blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Lopulalan Frans

Frans Lopulalan – Zwarte Sinterklaas

Sinterklaas bestond wel degelijk in het nog tamelijk verse Indonesië van de jaren 1950.
De Grote Kindervriend – in het dagelijks leven ook wel bekend onder de naam Soekarno – deelde uit de goedheid van zijn bisschoppelijk, heilig hart per presidentieel decreet op 5 december 1957 banen uit aan de kinderen van Merdeka.
Die banen nam de Sint niet eens uit Spanje mee, nee die liet hij door zijn Zwarte Pieten afpakken van weer andere kinderen. Van kinderen die de stommiteit hadden begaan niet over de Indonesische, maar over de Nederlandse nationaliteit te beschikken.
“Maar Lieve Sinterklaas,” dorsten sommige van die stomme kinderen uit te brengen. “Ik ben helemaal geen Nederlander – Zwarte Piet mag mij onbekrompen met de roe geven als ik dat wel zou zijn – ik ben hier geboren en getogen. Het is toch zeker mijn schuld niet dat mijn overgrootmoeder beslapen werd door een Duits/Tsjechische priester uit ‘s-Hertogenbosch?”
Daar zat de Sint heus wel een beetje mee in zijn maag, want daar hadden die stoute kindertjes toch warempel een punt van heb ik jou daar.
“Hoe moet dat nou?” bracht hij naar voren in conclaaf met alle Pieten.
“Ach wat,” sprak dekolonisatie-Piet. “U moet zich niet zo laten leiden door sentimenteel, al te empatisch geleuter.” De maren en de mitsen vlogen als pepernoten over tafel totdat de vloot-Piet met een lumineus plan kwam. Zoals eenieder weet kan de stoomboot onmogelijk uitvaren als niet eerst de boot-Piet daar zijn technisch verantwoorde goedkeuring aan gehecht heeft. Maar een enkele stoomboot is natuurlijk niet voldoende om tussen de derde zaterdag van november en de verjaardag van Sinterklaas alle kinderen zowel op Java als op Sumatra, zowel op Borneo als op Celebes, zowel op Ceram als op Bali van ‘twee kaatsballen in een net – een letter van banket’ te voorzien. Vandaar dat het ieder jaar weer een armada vanjewelste is die koers zet naar de Indonesische eilanden. Dan gaat het over schepen als de Atlantis en de Asturias. Over de Groote Beer, de Fairsea en het Zuiderkruis.
“Ik leg de vergadering een plan voor,” sprak de armada- ook wel de vloot-Piet. “Als we strakjes toch terugvaren, Sint … dan nemen we ze gewoon voor de aardigheid mee, al die huilebalken.”
“Geweldig, geweldig,” reageerde dekolonisatie-Piet. “Dat zie ik zo voor me, Goedheiligman.”
“Ja maar, ja maar,” probeerde Sint nog, maar voor hij het wist waren zijn knechten al over het ganse land uitgezwermd om al die zogeheten Nederlandse kindertjes naar Tandjoeng Priok, naar Semarang, naar Makassar te dirigeren, waarvandaan zij per boot vertrokken naar het Beloofde Nederland. Waar zij na een pleziervaart van enkele weken de zon boven de schitterende blanke top der duinen mochten zien opkomen. Waar zij in commissie met de Noordzee Neerlands smalle kust mochten begroeten.
Maar of zij daadwerkelijk hebben gezongen “Ik heb u lief, mijn Nee-hee-derland”, dat mag met recht van rede betwijfeld worden. Want wie er samen met hen in Amsterdam en in Rotterdam ook van boord gingen, Sinterklaas was er na die 5e december 1957 – ook wel Zwarte Sinterklaas genoemd – niet meer bij. Daarentegen kregen deze Indo’s, deze zogeheten Indische Nederlanders wel heel vaak bezoek van een Inktzwarte Incasso-Piet, die hen kwam vertellen dat Sinterklaas helemaal niet bestaat en dat zij de kaartjes voor de bootreis dientengevolge aan de Staat der Nederlanden dienden terug te betalen.
“Jullie zagen toch de zon boven de blanke top der Hollandse duinen opkomen? Nou, dát lieve kindertjes, dát was voor niets … Maar nu … ” En zoals het een zichzelf maar al te serieus nemende Inktzwarte Incasso-Piet betaamt dreigde hij met roe en zak als men niet jaren achtereen maandelijks 60 % van het inkomen aan de quasi-Sint zou afstaan.
Sindsdien worden er in kringen van Indische Nederlanders ieder jaar rond deze tijd liedjes gezongen zoals “O kom maar niet kijken wat ik in mijn schoentje vind. Alles te danken aan die fijne Sint.”

Heerlijk Avondje met de Werkgroep: een foto-impressie

Op donderdag 6 januari 2012, de jaardag van de heer Sint Nicolaas uit Myra, organiseerde de Werkgroep Caraïbische Letteren een heerlijk avondje in het Amsterdamse literair theater Perdu. Twaalf dichters en schrijvers gaven elk hun eigen visie op het Sinterklaasgebeuren, en de vroeger zo grappige en nu zo omstreden knecht Zwarte Piet. Raymi Sambo zorgde voor de presentatie, het Sinterklaastrio swingde de Sint van de daken. Een foto-impressie van Michiel van Kempen.

Arnold-Jan Scheer vertoonde filmbeelden over schminken en de zwarte mens in verschillende culturen
Amparo Garcia Cela vertelt over de traditie van het Spaanse stierenvechten
Diana Ozon sloot de avond dynamisch af
Frans Lopulalan goot zijn bijdrage in de vorm van een satirische parabel over Indonesië
Het Sinterklaastrio: Filippo Castellazzi op gitaar, Bas Kisjes op contrabas en Igor Plzak op drums
Het publiek werd getrakteerd op Tony Chocolony chocoladeletters en surprises, beschikbaar gesteld door het Sinterpakhuis van uitgeverij In de Knipscheer
Hilli Arduin: gedicht vol verontwaardiging
Michiel van Kempen: gedicht over de ‘goedheiligman’ die het hele jaar aanwezig was; foto @ Aart Broek
Quito Nicolaas (Nobelprijs voor Papiamentu literatuur) bracht een Nederlands gedicht
Raymi Sambo deelt namens de Sint surprises uit
Raymi Sambo presenteerde vlot en amuseerde zich kostelijk;  foto @ Aart Broek
Romeo Grot kwam met een oud lied en een hedendaagse beschouwing over racisme
Scott Rollins: Amerikaans gedicht over de Sint
Solange Leibovici vertelde over haar Diederik Samson-achtig, zwaar gesubsidieerde onderzoek naar de angst van kindertjes voor de Sint, haar Franse familie en de Kerstman
Aart G. Broek vertelde over de Sinterklaastraditie op Curaçao en zijn eigen optreden als Sinterklaas

Surinaamse Amnestiewet

door Frans Lopulalan

Robbie Em, Hindoestaanse Surinamer, was ook een vaste klant in het nachtcafé. Had hij eenmaal genoeg bier op dan oreerde hij er flink op los over ‘die klootzakken’, waarmee hij Desi Bouterse en zijn kliek bedoelde die met een staatsgreep de regering aan de kant geschoven hadden. Robbie had meer dorst en praat dan geld en dus waren het meestal anderen die zijn bier betaalden. “Ah, Frans … koop nou een biertje voor me.” “Dat is goed, Robbie … maar je gaat niet lopen zeiken over Desi Bloody Bouterse. Ik mag die idioot wel … ” “Ha ha, die Frans. Frans, Frans, Fransje toch … ” “Ik meen het, Robbie … als jij van mij bier drinkt en je gaat over Bouterse lopen mauwen dan ga ik jou net zo lang slaan tot je het bier weer uitkotst … Ach man, ik mag die Bouterse van jou wel en heb je die ene maat van hem trouwens gezien? Die sopraansax speelt in die documentaire … als je beroepsmilitair bent en je speelt sopraansax, dan deug je. Speel jij sopraansax? Nee hè … Nou, zie je wel … jij snapt het gewoon niet.” Na de decembermoorden van december 1982 deed ik een tijdje boete door Robbie nacht na nacht vol te gieten met bier en hem dan te vragen om nog eens haarfijn uit te leggen hoe dat ook alweer zat met ‘die klootzakken’ in – “Godverdomme, Fransje, mijn vaderland” – Suriname. Aan die straf-exercitie maakte Robbie een eind toen hij op een avond met een bundel bankbiljetten in zijn binnenzak het café binnenkwam en mij het bestellen en zeker het betalen van het bier verbood. “Ik ga jou vanavond vrijhouden, vervelende kut-Molukker … maar vertel eens, man. Jij vertelt nooit eens wat … ”

De volgende avond – Robbie had nog geprobeerd mij honderd gulden toe te schuiven, want ik was zo’n ‘goeie jongen’ – werd ik in het café tot mijn aanvankelijk blijde verrassing, want men gaat ten slotte niet zónder hormonen de kroeg in, aarzelend aangesproken door een onwaarschijnlijk mooie dame. “Ik denk dat u Frans bent,” sprak de vrouw en ik deed al hijgerig een greep in mijn immer parate verzameling snedige opmerkingen toen ik opeens de droefenis in haar ogen zag. “Wie bent u? Wat is er aan de hand?” Ze stelde zich voor als de zuster van Robbie. Ze vertelde dat ze hem die ochtend dood in bed had gevonden. ‘s Nachts was ze wakker geworden toen hij, merkbaar beschonken, struikelend de trap naar zijn slaapkamer probeerde te bestijgen. Hij wilde zich niet door haar laten helpen, wel wilde hij op de trap nog even met haar praten en na een niet geheel samenhangend betoog drukte hij haar op het hart om mij in het café op te zoeken – “Je herkent hem zo, hij draagt altijd een hoed. Hij zal in die hoed geboren zijn.” – en het mij te vertellen als hij zich in alle letterlijkheid dood gepiekerd had over ‘die klootzakken’ in Suriname.
Ik ben voorzichtig blij voor Robbie Em dat hij het niet heeft hoeven meemaken, die amnestiewet die door de Nationale Assemblee van Suriname is aangenomen.

[van Vanuit Porto, de blogspot van Frans Lopulalan, 4 april 2012]

Frans Lopulalan is donderdag 6 december te gast bij de Sinterklaasviering van de Werkgroep caraïbische Letteren, theater Perdu, Amsterdam, 19.30 uur.

Een heerlijk avondje met de Werkgroep Caraïbische Letteren

Dit jaar is hij gearriveerd in Roermond, de Goedheiligman, dus blijkbaar over de binnenwateren van Myra tot hij over de Maas ons land binnenvoer. Zijn de Zwarte Pieten ook hun richtingsgevoel kwijt of dartelen zij vrolijk langs dakrand en regenbuis? Gaat de traditie op de schop in de meerkleurenmaatschappij, of staat de harde hand van het Dordtse politiecorps symbool voor een hardnekkig beleden Hollands identiteitsbesef? Zien wij op Curaçao daar echt de bruine huid onder de zwarte schmink? En hoe doen ze dat dan in Spanje en Frankrijk met hun ijzeren tradities? De Werkgroep Caraïbische Letteren wil het weten, maar houdt de traditie van het Sinterklaasvers hoog. Dus treedt een keur aan woordkunstenaars aan voor een heerlijk avondje in het intieme literaire theater Perdu, met gasten uit binnen- en buitenland.
Solange Leibovici
Met de betere Sinterklaasgedichten van Hilli Arduin, Quincy Gario, Romeo Grot, Michiel van Kempen, Charl Landvreugd, Frans Lopulalan, Diana Ozon, Scott Rollins en de enige echte Nicolaas uit San Nicolas: Quito.

Vertaalster en geografe Amparo Garcia Celma vertelt hoe de Spanjaarden de teloorgang van hun stierenvechten ervaren. Aart Broek heeft scherpe herinneringen aan de Antilliaanse Sint Nicolaas. En filosofe Solange Leibovici neemt ons mee naar Frankrijk, ze heeft veel nagedacht over Sinterklaas – die ze haat – en zet de Turkse baardman af tegen de lieve Kerstman uit la douce France. Arnold-Jan Scheer, auteur van Wild geraas, vertelt over strijd, primitiviteit en lust achter de Sinterklaasviering.

Met surprises en Tony Chocolony-chocolade.
En muziek van het Sinterklaastrio!
Locatie: Perdu, Kloveniersburgwal 86  1012 CZ Amsterdam
Datum en tijd: donderdag 6 december, 19.30 uur, zaal open 19.00 uur

Toegang:  € 10,-/ CJP € 7,50

Er is slechts een beperkt aantal toegangskaarten beschikbaar. Wie ‘t eerst komt, ‘t eerst maalt.
Aanmelden kan via deze link
Amparo Garcia Celma over de teloorgang van Spaanse tradities

Frans Lopulalan: Een zoon van Porto

Hoe is het u vergaan, soldaat van het Koninklijk Nederlandsch Indisch leger? En hoe vergaat het jou, mijn zoon? Met deze vragen in hun ransel gaan de Molukse schrijver Frans Lopulalan en zijn zoon Benja terug naar het land waar ze nog nimmer waren: het land van de voorouders. Een reis langs het erfgoed van de Molukken en een onontkoombare zoektocht naar de essentie van het bestaan. Frans Lopulalan is de auteur van ‘Onder de sneeuw een Indisch graf’ (een tweeluik als roman) en de bundel ‘Dakloze herinneringen’.

‘Een zoon van Porto’ is een film van Annelotte Verhaagen. Eerste vertoningen op het Nederlands Filmfestival op woensdag 28 september 2011 om 22.15 uur en op donderdag 29 september om 12.00 uur (Louis Hartlooper Complex 3; Tolsteegbrug 1, Utrecht). Duur 53 min. – original language: Dutch / Moluccan Malay / Nederlands / Engelse ondertitels.

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter