blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Marck Rolf van der

Nederland is het aan zijn VOC- en WIC-verleden verplicht NiNsee een doorstart te geven

 
Jan Bank
Onder de intrigerende titel “Executiefoto’s zijn momentopnames” stond gister een artikel van emeritus-hoogleraar vaderlandse geschiedenis aan de Universiteit van Leiden Jan Bank in de Volkskrant, dat onmiddellijk grote nieuwsgierigheid bij mij opwekte en tot herinneringen aanleiding was, herinneringen aan de zo geheten “politionele acties” in het voormalig Nederlandsch-Indië. Mijn vroegste herinnering is de verontwaardiging van mijn broer die in 1947 werd afgekeurd voor militaire dienst vanwege een lui oog, dat zijn vaderlandsliefde én een grootse rol in de verdediging van ons vaderland in de kiem smoorde. Hij ging zelfs zover om herkeuring aan te vragen, maar tevergeefs, een lui oog is een lui oog en regels zijn regels.
Toen ik in 1954 in militaire dienst ging, was de Koreaanse oorlog nog maar net met een tot op de dag van vandaag voortdurende wapenstilstand – die overigens zomaar weer in een oorlog zou kunnen verkeren – een voorlopig halt toegeroepen. De politionele acties en de Koreaanse oorlog waren mijn rugdekking toen ik later door mijn zoons werd aangevallen waarom ik niet dienst had geweigerd en waarom ik dan ook nog eens een opleiding had doorlopen. Nu zou ik – indien afgekeurd – waarschijnlijk geen herkeuring hebben geëist zoals mijn broer, maar vaderlandsliefde was ook mij niet vreemd. Inzicht in wat zich rond de politionele acties allemaal had afgespeeld had ik überhaupt niet, maar dat onze zojuist herwonnen vrijheid werd bedreigd door de Koreaanse oorlog was een waar schrikbeeld.
Mijn liefde voor de grote literatuurschat die de Indische Archipel heeft voortgebracht, onherroepelijk ontstaan bij lezing van Multatuli’s Minnebrievenen de Havelaar, bracht natuurlijk wel de nodige nuancering aan in mijn standpunt ten opzichte van de Oost en alles wat zich daar heeft afgespeeld onder eeuwenlang Nederlands (schrik)bewind, maar het zou nog even duren voordat alle gruwelen van de politionele acties volledig tot mij waren doorgedrongen, sindsdien reden genoeg om mij steeds opnieuw te ergeren aan die mitigerende term “politionele acties”. Verbazingwekkend is overigens dat in de Oost-Indische literatuur nauwelijks iets te merken is van de veenbrand van het verzet tegen de koloniale overheersing, die toch al decennia voor de politionele acties woedde. Bij mijn weten is alleen in Du Perron’s Land van herkomst daarvan expliciet sprake.
Je moet er geweest zijn
 
Uit de tijd van de “apartheid” in Zuid-Afrika, toen dat land van alle kanten geboycot werd vanwege de gewelddadige instandhouding van rassen- discriminatie, stamt de slogan “Je moet er geweest zijn”, sindsdien helaas te kust en te keur misbruikt in reclameslogans. De oorspronkelijke slogan was bedoeld om aan te geven dat alleen als je in het land was geweest en de daar heersende schrijnende rassentegenstellingen aan den lijve had ondervonden, je je een oordeel kon vormen over wat zich in Zuid-Afrika onder het apartheidsregiem afspeelde. Eender geldt dit voor Nederlandsch Indië, maar die kans is verkeken, want met een nostalgische reis van een aantal weken kun je onmogelijk achterhalen wat zich in de hoofden en harten van de mensen afspeelt, daarvoor is een veel langer verblijf nodig.
Brandmerkijzers
Door een speling van het lot ben ik in Suriname terechtgekomen, het vroegere stiefbroertje van Nederlandsch Indië. In de tien jaar die ik hier nu woon is mij eerst goed duidelijk geworden hoe waar het is dat je ergens moet zijn om er over te kunnen oordelen. Want wat de koloniale overheersing het land, maar meer nog de mensen heeft aangedaan, wordt je slechts heel geleidelijk duidelijk. Het is die veenbrand die eeuwen heeft gewoed en die nog altijd niet is bedwongen, soms zie je hem even niet, maar dan duikt hij plots weer op. Hetzelfde geldt ongetwijfeld ook voor voormalig Nederlandsch Indië en voor alle voormalige koloniën, waar ook ter wereld. Het is de onderdrukking, de vernedering, die de van zijn vrijheden beroofde mens nooit helemaal van zich heeft kunnen afzetten en die plots weer bovenkomt omdat de gedachte eraan onverdraagbaar blijft. Ook al heeft hij het zelf niet aan den lijve ondervonden, het brandmerk is er nog altijd.
Executiefoto’s zijn momentopnames
Bij het zien van de titel “Executies zijn momentopnames” moest ik lachen en huilen tegelijkertijd. Lachen omdat de foto’s van die executie uiteraard momentopnames zijn, daarvoor zijn het foto’s. Maar het woord “momentopnames” werkt storend in de contekst, omdat de  idee wordt opgeroepen als zou er verder niets aan de hand zijn geweest, slechts een incident, vandaar dat huilen. Lezing van het artikel van Bank maakt echter snel duidelijk dat er wel degelijk iets aan de hand is geweest daar in Nederlandsch Indië en dat hij oordeelt dat er al lang behoefte is aan tekst en uitleg. In 1969 werd een enquête om onderzoek te doen naar de geweldsexcessen afgewezen. Een vergelijkbare studie als die van De Jong over Nederland in oorlogstijd is er nooit gekomen, het is gebleven bij de Excessennota van historicus/jurist Cees Fasseur en een publicatie van historische bronnen, twintig boekdelen barstensvol gegevens van onschatbare waarde, twee goudmijnen voor geschiedschrijving waarmee nooit iets is gedaan.
NiNsee met nieuwe naam en ruimere doelstelling & middelen
Dit bracht mij onmiddellijk bij het Nationaal Instituut Nederlands slavernijverleden en erfenis (NiNsee), dat per het einde van dit jaar gedwongen moet sluiten vanwege beëindiging van de subsidie. De missie van NiNsee is “het zich ontwikkelen en positioneren als nationaal symbool van het gedeelde slavernijverleden en de gezamenlijke toekomst van alle Nederlanders, door structureel en vanuit verschillende invalshoeken het Nederlandse slavernijverleden en de gevolgen daarvan voor de Nederlandse samenleving, nationaal en internationaal voor het voetlicht te brengen.” 
Mijns inziens is het NiNsee te eenzijdig gefocust op het slavernijverleden, waarschijnlijk omdat het Surinaams Landelijk Platform Slavernijverleden, ook verantwoordelijk voor het Surinaams Slavernijmonument in het Oosterpark, de initiatiefnemer is geweest bij zijn totstandkoming. Nu geheel onverwacht foto’s zijn opgedoken van een gruwelijke executie in Nederlandsch Indië, is dit het juiste moment een nationale actie te starten om NiNsee een doorstart te geven met een nieuw naam en verruimde doelstelling, zodat “alle vormen van gedeeld koloniaal verleden” eronder komen te vallen, en om meer fondsen te genereren. Noodzakelijk om eindelijk mogelijk te maken dat onder andere de studie waar Bank in zijn artikel voor pleit ter hand kan worden genomen door het als een Phoenix uit zijn as herrezen NiNsee. Nederland is het aan zijn VOC- en WIC-verleden verplicht.

Historische blunders

door Rolf van der Marck

Het Britse parlement heeft kort geleden de historische blunder begaan om de ‘Big Ben’ in Londen om te dopen tot ‘Elizabeth Tower’. De toren is hernoemd om Queen Elizabeth te eren, die dit jaar 60 jaar geleden tot koningin werd gekroond. Alhoewel de toren in feite gewoon ‘Clock Tower’ heet, staat hij wereldwijd bekend als Big Ben, naar de politicus Sir Benjamin Hall, Big Ben genoemd vanwege zijn rijzige gestalte, de originator van de in 1859 voltooide neo-Gothische Clock Tower.

read on…

”Onze assembleeleden kunnen toch lezen…” van Alphons Levens

Ingezonden brief: Onze assembleeleden kunnen toch lezen…

Het is voortdurend een gedoe omtrent spreektijden in ons parlement, De Nationale Assemblee.

Op radio ABC hoorde ik een assembleelid dat meester in de rechten is zeggen:”Ik heb nog twee minuten spreektijd over. Misschien kan ik van andere parlementariërs minuten lenen (of overnemen).” Een andere parlementariër, een medisch specialist, zei daarna op hetzelfde radiostation:”Wij hebben geen spreektijd over.” Weten wij nog van welk Franse woord “parlement” is afgeleid? Dit terzijde.
Ik vraag me af waarom de parlementariërs in onze De Nationale Assemblee nauwelijks of nooit met papers werken. Je wint toch een hoop spreektijd als je wat je wilt zeggen, jouw toespraak, reactie of commentaar, op papier zet en stuurt naar alle fractieleiders, de Assembleevoorzitter, de griffie, de regering en de pers? Dan kan de discussie of het debat meteen beginnen!

read on…

Groot Sranantongo-dictee gewonnen door Patrick Dorder

De prijswinnaars van het Groot Sranantongo-dictee 2012:
 Patrick Dorder, midden, 1e prijs, rechts van hem staat Denise Jannah, 2e prijs,
 en links van hem Armand Elia, 3e prijs.
door Rolf van de Marck

Radio Double7fm en Vereniging Ons Suriname in Amsterdam hebben –na het succesvolle eerste Groot Sranantongo-dictee van vorig jaar– in samenwerking met Stichting Eer & Herstel dit jaar wederom een Groot Sranantongo-dictee georganiseerd, welk evenement zich afgelopen zondag heeft afgespeeld in het gebouw van Vereniging Ons Suriname te Amsterdam. Bij de uitnodiging schreef de organisatie: “Hoewel bijna alle Surinamers vloeiend Nederlands spreken, is vooral het Sranan de taal van hun hart. Het Sranan is van ons allemaal en verbindt ons met elkaar.”
Het Sranan is als spreektaal ook in de diaspora niet kapot te krijgen, maar het schrijvenis een andere, moelijker zaak. Om het Sranan in stand te houden is spreken alleen niet voldoende en het is duidelijk dat veel mensen zich dat bewust zijn en er ook daadwerkelijk wat aan doen. Dat bleek ook uit het enthousiasme waarmee de 30 deelnemers zich in een broeierige zaal van Vereniging Ons Suriname van hun zelfopgedragen taak hebben gekweten.
De tekst van het dictee was dit jaar van de hand van de in Suriname woonachtige songwriter Ruth Koenders (@maripa), die Eddy van der Hilst, lid van de Spellingscommissie 1986 en auteur van De spelling van het Sranan. Hoe en waarom zo? had gevraagd haar tekst te corrigeren. In 2006 was Ruth Koenders de eerste Surinaamse songwriter die internationale erkenning verwierf met haar in het Sranan geschreven lied Pasensi Kado, dat met de eerste prijs werd bekroond in een door de Innovation Entertainment Group in Miami wereldwijd uitgeschreven contest. Het –niet zo eenvoudige–  dictee werd met verve voorgelezen door Flos Rustveld van Radio FiriFM.
De jury, die bestond uit voorzitter Max Sordam en de leden mevrouw Esajas en de heren Hart, Jones, Koorendijk en Uda, had een zware taak met het nalezen van alle dictees en het vast- stellen van de prijzen Voor de derde plaats moest bovendien worden geloot, omdat de 2e prijs-winnaar van vorig jaar, Helga Bouterse, en Armand Elia een gelijk aantal fouten hadden, zodat Elia de 3e prijs werd toegekend.
Iwan Rink
Om de door de jury benodigde tijd te overbruggen was er voorzien in een voordracht van de in Rotterdam woonachtige dichter van Surinaamse afkomst Iwan Rink, die met zijn klederdrachten en zijn gedichten in het Sranan daaraan een mooie invulling gaf. Dit inspireerde de broer van Edgar Cairo bovendien om spontaan een aantal gedichten van broer Edgar zowel als van Tata Koenders voor te dragen. Toen de uitslag langer uitbleef dan verwacht droeg presentatrice Flos Rusveld ook nog een aantal van haar eigen gedichten voor.
Voor het dictee hadden zich 50 mensen aangemeld, waarvan er ondanks het regenachtige weer toch 30 zijn komen opdagen, waaronder fanatiekelingen als Edgar Burgos (Bugru) en Denise Jannah. De deelnemers hadden aangegeven dat zij het Sranan goed tot uitmuntend beheersen als spreektaal, maar dat het schrijven volgens de officiële spellingsregels moeilijk en dikwijls onduidelijk is. Hen blijkt nog steeds niet helemaal duidelijk hoe bepaalde woorden en klanken geschreven moeten worden. De jury hanteerde de spelling van het Sranan volgens de resolutie van 15 juli 1986, # 4501, inzake vaststelling officiële spelling voor het Sranantongo. De organisatie hoopt dat dit initiatief er toe zal leiden dat er duidelijkheid komt in wat daadwerkelijk de correcte spelling is van het Sranan.

Bij de dood van Gerrit Komrij (1944-2012)

door Rolf van der Marck

Uit alle berichten in de media onmiddellijk na het bekend worden van Komrij’s dood spreekt één grote gezamenlijke mening: ons leven is een stuk armzaliger geworden. Zelfs mensen die nooit hebben opengestaan voor poëzie gaan nu wellicht beseffen dat ze iets hebben gemist, namelijk de mogelijkheid om met behulp van poëzie het leven dragelijk te maken, want dat is wat Komrij deed. Eerst en vooral voor zichzelf, maar hij heeft iedereen die maar wilde erin laten delen, en dat zijn er vele.

Sprankjes illusies, omkneld door illusieloze regels
Onvermijdelijk was een van mijn eerste herinneringen aan Komrij die bij mij boven kwam zijn bloemlezing van Bernardo Ashetu, onder de titel Dat ik zong uitgekomen in de Sandwich-reeks bij Van Gennep, later ook opgenomen in de Clubsandwich-reeks. De zin: “Sprankjes illusie, omkneld door illusieloze regels”, is misschien wel de meest wezenlijke en ter zake doende observatie van Komrij bij de gedichten van Ashetu. “De constatering van het geluk”, zegt Komrij, ”is tegelijk de ontkenning van het geluk.” En even verderop: “Krimpen en verdwijnen moet de dichter, zelf deel worden van een gong –
  Zo was ’t in
  één wegstervende toon
  dat ik zong –

“Je kunt”, zegt Komrij in zijn inleiding, “om meer te weten te komen over een dichter ook zijn gedichten lezen.” Hoe waar is dat, maar hoe blij zijn wij niet dat Komrij ons daarbij op weg heeft geholpen.

Premier Rutte en ons slavernijverleden

door Rolf van der Marck
De inmiddels traditionele Nationale Herdenking Slavernijverleden op 1 juli in het Amsterdamse Oosterpark bij het Nationaal Monument Slavernijverleden ter herdenking dat op 1 juli 1863 de slavernij werd afgeschaft in Suriname en de Nederlandse Antillen, is in de loop der jaren uitgegroeid tot een waardige en indrukwekkende plechtigheid met toespraken van bewindslieden namens het kabinet, de burgemeester van Amsterdam, en vertegenwoordigers van de Ghanese, Surinaamse, Antilliaanse en Arubaanse regeringen.
Dit jaar was premier Mark Rutte de ‘keynote speaker’, die niet duidelijker had kunnen zijn in zijn afwijzing van slavernij in het algemeen en de eeuwenlange bijdrage van Nederland en Nederlanders in het bijzonder, alhoewel het echter voor degenen die herstelbetalingen en een excuus van de koningin verwachten ongetwijfeld toch te weinig zal zijn geweest.

Mark Rutte. Foto © Michiel van Kempen

.

Een zwarte bladzijde uit onze geschiedenis
“Te lang is slavernij in ons land en de andere delen van het Koninkrijk ‘gewoon’ geweest, iets dat erbij hoorde. Te lang hebben oneigenlijke argumenten vóór de slavernij het gewonnen van het enige argument dat telt: namelijk dat ieder mens eigenaar is van zijn eigen leven”, aldus Rutte. Nederland moet volgens hem rekenschap afleggen voor “deze zwarte bladzijde uit onze geschiedenis”. “We kunnen en mogen niet weglopen voor de feiten. En die feiten zijn dat grote groepen mensen en hun nazaten mede door toedoen van Nederlandse slavenhandelaren hun leven in onvrijheid moesten leiden. Dat leed, die geschiedenis, mogen we nooit wegpoetsen en nooit vergeten. Nederland is daarom verplicht wereldwijd en in eigen land te blijven vechten tegen allerlei vormen van slavernij”, aldus de premier. Hij denkt hierbij bijvoorbeeld aan kindsoldaten in Afrika, mijnwerkers in India, mannen, vrouwen en kinderen in sweatshops in Mexico en China en Oost-Europese en andere vrouwen die in de prostitutie worden gedwongen. “Daartegen moeten we blijven vechten. En dit is de dag die ons daaraan herinnert.”
Jammer

Jammer alleen dat Rutte heeft gemeend informeel, want zonder das, naar deze herdenking te kunnen gaan, dit ondanks dat hij geweten moet hebben dat een grote stoet deelnemers aan de herdenking en aan het Keti Koti-feest na afloop al om 11 uur in een kleurrijke optocht van looporkesten en mensen in traditionele kledij van start was gegaan vanaf de Stopera om in optocht naar het Oosterpark te lopen. Het getuigt van weinig respect voor de deelnemers aan deze herdenking, veelal nazaten van slaven, in hun ‘ceremonieel tenue’. Was het zo moeilijk om een das om te doen?

Tijdens de kranslegging bij het monument nam Barryl Biekman, voorzitter van het Landelijk Platform Slavernijverleden, buiten het protocol om onverwacht het woord om een pleidooi te houden tegen stopzetting van de subsidie aan het Nationaal instituut Nederlands slavernij- verleden en erfenis (NiNsee), waarop instemmend werd gereageerd door de aanwezigen. Die organisatie, die ook deze herdenking organiseert, zou daardoor eind van dit jaar haar deuren moeten sluiten. Een gemiste kans van Rutte dat hij daarop niet is ingegaan, al was het dan ook buiten het protocol, Daarmee had hij kunnen aantonen dat zijn zojuist uitgesproken woorden “daartegen moeten we blijven vechten” gemeend waren.

Dinsdag 3 juli 2012.

 Ik moet mijn excuses aanbieden aan Premier Mark Rutte, aangezien hij wél keurig met das is verschenen bij de Slavernijherdenking. De hierboven geplaatste foto vond ik in het Surinaamse ochtendblad de Ware Tijd van vandaag en die liegt er niet om.
Mijn bericht, en naar nu blijkt de verkeerde foto, had ik ontleend aan NRC Handelsblad-online van zondag, die níet erbij had vermeld dat het om een archieffoto ging.
[Foto is om copyrightredenen vervangen door een andere foto – red CU.]

Mausoleum voor Hira?

door Rolf van der Marck

 

Sandew Hira is niet te stoppen. Ondanks alle kritiek die hij heeft moeten incasseren op zijn idee om Fort Zeelandia tot een mausoleum te maken “waarin de pijn en het verdriet van 400 jaar onderdrukking, vernedering en moorden worden samengebracht”, komt hij vandaag –niet verrassend– op StarNieuws met een nieuwe aflevering van zijn obsessieve-compulsieve stoornis aangaande dekolonisatie, getiteld Principes, opportunisme en moraal. Geheel passend in de persoonlijkheidsstructuur van Sandew Hira reageert hij niet op de negatieve reacties, maar enkel op de –in zijn ogen ongetwijfeld– positieve reacties van Eugène van der San en Paul Middellijn. Eerstgenoemde heeft Hira niet alleen de hemel in geprezen, maar hem zelfs “deze geweldige mens Sandew Hira” genoemd, terwijl Middellijn hem via Facebook heeft benaderd om zitting te nemen in de commissie voor de invulling van Fort Zeelandia.

Hira’s column van vandaag is een antwoord op Middellijn’s uitnodiging, een antwoord dat Hira’s spagaat duidelijk maakt tussen opportunisme en moraliteit. Daarbij is Hira ook nog eens uiterst naïef door luidop en publiekelijk aan Van der San en Middellijn te vragen: “Vinden jullie dat Fort Zeelandia moet worden omgebouwd tot een mausoleum waarin ook de Decembermoorden –waar Bouterse, de president, de verantwoordelijkheid voor draagt– een volwaardige plek moet krijgen?” Het antwoord zal natuurlijk “nee” luiden, maar dat wist Hira al. Waarom moet hij dan zo op het publiek spelen? Aan het slot van zijn column herhaalt Hira nog eens zijn vraag in andere bewoording: “In de maatschappelijke commotie die is ontstaan over een nieuwe bestemming van Fort Zeelandia waren er krachten die morele argumenten rond de Decembermoorden gebruikten om politieke punten te scoren. De vraag is nu of het beleidscentrum politieke argumenten gebruikt om een morele benadering van de Decembermoorden terzijde te schuiven. Als de reactie van de initiatiefnemers op deze column bekend zijn, dan kan iedereen beoordelen of ik en andere spelers in de discussie handelen uit opportunisme of principes en moraal.”

Wat beweegt Hira om een vraag te stellen waarop hij het antwoord kent, wat in godsnaam beweegt hem, anders dan zijn obsessieve-compulsieve stoornis? Is dit de manier om ons te overtuigen van zijn hoge morele standaarden? Waarom vindt hij het nodig om ons op de vraag van Middellijn: “Je bent toch niet bang vanwege de herrie die is ontstaan?” te laten weten: “Alsjeblieft zeg, zo kijkt Middellijn kennelijk naar me. Als een opportunist, die met zo’n vraag onder druk moet worden gezet. Als ik niet in de commissie wil, dan ben ik bang. Waarvoor? Om geassocieerd te worden met de NDP!” Waarom deze omhaal van woorden om ons duidelijk te maken dat hij géén opportunist zou zijn? Om aan te tonen “dat mijn keuzen in het leven niet worden ingegeven door angst, maar door morele principes, ongeacht de associaties die wie dan ook wil leggen als gevolg van mijn keuzen.” Was het niet veel eenvoudiger geweest om eerlijk te zeggen dat hij zich heeft vergist? Dat zijn voorstel niet opportuun is in de huidige politieke constellatie? Dan hoeft hij ook geen angst meer te hebben voor ongewenste associaties.

Rapperdepapper de pappappap…

door Rolf van der Marck
Wat bedoelt Rappa nu eigenlijk met zijn commentaar op de brandbrief van Michiel van Kempen en Theo Para? “Ze” fulmineren dan wel, “maar wij wonen en werken hier, wij vangen die klappen het eerste op”. Wat voor klappen heeft Rappa ooit opgevangen? Hij babbelt wekelijks een eind weg in zijn volledig gratuite column op StarNieuwsen in plaats van daar te fulmineren op alles wat Bouterse en die companen van hem misdoen, praat hij ze alleen maar naar de mond, bang om anders boomrijp te zijn voor een nieuw 8 december. Maar nee, dat wil hij vooral voorkomen! En ook als lid van de Schrijversgroep ’77 heeft hij niet de moed kunnen opbrengen om dat clubje een ferm standpunt te laten innemen inzake de annexatie van Fort Zeelandia-complex. Dit is geen zelfbeschikkingsrecht, dit is over je heen laten lopen, anderen over je laten beschikken!
Dan durft hij ook nog te besluiten met een verwijzing naar de reactie van een van de meest dubieuze figuren rond Bouterse, Eugène van der San, op StarNieuwsvan maandag als bewijs dat “het echt wel goed komt”. Op zo’n wijze loopt het Fort echt wel weg, te beginnen met “Devil”.
StarNieuws is niet echt gezegend met columnisten als Hira en Rappa!

Wat let Nederland om de Suriname-dossiers vrij te geven?

door Rolf van der Marck

Nederland heeft niet zo lang geleden besloten om alle dossiers betreffende Nederlands’ bemoeienissen met Suriname na de Onafhankelijkheid van 1975 voor tenminste 60 jaar achter slot en grendel op te bergen. Het is niet moeilijk om naar de reden te gissen: veel ervan is ongetwijfeld té belastend materiaal voor Nederland en de opeenvolgende regeringen sinds 1975 en bovendien zijn nog té veel betrokkenen in leven. Andere, zinnige redenen kan ik niet bedenken, maar zijn deze twee redenen wel zinnig genoeg voor zo’n zware maatregel, een maatregel die bovendien niet alleen land en volk van Nederland, maar zeker ook land en volk van Suriname (pijnlijk) treft?

Een half jaar geleden is de Nederlandse staat veroordeeld in een rechtszaak die de Stichting Comité Nederlandse Ereschulden had aangespannen ten behoeve van de nabestaanden van het te Rawagede in voormalig Nederlands Indië tijdens de “Eerste Politionele Actie” op 9 december 1947 aangerichte bloedbad, waarbij bijna de gehele mannelijke bevolking, 431 mannen, is vermoord tijdens een zoektocht naar een “onafhankelijkheidsstrijder”. Uiteindelijk resulteerde deze rechtszaak in een schikking, waarbij de negen nabestaanden hoofdelijk een schadevergoeding kregen uitgekeerd en de Staat der Nederlanden zich bij monde van BuZa-minister Uri Rosenthal bereid verklaarde tot het alsnog aanbieden van excuses.  

Ik haal dit aan, omdat ik mij afvraag waarom het zo lang heeft moeten duren alvorens kon geschieden wat onvermijdelijk was, want al op 12 januari 1948  oordeelde een onderzoekscommissie van de Verenigde Naties dat het militaire optreden te Rawagede opzettelijk en meedogenloos was. Zijn die 60 jaar dat nu de bemoeienissen van Nederland met Suriname geheim moeten blijven ontleend aan de tijd die Nederland nodig had om in het reine te komen met het “incident” Rawagede? Onzin natuurlijk! Uiteraard is het moeilijk en pijnlijk om je fouten in te zien en er je excuses voor aan te bieden, maar is daar een zó lang verwerkingsproces voor nodig? Daarbij komt dat betrokkenen dat niet meer zelf kunnen doen, eenvoudig omdat ze niet meer in functie zijn, en voor hun ambtsopvolgers is het als niet-betrokkenen níet moeilijk en pijnlijk, ja zelfs verlossend door de afrekening met een duister verleden. Dus wat is het probleem? De enig werkelijke –maar daarom nog niet zinnige– reden kan niet anders zijn dat men de betrokkenen die nog in leven zijn wil sparen, maar waarom moet je ze in godsnaam tot lang na hun dood de hand boven het hoofd blijven houden, waarom die egards? Erger dan het bloedbad van Rawagede kan het nauwelijks zijn, maar hoe erg ook, afrekening moet plaats vinden, door het uit te stellen maak je het alleen maar onnodig erger en groter. Het gaat nu om de eindverantwoordelijken, niet om de militair attaché, niet om de ambassadeur, maar om de minister-president en zijn kabinet, om het volledige verhaal. Er moet een totaalbeeld komen, er zijn nog veel te veel kleine stukjes van de legpuzzel die niet traceerbaar zijn. Dat totaalbeeld is noodzakelijk om de verantwoordelijkheden te leggen waar ze thuishoren, zowel in Nederland als in Suriname. Dat zou best wel eens een weinig verheffend beeld kunnen zijn van veel knutsel- en knoeiwerk, maar de Nederlandse Staat moet oud en wijs genoeg zijn om dat op te brengen. Dat het voor sommige nog in leven zijnde betrokkenen vervelend, of misschien zelfs beschadigend is, zo zij het, die prijs moet betaald worden. Nu. Niet over 60 jaar.    

Opzettelijk zeg ik hierboven dat de Nederlandse Staat oud en wijs genoeg moet zijn om nu verantwoording af te leggen, namelijk om de tegenstelling aan te geven met de Surinaamse Staat. Want die is nog zeer jong en onervaren, slechts 37 jaar oud en nóg altijd niet tot wasdom kunnen komen door de interventie van een kolonisator die zich bezorgd heeft afgevraagd of hij er wel goed aan had gedaan om zijn kind los te laten en dus maar ingreep. Het trauma door die ingreep is inmiddels even groot als hettrauma door de kolonialisering en daarin schuilt een groot gevaar. Want die ingreep heeft het niet te voorziene gevolg gehad dat de toen door Nederland gebruikte pion zich heeft ontwikkeld tot een dictator, die op 25 februari 1980 land en volk van Suriname ongenadig in zijn greep nam, en die die greep tot op de dag van vandaag niet heeft laten verslappen. Toen “at gunpoint”, nu quasi democratisch. Een man die nu handig uitspeelt dat Nederland een verbod heeft ingesteld op het openbaar maken van de archieven, omdat Nederland een veel groter aandeel in de “coup” had dan het nu wil (laten) weten, daarmee suggererend dat niet hij, Desi Delano Bouterse, maar Nederland de hoofdschuldige is. Hij zegt nog net niet dat Nederland de opdracht heeft gegeven voor de 8-december-moorden, maar het domme stemvee van de NDP begint het wel al te geloven.

Wat in godsnaam let Nederland om de Suriname-dossiers vrij te geven?

Niemand gelukkig met besluit Krijgsraad

door Edgar Mampier  

Géén van de talloze reacties op het besluit van de Krijgsraad gister om de bal terug te spelen naar het Openbaar Ministerie (OM) heeft mijn teleurstelling van direct na die uitspraak kunnen weerleggen, zowel vriend als vijand, in het binnenland zowel als in het buitenland, zijn eenduidig in hun oordeel: de Krijgsraad had een beslissing moeten nemen: ófwel het OM niet ontvankelijk verklaren, óf het OM niet niet ontvankelijk verklaren.

Binnenland

Irvin Kanhai, raadsman van hoofdverdachte Desi Bouterse, vindt het besluit van de Krijgsraad “een nietszeggende, slechte beslissing”. Volgens hem komt het besluit neer op een instructie die is gegeven aan het OM om te gaan onderzoeken of met de Amnestiewet inmenging in het strafproces heeft plaatsgevonden. Wat het OM moet doen en hoe, is voor Kanhai nog totaal duister. Advocaat Frank Truideman van de decembermoordenverdachten is geschokt en teleurgesteld over het besluit van de Krijgsraad om de strafzaak te schorsen. Ze hadden een niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie verwacht. “Met deze uitspraak zijn we nergens. Hierop hadden we niet geanticipeerd. We zijn gekomen voor een uitspraak ‘niet ontvankelijk of niet niet ontvankelijk’. Niets anders. Ik ben teleurgesteld”, zei Truideman. Nu gaan de raadslieden zich beraden of ze in hoger beroep gaan tegen het besluit van de Krijgsraad.

Ook de niet dan moddergevende spuit 11, medeverantwoordelijk NDP-lid bij de indiening van de amnestiewet Melvin Bouva, heeft zijn mening geventileerd. Hij vindt dat de Krijgsraad vrijdag na toetsing de amnestiewet had moeten uitvoeren, waardoor het proces zou zijn gestopt. Uiteraard is volgens hem het Nieuw Front de hoofdverantwoordelijke bij het ontstaan van de crisis waarin de rechtsstaat zich nu bevindt, omdat het NF in 20 jaar tijd geen kans heeft gezien een Constitutioneel Hof in het leven te roepen, zoals de grondwet dat beveelt. Volgens Bouva kan het geen inmenging zijn als het hoogste college van staat op basis van haar grondwettelijke bevoegdheid (artikel 72 lid f) een wet goedkeurt. Er ontbreekt een memorie van toelichting, waardoor volgens Bouva het moeilijk is om artikel 131 van de grondwet te interpreteren. In lid 3 van dit artikel staat “Elke inmenging inzake de opsporing en de vervolging in zaken bij de rechter aanhangig, is verboden.” Volgens Bouva wordt in artikel 131 lid 3 ‘feitelijke inmenging’ bedoeld ‘die buiten de regels van de grondwet of wet zou kunnen plaatsvinden’.

Ook jurist Jennifer van Dijk-Silos had verwacht dat de rechtbank auditeur-militair Roy Elgin niet ontvankelijk zou verklaren met als gevolg dat de al bijkans vijf jaren durende strafzaak direct zou eindigen. “Ik was er even stil van en daarna verbaasd, toen ik het besluit hoorde”, zegt ze. “Het tribunaal had een oordeel moeten vellen of de Amnestiewet toepasbaar was of niet. Het valt niet te rijmen”, zegt Van Dijk-Silos, “dat de Krijgsraad de wet wel toetst aan internationale verdragen, maar het wat betreft de Grondwet laat afweten en heeft gedemonstreerd geen ballen te hebben. De zaak is teruggekaatst naar het Openbaar Ministerie, die naar haar oordeel al een conclusie heeft gegeven over de materie.” “Je moet guts hebben om beslissingen te nemen waarbij grote delen van de samenleving op je nek zullen springen. Maar je moet het naar eer en geweten doen”, zegt Van Dijk-Silos. Ze heeft in zoverre gelijk dat ze zelf de guts heeft gehad onvoorwaardelijk de kant van de hoofdverdachte in het 8-december-proces te kiezen, daarbij niet belemmerd door menselijk inzicht en juridische kennis.

Buitenland

De Internationale Commissie van Juristen (ICJ) verklaart bij monde van waarnemer Jeff Handmaker bezorgd te zijn over de beslissing van de krijgsraad om het 8-december-proces op te schorten. Nu wordt het aan de auditeur militair overgelaten om antwoord te geven op de vraag of inmenging heeft plaatsgevonden in het proces dat bij de rechter in behandeling is. De ICJ zegt in een verklaring bezorgd te zijn over de beslissing van de krijgsraad, die de verantwoordelijkheid van zich afgeschoven heeft. Het Openbaar Ministerie moet zich nu uitlaten over deze kwestie. De krijgsraad heeft – zegt Handmaker in tegenstelling tot het door Bouva beweerde – geen oordeel geveld of de amnestiewet in strijd is met de grondwet. Dit leidt volgens Handmaker tot grote onzekerheid. Hij wijst erop dat volgens de grondwet en het internationaal recht de slachtoffers recht hebben op een eerlijke openbare behandeling van hun klacht, binnen een redelijk termijn. Er zijn aanwijzingen volgens Handmaker dat dit niet zal gebeuren. De moorden zijn ruim dertig jaar geleden gepleegd. Het proces is op 30 november 2007 begonnen. De ICJ roept nu een hogere rechtbank op om de beslissing van de krijgsraad te herzien en een besluit te nemen over de grondwettigheid van de amnestiewet.

Michail Wladimiroff verklaarde tijdens een uiteenzetting vrijdag bij de Vereniging Ons Suriname in Amsterdam: “Twee keer hoger beroep en dan is het gedaan voor Bouterse”, Hij was gisteren gastspreker bij de Vereniging Ons Suriname. Van daaruit werd de rechtszaak in Suriname via live Twitter-berichten van journalist Pieter van Maele gevolgd. De specialist in internationaal strafrecht voorspelt dat de auditeur-militair en de verdachten in appel gaan tegen toetsing van de Amnestiewet door de krijgsraad. Het Hof van Justitie zal dan drie rechters samenstellen die over het hoger beroep zullen beslissen. “Ik verwacht dat het hof op wat komma’s en punten na, mee zal gaan met de krijgsraad. En dus zal het proces daarna voortgang vinden.” Vervolgens komt de zaak weer bij de krijgsraad die dan een uitspraak zal doen. Tegen deze uitspraak kunnen het Openbaar Ministerie en/of de verdachten in hoger beroep. “Maar dit alles kan misschien jaren duren. Tegen die tijd is Bouterse misschien ook geen president. En dan worden zaken makkelijker.”  

Jurist Geert Jan Knoops, deskundige internationaal recht, laat via Radio Nederland Wereldomroep (RNW) weten de beslissing van de krijgsraad om het 8-december-proces op te schorten “redelijk verrassend” te vinden. Dat was volgens hem niet nodig, omdat de krijgsraad zelf de bevoegdheid had om nu de beslissing te nemen door te gaan. Knoops begrijpt niet goed waarom de Krijgsraad de bal nu weer bij het OM heeft gelegd. “Er lag al een voorstel van het OM.” Als het OM straks met het advies komt om het proces te stoppen vanwege de amnestiewet, dan kan de krijgsraad alsnog beslissen door te gaan. “Men had nu de knoop kunnen doorhakken.” De rechters hebben een merkwaardige redenering gevolgd, vindt Knoops. De grondwet bepaalt dat in lopende strafzaken inmenging niet is toegestaan. “Daaruit volgt de juridische consequentie dat het niet relevant is wat er met de amnestiewet gebeurt.” Volgens de hoogleraar strafrecht had het proces eerst afgemaakt moeten worden, waarna eventueel later pas de gevolgen van de amnestie bekeken hadden moeten worden. De rol van de auditeur militair, die nu moet toetsen of de amnestiewet binnen de grondwet past, kan weinig meer doen. “Hij is niet bevoegd een constitutioneel hof op te zetten.” En verder heeft hij al een voorstel gedaan, namelijk dat er zo’n hof moet komen. “De militaire krijgsraad had dat wel of niet kunnen overnemen. Deze uitspraak lijkt op twee gedachten te hinken.”

Surinaams-Nederlands, wakaman-taal of slecht Nederlands?

Renata de Bies

door Rolf van der Marck

Kort geleden heb ik hier verslag gedaan van een onderzoek naar de meest gesproken, meest gebruikte taal in Suriname, waaruit het Surinaams-Nederlands als duidelijke winnaar naar voren kwam. Alhoewel ik mij toen beperkt heb tot het doen van verslag, dat betekent niet dat ik geen kanttekeningen heb bij dit resultaat. Nu, enige tijd en twee ‘ervaringen’ later, voel ik mij toch genoodzaakt die sindsdien ‘verrijkte’ kanttekeningen naar buiten te brengen. De door mij genoemde ‘ervaringen’ zijn a) dat naar ik heb begrepen de enige tijd geleden ingestelde adviescommissie inzake de taal onder leiding van de Surinaamse ‘eminence grise’ Hein Eersel naar verwachting binnenkort een advies naar buiten zal brengen om het Surinaams-Nederlands tot Suriname’s officiële taal te maken, en b) dat ik vandaag op de ‘dag van de vrouw’ een tijd lang met gekromde tenen naar de verloedering van onze taal op de radio heb zitten luisteren.

Hein Eersel

Allereerst mijn kanttekeningen. Waar Renata de Bies, bouwdecaan van de Masteropleiding Nederlands van de subfaculteit Humaniora van de Anton de Kom Universiteit van Suriname (AdeKUS), aan de hand van onderzoek meende te kunnen aantonen dat het Surinaams-Nederlands (SN) steeds meer afstand neemt van het Algemeen Nederlands (AN) zijn daarbij een aantal vraagtekens te plaatsen. Het alles overheersende vraagteken is wel welk Nederlands De Bies nu eigenlijk doceert aan de AdeKus. Uit de strekking van haar stelling spreekt een grote preoccupatie met het Surinaams-Nederlands, ongetwijfeld gevoed door de door haar samengestelde woordenboeken, wat haar onderzoeksverslag zo ongeveer tot een zegetocht heeft gemaak. Met andere woorden, wordt er op masterniveau aan de AdeKUS wel voldoende onderscheid gemaakt tussen AN en SN?

Welk Nederlands wordt onderwezen op de AdeKUS?
De opvolgend meest belangrijke vraag is, welk onderscheid wordt er in die opleiding gemaakt tussen Surinaams-Nederlands en slecht Nederlands? De woordenboeken van De Bies vormen nog slechts een aanzet tot een beschrijving van het Surinaams-Nederlands, de status van het Surinaams-Nederlands als een autonome taal is alleen maar een uiterst officieuze, zo is er bijvoorbeeld nog helemaal geen onderzoek gedaan naar de verschillen op het gebied van stijl en grammatica. Er zal dus nog heel wat water door de Surinamerivier moeten vloeien alvorens het Surinaams-Nederlands een autonome taal genoemd kan worden. Bij gevolg wordt straffeloos beweerd dat er Surinaams-Nederlands wordt gesproken, terwijl het over een heel grote linie niet anders dan slecht Nederlands is.

Uitgaande van deze status quo is de wens om het Surinaams-Nederlands tot onze officiële taal te maken misschien wel begrijpelijk, maar wij moeten wel beseffen dat genoemde status quo het resultaat is van de in de laatste decennia te constateren verloedering van het onderwijs in Suriname, eerst en vooral de verloedering van het taalonderwijs. Dit blijkt uit een volledig gebrek aan taalbesef, gebrek aan notie wat afzonderlijke woorden betekenen en hoe ze te gebruiken om er iets mee tot uitdrukking te brengen en dat geldt zonder onderscheid vanaf de kleuterschool tot en met de universiteit. Als de universiteit zou selecteren op een goede beheersing van de Nederlandse taal, dan kon zij haar poorten maar beter sluiten.

 

Door de kat of door de hond gebeten?
Tegen deze achtergrond is het niet eens meer de vraag of je door de kat of door de hond wordt gebeten, de allesoverheersende vraag is hoe de mensen weer taalbesef bij te brengen, om het even of het AN, SN of Engels is, want die keuze is arbitrair, of emotioneel om het anders te zeggen. En daar ligt mijns inziens dan ook de crux, welke taal ligt het dichtstbij voor de Surinamer van vandaag? Het lijdt volgens mij geen twijfel dat het Surinaams-Nederlands de emotionele keuze is, maar ook dat lost het probleem niet op, maar het zou wel een stap kunnen zijn in de goede richting. Het probleem is namelijk een pedagogisch probleem: op welke wijze kan de Surinamer weer voeling met taal worden bijgebracht? Daartoe moet eerst die keuze worden gemaakt en vervolgens moet ijlings worden gewerkt aan een standaard van het Surinaams-Nederlands, want anders is er überhaupt geen onderwijs mogelijk. Het is een verdomd complex probleem, nog complexer dan het probleem van de kip en het ei.

Wakaman-taal
Dan kom ik tot slot bij wat ik wakaman-taal wil noemen, stoer taalgebruik om interessant te klinken, met als pluspunt dat het het gebrek aan kennis van de taal maskeert en in tegendeel wordt geacht indruk te maken door het veelvuldig gebruik van Engelse termen. Zoals ik hierboven al zei, heb ik vandaag enige tijd naar de radio zitten luisteren, waar niet de minste onder de Surinaamse radio-omroepers, Steven van Frederikslust, commentaar gaf op het Hindoestaanse Holi-feest en de Dag van de Vrouw, die allebei vandaag worden gevierd. Daarbij is de Dag van de Vrouw aangegrepen voor een bewustwordingscampagne, de Pink Ribbon-campagne ter bestrijding van borstkanker. Bij het aanzetten van de radio moest ik beluisteren dat awareness noodzakelijk is, willen wij borstkanker bestrijden. Geen speld tussen te krijgen, behalve dan dat de gemiddelde Surinamer eerder zal begrijpen wat bewustwording is dan awareness. Maar daar gaat het dus helemaal niet meer om, het gaat erom om indruk te maken, niet om de boodschap zo goed mogelijk over te brengen. De rest van mijn luisterergernis zal ik u besparen, maar Van Frederikslust had in elke zin minstens drie Engelse woorden gevlochten, zonder dat ze tot een betere bewustwording bijdroegen.

Tien dagen geleden was ik aanwezig bij een door het Suriname Heritage Festival in samenwerking met de Kamer van Koophandel georganiseerde lezing met als titel: “De economische waarde van ons erfgoed”. De lezing met powerpointpresentatie werd gehouden door een Surinaamse landschapsarchitect die haar opleiding in Amerika had genoten, waar ze ook is afgestudeerd. Wellicht was dit mede de oorzaak van een overmatig gebruik van Engelse termen, maar los daarvan bevatte praktisch elke op het scherm weergegeven Nederlandse zin minstens één grove fout, heus niet alleen een verwisseling van ‘de’ en ‘het’. En natuurlijk ging het ook hier –in weerwil van de titel– niet om erfgoed, maar om heritage, en om awareness, niet om bewustwording.

De opvolgers van de ‘commissie-Eersel’ worden zodoende opgescheept met een hels karwei, namelijk om slecht Nederlands te beschrijven en definiëren, om er zodoende een autonome taal van te maken. Vrijwilligers vóór!

Stop Boots & Woortman!

Een deel van de nazaten van Anton de Kom, links van het midden oudste zoon Ad de Kom en rechts kleinzoon, psychiater en dichter Antoine de Kom, bij de presentatie van de lesbrief over hun beroemde vader en grootvader in 2009 in Amsterdam Zuidoost. Foto: Stuart Rahan

door Rolf van der Marck

Hoe verdienstelijk de Anton de Kom Biografie door Boots & Woortman ook moge zijn, zij gaan nu echt te ver met hun oproep aan De Kom’s familie: “Doe Anton nu eindelijk eens recht. Vervul zijn wens en laat hem naar zijn geboorteland terugkeren, zodat hij herenigd kan worden met zijn vrouw, die in leven en in dood al sinds 1945 op hem wacht.” Met deze oproep geven zij blijk van volledig onbegrip voor de (politieke) situatie in Suriname en de nog altijd ondermaatse positionering van Anton de Kom in de geschiedenis.

Bouterse heeft bij de herdenking van’zijn’ revo op 25 februari j.l. op de plaats waar het 32 jaar geleden in brand geschoten Hoofdbureau van Politie stond, verklaard dat hij het stoffelijk overschot van Antom de Kom wilde doen overbrengen naar Suriname, “om de conservering van de Surinaamse geschiedenis gestalte te geven”. Het is niet de eerste keer dat hij dat idee heeft gelanceerd, eerder had zijn kompaan Henk Herrenberg namens Bouterse de in Suriname woonachtige zoon Kees de Kom al zover weten te krijgen dat deze instemde met dat onzalige idee. Gelukkig heeft de in Nederland woonachtige familie daar toen een stokje voor gestoken.

Inmiddels heeft oudste dochter Judith de Kom verklaard “dat het van fatsoen had getuigd als de Surinaamse president de familie had ingelicht over zijn plannen.” Zij zegt zelf nooit achter de militaire coup van 1980 te hebben gestaan, maar de Decembermoorden van 1982 waren voor haar de druppel om definitief afstand te nemen. “Ik wil niks met die man te maken hebben”, zegt zij verbitterd. Desalniettemin zal er binnenkort binnen de familie overleg plaats vinden en dan zal officieel de beslissing van het familieberaad naar buiten worden gebracht.

Grafsteen Anton de Kom op de Nederlandse Erebegraafplaats voor oorlogsslachtoffers te Loenen, waar hij in 1960 is bijgezet

De grote misvatting van Boots & Woortman is dat de criminalisering van Anton de Kom door de kolonisator in het begin van de jaren ’30 van de vorige eeuw nog altijd niet was ontzenuwd toen Bouterse hem in 1980 en opvolgende jaren ging misbruiken als wapenschild en tot dekking van eigen wandaden. Dit werkte voor grote delen van de Surinaamse samenleving als bevestiging van De Kom’s omineuze verleden, reden waarom hem nog altijd niet de plaats in de geschiedenis is gegund die hem toekomt. Dat is duidelijk gebleken toen Boots & Woortman in november 2009 hun biografie in Paramaribo presenteerden, waarbij van overheidswege geen enkele belangstelling werd getoond.

Willen Boots & Woortman dat hun held ooit zijn terechte plaats in de geschiedenis krijgt, dan moeten ze onmiddellijk hun oproep intrekken en integendeel de familie adviseren op dit moment zeker geen toestemming te verlenen tot een herbegrafenis van Anton de Kom in Suriname. Kennelijk hebben B&W niet door welk een in- en in-slechte man Bouterse is en hoe vernietigend voor wie door hem is besmet geraakt.

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter