blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Koefoed Geert

Michael Slory: Doen woorden er nog toe?

Woord bij de herdenking van Michael Slory, Vereniging Ons Suriname, zondag 17 maart 2019

door Michiel van Kempen

Bij deze herdenking van Michael Slory zien we de film van zijn leven voorbijkomen. Maar de beelden van die film confronteren ons ook met onszelf: waar waren wij in dit leven, hoe hebben wij het gedaan? In 35 jaar heb ik de eer gehad om met Michael Slory om te gaan, mee te werken aan een film over hem, zijn boeken te recenseren, zijn poëzie te vertalen en vijf bundels uit zijn werk samen te stellen. In die jaren heeft zich steeds sterker de overtuiging in mij vastgezet dat we hier niet alleen te maken hebben met een van de allergrootsten uit de Surinaamse literatuur, maar ook uit de Caraïbische literatuur en daarbovenuit nog in de literatuur in het Sranantongo, het Nederlands en het Spaans. Maar deze plaatsbepaling is nog gemakkelijk. Hebben we hem ten diepste wel begrepen? read on…

Shrinivási – dichterschap als roeping

Herdenkingsrede bij de Vereniging Ons Suriname, zondag 17 maart 2017

door Geert Koefoed

Nooit
liet de taal
mij
zo verlegen staan
als hier
nu ik
een angstig kind
voor het publiek
een vers moet reciteren.

Zo begint het gedicht ‘Voor mijn ouders’ in Shrinivási’s eerste bundel, Anjali (1963). Ik voel me ook verlegen, nu ik aan u iets mag zeggen ter nagedachtenis aan Martinus Lutchman, de dichter Shrinivási. Het eerste wat mij bij de voorbereiding inviel, was: “Hoezo nagedachtenis? Zijn poëzie is springlevend!” read on…

Bea Vianen was een diamant voor de schrijfkunst

Bea Vianen: lezing 15/3 /2019 in Vereniging Ons Suriname, Amsterdam

door Hugo Fernandes Mendes

Dames en heren, Het overlijden van Bea Vianen op 6 januari dit jaar – in een periode waarin ook andere schrijvers zijn heen gegaan – heeft wel wat losgemaakt, er is veel geschreven over haar leven en wat ze heeft betekend. Haar lichaam lag in Paramaribo in de Congreshal opgebaard, dat overkomt maar weinig Surinamers, en onder meer Jerry Dewnarain hield een toespraak die via internet raadpleegbaar is. read on…

Literaire Memorial Bhai, Elly Purperhart, Shrinivási, Michael Slory, Bea Vianen

Op zondag 17 maart 2019 vindt bij de Vereniging Ons Suriname een herdenking plaats van vijf schrijvers die ons de laatste maanden zijn ontvallen: Bhai, Elly Purperhart, Shrinivási, Michael Slory en Bea Vianen. Er zijn vijf sprekers: Maritha Kitaman, Rabin Baldewsingh, Hugo Fernandes Mendes, Michiel van Kempen en Geert Koefoed. Verder zijn er bijdragen van acteur Kenneth Herdigein, dichter Romeo Grot en de musici Denise Jannah, Raj Mohan en Ronald Snijders.  De presentatie is handen van Tanja Jadnanansing. read on…

Rahan / Bestaan: Indrukwekkende poëzie van Jit Narain

door Geert Koefoed

Na dertien jaar is er een nieuwe dichtbundel van Jit Narain verschenen, Rahan / Bestaan. Rahan is geen verzameling van op zichzelf staande gedichten, maar een cyclus: een reeks gedichten in een vaste volgorde, waarin één thema uitgewerkt wordt of één verhaal verteld. read on…

Fotoboek over houten volkswoningen ten doop gehouden

Gisteren werd in een stampvolle Amstelkerk in Amsterdam het foto boek Zinkplaten en planken; Het verdwijnen van de houten volkswoningen in Paramaribo van Wim Verboven ten doop gehouden. Het boek brengt de kleine houten stadswoningen in Paramaribo in kaart – voorzover die er nog staan, in hoog tempo verdwijnen ze. Een fotoreportage van Peter Sanches. read on…

Shrinivási 90: ode in Haagse theater De Vaillant

Literair Programma op 10 december 2016

‘…en er is geen nieuw seizoen
dat ons ten leven wekt.’
– Shrinivási

Stichting Poorvi organiseert in samenwerking met de Gemeente Den Haag ter gelegenheid van de 90ste jaardag van Shrinivási (geboren 12 december 1926) op zaterdag 10 december 2016 een literair programma in theater De Vaillant te Den Haag met voordrachten, gedichten, muziek en moderne dans, gebaseerd op de poëzie van Shrinivási zelf. read on…

Ik ben niet ik

Trefossa, Shrinivási, Dobru – De stilte van het ongesproken woord / Tiri fu den wortu di no taki

door Joop Leibbrand

Geen uitgever die meer aandacht besteedt aan de literatuur uit wat vroeger ‘De West’ heette dan het Haarlemse In de Knipscheer. Daar verscheen onlangs onder de subtitel Drie Surinaamse dichters op muziek gezet een mooie dubbeluitgave – boek en dvd – rond het werk van Trefossa, Shrinivási en Dobru, dichters die, mede omdat ze in een sterke orale traditie staan, geworteld zijn in het collectieve geheugen van de Surinamers: De stilte van het ongesproken woord / Tiri fu den wortu di no taki. read on…

De dichter en het woord

door Jerry Dewnarain

 
Bij uitgeverij In de Knipscheer is Tiri fu den wortu … di no taki. De Stilte van het Ongesproken Woord verschenen, een multimediaal eerbetoon aan drie Surinaamse dichters: Trefossa, Shrinivási en Dobru.
In een opstel ‘Over nationale letterkunde’, gepubliceerd in Sticusa-Journaalvan 1974 ontvouwde Albert Helman zijn visie op de vijf ontwikkelingsfasen in het ontstaan van een eigen literaire productie in de dekoloniserende landen. In de derde fase kenmerkt Helman de Surinaamse poëzie als volgt: ‘Er ontstaan sterker op het lokale milieu betrokken gedichten en echte streekverhalen en streekromans, al dan niet in de algemeen gangbare cultuurtaal of in een van de “vernaculars”. Gemakshalve worden beide taalsoorten (het Nederlands en het Sranan) vaak dooreengemengd, of opzettelijk, terwille van de lokale kleur, incidenteel of exclusief gebruikt. De gedichten zijn meest van lyrisch-protesterende aard of illustreren populaire slogans.’ De derde fase is de periode van eind jaren ’50 en de jaren ’60: veel protestliteratuur, volop ontplooiing van de volkstalen, verdieping in de historische anekdotiek. Voorbeelden hiervan zijn: ‘gronmama’ (Trefossa), ‘Suriname’ of ‘De dichter en het woord’ (Shrinivási) en ‘Holi Phagwa 1973’ of ‘geen plaats’ (Dobru).
Buste van Trefossa op de hoek van het Onafhankelijkheidsplein in Paramaribo.
Foto © Michiel van Kempen

 

Met andere woorden de periode 1957-1975 stond in het teken van het engagement met het volk, de strijdliteratuur en de nationale of nationalistische literatuur. Daarbij moet ook worden aangetekend dat deze periode verrassend veel werk opleverde dat meer dan een kwart eeuw later als gecanoniseerd zou gelden. Trefossa, Shrinivási en Dobru maken zeker deel uit van de Surinaamse poëziecanon. Dat bewijst ook de keuze van de dichters. Maar deze drie ‘groten’ zijn niet de enige grote Surinaamse dichters… er zijn er veel meer in dit poëzieland. In de inleiding van Cynthia Abrahams staat: ‘De gedichten zijn gekozen uit het werk van de drie meest geliefde dichters van Suriname, Trefossa, Shrinivási en Dobru.’ (p. 12) En Mavis Noordwijk zegt in een interview: ‘De manier waarop Trefossa typische Sranan-woorden en uitdrukkingen in zijn poëzie gebruikt, geeft een meerwaarde aan het Sranan. Hij is voor Suriname van buitengewoon grote betekenis zowel voor de literatuur als voor de cultuur geweest. Trefossa gebruikte in zijn vertalingen vaak beelden die aansluiten bij de Surinaamse belevingswereld’. (p. 28)
Shrinivási, april 2014
Foto © Michiel van Kempen

Shrinivási is de dichter die tegenstellingen overbrugt of met elkaar verzoent: die tussen het district en de stad of die tussen religies (hindoeïsme en christendom). Maar hij brengt ook talen bijeen, want hij schrijft in het Nederlands, Hindi, Sarnámi, wat hij steeds vergezeld doet gaan van een eigen vertaling in het Nederlands. Shrini is eigenlijk ook de dichter van ballingschap en vervreemding. Een terugkerend thema is de pijn van ballingschap en vervreemding. Het gedicht ‘Deháti’ uit Anjali is zo een voorbeeld (p. 48). Dobru is het Sranan-woord voor dubbel en is afgeleid van zijn initialen R(obin) R(aveles). Terugkerende thema’s in zijn werk zijn: vaderlandsliefde, het bekritiseren van sociale wantoestanden, de eenwording van het Surinaamse volk, liefde en armoede. Al in 1965 schreef hij zijn gedicht ‘Wan’ of ‘Wan bon’, geïnspireerd door het nationaal jeugdcongres dat in Paramaribo werd gehouden. Dit gedicht is intussen uitgegroeid tot het nationale gedicht en neemt in de multiculturele Surinaamse maatschappij een centrale plaats in (p. 76). De boom staat symbool voor Suriname en de bladeren voor de diverse bevolkingsgroepen in het land, dat één moet worden.

Saxofoniste Sanne Landvreugd speelt mee op de cd.
Foto © Michiel van Kempen

Kortom Tiri fu den wortu … di no taki. De Stilte van het Ongesproken Woord is een mooie, informatieve en zeer creatieve uitgave waarin poëzie van drie stonfutu Surinaamse dichters Trefossa (Henny de Ziel), Dobru (R. Raveles) en Shrinivási (Martinus Lutchman) is verwerkt tot prachtige muziek op dvd. Dave MacDonald (singer/songwriter) componeerde muzikale gedichten die worden vertolkt door een groep artiesten, onder wie Desiree Manders, Claudio Ritfeld, Julya Lo’ko, Martin Buitenhuis, Zanillya Farrell, Raj Mohan, Sim’Ran, Norman van Geerke, Sarah-Jane Wijdenbosch en Sanne Landvreugd. Er is gestreefd naar een harmonieus samengaan van woord en muziek, een ‘blend’ van literatuur en muziek; zo verwoordt Cynthia Abrahams het in haar inleiding (p. 12). Het is ongetwijfeld een bijzondere manier van documenteren van de rijkdom van gemeenschappelijk Surinaams cultureel erfgoed. Ieder van de drie dichters heeft zijn eigen prachtig vormgegeven deel van het boek gekregen, met veel foto’s, informatie over hun leven en werk door kenners en uiteraard een keuze uit hun gedichten.

De invloed van de drie behandelde dichters op de Surinaamse literatuur is bijzonder groot. Tiri fu den wortu … di no taki. De Stilte van het Ongesproken Woord is een sieraad voor elke liefhebber van de Surinaamse literatuur. Ook jongeren kunnen op een moderne manier kennis maken met dit muzikaal bewerkte culturele erfgoed en zelfs aangespoord worden werken van Surinaamse dichters te gaan lezen en deze creatief te gebruiken.
Cynthia Abrahams

 

Cynthia Abrahams, Hein Eersel, Geert Koefoed (samenstelling en inleidingen): Tiri fu den wortu … di no taki. De Stilte van het Ongesproken Woord. Dobru, Shrinivási, Trefossa. Drie Surinaamse dichters op muziek gezet. Boek en dvd. Haarlem: In de Knipscheer i.s.m. IKO Foundation, 2014. ISBN 978 90 6265 852 7

 

Standaardisering van het Sranantongo

Verrassend grote opkomst Moedertaaldag – Sranan bakadina
door Ludwich van Mulier
Amsterdam. De lente van 2014 maakte op de Moedertaalmiddag korte metten met de zachte winter. Het zonnige weer bracht veel Surinamers op de been op zondag 2 maart. Ruim meer dan honderd aanwezigen brachten met gepeperde folklore ode aan de Surinaamse taal “Het Sranantongo”. De spreektaal was Sranantongo. Urenlang volgden de aanwezigen,  veelal hoog opgeleiden,  geboeid de boodschappen van diverse sprekers en acteurs. Verschillende aspecten van de lingua franca van Suriname – het Sranantongo – werden spontaan belicht. De sfeer was fabuleus mede door de efficiënte leiding van de moderator Flos Rustveld (Firi FM),  Henna Goudzand-Nahar, en de liefelijke aankondigingen door dichteres/ tv-presentatrice  Margo Morrison. Cultuurkenner Romeo Kotzebue verzorgde de muzikale omlijsting, met originele  uitleg over enkele verkeerd gezongen volksliederen, die achteraf bezien een veel diepere historische inhoud hebben. De sfeer was nostalgisch, vooral door het spontaan meezingen van de  aanwezigen, die blijk gaven de  Sranan liedjes van weleer  niet vergeten te zijn. De saamhorigheidssfeer  kreeg een extra dimensie door de vele aanwezige  prominenten zoals Ronald Snijders,  die zelf de marketing van zijn nieuwste imposante biografische compilatie muziek-Box kwam afwikkelen.
Kwasi Koorndijk

 

De alom gerespecteerde dr. Kwasi Koorndijk werd geïnterviewd  over zijn benadering van het authentieke Sranantongo. Hij  benadrukte dat de eigen keuzes van de bevolking de doorslag geven in welke richting het Sranan zich ontwikkelt. Romeo Grot, een van de eerste  romanschrijvers in het Sranantongo, was aanwezig  met een boekenstand, Thea Doelwijt (schrijfster/regisseur), Ra Pengel (radio Mart), Simone Spong (Club Paradise), Henk de la Parra ( de broer van cineast/regisseur Pim de la Parra), taalpsychologe Margo Faverey, Merril Budel (taalkundige), Iléne Themen (beeldend kunstenaar), het spiritueel duo van stichting Akasha Raymond en Yacintha Kemble, bouwkundige Eugene Weinaldum, om voor een impressie van het Sranan-netwerk maar enkele namen  te noemen, gaven blijk van hun interesse in het versterken van het Sranantongo.
Woordenlijst en samenspraak, van Emilio Meinzak
Het is de hoogste tijd om van onderen op een duurzaam proces te starten onder alle Sranan sprekers in en buiten Suriname om de status van het Sranan te verhogen door eenduidigheid in de spreek- en schrijfwijze. Ook zal het emancipatieproces  door o.a. praktische toepassingen in het openbare leven (onderwijs/ aanwijsborden/ in het parlement) en standaardisatie, de Surinaamse overheid moeten stimuleren om het Sranantongo een waardige positie te gunnen naast de wettelijk officiële taal, het Nederlands (ABN).  Max Sordam en Ludwich van Mulier (uitgever Masusa)  zijn eind 2013 een productietraject  gestart, van een nieuw  Standaardwoordenboek Sranan-Nederlands/ Nederlands –Sranan, dat erin voorziet eerdere woordenboeken (van SIL, van der Hilst, Blanker, Meinzak, Sordam, Bureau Volkslectuur)  officieel te integreren in een nieuw Grootwoordenboek Sranan. Evenals in het Nederlands (ABN),  de “Dikke van Dale, het standaardwoordenboek der Nederlandse taal, een centraal referentiepunt is, waarvan uit een bindend gezag uitgaat, zou er ook gestreefd kunnen worden naar een respectvolle  “Dikke Sordam”- standaardwoordenboek Sranantongo –  dat algemeen erkend en daadwerkelijk nageleefd wordt. Alle aanwezigen waren het er roerend  mee eens dat het nu de hoogste tijd is dat het Sranantongo een  gezaghebbende schrijfwijze en feitelijke toepassing (literaire aanmoediging) krijgt. Het standaardwoordenboek Sranantongo beoogt de kwalitatieve inbreng van alle native speakers te integreren.
Alle Surinamers kunnen een bijdrage leveren, daar zij als unieke producenten van het Sranan (moedertaalsprekers), behoren tot het soevereiniteitsgebied (taalpolitieke machtspositie; volgens Jean Bodin) van de nationale taal, aldus ik, Van Mulier. Hij vergeleek in zijn kritische inleiding de taal-soevereiniteit met de soevereiniteit (zelfbeschikkingsrecht) van het menselijk lichaam, dat elk individu het recht geeft over zijn/haar  eigen lichaam te beslissen. Parallel aan die medische lichamelijke soevereiniteit,  erkennen we ook het gezag van de medische wetenschap. De dokter kan ons niet verbieden een oso-dresi, voedingssupplementen, preventieve kruiden,  te gebruiken wanneer we ziek zijn, omdat wij de baas van ons eigen lichaam zijn. Zo is het ook met de taal, waarover wij native speakers de baas zijn; hoezeer anderen (taalkundigen, filologen, dichters, schrijvers) ook legitiem een kwalitatieve bijdrage kunnen leveren.
De  wereldvermaarde Amerikaanse schrijver James Baldwin (1924-1987) benadrukte in het begin van de jaren zeventig te Amsterdam – in gesprek met de auteurs Jules Niemel, Gerrit Baron en Ludwich van Mulier – dat Surinamers het unieke van hun saamhorigheid als volk en natie moeten inzien. Hij noemde een aantal specifieke aspecten dat die unieke taal-soevereiniteit (hoogste gezag) bevestigde en bestendigde. In politieke zin, is Suriname (de Guyana ’s) het enige vasteland ter wereld buiten Afrika, waarin zwarte mensen met Afrikaanse roots cultureel gezag produceren en politieke macht hebben. Die positie moeten wij – afstammelingen uit Afrika, India, Azië – inzien, behouden en koesteren als” bijvangst” (neveneffect door eigen inbreng) van onze nationale Europese wordingsgeschiedenis. Ook prees James Baldwin het Surinaamse volk dat zich van anderen linguïstisch onderscheidt, doordat het gepresteerd heeft zelf  een unieke taal te hebben gemaakt. De creooltaal (mengtaal) Sranantongo werd door de vermaarde taalkundige Derek Bickerton (Hawaï) , qua compositie, de mooiste creooltaal genoemd.
Herman Wekker
Door in het standaardwoordenboek Sranantongo ook een uitgebreide etymologie (woord herkomst/geschiedenis) en fonologie (klanksysteem/ uitspraak) op te nemen, zal het woordenboek in omvang – tekst en pagina’s – toenemen; vandaar de koosnaam naar analogie van het ABN, “dikke” Sordam. Er zal door de nieuwe redactie worden uitgegaan van het Woordenboek van Max Sordam,  geautoriseerd  door Sranan Akademiya in Suriname, dat in 1984 verscheen en sindsdien meerdere malen is herdrukt. De uitgave van het standaardwoordenboek  Sranantongo wordt verwacht in november 2014. De benadering van het  standaardiseringsproces op basis van het herzien en herdrukken van Max Sordams oorspronkelijke woordenboek  is tevens een eerbetoon aan Max Sordam, die zich als taalkundig pionier en moedertaalspreker, beijverd heeft het Sranantongo te beschrijven vanuit de praktische noodzaak.
Max Sordam met zijn nichtje Nzinga Sordam
op het Kwaku Festival, Amsterdam 2013
Hij werd daartoe o.a. geïnspireerd door prof. Herman Wekker, prof. P. Muyskens [bedoeld is Pieter Muysken – red. CU],  prof. G. Koefoed [bedoeld is dr. Gerrt Koefoed- red. CU], het Instituut ter Bevordering van de Surinamistiek IBS, de Sranan Akademiya, wijlen prof. Herman Wekker taalkundige/Engels en Ludwich van Mulier, aldus Max Sordam. Alle internationale bevoegden in de taalwetenschap, kenners van het Sranantongo, zijn uitgenodigd om een bijdrage te leveren aan het standaardiseringsproces van het Sranan, waarvan de auteursrechtelijke monitoring in Surinaamse handen blijft zoals het betaamt.
[persbericht van Van Mulier; alle taalfouten verbeterd – red. CU]
  • RSS
  • Facebook
  • Twitter