blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Mahabier Bris

Haridat Rambarans parivartan: zijn ontwikkeling van árya samáji hindoe tot atheïst (deel 3)

door Bris Mahabier

Hari Rambaran aan het culturele front in Paramaribo:

Hari leert hawan doen en maakt mohanbhog; de eerste Holiviering op de SKS en de AMS in 1963; de acceptatie van Holiviering op middelbare scholen; de eerste Divalifakkeloptocht in Paramaribo in 1963; het toneelstuk Ghar ke bhed in o.a. Thalia; over boitikoelies, koelie-koelie sáni en zwarte Hindoestanen.

read on…

Haridat Rambarans parivartan: zijn ontwikkeling van árya samáji hindoe naar atheïst (deel 2)

door Brispath Mahabier

Hari Rambaran in Paramaribo: kweekschoolstudent en de eerste fietstocht naar Nickerie in 1962

8.1 Hari als kweekschoolstudent al een kleine cultuurdrager

De Surinaamse Kweekschool (SKS, opgericht in 1949, thans Surinaams Pedagogisch Instituut (SPI) geheten) in Paramaribo was een driejarige dagopleiding voor onderwijzers, vnl. voor het gewoon lager onderwijs (glo). Hari Rambaran studeerde aan deze onderwijsinstelling van 1961-1964.

read on…

Haridat Rambarans parivartan: zijn ontwikkeling van árya samáji hindoe tot atheïst (deel 1)

door Brispath Mahabier

Opgedragen aan Hari’s studiegroepvrienden: Gang Kalpoe, Roep Ramcharan en Jai Sukhraj. Met dank aan de informanten Roep Ramcharan, Parasargir Ishvardat, Lal Goerdayal, Brahmdat Rambaran en  Radha Rambaran.

Haridat in de zesde klas in de Corantijnpolder en op de mulo in Nieuw-Nickerie

1. Verantwoording van de inhoud

In dit biografisch artikel is getracht om globaal en selectief bepaalde delen van de school- en de studietijd van en de interessante religieuze route, die Hari(dat) Rambaran heeft afgelegd, vast te leggen.

read on…

Het andere postkoloniale oog

De Nederlandse (post)koloniale cultuur en literatuur zit vol verrassingen. Wat onbelicht was, wordt in de net verschenen, veelzijdige bundel Het andere postkoloniale oog uitgelicht en wat misschien wel bekend leek, krijgt een totaal nieuwe belichting.

read on…

Angst voor kankantribomen en boze geesten, árya samáji’s als ‘geestenbestrijders’, botsende opvattingen en bevrijding van vrees

Fragment 8 van mijn opa’s biografie

door Brispath Mahabier

8.1 In Magenta geen angst voor kankantribomen

In Magenta (Wanica, Suriname), in de volksmond Kofroláboiti of kortweg Kofrolá genoemd, had ik als schoolkind geen of nauwelijks huiveringwekkende verhalen over semar ke per (kankantriboom, ik gebruik gemakshalve deze tautologische aanduiding), bhút-prét (boze geesten), spoken bijv. bákru’s en andere boosaardige bovennatuurlijke verschijnselen en krachten gehoord. Dit soort verhalen werden door de plaatselijke árya samáji hindoes fel bestreden. Het bestaan van spoken werd consequent ontkend en tegengesproken. Dat was een van hun stokpaarden op het vlak van godsdienst.

read on…

Hindiles, Saron- en Büchnerschool, biddende Bris, najar: ‘boze oog’ en pacrá-zang

Fragment 7 van mijn opa’s biografie*

door Brispath Mahabier

Fragment 7 is opgedragen aan drs. Herman Vuijsje, die in 1969 geïnteresseerd raakte in de Surinaamse goden– en geestenwereld. Zijn belangstelling verdween niet: in 2019 heeft hij de jarenlang verzamelde informatie geordend in zijn nieuwste sociaal-antropologische publicatie God zij met ons Suriname Religie als vloek en zegen.

read on…

Verdwijning, verdriet, liefdesgeschenken, familieberaad, verhuizing en aanpassing

Fragment 6 van mijn opa’s biografie

door Brispath Mahabier

liefde heb ik voor de ouden (…)
uit wie wij voortkomen’
(Cándani, z.j. Een zoetwaterlied. Paramaribo: Canna, 2000.)

En toch, ondanks deze respectvolle houding, die ik onderschrijf, gelden in mijn actuele levensfase langzamerhand ook de volgende woorden. Waarom zou ik dit niet toegeven?

‘(…) raakt de groene herinnering
tussen maalstenen
verpulverd (…)
(Raj Ramdas, Kahán hai tu / Waar is zij. Rotterdam: Maya, 2003. )

read on…

Vaderschap, verplichtingen, verdriet en verhuizingen

Fragment 5 van mijn opa’s biografie

door Brispath Mahabier

herinneringen vullen deze en lopen over
ze worden schuim en drogen op’

(Jit Narain, Natráj, De dans van Shiwa.
Paramaribo 2019)

5.1 Parbhoedei, opa’s enige biologische dochter

Zeer waarschijnlijk heeft zich – langzamerhand of spontaan – een liefdesrelatie tussen mijn áji (oma van vaderskant) en mijn adoptie-opa Pulloo Debi ontwikkeld. Hierover heeft niemand in onze familie mij iets verteld. Niet alleen de oudere zusters van mijn vader, maar ook de tien Hindoestaanse immigranten (kalkattiyá’s) in Magenta evenmin. Wisten zij niet wat er gebeurd was, of waren zij solidair met mijn opa?

read on…

Vriendschap, opa als logé op Nieuw-Meerzorg en terug op Alliance


Fragment 4 van mijn opa’s biografie

door Bris(path) Mahabier

ik denk en schrijf
schrijvend denk ik
denkend schrijf ik
ja, denkend beschrijf ik
de herinnering, mijn herinnering…

Poëziefragment van Rovali (Roep Balak), 1993

1 Mijn beide opá’s ontmoeten elkaar

Mijn sociale ájá P. Debi (1897-1967) kwam (in 1921?) in contact met mijn biologische opá Antu Mahabier (1870-1928), die aan de Libanonweg (in Wanica) met zijn – in Suriname geboren – jonge vrouw en zijn zeven jonge kinderen, o.a. mijn vader (geboren in 1916), woonde.

read on…

Pulloo Debi, mijn sociale ájá

Fragment 3 van mijn opa’s biografie

door Brispath Mahabier

1 Mijn ájá’s emigratiemotief: een klap?

Een deel van het Surinaamse verleden van mijn grootvader P. Debi, is zeker ook mijn geschiedenis. Deze beschrijving is absoluut geen fictie, maar een gereconstrueerde werkelijkheid. Als bouwstenen hiervoor dienen eigen feitenkennis, familievertellingen, enkele privédocumenten (een brief, een foto en een spaar- en familieboekje) en herinneringen uit mijn kinder- en volwassenjaren.

read on…
  • RSS
  • Facebook
  • Twitter