich terug op de eigen cultuur.
(Philippos II van Macedonië, vader van Alexander de Grote, aan wie de spreuk ‘divide et impera’, ‘verdeel en heers’, wordt toegeschreven)
Zo is Suriname een etnische smeltkroes geworden zonder smeltpunt, want alhoewel naar mate de tijd voortschreed vermenging van ras al lang geen uitzondering meer vormde, zijn niet alleen de etnische scheidslijnen blijven bestaan, maar worden deze tot op de dag van vandaag gekoesterd. De voor zijn samenhang zoveel geprezen Surinaamse samenleving is in feite niet anders dan een ‘make beleive’ van mensen die zeggen elkaar te respecteren, maar die als het er op aankomt steeds weer terugvallen op de eigen groep, binnen de bestaande etnische scheidslijnen. Dat die scheidslijnen zijn blijven bestaan is in hoge mate te wijten aan het koloniaal bewind, dat steeds met succes een ‘verdeel en heers’ politiek heeft gevoerd om als kleine elite het gepeupel de baas te (kunnen) blijven. Ter illustratie van deze bestaande scheidslijnen moge dienen dat er een paar decennia geleden een beweging is geweest van mensen die grofweg het westelijk deel van Suriname tot een Hindostaanse staat wilde maken, en waarbij het oostelijk deel zou worden toegekend aan de rest van de Surinaamse bevolking. Kortom, Suriname is nooit een natie geworden en heeft ook nooit aan ‘natievorming’ gewerkt. Integendeel, in het voetspoor van de kolonisator heeft het bevrijde Surinaamse volk er nooit werk van gemaakt om de etnische scheidslijnen te slechten.
(no such thing as “wan pipel”)
Dat is het bedrieglijke van die elkaar oh zo respecterende Surinamers, ze houden de schijn op, maar ze vertrouwen elkaar niet. In wezen is het land tot op het bot verdeeld. Dat is waar de slavernij tot op de dag van vandaag nog werkt, nog dagelijks voelbaar is, ook al is die dan bijna anderhalve eeuw geleden afgeschaft. Het is de buitenwereld die zeurt wanneer ze niet wil zien en erkennen dat Suriname nog niet heeft afgerekend met de slavernij.
De hier eerder gepubliceerde beschouwing van Peter Meel over de televisie-serie “De slavernij” vormde de aanleiding om míjn visie te geven op de dagelijkse beleving van de slavernij in Suriname.
I hate SU the monument
door Rolf van der Marck
Het is maar hoe je het bekijkt, maar ik kan de zojuist herplaatste, nu in steen opgetrokken verbeelding van de allerminst originele slogan ‘I love SU’ niet als monument zien, of het zou moeten zijn als een monument van lelijkheid. ‘I love SU’ is de nieuwste rage, minstens een jaar oud en nog steeds niet uitgeraasd, hoe is het mogelijk! Mensen die dachten origineel te zijn hebben het al decennia lang bestaande en geregistreerde beeldmerk van New York mishandeld en hebben er niet alleen ‘I love SU’ van gemaakt, maar wensen er ook nog eens auteursrechten over te claimen. Waar halen ze het gore lef vandaan?
Van welke kant je het ook bekijkt: dit ding is fout, alles is er fout aan. De afzichtelijk term ‘SU’ is een aantal jaren geleden geïntroduceerd door blaka bakra’s, die uit gemakzucht – of uit welke andere belachelijke overweging ook – in plaats van Sranan de letters SU zijn gaan gebruiken. Die ‘folie’ heeft om zich heen gegrepen en is ruim een jaar geleden opgepakt door beeldend kunstenaar George Struikelblok om er een ‘monument’ van te maken en het met behulp van het directoraat Cultuur van het ministerie van Onderwijs en Volksgezondheid (Minov) te plaatsen op een van de mooiste en meest gevoelige plaatsen van het historisch erfgoed Paramaribo: allernaast Fort Zeelandia.
Dat het eerder geplaatste houten ‘monument’ aan het verteren was, was een duidelijk teken, maar helaas is dat teken door niemand onderkend. Nu zit Paramaribo opgescheept met het meest neppe wanproduct dat je je maar kunt denken. George Struikelblok zal hard moeten werken om zich als beeldend kunstenaar te rehabiliteren en het Directoraat Cultuur heeft heel wat uit te leggen, want sinds wanneer wordt wansmaak gesubsidieerd in dit land en sinds wanneer mag het historisch erfgoed voor paal worden gezet? Het zou voor de Unesco zomaar voldoende reden kunnen zijn om ons historisch erfgoed van de lijst te verwijderen.
Erna Aviankoi, grondenrechten en ordening goudsector
Goudconcessie in Brokopondo-stuwmeer?
door Edgar Mampier
Erna Aviankoi, mensenrechtenactivist, voorvechter grondenrechten van Inheemsen en Marrons, voormalig journalist, momenteel hoofd Marketing and Communication van de Maritieme Autoriteit Suriname (MAS), is vorige week vrijdagmorgen zeer selectief beroofd. Terwijl zij aan het werk was, is er ingebroken in haar woning, vanwaar de dieven – met voorbijgaan aan al het andere aanwezige – haar laptop, videocamera en twee digitale voicerecorders hebben ontvreemd. Hoogst bevreemdend.
Misschien ook weer niet wanneer je bedenkt dat Erna Aviankoi sinds de Gran Krutu te Langatabiki van februari j.l. een geduchte tegenstander is van de regering Bouterse, omdat zij daar fel het standpunt van de Inheemsen en Marrons heeft verdedigd, die er op blíjven staan dat eerst het grondenrechtenprobleem moet zijn opgelost vóórdat de goudsector kan worden geordend. Om die reden heeft het verenigd traditioneel gezag van Inheemsen en Marrons haar benoemd tot hoofdkapitein om ‘in functie’ de strijd met de overheid te kunnen aanbinden. Met recht een geduchte tegenstander.
Gran Krutu
Om nog even uw geheugen op te frissen, de door de regering Bouterse ingestelde Commissie Ordening Goudsector onder leiding van de beul van het bos van de jaren ‘80, Melvin Linscheer, organiseerde in februari met veel tromgeroffel een Gran Krutu met veel dignitarissen van het traditioneel gezag zowel als van de zijde van de regering en met een op de eerste en de laatste dag ingevlogen president, om er niet langer misverstand over te laten ontstaan dat éérst de goudsector geordend moest worden, aleer men bereid was over de grondenrechten te praten. Het bleek een dictaat, geen overleg.
Bouterse cum suis hadden geheel buiten de waard gerekend. De Inheemsen en Marrons waren even beleefd als vasthoudend en hebben van vrijdag tot en met zondag keer op keer hun standpunt herhaald, dat éérst de grondenrechten moeten zijn geregeld vóórdat er sprake kan zijn van ordening in de goudsector. De regering heeft twee grote taxatiefouten gemaakt, allereerst dat Inheemsen en Marrons niet langer met kraaltjes en kettinkjes zijn te kopen, en vervolgens dat zij traditioneel alleen in een krutu bij consensus tot besluitvorming kunnen komen, dikwijls een langabere weg, maar daarna stáát de beslissing. Een van boven opgelegde beslissing wordt en is niet geaccepteerd.
Toch goudconsessie verstrekt
Dat betekent dus een patstelling, die de regering echter niet belemmert om over alle geuite bezwaren en problemen heen te walsen en dóór te denderen alsof er nooit een Gran Krutu is geweest. Dat is overduidelijk gebleken, nu Ronny Asabina, fractieleider van coalitiepartij BEP in de DNA, heeft onthuld dat de regering Bouterse een concessie heeft verleend om in het Brokopondo-stuwmeer goud te winnen. Dit niettegenstaande door Inheemsen en Marrons uitdrukkelijk is verzocht om geen nieuwe goudconcessies uit te geven voordat alle hangende problemen zijn opgelost.
Terug naar Erna Aviankoi. Niet alleen staat er belangrijke werkinformatie op haar gestolen laptop, maar als activiste onderhoudt ze nauwe banden met internationale organisaties en veel van deze informatie is vertrouwelijk. Aviankoi’s optreden tijdens de Gran Krutu is haar van regeringswege niet in dank afgenomen en ongetwijfeld zijn er in het Bouterse-kamp een aantal invloedrijke en door de wol geverfde figuren, die niets zullen nalaten om Aviankoi pootje te lichten indien dit maar enigszins binnen hun vermogen ligt. Daarom wekt het ook verbazing dat zij nog niet op basis van gewijzigde inzichten buiten functie is gesteld bij de MAS.
De tijd zal moeten leren of de gestolen apparatuur te zijner tijd tégen Aviankoi gaat worden gebruikt, of dat zal blijken dat het hier een ordinaire diefstal betreft zoals we die dagelijks moeten signaleren. Ook of er wellicht enig verband bestaat met de verleende goudconcessie in het Brokopondo-stuwmeer. Want daarbij moeten grote vraagtekens worden geplaatst.
Wordt ongetwijfeld vervolgd.
[overgenomen van Suriname Stemt]
Aviankoi kapot van diefstal laptop met gevoelige info
door Rolf van der Marck
Erna Aviakoi, een mensenrechtenactivist met het accent op Marron-, gronden- en vrouwenrechten en met een achtergrond als journalist, kan maar niet bijkomen van een inbraak vorige week vrijdag in haar woning te Pontbuiten. De inbreker liet alle kostbare spullen liggen en nam een merkwaardige collectie mee, te weten een laptopcomputer met daarin zeer gevoelige informatie, een videocamera en twee digitale voicerecorders. “Niks anders hebben ze aangeraakt, zegt ze. De inbraak vond vrijdagochtend plaats terwijl ze aan het werk was. Een raam werd gekraakt en vervolgens een deur geforceerd.
Het slachtoffer heeft zo haar bedenkingen over het motief van de inbreker (s), maar ze vindt het beter haar mond te houden totdat ze het zeker weet. Aviankoi is hoofd van de afdeling Marketing and Communications bij de Martieme Autoriteit Suriname (MAS) en heeft belangrijke werkinformatie op haar laptop, die ze nu kwijt is, maar dat is niet haar grootste zorg. Vanwege haar rol als activiste onderhoudt ze nauwe banden met internationale organisaties. Veel documenten op de computer waren discreet en nu weet de activiste niet wat eventuele kwaadwilligen daarmee zullen doen, indien ze toegang krijgen. Aviankoi is zo van streek, dat ze meteen een aantal dagen verlof opnam. Vandaag was ze nog thuis.
“En nu ligt al me informatie en informaties over me contacten op straat,” jammert Aviankoi die sinds begin dit jaar in de clinch is met de overheid. Door openlijk op de bres te springen voor Inheemsen en Marrons en tijdens een overheidsconferentie voor ordening van de goudsector op te roepen eerst de grondenrechten te erkennen, trapte ze de overheid tegen de schenen. Ze is spreekbuis voor alle Marron- en Inheemse stamhoofden als het aankomt op de tribale rechten en werd zelfs tot hoofdkapitein benoemd door een vertegenwoordiging van alle stamhoofden tijdens een krutu op Langatabiki, een unieke eretitel voor de activiste. Na de inbraak heeft Aviankoi aangifte gedaan, maar had even de indruk dat de politie van het bureau Latour, mogelijk door gebrek aan logistiek niet veel kon uitrichten. Tenminste één keer zou ze de agenten met haar eigen vervoermiddel hebben opgehaald, omdat de politiepost op dat moment geen politiewagen ter beschikking had. Nadat ze in de loop van de week een beetje stampei had gemaakt op het bureau, kreeg ze de indruk dat er wel wordt gewerkt aan de zaak en dat het onderzoek vordert.
[uit de West, 3 juni 2011]






