blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Leinders Jeroen

Het Tula-tumult

 
door Elodie Heloise
Ik zeg ‘Tula’… en heb inmiddels het idee dat ik of direct mijn schild op moet zetten om mij te verdedigen tegen de lading ‘rotte’ tomaten die mijn kant op geslingerd worden of dat ik het op een lopen moet zetten om te ontkomen aan een venijnige groep opgeschoten historici die op mijn nek uit zijn. Voordat ik ‘Tula’ zeggen mag, moet ik tegenwoordig, zo lijkt het althans, eerst heel erg goed te rade gaan bij mijn historische kennis en kunde. Wanneer ik heb vastgesteld dat ik in elk geval drie van de naar verluid vijf boeken over Tula gelezen heb, het toneelstuk van Pacheco Domecassé ken, met daarin overigens een hele jonge Diana Lebacs en Laura Quast, stijgen mijn kansen om iets over de film Tula The Revolt te mogen zeggen. Maar we zijn er nog niet, de eerste rotte tomaat ligt al in de aanslag bij de een of andere Curaçao-expert al dan niet van eigen bodem, ik moet namelijk ook nog even heel goed kijken welke kleur ik heb en waar ik geboren ben. Hoe verder mijn wortels verwijderd zijn van de Curaçaose bodem, hoe meer mijn recht van spreken slinkt… tot op het punt waar ik eigenlijk netjes met mijn armen over elkaar behoor te zitten met bij voorkeur duct-tape op mijn mond.
Scène uit het toneelstuk Tula van Pacheco Domacassé
Zo moet het voelen voor de filmmakers Dolph van Stapele en Jeroen Leinders die het waagden een film over de nationale held van Curaçao te maken en die een stroom van kritiek over zich heen hebben gekregen sinds de film in premiere ging. Triest is het dat een van hen in een interview aanhalen moet: ‘Ik heb 18 jaar op Curaçao gewoond’. De ander, en dat weet ik, heeft alle documenten en stukken geraadpleegd. Zo ook de experts om vooral niet af te wijken van de historisch vastgelegde gebeurtenissen rondom de slavenopstand van 1795. Genadeloos wordt hij ‘aangepakt’ op een omissie in de feiten… die hij in overleg met experts heeft ingevuld met de meest voor de hand liggende interpretatie. Nee, de redelijkheid en de doorgaans daaraan voorafgaande objectiviteit over Tula The Revolt is ver te zoeken. En dat laatste intrigeert me.
Het filmboek van Leinders had ik al gelezen ruim voordat ik de film zelf zag.  Ik vond het een strak boek. Weinig ‘speelruimte’ zat erin, het was al een half filmscript dat zeer dicht op de feitelijke gebeurtenissen van 1795 vastgenageld zat. En ik begreep ook waarom… dit ging over Tula en daar kun je niet zomaar iets mee doen. Niet op Curaçao. En al helemaal niet als ‘niet-Curaçoënaar’.  De argusogen van de historici keken daarom ook zeer nauwlettend mee. In mijn optiek is daarmee elke mogelijkheid om van Tula een heldenverhaal te maken op voorhand al gesneuveld. Daar was ik dan ook bang voor toen ik het boek van Leinders las.
Op de set van Tula the Revolt

 

Stel je voor: een schip vaart de Annabaai binnen. Het komt uit Haïti en heeft een verstekeling  annex halve crimineel bij zich. Mercier genaamd. De man is veroordeeld en moet zijn tijd ‘uitzitten’ op een plantage alwaar hij onder de slaven het bericht van de Franse strijd brengen kan. Stel je voor dat Madame Johanna Lesire een echte française was die het nieuws uit eigen bronnen ook al vernomen had. Stel dat het stadsleven van Curaçao van rond 1795 meer in beeld was gebracht, of het leven op de plantages….? En dat de historische route niet met een animatie in beeld was gebracht, maar gewoon op de kaart, op tafel, tussen soldaten die een strategie uitzetten om de opstand te beteugelen? Ja, op het plot of script van deze film is zeker het een en ander aan te merken, maar alleen wanneer je als schrijver ervan de vrijheid ook echt hebt gehad.  En die was er vrees ik niet. Die was al eerder om zeep geholpen, door de feitelijke geschiedenis en haar vaandeldragers.
Kritiek op een plot rechtvaardigt echter naar mijn smaak niet het tumult dat over deze film is ontstaan. Het tumult erover is emotioneel. ‘Want Tula komt niet uit de verf zoals hij had moeten zijn’. En daar zit de angel, denk ik. De plaats van Tula als nationale held van Curaçao. Welke plaats? Voor zover ik weet, alle historici kunnen nu heel hun gewicht in de schaal gooien en met titels van proefschriften smijten, is Tula nog altijd niet in het collectieve besef van de bevolking van Curaçao doorgedrongen als held, of iemand om trots op te zijn. Waar zijn de kinderen die Tula heten? Dit in tegenstelling tot de duizenden die zijn vernoemd naar Martin Luther King, Malcolm X of Rosa Parks, allemaal voorvechters van gelijke rechten voor iedereen en in het bijzonder voor de Afrikaanse afstammelingen. Sterker nog: een kind dat op Curaçao op het schoolplein ‘Tula’ wordt genoemd, ervaart dat als een vernedering. ‘Ik ben geen slaaf’. Waar is de Tulaschool? Er is een museum, dat wel. En er is een straat naar hem vernoemd. Maar daar houdt het wel zo’n beetje mee op. Wat betekent dat?
Elodie Heloise

 

Ik denk dat Tula The Revolt voor Curaçao te vroeg is verschenen. Curaçao is er nog steeds niet klaar voor om Tula echt als een held tot zich te nemen. Het maakt niet uit wie de film gemaakt heeft of welke megasterren erin hebben gespeeld. Alle boekjes, historici en standbeelden ten spijt. Dat is de echte reden van de emotie die achter de reacties zit. Zolang dit stuk verleden niet in ons denken en voelen wordt omgezet tot een trots op wie we zijn en waar we vandaan komen, dansen we om de hete brei heen. Misschien is Tula The Revolt toch precies op tijd verschenen. De discussie erover is in elk geval al gestart.
En Tula? Die wacht al 218 jaar op rehabilitatie en erkenning… hij zal, vrees ik, nog wat langer geduld moeten hebben.
[van de blog van Elodie Heloïse]

Toelichting van Ini Statia:
Elodie, prachtig verwoord! Heel mooi en treffend. Eén kleine correctie: Tula is bijna vier jaar geleden (in oktober 2009) OFFICIEEL gerehabiliteerd als ‘held.’ Dit gebeurde tijdens een plechtig en serieus symposium in Kurá Hulanda. Ik was daarbij aanwezig. Echter, het was een handjevol mensen, dezelfde groep als altijd. Bijna alleen Curaçaoënaars. Een commissie die onder anderen uit mr. Suzy Camelia-Römer en prof. dr. Jandi Paula bestond, had zich hierover gebogen en heeft in een juridisch document vastgelegd dat Tula officieel gerehabiliteerd is.

Ketenen Verbroken

Op 1 juli is het precies 150 jaar geleden dat Nederland de slavernij afschafte. Reden voor het filmfestival World Cinema  Amsterdam om samen met Stichting Herdenking Slavernij Verleden 2013 en Vereniging Antilliaans Netwerk een speciaal  programma samen te stellen rond het thema slavernij, onder de noemer Ketenen Verbroken. Op vrijdagavond 16  augustus staan vanaf 19.30 uur vier films op het programma.
Curaçao, foto © Bea Moedt

 

De films zijn:
vrijdag 16 augustus | 19.30 uur: 30 mei 1969
John Leerdam | Curaçao, Nederland | 1995 | 70’ |Nederlands en Papiamentu gesproken | Nederlands ondertiteld
30 mei, 1969 is een dag die bij alle Curaçaoënaars in het geheugen staat gegrift. Op die dag kwamen de zwarte werknemers van de Shell-olieraffinaderij in opstand tegen de slechte betaling en het gebrek aan respect. De  Nederlandse overheid greep keihard in. Filmmaker  John Leerdam reconstrueert die dag. Regisseur en politicus John Leerdam zal ook aanwezig zijn bij de vertoning en ook een korte Q&A verzorgen na afloop.
vrijdag 16 augustus | double bill | 21.30 uur:
1. De Wonderboom, kunst van Capricorne
Tanja Fraai en Mike Ho-Sam-Sooi | Curaçao, Nederland | 2013 | 40’ | Nederlands en Papiamentu gesproken, Engels ondertiteld
Opvallend kleurgebruik en een van levenslust  bruisende penseelstreek kenmerken het werk van de Curaçaose kunstenaar/dichter José Maria Capricorne (1932). Filmmakers Tanja Fraai & Mike Ho-Sam-Sooi schetsen zijn portret. Allen zullen aanwezig zijn bij de vertoning en een korte Q&A na afloop doen.
2. The Night Holds Me Back
Catrien Ariëns | Curaçao, Nederland | 2012 | 52’ | Papiamentu gesproken | Engels ondertiteld
De tambú is dé muziek van Curaçao: aanstekelijke ritmes met geïmproviseerde teksten, waarop heel sensueel gedanst wordt. Pogingen deze muziek te verbieden , zijn telkens mislukt. Regisseur Catrien Ariëns laat zien dat de tambú springlevend is. De regisseuse zal bij de vertoning aanwezig zijn en na afloop een korte Q&A verzorgen.

José Capricorne

 

vrijdag 16 augustus | 21.45: Tula The Revolt
Jeroen Leinders | Curaçao, Nederland | 2012 | 102’ | Engels gesproken | Nederlands ondertiteld
Waargebeurd maar nooit eerder verfilmd  verhaal van de grote slavenopstand in 1795 op  Curaçao. Als de slaaf Tula hoort dat een opstand op Haïti heeft geleid tot de afschaffing van de slavernij, besluit hij in actie te komen. Met o.a. Jeroen Krabbé, Danny Glover en Jeroen Willems. Voor Willems was het zijn allerlaatste rol. De regisseur zal bij de vertoning aanwezig zijn en een korte Q&A na afloop verzorgen.
Tickets en locatie
Vanaf 25 juli kunnen kaarten zowel online via www.worldcinemaamsterdam.nl als aan de kassa van Rialto worden gekocht. Reserveren kan dagelijks vanaf 13.00 uur via 020-6768700.
Rialto
Ceintuurbaan 338

Amsterdam, Tel. 020-676 8700

Prijzen
Regulier: € 9,50
Met korting*: € 8,-
Vijfrittenkaart: € 35,-
*korting op vertoon van een geldige CJP, Pas-65, Stadspas of studentenkaart
Met een Cinevillepas zijn alle films gratis toegankelijk.

Tula: The Revolt: schematisch en oppervlakkig

door Dick Gilsing

Tula: The Revolt vertelt het verhaal van de slavenopstand op Curaçao die begon op 17 augustus 1795.

Op 1 juli was het 150 jaar geleden dat de slavernij in de Nederlandse koloniën werd afgeschaft. Curaçao was in de achttiende eeuw een belangrijke doorvoerhaven in de trans-Atlantische slavenhandel. De plantages waren er door de droge en weinig vruchtbare grond niet groot. Aan het einde van de achttiende eeuw lag de algemene handel in het gebied door internationale spanningen nagenoeg stil. De Nederlandse Republiek had de oorlog met Frankrijk verloren en was onder Frans bestuur komen te staan. Tegen deze achtergrond speelt het verhaal van de opstand, die op 17 augustus 1795 begon onder aanvoering van Tula, een slaaf die zich opstelde als onafhankelijkheidsstrijder. Op Curaçao wordt 17 augustus nog altijd grootser gevierd dan 1 juli, toen de slavernij in 1863 daadwerkelijk werd afgeschaft. Regisseur Jeroen Leinders bracht een gedeelte van zijn jeugd op het eiland door en merkte later dat Tula er nog altijd een grote held is. Samen met cameraman Dolph van Stapele zette hij de productie op touw. Dit deed hij wel in samenspraak met lokale historici, want dat twee blanke Nederlanders de geschiedenis van zwarte slaven zouden gaan vertellen, riep kritische vragen op. Leinders koos als uitgangspunt de geweldloosheid van Tula en vroeg de Amerikaanse scriptschrijver Curtis Holt Hawkins het scenario te schrijven.

 

Wreedheid
De film begint met de gruwelijke vonnissen voor Tula (Obi Abili) en zijn naaste helpers, uitgesproken door gouverneur De Veer (Jeroen Krabbé). Dan gaan we terug in de tijd. Tula en andere slaven op de plantage van Willem van Uytrecht (Jeroen Willems) hakken in de dorre aarde. Tula’s jongere broer houdt het niet vol, wordt slecht behandeld, bezwijkt en wordt begraven. Intussen moet er voortaan ook op zondag gewerkt worden. Speranza (Nathalie Simpson), het liefje van Tula, werkt als huisslavin bij de plantagehouder en hoort dat de slaven op Haïti in opstand zijn gekomen en dat de Fransen er de slavernij hebben afgeschaft. Dat alles wakkert de onvrede bij Tula aan. Op vreedzame wijze wil hij gedaan krijgen dat ook zij vrij worden. De Franse wet geldt nu toch ook voor de Nederlanders. Daarover wil hij praten met de gouverneur. Tula wint het vertrouwen van de anderen op zijn plantage, ook van de oude wijze Sinishi (Danny Glover), en hij confronteert Van Uytrecht met zijn mening. Deze vernedert en mishandelt hem, maakt van zijn liefje ook een veldslaaf en daagt hem uit naar de gouverneur te gaan. ‘Jullie soort’ heeft geen recht op vrijheid. Vanaf dat moment wordt Tula de echte leider, die ook het vertrouwen krijgt van slaven van andere plantages.

 

Schematisch
Tula: The Revolt is de eerste film over slavernij in de Nederlandse koloniën. Jeroen Willems, die in deze film zijn laatste rol speelt, zei in een interview: “De rol van de Nederlanders in de slavernij was geen mooie, we hebben lelijke dingen gedaan. Het wordt tijd dat dat een keer gezegd en vooral getoond wordt.” Leinders heeft niet gekozen voor Nederlands en Papiaments maar voor een internationale cast met Engels als voertaal. Dat vervlakt de weergave van een belangrijke gebeurtenis in de Nederlandse koloniën wel. Ofschoon er alleen op Curaçao is gefilmd, is het eiland nauwelijks te herkennen. Jammer is ook, dat het verhaal en vooral de karakters nogal schematisch zijn ingevuld. Er is een ‘slechte’ slaaf die zijn vrijheid koopt door Tula te verraden, en er is de blanke vrouw (Henriette van Tol) die de slaven helpt en de priester (Aden Gillett) die bemiddelt maar vindt dat de slaven hun lot moeten aanvaarden. De karakters kennen nauwelijks ontwikkeling. Alleen Obi Abili, Paul Bazely en Jeroen Willems weten door hun spel aan stereotypen te ontkomen. Vreugdedansen en smartelijke liederen van de slaven roepen wel de nodige emotie op en kleuren het geheel gevoelvol in. Maar zo’n tambu zien we helaas maar 1 keer.

 

Conclusie
Leinders vertelt een belangwekkend verhaal dat verteld moet worden. De inhoud raakt aan historisch onrecht dat nog altijd doorwerkt maar blijft te veel aan de oppervlakte door een schematische invulling van plot en karakters.
Regisseur: Jeroen Leinders
Cast: Derek de Lint, Danny Glover, Jeroen Willems, Jeroen Krabbé
Genre: Drama
Releasedatum: 4 juli 2013
Speelduur: 102 minuten

[van www.moviescene.nl]

Wereldpremière Tula The Revolt

De internationale Engelstalige slavernijfilm Tula The Revolt, die het verhaal vertelt van de slaaf Tula die de slavenopstand in 1795 leidde, kende gisteravond in het Koninklijke Instituut voor de Tropen in Amsterdam zijn wereldpremière. De film zal op 11 juli ook op Curaçao in première gaan. Tijdens de wereldpremière waren onder andere de motoren achter de film; regisseur Jeroen Leinders en medeproducent Dolph van Stapele aanwezig, evenals de cast, met uitzondering van hoofdrolspeler Obi Abili die de rol van Tula vertolkt.

Antilliaanse literaire Tertulia

Op 3 augustus vindt er in de Gemeentebibliotheek van Den Haag een literaire Tertulia met Antilliaanse hapjes en kruidenthee plaats, in het kader van het Festival ‘Geluid van de Vrijheid – 150 jaar afschaffing slavernij’. Sprekers zijn Ronnie Martina, Jeroen Leinders e.a. Er zullen optredens zijn van Darlène Westmaas, Natusha Croes, Floris Cicilia e.a.
Datum: zaterdag 3 augustus 2013
Tijd:  van 12:00 tot 16:00 uur
Aanmelding  is noodzakelijk i.v.m. de catering. E-mail: dutchcaribbeanbookclub@gmail.com
Heeft u zich aangemeld en kunt u onverhoopt niet aanwezig zijn? Laat het ons weten.

Tula: een Curaçaos rolmodel

door Jerry Dewnarain

Een rolmodel, een held, een idool, we hebben er allemaal wel een. Het zijn de daden van deze persoon die hem of haar boven anderen uittillen en indruk op ons maken. Het is hun boodschap die zij in de wereld brengen, waarmee ze geschiedenis schrijven of hebben geschreven. Hun eigen geschiedenis, maar daarmee ook de geschiedenis van een gehele natie. Vroeger vertelde men elkaar deze verhalen mondeling: mythen, legendes en volksverhalen. Gebaseerd op historische feiten, maar geromantiseerd voor het vermaak. Dit doen we nog steeds, alleen vertellen we de verhalen via boeken, internet, televisie en film. Zo is Tula voor velen een rolmodel. Tula was een slavenverzetsstrijder tijdens de grote Curaçaose slavenopstand die plaatsvond in het jaar 1795.
In 2012 verscheen bij uitgeverij Conserve in Schoorl de roman-filmeditie over Tula. De auteur Jeroen Leinders zegt in zijn boek dat hij allerlei bronnen heeft geraadpleegd (p. 185) om een zo duidelijk mogelijk beeld te krijgen van het gebeuren in die tijd. Deze informatie heeft hij beschreven in het boek Tula Verloren Vrijheid. Historische roman over de aanvoerder van de grote Curaçaose slavenopstand van 1795. Dit boek ligt ten grondslag aan het script van de internationale speelfilm Tula, The Revolt waarin de beroemdste held van Curaçao in opstand komt tegen de slavenhouders. De film met onder anderen Danny Glover, Jeroen Krabbé en de onlangs overleden Jeroen Willemse in de hoofdrollen berust volgens regisseur Leinders op waarheid. De opnames van de film vonden eind vorig jaar plaats op Curaçao bij landhuizen en locaties waar Tula destijds de opstand voerde (zie kaart, p. 191). De schrijver-regisseur schrijft met zijn boek het verhaal over Tula, zijn leven en zijn idealen en het verloop van de opstand. Tula wilde in eerste instantie geen opstand. Hij wilde gewoon gelijkheid en vrijheid. Twee dingen waar het boek ook steeds op terugschakelt, want dat is de kern (p. 51). Het verhaal van Tula is een persoonlijk verhaal van een man die vocht voor waar hij in geloofde. Het is een verhaal van moed, van bezieling en van strijd tegen onrechtvaardigheid en ongelijkheid. Tula was een zwarte slaaf op Kenepa (Knip), een plantage in het westen van Curaçao. Met zijn aanhangers begon hij zijn strijd voor vrijheid die hem vanaf de plantages bij Knip via San Juan en San Nicolas leidde naar Porto Marie. Hier bouwden zij een kamp. Ook het leger had zich ondertussen verzameld om de strijd aan te gaan met Tula en zijn mannen.
Op de ochtend van 17 augustus 1795 weigerde Tula met zo’n veertig andere slaven aan het werk te gaan, uit onvrede over hun behandeling. De planter verwees Tula door naar de directeur van de Compagnie. Daarop vertrokken de opstandelingen naar andere plantages, bevrijdden daar slaven die opgesloten zaten en maakten wapens buit op Santa Cruz. Zo’n duizend man trok zo over het eiland met een spoor van vernielingen. Pogingen van een pater om de gemoederen te sussen mislukten en uiteindelijk werd de opstand hardhandig door de overheid neergeslagen. Drie blanken en zeker honderd slaven vonden de dood. De leiders van de rebellie werden ter dood gebracht: Tula werd levend geradbraakt, in het gezicht geblakerd en met een bijl onthoofd. Karpata, een andere slavenverzetsstrijder, moest bij die terechtstelling toekijken om later hetzelfde lot te ondergaan. Hun hoofden werden op een rad te kijk gezet, de lichamen in zee gegooid. Onder langdurige geseling en andere mishandelingen had Tula bekend dat hij zich had laten inspireren door de Franse revolutie (1789). Op Curaçao moest de slavernij afgeschaft worden, vond hij en daartoe diende er een einde te komen aan de blanke overheersing. Het is daarmee exemplarisch voor de vele verhalen die er waren, en gelukkig nog steeds zijn, van moedige mensen die durven op te staan tegen onderdrukking en die zich sterk maken voor een betere toekomst. Tegelijkertijd werpt het boek op een heldere manier licht op de manier waarop Nederland de slaven heeft behandeld en op zijn rol in de trans-Atlantische slavenhandel. Leinders noemt de opstand van Tula een verloren vrijheid, een verloren zaak. De slaven moesten het onderspit delven tegen het goed gewapende koloniale leger. Volgens mij is Tula Verloren Vrijheid geen verloren strijd tegen vrijheid geweest. Met deze strijd werd in ieder geval de eerste stap gezet in het emancipatieproces van de zwarte bevolking van Curaçao. Het boek meldt dat waar aan de ene kant de beveiligingsmaatregelen van de blanken op het eiland na de opstand werden verscherpt, aan de andere kant het beruchte slavenreglement werd aangepast, en er werd bovendien streng toegezien op de naleving ervan. Het nieuwe reglement voorzag in een betere behandeling van de slaven en de zondagrust voor slaven werd in ere hersteld. De planters kregen de opdracht hun personeel beter te behandelen: zo kwamen er voorschriften voor een maximale werktijd en een minimale verstrekking van voedsel en kleding. Maar het zou nog tot 1863 duren, voordat Nederland de slavernij afschafte (vele jaren na Engeland en Frankrijk). Kleine stappen die wel degelijk een grote invloed hebben gehad op het leven van alledag op de plantages. De opstand van 1795 werd door het moederland overigens bestempeld als een gevaarlijke en levensbedreigende opstand. De leiders zijn in geschiedenisboeken afgeschilderd als bloeddorstige types die de regering omver wilden werpen en zelfs over wilden nemen. De naam Tula is door de eeuwen heen tot de verbeelding blijven spreken in de harten en hoofden van de afstammelingen van de slaven op Curaçao. In Tula zagen zij de verpersoonlijking van hun hoop op vrijheid en een symbool tegen de koloniale overheersing en onderdrukking van de zwarte mens.
Zeekaart van Curaçao, 1790
Hoewel het verhaal van Tula belangrijk is in de geschiedenis van Curaçao werd het lang genegeerd door de Nederlandse machthebbers. Op de scholen van het eiland werd niet over Tula gesproken. De opstand van 1795 is pas recent aan serieus onderzoek onderworpen. In Nederland is steeds een heel negatief beeld geschetst, Tula en Karpata zijn bestempeld als boeven en moordenaars zoals Baron, Boni en Joli Coeur. Tula was, zoals duidelijk in dit boek beschreven wordt, een man die beslist geen geweld wilde gebruiken. Hij was zelfs enorm tegen geweld. Het enige wat Tula wilde was de vrijheid terug voor alle mensen en dit rustig bespreken met zijn landheer en de gouverneur. Vooral toen duidelijk werd dat de Franse regering besloten had dat alle slaven vrij gelaten moesten worden. De landheren en de gouverneur hebben dit meteen opgevat als een opstand, terwijl dit helemaal niet de bedoeling was van Tula. Mijns inziens is Tula vergelijkbaar met mensen als Gandhi en Martin Luther King; niet tegen of voor een kleur, maar tegen onderdrukking. Hij was een wereldmens op locatie. Met de verschijning van het boek hoopt de schrijver een soort bewustzijn te creëren: mensen mee te geven dat ook wanneer je klein bent, je groot kunt presteren. Mensen laten zich vaak tegenhouden door klein te blijven denken.
De tekst in het boek is geschreven met een duidelijk lettertype. Er komen wel diverse flashbacks aan de orde om het gebeuren duidelijker te maken. Deze flashbacks zijn cursief gedrukt, zodat er een goede afscheiding is gemaakt tussen het voorafgaande en het heden (1795). In het boek staan een aantal woorden en/of zinnen in het Papiamentu. Deze woorden en/of zinnen worden in het Nederlands verklaard (pp. 186-187).
Ik heb het boek niet met spanning gelezen: het verhaal is voor mij heel herkenbaar, doordat ook de Surinaamse geschiedenis enkele ‘Tula’s’ heeft voortgebracht. De schrijfstijl deed mij veel denken aan de historische romans van Cynthia Mc Leod: simpel en beeldend. De schrijver heeft ondanks het feit dat hij zegt dat hij bronnenonderzoek heeft gedaan toch enkele flaters geslagen. Al in het voorwoord (p. 5) zegt hij dat de Franse revolutie in 1792 heeft plaatsgevonden, terwijl dat 1789 moet zijn. Volgens de Koninklijke Bibliotheek bereikten naar schatting negentigduizend Afrikanen het eiland Curaçao en niet honderdduizend zoals Leinders dat aangeeft. Ook is de schrijver niet nauwkeurig omgegaan met de spelling van het Papiamentu. Het boek is doorspekt met Papiamentu-woorden die verkeerd zijn gespeld. Tula Verloren Vrijheid is een slavernijroman en romans over de slavernij bevatten onvermijdelijk gruwelijke scènes, waarbij de afloop bij voorbaat bekend is. Toch weet Leinders door de dialogen tussen de slaven hen tot zulke hartverwarmende mensen te maken, dat je ze gedurende het verhaal met gevoel kunt volgen.
Jeroen Leinders: Tula Verloren Vrijheid. Historische roman over de aanvoerder van de grote Curaçaose slavenopstand van 1795, roman-filmeditie. Schoorl: uitgeverij Conserve, 2012. ISBN 978 90 5429 340 8

Memo Slavernij

Klip op afbeelding voor groter formaat

Op 1 juli 2013 is het 150 jaar geleden dat de slavernij in onze vroegere koloniën Suriname en de Nederlandse Antillen werd afgeschaft. Schrijvers en filmers houden in hun werk de herinnering van het slavernijverleden levend en dragen bij aan kennis over en het bewustzijn van het slavernijverleden. Het schrijversprogramma Letterij wijdt woensdag 24 april 2013 een avond aan dit thema. Gasten zijn Janny de Heer en Fred de Haas. De presentatie is in handen van Peter de Rijk en Franc Knipscheer.

Janny de Heer debuteerde in 1999 met Landskinderen van Curaçao. Sinds 2010 werkt zij aan de historische roman Gentleman in Slavernij, over een Duitse immigrant in het 19de eeuwse Suriname, die in 2013 zal verschijnen. Fred de Haas is muzikant, vertaler en essayist. Hij houdt aan de hand van een PowerPoint-presentatie een verhandeling over de slavernijgeschiedenis waarin Portugal en Nederland een uitgebreide rol spelen.
Verder in het programma aandacht voor de roman Tula. Verloren Vrijheid van Jeroen Leinders, het op ware feiten gebaseerde verhaal over de legendarische leider van de Grote Slavenopstand op Curaçao in 1795, van welk boek binnenkort een door de schrijver zelf geregisseerde internationale verfilming wordt uitgebracht; voor het debuut Porto Marie van Els Langenfeld, drie historische novellen  over deze Curaçaose plantage en over de novelle Slaaf en meester van Carel de Haseth, op basis van welk verhaal de eerste Papiamentstalige opera dit jaar in première zal gaan: Katibu di shonvan Tania Kross en Randal Corsen.
Locatie: Pletterij Haarlem. Aanvang: 20.00 uur. Zaal open: 19.30 uur. Toegang 5 euro. Toegang € 10,00 Eat (maaltijdsoep) & Greet met de auteurs. Aanvang 18.30 uur. Beperkt aantal plaatsen. Vooraf reserveren. Mail naar reserveren@pletterij.nl of bel 023 542 3540.

 

De verfilming van Tula

Nieuwe on-set foto’s van Tula, The Revolt, een film gebaseerd op de slavenopstand van 1795 op Curaçao. Geregisseerd door de Nederlandse regisseur Jeroen Leinders, met in de hoofdrol Danny Glover en een internationale cast onder wie Obi Abili, Jeroen Krabbé, Derek de Lint, Henriette Tol en Barry Hay.

Driemaal de slavernij in de literatuur

door Eric de Brabander

Eric de Brabander
150 Jaar geleden werd de slavernij op onze eilanden afgeschaft. Ik kan me het honderdjarige jubileum nog voor de geest halen alsof het gisteren was. Ik zat in de vierde klas van de lagere school bij meester Larmonie. Een bevlogen, levendige man, onderwijzer in hart en nieren. Hij liet zijn leerlingen toneelstukjes opvoeren die van doen moesten hebben met het slavernijverleden. Ik was een van de twee blanke jongetjes in de klas dus voor mij was er altijd wel een rol te vervullen, een rol die later, in de pauze, op de speelplaats bestraft werd. Toen al was het rollenpatroon dat opgelegd werd omdat het toneelstukje dat vereiste, niet geheel helder, ondanks dat duidelijk werd gemaakt dat het ging over goeden en slechten, zwart en wit, cowboys en indianen. En ook nu ik ruim volwassen ben heb ik moeite met deze zaken uit ons gezamenlijk verleden een etiket op te plakken. Wat zou het mooi zijn als we jaarlijks een krans bij het Tula-monument konden leggen, en het daarbij te laten, ons te concentreren op onze gezamenlijke vooruitgang nu. En te waken voor discriminatie in welke vorm dan ook, homo’s joden, lesbo’s, blank en zwart, ga zo maar een tijdje door. Om bij sollicitaties te gaan voor kwaliteit en niet voor ras of stand of een of andere 80-20-regeling.
Boeken over het slavernijverleden zijn er in de Amerikaanse literatuur te kust en te keur. Wie kent niet The saga of an American familyvan Alex Haley, in de jaren tachtig ook een populaire televisieserie. Of Uncle Tom’s cabin van Harriet Beecher Stowe. Of, om een minder populaire maar zeker niet mindere te noemen: The Journal of Darien Dexter Duff, an emancipated slave, van K.J. McWilliams. In het Nederlands beperkt hetgeen over slavernij geschreven is zich tot non-fictie, enkele uitzonderingen daargelaten. De Surinaamse auteur Cynthia McLeod schreef met Hoe duur was de suiker? een zinderende roman waar gedegen historisch onderzoek aan vooraf ging. En onze Curaçaose Carel de Haseth schreef de prachtige novelle Slaaf en Meester, ook in het Papiaments uitgebracht onder de titel Katibu di Shon, een boek dat omgewerkt wordt tot een opera met in de hoofdrol Tania Kross en muziek geschreven door Randal Corsen.
Het eiland onder de zee
Van een vriendin kreeg ik onlangs een boek cadeau, als dank voor een noodreparatie aan een voortand, die er vlak voor een reis naar het buitenland uitviel. Isabel Allendes roman, Het eiland onder de zee, in het Spaans getiteld  La isla bajo el mar, kwam in 2010 uit. Nu had ik me jaren geleden voorgenomen nooit meer iets van Isabel Allende te lezen. Toentertijd vond ik dat ze met Het huis van de geesten haar top bereikt had, en dat wat daarna volgde een hoog keukenmeidenromangehalte had.  Ik had me vergist. Het lijvige boek van de nicht van de afgezette president van Chili had ik in enkele avonden uit. Het eiland onder de zee speelt zich grotendeels af op Hispanola, het deel van het eiland dat nu Haïti heet, aan het einde van de 18de eeuw, in de tijd van de slavenopstand van Toussaint Louverture, die uiteindelijk leidde tot het eerste Caribische land waar de voormalige slaven het voor het zeggen hadden. Zarité wordt op haar negende als slavin verkocht aan de Fransman Toulouse Valmorain, de eigenaar van een grote suikerplantage, zo vermeld de achterkant van het boek. Ze werkt voor zijn zenuwzieke Cubaanse echtgenote, verzorgt zijn zoontje en wordt zijn concubine. Algauw verwekt hij een kind bij haar. Als de slaven in opstand komen tegen de plantagehouders moet Zarité kiezen. Ze kan zich ontdoen van het juk van haar meester, of ze kan hem omwille van zijn kinderen helpen het eiland te ontvluchten.Met de steun van sterke vrouwen, van wie sommigen magische krachten bezitten, neemt ze uiteindelijk de juiste beslissing. De familie Valmorain vlucht uiteindelijk via Cuba naar Louisiana waar Toulouse Valmorain een nieuwe plantage opzet.
Allende heeft ervoor gekozen om om de paar hoofdstukken Zarité aan het woord te laten  en is er op die manier in geslaagd het tijdsbeeld zowel een Europese als een Afrikaanse kleur te geven.Het is ontzettend knap dat ze de hoofdpersonen heel aannemelijk achttiende-eeuws maakt in hun denken, hun handelen en in hun levensfilosofie.Maar wat bovenal opviel is de geweldige historische onderbouwing.  
Tula – Verloren vrijheid
En dat is nou precies wat mist bij het boek Tula-verloren vrijheid van Jeroen Leinders dat deze maand uitkwam bij de Nederlandse uitgeverij Conserve. Jeroen Leinders schreef Tula niet uitsluitend als boek, maar ook als filmeditie. En aan de film wordt momenteel gewerkt met grote namen als Derek de Lint en Jeroen Krabbé.Over Tula is eerder geschreven. De Curaçaose schrijver en dichter Guillermo Rosario schreef in 1969 in het Papiaments E raȉs ku no ke muri, uitgegeven door de Bezige Bij. En Carel de Haseths Katibu di Shon is geïnspireerd door het verhaal van Tula. Ik vermoed dat de Haseth gekozen heeft de novelle een volledig fictief karakter te geven omdat over het werkelijk verhaal zo weinig bekend is, en dat hem dit de vrijheid gaf zijn eigen draai aan het boek te geven. Het is Leinders grote verdienste dat hij het verhaal van Tula internationaal onder de aandacht brengt op het witte doek.  Maar over de novelle waar het filmscript op gebaseerd is, heb ik mijn bedenkingen, met name wat betreft de historische context . Zo maakt Leinders in zijn nawoord een vergelijking tussen het neerslaan van de opstand van Tula en de gebeurtenissen na 30 mei 1969. ‘Hoewel het verhaal van Tula belangrijk is in de geschiedenis van Curaçao werd het verhaal lang genegeerd door de Nederlandse machthebbers.Op de scholen op het eiland werd niet over Tula gesproken. De staking van 1969 op Curaçao, waarin nog steeds werd gestreden voor gelijke rechten voor blank en zwart, is opnieuw door Nederland hard neergeslagen….’ Nou, zo kan die wel weer.   
   
Slavenpaar. Johann Moritz Rugendas (1802-1858). Collectie Buku Bibliotheca Surinamica
                  
Het verhaal begint met een voorwoord waarin de gebeurtenissen op Curaçao aan het einde van de 18de eeuw in verband worden gebracht met de mondiale situatie van die tijd. ‘De wereld aan het einde van de eeuw wordt gekenmerkt door grote onrust en een drang naar vrijheid en zelfbeschikking. Amerika zal zich in 1776 losmaken van Engeland, de Franse revolutie vindt plaats in 1792. De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden heeft net de laatste oorlog met Engeland achter de rug, terwijl het land intern verscheurd wordt door de strijd tussen de patriotten en de koningsgezinden. In 1795 wordt deze strijd in het voordeel van de patriotten beslecht. Het jonge patriottische Frankrijk bezet Utrecht, het laatste bolwerk van de koningsgezinden. De Bataafse Republiek onder Frans regime is nu een feit. Stadhouder Willem V vlucht naar Engeland. Frankrijk verklaart Engeland de oorlog.’ Tot zover het boek. Wat dan volgt is een verhaal dat qua stijl, woordgebruik en compositie misschien beantwoordt aan de voorwaarden van een filmscript, maar dat als novelle tamelijk kleurloos overkomt. De hoofdpersonen geven niet het gevoel achttiende-eeuws te zijn, iets wat misschien moeilijk is maar waar Isabel Allende wel in is geslaagd. Op de kaft is een foto te zien van een weldoorvoede mulat die zeker niet lijkt op de Tula die ik voor ogen heb. Op de tweede pagina van Leinders boek staat: Tula – verloren vrijheid. Filmeditie.Dat is wat verwarrend, omdat nergens vermeld wordt dat de Amerikaan Curtis Hawkins het script geschreven heeft. Nu vertelde de Curaçaose cineaste Sherman de Jesus me tijdens een bezoek van hem aan zijn eiland, dat het een misverstand was om boek en filmscript te vergelijken. Volgens hem kan dat helemaal niet omdat de scriptschrijver alle vrijheid moet hebben om dialogen te scheppen, dialogen die in het boek vaak niet nodig zijn omdat het verhaal spreekt. En om de film tastbaar te maken met de audiovisuele middelen die hem ter beschikking staan en die de auteur van het boek niet heeft. Wat er toe leidt dat boek en script vaker dan niet weinig met elkaar van doen hebben, met uitzondering van het onderwerp en de verhaallijn. Ik heb het script van Hawkins niet gelezen en ben dan ook zeer benieuwd naar de film. Ik hoop dat die behalve spanning en sensatie ook didactische kwaliteiten zal hebben, zodat onze schoolgaande jeugd er zijn voordeel mee kan doen.
Verhalen uit Gabon, Oman, Curaçao
Het debuut Verhalen uit Gabon, Oman, Curaçao van de huisarts Bob Schuringa werd onlangs gepresenteerd. Op de voorkant prijkt een mysterieuze foto van de schrijver zelf, gehuld in muskietengaas. In het boek zijn twee novellen opgenomen en enkele korte verhalen. De verhalen zijn, zoals de achterflap vermeldt, semi-autobiografisch en spelen zich af in landen waar Bob Schuringa werkzaam was als Shell-bedrijfsarts. De laatste novelle speelt zich af op Curaçao, waar de Nederlandse Titia Aggenbach, een pas afgestudeerde kunstenares, komt te wonen op het godverlaten landhuis Ronde Klip. Op een avond hoort ze in de mondi (de auteur heeft het abusievelijk maar halsstarrig over kunuku) het gehuil van een kind. Ze besluit de volgende ochtend op onderzoek uit te gaan. Op de speurtocht belandt Titia in een verlaten huisje aan de Sint Jorisbaai. Het huisje blijkt toch niet zo verlaten te zijn en Titia wordt deel van een magisch verhaal waarin ze teruggaat in de tijd, en voor haar ogen het verleden van haar voorouders zich ontrolt, die in de slaventijd het landhuis Ronde Klip en de plantage bezaten. Het kind van Landhuis Ronde Klip is een kunstig in elkaar gezette novelle die zeker geschikt is voor de literatuurlijsten van onze middelbare scholieren.

Prachtig vond ik de novelle Het achtste graf, een verhaal dat zich afspeelt nadat een mengvorm van het HIVvirus en het Ebolavirus de wereldbevolking gedecimeerd had. Paul, een Shell-arts in Gabon was met zijn zeiljacht de Fuyard de zee opgevaren om aan besmetting te ontkomen. Terwijl hij op zijn boot aan het overleven was, verspreidde het dodelijke virus zich over Afrika. Dorpen en steden hielden op te bestaan en werden overwoekerd door het oerwoud. En al gauw bereikte de epidemie de rest van de wereld. Uiteindelijk komt Paul aan in Australië waar hij verliefd wordt, en zijn nieuwverworven vrouw aan het virus prijs moet geven. Uiterst beklemmend beschrijft Schuringa de onoplosbare eenzaamheid van Paul op zijn schip de Fuyard, nadat hij zijn zwangere geliefde aan de golven prijs heeft gegeven. Paul besluit terug te zeilen naar daar waar alles begonnen was, Gabon. Hij verliest zijn jacht en gaat over land verder, vergezeld van een hond die hij Kwark noemt. Aangekomen bij de mysterieuze en verlaten plantage Margraff lijkt het erop dat Paul zijn  eindbestemming heeft bereikt. Hij beseft dat pas nadat hij door een dodelijk giftige slang gebeten wordt. Ook hier weet Schuringa de magie in zijn novelle wonderschoon gestalte te geven. Kwark blijft alleen achter. Wat te denken van de slotzin: ‘De wereld staat stil, hier op de afgelegen landtong. Alleen de zon beweegt met tegenzin. Dan omsluit de natuur het trouwe beestje met een deken van genegenheid.’ Chapeau! 

         

Er is een ding dat me zal blijven verbazen in de schrijfsels van Nederlandstaligen als het over Curaçao gaat. Het gebruik van het Papiaments. Als ik een verhaal over Duitsland zou moeten vertellen en daarbij een en ander onvertaald laat, dan zorg ik er natuurlijk voor dat het gebruikte Duits foutloos is. Daar heb je woordenboeken voor, of leraren Duits. Of vertalers. Zowel Jeroen Leinders als Bob Schuringa maken zich schuldig aan fouten in het Papiaments die de taal maken tot een soort apentaal. Ik noemde al ‘kunuku’, dat landbouwgrond betekent, en geen wildernis. Wildernis is ‘mondi’. Of het gebruik van het woord pika, als doorn of ander scherp uitsteeksel bedoeld wordt. Een doorn is een sumpiña. Pika is een werkwoord. E ta pika, het prikt. Aan dit soort taalgebruik maken beslist niet alléén Jeroen Leinders en Bob Schuringa zich schuldig. Ik ben bang dat het Papiaments in het Nederlands een eigen leven is gaan leiden, en misschien heeft dit ongeëigende gebruik van Papiaments met de jaren bestaansrecht verworven. Misschien bestaat er zoiets als Papiaments voor Nederlanders, die door de knoek lopen, in pika’s trappen en koño zeggen zonder de intrinsieke beledigende betekenis van het woord in te voelen. Want Miep Dieckman deed het ook al, in De boten van Brakkeput, en Marijn bij de lorredraaiers. En dat is toch een hele tijd geleden.

Tula van Jeroen Leinders

Over ruim een maand verschijnt de roman Tula van Jeroen Leinders. Het boek lag ten grondslag aan het script van de internationale speelfilm Tula, The Revolt waarin de beroemdste held van Curaçao, Tula, in opstand komt tegen de slavenhouders. De opnamen starten op 8 oktober aanstaande. De cast van de film bestaat, naast een aantal internationale acteurs, onder andere uit Jeroen Krabbé, Derek de Lint en Henriëtte Tol.

Belangstellenden kunnen het boek nu al portvrij bestellen via bij uitgeverij Conserve in Schoorl (specialist in vooral veel Surinaamse uitgaven en over slavernij) via info@conserve.nl. U heeft het boek dan eind september in huis.

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter