blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: kindermisbruik

‘Suriname moet echt vrezen voor een verloren generatie’

door Pieter van Maele
Bijna negen op de tien Surinaamse kinderen onder de veertien jaar krijgen thuis te maken met lichamelijke of geestelijke mishandeling. Geen enkel Caribisch land doet het zo slecht. Suriname kampt verder met een torenhoge schooluitval en erg veel tienerzwangerschappen. Sila Kisoensingh was tot enkele jaren geleden de enige neuropsycholoog van het land. In haar praktijk in Paramaribo behandelt ze jongeren met gedrags- en leerstoornissen. De afgelopen jaren probeerde ze met talloze lezingen haar landgenoten wakker te schudden. read on…

Kinderen bovenmatig blootgesteld aan mishandeling

Paramaribo – Surinaamse kinderen worden ten opzichte van de meeste van hun buitenlandse leeftijdgenoten, bovenmatig blootgesteld aan mishandeling. Ons land kent daarenboven een hoog percentage van kinderen die een extreme mate van fysieke en psychologische agressie te verduren hebben. Dit werd zaterdag door diverse sprekers onderkend tijdens de studiedag die de Stichting Weid Mijn Lammeren met medewerking van het Korps Politie Suriname hield, waarbij werd ingegaan op diverse aspecten van kindermishandeling en (seksueel) misbruik en er tevens op interactieve wijze ( vragenrondes, toneel, gespreksgroepen) kennisoverdracht plaatsvond. read on…

Seksueel kindermisbruik binnen rooms-katholieke kerk

door Roy Frits Lansdo

Paramaribo – Dit is een open brief aan de Surinaamse bisschoppen, het Ministerie van Justitie en Politie, De Nationale Assemblee, het Inter-Amerikaanse Hof voor Mensenrechten en de Organisatie voor Gerechtigheid en Vrede, aangaande een potentieel strafrechtelijk justitieel onderzoek naar potentieel seksueel (kinder)misbruik door rooms-katholieke geestelijken in de Republiek Suriname. read on…

‘André Pakosie (58) vergreep zich aan meer kinderen’

Utrecht – Net als zijn collega ridder Jan Wubbeling, blijkt dat de 58-jarige André Pakosie, een waar seksueel roofdier is. In het geval van André Pakosie is bekend geworden dat hij zijn drie dochters jarenlang en stelselmatig in zowel Nederland als in Suriname heeft misbruikt. De incestzaak rond de invloedrijke intellectueel zou veel groter zijn dan tot nu toe naar buiten is gekomen.
André Pakosie
André Richard Matiematie Pakosie is een Surinaams schrijver, kruidenkenner, natuurgeneeskundige, kabiten van de Okanisi of Ndyuka Marrons in Nederland en kenner van de Aukaanse cultuur. Hij is geboren en opgegroeid in het Surinaams tropische regenwoud en komt uit een Ndyuka Marron familie van genezers en spirituele leiders. Sinds 1977 is hij ‘dobuu-komfo’, één van de hoogste spirituele leiders van de Ndyuka Marrons. In 1980 stichtte hij in Suriname het dorp en spiritueel- en gezondheidscentrum Sabanapeti. André Pakosie schreef proza en poëzie in het Nederlands, Sranan, Saamaka en Ndyuka over de Surinaamse geschiedenis.
André Pakosie zit sinds 19 oktober 2012 in detentie op verdenking van jarenlange verkrachting van zijn dochter. Bij zijn aanhouding werden diverse computers in beslag genomen. Voorts wordt hij ervan verdacht enkele verkrachtingen te hebben laten filmen of zelf op video te hebben vastgelegd. Zijn vrouw Truus en ex-vrouw Suzette zijn medeverdachten. In deze incestzaak is Peter Plasman zijn advocaat. Vandaag kwam in het nieuws dat hij niet alleen een dochter hier in Nederland heeft misbruikt, maar ook twee andere dochters in Suriname.
André Pakosie z’n dochter verteld: “Hij heeft ook mijn twee zussen in Suriname misbruikt. Dat begon toen ze 16 en 17 jaar waren. Hij en mijn stiefmoeder Truus hebben het zelf aan me verteld. Truus ronselde iedereen. Ze woonde vroeger bij ons in de buurt en maakte een soort indeling: de ene dag sliep hij bij mijn moeder Suzette, de andere dag bij mij. Hij had iedereen in zijn macht, en speelde het zo dat mijn broers het misbruik niet konden ontdekken. Het misbruik gebeurde veelvuldig vanaf mijn 12e jaar, zowel thuis in het Utrechtse Kanaleneiland als in een hotel in Vianen waar hij me naartoe nam. Ik moest seks hebben, anders zou ik ziek worden, of doodgaan. Hij deed het ’uit bescherming’. Gaandeweg kwam het filmen erbij. Hij heeft kasten vol.”
Pas toen zij 21 jaar was deed André Pakosie z’n dochter aangifte bij de politie: “Mijn vader leidde aan grootheidswaanzin, werd op handen gedragen. Hij brainwashte iedereen. Ik werd uit het niets beloond met een televisie of 200 euro. Ondertussen mocht ik nergens heen, zelfs niet naar een schoolfeest. Hij was denk ik bang dat ik hem dan zou verraden.”
De strafzaak tegen André Pakosie gaat op 10 maart 2014 verder. Zowel advocaat Peter Plasman, als justitie-woordvoerster van het parket Midden-Nederland, wilde niet op de zaak ingaan. In 2001 werd André Pakosie onderscheiden tot ridder in de orde van Oranje-Nassau.
[van Crimesite Camilleri, 13 december 2013]

 

Levenslang door seksueel misbruik (2 en slot)

 door Mineke de Vries
Na de ervaringsverhalen van seksueel misbruik in de katholieke kerk op Curaçao (deel 1, zie hieronder) roept journalist Robert Chesal – die het misbruik grootschalig aan het licht bracht in 2010 – op tot de erkenning van de slachtoffers. Zelf slachtoffer van misbruik weet hij dat erover praten de enige mogelijkheid is tot herstel.
Kinderen die martelingen ondergingen terwijl een broeder naast ze een boek zat te lezen. Of kinderen die wekenlang in eenzame opsluiting in de kelders van een internaat doorbrachten. De intense eenzaamheid maakte dat ze bijna blij waren met het gezelschap van een geestelijke die ze ‘s nachts bezocht en liefkoosde, zo verlangend naar menselijke nabijheid in hun eenzame opsluiting. De onvoorstelbare verwarring, het schuldgevoel en het emotionele drama waaraan een kind wordt blootgesteld, betekent een levenslange lijdensweg.
Foto © Nicolaas Porter
Keep it happy
Het feit dat misbruikschandalen in de katholieke kerk vanaf 2010 boven tafel zijn gekomen, dat mensen hun verhaal kwijt konden, heeft gemaakt dat er enige verlichting kwam. Robert Chesal: “Wil er sprake zijn van genezing dan dient er eerst erkenning te komen voor de beschadiging die is opgelopen. In de meeste gevallen zijn de daders onvindbaar, waardoor het probleem nooit face to face besproken kan worden. Veel slachtoffers hebben de pijn toegedekt en verstopt, maar pijn toelaten is de enige manier om vooruit te komen.”
Veel slachtoffers in Nederland hebben zich na 2010 kunnen uiten en zijn daardoor individueel een stuk opgeschoten. In een maatschappij als die van Curaçao is het niet zo gebruikelijk te praten over zaken als deze. Chesal:  “Ik herken dat uit mijn eigen jeugd in Florida; op Curaçao kreeg ik hetzelfde gevoel. De code is: Keep it light, keep it happy, blijf lachen, alleen maar de succesverhalen. De altijd maar sterke buitenkant, de machocultuur. Ik heb me altijd afgevraagd hoe het kan dat macho’s zelf niet kunnen zien hoe ‘zwak’ ze zijn. Voor mij zijn de sterkste mensen diegenen die toegeven dat ze ook zwak zijn.”
Je komt de pijn niet voorbij als je deze niet eerst erkent. Daarbij komt dat de kerk zelf een geheel eigen code heeft van hoe je met pijn omgaat. “Daar zijn rituelen voor met gekunstelde taal, wazige beelden, restricties en biechtgeheimen. Hierdoor help je niemand vooruit in zijn proces.”
Opgeheven hoofd
Hoe moeilijk het ook is om toe te geven dat je slachtoffer bent, Chesal roept ook de mensen op Curaçao op om de slachtofferrol te erkennen om vandaar uit te werken aan herstel, wat ieder mens verdient. Emancipatie van het slachtoffer, waarmee hij bedoelt dat je zonder gêne kunt zeggen dat je slachtoffer bent. Het is geen schande, zoals vaak wordt gedacht, maar dan moet wel het emotionele eraf, volgens Chesal. “Zie het als feit. Je kunt met opgeheven hoofd zeggen dat je slachtoffer bent, als onderdeel van het grotere geheel van wie je bent. Je hoeft je hoofd niet te buigen, je niet als gebrandmerkt mens te gedragen. Als je de pijn van het misbruik in de kerk maar ook andere pijn op maatschappelijke schaal toelaat, kom je als persoon, maar ook als land in zijn geheel verder.”
Rooms-katholieke kerk Curaçao. Foto © NVD

 

Hij trekt het breder dan alleen het seksueel misbruik, omdat zoveel mensen zijn gekweld. “In vele naties, in vele mensen zit zoveel pijn die niet erkend wordt, daarvan zijn tal van voorbeelden. Om maar heel dichtbij te blijven, het slavernijverleden; de pijn van het kolonialisme wordt slechts mondjesmaat erkend en blijft generaties lang doorspelen. De één zegt dat het nu maar eens over moet zijn, de ander voelt nog altijd de pijn. Beide uitgangspunten zijn waar, maar spreek je het niet uit, blijft het op elkaar botsen.”
Eén keer excuus aanbieden volstaat niet, maar pas als de erkenning permanent aanwezig is in de maatschappij komen we als geheel vooruit, pas dan is er een mogelijkheid dat een taboe op welk vlak dan ook wordt doorbroken. “Het probleem lijkt dat als iedereen slachtoffer is, niemand het is. Ik bedoel daarmee dit: toen de joden na de oorlog terugkwamen, was er geen ruimte om te luisteren naar individuele verhalen, omdat iedereen gepijnigd was. De pijn van al die mensen gaat ondergronds een eigen leven leiden.”
“Maar ook ontkenning kan een rol spelen, bijvoorbeeld zoals ze in China met gehandicapte kinderen omgaan. De maatschappij wil het niet weten, dus ze worden ofwel weggestopt, ofwel je doet net of het kind normaal is. Ontkenning en afwijzing enerzijds of geen ruimte voor het individuele verhaal anderzijds houdt beide in dat er geen acceptatie is en dus ook geen weg naar genezing.”
Niet de mens verandert
Naast zijn dringende oproep om te praten over wat er is gebeurd ten tijde van het misbruik in de katholieke kerk van de jaren zestig tot negentig en de acceptatie van de rol van slachtoffer, benadrukt Chesal dat we ons bewust moeten blijven van het feit dat het misbruik niet uit de wereld verdwenen is. Het massale misbruik mag dan wel zijn afgenomen omdat de internaten weg zijn en er minder priesters zijn dan toen, maar dat betekent alleen dat de omstandigheden zijn veranderd, niet de mens zelf. Dat blijkt uit het feit dat er momenteel sprake is van veelvuldig misbruik in de sterk opkomende evangelische kerken. “Onder druk van snelle groei wordt niet voldoende aandacht besteed aan een gedegen check van mensen aan wie kinderen worden toevertrouwd. Datzelfde was het geval in de katholieke kerk die tussen circa 1850 (toen de katholieke kerk dezelfde status kreeg als de protestantse kerk) en 1950 een explosieve groei kende.”
Er zijn nog steeds recente verhalen van mensen die zijn misbruikt, misbruik van de laatste tien, vijftien jaar. In de nieuwe, evangelische kerken, maar ook in de katholieke kerk. Want waar bleven de verbannen paters? Het is bekend dat een pater die op Curaçao jongens verkrachtte, nu in Brabant werkzaam is. De familie van het slachtoffer houdt haar mond omdat die nog altijd afhankelijk is van het geld dat ze van de kerk ontvangt en ook het verantwoordelijke bisdom zwijgt erover.
Chesal: “Zo lang de economische macht van de kerk niet afneemt, zal de rol van de kerk blijven ingebed in de economie. We kunnen het celibaat alleen niet verantwoordelijk stellen voor het misbuik; het gaat om machtsverhoudingen en een blijvend vertrouwen in de goedheid van religieuze leiders. Een voorganger geldt niet als ‘normaal’ mens, maar geniet als charismatische leider meer vertrouwen en daarmee macht dan we op het eerste gezicht verwachten.”
Voorgangers hebben hoe dan ook, in welke tijd dan ook een bepaalde positie. Dat geldt niet alleen in de katholieke of de evangelische kerk, maar ook in de joodse gemeenschap waar Chesal zelf uit stamt.
Oud embryo. Werk van PAL
Doorbraak naar eigen ervaring
De ervaringen die we beschreven in het voorgaande artikel deden wat met Robert Chesal. Zo betekende het verhaal van de Curaçaose Felida voor hem persoonlijk een doorbraak. Hij was onder de indruk van de moed van deze man om op zoek te gaan naar zijn dader. De vraag die de Curaçaose Cora hem stelde of hij zelf bereid zou zijn om zijn verhaal te vertellen als hij in haar schoenen stond, deed hem besluiten in zijn eigen verleden te gaan graven. Door alle verhalen kwam Chesals jeugd terug, waarin ook sprake was van seksueel misbruik. Deze ervaringen plus het feit dat hij in december 2010 op Curaçao was voor het optekenen van de verhalen, maakte zijn keerpunt duidelijk.
“In die hete natte decembermaand van 2010 werd ik teruggeslingerd naar mijn eigen jeugd in Florida, waar dezelfde broeierigheid heerste, er viel een deken van vochtige warmte over me heen.” De zoektocht naar seksueel misbruik in de katholieke kerk werd een zoektocht naar zijn eigen verleden, waarin hij ten prooi viel aan een pedofiel, een parttime muziekleraar op de joodse school. Deze Rick nam hem mee naar zijn huis, zogenaamd om daar gitaar te spelen, drogeerde hem om hem vervolgens te misbruiken.
“Ook hier gold dat er een tekort was aan mensen en zonder check werden er leraren aangenomen. Ook deze muziekleraar behoorde tot het ‘soort’ dat bewust werk opzoekt waar kinderen aanwezig zijn”, aldus Chesal, die wanhopige pogingen deed met de leraar in contact te komen, maar die tot op heden op niets uitliepen.
Foto © Michiel van Kempen
Troostprijs
In zijn in 2012 verschenen boek Een verzwegen verleden doet hij verslag van de zoektocht die begint bij het aan de kaak stellen van het misbruik in de kerk maar steeds meer zijn persoonlijke zoektocht wordt. Door deze zoektocht komt hij bovendien achter een pijnlijk feit: zijn vader blijkt niet zijn echte vader te zijn. Chesal zit op dit moment middenin de zich opstapelende emoties die alle zijn onder te brengen onder de noemer van de onuitspreekbaarheid der dingen, zoals hij het omschrijft.
“De onuitspreekbaarheid zit in het feit dat mijn moeder een relatie bleek te hebben buiten haar huwelijk, van wie ik het product ben, iets wat ze mij nooit heeft verteld. De onuitspreekbaarheid zit ook in het verdriet van mijn vader, die mij moest opvoeden, maar voor wie ik dagelijks het levende bewijs was van het overspel. Ik voel me een troostprijs, die het middelpunt is van liefde en verdriet. Ik ben gemanipuleerd door mijn moeder en probeer medeleven met haar te voelen, wat moeilijk is omdat zij inmiddels is overleden.”
Het feit dat dit Chesal is overkomen, heeft naar eigen zeggen gemaakt dat hij journalist is geworden “Ik wilde altijd speuren, altijd onderzoek doen omdat ik levenslang een basisgevoel had dat er iets niet klopte: someone is not telling me something.”
Trauma nooit weg
Zijn eigen ervaringen, de onthullingen over zijn verleden, maar ook de verhalen van zo vele beschadigde mensen is voor Chesal aanleiding zijn weg verder te zoeken in de journalistiek, ook na zijn ontslag in 2012 vanwege de reorganisatie van de Wereldomroep. Hij wil zich specifiek richten op zaken rond het menselijk lichaam, van seksueel misbruik tot euthanasie en de keuzevrijheid van vrouwen.
 “Een misbruikverleden sluit je nooit af als je de erkenning die je zoekt nooit hebt gekregen. Geen misbruikslachtoffer is er ooit mee klaar, je kunt het niet vergeten, het trauma gaat nooit weg. Het enige dat je kunt doen is er bewust mee omgaan. De onuitspreekbaarheid der dingen, dat is wat ik door de journalistiek bespreekbaar wil maken. Verhalen vertellen aan elkaar, kwetsbaar durven zijn, oog in oog staan met elkaar en van daaruit de acceptatie van mens tot mens, van volk tot volk.”
Robert Chesal – Een verzwegen leven. De dramatische waarheid achter de façade van een gewone familie.Bertram + de Leeuw Uitgevers, 2012, ISBN 9789461560957.
[uit Amigoe, zaterdag 25 mei 2013]

Seksueel misbruik massaal door de vingers gezien (1)

De zeven hoofdzonden. Werk van PAL.
 
 
door Mineke de Vries
 .
Toen journalist Robert Chesal het seksueel misbruik in de katholieke kerk op grote schaal onthulde in 2010, kwamen vele meldingen binnen van mensen die waren misbruikt in Nederland, maar per direct waren er ook meldingen uit Curaçao. Een golf van publiciteit was het gevolg. In Nederland welteverstaan, niét op Curaçao. In zijn recent verschenen boek Een verzwegen leven doet Chesal verslag van de gruwelijkheden, ook op Curaçao. Maar wie denkt dat het misbruik is gestopt, heeft het mis: met financiële vergoedingen en in die zin afhankelijkheid van de kerk worden momenteel veelal arme gezinnen het zwijgen opgelegd.
De zeven hoofdzonden. Werk van PAL

 

 “Een misbruikt kind is getekend voor zijn leven, misbruik verdwijnt nooit uit je hart en bestaan. De zoektocht naar erkenning is levenslang.” Dat zegt de uit Amerika afkomstige Robert Chesal, die als journalist bij Radio Nederland Wereldomroep (sinds 1990) samen met NRC-journalist Joep Dohmen het grootschalige misbruik binnen de katholieke kerk op het spoor kwam. Ze doken er samen in en het liet hen niet meer los. Chesal was genoodzaakt enige tijd te stoppen aangezien de meldingen hem te zwaar vielen.
De schok en het afgrijzen trok een wissel op de Nederlandse samenleving. Moeizaam en frustrerend was het proces omdat het zwijgen en verdraaien van feiten aan de orde van de dag was. Zelfs de commissie-Deetman – ingesteld om onafhankelijk onderzoek te doen – bleek minder onafhankelijk dan verwacht. In haar rapport uit 2011 (1257 pagina’s) wordt toegegeven dat sinds 1945 tienduizenden jongens en meisjes seksueel zijn misbruikt door kerkdienaren. Ondanks verwijtbare feiten stapte geen enkele bisschop op. De discussie laaide enige weken geleden in Nederland weer op toen NRC een artikel van Dohmen en Chesal publiceerde over hun onderzoek naar de onbetrouwbaarheid van het rapport, waarin nieuwe verzwegen feiten aan het licht kwamen. Zoals de castratie die een minderjarige jongen onderging als straf nadat hij het misbruik had gemeld. Maar ook het feit dat een aantal (nog zittende) bisschoppen al die tijd de hand boven het hoofd gehouden was, waaronder Ad van Luyn (toenmalig bisschop van Rotterdam en hoofd van de bisschoppenconferentie).
Ook in maart presenteerde Deetman zijn tweede rapport over het geweld tegen meisjes, wat eveneens een regen aan kritiek ontving vanwege weglatingen en bagatelliserende opmerkingen.
RK kerk Soto, Curaçao. Foto © René Roodheuvel
Misstanden in Curaçao
In navolging van de commissie-Deetman stelde het bisdom Willemstad in 2010 de onderzoekscommissie-Koeijers in, die zaken op Curaçao moest onderzoeken. Dit vanwege het feit dat direct na de eerste publicaties een aantal reacties uit Curaçao binnenkwam, wat het vermoeden deed rijzen dat er meer aan de hand was. In tegenstelling tot een lijvig rapport van Deetman ondernam de commissie-Koeijers geen actie toen er klachten binnenkwamen en liet met regelmaat weten geen tijd te hebben gehad om te vergaderen. Het bisdom, als eerst verantwoordelijke, leek niet van plan werk te maken van de misstanden. Op papier bestaat de commissie nog steeds.
Chesal: “Aangezien de kerk zo’n belangrijke rol speelt in de Curaçaose maatschappij, betrokken wij Curaçao in ons onderzoek. De Caribische afdeling van de Wereldomroep zag inmiddels ook voldoende aanleiding. We ontdekten dat de kerk, zo geliefd en invloedrijk, financiële macht gebruikte om mensen de mond te snoeren. Gezinnen, afhankelijk van de kerk voor hun levensonderhoud, moesten het misbruik waarvan zij op de hoogte waren op de koop toe nemen. Dit vertelde ons een anonieme bron: een vrouw werkzaam in de kinderhulpverlening.”
In dit eerste deel doen we verslag van een aantal misbruikzaken die zich op Curaçao afspeelden, waarbij we aantekenen dat alle zaken die worden aangekaart nooit zijn weerslag mogen hebben op de liefdevolle zorg van andere broeders en nonnen. In deel 2 gaan we in op het accepteren van de slachtofferrol en waarom dat zo moeilijk is op Curaçao. Ook volgt in deel 2 Chesals persoonlijke verhaal over het misbruik dat hijzelf onderging.
Onder de meldingen die Chesal vanuit Curaçao ontving was die van een nu zestigjarige man, die uitsluitend onder pseudoniem Johnny wil praten. Hij vertelde over misbruik en mishandeling van tientallen kinderen door twee fraters in het internaat in Soto. Beide fraters, waaronder het verantwoordelijke hoofd van de Don Sarto lagere school, behoorden tot de Fraters van Tilburg, over wie ook in Nederland vele meldingen binnenkwamen uit de jaren zestig en zeventig en die zich bovendien vergrepen aan zwakbegaafde en geestelijk gehandicapte jongens van het De La Salle-instituut in Brabant.
Johnny was tien toen het misbruik begon. “Het gebeurde op de kamer van een frater, je moest je broek opendoen en dan begon hij te friemelen. Je durft niet meer naar binnen, omdat je weet wat er gaat gebeuren.” Volgens Johnny troffen de betastingen die op school plaatsvonden alle leerlingen, ook diegenen van buiten het internaat. Johnny vertelde tevens van regelmatige fysieke mishandelingen.
Voetbalgroep Curaçao. Archief Fraters van Tilburg
Frater Broer Huitema, wereldwijd de hoogstverantwoordelijke van de Fraters van Tilburg, weet dat het gebeurde. “Fraters die zich hieraan schuldig maakten, werden overgeplaatst naar andere – administratieve – posities, weg van kinderen. Aangifte bij de politie werd niet gedaan, noch werd contact gezocht met ouders.” In de jaren zestig tot eind 1995 waren de Fraters van Tilburg betrokken bij het onderwijs op de Antillen, in Suriname en Indonesië.
Trauma herbeleven
Chesal sprak op Curaçao één van de jongens die in de jaren vijftig op het jongensinternaat het Juvenaat zat, een prestigeproject voor Curaçao, de trots van de kerk. Deze nu zeventigjarige man was in zijn internaattijd een bedplasser. Een pater hielp hem ‘s nachts zijn bed verschonen, maar misbruikte de jongen vervolgens, een misbruik dat twee jaar doorging. Chesal: “Angstig om zich heen kijkend of iemand hem zag, betrad deze man het hotel waar wij hadden afgesproken. Even daarvoor had hij het misbruik, levenslang als geheim bij zich gedragen, aan zijn dochter verteld. De tranen stroomden over zijn wangen toen hij door het vertellen het trauma herbeleefde.” Een aantal jaren na het misbruik sloot het internaat plotseling en uitsluitend geruchten deden de ronde. De man in kwestie deed zijn beklag bij de ’onafhankelijke’ klachtencommissie-Koeijers, maar hoorde maandenlang niets, nog geen ontvangstbevestiging. Chesal: “Mensen weten inmiddels dat ze niet bij de kerk terecht kunnen, dus melden ze hun klachten daar niet meer. Omdat er dus weinig binnenkomt, lijkt het of het niet is gebeurd. Dan is de cirkel rond. Mijns inziens moet er een onafhankelijk lichaam komen, dat de zaken uitzoekt.”

 

 Verwrongen
De reputatie van de kerk blijkt elke keer belangrijker dan het belang van het slachtoffer. Een patroon dat niet alleen in de kerk, maar ook daarbuiten is te zien: overal waar kinderen in institutionele zorgsituaties van de zorg van volwassenen afhankelijk zijn, waar volwassenen macht hebben over kinderen, bij scouting, bij een sportclub gebeurt dit, wereldwijd. Zo wordt in Noord-Amerika, Europa en Australië het seksueel misbruik inmiddels aan de kaak gesteld. Het is universeel menselijk gedrag, hoe onmenselijk tegelijkertijd. Chesal: “Dat het in de kerk zo’n vlucht kon nemen heeft te maken met de vele zorgsituaties, zoals internaten en kostscholen onder kerkelijke leiding maar ook parochiale situaties, waarbij misdienaren bij priesters thuis kwamen of de priester een vertrouwde figuur binnen de familie werd.”
Wat we bij het kerkelijk seksueel misbruik niet uit het oog mogen verliezen volgens Chesal, is de verwrongen seksualiteit van de paters, door het celibaat in de hand gewerkt, maar ook het ontbreken van realistisch seksueel onderwijs. “Het onderwijs in de katholieke kerk is gebaseerd op de seksuele moraal uit de middeleeuwen en is nooit aangepast aan de praktijk, een verouderd beeld dat destructief blijkt. Ook jongeren leren vanuit dit onderwijs slechts dat ze zich moeten onderwerpen aan het gezag en zijn zodoende weinig weerbaar.”
Naast misbruik ontstaan vanuit verwrongen seksualiteit, staan pedofielen die doelbewust op zoek gaan naar werk waar kinderen in groten getale aanwezig zijn, zo stelt Chesal. Een niet onbelangrijk gegeven is verder dat vele mannen in de jaren vijftig die vanwege homofilie of pedofilie niet pasten binnen de moraal van trouwen en kinderen krijgen een gepast toevluchtsoord zochten in de kerk, waar zij een status genoten die zij anders zouden moeten ontberen.
Antenne voor timide kinderen
Het leek de vrolijke goedlachse Curaçaose ‘Cora’, therapeute van beroep, zinvol om met haar misbruikverhaal naar buiten te komen, zij wilde degene zijn die de discussie rond seksueel misbruik op Curaçao zou openbreken. Na een paar gesprekken met Chesal togen zij samen naar Curaçao om terug te gaan naar de plaats waar het misbruik plaatsvond. In twee verschillende periodes van haar jeugd werd Cora slachtoffer: toen ze acht was in de Sint Annakerk in Otrobanda en als twaalfjarige in de kerk van Suffisant, waar ze door verschillende paters werd misbruikt, onder meer in de biechtstoel. “Cora was een onzeker, zoekend meisje, de uitverkorene van mannen als deze”, vertelt Chesal. “Misbruikers hebben een antenne voor timide kinderen.” De strijdlustige, inmiddels zeventigjarige Cora uit Nederland verandert op Curaçao voor Chesals ogen op slag in het timide meisje, dat terugschrikt voor het effect dat het op de plaats van het misbruik zijn op haar heeft. “De openhartige vrouw wordt onbereikbaar, het wordt heel moeilijk haar te spreken. In de sfeer bovendien van daar, opgenomen tussen vrienden en familie, blijkt ze in een tang te komen. In hotel ‘t Klooster waar we hebben afgesproken met vrienden uit haar kindertijd rolt het verhaal eruit, met een klein kinderlijk stemmetje als van het kind van toen.” Chesal, die bij het vertellen erover zelf een brok in zijn keel krijgt: “Het was ongelofelijk wat het effect van het vertellen had op haarzelf en op haar vrienden.”
Sadistische mishandeling
Naast seksueel misbruik zijn er verhalen van mishandeling. Van nonnen, van wie niet bekend is dat ze zich schuldig maakten aan seksuele handelingen, wordt gezegd dat ze snel overgingen tot fysiek geweld, bijvoorbeeld slaan met stokken. Fysieke mishandeling kwam ook voor op het Sint Paulus College, een lagere school in Groot Kwartier van de Broeders van Dongen, een congregatie sinds 1948 actief op Curaçao. Ondanks dat de tijdsgeest in ogenschouw moet worden genomen waarin kinderen het ook thuis zwaar te verduren hadden, was Ralph Raveneau (61) één van de slachtoffers uit de jaren zestig van het sadisme van de gevreesde Broeder P., die kinderen terroriseerde, vernederde, bespuugde en mishandelde. Een broeder die dusdanige vreselijke lijfstraffen gaf dat angst de herinneringen kleurt van kinderen van deze school.
In de jaren vijftig en zestig waren het met name Nederlandse geestelijken die op Curaçao verbleven: de Fraters van Tilburg, Broeders van Dongen, vele priestercongregaties en nonnenordes. Toen in de jaren zeventig het aantal roepingen terugliep, dreigde een tekort aan geestelijken, zodat priesters uit Latijns-Amerika werden gehaald, met name uit Colombia.
Als slot van dit artikel het verhaal van Aldrico Amando Felida, die als veertienjarige misdienaar in 1976 het slachtoffer werd van de Colombiaanse pastoor Fabias in de parochie Jan Doret. Toen Fabias de jongens uitnodigde te blijven slapen om te oefenen voor de processie, moest Felida als uitverkoren misdienaar ‘extra oefenen’ in de kamer van de pastoor, waar deze bij hem kwam liggen en Felida afschuwelijke dingen liet doen. “Je voelt dat het verboden is, maar wie zou je geloven? Je hoopte dat het snel over was.” Toen het misbruik bij Aldrico’s ouders aan het licht kwam, vertrok de pastoor snel daarna, verbannen naar Colombia, zei men. In de preek kort na het incident werd de parochianen verteld dat de jongens in het dorp de kerk niet meer dienden en een duivelse weg waren ingeslagen.
Een jaar daarna vertrok Felida naar Nederland, waar hij jaren beleefde van depressie tot zelfmoordpogingen aan toe. “Ik raakte in de war over mijn seksualiteit. Was ik homofiel? Had ik het uitgelokt? Zelfs na de geboorte van mijn zoon kwam alles weer naar boven.” Felida ging in 2008 terug om het af te sluiten, jaren voordat het onderwerp breed in de belangstelling van de media kwam. Pater Römer, Fabias’ opvolger nam hem mee naar het bewuste kamertje en vertelde dat bisschop Ellis destijds op de hoogte was van Fabias’ misbruik, zowel op Curaçao als in Colombia vóór zijn aanstelling in Jan Doret. De alom zeer geliefde Römer bleek van veel meer misbruik op de hoogte, ook na Felida’s vertrek.

Het was publiek geheim – wat oud-politicus en oud-onderwijzer Stanley Brown bevestigde – dat Colombiaanse priesters die misbruik pleegden door het bisdom Willemstad in de jaren tachtig en negentig werden verbannen om ze uit handen van justitie te houden. Overgeplaatst en niet gestraft, zodat het misbruik elders kon verdergaan.

Felida bezocht Ellis’ opvolger bisschop Secco, die zei dat hij nooit misbruikgevallen kreeg overgedragen, maar stuurde uiteindelijk een excuusbrief, waarin ‘vergiffenis werd gevraagd voor het misbruik en alle gevolgen daarvan gedurende zijn leven’.
[uit Amigoe, 18 mei 2013]

Boa – Aruba in de wurggreep

Kindermisbruik op Aruba

“Omdat ik een groot cliënteel heb moeten achterlaten en het gevoel heb dat er dringend iets moet gebeuren om de kinderen op Aruba te beschermen tegen verdere mishandeling, heb ik besloten dit boek te schrijven, uitsluitend in opdracht van het kind in mij.”

Rita Zecher (Berlijn, 1953) groeit op in Antwerpen, studeert geneeskunde in Brussel en wordt kinder- en jeugdpsychiater. In 2008 biedt Nederland haar de kans een jeugddroom waar te maken: werken en leven op een Caribisch eiland. Naarmate ze zich meer inzet voor seksueel misbruikte kinderen komt ze in aanraking met de politie, de daders en hun advocaten. Als enige kinderpsychiater op Aruba, zonder steun van een sterk team, voelt ze zich niet meer veilig en keert na twee jaar terug naar Nederland. De bevolking van Aruba, een eiland in beweging, is zich bewust geworden dat de situatie zoals zij nu is, waarbij elke schanddaad in de doofpot wordt gestopt, niet meer gedoogd kan worden. De pers, diverse stichtingen en moedige moeders van slachtoffers vechten voor de rechten van het kind. Het is tijd dat de slachtoffers meer hulp van buitenaf krijgen. Onze kinderen zijn de mensen van morgen.

“Eindelijk iemand die durft te praten!”

“Alle ogen zijn op mij gericht. Het zweet breekt me uit. Ik ben geen openbaar aanklager en wil dat ook niet zijn. Ik ben arts en psychiater. Ik wil niemand schade berokkenen. De zaak is niet strafrechtelijk onderzocht, hoe kan ik dan een oordeel vellen? Maar ik wil Debby beschermen. Zo lang er geen tegenbewijs is heeft een slachtoffer het recht geloofd te worden.”

“Mijn hart ligt altijd bij de slachtoffers en ik geef graag mijn steun aan de benadeelden, maar als de volkswoede eenmaal ontvlamt en hiërarchieën omver gestoten worden, dan stap ik eruit. Ministers lynchen is niet de oplossing.”

Titel: BOA – Aruba in de wurggreep 
Auteur: Rita Zecher
Fotografie: Ellen Koelewijn – www.expressionelle.nl
ISBN: 978-94-90352-23-3
Prijs: € 17,50 E-book: € 15,00

U kunt het E-book op twee manieren bestellen: – klik op de link hieronder en ga naar de webwinkel of – maak 15 euro over naar NL72ABNA0541681990 ABNANL2A, t.n.v. Schrijverij Mooi Mens o.v.v. BOA. Het e-book van Rita Zecher ontvangt u per email. Graag aangeven welke e-reader u heeft of dat u een PDF wilt om op de computer te lezen.

Carry-Ann Tjong-Ayong – Een gewetenskwestie

Masiakriki was even het middelpunt. Heeft hier het hoofd van de RK basisschool de leerlingen misbruikt…. Is Sjerome S. de zoveelste Robert M., in Suriname? Wat is er waar van de verhalen die beweren dat hij Nederland is ontvlucht vanwege kindermisbruik en nu in het binnenland van Suriname zijn lusten botviert op kleine meisjes? Is hij Nederlander of Belg?

De vragen wellen telkens weer op en de antwoorden sijpelen moeizaam naar boven, worden met kracht of met vage tegenwerpingen weersproken. Het komt op mij over als een gigantische doofpotaffaire. Getuigen durven hun verhaal niet openlijk te vertellen.

Ik praat met de bewoners van het dorp, die ik al elf jaar van zeer nabij ken. Zij hebben fragmenten van verhalen die allemaal in de richting van een schuldige wijzen. Er is wat gebeurd, ernstig of onschuldiger, maar er is iets voorgevallen. Daarvan ben ik overtuigd geraakt.

De onderwijzer, collega, buurman en na het vertrek van de vermeende kindermisbruiker, waarnemend hoofd van de school, zegt: “Hij was een lieve man, hij speelde veel met de kinderen. Die kwamen in het weekend bij hem thuis. Hij was wel een beetje eigenaardig. Maar hij heeft niets gedaan. Ging ’s-avonds naar de kroeg en kwam dan weer naar huis. Iemand heeft hem vals beschuldigd.”

Zijn vrouw zwijgt. Zij kijkt star voor zich uit met grote lege ogen. Hij gaat door. Hij praat snel en nadrukkelijk. Overtuigend. “Er kwam een man langs het dorp. Een journalist. We kenden hem niet. Hij heeft al die dingen verzonnen.”

Ik stel vragen. Waarom zeiden die kinderen dat. Waarom is het schoolhoofd vertrokken. Wie is er nu schoolhoofd. Waar is S. nu. Is de politie hier geweest. Zijn er ook artsen geweest. Ik vraag alles wat maar een aanwijzing kan opleveren. hij geeft vlot en snel zijn antwoorden. Blijft geduldig en vriendelijk lachen.

“Ach, je weet hoe kinderen zijn. S. was naar de stad gegaan. Hij werd meteen gegrepen door 9 politieagenten en vastgezet. Niet lang. Hij was gauw weer vrij. Hij heeft zich zelf aangegeven. Gezegd dat hij onschuldig was, dat zij alles mochten onderzoeken Toen bleek dat alles was verzonnen.”

De vrouw zit nog steeds roerloos. Zij zegt niets. Kijkt star voor zich uit met grote ogen. Het is alsof zij in trance is.

Wij zijn verbaasd. Wij kennen haar al jaren, als een uitbundige, extraverte persoonlijkheid met een harde, welluidende stem. De onbetwiste topactrice in de stukken, die ik in het binnenland produceer met regisseur Tolin Alexander. Haar rollen zijn gewaagd en realistisch. Deze gedweeë, bijna onderdanige N. is nieuw voor ons. Wat is hier aan de hand?

De erven rond de twee onderwijzerswoningen lopen in elkaar over met slechts hier en daar een struikje of een strook gras van het breedbladige type, dat wij beschuitgras noemen. De vijf kinderen van het wnd. schoolhoofd spelen achter het huis, onzichtbaar voor ons. Ik vraag naar het ene zoontje dat ik ken. Ze roept hem. Hij komt groeten. Hij heeft een ondeugend koppie en glipt snel weer weg. De meisjes laten zich niet zien. We horen ze wel lachen en praten. De jongste, een baby van rond een jaar zit bij zijn moeder op schoot.

We komen hier niets te weten. Maar dorpsgenoten hebben andere verhalen. S. zou wel degelijk kleine meisjes hebben lastig gevallen. Echter, toen de dorpsbewoners moesten getuigen zwegen zij.. Durfden zij niets te zeggen of schaamden zij zich? De dorpsbewoner zucht. Hij schudt vertwijfeld zijn hoofd.

Een andere noemt de kleinkinderen van een vrouw, die inmiddels uit het dorp is vertrokken, als slachtoffers. Waarom is zij weggegaan? Zij had een goede positie in het dorp. Was actief in het dorpsleven.

Hij zegt ook dat de kleine meisjes vrijpostig zijn. Zij gingen zondags zelf naar het huis van het schoolhoofd en vielen hem lastig. Maar waarom stuurde S. ze niet weg? Als schoolhoofd heeft hij toch die autoriteit?

Een feit is dat de kinderen in het binnenland tot een bepaalde leeftijd, 8, 9 jaar halfnaakt rondlopen. De meisjes krijgen later een pangi, een omslagdoek om. De jongetjes gaan dan broekjes dragen. Het is even natuurlijk als de blote borsten van de vrouwen. Voor westerse mannen moet het prikkelend zijn; een pedoparadijs hoorde ik het noemen. Nu in Thailand pedofielen geweerd worden, wijken ze gemakkelijk uit naar landen als Suriname. En dan is het binnenland al gauw luilekkerland.

Meester S is nu werkzaam op Bofokule, een ander dorpje een uur varen van Masiakriki waar hij “zeer geliefd“ is, volgens zeggen. De overplaatsing is zijn eigen keuze. Hij wilde alles achter zich laten.

Wat moet ik geloven, wie heeft er gelijk? Wat doet de regering hier tegen? Wat doen de erkende kinderpsychologen en wetenschappers, die kinderbescherming hoog in het vaandel hebben? Is dit uitputtend onderzocht door de presidentiele werkgroep die het kind optimaal zal beschermen? Wat doen de uit het binnenland afkomstige ministers en Assembléeleden hier tegen? Is dit een gewetenskwestie die in de doofpot is beland?

John Lie A Fo – De Haïtiaanse restavec-kindertjes

In zijn krachtige en impulsieve stijl schildert John Lie A Fo over het thema dat hem tegenwoordig bezighoudt. De restavec oftewel kindslaven van Haïti. Het woord restavec is afgeleid van het Franse ‘reste avec’, en betekent in het Creole ook letterlijk ‘blijven met’. De term wordt in de rest van de wereld geassocieerd met een soort van moderne slavernij. Restavecs zijn jonge kinderen die door hun eigen ouders soms verkocht, maar meestal gewoon worden weggegeven aan familieleden of anderen die er financieel beter vanaf zijn. Deze gewoonte, die in Haïti al jarenlang bestaat heeft zijn oorsprong in de immense armoede waarin het grootste deel van de bevolking zich bevindt. Ouders die hun kinderen afstaan hopen over het algemeen dat hun kinderen in de welvarende huishoudens ten minste beter te eten zullen krijgen en dat ze naar school zullen kunnen gaan. Het tegendeel is echter waar. Het grootste deel van de Haïtiaanse restavec-kindertjes komt in een erbarmelijke situatie van slavernij terecht. Ze werken dag en nacht in de huishoudens, worden vaak misbruikt en mishandeld en worden er maar zelden naar school gestuurd. De werkstukken van Lie A Fo rond dit thema zijn aangrijpende composities waarin het schrijnende leed en de onderdrukking van deze kinderen duidelijk tot uiting komt. De droevige gezichtjes, de afstraffende hand van de meesters en korte teksten op het doek vertellen een triest verhaal. De grote aardbeving die recentelijk een enorme verwoesting op het eiland heeft achtergelaten en vele kinderen tot wees heeft gemaakt, zal er naar verwachting voor zorgen dat het aantal restavec gevallen, dat al verontrustend hoog is, enorm zal toenemen.

Te zien op de Nationale Kunstbeurs Suriname.

[bericht van Readytex Art Gallery]

Afbeelding: “Restavec IV”, olie op doek, 100 x 120 cm

Ook misbruik kinderen door paters op Antillen?

Uit onze rubriek “Cultuur van toen en nu”

Het heeft er veel van weg dat het deksel van de beerput is, nu op tal van plaatsen in de wereld gevallen van misbruik van kinderen door paters aan het licht komen. Ook tal van gevallen in Suriname zijn nu bekend geworden; tientallen slachtoffers hebben zich al gemeld bij Bert Smeets, de man die de actiegroep Mea Culpa heeft opgericht. De paus heeft het erevoorzitterschap van deze groep nog niet geaccepteerd. Beroerd is deze hele “affaire” voor de inzamelingsacties voor de restauratie van HET symbool van de Katholieke kerk: de vermolmde kathedraal aan de Henck Arronstraat. Die zal alleen nog verder weg zakken. Op momenten als deze, waarop het onnoemelijke leed van honderden mannen (en vrouwen ook) aan het daglicht komt, wordt duidelijk dat het NIET om individuele gevallen van zondeval gaat, maar om een systeem dat het misbruik legitimeerde: de ene hand wast de andere, de biecht blijft immers het alles afdekkende scherm, en voor wie het vergeten is: de ene priester neemt de andere de biecht af. Aan dit binnenkerkse systeem houdt deze paus natuurlijk ook vast, gezien zijn laatste toespraak tot de misbruikte Ierse voormalige misdienaars. Jammer dat hij zijn preek niet in het Papiamentu afstak. Hoe lang moeten we nu nog wachten voor ook de eerste gevallen op de Antillen naar buiten komen? Dat ook deze puur objectieve vraag zal worden bestempeld als tendentieuze opruiing, geeft al aan hoezeer een verderfelijk systeem het denken van velen heeft aangetast.

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter