blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Kom Judith de

De Surinaamse monologen

door Jerry Dewnarain

Het lijkt wel alsof de literatuur zich tegenwoordig  afstandelijk houdt van de politiek. Hiermee bedoel ik dat er amper  schrijvers zijn onder politici. Als die er zijn, dan maken zij hun politieke discours of laat me liever zeggen hun politieke engagement liever niet openlijk kenbaar. Ze zijn liever stil. Hebben Surinaamse presidenten memoires achtergelaten?

read on…

Stolpersteen voor Anton de Kom

Woensdagmiddag 29 juni werd in Den Haag een stolpersteen aangebracht in de stoep voor het huis waar Anton de Kom (1898–1945) en zijn gezin hebben gewoond. In de Johannes Camphuysstraat voor nummer 296 hadden zich om 15 uur tientallen buurtbewoners en hoogwaardigheidsbekleders verzameld.

read on…

Schrijver Anton de Kom, de man die iets wilde doen tegen ‘de parade der ellende’

Al jaren wordt er gepleit voor eerherstel door de Nederlandse regering voor Anton de Kom. In Arnhem is nu een brede, toegankelijke tentoonstelling Anton de Kom – Schrijver, Strijder, Wegbereider. De vraag waarom erkenning zo lang geduurd heeft, blijft in het midden.

read on…

Dochter Anton de Kom bezoekt graf vader op zijn sterfdag

In aanwezigheid van haar zoon Peter en filmmaker Ida Does heeft Judith Allard-De Kom (90) op de sterfdag van haar vader zijn graf bezocht. Op 24 april was het precies 76 jaar geleden dat Anton de Kom om het leven kwam in het kamp Sandbostel in nazi Duitsland. De auteur van Wij Slaven van Suriname en anti fascistische verzetsman ligt begraven op het Ereveld Loenen, een Nederlandse erebegraafplaats op de Veluwe, waar 4000 oorlogsslachtoffers begraven liggen.

read on…

De Suriname Monologen: Anton de Kom

‘Anton de Kom, mijn vader’

Hoe verloopt het leven van de enige dochter van een vader die in 1944, het laatste oorlogsjaar, wordt opgepakt. Het meisje is dan 13 jaar. Van haar moeder leert ze de kunst van eindeloos wachten op de terugkeer van haar papa. Na 15 jaar wordt hij gevonden in een massagraf in Sandbostel. Dan herleest de dochter het vers dat hij op 23 oktober 1940 voor haar schreef in haar poëziealbum.

read on…

De grote Suriname-tentoonstelling geïntroduceerd

door Stuart Rahan

AMSTERDAM – Het werd een klein feestje in de Amsterdamse Nieuwe Kerk, die later dit jaar het decor zal zijn voor de Grote Suriname-tentoonstelling. Dan zal het feest groter en grootser worden gevierd. Pers en enkele speciale gasten kregen woensdag alvast een voorproefje en aan het enthousiasme te oordelen kan de Grote Suriname-tentoonstelling nu al rekenen op een enorme belangstelling. read on…

Feestelijke première nieuwe slavernijfilm Ida Does

In aanwezigheid van Judith de Kom, dochter van Anton de Kom, oud-minister Jan Pronk, wethouder Rabin Baldewsingh en vele anderen is in het Haagse Filmhuis dit weekend de documentaire Drie vrouwen. Over slavernij en vrijheid van regisseur Ida Does in première gegaan. De film portretteert drie vrouwen: Ellen-Rose Kambel, onderzoekster, Marian Markelo, winti-priesteres en Valika Smeulders, erfgoeddeskundige. read on…

Familie De Kom, tussen werkelijkheid en fictie

door Ida Does
.
Anton de Kom en zijn vrouw Petronella Borsboom

Nieuwsgierig was ik naar het nieuwe boek van Karin Amatmoekrim De man van veel over Anton de Kom. In interviews vertelden de schrijfster dat het fictie was. De periode dat Anton de Kom opgenomen werd in een Haagse psychiatrische kliniek had haar aandacht getrokken. In de biografie van De Kom (Rob Woortman en Alice Boots – 2009) was dat summier behandeld, vertelde zij, en zij besloot die setting te nemen voor haar nieuwe roman. Met een werkbeurs van het Letterenfonds werd het boek mogelijk gemaakt.In mijn vorige romans kon ik leunen op mijn talent om een verhaal te vertellen, nu moest ik het biografische verhaal van een historische figuur naar mijn hand zetten. En ook: Ik wilde hem los zien van de feiten, deze pinnen je te veel vast. Natuurlijk heb je wel feiten nodig, ik kan niet hele grote dingen verzinnen die niet zijn gebeurd. Zijn leven spreekt heel erg tot de verbeelding, maar wil je echt in de roman gezogen worden, dan moet je je losmaken van de werkelijkheid.

 
De kliniek Ockenburgh in Loosduinen waar De Kom werd verpleegd
 
Afspraak 
Deze redenering hield me bezig. Dit was geen historische roman dus, er was nauwelijks research gedaan, vertelde de schrijfster. (Abusievelijk vermeldt Amatmoekrim dat de kliniek waar De Kom was opgenomen in Scheveningen was. In werkelijkheid was dat in Loosduinen, Den Haag. Onzorgvuldigheid of fictie?) Geen historische roman, maar wat dan wel? Hoe moest ik het lezen? Waarom wel bepaalde historische feiten gebruiken en andere niet? En wat was feit en wat niet en hoe zou ik dat als lezer weten? Wat was de afspraak dan tussen lezer en schrijfster? Ik moest denken aan een discussie, jaren geleden, naar aanleiding van Connie Palmen’s boek Lucifer. Daarin bracht zij de bekende Nederlandse componist Peter Schat in verband met de noodlottige dood van zijn vrouw. Palmen gaf haar personages andere namen, maar schreef op de flaptekst en in het nawoord dat het ging om Peter Schat en Marina Schapers. Deze handelswijze maakte haar boek omstreden, leverde haar veel (ethisch -literaire) kritiek op en navenant prima verkoopcijfers.
In Amatmoekrim’s boek heet de hoofdpersoon wel gewoon ‘Anton de Kom’. In haar proloog schrijft de auteur: Anton de Kom (1898-1945) was de schrijver van het boek Wij slaven van Suriname. Hij woonde in Den Haag en was getrouwd met de Hollandse Petronella Borsboom. Ze kregen vier kinderen. … De Kom werd uiteindelijk verbannen naar Nederland, waar hij door de economische crisis en zijn roemruchte verleden in grote financiële problemen kwam. In de winter van 1939 werd hij, zwaar overspannen, gedwongen opgenomen in een gesloten psychiatrische inrichting. Dit is zijn verhaal.
Fictie?Verwarring 
Verder bladerend kom ik bekende namen tegen, zoon Ad, dochter Judith. Zonen Ton en Cees. De man van veel blijkt ook zeer te gaan over Petronella, de echtgenote van Anton en moeder van… Voor mijn gevoel kwam ik terecht op een hellend vlak tussen fictie en werkelijkheid. Ik raakte in verwarring. Was ik overgevoelig omdat ik mij verbonden voel met de geschiedenis van Anton de Kom en met zijn familie? Wilde ik niet weten van de overspannenheid van een bekende Surinaamse held ? Miste ik de souplesse om te hoppen tussen fictie en werkelijkheid in een mij bekend verhaal? Ik ging diep bij mezelf te rade. Nee, hij viel niet van zijn voetstuk, want nieuws was het niet. Dat hij overspannen was geweest en drie maanden opgenomen in een kliniek, dat hoort bij het bekende narratief van Anton de Kom. Zijn kinderen Ad, Cees, Ton en Judith hebben dat in de loop der jaren vaak verteld aan mediamensen, publicisten en documentairemakers, waaronder ikzelf. Maar iets klopte niet bij dit boek.
Ad de Kom en zijn dochter Els bij de overhandiging van het archief-De Kom
aan het Letterkundig Museum
Het presenteren van ‘fictie’, met echte mensen, echte namen, echte data, echte gebeurtenissen. Waren ze allen al lang dood, was het misschien anders, maar drie van hen, zijn nog springlevend. Ad, de oudste zoon van Anton de Kom, is 87 jaar oud. Toen zijn vader gedwongen werd opgenomen was hij 13. Hij kan zich het nog goed herinneren, die avond. In Amatmoekrim’s verhaal gaat dat zo: De buurtbewoners stroomden met tientallen uit hun huizen om getuige te zijn van het spektakel met de gestoorde buurman die meegenomen werd als een dolle hond. Vanuit de diepte zag hij wat zij zagen. Ze stootten elkaar aan en wezen naar hoe hij wanhopig van angst en woede werd afgevoerd. Moet je nou eens kijken, zeiden ze tegen elkaar, hoe hij moet worden opgetild omdat hij weigert te lopen. Zijn benen trapten wild in de lucht terwijl ze hem onder zijn oksels grepen en meevoerden. De broeders waren wel wat gewend, dat zag je aan de routine waarmee ze hem in bedwang hielden. Er stond een ambulance op hen te wachten. Er was een brancard, ze hadden leren banden nodig om hem op zijn plaats vast te binden. De deur van de wagen bleef te lang openstaan, iedereen kon hem zo zien zitten. Hoe hij brulde en vloekte en aan de banden rukte.
Ik vraag het Ad, volledig overbodig, nog maar eens expliciet: “Werd uw vader vastgebonden?” “Welnee, dat is helemaal niet waar.” Hij vertelt er even vrij als feitelijk over. Geen sprake van vastgebonden worden, geen sprake van als een ‘dolle hond’ weggevoerd worden. Veeleer een uitgeputte, verslagen man, die zich, na aanvankelijk kort verbaal protest, boos liet meevoeren omdat hij niet anders kon. Geen sprake van tientallen buren die openlijk naar buiten stroomden, wel stiekem glurende buren…wie kent ze niet. Ik kreeg er een ongemakkelijk gevoel over.
 
Judith de Kom bij de inbruikleengeving van het archief-De Kom
aan de Universiteit van Amsterdam
 
In ongewisse 
Ik zocht, behalve met Ad, ook contact met Judith (82). Ik was verbijsterd over wat ik te horen kreeg. Volledig overrompeld waren zij allen door de publicatie van dit boek. Zij wisten, zonder uitzondering, van niets. Hoorden erover op de radio, soms via een telefoontje van een kennis of familielid. Ze lazen hun eigen naam en dat van hun ouders in een boek, waar ze niet over geïnformeerd waren. Een boek dat over hen ging, maar ook weer niet. Het kwam als een klap in het gezicht. Gevoelens van frustratie, woede, verdriet en onmacht maakten zich van hen meester. Cees de Kom (85) las verbaasd en boos een aankondiging in de Surinaamse kranten dat hij het boek in Paramaribo in ontvangst zou nemen uit handen van de schrijfster. Hoe pijnlijk prematuur en fictief dat bericht was, bleek wel bij de presentatie in Torarica. De familie De Kom was opvallend afwezig.

Ik vroeg me af wat de afwegingen van de schrijfster waren geweest om de naam van Anton de Kom, zijn kinderen en zijn vrouw, te verbinden aan dit gefantaseerde verhaal. En waarom juist de kinderen van De Kom niet erover geïnformeerd waren. Geen briefje vooraf, geen briefje achteraf. Ik vroeg het aan de auteur. Zij antwoordde dat ze het “een beetje een vreemde vraag vond”. Ze had geen overleg met hen gezocht, omdat het een roman betrof en geen biografie. Of dat haar goed recht is, weet ik niet echt – dat zou voer voor juristen kunnen zijn – maar respectvol is het zeer zeker niet. De kinderen van Anton en Petronella de Kom hebben de oorlog meegemaakt en na arrestatie van hun vader jarenlang in het ongewisse geleefd over zijn lot. Hun sensitiviteit voor verhalen over hun vader zou invoelbaar moeten zijn.

Presentatie van de De Kom-biografie in Suriname. Geheel links Rob Woortman, naast hem Alice Boots

In de gedeelde geschiedenis van Suriname en Nederland neemt de familie een bijzondere plek in. Niet alleen door wat ze heeft meegemaakt in de jaren dertig in Suriname en in de Tweede Wereldoorlog in Nederland. Zij onderscheiden zich ook doordat zij zich, na de dood van hun vader, actief inzetten voor het levend houden van de narratief van De Kom. Met name dochter Judith de Kom heeft een groot deel van haar leven ten dienste gesteld van die nagedachtenis. Het is niet in de laatste plaats aan haar inspanningen te danken dat het leven van De Kom zo goed gearchiveerd is. En zo liefdevol is doorverteld.

Rob Woortman; de biografie van De Kom die hij samen met Alice Boots schreef,
wordt nergens in Amatmoekrims roman vermeld
 
 
Vergetelheid 
Uitgever Prometheus prijst het boek aan: In deze opzienbarende nieuwe roman van Karin Amatmoekrim wordt het waargebeurde verhaal van Anton de Kom, die zijn leven gaf voor het verzet tegen de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog, eens en voor altijd uit de vergetelheid gehaald. Een aantrekkelijke gedachte als het om marketing gaat. Een pompeuze en pretentieuze zin, maar vooral: niet waar. Anton de Kom is de bekendste Surinaamse verzetsman. Er zijn, in Paramaribo en in Den Haag straten naar hem vernoemd. Een plein in Amsterdam Zuidoost draagt zijn naam, een eigen standbeeld daarop. Toets Anton de Kom in op je Tomtom naar Amsterdam en Den Haag en het systeem brengt je ernaar toe. Er is een lesbrief over hem gemaakt voor basisscholen in Zuidoost. Er zijn decennialang diverse conferenties aan hem gewijd, de Surinaamse Universiteit draagt zijn naam, er zijn tv-documentaires over hem gemaakt, die de aandacht trekken van een internationaal publiek. Er liggen plannen voor een tv-serie. Zijn biografie werd in 2010 bekroond met de Eduard du Perronprijs. Thematijdschriften zijn aan hem gewijd, musea nemen zijn beeltenis op, vele sites verwijzen naar hem en zijn werk. Hij ligt begraven op het ereveld Loenen en zijn levensverhaal is uitgekozen voor publicaties over de gevallenen die daar begraven liggen.De Kom is postuum onderscheiden met het Verzetsherdenkingskruis. Eerder dit jaar werd in Zaandam een brug naar hem vernoemd. En last but not least lijkt De Kom er zelf voor te zorgen, dat zijn werk absoluut niet in vergetelheid is geraakt. Een telefoontje naar Uitgeverij Atlas Contact leert mij snel dat het boek Wij Slaven van Suriname de twaalfde druk beleeft. We hebben het eigenlijk altijd in druk vertelt de woordvoerster. Vanaf 1934. [Dit is niet waar: het boek werd na 1934 pas in 1971 weer herdruk. – red. CU]  Was het dan toch, zoals Ad vermoedde, dat er met dit nieuwe boek meegelift wordt op juist de bekendheid van zijn vader?
 
 

Ethisch

Ethische afwegingen en dilemma’s zijn voor alle kunstenaars en verhalenvertellers heel herkenbaar. Je moet er een weg in vinden. Mij bleef in dit verband dit citaat van Toni Morrison altijd bij:

Making a little life for oneself by scavenging other people’s lives is a big question, and it does have moral and ethical implications. In fiction, I feel the most intelligent, and the most free, and the most excited, when my characters are fully invented people. That’s part of the excitement. If they’re based on somebody else, in a funny way it’s an infringement of a copyright. That person owns his life, has a patent on it. It shouldn’t be available for fiction. Toni Morrison, Nobel Laureate in Literature (Paris Review-The Art of Fiction- 1993)
Morrison maakt haar afweging helder. Andere afwegingen zijn denkbaar. Het antwoord op de literair-ethische vragen van fictie over echte (nog levende) mensen, ligt niet in het genre (‘roman’) an sich, maar in de literair-ethische afweging. Daardoor wordt zichtbaar hoe de belangen van alle betrokkenen zijn meegewogen.

Ida Does is documentaire filmmaker. Zij maakte in 2012 de bekroonde documentaire ‘Vrede, herinneringen aan Anton de Kom’.

[van Starnieuws, 2 november 2013]

 

Wat zou Suriname zonder Wij slaven van Suriname waard geweest zijn?

door Jerry Dewnarain

Anton de Kom op een Surinaams bankbiljet van 500 gulden

 

De bekroonde documentaire Peace, Memories of Anton de Komis donderdag 18 oktober 2012 eenmalig in TBL Cinemas in Paramaribovertoond. In deze documentaire maakt de kijker een interessante reis langs het leven van deze verzetsstrijder als mens, echtgenoot en vader. De documentaire bevat indrukwekkende en verstilde beelden uit Suriname, Nederland en Duitsland. Drie van zijn kinderen delen hun intieme herinneringen aan hun vader, die door zijn antikoloniale activiteiten verbannen werd uit zijn geboorteland Suriname en in de jaren dertig naam maakte als schrijver en antifascist in Nederland. Zijn boek Wij slaven van Suriname (1934) is een schrijnende aanklacht tegen het systeem van slavernij. Voor het eerst werd de Surinaamse geschiedenis vanuit een antikoloniaal, radicaal gezichtspunt en de optiek van de onderdrukten geschreven. Wij slaven van Surinameheeft heel veel Surinamers geïnspireerd om na te denken over hun geschiedenis. Het lukte De Kom voor korte tijd de verschillende bevolkingsgroepen tot elkaar te brengen in een strijd voor een menswaardig bestaan. Ons zou de roep tot eenheid moeten aanspreken. De Surinaamse samenleving is in veel opzichten helaas nog steeds verdeeld. Die eenheid is nog ver te zoeken. Wij slaven van Suriname kan ons inspireren om te werken naar die eenheid. Willen wij tot ontwikkeling komen, dan moeten we over de etnische groepsgrenzen heen kijken. Het boek Wij slaven van Suriname moet voor ons een eyeopener zijn, het handboek voor eenwording van de Surinaamse samenleving.
Dochter Judith de Kom

 

De Kom was als Surinamer uniek: als zoon van een in slavernij geboren vader, kende hij de verhalen over slavernij uit de eerste hand. De grootvader van Anton de Kom was slaaf. De Koms pacifisme bracht hem in verzet tegen de Duitse bezetter. Hij was een van de weinige Surinamers die toen in Nederland woonde. Het viel hem op dat er bijna niets bekend was over Suriname in Nederland en hij schreef toen het boek dat hem bekendheid gaf. Na zijn arrestatie nabij de Haagse Hoefkade in 1944 heeft zijn familie tevergeefs gewacht op zijn terugkeer. De Kom keerde nooit meer terug in zijn huis aan de Johannes Camphuysstraat.
Wij slaven van Suriname is zeker niet alleen voor Surinamers geschreven. Dit boek is ook bestemd voor Nederlanders. ‘Misschien hebt gij, blanke lezer, op school geleerd hoe het Mauritshuis in Den Haag met de kostbaarste Braziliaanse houtsoorten is betimmerd. Wanneer gij dan vol bewondering voor die betimmering stil staat, verzoeken wij u te bedenken hoe het onze moeders waren, die met deze zware last op hun hoofden dag in dag uit sjouwden over heuvelachtige terreinen, door poelen en  moerassen, altijd bedreigd door de zweep die uw voorouders hanteerden.’ (pp. 32-33). Het boek heeft een turbulente geschiedenis gekend. Dit kwam doordat de Nederlandse Centrale Inlichtingen Dienst (CID) de publicatie vanaf het begin op de voet volgde. De Kom werd namelijk beschouwd als communist. Ook stond De Kom in de koloniale beeldvorming bekend als een oproerkraaier.
De Ramaerkliniek, Loosduinen

 

Regisseur Ida Does reisde voor deze film onder meer naar het Duitse Sandbostel om de plek te bezoeken waar Anton de Kom, ver van zijn tropische geboortegrond, stierf. De regisseur is erin geslaagd om de menselijke kant van Anton de Kom te laten zien: dit historische familieverhaal zit vol emoties en tragiek. Een mooi voorbeeld is de herinnering die de dochter van De Kom heeft overgehouden bij het bezoek aan haar vader in De Ramaerkliniek te Loosduinen, een gesticht waar hij na zijn aanhouding werd geplaatst. Begin 1939 bevindt De Kom zich in een uitzichtloze situatie. De crisis eist haar tol: Anton de Kom is werkloos en het gezin leeft in armoede. Hij schaamt zich, omdat hij zijn gezin niet meer kan onderhouden. In Duitsland heerst een oorlogsstemming en racisme wordt openlijk beleden. Ook de Inlichtingendienst houdt De Kom in de gaten. Anton de Kom wordt als mens radeloos en lastig door zijn situatie en wordt ziek. De sfeer in het huis wordt er niet beter op. Eind 1939 wordt De Kom in de kliniek opgenomen en ondergaat een lange behandeling waaronder een slaapkuur. Als de kleine Judith troost bij haar moeder zoekt, legt deze haar uit dat haar vader veel verdriet heeft, omdat hij niet terug kan naar zijn vaderland. Judith de Kom bezoekt haar vader, samen met haar moeder. Het bezoek beklemt het meisje als de deuren in de kliniek achter haar en haar moeder worden afgesloten. Nadat De Kom op 1 maart 1940 weer thuis kwam, schreef hij een mooi gedicht in het poëzie-album van zijn dochtertje. Deze scène uit de film laat duidelijk de menselijke kant van De Kom zien, een vader die zijn liefde met z’n kinderen op een bijzondere manier heeft gedeeld. De manier waarop de jonge kinderen De Kom met discriminatie moesten omgaan, is eveneens indrukwekkend. De regisseur heeft heel knap de interviews in beeld omgezet, waardoor deze gesprekken niet als langdradig door de kijker worden ervaren.
Grafsteen van Anton de Kom

 

‘Geen volk kan tot volle wasdom komen, dat erfelijk met een minderwaardigheidsgevoel belast blijft’, schreef Anton de Kom. Zijn hele leven verzette hij zich tegen het stempel der minderwaardigheid. Hij was actief in de antikoloniale beweging, trouwde met een blanke Nederlandse vrouw met een sterk karakter en ging na zijn gedwongen emigratie naar Nederland in het verzet. Tijdens de Tweede Wereldoorlog heeft hij in het verzet gezeten en is voor zijn activiteiten onderscheiden met een verzetherdenkingskruis. In Suriname herinnert de Anton de Kom Universiteit en de Anton de Komstraat ons elke dag aan de man die niet alleen in Suriname een belangrijke rol heeft gespeeld, maar ook in Nederland. Ook daar is er een straat naar hem vernoemd.

 

Het is jammer dat na de voorstelling het publiek niet de tijd heeft gehad de film goed tot zich door te laten dringen. Zo nodig moest er nagesproken worden over de film direct na de vertoning. Nagesprekken hebben zeker een functie, maar dit kon in een andere ruimte gebeuren, waardoor geïnteresseerden een betere bijdrage of beter commentaar konden leveren.

Rede gehouden tijdens de uitreiking van de E. du Perronprijs 2010

door Alice Boots en Rob Woortman

(31 mei 2011, uitgesproken door Rob Woortman)

 

Dames en heren,

 

Dat ik hier sta en niet mijn vrouw Alice, is een kwestie van rolverdeling. Ik verzorg de buitenkant en zij is er voor de binnenkant, dan weet u meteen wie er echt belangrijk is van ons beiden.

 

Suriname ons vaderland!

Land van blauwe lucht en eeuwige zonneschijn
Watervallen en bronnen die altijd klateren
Mieren en appels met de kleur van roode wijn
Blauwe bergen plassend in de wateren
Milliarden insecten die eentonig gonzen
Rivieren, kreken vol gouden stroomen
Vogeltjes gekleed in brilliante donzen
Surinaamse ebben, ceder, reuze boomen
Liefde voor dit land, mensen en natuur
Judith, hierdoor wordt je geest zoo groot
Gedurende je heele schoone levensduur
Want liefde is meer soms, dan het dagelijksch brood.

Als Anton eind oktober 1940 dit versje niet in het poesiealbum van zijn dochter Judith had geschreven, dan hadden Alice en ik hier niet gestaan om deze prijs in ontvangst te nemen. Want hoe dierbaar Anton ons ook is geworden, voor een biograaf is hij een nachtmerrie. Hij liet nauwelijks of geen brieven na en een dagboek of iets dergelijks hield hij al helemaal niet bij. Toen wij aan de biografie begonnen, waren vrijwel alle mensen die hem meegemaakt hadden, op zijn kinderen na, overleden. En hoe belangrijk zijn kinderen ook voor ons zijn geweest, zij konden maar weinig vertellen over hun vaders politieke optreden, want toen Anton politiek actief was, waren zij te jong om zich daar later nog veel van te kunnen herinneren, bovendien was Anton weinig mededeelzaam over zijn bezigheden buitenshuis.

 

Judith, negen jaar oud als Anton in haar poesiealbum schrijft, schaamt zich eigenlijk een beetje voor het ‘malle’ gedichtje, dat zo afwijkt van de andere versjes in haar album. Zij durft het haar vriendinnen dan ook niet te laten lezen. Het is vele jaren later, in 1960, als zij het versje weer onder ogen krijgt. Anton, vlak voor de bevrijding omgekomen in het kamp Sandbostel in Duitsland nabij Hamburg, wordt in dat jaar gevonden door een Frans identificatieteam dat op zoek was naar de stoffelijke resten van Franse krijgsgevangenen in Sandbostel. Na vijftien jaar is er dan eindelijk die vreselijke zekerheid: Anton is dood. De moeder van Judith, Antons vrouw Nel, begint dan een begin te maken met de bezittingen van haar man weg te gooien. Tussen de volgeschreven schriftjes, papieren en boeken vindt Judith haar oude poesiealbum terug en leest het gedichtje van haar vader weer, maar ditmaal met de ogen van een volwassen vrouw. Die dag heeft haar leven ingrijpend veranderd, want zij beschouwt het gedicht als een persoonlijk aan haar gerichte opdracht en begint alles wat haar vader heeft nagelaten te verzamelen.

 

De stola’s “1+” die in de textielstad Tilburg worden uitgereikt
aan de winnaars van de E. du Perronprijs. Foto @ Michiel van Kempen

 

Iedere snipper beschreven papier, ieder gedichtje, iedere aan Anton gerichte brief slaat zij nauwkeurig op in wat uitgroeit tot een waar familiearchief. Zonder dat archief, waren wij biografen nooit in staat geweest de ontwikkeling van Antons belangrijkste werk Wij slaven van Suriname op de voet te volgen.
 
In dezelfde tijd dat Judith begint het familiearchief samen te stellen, herontdekken een aantal Surinaamse studenten, die in Nederland studeren, het werk van Anton de Kom en zij brengen Anton onder de aandacht van het Surinaamse volk. Ook Judith draagt haar steentje daaraan bij en zij houdt lezingen in Suriname, op de Antillen en in Nederland om haar vader de naamsbekendheid te geven die hij verdient. Het leidt ertoe dat Anton zowel in Suriname als in Nederland een symbool wordt voor veel Surinamers. En of het nu het militaire bewind in Suriname uit de jaren tachtig is, of de tegenstanders van dat regime, allen dragen Anton als vrijheidsstrijder of verzetsheld in hun vaandel. Dit leverde voor de biografen de volgende lastige opdracht op. Niemand wil een volk zijn symbool afnemen, terwijl het toch de taak van de biograaf is de mens achter het symbool te zoeken. Al gauw wordt de biograaf beschuldigd van gebrek aan eerbied, ja voordat hij het weet is hij, in ons geval, zelfs een typisch voorbeeld van het witte kolonialisme, die de Surinaamse helden geen recht wil doen.
 
Maar in dat proces van vermenselijking bleek ook de werkelijke betekenis van De Kom, die zich niet alleen inspande voor een Suriname bestuurd door Surinamers, maar de Surinamer ook een eigen identiteit wilde geven. Het unieke van Anton daarbij was dat hij zocht naar een eigen Surinaamse cultuur en geschiedenis, een achtergrond waar de Surinamer trots op kon zijn. Hij zocht de roots van zijn volk niet in Afrika of Azië, maar in de Caraïben, in Suriname zelf. Anton de Kom had als middel daarvoor zijn pen en wilde dan ook in de eerste plaats schrijver zijn. Daarom schreef hij Surinaamse verhalen en gedichten die altijd Suriname en de slavernij als thema hadden.
 
Rob Woortman. Foto @ Michiel van Kempen
Naast deze problemen was het ook nog eens moeilijk te achterhalen hoe de contemporaine kritiek over Antons werk oordeelde. Tijdens zijn leven werd zijn werk voornamelijk, zelfs bijna uitsluitend, besproken en bejubeld in de communistische pers. En zoals u weet, was die communistische pers niet echt objectief, hoewel dat ook van de burgerlijke pers in die dagen gezegd kan worden. De weinige aandacht die Anton van die kant krijgt, is al evenzeer bevooroordeeld. In de ogen van de burgerij in het interbellum kan er van een antikoloniale activist weinig goeds komen. In de sporadische aandacht die de pers aan Anton besteedt, wordt zijn werk dan ook neergesabeld.

Maar binnen de literaire kritiek is een uitzondering van een criticus die boven alle twijfel is verheven en dat was Eddy du Perron. Eddy is op zichzelf niet afkerig van socialistische literatuur, hij beklaagt zich er alleen over dat het niveau in het algemeen zo laag is. Zo noemt hij in zijn bundel De smalle mens de verzen van Jef Last ‘schor gezang en gebral’ en meent hij dat ‘niemand zit te wachten op zijn banale en intens burgerlijke (niet in communistische zin) klaagliedjes’. Over Wij slaven van Suriname is Eddy echter heel enthousiast. Hij wilde dat een ‘Javaan een dergelijk boek over het kolonialisme vanuit Javaanse zijde’ had geschreven. Over het werk van De Kom zelf schrijft hij: ‘Het boek van De Kom heeft mij werkelijk getroffen en om het onderwerp en om de rustige moed waarmee het wordt voorgedragen’. Du Perron dringt er bij zijn vriend Ter Braak op aan aandacht aan het boek te besteden. Maar Ter Braak, conservatiever dan zijn vriend Eddy en bovendien bevriend met de Surinaamse historicus Rudy van Lier een fel tegenstander van De Kom, negeert de wensen van zijn vriend.

Wij zijn de jury buitengewoon dankbaar dat zij ons heeft willen vereren met de E. du Perronprijs. Maar de prijs gaat eigenlijk ook een beetje naar Eddy zelf, omdat hij na al die jaren toch nog gelijk krijgt in zijn oordeel over De Kom en zijn werk.
  • RSS
  • Facebook
  • Twitter