blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Kolfin Elmer

Geen twijfel: ‘Zwarte Piet stamt af van kindslaven’

Groepsportret door Michiel van Musscher uit 1687, met een zwarte bediende achter de diplomaat Thomas van Hees en zijn neven. Om de hals van de bediende zit een metalen band. @ Collectie Rijksmuseum.
door Michiel Kruijt
Er is niet aan te ontkomen, zegt kunsthistoricus Elmer Kolfin: ‘Zwarte Piet moet een andere vorm krijgen.’ Als kenner twijfelt hij er niet aan dat de figuur is terug te voeren op kindslaven.
Illustraties uit Sint Nikolaas en zijn
knecht van Jan Schenkman,
een Amsterdamse onderwijzer die als een
van de grondleggers van het
Sinterklaasverhaal wordt beschouwd.
Eind 19de eeuw.

© Collectie Koninklijke Bibliotheek. 

‘Fascinerend en huiveringwekkend.’ Kunsthistoricus Elmer Kolfin valt even stil als hij de zwarte jongen beschrijft die te zien is op een schilderij in het Rijksmuseum. Op een groepsportret van Michiel van Musscher uit 1687 staat een zwarte bediende achter diplomaat Thomas van Hees en zijn neven. Zijn naam is op de achterzijde van het doek vermeld: ‘Thomas de neger 17 jaar’.
‘Die jongen bestond dus echt en was een slaaf. Daarop wijst de metalen band om zijn hals’, zegt Kolfin, universitair docent kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. ‘In feite is dit een voorloper van Zwarte Piet.’
Kindslaven
Flink wat theorieën doen de ronde over de ontstaansgeschiedenis van de knecht van Sinterklaas. Hij zou de duivel voorstellen. Hij zou de Ethiopische slaaf zijn van de bisschop die model stond voor Sinterklaas.

In de Volkskrant werd gesuggereerd dat Zwarte Piet een ‘hybride wezen’ is dat ook op afgelegen plekken in Europa is te vinden. Maar bij Kolfin bestaat geen enkele twijfel over de herkomst van  het uiterlijk van Zwarte Piet: dat zijn 17de-eeuwse afbeeldingen van zwarte pages, kindslaven dus.

De kunsthistoricus heeft hier niet speciaal onderzoek naar verricht, maar is wel een kenner. Hij publiceerde stukken over slavernij en werkte mee aan de tentoonstellingen Black is beautiful (2008) en Slavernij verbeeld (2013). Ook schreef hij een bijdrage voor The image of the black in western art, een standaardwerk van Harvard University Press dat volgend jaar meer dan vierduizend pagina’s zal beslaan.
Gravure uit 1700 van een onbekende
kunstenaar. Een ‘swarte Moor’
wast de voeten van De min sieke
maegt.

© Collectie Rijksmuseum. 

Volgens de Amsterdamse wetenschapper was het in een aantal landen vanaf de late Middeleeuwen gebruik om zwarte kinderen als slavenbediende te houden. Op kunstwerken staan ze afgebeeld. De Venetiaanse schilder Titiaan vereeuwigde bijvoorbeeld rond 1520 de vrouw van een hertog, Laura Dianti, met naast haar een kleine, donkere jongen. Van dat doek maakte kopergraveur Aegidius Sadeler tientallen jaren later een prent, die volgens Kolfin wijd en zijd bekend was.
Gravure naar een portret uit 1520
door Titiaan van de vrouw van
een hertog, Laura Dianti
.

© Collectie Rijksmuseum. 

 
Mode van negerpage
‘Aan het einde van de 16de eeuw introduceerden Portugezen en Spanjaarden in Antwerpen de mode om een negerpage te hebben’, zegt hij. ‘Na de val van Antwerpen werd die mode meegenomen naar het Noorden.’ Dat is bijvoorbeeld te zien op een schilderij dat Eglon van der Neer in 1680 maakte. Een dame met een brief in haar handen wordt geflankeerd door een blanke bediende en een jonge zwarte. Nog een staaltje: op een gravure uit 1700 van een onbekende kunstenaar wast een ‘swarte Moor’ de voeten van De min sieke maegt.
Kolfin wijst op de overeenkomsten tussen de kleding van deze zogeheten Morenpages en het Pietenpak. ‘Pofbroek, maillot, vaak ook een molensteenkraag, het is hetzelfde.’ De zwarte bedienden werden volgens hem geregeld afgebeeld in pakken met de (felle) kleuren uit het familiewapen van hun meester; naast de stalen band om de nek nog een onmiskenbaar teken van eigendom. Van een Franse bron weten we dat de dragers van deze pakken hun kleding verschrikkelijk vonden.
Bundel met Sinterklaasliedjes,
uit de jaren vijftig van de vorige eeuw.

© Collectie Koninklijke Bibliotheek. 

Standaard
Op al deze historische beelden is teruggegrepen, stelt de kunsthistoricus, toen in de 19de eeuw een Zwarte Piet werd toegevoegd aan het Sinterklaasverhaal zoals we dat nu kennen. Kijk maar naar de illustraties in het boek Sint Nikolaas en zijn knecht van Jan Schenkman, een onderwijzer uit Amsterdam die als een van de grondleggers wordt beschouwd. In een herdruk uit 1880 lijkt de Zwarte Piet volgens de wetenschapper zoveel op de slavenbedienden van eeuwen eerder dat die wel de bron moeten zijn.
Op de omslag van een Liederenbundel voor Sinterklaas uit de jaren vijftig van de vorige eeuw prijkt een Piet die zo’n beetje de standaard is geworden. Kolfin : ‘Illustratoren kozen, misschien zonder het te beseffen, voor het beeld van een kindslaaf. Dat raakte vervolgens gecanoniseerd.’
Tegen deze achtergrond valt volgens de kunsthistoricus niet aan de conclusie te ontkomen dat Zwarte Piet een andere vorm moet krijgen. ‘Zoiets begint met een bewustwordingsproces en daar zitten we nu middenin. Dat gaat altijd gepaard met pijn, smart en emotionele betogen. Maar de Zwarte Piet in zijn huidige vorm loopt op zijn einde.’
Het is volgens de docent kunstgeschiedenis alleen niet reëel om een snelle verandering te eisen. ‘Uit goed fatsoen moeten blanke mensen de Zwarte Piet niet meer willen. Maar het is ook goed fatsoen van zwarte mensen om de blanken tijd te gunnen. voor een alternatief. Die moeten immers afstappen van een lange traditie.’
[van de Volkskrant.nl, 23/10/13]
Dame met een brief, geflankeerd door een blanke bediende en een jonge zwarte, geschilderd door
Eglon van der Neer in 1680. 
© Privécollectie.
 

Debat over slavernij in de Amsterdamse Academische Club

Strategieën in Nederland bij het herdenken en herinneren van de afschaffing van de slavernij
Hoe wordt (de afschaffing) van slavernij herdacht en herinnerd? Voor welke strategieën wordt gekozen of zou men kunnen kiezen? Een historicus, een kunsthistoricus, en een dichter/psychiater formuleren vanuit drie verschillende invalshoeken een mogelijk antwoord op deze interessante vragen. Elk delen zij gedurende 15 minuten hun standpunt en kennis, en gaan vervolgens onder leiding van historicus Gert Oostindie in debat. Aansluitend is er ruimte is voor uw inbreng en vragen. Voorafgaand aan het debat nodigen we u van harte uit een bezoek te brengen aan de tentoonstelling Slavernij verbeeld in Bijzondere Collecties van de UvA (ingericht door deelnemer aan het debat Elmer Kolfin!).
Inleidende voordrachten
Dienke Hondius | historicus VU
Het slavernijverleden op de kaart van Nederland zetten.
In 2012 maakte ik met een groep studenten van de VU een eerste kaart van de plaatsen in Amsterdam waar ten tijde van de afschaffing van de slavernij (1863) slaveneigenaren woonden, die toen compensatie ontvingen voor de slaven die ze moesten vrijlaten. De tot slaaf gemaakten kregen niets. Deze kaart was het begin van een onderzoeksproject waarin nieuwe resultaten van historisch onderzoek over de slavenhandel en het slavernijverleden van Nederland en Europa door middel van digitale en andere kaarten wordt getoond. Google maps bieden mogelijkheden om zelf historische informatie te vinden, routes te maken en het verleden dichterbij te halen. Eind juni 2013 stelde ik een eerste voorlopige versie van een “Atlasje van het slavernijverleden” samen en organiseerde de presentatie bij het Stadsarchief, door Nederlandse, Britse en Franse onderzoekers. In deze lezing licht ik het onderzoek toe en laat zien hoe er de komende jaren verder aan wordt gewerkt.
Slavenhalsband. Kura Hulanda Museum
Elmer Kolfin  | kunsthistoricus, UvA
Nut en onnut van musea als herdenkingsplek: zwarte slavernij en het Nederlandse museum.
Vóór 2013 was er maar weinig en zeer versnipperde aandacht voor het Nederlandse slavernijverleden. Het herdenkingsjaar 2013 leverde veel aandacht op, maar wat blijft daarvan hangen als de hype over is?
De dood (Trier). Foto @ Michiel van Kempen
Antoine de Kom | dichter en psychiater
Een verworpen gewoonte
Wij hebben als Nederlanders allerlei onrecht aangedaan waaronder de slavernij. Herdenken en herinneren is verwerken en onszelf hervinden in een nieuwe, leefbare en gezamenlijke identiteit.
Biografie debatleider en sprekers
Debatleider Gert Oostindie
is directeur van het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde en hoogleraar Geschiedenis aan de Universiteit Leiden. Hij publiceerde vele boeken over het Caraïbisch gebied, met thema’s als slavernij, dekolonisatie, migratie en etniciteit. In Het paradijs overzee (1997) hekelde hij het ontbreken van een Nederlands monument ter nagedachtenis van slavenhandel en slavernij. Naderhand redigeerde hij hierover Het verleden onder ogen (1999) en Facing Up to the Past (2001). In Postkoloniaal Nederland. Vijfenzestig jaar vergeten, herdenken, verdringen (2010) analyseert hij het verband tussen de postkoloniale migraties en de hedendaagse herinneringscultuur rond het kolonialisme, waaronder de slavernij.
Dienke Hondius
is universitair docent geschiedenis bij de Vrije Universiteit, en medewerker van de Anne Frank Stichting. Na haar proefschrift over de acceptatie van etnisch en religieus gemengde huwelijken (Gemengde huwelijken, gemengde gevoelens; UvA, Amsterdam,1999) onderzocht ze aan de Erasmus Universiteit Rotterdam de geschiedenis van het begrip ‘ras’, en daarmee ook de brede en diepe geschiedenis en doorwerking van de slavernij en de slavenhandel. Ze werkt nu onder meer aan een atlas van het slavernijverleden in Europa, aan een studie over de joodse onderduik in Nederland, en aan de mondelinge geschiedenis van Surinaamse leerkrachten.
In juni 2014 verschijnt: Dienke Hondius, Blackness in Western Europe: Racial Patterns of Paternalism and Exclusion. (Transacion publishers, New Jersey USA)
Elmer Kolfin
is kunsthistoricus aan de Universiteit van Amsterdam. Hij maakte met anderen de tentoonstelling Slavernij verbeeld (Bijzondere Collecties Universiteit van Amsterdam, nog te zien tot 22 sept 2013), was betrokken bij de tentoonstelling Black is Beautiful over de verbeelding van zwarte mensen in de kunst van 1400 tot 2000 en publiceert regelmatig over beeldvorming van Afrikanen van circa 1500 tot 1800.
Antoine de Kom
– kleinzoon van Anton de Kom – is forensisch psychiater en dichter. Zijn recentste dichtbundel is Ritmisch zonder string (2013). In 2012 publiceerde hij Het misdadige brein, een bundeling van miniaturen over beruchte verdachten die in Hollands Maandblad verschijnen.
Expositie in Bijzondere Collecties
Op vertoon van de bevestiging van het debat kunt u vooraf aan het debat een bezoek brengen aan de tentoonstelling Slavernij Verbeeld in Bijzondere Collecties van de UvA. Elmer Kolfin is gastconservator van deze tentoonstelling.
Diner: daghap 15 euro
U bent van harte uitgenodigd om na afloop te blijven voor de “daghap” voor 15 euro. Een heerlijke huisgemaakte schotel voor een vriendelijke prijs en de mogelijkheid op tijd te vertrekken.
Programma
·         17.00 uur inloop
·         17.30 uur start  debat
·         18.45 uur einde debat en borrel
·         19.15 uur aanvang diner (optioneel)
Amsterdamse Academische Club
Oudezijds Achterburgwal 235 | 1012 DL Amsterdam
Tel. +31 (0)20 525 1570

Slavernijgeschiedenis centraal in Summerschool Boekgeschiedenis

 

Van 19 t/m 30 augustus bij de Bijzondere Collecties UvA

De Leerstoelgroep Boekwetenschap en Handschriftenkunde en de Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam organiseren deze zomer voor de vierde keer een summerschool over de geschiedenis van het boek. Speciale aandacht gaat daarbij uit naar Suriname en West-Indië/ het Caraïbisch gebied.
Speciale aandacht krijgt de geschiedenis van de slavernij in Nederland en de Nederlandse koloniën. Zoals men intussen toch wel zal weten, wordt dit jaar herdacht dat de slavernij in de Nederlandse koloniën 150 jaar geleden werd afgeschaft. De Bijzondere Collecties sluiten bij de officiële herdenking aan met de tentoonstelling Slavernij verbeeld. Deze tentoonstelling, te zien van 16 juni t/m 22 september, belicht slavernij van de oudheid tot en met de afschaffing van de Nederlandse slavernij in 1863, met nadruk op slavernij in de Nederlandse cultuur en de voormalige kolonie Suriname.
Deelnemers aan de summerschool kunnen een keuze maken uit een ‘à la carte’-programma. Naast cursussen en workshops is er een openingslezing met rondleiding in de UvA-Artisbibliotheek en is er een excursie naar erfgoedinstellingen in Antwerpen.
Het Summerschool UvA programma biedt o.a. de volgende programma’s waarin slavernijgeschiedenis, Suriname, West-Indië/ Caraïbisch gebied centraal staan.
Het verzamelen van bronnenmateriaal over Suriname, West-Indië & slavernij
In deze workshop wordt stilgestaan bij boeken die verband houden met slavernij. De belangstelling voor de Europese koloniale geschiedenis, in het bijzonder de Trans-Atlantische slavernij, is de afgelopen jaren sterk gegroeid. Tot voor kort werd er door musea en bibliotheken weinig aandacht aan besteed. Het is onmogelijk een volledig beeld te geven van het ‘corpus’ slavernij. In deze workshop worden verschillende ideeën en thema’s belicht. Op basis van twee bijzondere particuliere verzamelingen zal worden ingegaan op het verzamelen van boeken rond het thema slavernij; bibliofilie en slavernij; slavernij & kinderboeken; reisverhalen en ooggetuige-verslagen; schrijvende (ex-)slaven; slavernij in fictie; emancipatie en boeken. Bij deze thema’s zal de focus vooral liggen op West-Indië en Suriname. DocentenCarl Haarnack en Kenneth Bouman
Representing slavery: a visit to the exhibition Slavernij verbeeld
Images of chattel slavery remain largely limited to book illustrations. To commemorate the 150th anniversary of the abolition of slavery in the Dutch colonies, the Special Collections of the University of Amsterdam has devoted a major exhibition to this theme with loans from two distinguished private collections. On display are books, prints and maps from 1600 to 1900. The exhibition highlights the important role books and prints have played in distributing ideas about slavery. In the 17th century the distribution of knowledge about the plantation industry prevailed. At the end of the 18th century books and prints became the most important vehicles for the opponents of slavery. The 19th century saw the rise of picturesque images of colonial life. In this meeting we will visit the exhibition to study the relation between ideas and images. Docent:
Elmer Kolfin
Geschreven bronnen over de Caraïben in de National Archives in Londen
Voor de bestudering van de geschiedenis van Nederlanders in het Caraïbisch gebied is de vondst van 40.000 Nederlandse brieven uit de zeventiende en achttiende eeuw in de National Archives in Londen van groot belang. Ongeveer 60 procent heeft betrekking op Suriname, Demerary, Essequibo, Curaçao en Sint Eustatius. Verreweg de meeste brieven dateren uit de periode 1775–1815. Ze werden niet alleen geschreven door hogere bestuurders, plantage-eigenaren en kooplieden, maar vooral ook door klerken op plantages en handelskantoren, door soldaten, matrozen en ambachtslieden, en door hun vrienden en verwanten in Nederland. Deze brieven werpen een uniek beeld op het leven in Paramaribo en op de plantages. Tijdens de workshop zal worden ingegaan op de herkomst van dit materiaal en, aan de hand van enkele concrete voorbeelden, op het gebruik dat onderzoekers ervan kunnen maken. Docent: Roelof van Gelder
De slavenopstand van 1763 in Berbice
Van de plantagekoloniën aan de Wilde Kust, ook wel de Guianas genoemd, is Suriname voor Nederlanders wel het meest bekend, eenvoudigweg omdat dat gebied het langst onder Nederlands gezag heeft gestaan. Echter, de drie gebieden van het buurland Guyana waren tot de overdracht aan de Engelsen in 1814 ook Nederlandse wingewesten. Van de drie riviergebieden, Berbice, Demerary en Essequibo, werd de eerste sinds 1720 beheerd door de Sociëteit van Berbice, gevestigd in Amsterdam. De situatie in deze kolonie was in de jaren vijftig afschuwelijk. Dat gold voor de Europese militairen die bij bosjes stierven aan de gele koorts (vandaar de uitdrukking ‘naar de Barrabiesjes gaan’). Gebrekkig voedsel en vooral de slechte behandeling op de particuliere plantages leiden op 23 februari tot een uitbarsting, gevolgd door een algemene opstand in Berbice. Alleen dankzij de aanvoer van militairen uit andere West-Indische gebieden en uit Nederland kon de opstand in april 1764 definitief worden bedwongen.
De workshop wordt toegelicht met behulp van boeken uit de verzameling van de Bijzondere Collecties. Omdat veel hiervan deel uitmaaktvan de tentoonstelling Slavernij verbeeld, wordt ook gebruik gemaakt van reprints en heruitgaven. Docent: Lodewijk Wagenaar

Slavernij bij de Bijzondere Collecties
In deze workshop wordt aandacht besteed aan de bijna achtduizend titels uit de collectie Surinamica van de Bijzondere Collecties die verwijzen naar ons gedeelde slavernijverleden. Daarbij staan de titels uit de zeventiende en achttiende eeuw centraal. Na een korte inleiding wordt een bezoek aan de tentoonstelling Slavernij verbeeld gemaakt. Daarna wordt geprobeerd om aan de hand van een aantal beschikbare boektitels een beeld te krijgen van de denkwereld van geletterde inwoners van de Republiek. Welke informatie kreeg men destijds over de wereld buiten Nederland? Hoe werd slavernij en slavenhandel beschreven in boeken, pamfletten, kranten? Hoe kan het dat men – ogenschijnlijk – zonder enige terughoudendheid deel ging nemen aan de internationale handel in mensen? Was er dan geen kritiek? Docent: Dirk J. Tang

Inschrijving kan via deze link:
Alle illustraties: @ Buku Bibliotheca Surinamica

‘Slavernij verbeeld’: expo Nederlands slavernijverleden

De Algemeene kaart van de Colonie of Provintie van Suriname uit 1737
Amsterdam – Dit jaar is het 150 jaar geleden dat in Nederlandse koloniën de slavernij werd afgeschaft. Met de tentoonstelling ‘Slavernij verbeeld’, sluiten de Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam aan bij de officiële herdenking van het Nederlandse slavernijverleden. De tentoonstelling schetst een historisch beeld van de slavernij in West-Indië, voornamelijk in de voormalige kolonie Suriname. Een bijzondere bijdrage aan de expositie leveren Jörgen Raymann en zijn dochter Melody, studente geschiedenis aan de UvA.
Raymanns keuze
Raymann en zijn dochter, presenteren ‘Raymanns keuze’: een selectie van tien spraakmakende objecten uit de tentoonstelling die in een compilatie van video-interviews worden toegelicht. Daarvoor bezochten zij de verzameling van Kenneth Boumann. Ook gingen zij de straat op om Amsterdammers te vragen over hun kennis over het slavernijverleden. Bij de tentoonstelling verschijnt de publicatie Slavernij – Een geschiedenis (Walburg Pers) van de hand van Dirk J. Tang. Hij schetst de lange wordingsgeschiedenis van slavernij en slavenhandel. Hoe deze zich over de wereld verspreidden en uiteindelijk moeizaam verdwenen. Ook verschijnt een themanummer van het tijdschrift De Boekenwereld (Vantilt / Bijzondere Collecties UvA), met onder meer bijdragen van Kenneth Boumann en Carl Haarnack.
Gravure uit Verscheyde Voyagien, Zee- en Land-togten (1706)
Banieren tentoonstelling
Parallel aan de expositie bij de Bijzondere Collecties is in de Amsterdamse Openbare Bibliotheek een banieren tentoonstelling te zien, die daarna op reis gaat langs een aantal grote openbare bibliotheken in Nederland. In tien banieren wordt een beknopt historisch overzicht geboden van de geschiedenis van de slavernij. Een tweede reeks banieren toont ‘Raymanns keuze’, met persoonlijke teksten van Melody Raymann. Op www.bibliotheek.nl wordt een ‘digitale etalage’ ingericht met aanvullende informatie over het slavernijverleden
Omvangrijke collectie
De tentoonstelling geeft een indrukwekkend beeld van de slavernij in de zeventiende, achttiende en negentiende eeuw in Nederland en Suriname. De geschiedenis van de slavernij wordt zichtbaar aan de hand van unieke kaarten, boeken, manuscripten, documenten, prenten en andere objecten uit de Bijzondere Collecties van de UvA. Dit materiaal maakt deel uit van de omvangrijke collectie over de geschiedenis van Suriname en West-Indië van de UvA. Het is aangevuld met objecten uit andere openbare en particuliere verzamelingen.
De tentoonstelling, mogelijk gemaakt door een bijdrage van het Mondriaan Fonds, is samengesteld door de gastconservatoren Carl Haarnack, particulier verzamelaar en bekend van zijn blogBuku Bibliotheca Surinamic en Elmer Kolfin, kunsthistoricus bij de Universiteit van Amsterdam, en historicus Dirk J. Tang.

 

Felrealistische etsen
Uit de rijke particuliere collectie van Kenneth Boumann komen onder meer een schitterend exemplaar van de beroemde Voyage à Surinam (1839) van Pierre Jacques Benoit en een ivoren beeldje van een bevrijde slaaf met verbroken ketenen, door Boumann ‘Sjorie’ (George) genoemd. Een pronkstuk is de Algemeene kaart van de Colonie of Provintie van Suriname uit 1737, waarop de honderden plantages langs de rivieren zichtbaar zijn. Aansprekend is ook het schilderij van het fort Elmina, in Ghana, afkomstig uit het bezit van de laatste gouverneur van deze Nederlandse kolonie. Het schrikwekkende beeld dat de beroemde Engelse graveur William Blake van de behandeling van Surinaamse slaven schetste is te zien in felrealistische etsen.
[uit de Ware Tijd, 06/06/2013]

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter