blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Kooks Hugo

Jubileumpenning voor 100-jarige Vereniging Ons Suriname

Op vrijdag 18 januari 2019 heeft de Amsterdamse burgemeester Femke Halsema de Jubileumpenning van de Stad Amsterdam uitgereikt aan de Vereniging Ons Suriname (VOS). De onderscheiding werd uitgereikt bij het eeuwfeest van de vereniging in haar gebouw, het Hugo Olijfveldhuis aan de Amsterdamse Zeeburgerdijk. Bij het eeuwfeest verscheen een biografie van oud-voorzitter Hugo Kooks. read on…

Ons Suriname viert eeuwfeest

AMSTERDAM – Vereniging Ons Suriname (Veronsur) in Nederland bestaat op 18 januari precies een eeuw. Rond dit jubileum organiseert The Black Archives op 19 januari het Onze Tori-festival, waar deelnemers verhalen kunnen delen over migratie, hoop, liefde, strijd, racisme, verzet daartegen, maar ook over zakelijke successen, kunst, sport en meer. read on…

Een persoonlijk afscheid van Hugo Kooks

door J.Z. Herrenberg

Op 31 juli jl. overleed de voorzitter van Ons Suriname, Hugo Kooks. Hij was de beste vriend van mijn vader. Afgelopen vrijdag, 5 augustus, heb ik het grote voorrecht gehad de volgende rede te mogen uitspreken op de begraafplaats Vredenhof te Amsterdam, waar Hugo nu voor altijd te vinden zal zijn:

Eigenlijk ben ik niet de aangewezen persoon om hier te staan. Bijna 33 jaar van Hugo’s leven was ik er nog niet en de 50 jaar daarna speelden zich vaak af buiten mijn gezichtsveld. Maar ik sta hier dan ook niet alleen maar voor mijn eigen verdriet. Er zijn twee hele belangrijke mensen die alleen maar niet rouwen, omdat ze Hugo zijn voorgegaan, en zij hebben ook een stem nodig. Er zijn mensen die de kracht niet hebben hier überhaupt te kunnen staan of die de woorden niet zouden kunnen vinden, en namens hen spreek ik hier dus ook. Ik sta hier voor Eugène ‘Jessy’ Herrenberg, mijn vader, Alie Keizer, mijn moeder, beiden overleden, Annie Keizer, mijn tante, Didi, mijn zus, Agnes, haar vriendin, en Lisa Doorson, die ik al mijn hele leven tante noem. Allemaal zijn we iemand kwijt die een deel van ons was, die het leven draaglijker en waardevoller maakte, een extra broer, zwager, oom, ja, zelfs vader.
Hugo en mijn vader waren bloedbroeders, symbolisch dan, want twee minder gewelddadige mannen heb ík nooit gekend, en bovendien: mijn vader kon niet tegen bloed. Hugo en Jessy waren allebei van 1928 – ze scheelden maar een paar weken – en kwamen een jaar na elkaar naar Nederland, mijn vader in 1948, Hugo in december 1949, waar mijn vader hem opving, want ze kenden elkaar eerder al in Paramaribo. Het lot wilde dat deze twee vrienden trouwden met twee vriendinnen uit de Amsterdamse Indische Buurt. Ik leerde Hugo al heel vroeg kennen, nog niet persoonlijk, maar door de verhalen van mijn moeder. De conclusie die ik eruit trok was dat die Hugo een grote grappenmaker moest zijn. Het komische wapenfeit waar mijn moeder het vaakst op terugkwam, was het volgende – ze nemen een taxi, ’s nachts, mijn vader zit voorin, en Hugo stelt vanaf de achterbank de chauffeur allemaal hoogst belangstellende vragen, vol wijs geknik en beamen, terwijl de dames naast hem, die hij steeds even snel toegrijnst, langzaam niet meer weten hoe ze hun lach in moeten houden… Ik ontmoette de joker in kwestie pas veel later in levenden lijve, in 1998, in het verenigingsgebouw van Ons Suriname, toen mijn vader en ik de Anton de Kom-tentoonstelling bezochten. Hugo Kooks bleek een innemende man te zijn, en in zijn kern rustiger dan mijn vader, die het alleen uiterlijk was. Later, bij verjaardagen in het ouderlijk huis, had ik gelegenheid mijn gebrekkige Kookskennis verder uit te diepen. Wat mij gelijk trof was dat Hugo veel meer dan mijn vader de trotse, zelfbewuste Surinamer was. Dat ik als bijna 40-jarige uit het boek van John Jansen van Galen, ‘Hetenachtsdroom’, moest vernemen dat mijn vader mede-oprichter was van de nationalistische beweging Wie Eegi Sanie, zou bij Hugo onbestaanbaar zijn geweest. Zoals bij wel meer dingen, is het zwijgen van mijn vader raadselachtig. Hugo zweeg niet. Hij was een ware ambassadeur van Suriname in Nederland en tegelijkertijd, in een arbeidzaam leven, bij de scheepswerf De Vries Lentsch, daarna de KNSM, helemaal verweven met de Nederlandse samenleving. Tekenend is wel dat Hugo zich aan het begin van de jaren ’60 in Suriname wilde vestigen, maar er om politieke redenen weg moest. Zijn leven had dus de laatste 50 jaar heel anders hebben kunnen zijn. Dan zou niet ik hier nu staan, in Amsterdam, maar iemand anders, in Paramaribo.
Maar wij hadden Hugo hier, heel lang, en dat is een groot voorrecht geweest. Hugo, we zullen je missen, een toonbeeld van vriendelijkheid en beschaving, en het bewijs van een geslaagde multiculturele samenleving, waarin je je herkomst niet hoeft te vergeten om toch een vreedzaam heden te kunnen delen. Voor mij persoonlijk, als een schrijver met een sterk politieke inslag, die ook zijn Surinaamse kant niet is vergeten, blijf je een aansporing en een inspiratie. Het is geweldig dat je er was.
Rust zacht.

In memoriam Hugo Kooks

Gisteren overleed in Amsterdam Hugo Kooks, meer dan vijftig jaar voorzitter van de Vereniging Ons Suriname, genuanceerd nationalist, zachtaardig mens. Voor zijn verdiensten voor Ons Suriname kan hij niet luid genoeg geprezen worden. Hugo Kooks, geboren in 1928, stierf na een ziekbed dat hem naar het onvermijdelijke voerde. De Werkgroep Caraïbische Letteren wenst zijn echtgenote, zijn andere naasten en de Vereniging Ons Suriname veel sterkte bij het dragen van dit verlies.

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter