blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Kristensen Brede

Op vleugels van gekleurde diversiteit

door Brede Kristensen 
“Als erfgenaam van het koloniaal orgasme, als buitenechtelijke bastaard geschrapt uit het Europese Testament, ontsnap ik de gevangenis van genetische en historische identiteit… Ik ben me bewust van mijn kwetsbaarheid, mijn gemengde identiteit,,, Een tirannieke litanie ontkent mijn gemuteerde genen. Van schaamte bevrijd, vlieg ik op de vleugels van mijn gekleurde diversiteit.”
Met deze woorden opent Felix de Rooy zijn indrukwekkende Ego documenta. Een aandacht opeisend document dat onmiddellijk twee indrukken wekt. Op de eerste plaats de verbazingwekkende veelzijdigheid van Felix de Rooy als kunstenaar: tekst, tekening, theater, film, collage, assemblage. Ongelooflijk.
De tweede indruk is de zware presentie van alles wat hij maakt. Je kunt er niet omheen. Het is er, het eist de aandacht op en nog meer dan dat: het eist een reactie. Negatief geformuleerd is het exhibitionisme, maar dan niet de zoetige variant met zijn misselijkmakende weeë bijsmaak. Nee, in het geval van Felix (omdat ik hem als Felix ken, vind ik het lastig over hem als De Rooy te schrijven) is het een inhoudelijk uitdagend exhibitionisme dat reflectie en reactie onontkoombaar maakt.
Eigenlijk is het toelichtend commentaar, dat Felix graag geeft, totaal overbodig. Zijn werk spreekt een taal die aan duidelijkheid niets te wensen overlaat. Het is Felix ten voeten uit. Hij houdt ervan de dingen overduidelijk, provocerend en onverbloemd te zeggen. Meestal is dat vermoeiend, maar omdat hij in staat is dat in verschillende toonaarden steeds weer verrassend creatief te doen, verveelt het niet. Dat ‘vliegen op de vleugels van gekleurde diversiteit’ maakt hij waar. Mocht iemand van mening zijn dat het zonde is als de ene cultuur zich vermengt met een andere, dat we gevaar lopen onze identiteit te verliezen en het spoor bijster te raken, dan kan het werk van Felix dienen als medicijn om zich van dit vooroordeel te bevrijden. Juist de confrontatie, het conflict en de onvermijdelijke vermenging van culturen is brandstof voor creativiteit. De oorzaak van cultuurcontact en conflict zal meestal een of andere vorm van imperialistisch machtsvertoon zijn. Een uiteindelijk nooit-beoogd neveneffect is culturele bloei. Felix is daarvan het levende bewijs.
Ego Documenta bevat diverse interessante beschouwingen over zijn werk. Charl Landvreugd merkt op dat Felix zelf zijn werk als ‘psychisch realisme’ beschrijft. Vermoedelijk bedoelt hij daarmee te zeggen dat zijn werk de onverbloemde en niet-geïdealiseerde uitdrukking is van de dynamiek van zijn psyche. Wat mij betreft had de label ‘surrealistisch realisme’ ook gemogen, want de werking van de psyche kent veel surrealistische trekken. Het werk van Felix laat dat trouwens overduidelijk zien.
De dynamiek van de psyche wordt sterk bepaald door de liefde-haat-verhouding tussen Eros en Thanatos, de goden van liefde en dood, waardoor Freud werd gefascineerd. Felix ook. En het zit niet alleen maar in de menselijke geest, onze persoonlijke seksualiteit en angst voor de dood, als keerzijden van een medaille. Het conflict tussen culturen is ervan doortrokken. Een cultuur komt in contact met een andere cultuur. Goedschiks of kwaadschiks vindt vermenging plaats, gelijktijdig met afsterving. Want van de oorspronkelijke culturen blijft niets over, die sterven af. De vrucht van vermenging leeft verder. Dat is inclusief het oordeel erover. Alhoewel de vermenging van oordeelsvorming vaak wat meer tijd nodig heeft.
De Europese cultuur heeft dat hybride Caribische geschilder, geschrijf en gemusiceer nog lange tijd als iets minderwaardigs beschouwd en omgekeerd wordt vanuit het Caribische de Europese ‘moedercultuur’ nog altijd met argwaan bejegend. Felix’ openingstekst getuigt van de innerlijke strijd die hij zelf heeft gevoerd om zich van schaamte te bevrijden en als een Icarus te vliegen. Evenals Icarus stortte hij naar eigen zeggen regelmatig te pletter, ‘mijn vleugels verbrand door gloeiende ontkenning en vlammend verraad’. Maar, schrijft hij verder, ‘als een Phoenix uit eigen as herrees ik’… Zichzelf transformerend ‘met penis en pen’. Opmerkelijk dat hij verklaart zich ondermeer met pen te transformeren. Niet met penseel. Ik kom erop terug.
Felix is op Curaçao geboren en getogen uit ouders van Surinaamse afkomst. Zijn vader, René de Rooy, was een Nederlander die op Haïti trouwde met een Haïtiaanse dichteres, Marguerite Grimard, wier prachtige gedichten bij mijn weten nooit zijn gepubliceerd. Van jongs af aan heeft Felix getekend en geschilderd en raakte hij vertrouwd met meer dan alleen de wereld van Curaçao. Zijn ouders hadden een kosmopolitische instelling die door Felix gretig is overgenomen.
Nomade in Niemandsland
De ondertitel van Ego Documenta luidt: ‘het testament van mijn ego in het museum van mijn geest’. Dat kunnen we ruim interpreteren. Het museum van de geest van Felix is een museum van de wereldgeest die zich ook in Felix manifesteert. Achterin het boek vinden wij een door Felix geschreven persoonlijke jeugdgeschiedenis ‘Nomade in Niemandsland’. Een fascinerend verhaal over opgroeien in gecompliceerde Curaçaose omstandigheden. Als je dat verhaal leest, besef je dat het gemakkelijk fout had kunnen aflopen met zo’n gevoelig jongetje dat even gecompliceerd in elkaar stak als de omstandigheden.
Hoe hij zich hieruit heeft kunnen bevrijden en opwerken? Door penis en pen? Van die penis ben ik niet zo zeker. Er zijn heel wat heren die door de dynamiek van hun penis diep in misère zijn gedompeld. Pen en penseel? Zeker, maar ook door de manier waarop zijn ouders hem met veel vallen en opstaan hebben weten te motiveren. En ontmoetingen met mensen op cruciale momenten, zoals een verblijf bij de Limburgse schilder Charles Eyck. Wat dat aangaat heeft Felix geluk gehad. Daarnaast is aan alles merkbaar dat hij mateloos nieuwsgierig is. Die nieuwsgierigheid doet hem afstand nemen, nadenken, verder denken, experimenteren. Zijn verhaal eindigt met deze zin: ‘Op zilverkleurige aluminium vleugels, gleed mijn puberziel op zoek naar haar bestemming in het nieuwe Terra Incognita, een Nomade in Niemandsland’.
Duidelijk is dat hij een van die typische mensen is met een blik die de lokale blik ver te buiten gaat. Jennifer Smit typeert hem als iemand met een ‘wereldziel’, een mens ‘voor wie er geen grenzen zijn. En eigenlijk ook geen landen’. Dat klopt. Hij doet me denken aan de schilder Ronald Kitaj die ooit een diasporistisch manifest schreef. De ondertoon van dit manifest is verwant met de ondertoon van Felix’ verhaal. Hun werk trouwens ook: eigenzinnig, provocerend, exhibitionistisch, geladen met ideeën, zonder ook maar de geringste neiging tot conformisme, maar tegelijk zeer menselijk en inclusief.
Het label ‘psychisch realisme’ is ook wel van toepassing op Kitaj’s werk. Beiden hebben een nomadische ziel. Beiden zijn ook behept met die merkwaardig ambivalente houding tegenover de ‘thuiscultuur’, die je bij veel kunstenaars en schrijvers aantreft. Kitaj zocht naar zijn drijfveren en schreef over zijn zoektocht naar zijn voorland, naar oude gebeurtenissen, inzichten en tradities die dwars door de wereld heen lopen en een uitmonding vonden in hem en zijn werk (R.B.Kitaj, First Diasporist Manifesto, 1989). Op de keper beschouwd is ons bestaan nomadisch van aard. Er is geen thuis, slechts een ‘diasporistisch verlangen naar ‘Jeruzalem’, naar de stad van vrede.
Dat impliceert ook dat er geen plaats is voor vaste identiteiten. Hoogstens voor gefixeerde, en dus onechte identiteiten. In een beschouwing over Felix als cineast wordt dat door Reece Anguiste gesteld. ‘Identity is in freefall, nothing is fixed, everything is fluid and mercurial’. Als Caribische mens is Felix een diasporist, een nomade die verder zal trekken en nieuwe gebieden zal exploreren en nieuwe ontdekkingen zal doen. We kunnen nog heel veel verwachten.
Het thuisfront neemt dat de ‘nomade’ meestal niet in dank af. Is het hier soms niet goed genoeg voor jou? Voel je je boven ons verheven? Weinigen hier op ons eiland zien Felix als een ‘echte Curaçaose kunstenaar’. Terwijl nota bene Curaçao zelf een nationaliteitenmengsel, een ‘niemandsland’ bij uitstek is. We weten er niet goed mee om te gaan en zoeken angstig naar houvast in onze kleine lokale culturele tradities. Anders gezegd: meer aandacht voor het werk van Felix zou niet slecht voor Curaçao zijn.
Ego Documenta biedt een wijds overzicht van Felix’ werk op alle gebieden. Daartussen zijn veel beschouwingen opgenomen over zijn werk, inclusief een groot aantal recensies van film en theater. Ook kritische recensies. Ik ga daar nu niet verder op in. Alles overziende, constateer ik opnieuw dat in mijn ogen Felix op zijn best en ook zijn ‘echtst’ is in zijn assemblages. Die lijken me op zijn lijf geschreven. Met de meest uiteenlopende voorwerpen, die hij overal vandaan heeft gesleept en die ogenschijnlijk geen enkel verband met elkaar hebben, weet hij een wereld op te roepen waarin al die voorwerpen een verrassende symbolische betekenis krijgen. Vrijwel al zijn assemblages doen mij perplex staan, ‘zo had ik niet gedacht dat de wereld in elkaar steekt’. Hier wordt een surrealistische werking realistisch. Assemblages van Felix zijn ook in figuurlijke zin multidimensionaal. Felix blijkt over een sublieme vindingrijkheid te beschikken om de meest wonderlijke dingen ermee op te roepen. Zoals de absurde slavernijgeschiedenis, met al haar onmenselijkheden en krankzinnige vooroordelen. De toeschouwer kan de confrontatie ermee niet ontlopen en wordt tot reageren gedwongen. Daarin schuilt ook een heilzaam effect, een opnemen van dat stuk geschiedenis in onze totale gezamenlijke geschiedenis, de enige manier om niet tot herhaling gedoemd te worden.
Felix geeft zichzelf dus het etiket ‘psychisch realist’. Daarmee uitdrukkend dat hij de psychische dimensie van de werkelijkheid omarmt en daarvan wil uitgaan, of die wil uitdrukken. Realisme kan niet anders dan paradoxaal zijn. Ten eerste kent niemand de werkelijkheid en al helemaal niet zijn eigen psychische werkelijkheid. Ten tweede staat realisme tegenover idealisme en houdt dus in dat idealen, waarden en wat dies meer zij als ondergeschikt aan de psychische realiteit worden gezien. Maar zeker ook in het werk van Felix spelen idealen en waarden een grote rol. Kijk maar naar sommige van zijn maatschappij- en cultuur-kritische films, zijn exposities van wit over zwart enzovoort. Zijn realisme, zoals dat meestal het geval is, is mogelijk bij de gratie van idealen. Daar ligt ook de oorsprong van het tragische. Nomade in Niemandsland is trouwens een tragisch familierelaas. Dus dat van die telkens opnieuw herrijzende Phoenix, moeten we maar opvatten als het herrijzen van een Felix die de werkelijkheid beter heeft leren kennen en die langzaam aan een gevoel voor het tragische ontwikkelt. Opvallend is dat dit gevoel voor het tragische zich vooral aandient in zijn gedichten. Trouwens, het is ook opvallend hoe goed hij schrijft en dicht, zowel in het Papiamentu, het Nederlands als in het Engels. Vermoedelijk krijgen we nog veel nieuws te zien en te horen van de hand van Felix en het is te hopen dat Curaçao deze bont gekleurde vogel leert waarderen. En dus ook zichzelf leert waarderen.
Littekens van de ziel
In het hart gevonden
Scherven uit verleden tijd
Oude pijn baart nieuwe zonden
Op het altaar van vergetelheid
In het hart gevonden
Littekens geleden tijd
Een nieuwe God heelt oude wonden
Bouwt tempels op vergankelijkheid
[uit Amigoe, 1 oktober 2013]

‘Eigen geschiedenis betekenis geven’

door Brede Kristensen

Nu het derde Bocas literatuurfestival heeft plaatsgevonden in Trinidad & Tobago, vroeg ik de energieke initiatiefneemster, Marina Salandy-Brown, wat haar tot dit initiatief had bewogen. Haar spontane antwoord luidde: “De eilanden uit hun literaire isolement halen.” Erop doorpratend begreep ik dat ze ook vond dat de al lang bestaande Caribische literaire traditie een eigen referentiekader nodig heeft.

 

Nu is het zo dat de goede en ambitieuze dichters en schrijvers van de Caribische eilanden vooral naar erkenning zoeken in de Europese en Amerikaanse ‘moederwereld’. Engelstalige auteurs kijken naar Engeland en Noord-Amerika, Spaanstalige auteurs kijken naar Spanje en Latijns-Amerika, terwijl Franstalige en Nederlandstalige auteurs naar Frankrijk en de lage landen kijken voor erkenning. Omdat de afstanden groot en de netwerken beperkt zijn, lukt het met die erkenning slechts moeizaam. Meestal moeten ze genoegen nemen met het stempel ‘exotisch’. Wellicht is dat de reden dat zoveel Caribische auteurs ervoor kiezen zich in Europa of Amerika te vestigen, het voorbeeld van V.S. Naipaul volgend. Daar worden ze opgenomen in literaire netwerken, worden ze uitgenodigd om te doceren op universiteiten en vinden ze hun weg naar de media. Zo worden ze vanzelf wat minder exotisch.
Inmiddels gonst het in het Caribische gebied van literaire activiteit. De diversiteit van literaire tradities, culturen en geschiedenissen, vormt allerminst een belemmering zoals soms wordt beweerd, maar blijkt integendeel een stimulans voor creativiteit te zijn. Erkenning door de ‘moederwereld’ is natuurlijk helemaal geen voorwaarde voor literaire bloei.
Toen Salandy-Brown vier jaar geleden begon met de organisatie van het eerste Bocas Lit Fest was het haar bedoeling een platform te creëren voor auteurs van verschillende eilanden om op elkaars werk te reageren. In eerste instantie de Engelstalige auteurs, om vervolgens ook de andere taalgemeenschappen erbij te betrekken. Het is te gek voor woorden dat we voor erkenning zo afhankelijk zijn van lezers en critici duizenden kilometers verderop. Het festival, waaraan een kleine 100 auteurs plus een groot aantal lezers deelnemen, wordt als buitengewoon inspirerend ervaren. Trinidad leeft mee en is er trots op.
De Guyanese historicus Richard Drayton sprak over het belang om als regio zelf de feiten van onze eigen geschiedenis betekenis te geven. Het kan niet zo zijn dat buitenstaanders ons voorschrijven hoe wij onze geschiedenis dienen te interpreteren, maar dat is precies wat nog steeds gebeurt. Het interpretatiekader voor de geschiedenis, zoals door de ‘moederwereld’ vastgesteld, is in sterke mate gebaseerd op militaire en economisch-technologische machtsuitoefening, gericht op overleven en onderdrukken. De rest is bijzaak. In feite dus een sociaal-darwinistisch kader. Bij dat kader past een politiek, economisch en cultureel instrumentarium dat ieder land nodig schijnt te hebben om zijn weg in de wereld te vinden. Hij wees erop hoe ook de in de moederwereld opgeleide Caribische professionals het spel meespelen en lid worden van wat hij de kaste noemde van ‘multi-raciale-en-nationale goedverdienende wereldwijd werkende technocraten’, werkzaam bij grote ondernemingen en internationale organisaties zoals het IMF, of als hoge ambtenaar, bij voorkeur vaak internationaal op stap. Ieder voor zich lijkt gefascineerd te zijn door de ‘mystiek van het professionalisme met zijn bijkans magische macht’. Vaak is hun alter ego cultuurminnend en bekend met de laatste literaire trends, maar helaas huist het alter ego vooral in de kleding, niet in de ziel. Hun ziel is doelloos zwervend. De doorsnee burger gaat dezelfde kant op.
Zijn gesprekspartner, Pankaj Mishra uit India, schreef een onthullend boek over het verzet van Aziatische intellectuelen, zoals Rabindranath Tagore en Liang Qi Chao, tegen het Europese politieke en intellectuele imperialisme: From the Ruins of Empire, 2012. Vaak citeerde hij Tagore: “The West is becoming demoralized through being the exploiter, through tasting the fruits of exploitation.” Tagore zag het nationalisme als een van de meest dubieuze imperialistische methodes. Door van iedere verzameling mensen een georganiseerde natie te maken, krijgen imperialistische grootmachten er greep op. Door hun zucht naar erkenning en mooie posities in het publieke bestuur zijn de geëxploiteerden zo kortzichtig hun volledige medewerking te geven. Dit inzicht heeft vandaag niets aan actualiteit verloren. Bovendien hebben macht en geldzucht zowel een verslavend als een demoraliserend effect. Tagore, die deze verslaving met opium vergeleek, was ervan overtuigd dat alleen de menselijke geest in staat is weerstand daartegen te bieden en zodoende de mensheid voor uitsterven te behoeden. Literatuur kan daarbij een belangrijke rol spelen mits er gelezen wordt, mits erover gesproken wordt en mits deze zich niet in dienst van nationalistische belangen stelt.
Natsume Soseki op een biljet van 1000 yen.
Dat brengt ons bij de vraag: welke literatuur? Alle literatuur? Pankaj Mishra liet het de Japanse auteur Natsume Soseki (1867-1916) zeggen: “Teveel zoeken we (in Japan) aansluiting bij wat er in Europa gebeurt. Ook op het gebied van literaire trends. Het is alsof we aan een vreemde tafel aan het dineren zijn en het ene na het andere onbekende gerecht krijgen voorgeschoteld… fascinerend, maar al dinerende vergeten we dat we zelf een fantastische keuken hebben.” Hij kon nog niet spreken van de ‘McDonald’isation of the world’, maar zoiets stond hem voor ogen. Het lijkt alsof civilisatie en literatuur, mode en filosofie nog steeds door Europese en Amerikaanse standaarden worden bepaald. We kunnen niet zonder standaarden, maar laten die standaarden dan alsjeblieft ter discussie mogen staan. Het Europese postmodernisme is anders dan het Caribische. Aldus Drayton en Mishra en het voltallige Bocas-publiek waarmee ze in gesprek waren.

Eigen karakter reg
io
Drayton beklemtoonde de noodzaak het karakter van Caribische literatuur te accentueren. Dat bracht ons op een gesprek over het eigene van de Caribische regio. Heeft deze regio wel een eigen karakter? Zoals het Caribische gebied zijn Europa en Amerika inmiddels cultureel gemengde regio’s geworden. Wat is het verschil? Ja, er is een groot verschil. Het verschil is dat Europa en de meeste Amerikaanse landen gekenmerkt worden door een dominante, traditionele cultuur en dito literatuur, waaraan de culturele import zich op de een of andere wijze moet aanpassen. Natuurlijk is de invloed ook omgekeerd, maar toch beduidend minder sterk.
Dit ligt heel anders in het Caribische gebied. Nadat de Indianen op trieste wijze waren geliquideerd en de Europese machten uiteindelijk een toontje lager moesten zingen, zien we dat hier naast elkaar een drietal stromingen werkzaam zijn, die zich geleidelijk aan vermengen: een vercaribiseerde Afrikaanse stroming, een vercaribiseerde Europese stroming en een zich vercaribiserende Indiase stroming. In de ogen van Drayton lopen onze Caribische auteurs gevaar te ‘ontcaribiseren’ vanwege de zucht naar erkenning door de moederwereld. Daarom is het zo goed dat er een Bocas Lit Fest is waar alle Caribische auteurs, inclusief die uit de diaspora heen kunnen, om het contact met elkaar en met de Caribische regio te onderhouden, zo merkte hij op.
In het verlengde daarvan werd een seminar gepresenteerd over de vraag ‘A National Literature?’ met inderdaad een groot vraagteken. Het gloedvolle betoog van Marlon James uit Jamaica, hoogleraar literatuur en auteur (in 2009 publiceerde hij de roman The Book of Night Women), maakte korte metten met dat vraagteken. Geen sprake van. Als literatuur zich in dienst stelt van de natie, blijft er van kwaliteit niets meer over. Al die politici die vinden dat literatuur behoort bij te dragen aan natievorming weten niet waarover ze het hebben en zijn in feite alleen maar met vrijheidsbeperking bezig… ‘should shouldn’t’, was zijn motto. Een door naties versnipperde regio valt ten prooi aan imperialistische machten. Door over dingen na te denken, veranderen de dingen van karakter, verliezen zij hun vanzelfsprekendheid en beginnen ze te verwijzen naar de diepere of hogere en vooral werkelijkheid die ons geheimzinnig omringt en ontsnapt aan de greep van ons begrip. Dat is wat literatuur doet.

Caribische identite
it
Wat is dan de Caribische identiteit? Identiteit is geen ding en omdat het geen ding is, kan je het ook nergens aan vasthaken en nergens aan ontlenen. Je kunt dus niet zeggen: kijk dat zijn onze wortels dus dat zijn we. Of dit is onze natie en daarom zijn we zo. Of dit is mijn opleiding: ik ben metselaar. Verbazingwekkend hoe actueel het existentialistische inzicht is dat al dat verschuilen achter ‘iets’ gelijk staat met het ontlopen van verantwoordelijkheid. Identiteit is een wijze van omgaan met de werkelijkheid, individueel en gezamenlijk. De Caribische regio, inclusief haar cultuur, is volop in beweging. Geen vaste tradities en uitgekristalliseerde waardepatronen. Een duizelingwekkend geschakeerd en bewegend kleurenpalet, zonder overheersing door een specifieke kleur. Ik denk dat er geen regio in de wereld denkbaar is waar zoveel verschillende stromingen zijn die een antwoord proberen te geven op de grote levensvragen. Omdat die antwoorden verschillend zijn en geen ervan zich kan permitteren zich als HET antwoord te presenteren, kan juist in de Caribische regio het ‘gevoel voor het onkenbare’ zich ontwikkelen.
De Engelse dichter T.S. Eliot merkte op dat de ‘mensheid niet in staat is veel werkelijkheid te verdragen’ (Four Quartets, 1944). Liever reduceren we dat chaotische kleurenpalet tot een beperkte wereldbeschouwing of een nationalistische ideologie of gewoon tot professionalisme of consumentisme. Tot iets dat een gevoel van identiteit, een thuisgevoel geeft. Vervolgens verwachten we dat de boeken die we lezen dat thuisgevoel zullen bevestigen. Sterker, we vragen onze schrijvers en dichters zulke boeken te schrijven. Zo niet, dan zetten we ze weg als ‘moeilijk en onbegrijpelijk’.
‘Niet aan toegeven’, riep Marlon James. Het motto ‘should shouldn’t’ schept vrijheid. Maar daarmee is nog geen chemische reactie tot stand gekomen tussen al die verschillende culturele elementen die de regio rijk is. Noch in onze eigen individuele geest, noch binnen het literaire circuit van auteurs van verschillende eilanden, noch tussen auteurs en lezers. Ingewikkelde chemische reacties hebben een katalysator nodig. Ziedaar, de zin en de betekenis van het Bacos literatuurfestival.
Kan literatuur iets betekenen voor de zwervende ziel die naar enig inzicht in de onkenbare werkelijkheid verlangt? Geen richtlijnen, geen omschrijving van de Caribische identiteit, geen bijdrage aan ‘nation building’, geen antwoorden op levensvragen. Literatuur kan alleen onder woorden brengen. Het onder woorden brengen is een vorm van verwerking, reflectie en bewustwording. In feite is dat wat ze doet. Dat is ook wat Derek Walcott steeds indringend (het woord is hier op zijn plaats omdat het de ziel van de lezende lezer raakt) weet te bewerkstelligen. Prachtig, zoals hier in de Schooner Flight (Collected Poems, 1986):
Sometimes is just me, and the soft-scissored foam
At the deck turn white and the moon open
A cloud like a door, and the light over me
Is a road in white moonlight taking me home
[uit Amigoe, 18 mei 2013]

Nieuwe roman van Earl Lovelace is onvergetelijk

door Brede Kristensen

‘Mijn naam is Kangkala, ik zorg voor verwarring, ik registreer roddel, ik vernietig reputaties, ik onthul geheimen. Ik ben een schurk en een held, een slachtoffer en een overwinnaar, in dezelfde huid.
Ik ben een echte-echte kaisonian.
Ik reduceer de machtigen door hen belachelijk te maken. Met hulp van pardodieën stel ik hun absurditeiten aan de kaak. Wat zij zinvol vinden, maak ik zinloos. Zin maak ik zinvol.’

Aldus begint de nieuwe en langverwachte roman van Earl Lovelace Is just a Movie. Deze ik-persoon, zanger, kaisonian oftewel calypsonian, doet zijn naam volledig eer aan door te vertellen wat zich allemaal afspeelt in Cascadu, een kleine plaats in Trinidad, een typisch menselijk plaatsje, zoals er miljoenen op deze planeet zijn. Zoals de tambú op Curaçao, zo fungeert de calypso op Trinidad als het muzikale kader van de vertelling. De calypso versterkt en verzacht, beschuldigt en verontschuldigt en doet wat de Talmud adviseert: alles wordt leefbaar wanneer je er een verhaal van maakt. De calypso zorgt dat we verder kunnen. ‘Ka iso’, voortgang, vermoedelijk de oorspronkelijke naam van de muziek, is genomen uit het Nigeriaanse Ibo. ‘We moeten verder’. Of het nu een misverstand, spot of een bewuste keuze is, maar de latere naam voor deze muziek, ‘calypso’, symboliseert het tegenovergestelde: niet verder kunnen. Toen Homeros’ held Odysseus wegens schipbreuk strandde op het eiland Ogygia, ontmoette hij daar de hemelse nymf Calypso. Calypso wilde hem niet loslaten en beloofde hem onsterfelijkheid als hij bleef. Ze belemmerde hem terug te keren naar huis, naar zijn geliefde Penelope. De ‘calypso’ als muziek staat dus voor ambivalentie: vasthouden en loslaten, herinneren en voortgaan, alsook voor relativering van het hemelse door het aardse en van het aardse door het hemelse. Of beter, de innerlijke tweestrijd om de volgende stap in het leven te nemen en het verleden achter te laten, omdat de twijfel over wat zinvol is niet van ons wijkt.
Earl Lovelace
De in Trinidad geboren (1935), getogen en nog steeds woonachtige Lovelace, heeft met grote tussenpozen schitterende romans gepubliceerd. Salt was zijn laatste. Daarin staat de legende centraal van Guinea John die als een vogel kon vliegen, zich kon losmaken van determinerende omstandigheden en gaan waarheen hij wilde. Daarom draait het. Als je teveel zout gebruikt, werkt het als preserveringsmiddel waardoor je niet kan veranderen. Zout ging over mensen die zichzelf proberen te vinden, die willen emanciperen maar blijven steken in na-aperij, rancune of tegenafhankelijkheid. De lange kronkelende en verrassende zinnen in de roman symboliseren de wegen die wij moeten afleggen om ‘ergens’ te komen, waar we ‘iemand’ kunnen zijn.
 Nu is dan eindelijk Is just a Movie verschenen. 350 Pagina’s lang blijf je je als lezer verbazen over wat hier allemaal verteld wordt en hoe het verteld wordt. De meest gewone dingen worden buitengewoon door de originele, elegante en vaak humoristische wijze waarop ze beschreven worden met telkens onverwachte vergezichten van betekenissen. Centraal in het boek staat de rebellie tegen de omstandigheden waarin we verkeren. Iedereen rebelleert op de een of andere manier en vrijwel altijd leidt rebellie tot ontnuchtering en desillusie, slechts af en toe tot nieuwe creatieve inzichten. Er zijn eindeloos veel redenen om te rebelleren. Onderdrukking en uitbuiting vormen de orde van de dag. En toch koesteren we idealen en dromen we dromen. Maar er zijn ook eindeloos veel wegen om idealisme en rebellie te onderdrukken: onderdrukking van anderen en niet te vergeten zelf-onderdrukking. Politici werpen zich op als de grote voorvechters van die idealen. Idealen zijn de brandstof voor hun carrière. Brandstof die uiteraard in de kortst mogelijke tijd is opgebrand, een slagveld met gedesillusioneerde lijken achterlatend. Maar zover laat Lovelace het net niet komen in deze meeslepende roman.
 Weefsel van verhalen
 Eerste hoofdpersoon is Kankala, de calypsozanger, de ik-persoon, die zich realiseert een beetje uit de tijd te zijn. Dromen zijn uit de tijd, verdrongen door technologische ‘ontwikkeling’ en politiek ‘vakmanschap’ (jazeker, deze termen moeten we echt tussen aanhalingstekens plaatsen). Mighty Sparrow zong immers reeds: Dreams gone, development takes over now’
Thans is heel Trinidad in de ban van ‘ontwikkeling’. Maar hij komt er al spoedig achter dat er helemaal niet zo veel is veranderd. Dat is ook precies de boodschap van het boek. Zijn oude vriend Sonnyboy, de tweede hoofdpersoon, een typische ‘badjohn’, besluit de aandacht te trekken als politieke activist voor onduidelijke ‘black power’ idealen. Dat lukt hem niet. De politie is helemaal niet bereid hem wegens verstoring van de openbare orde op te pakken. Dat stelt hem teleur. Hij baalt van zichzelf en zijn machteloosheid. En dat terwijl hij juist weer even dat gevoel kreeg ‘dat de geschiedenis hem ging toebehoren’. Maar wanneer de leiders van een nieuwe politieke partij, de Hard Wuck Party, een beetje te vergelijken met de hier op Curaçao tot onze verbeelding sprekende partij UN-PO-CO uit de jaren 60, hem als vertegenwoordiger kiezen, veert hij op. Ze koesteren hoge verwachtingen van hem. Sonnyboy gaat er helemaal voor, om niet zo heel veel later zich maar stilletjes terug te trekken. Zijn desillusie durft hij niet te verwerken, met alle natuurlijke gevolgen van dien voor het verdere verloop van zijn leven. Van een ietwat dubieuze vriend besluit hij een oude auto te kopen. Hilarisch zijn de tragische lotgevallen van deze indrukwekkende brik die bijna continu panne heeft. Als Sonnyboy, dagenlang wachtend op dat ene onderdeel dat zijn vriend nodig heeft om hem weer op gang te krijgen, ontdekt dat er van zijn auto slechts een casco op blokken over is, zou hij van teleurstelling in elkaar zijn gezakt ware het niet dat zijn vrouw hem met ongekende creatieve liefde overeind weet te houden.
 Het weefsel van verhalen zit compositorisch subliem in elkaar. De evocatieve kracht van Lovelace’ taal is bijna magisch. Na verloop van tijd is het of je Cascadu als je handpalm kent, inclusief de bezongen bewoners. Lovelace beheerst een scala van stijlen, van slapstick tot spanning, van beschouwend proza tot ontroerende poëzie. Wanneer hij zich in een poëtische beschrijving verliest is Lovelace mijns inziens op zijn best. Het was een van deze poëtische episodes die hij voorlas op het BOCAS-festival in Trinidad vorige maand. Onvergetelijk. Of neem de passage waarin hij beschrijft hoe Claude zich op een avond bewust wordt dat zijn vrouw Arlene met wie hij al zoveel jaren samen is, een vreemde is gebleven. Die is van een indringende en aangrijpende diepte. Onuitwisbaar wordt het in het geheugen van de lezer geprent. Dan begrijp je dat hij zonder aarzeling dit jaar de BOCAS-literatuurprijs ontving.
Opstanding
Alles blijft fascinerend tot aan de dood van de schone Dorlene die het hoofd van zoveel heren op hol heeft gebracht. Eerder ontkwam ze ternauwernood aan een auto-ongeluk. Dat bezorgde haar een subtiel beschreven mystieke ervaring, met als resultaat een koerswijziging in haar leven. Als zij later sterft en in de kerk ligt opgebaard, blijkt ze nog te ademen. Rond haar wonderbaarlijke opstanding ontspint zich een zeer bizarre loop van gebeurtenissen. Mensen staan op en beginnen weer te dromen. Ze leven op, maar de criminaliteit neemt toe. Een aftandse internationale criminoloog ziet hier zijn theorie bevestigd. Crimineel gedrag wordt veroorzaakt door onvervulbare dromen, stelt hij. Het advies aan de politici is ‘voorkom dat mensen dromen’. Zo besluiten de politici markten te organiseren waar mensen hun dromen kunnen verkopen. En dat wordt stevig gestimuleerd. Deze bizarre en korte episode in het boek, die op mij niet overtuigend overkwam, loopt uit in een onzinnig carnaval. Daarna herneemt alles zijn gewone loop weer en zijn we terug op aarde en ook bij de kritische, subtiele en poëtische Lovelace. Maar ook de Lovelace die politici op de schop neemt. In een interview stelt hij dat politici graag willen dat iedereen ‘op gelijke wijze arriveert op aarde’, in beheersbare omstandigheden. Luie, ijverige, slimme en domme mensen. Zolang iedereen maar geplaatst kan worden is het oké.
Ik hoorde de calypso komen, zingt Kankala:
Big, big party, rum, food and music hototo
They invite people from Biche, Arima… and Oh-hi-oh-ho
But it is only when they looking to make the toast
The party realize that it forget to invite the host.
Muziek
Muziek maakt los en verbindt met idealen. Mondriaan schilderde zijn op jazz gebaseerde ‘boogie woogies’, zijn vroegere strakke lijnenwerk doorbrekend. Door Bach geïnspireerd schilderde Braque dynamische stillevens. Poëzie kan al helemaal niet zonder muziek, is eigenlijk een vorm van muziek. Hoe zit dat met de roman? Thomas Mann werkte jaren aan zijn magnum opus Dr Faust, draaiend om de muziek van Schönberg. Weinig lezers beleven plezier aan deze overgecompliceerde roman. Dat komt dus wel overeen met Schönbergs muziek die door de meeste luisteraars evenmin als plezierig wordt ervaren. In het Nederlandse taalgebied schreef Maurice Gilliams de zwaar ondergewaardeerde roman Elias of het gevecht met de nachtegalen. Een roman in sonatevorm. Muziek is daar de andere dimensie die de dagelijkse relationele machtsdimensie onder spanning zet. Muziek inspireert tot ontdekking, ontwikkeling en ontplooiing, maar zet ook de vlakke dagelijkse realiteit onder spanning. Krek hetzelfde gebeurt in deze roman van Lovelace. Ogenschijnlijk gemakkelijk en lichtvoetig draait alles om de calypso, die gecompliceerder wordt naarmate meer wordt losgemaakt. Na de wederopstanding van Dorlene loopt alles uit de hand, tot de dagelijkse praktijk de regie weer overneemt. Of Lovelace’ niet aflatende kritiek op politici die verzuimen om ook maar enig ideaal in praktijk om te zetten, fair is? Net als ‘gewone’ mensen komen ze inderdaad meestal niet zo veel verder dan pappen en nathouden en als alles spaak loopt een opstandje onderdrukken. Zo gaat ons leven ‘verder’. En wat doen we met alles wat even losgemaakt werd? Is just a Movie, nietwaar?
De onsterfelijke, hemelse Calypso hield vast, terwijl het dagelijkse leven, vlak en weinig muzikaal, in het teken van ‘ka-iso’ staat. Al met al een buitengewone roman, die de lezer dwingt na te denken over de zin van het zinloze.
Earl Lovelave, Is just a Movie, Londen 2011; BOCAS-literatuurprijs 2012.
[uit Amigoe Ñapa, 23 juni 2012]
  • RSS
  • Facebook
  • Twitter