Op donderdag 27 mei 2021 ondertekenden Rita Rahman, voorzitter van de Werkgroep Caraïbische Letteren, en... Lees verder →
Een dwarsliggende, halve Indiaan
door Walter Lotens
Meer dan 800 pagina’s voor een biografie van Albert Helman: is dat nog wel gepermitteerd en, bovendien, hoe leesbaar is zo’n dikke turf? Ik stelde mij de vraag vooraf bij het wegen van de kanjer. Mijn scepsis viel echter weg bij het lezen, want ondanks al de eruditie en het jarenlange opzoekwerk van de auteur is deze biografie geen omgevallen boekenkast geworden. Daarvoor staat de vaardige en tevens hybride pen in van Michiel van Kempen die zowel uit een academisch als uit een journalistiek vaatje weet te tappen. read on…
Over Surinaamse Boeroes
door Walter Lotens
Witte Surinamers? Jawel, ze bestaan. Het is de grote verdienste van de Nederlandse freelance journaliste Karin Sitalsing, zelf een afstammeling van een Boeroefamilie, dat zij met haar boek een scherpe en zeer genuanceerde focus richt op deze Surinaamse minderheidsgroep. read on…
Twee Bouterse-biografieën
door Walter Lotens
In de Belgische pers bestaat Suriname amper, tenzij een voor drugshandel veroordeelde Surinamer president wordt en dat op 25 mei van dit jaar opnieuw kan worden. Dan wordt de ex-Nederlandse kolonie ineens wereldnieuws. Wie is toch die Bouterse? Een opportunist, een demagoog, een machtswellusteling, een wolf in presidentskleren, een Latijns-Amerikaanse caudillo of een bekeerde drugshandelaar, een verkondiger van Gods Bazuin en een Messias voor Suriname? Dat proberen journaliste Nina Jurna en historicus Pepijn Reeser elk op hun eigen manier te doorgronden. Twee zeer verschillende biografieën over de meest omstreden figuur van het post-koloniale Suriname, een land dat in 2015 jaar precies 40 jaar onafhankelijk is. read on…
Mallemolen van Surinaamse personages en hun namen (1)
door William L. Man A Hing
Aangenomen kan worden dat de verrommeling van Surinaamse namen en persoonsgegevens door een vloed van publicaties op gang is gekomen na de opstand van 1980. Dat daarbij niet steeds zorgvuldig wordt omgesprongen met gegevens van bekende actoren laat een kleine bloemlezing zien. read on…
‘De nieuwe coöperatie tussen realiteit & utopie’
door Joop Vernooij
Lotens ziet dus in de wereld een nieuwe beweging, die hij op goede gronden heilzaam vindt. Bij zijn reizen over de wereld, twittert hij als het ware over hetgeen hij aantreft en gaat op zoek naar de achtergronden en wat de mensen beweegt. Hij heeft oog voor de rol van de economie, de plaats van de overheid, de aanpak van maatschappelijke problemen, de maatschappijverandering, de arbeidersbeweging en de positie van de geldbanken. Hij en de schrijvers van de ‘Stopplaatsen’ gebruiken daarbij min of meer spannende titels als ‘Griekse aardappelbeweging wint aan kracht’, ‘Coöperaties in de overgangs-economieën’, ‘Wrikkers en krikkers in de marge’, ‘Kuidenthee uit Potosi’, ‘Alternatieve buurtmunt kent groot succes’, ‘Spanjaarden gaan crisis te lijf met gemeenschappelijke moestuin’ of ‘Bruto Nationaal Geluk van Bhutan’.
Bikkel & Kagie: een stukje onverwerkt verleden temmen
door Walter Lotens
De jonge Nederlandse journalist Rudie Kagie vertrekt naar Suriname op een ogenblik dat geen enkele Nederlandse krant zit te wachten op een correspondent in de West. Dat was net voor de militaire coup van 25 februari 1980 waardoor 16 sergeanten onder leiding van een zekere Desi Bouterse de macht overnamen. Vanaf toen ging de aandacht van de wereld, en zeker van Nederland, uit naar dat landje waar nooit iets gebeurde en toch zeker geen staatsgreep. Kagie krijgt een opdracht van NRC-Handelsblad en beschrijft wat er gebeurt in dat gewezen wingewest van Nederland.
read on…Nederlands dekolonisatieproces ambitieus beschreven
door Walter Lotens
Op de cover van Afscheid van de koloniën worden twee geografische kaarten bij elkaar gebracht. Het zijn Indonesië en Suriname, twee voormalige Nederlandse koloniën. De eilanden die vroeger de Nederlandse Antillen heetten, staan er niet op, want daarvan heeft Nederland nog niet volledig afscheid genomen.
read on…Gevoelens op de grens – de mentale worsteling die migraties meebrengt
door Koen Stuyck
In zijn laatste boek Het vacuüm van de kosmopoliet analyseert Walter Lotens de verschillende statuten die mensen innemen in een samenleving wanneer ze daar om één of andere reden niet geworteld zijn. Dat kan gaan over nieuwe of oude immigranten maar evengoed over mensen die geboren en getogen zijn in hun ‘nieuwe’ samenleving.
read on…Nieuwkomers beschrijven Bouterse aan de macht
door Walter Lotens
Op 25 mei 2010 ging ongeveer zeventig procent van de Surinaamse kiezers in een feestelijke sfeer naar de stembus. Dat moet voor Paramaribo zeker meer dan tachtig procent geweest zijn omdat door de grote afstanden de opkomst in het verre binnenland veel lager lag. Die zeer hoge opkomst is waarschijnlijk een wereldrecord. De Surinaamse kiezers mogen dus zeker gefeliciteerd worden, maar de politici zijn jammer genoeg niet eerbiedig omgesprongen met zoveel enthousiaste burgerzin.
read on…Pijnen van een Pachakuti; Bolivia onder Evo Morales
door Els Moor
![]() |
| Walter Lotens (links) |
De Belg Walter Lotens is geen onbekende in Suriname. Hij heeft hier enkele jaren gewoond en schreef boeken over ons land. Zo’n relatie heeft hij ook met Bolivia. Onlangs verscheen een boek van hem over dat land op ons continent onder de titel Pijnen van een Pachakuti. Bolivia onder Evo Morales. Wat is dat, een Pachakuti, denk je als je de titel leest. In de ‘Noten’ op pagina 19 staat de uitleg van dit woord uit een inheemse taal – het Quechua – die nogal ingewikkeld is. Het komt erop neer dat het gaat om een verandering in de loop van de tijd. Een nieuw begin dus dat altijd twee kanten heeft. Iets meer dan vijfhonderd jaar geleden begon er een Pachakuti met de verovering door de Spanjaarden. En nu? Zo’n titel maakt nieuwsgierig.
Bolivia ligt in het midden van Zuid-Amerika, in het westen van het continent. Het is omgeven door vijf andere landen en heeft geen zeehaven. De oostelijke kant bestaat uit hete, tropische laagvlaktes en het westelijk deel ligt in het hooggebergte, de Andes, waar inheemse volkeren wonen met zelfs grote steden, Cochabamba en El Alto (de naam zegt het al!), voornamelijk bewoond door inheemsen. In Bolivia leven veel verschillende volkeren, inheemse, van wie de Aymara’s en de Quechua’s de bekendste zijn, uit Europa afkomstige en ‘moksi’. Spaans is de officiële taal. Daarnaast worden er vierendertig inheemse talen gesproken. Bolivia is ongeveer tweemaal zo groot als Suriname, heeft grote steden en ongeveer tien miljoen inwoners. Cochabamba ligt op een hoogte van 2600 meter. Er wonen daar voornamelijk Aymara’s en de stad kende heel veel opstanden.
Pijnen van een Pachakuti
Walter Lotens over Bolovia onder Evo Morales
Bolivia is een maatschappelijk laboratorium waarin oud en nieuw aan het gisten zijn. Moeder Aarde én moderniteit, buen vivir én productiviteit, platteland én verstedelijking, culturele eigenheid én pluraliteit, traditionele politiek én nieuwe sociale bewegingen, fundamentalisme én realpolitiek, centralisme én regionalisme, (neo)liberalisme én (neo)socialisme. Dat veranderingsproces verloopt niet zonder slag of stoot. Daar komen groeipijnen bij te pas. In dit inspirerende maatschappelijke proefveld gaat auteur, reiziger en Boliviakenner Walter Lotens op zoek naar constructieve elementen voor een nieuwe grammatica van links.
Pijnen van een Pachakuti. Bolivia onder Evo Morales is ook een reis door het land van Evo Morales waarin de auteur zijn dagelijkse contacten met de gewone Boliviaan beschrijft. Het geeft tevens een inkijk in het werk en het engagement van de Belgische oblaten, die al meer dan vijftig jaar actief zijn in Bolivia.
“(Een boek) over het heden en het verleden van een land op zoek naar een ‘socialisme van de 21ste eeuw’, naar een nieuw ontwikkelingsparadigma, naar een ‘buen vivir’ of ‘het goede leven’, met lessen voor de linkerzijde in Europa.” (Francine Mestrum)
Walter Lotens is een kosmopoliet met speciale aandacht voor Latijns-Amerika. Hij schreef Abya-Yala (1993), De pijn van Pachamama (1997) over Bolivia en Deuken in Sandino’s hoed (1998). Over Suriname, waar hij jaren gewoond heeft, verschenen Gesprekken aan de waterkant (2000), Suriname in stukjes (2002) en Omkijken naar een “revolutie” (2004). Ticket naar Shangri-la, (2006) en De ziel reist te voet (2008) zijn beschouwingen over reizen. Voor Het vacuüm van de kosmopoliet (2008) en Groeten uit Borgerhout (2010) bleef hij dichter bij huis. Lotens houdt lezingen rond de thema’s die hij in zijn boeken aansnijdt (www.walterlotens.net).
Uitgeverij: ASP editions
Prijs € 25,00
ISBN: 9789070289171
309 pagina’s
Badal: tandenknarsend lezen
door Walter Lotens
De Nederlandse auteur van Surinaamse origine Anil Ramdas is een zeer productief man. De papegaai, de stier en de klimmende bougainvillea (1992). Het besluit van Mai (1994), De beroepsherinneraar (1996), Zonder liefde valt best te leven (2004) en Het geheugen van een stad (2000) zijn maar enkele titels van hem. Paramaribo, de vrolijkste stad in de jungle, een kritische blik op zijn geboorteland, verscheen twee jaar geleden en nu ligt er alweer een vuistdik boek van hem klaar. De eigenzinnige essayist maakt met Badal de overstap van literaire non-fictie naar het terrein van de literatuur tout court. Badal is zijn eerste roman. Tussen het verschijnen van de verhalenbundel Het geheugen van de stad en Badal ligt een decennium en een wereld van verschil en kwaliteit.
Voor het contrast grijp ik eerst terug op Het geheugen van de stad. ‘Plotseling doemden dan die grote koplampen van de pick-up op, je kon dat van heel ver al zien. Geluidloos. Pas na een hele tijd hoorde je de motor.’ (p.13). Hij woonde toen aan de Kwattaweg. Met zijn grootvader trok de kleine Koemar ’s morgens heel vroeg naar de markt in Paramaribo om groenten te verkopen. Dat Surinaams beeld staat scherp in het geheugen gegrift van de Rotterdammer Koemar Khargi.
‘Het geluidloze licht van Suriname’ is één van de tien verhalen die tot het geheugen van Rotterdam behoren. Anil Ramdas schreef dit boek naar aanleiding van de tentoonstelling Rotterdammers, die tot 2010 te zien was in het Wereldmuseum in Rotterdam. In deze multiculturele havenstad van 600.000 inwoners werken en wonen ongeveer 180 verschillende nationaliteiten. De nieuwe Rotterdammers met wie Ramdas sprak, komen uit Marokko, China, Kaapverdië, Suriname, Curaçao, Bosnië, Turkije en Italië. Hij wilde weten hoe zij hun gloednieuwe plek op aarde hadden veroverd. Volgens hem heeft Rotterdam zich niet tot een wereldstad gemaakt door de skyline, maar door de herinneringen van zijn inwoners. Voortdurend kampt de verteller met dubbele gevoelens wanneer hij of zij het heeft over ‘hier’ en ‘daar’. De oudere geinterviewden balanceren tussen ‘toen’ en ‘nu’, de jongeren tussen hun Nederlandse omgeving en hun migrantenstamboom. De migrant verhuist niet alleen met zijn familie en heel zijn hebben en houden, maar ook met zijn geheugen. De Nederlandse baksteen krijgt daardoor een ander karakter.
Het geheugen van de stad is een zeer intimistisch en poëtisch tijdsdocument, waarin meer gesproken wordt over de bergen van Marokko, de haven van Hongkong of het Surinaamse platteland dan over Zuidplein of Feijenoord. De litereraire zwerfkat Anil Ramdas speelt met dit thema op zijn geliefkoosd terrein. ‘Met deze verhalen,’ schrijft hij, ‘kan ik aantonen dat Turken en Italianen en Zeeuwen en Antillianen niet dezelfde mensen zijn, maar misschien wel dezelfde levensmotieven hebben.’ (p.9). Ramdas doet dat op een sublieme manier. Dit boek is niet alleen een schitterend staaltje van orale geschiedschrijving, maar tevens een literair pareltje. De sociaal-geograaf of stadsantropoloog Ramdas slaagt erin om met zijn vaardige pen tien getuigenissen van mensen op te tillen tot een niveau dat ergens op de literatuurpagina’s thuis hoort. Vooral het verhaal ‘Elk vlokje is een ziel’ waarin hij de levensgeschiedenis van Sasa uit Serajevo die aan ongeneeslijke kanker lijdt, te boek stelt, kleeft aan de ribben. Niet alleen de tekst, maar ook het fotomateriaal maken deze uitgave tot een juweeltje. Elk verhaal opent met een kleurenfoto van de verteller(s) in zijn(hun) familiekring. Pas op het einde van de tekst volgen de historische zwart-wit foto’s. Het is de visuele bekroning van een prachtige leeservaring en dus een boek om te koesteren.
En nu een bespreking van Badal. Hoofdpersoon in deze roman is de ouder wordende Harry Badal die zich heeft teruggetrokken in Zandvoort aan de Nederlandse kust. Het is zeker niet de meest vrolijke plek van Nederland waar hij zijn dagen doorbrengt en informatie verzamelt voor een essay over white trash. Dat zijn voor hem de kansarme autochtone Wildersstemmers. Met dat onderzoek wil Badal zijn leven en zijn werk opnieuw op het spoor krijgen. Hij was ooit een ‘beroemde Hindoestaan’, een Nederlandse Surinamer van Indische afkomst. Badal had invloed als opiniemaker over thema’s als racisme, kolonialisme en multiculturaliteit, maar door zijn alcoholisme is hij aan lagerwal geraakt en volledig vervreemd van zijn vrouw en kinderen. Hij wordt een nukkige geheelonthouder − seven up is zijn enige drank − en leeft zeer teruggetrokken.
S., een Surinaamse vrouw, is de enige met wie hij in Zandvoort echt veel contacten onderhoudt. Met haar houdt hij diepzinnige gesprekken, die zeer geregeld afgewisseld worden met chronologische flashbacks over zijn kosmopolitische carrière, die hem van Suriname, over Nederland, naar de Caraïben en India brengt. Tijdens zijn reizen ontmoet hij ook een zekere Anh, een geheimzinnige Vietnamese journaliste met wie hij een platonische verhouding heeft en die op verschillende plaatsen van de wereldbol ontmoet. Harry Badal kikt niet op vrouwen, maar wel op hun intellectuele capaciteiten.
Dat blijkt ook uit de slotbladzijden als hij, de niet meer drinker, opnieuw in de drank vliegt en dronken met S. op het strand van Zandvoort belandt. Een poging tot fysiek contact mislukt en uiteindelijk vlucht hij in het water – zijn het dronkenman hallucinaties of gaat hij zelfmoord plegen? – en in de muziek. Hij hoort Santa Maria van Gotan project. Badal laat ‘zich zachtjes wiegen op een zesachtstemaat’ van deze Parijse muziekband en verdwijnt (p.412).
Na dat slotzinnetje heeft de lezer 412 bladzijden achter de kiezen. Ik heb er een groot aantal tandenknarsend van gelezen. Misschien is het mijn handicap dat ik te veel werken van Anil Ramdas heb gelezen, maar voor mij is Harry Badal een slecht vermomd romanpersonage. Je kijkt er los doorheen en dan blijft er alleen maar Ramdas over. De auteur doet ook geen enkele moeite om dit te ontkennen, want wat Badal doet is exact een chronologische afdruk van Ramdas’ carrière. Op het arbeidsbureau wordt hij ingeschreven als invalkracht aardrijkskunde (Ramdas is sociaal geograaf). De Groene Amsterdammer waarvoor Ramdas werkte, wordt ‘het Weekblad’, de bijlage van NRC/Handelsblad wordt ‘het Bijvoegsel’. Ramdas zat in 1992 bij Zomergasten, dus Badal ook. Ramdas trekt als journalist naar India, Badal ook en ga zo maar door. Dat is ongetwijfeld voor Ramdas een uitgelezen positie om het, schaars vermomd als Badal, over eigen winkel te hebben, zoals op p. 340 waar hij een redacteur laat zeggen: ‘Er zijn nog altijd redacteuren die vinden dat je niet aan journalistiek doet, maar egodocumenten produceert’. Ook zijn geliefkoosde auteurs die hij uitvoerig in zijn essays behandelt zoals Stuart Hall, Pico Iyer, Joseph Conrad, Salman Rushdie en V.S. Naipaul (erudiet, briljant en chagrijnig zoals Badal?) mogen niet ontbreken. Badal blijkt ook een meer dan gewone filmkenner te zijn en die kennis weet hij in zijn gesprekken met zijn intellectuele vriendinnen breeduit te smeren. Er is een hoofdstuk dat Under the Volcano heet en dat is een subtiele verwijzing naar de schitterende roman van Malcolm Lowry waarin het hoofdpersonage een tragische zuipschuit is. In de meeste gevallen blijft het echter niet bij een subtiele verwijzing, maar gaat het om een opeenstapeling van weetjes die op zich misschien interessant zijn, maar alleszins niet functioneel in het kader van een roman. Wanneer hij bijvoorbeeld Chindler’s list in ‘de roman’ binnenhaalt, begint Badal of een van zijn vriendinnen aan een uitvoerig nummertje kennisetalage waardoor hij misschien wel in aanmerking zou kunnen komen voor een onderscheiding in een quiz als ‘de slimste mens ter wereld’, maar zeker niet voor een prijs als de beste romancier. Wanneer het boek weer de richting van de ‘omgevallen boekenkast’ opging, voelde ik mij terechtkomen in een heel ander leesregister waar eerder encyclopedieën thuishoren.
Ramdas slaagt er bij momenten in om Badal een gecomplexeerd Woody Allen-achtig karakter mee te geven, maar ook in een aantal films van deze kineast stuit ik op het intellectualisme dat het artistieke karakter van het geheel te niet doet. Het is niet voldoende om te strooien met bons mots zoals ‘een migrant word je pas als je bij je moeder weg wil’ (p.40) of te weten dat er tijdens de Tweede Wereldoorlog Indiase soldaten in Zandvoort op olifanten over het strand banjerden om een goede roman te schrijven. Dat is de reden van mijn veelvuldig tandengeknars tijdens de lectuur van dit boek. Badal is naar mijn smaak een slechte roman van iemand met een zeer goede pen. Anil Ramdas zou zich misschien beter houden aan literaire non-fictie zoals in het prachtige Geheugen van een stad of aan tegendraadse essays met een zeer persoonlijke stempel. Over white trash bijvoorbeeld.
Anil Ramdas, Badal. Amsterdam: De Bezige Bij, 2011. 412 p. ISBN 9789023459040, prijs € 19,90.
[uit Oso, 2011, nr. 2]



