blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Lampe Padu

Honderd jaar Arubaans toneel (8)

In een serie afleveringen publiceert CU een geschiedenis van het Arubaanse toneel in de twintigste eeuw, geschreven door Wim Rutgers.

read on…

Padu del Caribe (1920-2019)

“When I hear this music, it makes me smile and think about Aruba. Masha danki Padu” [Facebook / Worldbeat Records]. Juan Chabaya (Padu) Lampe – Padu Lampe – is ons ontvallen op donderdag 28 november 2019.

read on…

Een onevenwichtige ´balans´ van Wim Rutgers

door Henry Habibe

In het door Charuba in 2016 uitgegeven boek van Wim Rutgers, Balans: Arubaans Letterkundig Leven, wordt een hoop informatie gegeven over geschiedenis, cultuur, het toneelleven en uiteraard ook over de literatuur op Aruba. Balans is veelomvattend. Rutgers uitgangspunt is dat hij zich niet alleen bezighoudt met romans en gedichten, maar ook met minder voor de hand liggende genres als brieven, dagboeken, memoires e.d. read on…

Elis Juliana – Hé patu/Waggeleend (vertaald door Fred de Haas, met muziek)

Hé patu

Hé patu ta yanga.
Hé patu ta rondia
Hun tiki kuminda
Pa su muchanan. read on…

Van Cuba naar Curaçao, Caracas en Aruba

Schrijver Jan Brokken’s warme ode aan Antilliaanse muziek, zijn boek Waarom elf Antillianen knielden voor het hart van Chopin bestaat al sinds 2005. De aan het boek verbonden traditie lezing-concert bestaat al bijna net zo lang: het wordt al zo’n 10 jaar met diverse pianisten uitgevoerd, onder andere met Randal Corsen en Marcel Worms.

Salon Toets Des Tijds in Amsterdam vond het een mooi idee om het lezing-concert van 10 jaar geleden nu op zondag 17 april in een ander jasje te herhalen. Het uitnodigen van concertpianist Gustavo Corrales Romero lag – gezien zijn specialisatie in Latijns-Amerikaanse muziek – voor de hand, zeker gezien zijn voorgaande succesvolle optredens bij Toets Des Tijds. Hij trad er in 2010 op in een gecombineerd concert met de Cubaanse jazz pianist Ramón Valle en vorig jaar nog in het kader van het Cuba Goes Tap project van Keyla Orozco. read on…

Ola Caribense in Den Haag

Op zondag 21 september 2014 organiseert de Vereniging Antilliaans Netwerk een concert met Ola Caribense. Zij zullen in de namiddaguren muziek ten gehore brengen van o.a. de debuut CD Timeless welke op 24 december 2013 is uitgebracht.

De CD bevat arrangementen geïnspireerd door de traditionele muziek van Aruba, Bonaire en Curaçao. Het is het resultaat van een prachtige samenwerking tussen de vaste kern van musici met diverse componisten, arrangeurs en gastmusici – allemaal van verschillende nationaliteiten, leeftijden en muzikale achtergronden onder de bezielende leiding van de Curaçaose Adillée Praag. Ze komen samen in de ambitie van Ola Caribense de traditionele Antilliaanse muziek levend te houden, door te geven en te ontwikkelen de toekomst in. Hoe hebben ze hieraan vorm gegeven? read on…

Arubadag

 
Nationale feestdag Aruba, dinsdag 18 maart 2014
Nationale vlag en volkslied dag. De vlag van Aruba werd officieel in gebruik genomen op 18 maart 1976, samen met het officiële volkslied, de ‘Aruba Dushi Tera’, omdat Nederland op die datum in 1948 Aruba het recht toekende om zelfstandig te worden binnen het Koninkrijk der Nederlanden.Arubadag is de dag dat de Arubanen in Nederland hun eigen “Dia di Himno y Bandera” vieren (Dia di Himno y Bandera = Dag van het Volkslied en de Vlag). Op 18 maart, een Nationale Feestdag op Aruba, wordt op Aruba gevierd dat het eiland Aruba zijn eigen volkslied en vlag heeft.

Padu Lampe. Foto © Diario
Het was dan ook een emotioneel moment toen het Volkslied, de Vlag en het Nationale Wapen officieel geïntroduceerd werd aan het Arubaanse volk in het Wilhelmina Stadion te Dakota Aruba. Terwijl de Arubaanse vlag voor het eerst werd gehesen in het Wilhelmina Stadion, werd de compositie van Padu Lampe en wijlen Rufo Wever “Aruba Dushi Tera” voor het eerst gezongen als zijnde het Arubaanse Volkslied. Het Arubaanse volk was dan ook massaal aanwezig om de Vlag en het Volkslied zijn eer te geven.Arubadag zoals wij die vandaag kennen
In de periode die daar voorafging hebben velen Arubanen zowel op Aruba alsmede in Nederland hun steentje bijgedragen. De Arubadag zoals wij die hedendage kennen, werd in 1982 weer opgepakt door andere groepen Arubanen. Ook namen zoals Edwin Illidge (voormalig eigenaar van “Hooiberg Restaurant/Dancing te Rotterdam) en stichting C.A.R. en de laatste jaren het Arubahuis te Den Haag, waarvan diverse medewerkers onder leiding van mevrouw Nuris Dabian er voorzorgen dat de Arubaanse gemeenschap te Nederland hun “Dia di Himno y Bandera” kunnen vieren.

 
Rosinda Langedijk-Thijssen. Foto © RNW
 
De eerste Arubadag
De allereerste Arubadag echter gaat veel verder terug, en wel op 6 juni 1976. Het was in 1976 dat een groep Arubanen onder leiding van Mevrouw Rosinda “Dechi” Langedijk Thijssen (tevens de oprichtster van de “Vereniging Aruba Isla Di Oro”) het initiatief nam om de eerste Arubadag te organiseren. Mevrouw R. Dechi Langedijk Thijssen was op dat moment geen onbekende met de strijd van Aruba voor zijn Status Aparte. Al diverse malen had zij bijeenkomsten georganiseerd met vele Arubanen in Nederland, zij bestookte tevens de toenmalige leden van het Nederlandse Kabinet met verschillende en vaak vurige brieven waar zij haar pleidooi hield voor de strijd van Aruba (onder leiding van wijlen Gilberto (Betico) F. Croes) en waar zij welkomstcomités verzorgde om G.F. Croes en delegatie te verwelkomen op Schiphol te Nederland. Omstreeks 7 februari 1976 plaatste mevrouw R. “Dechi” Langedijk Thijssen een advertentie in o.a. de Nederlandse krant Trouw om Arubanen op te roepen om op 8 februari naar het Congresgebouw te Den Haag te gaan om daar de delegatie onder leiding van wijlen Betico Croes te ondersteunen. Deze was in Nederland om het toenmalig kabinet Den Uyl te overtuigen van het recht van Aruba op eigen zelfstandigheid. Hieraan gaven velen Arubanen massaal gehoor.
Monument voor Betico Croes
Het werd dan ook een groot succes en in een daaropvolgende advertentie waar mevrouw R. “Dechi” Langedijk Thijssen haar dank gaf aan de grote opkomst van de Arubaanse gemeenschap. Hier gebruikte zij al het woord Arubadag, die zij ook zou gebruiken bij haar eerste Arubadag viering te Amsterdam.
Zij was aanwezig op Aruba op 18 maart 1976 toen de Vlag voor het eerst gehesen werd en het Volkslied gepresenteerd werd. Bij terugkomst in Nederland, plande zij de eerste Arubadag voor zondag 6 juni 1976.
 
Aruba in de jaren ’60
 
Hoe werden de Arubanen op de hoogte gesteld
Door middel van advertenties in de Nederlandse krant wist ze de Arubaanse gemeenschap in Nederland op de hoogte te brengen van de viering van de 1e Arubadag. Gezien het feit dat mevrouw “Dechi” Thijssen geen onbekende was in de Arubaanse gemeenschap, verspreidde het nieuws zich al heel snel. Zoals ze in goed criollo op Aruba zeggen;”Un boca bisa otro”. Deze eerste Arubadag was dan ook een bijzondere en unieke ervaring voor een ieder die daar aanwezig was.Waar werd de eerste Arubadag gehouden?
Allereerst was er de locatie: Het buurtcentrum Hofgeest te Amsterdam Zuidoost.

Op die eerste Arubadag werd er geen entreeprijs gevraagd. Al het eten en drinken was vrij verkrijgbaar op kosten van de groep Arubaanse vrijwilligers onder leiding van mevrouw R. Langedijk Thijssen.

Mevrouw R. Langedijk Thijssen gaf een openingsspeech en daarna werd het volkslied vertolkt door de heer Pedro Croes op zijn gitaar waarbij de rest van de aanwezigen uit volle borst meezongen. Al met al een gezellige dag en de voorloper van de Arubadag zoals wij die vandaag de dag vieren.

Dankzij vele andere Arubanen die in 1982 de draad oppakte door opnieuw een Arubadag te organiseren en dankzij de inzet van het Arubahuis die in de daaropvolgende jaren veel tijd en energie instaken, kunnen de Arubanen de dag van vandaag hun eigen “Dia di Himno y Bandera” vieren. Oftewel Arubadag!

Maar laten we vooral niet de pionier vergeten, mevrouw Rosinda “Dechi” Langedijk Thijssen die de eerste Arubadag organiseerde en als eerste de naam Arubadag gebruikte om de dag aan te duiden dat Arubanen in Nederland hun eigen Vlag en Volkslied kunnen vieren.

De Arubaanse vlag heeft vier kleuren: geel (Bunting Yellow heet de exacte kleur), blauw (Larkspur Blue, ook wel VN-blauw genoemd), rood (Union Jack Red) en wit. Iedere kleur heeft een eigen betekenis: – blauw staat voor de zee die Aruba omringt;
– geel is de kleur van overvloed en vertegenwoordigt Aruba’s goud-, aloë- en olie-industrie, zowel in het heden als in het verleden;
– rood verwijst naar de liefde die alle Arubanen voor hun eiland voelen en is ook de kleur van de voormalige Braziliaanse houtindustrie;
– wit weerspiegelt zowel de hagelwitte stranden als de zuivere aard van de Arubanen, die zich inzetten voor gerechtigheid, orde en vrijheid.

Aruba

De symbolen in de vlag zijn een rode ster en twee gele strepen. Vertegenwoordigers van meer dan veertig landen zijn naar Aruba geëmigreerd. De ster duidt het eiland aan, omgeven door een schitterend blauwe zee. De horizontale gele strepen staan voor de vrije en onafhankelijke positie van Aruba binnen het Koninkrijk der Nederlanden.

18 maart is een nationale feestdag. Op deze ‘Dag van de Vlag en het Volkslied’, viert Aruba ieder jaar de betekenis van de vlag en het volkslied.

[van www.beleven.org]

Vierde editie Arubaans Filmfestival van start

 
 
door Ariën Rasmijn
Oranjestad — Met vertoningen van de speelfilms Steekspel van de Nederlandse regisseur Paul Verhoeven en Abo So van de Arubaan Juan Francisco Pardo ging eergisteravond de vierde editie van het Aruba International Film Festival (AIFF) van start.
Het programma richt zich dit jaar vooral op speelfilms, korte films en documentaires uit de regio en Latijns-Amerika.  Beide openingsfilms wisten een groot lokaal publiek naar het festival te trekken. Naast Verhoeven is de Amerikaanse actrice Virginia Madsen een van de hoofdgasten van het festival, waarin onder meer ook voor iedereen toegankelijke workshops en interviews over filmmaken worden gegeven. Madsen keert terug na vorig jaar te gast te zijn geweest. AIFF 2013 sluit af met de film The Hot Flashes, waarin zij een van de hoofdrollen speelt.
Abo So
Tijdens de openingsavond was het publiek vooral gekomen voor de lokale musical Abo So, gebaseerd op de muziek van de Arubaanse componist Padu del Caribe. De 94-jarige componist en pianist was zelf als eregast aanwezig. De eerste door Arubanen op het eiland gemaakte lange speelfilm sinds lange tijd maakte furore in de zaal door de mooi geschoten scènes en de eigenzinnige manier waarop de film is gemaakt, ondanks dat het bedoeld is als een sentimentele publieksfilm met brede thema’s. Voor regisseur Pardo is dit na twee korte, vrij abstracte films de eerste keer dat hij zich waagt aan een dergelijk project. Producent Rebecca Roos was hiervoor vooral bekend als documentairemaker.
Abo So is het verhaal van de jonge Arubaanse Tatiana en Santiago, een jongen van Latijns-Amerikaanse komaf. Het tweetal wordt verliefd op elkaar, maar stuit onder meer op maatschappelijke tegenstellingen en tegenwerking van familie. Voor de film werden niet alleen bekende hits van Padu gebruikt zoals het titelnummer ‘Abo So’. Twee nooit eerder uitgebrachte composities van de oude meester werden afgestoft en verwerkt in de film. Pardo en Roos overwegen een tweede deel te maken. Ook wordt er gekeken naar de mogelijkheid om de muziek van de film uit te brengen.
Nieuwe start
Alles wijst erop dat het festival dit jaar een nieuwe start wil maken. Na drie edities waarbij de regering via toeristenbureau ATA als sponsor van het festival fungeerde gaat AIFF dit jaar met deels eigen financiering verder. De editie van vorig jaar was groots opgezet, met drie grote concerten die het festival zelf overschaduwden en bovendien voor grote verliezen zorgde. Niet alle details zijn duidelijk maar feit is dat oprichter Jonathan Vieira eerder dit jaar failliet werd verklaard en meerdere partijen niet betaald waren voor hun diensten. Vieira keerde dit jaar alsnog terug. Dit keer met een team van vrijwilligers, een nieuwe locatie en de belofte dat met de opbrengsten van dit jaar de crediteuren van de vorige editie alsnog krijgen uitbetaald.
[van Caribisch Netwerk, 4 juli 2013]
De legendarische Padu Lampe (94), met dochter Vivian en hoofdrolspeler Miguel Genser

Een ijsje met dubbel slagroom

door Ezra de Haan

Zeedrift is een verhalenbundel zoals alleen Jan Brokken die schrijven kan. Met oog voor detail heeft hij ieder verhaal in het boek onder handen genomen. Juist die kleine veranderingen maken ze helemaal af. Het verschil tussen de vorige versie en die in Zeedrift kent alleen de auteur. In zijn verantwoording lees je waarvoor hij het schreef en wanneer het herschreven is. Soms zijn wat retouches voldoende of wordt het juist geheel herzien, dan weer vraagt het verhaal om een uitbreiding, verkorten kan ook, en slechts een enkele keer lees je de definitieve versie.

Brokken wil het verhaal schrijven dat helemaal af is. Perfect, zoals het bureautje van de ss Rotterdam in zijn verhaal ‘Het droomschip’ had moeten zijn:

‘In de erker van zijn huis stond een bureautje van licht mahoniehout. Het had in de tweedeklashut van het ss Rotterdam moeten komen, maar tijdens het installeren was een hoekje van het blad afgebroken. Alles aan boord van het schip moest perfect zijn; het bureautje was bij de laatste inspectie afgekeurd. De scheepstimmerman had het mogen meenemen.’

In zijn verhalen neemt Jan Brokken je mee. Even mag je ontdekkingsreiziger zijn. Met zijn ogen bekijk je Egypte in het voorjaar van ’74, zie en hoor je het concert dat Padú Lampe op zevenentachtig jarige leeftijd op Aruba gaf en ontmoet je Gabriel García Márquez. De manier waarop hij vertelt zou je bijna lichtvoetig noemen. Het leest immers heerlijk. En juist daaraan herken je de goede verhalenschrijver. Brokken grossiert in goede zinnen maar loopt er niet mee te koop. Ik zal wat voorbeelden daarvan geven. Al voelt het als het slopen van wat planken uit een naadloos in visgraat gelegd parket. De schrijver ging het immers om het componeren van het verhaal en dat valt hier weg…
‘Het zand en het scherpe licht deden mijn vader aan de Rode Zee denken, een langgerekte zee die zich aan beide uiteinden tot een flessenhals vernauwt.’ ‘Een Arubaanse neemt nooit een halve maatregel: als ze iemand met een bezoek vereert, dost ze zich uit alsof ze taartjes gaat eten in een winters Parijs.’ ‘Iemand die op het uur van de zonsondergang door melancholie wordt overvallen, die als de Curaçaose dichter Joseph Sickman Corsen vreest dat hij tegelijk met de zon zal ondergaan, kan twee uur later uitbundig feesten, juist omdat hij doordrongen is van het nabije vertrek.’

Mooie zinnen die deel van een compositie uitmaken. Het is niet verbazingwekkend dat juist een schrijver met een goed oor voor muziek zich daarmee bezig houdt. Jan Brokken weet van kleine anekdotes grote verhalen te maken. In ‘De Turkse knoop’, een verhaal van vijftien pagina’s, laat hij zijn eigen ervaring op zee voorafgaan door spookachtige nieuwsberichten over schepen die zonder reden vergingen en op klaarlichte dag verdwenen. Het is een truc die voor spanning zorgt, een truc die werkt. Haast het omgekeerde doet hij in ‘Crusoe en Co’, een essay over Robinson Crusoe. Hier begint een met Boudewijn Büchiaans plezier geschreven epistel met een overnachting op een onbewoond eiland. Jan Brokken strandt met zijn buurman, een visser, op een van de Aveseilanden als die uit vrees voor een tropische storm een nauwelijks begroeid koraaleiland verkiest boven de vijf meter hoge golven. Amper vier bladzijden heeft hij nodig voor het etmaal op zijn onbewoonde eiland. Dat is genoeg om de lezer op het puntje van zijn stoel te krijgen en hem vervolgens mee te voeren naar de oorsprong van de Robinson Crusoe-verhalen. En op deze manier voel je mee met de ‘ware’ historische verhalen die Brokken vervolgens met verve weet te vertellen.

Niet voor niets draagt de verhalenbundel de titel Zeedrift, het gelijknamige verhaal is een voorbeeld van vertelkunst. Het begint met een beschrijving van de noordkust van Curaçao. Dan komt de Sint-Jorisbaai in zicht en alles wat daar aanspoelt. Brokken schrijft: ‘Vuil of zeedrift. Ik houd van dat woord. “Strandvondst” is mij te nuchter, bij “zeedrift” zie ik een boze zee voor me en schepen die hun lading verliezen.’ Vervolgens bezoekt hij de begraafplaats bij het dorpje Soto om daar het Russisch-orthodoxe graf van Serge Alexenko te zien. Het groene graf met uivormig ornament en Byzantijns kruis verheft zich boven alle witte huisjes. Het intrigeert Brokken: een in de tropen verdwaalde Rus.

Het verhaal dat volgt beschrijft die bevlogen Rus, een beeldhouwer en architect die ervoor zorgde dat diverse monumenten van Curaçao behouden bleven. De landhuizen Jan Kock, Ascensión, Cas Abao en Girouette waren er zonder zijn inzet en kennis niet meer geweest. Met het verhaal schrijft Brokken een monument voor Serge Alexenko. Uit flarden van verhalen en herinneringen probeert hij de man te reconstrueren. En dat lukt hem. Iedere anekdote vult een hiaat van de puzzel waarvan helaas al teveel stukjes verloren zijn gegaan. Dan krijgt hij bezoek van een vrouw die hem, naar aanleiding van zijn artikel over Alexenko, een vraagt stelt. ‘U houdt toch van meneer Alexenko?’ Met de schrijver stel je jezelf meteen de vraag of je van iemand kunt houden die je nooit hebt gekend.

Brokken bewijst dat dit mogelijk is. Het levert hem een foto van Alexenko op, de enige foto wellicht, die hij later bij een verhuizing kwijtraakt. De foto is verdwenen als zeedrift door springtij. En daarmee is het verhaal rond, een verhaal over Alexenko maar ook over al die andere aangespoelde en weer meegenomen bewoners van het eiland. De mensen die in het verhaal ‘Willemstad’ ook al zo goed werden neergezet in de passage: ‘…bedacht ik dat voor iedereen in het Caribisch gebied de geschiedenis met verlies is begonnen. Verlies van vrijheid. Verlies van de vertrouwde omgeving. …voor wie de emigratie naar Curaçao de enige mogelijkheid was om te overleven. Verlies. Misschien is dat wel de belangrijkste oorzaak van de Caribische melancholie.’

Nog zo’n geschreven monument is het verhaal ‘Het droomschip’. Hierin brengt de auteur zijn vader weer tot leven en met hem de jaren vijftig in Rotterdam. Zonder ook maar een moment sentimenteel te worden geeft hij vorm aan zijn jeugdjaren. Hoe hij met zijn vader op een brommer naar de monding van de Eerste Petroleumhaven reed en daar samen met hem naar de voorbijvarende schepen keek. De tewaterlating van de ss Rotterdam brengt de hoop die Rotterdam kreeg fantastisch in kaart. De beschrijving is een ooggetuigenverslag dat op je inwerkt alsof je een film te zien krijgt. Je leest niet langer, je ziet het voor je. Het is de grandeur van de tuttigheid, je ziet de burgerman en arbeider van die dagen juichend fietsen en brommen, het is een Polygoonjournaal in woorden. Brokken bereikt hier eigenlijk iets wat niet mogelijk is.

‘Voor de ouderen, zoals mijn vader, was het schip een pleister op de wond die het bombardement in het centrum van Rotterdam had geslagen; de reden misschien waarom het schip boven de grijze romp geheel wit was, als een vredesduif. De Rotterdam was de toekomst, de voorspoed die ons allen in de jaren zestig zou wachten, de moderniteit. Nogmaals, ik kon dat op de dijk van Maassluis naar Hoek van Holland nog niet benoemen, maar ik zag de glunder op de gezichten.
Geen van de mannen die daar reden, in een leren bromfietsjas, met een zwarte pet op het hoofd en een sjekkie tussen de lippen, kon vermoeden dat de roem van het schip een kortstondige zou zijn.’

Absoluut hoogtepunt in dit verhaal is voor mij de volgende passage:

‘Op de pier van Hoek van Holland zagen we het, zonder sleepboten, helemaal frank en vrij, in de mist verdwijnen. Het was alsof we insliepen na een magistrale droom. Mijn vader trakteerde me op een ijsje met dubbel slagroom.’

Hier zit alles in: de melancholie, de verloren jeugd, het mystieke van dat enorme droomschip en het geluksgevoel dat vader en zoon gekend moeten hebben tijdens het kijken naar schepen dat in de metafoor ‘een ijsje met dubbel slagroom’ vorm krijgt.

Zeedrift is een voorbeeldige verhalenbundel, Jan Brokken op zijn best.

 

222 pagina’s | Amstel Uitgevers | oktober 2009

prijs € 19,90

[Bron Literatuurplein.nl]

Een nieuwe vertaling van het Volkslied van Aruba

Sinds 1976 is ‘Aruba, dushi tera’ het volkslied van Aruba. De tekst in het Papiamento is van Juan Chabaya ‘Padú’ Lampe en Rufo Wever. Fred de Haas vond de bestaande vertaling niet bevredigend en maakte er een nieuwe vertaling van.

Aruba, dushi tera

Aruba patria aprecia,
Nos cuna venera
Chikito y simple bo por ta
Pero si respeta

O, Aruba dushi tera,
Nos baranca tan stima
Nos amor p’abo t’asina grandi
Cu n’tin nada pa kibr’e

Bo playanan tan admira
Cu palma tur dorna
Bo escudo y bandera ta
Orguyo di nos tur.

O, Aruba dushi tera,
Nos baranca tan stima
Nos amor p’abo t’asina grandi
Cu n’tin nada pa kibr’e

Grandeza di bo pueblo ta
Su gran cordialidad
Cu Dios por guia y conserva
Su amor pa libertad.

O, Aruba dushi tera,
Nos baranca tan stima
Nos amor p’abo t’asina grandi
Cu n’tin nada pa kibr’e

.

Aruba, lief klein vaderland

Aruba, wenkend vaderland,
Wij hebben ons aan jou verpand.
Aruba, bakermat zo klein,
Aruba waar wij trots op zijn.

Aruba, lief klein vaderland,
Een klip in zee, een liefdesband,
Ons hart is voor jouw roep bezweken,
Niets kan deze liefde breken.

Je palmen sieren onze stranden,
Doen ons hart in gloed ontbranden;
En je wapenschild, je vlag
Vervullen ons weer elke dag.

Aruba, lief klein vaderland,
Een klip in zee, een liefdesband,
Ons hart is voor jouw roep bezweken,
Niets kan deze liefde breken.

Volk, zo hartelijk, zo groot,
Dat menigeen gastvrijheid bood,
God sta je bij, houd moedig stand,
behoed de vrijheid van je land!

Aruba, lief klein vaderland,
Een klip in zee, een liefdesband,
Ons hart is voor jouw roep bezweken,
Niets kan deze liefde breken.

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter