blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Latijns-Amerika

Mea culpa (6)

Een zoektocht naar het geweten van het Rooms-Katholieke Spanje en Portugal in de eerste eeuwen na Columbus. Hij probeert het antwoord te vinden op de vraag hoe het Rooms-Katholicisme in het reine kon komen met wat ieder weldenkend mens, ook de mens van de 16e en 17e eeuw dus, moet hebben ervaren als een groot onrecht.

read on…

Ex-dictator Guatemala krijgt 80 jaar cel voor genocide

door Marjolein van de Water 

De Guatemalteekse oud-dictator José Efrain Rios Montt is gisteren tot tachtig jaar cel veroordeeld voor het plegen van genocide en misdaden tegen de menselijkheid. ‘Als staatshoofd en bevelhebber van het leger was hij verantwoordelijk voor het systematisch verkrachten, uithongeren en uitroeien van de Ixil Maya’s’, aldus de rechter.

read on…

Latijns-Amerikaanse steden onveiligste ter wereld

door Pieter Hofmann

Curaçao – Denktank Seguridad, Justicia y Paz (Veiligheid, Rechtvaardigheid en Vrede) heeft een lijst van meest gevaarlijke steden uitgebracht. Midden- en Zuid-Amerika scoren hoog, niet in de laatste plaats in de omliggende landen van Curaçao. De lijst baseert zich op het moordcijfer per 100 duizend inwoners.

read on…

Asiento (11)

De slavernij van de Oudheid tot nu
 
door Fred de Haas
 
Felipe Guaman Poma de Ayala: een Peruaanse Indiaan tussen twee vuren
 
 
De reden waarom ik in dit artikel wat plaats wil inruimen voor Guaman Poma de Ayala is dat men zo weinig hoort en leest over het standpunt van de autochtone Indiaan in de tijd van de Spaanse overheersing en de ‘Atlantische’ slavernij. Guaman Poma is een goed voorbeeld van het denken van de ontwikkelde Indiaan uit die tijd.
Felipe Guaman Poma de Ayala (geboren ± 1550) was een Indiaan van adel uit de tegenwoordige Peruaanse provincie Ayacucho. Hij sprak Quechua en Spaans – dat hij overigens grammaticaal  niet helemaal beheerste –  en diende als tolk bij Fray Cristóbal de Albornoz. In die hoedanigheid reisde hij veel en maakte kennis met de manier waarop de Spanjaarden zijn land en volk regeerden. De neerslag van zijn observaties is te vinden in zijn Nueva Crónica y buen gobierno die hij schreef rond het jaar 1615 en die is gedigitaliseerd door de Koninklijke Bibliotheekvan Kopenhagen (op het Internet te vinden).
Guaman Poma zag ook hoe de ‘negers’ in Perú werden behandeld en vergeleek dit met de situatie waarin de oorspronkelijke Indiaanse bewoners verkeerden. Hij pleitte in zijn werk voor gelijke behandeling en kan met een beetje goede wil worden beschouwd als een vroeg socialistisch denker. Hij had trouwens veel van zijn kennis en manier van beschouwen te danken aan Bartolomé de las Casas, de geestelijke die zich had ingezet voor het lot van de tot slaaf gemaakte Indianen en er aldus – min of meer ongewild – voor had gezorgd dat men Afrikanen als slaaf ging gebruiken. Later had Bartolomé de las Casas daar spijt van en keurde die praktijk af. Guaman Poma heeft dit echter niet meer meegemaakt.
Het is curieus om te lezen hoe Guaman Poma onderscheid maakt tussen ‘Negros bozales’, de direct uit Afrika ingevoerde slaven en ‘Negros criollos’, de Afrikanen die in de kolonie waren geboren en voor wie hij geen goed woord over heeft. Over de ‘bozales’ schrijft hij o.a. het volgende (in het Spaans van begin 17eeeuw):
‘Estos son fieles, creen en Dios, guardan los mandamientos y las santas buenas obras y obedesen a sus amos. Cree más presto la fe y trabaja con sus prógimos. Tienen caridad, amorosos; de bozales salen buenos esclabos pues que San Juan Buenauentura salió de ellos. Dizen los españoles negros bozales no uale nada. No saue lo que se dizen. Lo que a de tener enseñalle con amor y criansa y dotrina. Uale déstos por dos negros criollos un bozal; de bozal salen santos’.
(Vertaling: die echte Afrikanen zijn trouw, geloven in God, houden zich aan de tien geboden, doen aan goede werken en gehoorzamen hun meesters. Ze nemen het geloof sneller aan en zijn coöperatief; ze hebben hun naasten lief en zijn goedhartig; het zijn goede slaven want de heilige Johannes Buenaventura is immers uit hen voortgekomen. De Spanjaarden zeggen dat de direct uit Afrika ingevoerde slaven niets waard zijn. Maar ze weten niet wat ze zeggen. Je moet ze liefde en geloof bijbrengen. Dan is één echte Afrikaan net zoveel waard als twee Creoolse Afrikanen; echte Afrikanen brengen heiligen voort’).
We zien dus dat de Indiaan Guaman Poma de slavernij, curieus genoeg, beschouwt als een gegeven en ook geen enkele kritiek heeft op de katholieke godsdienst.
Even verder lezen we hoe hij denkt over de zwarte Creolen die in de koloniën zijn geboren:
‘Cómo los negros y negras criollos son bachilleres y rreboltosos, mentirosos, ladrones y rrobadores y salteadores, jugadores, borrachos, tauaqueros, tranposos, de mal beuir y de puro uellaco matan a sus amos y rresponde de boca. Tiene rrozario en la mano y lo que piensa es de hurtar y no le aprouecha sermón ni predicación ni asotes ni pringalle con tocino. Mientras más castigo, más uellaco, y no ay rremedio, ciendo negro o negra ciolla’.
(Vertaling: wat zijn die Creoolse negers en negerinnen van hier toch babbelziek en twistziek, leugenachtig en diefachtig; het zijn rovers en struikrovers, gokkers, dronkenlappen, rokers, oplichters, ze leven er maar op los, het zijn schurken, doden hun meesters en zijn zo brutaal als de pest. Ze lopen met de rozenkrans in hun hand en denken alleen maar aan stelen: ze zijn ongevoelig voor preken en goede woorden, voor slaag en verwennerij. Hoe zwaarder ze worden gestraft hoe schurkachtiger ze worden en daar is niets aan te doen. Het zijn immers Creoolse negers en negerinnen van hier’).
Overigens is hij van mening dat met goed onderwijs en een behoorlijke behandeling er best wat te maken valt van de Creoolse negers en negerinnen.
Het loont de moeite om een een kijkje te nemen op de gedigitaliseerde versie op de website, want Guaman heeft niet alleen uitgebreid en scherp geschreven over het koloniale misbruik, maar ook nog tal van leuke en mooie tekeningen gemaakt bij zijn werk.
[wordt vervolgd]

Eerste Latijns-Amerikaanse paus: Franciscus

Rome – De Argentijnse kardinaal Jorge Mario Bergoglio is woensdag tot paus gekozen. De nieuwe paus gaat Franciscus heten. De Franse kardinaal Jean-Louis Tauran heeft dat bekendgemaakt op het balkon van de Sint Pieter.

De keuze is een totale verrassing. Hij is de eerste Latijns-Amerikaanse paus ooit en de eerste niet-Europese paus sinds Gregorius III (731-741). Hij is ook de eerste Jezuïet die paus is geworden en de eerste pater (lid van een religieuze orde of congregatie) sinds Gregorius XVI (1831-1846). Even na 19.00 uur kwam witte rook uit de schoorsteen. Er zijn vermoedelijk vijf stemrondes geweest. Dat is één meer dan in 2005, toen de Duitser Joseph Ratzinger tot paus werd gekozen.

Hoewel in Latijns-Amerika over het algemeen positief is gereageerd op de verkiezing van de Argentijn Jorge Mario Bergoglio als nieuwe paus, zijn veel Argentijnen nog altijd boos over de rol van zijn kerk tijdens de dictatuur van 1976 tot 1983. Doordat de kerk de dictatuur weinig weerstand bood en zich niet openlijk uitsprak tegen de ontvoering van baby’s en de moord op duizenden ‘subversieve elementen’, verloor de kerk in het Latijns-Amerikaanse land veel volgelingen. Het is ook een van de redenen waarom twee derde van de Argentijnen zich als katholiek beschouwt, maar minder dan tien procent geregeld een dienst bijwoont.

Onder Bergoglio’s leiding boden Argentijnse bisschoppen in 2012 een gezamenlijk excuus aan voor het falen van de kerk. Voor sommige activisten kwam dat veel te laat. Bergoglio maakte twee keer van zijn recht gebruik om te weigeren voor de rechter te verschijnen en toen hij uiteindelijk in 2010 een verklaring aflegde waren zijn antwoorden ontwijkend, aldus mensenrechtenactiviste Myriam Bregman.

Deze feiten kwamen ook ter sprake bij Pauw en Witteman in hun woensdagavonduitzending, maar zij vertoonden een foto van de pauselijke nuntius Laghi met Videla en deden het voorkomen alsof de nieuwe paus op die foto te zien was….

Wat er gebeurde na de Columbiaanse Uitwisseling

door Karwan Fatah-Black
Na Charles Mann’s boek 1491 over Amerika vóór de Columbiaanse Uitwisseling, verscheen in 2011 zowel de Engelstalige editie als de Nederlandse vertaling van 1493 over de wereld ná de Columbiaanse Uitwisseling. Het boek van Mann is een indrukwekkende geschiedenis over de mondiale gevolgen van de uitwisseling van mensen, ziekten, dier- en plantensoorten die op gang kwam nadat Colón (Columbus) in 1492 van Europa naar Amerika en terug voer.
Deze uitwisseling is na 420 jaar nog niet voltooid en 1493 is dan ook niet alleen een historisch boek. Mann profeteert over het verwoestende effect dat de schimmel Microcyclus ulei zou kunnen hebben zodra die vanuit de Amazone de rubberbomen achterna zou reizen naar de onmetelijke monoculture rubberplantagegebieden in Zuidoost-Azië (pp. 351-362). Er zijn nog geen directe vluchten tussen de Amazone en deze gebieden, waardoor de schimmel de oversteek nog niet heeft gemaakt. Maar zodra de verbinding er is, zou de schimmel industrie en mobiliteit op grote schaal kunnen ondermijnen. Het massaal afsterven van rubberbomen zou bijvoorbeeld betekenen dat er geen betrouwbare banden meer geproduceerd kunnen worden waarop vliegtuigen veilig kunnen landen. Dat scenario is apocalyptisch, maar sluit naadloos aan op zijn bespreking van voorbeelden uit de geschiedenis van de catastrofale effecten van Plasmodium vivax uit Europa, Plasmodium falciparum uit Afrika (beide zijn vormen van malaria) of Phytophthora infestans (aardappelziekte) uit Amerika.
Mann vraagt zich af of deze en andere ziekten het ontstaan van de trans-Atlantische slavenhandel en de moderne landbouw op hun geweten hebben. Hij baseert zich in zijn boek op recent wetenschappelijk onderzoek en is de wereld rondgereisd om de plekken te bekijken waarover hij schrijft. Zijn journalistieke pen in de Engelse editie is vlot, en ook de Nederlandse vertaling van Bart Voorzanger is uitstekend. De 145 pagina’s aan voetnoten en literatuurverwijzingen onderstrepen hoezeer Mann (journalist bijScience) voor zijn boek de state of the art van de wetenschap weergeeft. Hoewel het belang van de Columbiaanse Uitwisseling al langer onderkend wordt, is Manns aandacht voor het effect daarvan op Azië verfrissend.
                Hij ziet niet alleen grote ontwikkelingen, maar heeft ook oog voor details. Mann ontrukt de honderdduizend Chinezen aan de vergetelheid die als slaven een bijrol hadden in de menselijke geschiedenis door voor de kust van Peru de soms wel twaalf verdiepingen hoge eilanden van vogeluitwerpselen af te graven ten behoeve van de Europese landbouw (met wellicht als onbedoeld gevolg het uitbreken van de Ierse great famine). Mann zoekt de global history op met zijn bespreking van de bijdrage van de Uitwisseling aan het verwijden van de kloof tussen het machtiger wordende Westen tegenover het terugvallende China. Hij volgt hoe het verbouwen van aardappelen en maïs China politiek en ecologisch veranderde en suggereert een verband met de tanende macht van het keizerrijk.
Het boek is niet alleen een onbedoelde-gevolgen-geschiedenis van biologische uitwisseling. De verspreiding van desastreuze ziekten of van gewassen zijn in de visie van Mann niet losgezongen van de sociale context. Phytophthora infestans is op zichzelf geen natuurramp, maar werd een catastrofe omdat Ierse boeren vanuit Engeland gedwongen werden tot schaalvergroting. Het opgeven van hun oude landbouwmethode had als bijkomend effect de snelle verspreiding van de ziekte. Mann betrekt in zijn verhaal ook de ontwikkelingen in de landbouwcultuur, urbanisatie en etnische verhoudingen. Hier laat Mann zich van een heel andere kant zien. Met gevoel voor deze beladen debatten schetst hij aan de hand van voorbeelden uit het Spaanse rijk hoezeer de racialisering van sociale verhoudingen pas in de loop van de Columbiaanse uitwisseling vorm heeft gekregen.
Het verhaal schakelt moeiteloos over van de levenscyclus van muggen en schimmels naar biografieën van geplaagde ontdekkingsreizigers en uitvinders, naar ontwikkelingen in staten en naar herschikte sociale verhoudingen. Die onderwerpen hebben bij Mann allemaal een rol in de enorme breuk in de geschiedenis die de Uitwisseling volgens hem is. De verandering van de wereld na 1492 is volgens Mann zo groot dat er met het begin van de Uitwisseling een nieuw tijdperk is aangebroken: het homogenoceen. Dit homogenoceen is het herstel van een verbonden wereld die met het uiteendrijven van Pangaea verloren was gegaan en is ‘wellicht wel de belangrijkste gebeurtenis sinds het uitsterven van de dinosauriërs’ (p. 25).
Wat zou dit goed ontvangen en breed verspreide boek kunnen betekenen voor de Surinamistiek? Mann heeft een paragraaf over Suriname waarin malaria een hoofdrol krijgt toebedeeld als veroorzaker van Europees absenteïsme op de plantages en het goeddeels mislukken van de Europese veldtochten tegen de marrons. De relevantie van het boek zit niet in deze wat willekeurig aandoende pagina’s (pp. 471- 475). Interessanter is het idee van een mondiale verbondenheid sinds de Columbiaanse Uitwisseling, en dat deze uitwisseling nog steeds gaande is. In dit global history-perspectief gaat het niet om een eenzijdige beïnvloeding, maar om een wederkerig proces waaraan niet alleen de Atlantische kustregio’s, maar ook die aan de Pacific deelhebben.
Charles C. Mann, 1493; Hoe de wereld zich ontwikkelde na de ontdekking van Amerika. Amsterdam: Nieuw Amsterdam Uitgevers, 2011. 688 p., isbn 978 90 46810 34 7, prijs € 34,95.
[uit Oso 2012,1]

Antonio Cisneros (1942-2012) herdacht

Op 6 oktober overleed de Peruaanse dichter Antonio Cisneros. In Nederland is er geen aandacht aan zijn overlijden besteed; daarom haalde Jan H. Mysjkin voor De Contrabas een recensie uit 1982 uit zijn archief, waarin hij de toen net verschenen bundel Kommentaren en kronieken (verschenen bij Marsyas, vertaald door Theo Hermans) besprak voor De Morgen/Vooruit. Een zo uitgebreide recensie, in een landelijke krant. Dat waren nog eens tijden.

Klik hier voor ‘De vaders van de vijand zijn ook onze vaders’ – Het verminkte vlees van Antonio Cisneros

Weinig topuniversiteiten in Latijns-Amerika

Latijns-Amerika doet het slecht in de wereldwijde ranglijst voor universiteiten samengesteld door de Britse krant The Times. Slechts vier Latijns-Amerikaanse instituten weten een plaats te bemachtigen in de top 400. Verreweg de meeste topuniversiteiten bevinden zich in de Verenigde Staten. Aziatische universiteiten zijn in opmars, maar Latijns Amerika blijft achter.

read on…

Het Spaans van Latijns-Amerika en de Cariben (VI en slot)

door Fred de Haas

De strijd tussen het Spaans en het Quechua

Toen de Spanjaarden onder leiding van Pizarro de Inca’s in Perú, dank zij de burgeroorlog tussen de aanhangers van Atahuallpa en zijn halfbroer Huascar, hadden verslagen, brak er een taalstrijd uit tussen het Spaans en de ‘lengua general’ (de algemene taal) die door de Inca’s werd gesproken, het Quechua. Het Quechua had één groot nadeel: het was geen geschreven taal. In 1550 had Karel V (in Spanje heet hij Carlos I) de eerste wet uitgevaardigd met betrekking tot het onderwijs in het Spaans (Castellano): ‘Como una de las principales cosas que Nos deseamos para el bien de esa tierra es la salvación y instrucción y conversión a nuestra santa fe católica de los naturales de ella y que también tomen nuestra policía y buenas costumbres; y así tratando de los medios para este fin se podrían tener, ha parecido que uno de ellos y el más principal sería dar orden como a esas gentes se les enseñase nuestra lengua castellana, porque sabida está, con más facilidad podrían ser doctrinados en las cosas del Santo Evangelio y conseguir todo lo demás que les conviene para su manera de vivir’. (vert. ‘Als een van de voornaamste dingen die wij willen voor het welzijn van dat land is de verlossing van de inheemse bevolking door het onderwijs in en de bekering tot ons heilige katholieke geloof en dat zij ook ons bestuur en goede gewoonten overnemen; en met betrekking tot de middelen die voor dit doel aangewend zouden kunnen worden leek het dat een van die middelen en wel het voornaamste zou zijn bevel te geven dat die mensen moeten worden onderwezen in onze Kastiliaanse taal, omdat het bekend is dat ze zo makkelijker zouden kunnen worden geïndoctrineerd in zaken van het Heilige Evangelie en verder alles zouden kunnen verkrijgen dat geschikt is voor hun manier van leven’).

In de tweede helft van de 18e eeuw werden er zelfs wetten uitgevaardigd tegen de Quechua taal- en cultuur. Maar de kennis van het Spaans bleef gering en als de mensen al Spaans spraken dan was het duidelijk te horen dat hun moedertaal Quechua was. Aan het eind van de negentiende eeuw sprak meer dan 80% van de bevolking van Perú Quechua. In de tweede helft van de 20e eeuw sprak 60% zowel Quechua als Spaans en 40% alleen maar Quechua. In sommige gebieden, bijvoorbeeld in de Argentijnse provincie Salta en de Mantaro vallei in Perú, had het Spaans duidelijk de invloed ondergaan van de taalstructuur van het Quechua. Als men in het Spaans zei ‘ik ga naar het huis van mijn moeder’ dan vertoonde die zin de kenmerken van het Quechua: ‘De mi mama en su casa estoy yendo’ (= van mijn moeder naar haar huis ben ik op weg). In correct Spaans zou men hebben gezegd: ‘Voy a la casa de mi mamá’. Een ander voorbeeld is het gebruik van ‘qué haciendo’ (wat doende) en ‘qué diciendo’ (wat zeggende) in de betekenis van ‘hoe’ en ‘waarom’: ¡ Qué diciendo te ponés el saco! Waarom trek je dat jasje aan! Of: ‘No sé qué diciendo les dije que no iría’ (ik weet niet waarom ik hun vertelde dat ik niet zou gaan).

Oorspronkelijke inheemse talen

Bij de volkstelling van 2005 bleken er in Colombia 87 volken te wonen die behoorden tot 13 taalfamilies en 64 talen spraken. Dit betrof ongeveer 3% van de bevolking. Meer dan één miljoen. In Ecuador spreekt 1% van de bevolking 12 inheemse talen. In Perú spreekt 16% Quechua en 3% Aymara. Bolivia heeft een bevolking die voor 50% inheems is. Ongeveer 25% spreekt Quechua (± 2 miljoen) en 18% Aymara (± 1½ miljoen). U begrijpt dat men indertijd bij de onafhankelijkheid gekozen heeft voor het Spaans als de verbindende taal, de lingua franca. Heden ten dage zijn het Quechua en het Aymara bedreigde talen. Luistert u maar naar: Quechua y Aymara en peligro en Perú y Bolivia, you tube. Als u een klein meisje uit Ayacucho in Perú in Quechua wilt horen zingen, tikt u dan de volgende link in: peru,ayacucho,niños cantando en quechua, you tube. Of wilt u een lesje Quechua? Tik dan in uw browser de volgende link: Quechua Lesson – Runasimi Part I of II, you tube. Als intikt: Las Lenguas del Perú (1/2), you tube, dan zal u verwonderd zijn over het aantal inheemse talen dat in Perú nog wordt gesproken.

Spaans in het Andesgebied

Over het algemeen wordt in het Andesgebied de eind-S in een woord wel uitgesproken. De dubbele L wordt een Y (YEÍSMO). De dubbele R klinkt weer als een zachte ZR. ‘Carro’ wordt [cazro]. Natuurlijk zijn er ook tal van woorden uit het Quechua overgenomen. Leuk om te weten is dat ook het woord ‘Ñapa’ uit het Quechua komt en ‘toevoegsel’ betekent. Een goedgekozen naam voor de bijlage van de Curaçaose krant de Amigoe di Curaçao. In een land als Colombia spreekt men behalve het Spaans van het Andesgebied (español andino serrano) op zijn minst drie andere ‘soorten’ Spaans: het Spaans van de kuststreek (español costeño), het Spaans van het Amazonegebied (español amazónico) en het Spaans van de llanos (español llanero). Het Spaans van het kustgebied heeft veel overeenkomst met het Spaans van het Caribisch gebied. Een D tussen twee klinkers wordt niet of nauwelijks uitgesproken : ‘cansada’ (moe) wordt [cansaa]. Ook is er een sterke neiging om neusklanken te maken: ‘también’ (ook) wordt [tangbyeng]. De S verdwijnt vóór een medeklinker en wordt uitgesproken als een ‘H’: ‘costeño’ wordt [coHteño). In het Andesgebied (Ecuador, Perú, Bolivia) laat men de klinker tussen twee medeklinkers vallen: dientes wordt [dient’s]. De RR klinkt weer als een zachte SR: ‘carro’ wordt [cazro]. Het gebruik van Usted en Ustedes voor ‘je, jou’ is wijdverbreid. Verkleinwoorden vind je op –ito en heel veel op –ico, in woorden waar de gewone Spanjaard dit nooit zou gebruiken: In plaats van ‘Eso’ (dat) hoor je vaak ‘esito’ (lett: ‘datje’), ‘allá’ (daar) kan makkelijk ‘allacito’ lett: ‘daartjes’) worden en als iemand iets goed heeft uitgelegd dan heeft ie dat ‘bien’ (goed) of ‘biencito’ (lett: ‘goedjes’) gedaan. ‘No más’ wordt te pas en te onpas gebruikt, als een stoplap: ‘Aquí no más vivo’ (hier woon ik), ¿qué no más debemos hacer? (wat moeten we doen?) .

Waar je in Colombia en Ecuador een zwakke uitspraak van de B, D en G vindt en een geaspireerde Jota [H], vind je in Perú en Bolivia juist een sterke B, D en G en een sterkere Jota. In Colombia wordt de S vaak als een H uitgesproken: nosotros wordt [nohotro], ‘una señora’ wordt [unaHeñora]. In Ecuador klinkt de S vaak als een Z:’los amigos’ wordt [lozamigos]. In het Amazonegebied vinden we weer andere manieren van uitspreken. ‘pescado’ wordt daar [pescato] en het wederkerend voornaamwoord ‘SE’ (= zich) wordt gebruikt bij elke persoon: ‘Voy a lavarse’: ik ga zich (= me) wassen; ¿vas a lavarse? : ga je zich (= je) wassen?

Het Spaans dat in de vlakten (llanos) wordt gesproken vertoont soms overeenkomsten met het Argentijns. Je hoort daar vaak ‘vos’ als persoonlijk voornaamwoord voor ‘jij, je’ of ‘u’, gevolgd door een zwakke verbuiging: ‘vos tenés’ (u heeft). Het gebruik van ‘Vos’, het zogenaamde ‘Voseo’ vind je in het hele Andesgebied en speciaal in Argentinië, Paraguay, Uruguay, Oost-Bolivia, Zuid-Mexico en Midden-Amerika. Je vindt er ook mengvormen: in plaats van ‘vos cantás’ kan je horen ‘tú cantás’, in plaats van ‘vos tenés’ ook ‘vos tienes’. Het Spaans van de Zuidelijke Latijns-Amerikaanse landen: Argentinië Met ‘zuidelijke landen’ worden hier speciaal bedoeld Argentinië, Paraguay en Uruguay. Let wel: men spreekt in die landen altijd over ‘El Paraguay’, ‘La Argentina’ en ‘El Uruguay’. Laten we ons nog als laatste bezighouden met Argentinië. We laten Chili, Paraguay en Uruguay hier buiten beschouwing. De Spanjaarden kwamen langs drie wegen Argentinië binnen: vanuit het Noord-Westen (het gebied waar het ‘español andino’ werd gesproken), vanuit Chili (waar het ‘español chileno’ met weer andere kenmerken werd gesproken) en vanuit Spanje regelrecht via de Rio de la Plata (met invloeden van Spaanse streektalen). In de 18e en 19e eeuw breidde het Spaans zich uit over heel Argentinië waarbij men zich in het taalgebruik ging richten op Buenos Aires. Het Spaans onderging invloed van het Quechua, het Guaraní (Paraguay) en de verschillende Europese talen die Argentinië binnenkwamen met de massa’s migranten sinds het midden van de 19e eeuw.

Italiaanse immigranten

Honderdduizenden Italianen zijn geëmigreerd naar Buenos Aires en Montevideo. Aan het eind van de 19e eeuw bestond de helft van de Argentijnse bevolking uit Italianen die voorgoed hun intonatie op het Argentijnse Spaans hebben gedrukt. Als je een Argentijnse film bekijkt moet je voor de grap eens even je ogen dichtdoen en alleen luisteren Dan lijkt het of je in Italië bent. Zó Italiaans klinkt het Argentijnse Spaans. Er zijn natuurlijk ook veel Italiaanse woorden in de Argentijnse woordenschat te vinden. ‘Adiós Nonino’ bestaat uit een Spaans woord (adiós = dag) en een Italiaans woord (nonino = opaatje). Betekenis: ‘dag opaatje’. En heeft u wel eens opgelet hoe de Argentijn het woord ‘calle’ (straat) uitspreekt? Of het woord ‘Leyenda’ (legende)? Dat klinkt als [kasje] en [lesjenda]. Ernesto Guevara heette niet voor niets ‘El Che’.

Tenslotte

Ik hoop genoeg bomen te hebben weggehaald om het zicht op het bos toegankelijk te laten blijven. Toegegeven, het is een te gecompliceerde materie om het in een hapklaar artikel samen te vatten. Maar het zal zeker een paar vragen beantwoorden die u altijd als had als u luisterde naar de uitspraak van Venezolanen, Dominicanen, Argentijnen en talloze anderen. Op straat of in de liedjes die ze zongen. Wie niet in de gelegenheid is om al die accenten in zijn/haar omgeving te beluisteren, biedt You Tube uitkomst. Als u op Google intikt : 9 Acentos del Español / latinoam. en sus personajes celebres, Spanish accents, you tube dan kunt u luisteren naar de accenten van beroemde schrijvers, artiesten en sportlieden uit verschillende Latijns-Amerikaanse landen: Jorge Luis Borges (Argentinië), Pablo Neruda (Chili), Octavio Paz (Mexico), Guillermo Cabrera Infante (Cuba), Arturo Uslar Pietri (Venezuela), Gabriel García Márquez (Colombia), Mario Vargas Llosa (Perú) en o.a. Pedro Infante uit Mexico en Compay Segundo uit Cuba. Eén ding moge duidelijk zijn: taal is een zelfstandig groeiend fenomeen dat zich weinig aantrekt van wat mensen vinden hoe het ‘eigenlijk’ hoort. Het is heel menselijk om de ene manier van uitspreken ‘mooier’ te vinden dan de andere, maar alle manieren van uitspreken zijn evenwaardig. ‘Plat’ spreken is een andere zaak. Maar laten we niet te gauw iets ‘plat’ vinden. Zeker niet het Spaans van Rio de la ‘Plata’.

Het Spaans van Latijns-Amerika en de Cariben (V)

door Fred de Haas

Puerto Rico

Wat opvalt bij Spaans sprekende mensen uit Puerto Rico is het rekken van de laatste beklemtoonde klinker. ‘parada’ (halte) wordt [paraaada], ‘muerto’ wordt [muèeeerto], enzovoorts. Ik overdrijf het schriftbeeld voor de duidelijkheid. De R wordt in Puerto Rico vaak uitgesproken als een L: ‘puerta’ wordt [puelta], ‘tarde’ wordt [talde] en ‘peor’ (erger) wordt [piol]. Omdat Puerto Rico zeer nauwe staatkundige banden met Amerika heeft zijn er ook ontleningen aan het Engels. Maar niet veel meer dan op de andere eilanden. Onderzoek wijst uit dat ongeveer 7% van de woorden aan het Engels is ontleend. Soms zijn er duidelijke Amerikaanse invloeden te constateren in de taal. Iemand uit Puerto Rico zal zonder blikken of blozen zeggen: ‘Caminando es bueno’ (= de letterlijke vertaling van ‘walking is good’) en dat zal je in de rest van Latijns-Amerika niet aantreffen.

Het Spaans van Mexico

De meeste Mexicanen, van wie meer dan driekwart mestiezen zijn, spreken geen Caribisch Spaans, zoals in Vera Cruz, maar een variant die wordt gesproken van het Zuiden van de Verenigde Staten tot aan de Midden-Amerikaanse republieken met uitzondering van Costa Rica en Panamá. Die variant wordt gesproken door zo’n 130 miljoen mensen. In het Spaans van Mexico worden veel klinkers zwak uitgesproken. Deze klinkers heten ‘vocales caedizas’ (wegvallende klinkers). Voorbeelden: ‘antes’ (vroeger) klinkt in de Mexicaanse mond als [ant’s], ‘cafecito’ (kopje koffie) wordt uitgesproken als [caf’cito]. Een merkwaardige uitspraak (die men ook in Midden-Amerika en het Andesgebied aantreft) is de dubbele R in een woord als ‘carro’. Dat klinkt als een soort zachte zr-klank: [cazro]. De dubbele L wordt helemaal niet uitgesproken: ‘tortilla’ (maispannekoek) klinkt als ‘tortiya’. Vanaf de 16e eeuw is het Spaans van Mexico in contact geweest met inheemse talen als het Náhuatl (de taal van de Azteken), het Maya, het Mixteeks en het Zapoteeks. Het Maya en Náhuatl waren lingua franca talen. Het Náhuatl werd gesproken van het Zuiden van de huidige VS tot Midden-Amerika. Het Maya was de taal in Yucatán, Chiapas, Guatemala en Belice. Het woord ‘coyote’ (prairiehond) komt van het Náhuatl. Ook woorden als ‘huipil’ (versierde bloes), ‘pulque’ (een drank bereid uit de agave) en ‘tomate’ (tomaat) komen uit het Náhuatl. Invloed van het Náhuatl is te horen in de uitspraak van woorden die in het midden een TL-klank hebben. De TL is namelijk een veel voorkomende medeklinkercombinatie in het Náhuatl en werd ook als TL uitgesproken. Een Mexicaan die het woord ‘atlas’ uitspreekt zal dan ook duidelijk de A van de TL scheiden. Hij zal zeggen [a-tlas]. Velen van u die wel eens Mexicaanse liedjes hebben gehoord of gezongen zullen uitdrukkingen zijn tegengekomen als ‘Ándale’ (vooruit!) of ‘Úpale’ (zet ‘m op!, een veel gebruikte uitroep in Mariachi orkesten). Die toevoeging van ‘le’achter een gebiedende wijs is typisch Mexicaans. Als men u in Mexico niet goed heeft verstaan dan zult u vaak de vraag ‘¿Mande?’ (beveel) horen. Het betekent gewoon ‘wat zegt u’?

Venezuela

Het Spaans van Venezuela vertoont, vooral aan de kust, de kenmerken van het Caribische Spaans. Het land heeft historisch veel banden met de Canarische eilanden en dat is te horen in de uitspraak van het Venezolaanse Spaans. Vandaar dat ik boven al vermeldde dat Venezuela soms ‘het achtste eiland’ (lees: het achtste van de Canarische eilanden) wordt genoemd (la octava isla). Net als in de andere landen zijn er natuurlijk ook in Venezuela veel woorden die aan inheemse talen zijn ontleend, zoals ‘pichirre’ (= gierig), een woord dat we ook tegenkomen in het Papiaments (pichiri).

Costa Rica en Colombia

In Costa Rica heeft men ook die ‘ZR’-achtige uitspraak van woorden als ‘otro’ [otzro] en ‘carro’ [cazro]. In Costa Rica heeft men , net als in Colombia, een voorkeur voor verkleinwoorden op –ico: ‘momentico’ (ogenblikje), ‘patico’ (eendje). Vandaar dat men de mensen uit Costa Rica ook wel ‘Ticos’ noemt. Wat ook opvalt is het gebruik van ‘Usted’ dat niet de Kastiliaanse betekenis heeft van ‘U’ maar gewoon van ‘Je’ en ook wordt gebruikt voor intimi. Omdat dit gebruik in Costa Rica zoveel voorkomt noemt men het wel ‘Ustedeo costarricense’ (het ge-Usted van Costa Rica).

Het Andesgebied

Het Spaans dat men in het Andesgebied van Colombia, Ecuador, Perú en Bolivia spreekt wordt ook wel genoemd het Andes Spaans (el español andino). Het is een gebied met miljoenen inwoners die oorspronkelijk o.a. Quechua spraken, een taalfamilie met veel varianten. In Perú werd het Quechua vanaf de 16e eeuw als algemene taal gebruikt. Fray Domingo de Santo Tomás was degene die als eerste een vocabulaire en een grammatica schreef en in het Spaans aan de taal refereerde als ‘Quechua’.

Het Spaans van Latijns-Amerika en de Cariben (III)

door Fred de Haas
Het Spaans van Andalusië
We kunnen onderscheid maken tussen West-Andalusië ( de provincies Córdoba, Sevilla, Huelva, Cádiz) en Oost-Andalusië (Jaén, Almería, Málaga, Granada).

West-Andalusië was vanaf de 13e eeuw in handen van Kastilië en vanuit West-Andalusië vond de vaart op Zuid-Amerika plaats. Omdat de – door Andalusiërs gekoloniseerde – Canarische eilanden op de route lagen van de schepen die naar Zuid-Amerika voeren en veel migranten afkomstig waren van de Canarische eilanden vinden we veel kenmerken van het ‘Andalusische’ Spaans van de eilanden in Zuid-Amerika terug, met name in het Caribisch gebied en de kuststreken van Spaans Amerika. Ik zal hieronder de voornaamste kenmerken van dat Andalusische Spaans weergeven. Ook de niet-taalkundige zal dit makkelijk kunnen begrijpen en vergelijken met de uitspraak in Zuid-Amerika.

Kenmerken van het Andalusisch : ‘seseo’ en ‘yeísmo’ In het Andalusische Spaans klinkt de laatste S van een woord als een H: ‘Tres’ wordt [TREH]. Soms valt ook de H-klank weg. De dubbele L (LL) wordt uitgesproken als de Nederlandse J in ‘Papaja’: ‘Muralla’ (muur) wordt [Muraja] ). Dit fenomeen heet ‘YEÍSMO’.
In het Andalusisch verdwijnt vaak de eindmedeklinker: ‘comer’ (eten) wordt [komé], ‘verdad’ (waarheid) wordt [berdá], etc. De ‘D’ tussen twee klinkers verdwijnt. ‘Cansado’ (moe) wordt [cansao], ‘Venido’ (gekomen) wordt [venío].
In Andalusië worden de L en de R vaak omgewisseld: ‘albañil’ (metselaar) wordt [arbañil], ‘clavo’ (spijker) wordt [cravo] etc. In Andalusië wordt de TH-klank (Ө) als een S uitgesproken (SESEO).
De Spaanse Jota ( een J die als een Nederlandse G wordt uitgesproken) wordt tussen twee klinkers een H: caja (kist) wordt [caHa].
Tenslotte vinden we in het Andalusische Spaans het verschijnsel dat HEHEO wordt genoemd, een verschijnsel dat we ook veel aantreffen in de kuststreek van Colombia: ‘Si, señor’ wordt daar uitgesproken als [HiHeñó].

Het Canarische Spaans
Bovenstaande kenmerken vinden we ook terug in het Spaans van de Canarische eilanden dat nog het meest lijkt op het Spaans van Latijns-Amerika. Ook vind je daar het gebruik van ‘Usted’ en ‘Ustedes’ voor de tweede persoon enkelvoud en meervoud. Er bestond een nauwe band tussen West-Andalusië en de Canarische eilanden die, zoals gezegd, door Andalusiërs werden gekoloniseerd. Ook kwamen er veel Portugezen op de Canarische eilanden. Sinds het verdrag van Tordesillas in 1494 hadden de Portugezen immers toestemming om de Afrikaanse kusten en Brazilië te koloniseren. Dat verklaarde hun aanwezigheid in het gebied.

Het Spaans van de Canarische eilanden klinkt meer Caribisch dan ‘Iberisch’. ‘Los guardan’ (ze hoeden ze) klinkt als [lo hwardan], ‘las gallinas’ (de kippen) klinkt als [la ha.ji.na]. ook zijn er nogal wat woorden uit het Portugees overgenomen: ‘jeito’ in de betekenis van ‘handigheid, ‘kundigheid’, dat we ook in het Papiaments terugvinden (‘jeitu’). In plaats van ‘tirar’ gebruikt men het Portugese ‘botar’, in plaats van ‘volver’ zegt men ‘virar’.

Het Spaans van Venezuela is erg ‘Canarisch’ getint. Men noemt Venezuela daarom wel eens ‘La octava isla’ (= het achtste eiland). Voor een goed begrip: er zijn 7 Canarische eilanden. Bovenstaande invloeden vinden we dus vooral in het Caribisch gebied en langs de kust van Spaans Amerika.

[wordt vervolgd]

Het Spaans van Latijns-Amerika en de Cariben (II)

door Fred de Haas

Standaardisering

Dank zij geleerden als Antonio de Nebrija en Sebastián de Covarrubias werd het Spaans al in een vroeg stadium gestandaardiseerd. Nebrija schreef de eerste grammatica van een Romaanse taal (Gramática de la lengua castellana, 1492) die in Salamanca werd gepubliceerd. Ook het werk van de Koninklijke Spaanse Academie (Real Academia Española, 1715) was heilzaam voor de vastlegging van de taal.

In de eerste helft van de 18e eeuw publiceerde de Koninklijke Academie een woordenboek (Diccionario de la lengua castellana, deel I, 1726) en in de tweede helft een grammatica (Gramática de la lengua castellana, 1771). Nu werkt dit gezaghebbende instituut samen met de Academies van 21 Spaans sprekende landen in de ‘Asociación de Academias de la Lengua Española’.

Het Spaans breidde zich uit naar Noord-Afrika, de Canarische eilanden en, door het contract dat Columbus afsloot met de Katholieke Koningen Ferdinand en Isabella, naar de ‘Nieuwe Wereld’: Spaans Amerika.

Intermezzo: slavenhandel en ‘negertaal’
Lang voordat de eerste slaven omstreeks 1650 uit Afrika en uit het Noorden van Brazilië naar Curaçao kwamen was er in het midden van de 14e eeuw in Portugal en Spanje al sprake van handel in slaven. In de Rua Nova in Lissabon was een plaats gevestigd waar slaven gekocht konden worden. Dat waren over het algemeen gevangen genomen Arabieren (‘Moros’) en Afrikanen, van wie sommige aangevoerd werden uit het Spaanse Sevilla waar ook een slavendépôt was gevestigd. Sommige slaven kregen zelfs een opleiding en werden – voor de ontdekkingsreizen en de handel met West-Afrika – ingezet als tolken en verkenners voor de koning van Portugal, Enrique o Navegador (Hendrik de Zeevaarder).

Vanaf het midden van de 15e eeuw werden er zo’n 150.000 Afrikanen als slaaf naar Portugal vervoerd waar ze moesten werken op het ontvolkte platteland of in de stad. In die tijd was 15% van de bevolking van Lissabon (± 100.000) Afrikaans. De Afrikanen spraken aanvankelijk een soort beginnersportugees (en in Spanje beginnersspaans) waarvan we voorbeelden vinden in de toneelstukken van de 15e en 16e eeuw (o.a. van Gil Vicente). De verbasterde taal die de Afrikanen spraken werd in het Portugees ‘lingua de guiné’ genoemd, de taal van Guinea. Ook wel ‘lingua de negro’. Een voorbeeld van dat taalgebruik vinden we bij de vijftiende eeuwse Portugese auteur Enrique da Mota in de ‘Lamentaçao do clérigo’ (de klacht van de priester): ‘A mim logo vai ‘té lá’ (letterlijk: ik ga meteen daarnaartoe). Iemand die Papiaments kent zal onmiddellijk de woorden ‘Ami’, ‘lo’, ‘bai’, ‘(a)té’ herkennen. Portugese handelaren en zeelui zullen zich ongetwijfeld van dat vereenvoudigde Portugees hebben bediend om te kunnen communiceren met de bevolking van de westkust van Afrika.

Terug naar het Spaans. Het Spaans van Kastilië (Castellano) De uitspraak die het meest opvalt in het Spaans van Kastilië, het ‘Castellano’, is de uitspraak van de C vóór de e en de i, en de Z als een Engelse TH-klank, meestal fonetisch weergegeven als Ө: Zumo (sap) [Өumo], Centro [Өentro], Cinta (band) [Өinta]. De uitspraak Ө is in Spaans Amerika, naar analogie van het Andalusisch, vervangen door een scherpe S. Dit fenomeen wordt ‘SESEO’ genoemd. Omgekeerd hoort men af en toe in geïsoleerde gebieden van Zuid-Amerika een Ө waar dit in het Castellano helemaal niet hoort: ‘Sacar’ wordt, bijvoorbeeld uitgesproken als ‘Өacar’. Dit fenomeen heet ‘CECEO’ (ӨeӨeo). Ook dit, in Zuid-Amerika zeldzaam voorkomende verschijnsel is afkomstig uit Andalusië en kan plotseling opduiken in het binnenland van Colombia of op het platteland van Chili. Het wordt als ‘boers’ beschouwd.

Het Kastiliaanse Spaans gebruikt ook het persoonlijk voornaamwoord ‘vosotros’ om de tweede persoon meervoud aan te geven. In Zuid-Amerika gebruikt men dan ‘Ustedes’ dat ook voor intimi wordt gebruikt en dat de unieke Kastiliaanse betekenis van ‘U’ heeft verloren. Tenslotte: de dubbele L (LL) wordt in het Castellano uitgesproken als LJ.

We besteden nu niet verder aandacht meer aan het Spaans van Kastilië en gaan naar een taalfamilie die een zeer grote invloed heeft gehad op de uitspraak van het Spaans van Zuid-Amerika en het Caribisch gebied: het Spaans van Andalusië en de Canarische eilanden.

[wordt vervolgd]

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter