blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Lobo Ronny

Recept voor Kafé Literario 30-4-19

Reflectie van ‘wijze man’ op ‘Den su sapatu’ literair café van 30 april 2019 read on…

Energie en levenslust

door Ronny Lobo

Op 7 juli werd Renzo twee. We vierden dit twee dagen later, op de verjaardag van zijn oudste broer, met een geweldige splashparty in de tuin. In spanning wachtte de hele familie op het telefoontje uit Nederland waarmee de geboorte van mijn tweede kleinzoon zou worden aangekondigd, wat de volgende dag prompt gebeurde. Een mooi moment om over mijn tweede leg te mijmeren. Vele vrienden tonen een speciale belangstelling voor hoe het opvoeden van een kind mij op mijn leeftijd vergaat. read on…

Van het Leidseplein tot Sophia’s Lust

Verslag van het Amsterdamse Boekenbal, vrijdag 24 maart 2017
door Daan Bronkhorst

Omdat jullie met ons meeleefden in de aanloop naar het Boekenbal, hier een klein verslag van de avond.

Voorafgaand, bij een fijn eten in het nieuwe pand van de Singel-uitgevers, zei de ene auteur die dit keer niet meeging tegen ons:
Maak je op voor de teleurstelling van je leven. En de andere: We noemen het altijd het meest overschatte feest van het jaar. read on…

Kunstige roman van Ronny Lobo

door Jos de Roo

Van de roman Bouwen op drijfzand (2013) verscheen in januari 2015 de tweede druk. Terecht, want Ronny Lobo schreef een vernieuwend werk met hoogst originele motieven. Het is aanvankelijk een ode aan de architectuur en waar vindt men die verder in de Curacaose literatuur? Maar het is ook een tegenhanger van het motief van de macho-figuur met zijn veelwijverij, zoals een ouderwets woord het uitdrukt. Het spiegelbeeld van zo’n macho is de romanfiguur Karin, die aan veelmannerij doet. read on…

‘Schutkleur’ van metaforenkoningin

door Eric de Brabander

De Haarlemse uitgeverij ‘In de Knipscheer’, uitgever van een grote hoeveelheid Nederlandse postkoloniale literatuur, kwam afgelopen september met een aantal nieuwe boeken van Curaçaose bodem op de markt. Het gaat goed met de Curaçaose literatuur. Er is een aantal nieuwe schrijvers opgestaan de afgelopen jaren, zoals Jopi Hart die zijn derde roman mocht presenteren in een overvolle theaterzaal van Cultuurcentrum Podium Mozaïek in Amsterdam West.
read on…

Tirami sù: Licht en luchtig als een Curaçaose wals

door Walter Palm

De befaamde eerste vraag die Jörgen Raymann aan zijn gasten stelt in zijn tv-programma ‘Raymann is laat’ luidt:’Wie is je vader, wie is je moeder?’. De vraag naar de biologische vader is een terugkerend thema in Antilliaanse romans. Zo is in de roman ‘De rots der struikeling’ van Boeli van Leeuwen de hoofdpersoon Eddy Lejeune bevangen door twijfel over zijn afkomst. ‘Het bloed stolde in mijn aderen’ bij alleen de gedachte dat zijn officiële vader niet zijn biologische vader is.

read on…

Antilliaans Boekenfeest

Uitgeverij In de Knipscheer presenteert op 13 september in het Amsterdamse Podium Mozaïek nieuwe boeken van Aruba, Bonaire en Curaçao. Met onder anderen de auteurs Henriette de Mezquita, Bernadette Heiligers, Joseph Hart, Ronny Lobo, Olga Orman, Quito Nicolaas, Clyde Lo A Njoe, Jos de Roo en Jacques Thönissen. read on…

Veiligheid carnavalsroute niets te maken met carnaval’

Curaçao – “De veiligheid van de gebouwen aan de Roodeweg en Breedestraat zou niet alleen met carnaval moeten tellen”, zegt architect Ronny Lobo. Volgens de architect maakt het zelfs niet veel uit dat de parade in februari door de straten dendert, zo schrijft Caribisch Netwerk. read on…

‘Doortastend en terughoudend’

Architect Ronny Lobo debuteerde met Bouwen op Drijfzand, een roman over architectuur, de Caribische samenleving en de liefde.
door Otti Thomas
Ronny Lobo

 

De voortgang bij de bouw van twee huizen compenseren de besluiteloosheid van hoofdpersoon Kenzo in de liefde. Een architect bouwt niet zozeer huizen of andere gebouwen, maar verwezenlijkt dromen. Dromen van opdrachtgevers en evenzeer eigen dromen. Dit is zeker het geval in Bouwen op Drijfzand, het debuut van Ronny Lobo. Zijn ervaringen als architect vormen de basis voor het boek, waarin hoofdpersoon Kenzo Schmidt huizen ontwerpt voor een getrouwd en een ongetrouwd stel.
Het verhaal heeft veel vaart, want het is grotendeels opgebouwd uit de contacten die Kenzo als vertellende ik-persoon heeft met zijn opdrachtgevers. Uitgebreide achtergrondinformatie over de twee eilanden, verhandelingen over de geschiedenis van de hoofdpersonen, een uitleg over het vak van architect of een vooruitblik op toekomstige ontwikkelingen zijn er niet. De lezer leert gelijktijdig met Kenzo de personages kennen.
Onderhandelingen met het echtpaar Paul en Heidi Michel maken duidelijk dat de man streeft naar besparingen, terwijl zijn vrouw vooral een mooi huis wil. Uit de gesprekken en een zeiltochtje met Roy Goodweather blijkt hoeveel liefde deze opdrachtgever heeft voor de eenvoud van de natuur. En dan zijn er natuurlijk de momenten met Goodweathers vriendin Karin Oei, op wie Kenzo verliefd wordt.
De keuze voor een ik-persoon werkt vooral goed als Lobo zijn hoofdpersoon zijn liefde voor de architectuur en de natuur laat delen.
Anders dan de tekst op de achterflap doet vermoeden, is de keuze tussen het behoud van de natuur en de gewenste luxe van de klant in het boek niet prominent aanwezig. Die afweging moet des te meer gemaakt worden als het gaat om de bouw en inrichting; de afmetingen van de kamers, de kleur van tegels en de stijl van de meubels.
“De kunst was om je zo snel mogelijk in te leven in de gekste wensen van een opdrachtgever. Soms kwamen er toch creatieve oplossingen uit. Een letterlijke verwerking van hun ideeën kon tot de ergste kitsch leiden. Zoals een geïsoleerd vijvertje in de voortuin met daarover een bruggetje, dan van nergens naar nergens leidde. Met daaromheen kaboutertjes en eendjes.’’
Ronny Lobo
Liefde voor bouwproces
Lobo laat via zijn alter ego merken hoeveel liefde hij heeft voor het bouwproces. Bijvoorbeeld als Kenzo vol verbazing toekijkt bij het aanbrengen van de dakpannen. “Met open mond keek ik toe. (…) De man bij de pallet jongleerde de pannen naar de luchtacrobaat op het dak. Die ving ze op en legde ze direct op hun plaats. De snelheid waarmee ze dat deden had meer weg van tennissen dan van dakdekken.’’
Diezelfde bewondering blijkt ook tijdens een inspectie van het huis in aanbouw. “Terwijl ik al wandelend door de woonkamer naar boven keek, bleef mijn rechtervoet ergens achter haken waardoor ik bijna viel. Met moeite kon ik me tegen een ruwe muur staande houden. Toen ik naar beneden keek, zag ik dat ik gestruikeld was over een rood bekrijt touwtje dat pal over de vloer gespannen was.’’ De rode touwtjes zijn door het hele huis gespannen. De aannemer legt desgevraagd uit dat de touwtjes gebruikt worden om het pleisterwerk waterpas en haaks aan te brengen. Niet alleen per ruimte, maar ook ten opzichte van alle andere ruimtes in het huis.
“Ik kon mijn ogen en oren niet geloven. Tijdens mijn hele bouwkundige loopbaan op alle eilanden van de Nederlandse Antillen was ik nooit eerder deze precisie tegengekomen’’, denkt Kenzo.
Waar deze fragmenten het hoofdpersonage tot leven wekken, zijn het de dialogen die de andere personages tot mensen van vlees en bloed maken, aangevuld met de gedachten en gevoelens die Kenzo vervolgens met de lezer deelt. “Het was verhelderend om het grote verschil in achtergrond tussen Paul en Heidi te kennen. Paul, een verwende jongen die niets tekort kwam, en Heidi, een bedeesd meisje dat zich niet zomaar tegen iedereen uitte’’, denkt hij na een ontmoeting met het echtpaar uit Nederland. Roy Goodweather leert hij echt kennen tijdens een uitstapje op zijn zeilboot. “Bij Roy was de behoefte aan luxe niet ontwikkeld. Hij vroeg zich steeds af waarom bepaalde ruimten zo groot moesten zijn. Op zijn zeiljacht was alles klein en toch was het geschikt om in te wonen, eten, douchen en zelfs om de liefde in te bedrijven (…).’’
 
 
Karin Oei
Seksscènes
Het personage dat te weinig uit de verf komt, is Karin Oei, die nota bene een cruciale rol speelt als de vrouw op wie Kenzo verliefd wordt. Hoewel vanaf de eerste pagina duidelijk is dat ze voor elkaar zullen vallen, lijkt het desbetreffende moment vrij willekeurig, omdat er weinig ontwikkeling in hun relatie lijkt te zitten. Het zijn de gedachten van de hoofdpersoon die hier juist vertragend werken en zelfs voor een gevoel van herhaling zorgen. Ook tijdens de seksscènes analyseert Kenzo te veel. Op een regel als: “Voor ik me verder tegen haar verleiding kon verzetten, lagen we in het zand”, volgt een regel als “Onze lichamen lieten zich gaan alsof ze al langere tijd smachtten naar dit verboden moment.’’ Plastisch is een omschrijving als “Ze beklom mij en met haar handen greep ze mijn gezicht vast en begon me te kussen, te bijten, te likken.’’ Maar dan volgt weer een gedachte: “Ongelooflijk hoe gevoelig mannentepels kunnen worden op zo’n moment.”
Ook de gedachten die Kenzo voor en na elke ontmoeting met Karin heeft, halen de vaart uit het verhaal. Hun hele relatie is ondanks alle passie ingekaderd door twijfel. Aanvankelijk weet Kenzo zich geen raad met gevoelens van verliefdheid en voelt hij zich schuldig dat hij zijn zakelijke belangen niet kan scheiden van zijn persoonlijke verlangens. Vervolgens twijfelt hij of de gevoelens die Karin voor hem heeft wel echt zijn als hij vermoedt dat ze behalve hemzelf nog een andere minnaar heeft. Waar gedachten en gesprekken voldoen om de andere personages te leren kennen, blijft Karin hierdoor enigszins in de mist hangen. De besluiteloosheid en terughoudendheid van Kenzo maken hem bovendien niet sympathieker.
Toch indrukwekkend
Als architect is Kenzo een stuk doortastender en het kost de lezer weinig moeite om zich in te beelden hoe beide huizen langzaam realiteit worden. “Bij elke muur die werd opgetrokken, sloot een ruimte zich af van buiten. Maar tegelijkertijd kreeg de ruimte een andere relatie met buiten, door de grote raamvensters die als een soort passe-partout de omgeving inkaderden.”
Mede dankzij deze fragmenten en orkaan Ivan die aan het einde voor een onverwachte ontwikkeling zorgt, is Bouwen op Drijfzand toch een indrukwekkend debuut.
[uit Ñapa Literatuur (Amigoe), zaterdag 18 januari 2014]

Cultuur Top Vijf 2013 Werkgroep (2)

Het eind van het volle jaar 2013 zit er bijna op. Caraïbisch Uitzicht vroeg alle leden van het Bestuur en de Adviesraad van de Werkgroep Caraïbische Letteren om hun top-vijf van culturele evenementen die zij het afgelopen jaar hebben bijgewoond of de beste boeken die zij lazen. Vandaag de tweede aflevering: Adviesraadslid, criticus en hoogleraar Wim Rutgers.

1.
De uitreiking van een eredoctoraat aan Elis Juliana door de University of Curaçao op 18 juni 2013.
2.
De uitreiking van de derde Premio Willem C.J. (Boeli) van Leeuwen op 10 oktober (de geboortedag van Boeli) aan Tanio Kross, Randal Corsen en Carel de Haseth voor onder meer de Papiamentstalige opera Katibu di shon.
3.
De overhandiging van de literaire nalatenschap van Luis H. Daal aan de Mongui Maduro bibliotheek op Curaçao op 5 oktober 2013.
Overhandiging literaire nalatenschap Luis H. Daal

 

4.
De vijfde tweedelige publicatie in rij van de proceedings van de Annual Eastern Caribbean Island Cultures Conference, een uitgave van de Fundashon pa Planifikashon di Idioma, de University of Curaçao en de Universidad de Puerto Rico, waaraan meer dan 75 lokale en internationale auteurs hebben meegewerkt.
5.
De presentatie van Uitgeverij In de Knipscheer op 8 september van niet minder dan vijf boeken tegelijk van Arubaanse en Curaçaose schrijvers: Giselle Ecury: De rode appel, Joseph Hart: Verkiezingsdans, Els Langenfeld: Porto Marie, Ronny Lobo: Bouwen op drijfzand, Jacques Thönissen: Onder de watapana

 

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter