blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Lauffer Pierre

Over een derde vorm van slavenverzet

[Eerder verschenen in het tijdschrift Kristóf III-6. In een actueel nawoord gaat de auteur in op de actualiteitswaarde van dit artikel voor de discussie over straatnamen voor Antilliaanse verzetsschrijvers. ]

door B. Jos de Roo

read on…

Schrijftafelhelden

door Fred de Haas

Onlangs maakte de afdeling Algemene Zaken van het College van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam bekend dat er ‘27 definitieve straatnamen in een nieuwbouwwijk op Centrumeiland IJburg worden vernoemd naar mensen die zich hebben verzet tegen kolonialisme en slavernij in Indonesië, op de voormalige Nederlandse Antillen en in Suriname’. De keuze van de namen is tot stand gekomen na onderzoek door het Koninklijk Instituut van Taal-Land- en Volkenkunde (KITLV), met advies van het NiNsee (Nationaal instituut Nederlands slavernijverleden en erfenis) en van de Commissie Naamgeving Openbare Ruimte. Het is natuurlijk heel mooi dat schrijvers uit, bijvoorbeeld, de voormalige Nederlandse Antillen een straatnaam naar zich vernoemd krijgen, maar om al die uitverkoren schrijvers ook te kenschetsen als ‘mensen die zich hebben verzet tegen kolonialisme’ is absurd. read on…

27 straten vernoemd naar strijders tegen koloniale overheersing

Op het nieuwe Centrumeiland krijgen 27 strijders tegen de koloniale overheersing een straatnaam. Samen openen de mannen en vrouwen een boek dat maar weinig Nederlanders kennen.

door Patrick Meershoek read on…

Laatste acht gedichten van Pierre Lauffer…. juweeltjes?

door Henry Habibe

De laatste acht gedichten, die Lauffer tegen het eind van zijn leven zou hebben geschreven, werden in 1979 in Kristòf opgenomen. Ze verschenen in 2011 met hun respectievelijke vertaling in vier verschillende talen. De titel van deze uitgave door de Fundashon Pierre Lauffer is Na final di kaminda (Aan het einde van de rit) en werd ontleend aan Lauffers gedicht ‘Orashon di ansha’ (Gebed vol droefenis) uit Lágrima i Sonrisa;1973). In een inleiding gaf de toenmalige voorzitter, de heer Sidney M. Joubert, als motief op: ‘De thema’s van het hevig terugverlangen naar wat is geweest, desillusie en het naderende einde zijn in al hun droefheid zo eigen aan Pierre en tegelijkertijd ook zo universeel, dat de Pierre Lauffer Stichting heeft gemeend dat ze een aparte uitgave verdienen met daarbij de vertaling in vier talen’. Het gaat – aldus de voorzitter – om ‘juweeltjes van literaire expressie’. De vier talen waarin de gedichten vertaald werden, zijn: het Nederlands, het Engels, het Spaans en het Portugees. read on…

Verrassing! Een letterkundig colloquium over de voormalige Nederlandse koloniën

Bij 12 ½ jaar leerstoel Nederlands-Caraïbische Letteren

Doelenzaal Universiteitsbibliotheek van Amsterdam, Singel 425, 1012 WP Amsterdam
Vrijdag 26 april 2019

Dit vrij toegankelijke colloquium staat in het teken van de verrassing: in cultuurresearch komen onderzoekers altijd wel eens verschijnselen tegen die ze niet verwacht hadden, die contingent zijn of waarmee ze zich niet zo goed raad weten, theoretisch of praktisch: verrassende links, moeilijk te plaatsen figuren, tussenfiguren, teksten die zich totaal niet verhouden tot het gehele oeuvre van een auteur, correspondentie tussen mensen van wie je dat in de verste verte niet verwacht enz. Een grote groep actieve literatuurwetenschappers geeft een letterkundige of cultuurhistorische presentatie met een duidelijk raakvlak met de voormalige koloniën van Nederland. Aan het einde van de dag zal ook een nieuwe uitgave van Albert Helman ten doop worden gehouden. read on…

Saint John Perse en Édouard Glissant: twee belangrijke, maar vaak vergeten, Caribische dichter-denkers

door Brede Kristensen

Er is geen enkele aanleiding om eens iets over Saint John Perse (1887-1975), de dichter afkomstig uit Guadaloupe te schrijven. Of het zou moeten zijn dat hij in 1960 de Nobelprijs voor literatuur ontving, maar dat is nog een jaar te vroeg voor het jubileum van 50 jaar. Ondanks die prijs is hij nogal onbekend gebleven, zelfs op zijn geboorte eiland Guadaloupe. Zijn naam wordt maar zelden genoemd. In zijn overzicht van de Caribische literatuur, wijdt Aart Broek geen bespreking aan Saint-John Perse. Terwijl de titel van zijn boek Het zilt van de passaten aan een gedicht van hem is ontleend: ‘Het is een smaak van groene vruchten, het rinse dat je indrinkt met de dageraad, de melke lucht, gekruid met het zilt van de passaten’. Deze regels gebruikt Broek bovendien als motto van zijn boek. Typerende regels voor Perse.
Édouard Glissant (1928-2011) uit het naburige eiland Martinique is nog nadrukkelijker dichter en denker ineen. Over hem is veel geschreven, maar het grote publiek kent hem amper. Als dichter is hij moeilijk te doorgronden. Als denker heeft hij een betekenis die ver uitstijgt boven de Caribische regio. Hieronder volgen de uitgebreide en oorspronkelijke teksten op basis waarvan ik dit jaar twee stukjes voor de Amigoe schreef. read on…

Jan de Heer over De Stoep, Chris Engels en de literatuur op Curaçao 1940-1951 (deel 2)

Over De Stoep heeft Jan de Heer onlangs een aantrekkelijke studie gepubliceerd, bij uitgeverij LM Publishers, waarbij gretig gebruik is gemaakt van het archief van Verele Ghering-Engels, de dochter van Chris Engels. Over deze studie van Jan de Heer gaat mijn bespreking [klik hier voor deel 1 van de bespreking – red. CU]. read on…

De flonkering van het Papiamentu

De rubriek Herlezen vraagt aandacht voor boeken die langer geleden zijn verschenen en de moeite van het herlezen waard zijn. Suggesties? Laat het ons weten via ons emailadres.Vandaag een stuk over De kleur van mijn eiland van Aart G. Broek, Sidney M. Joubert en Lucille Berry-Haseth uit 2006.

 

door Michiel van Kempen

‘Voor degenen die de echte tambú gekend hebben, moet het een trieste zaak zijn de hedendaagse tambú te zien opvoeren door de jonge folkloristische groepen. Een tambú waar de man nu constant met opgeheven armen achter de vrouw aandanst totdat hij haar zo dicht nadert, dat zij hem een kontstoot geeft.’ Dat schreef de Curaçaose dichter Elis Juliana in 1983. Hij had het over de bekendste traditionele dans van de Nederlandse Antillen, maar het citaat geeft de hele ontwikkelingsproblematiek van de Antillen in een notendop: van de taal (het Papiamentu), van de cultuur in brede zin, van de hele samenlevingsvorm van de drie Benedenwindse eilanden Aruba, Bonaire en Curaçao. Waar komen wij vandaan? wat kennen wij van die traditie?, wat is ervan overgebleven?, wat geven we op als we als minuscule samenlevingen meegaan in de vaart der grote volkeren? Hoe verhoudt zich de eilandelijke cultuur tot de Nederlandstalige van het Koninkrijk der Nederlanden en de machtige Spaanstalige van het nabijgelegen Zuid-Amerikaanse continent? Het zijn altijd kernvragen geweest van de Benedenwinders en nu, anno 2006, op de drempel van nieuwe belangrijke staatkundige hervormingen, zijn die vragen niet minder klemmend dan ooit ervoor. read on…

Poëzie vertalen uit het Papiaments, hoe doe je dat?

door Fred de Haas

Als ik die vraag echt serieus zou stellen, zou dit natuurlijk van een geweldige arrogantie getuigen. Het is allerminst de bedoeling om in dit artikel een afdoende recept te geven voor de beste manier van literair vertalen uit het Papiaments. Integendeel. Ik wil alleen maar laten zien hoe lastig het voor vertalers soms kan zijn om een goede beslissing te nemen. read on…

Papiamentstalige poëzie van de Kambio-generatie

door Henry Habibe

In de jaren zestig/zeventig van de vorige eeuw publiceerden verschillende Antilliaanse en Arubaanse auteurs gedichten in het Papiaments. Deze waren, vergeleken met de publicaties van hun voorgangers, vernieuwend. Een dichter als de Arubaan Federico Oduber had aanvankelijk een maatschappij-kritische visie en verwoordde dat in zijn werk. In dezelfde periode is een klein aantal Arubaanse dichters ongeveer dezelfde weg ingeslagen. In dit essay probeer ik na te gaan hoe de vernieuwing in de Papiamentstalige poëzie tot stand kwam.*) read on…

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter