blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Ketwaru Effendi

Groot Caraïbisch dichter eindelijk gebloemleesd

Jit Narain – Een mensenkind in niemandsland

Het moest er van komen: nadat bij uitgeverij In de Knipscheer al ruime bloemlezingen waren verschenen van het werk van Caraïbische dichters als Shrinivási, Michael Slory, Bernardo Ashetu, Pierre Lauffer, Elis Juliana en Nydia Ecury is nu ook het werk van de Surinaamse dichter Jit Narain met een bloemlezing bereikbaar geworden.

read on…

In memoriam Ben Mitrasingh

door Effendi N. Ketwaru

Ik las onlangs het bericht dat Ben Mitrasingh is overleden. Ik leerde Ben kennen in Amsterdam waar hij studeerde. Ben was bevriend met mijn vader. In die tijd, begin jaren zeventig, was ons huis in Amsterdam een trefpunt van Surinamers die zich met de kunst verbonden voelden. read on…

Naar de stilte: Shrinivāsi

Herinneringen aan Martinus Haridat Lutchman (geboren op Vaderszorg, Kwatta op 12 december 1925 en overleden te Willemstad, Curaçao op 26 januari 2019).

read on…

Enkele noties in het werk van Jit Narain

door Sharmila Narain

Djietnarainsingh Baldewsing (pseudoniem van Jit Narain) is een nakomeling van Noord-Indiase contractarbeiders, die tussen 1873 en 1916 naar Suriname gehaald werden. Hij werd, als vijfde kind in een gezin van tien, geboren op 7 augustus 1948 te Livorno in het district Wanica. Van zijn vader leerde hij vanaf zijn tiende jaar Hindi schrijven en praten. Hele coupletten mantra’s, heilige hindoe-spreuken, kent hij nog steeds uit het hoofd. read on…

Rahan / Bestaan: Indrukwekkende poëzie van Jit Narain

door Geert Koefoed

Na dertien jaar is er een nieuwe dichtbundel van Jit Narain verschenen, Rahan / Bestaan. Rahan is geen verzameling van op zichzelf staande gedichten, maar een cyclus: een reeks gedichten in een vaste volgorde, waarin één thema uitgewerkt wordt of één verhaal verteld. read on…

Leenwoorden in het Sarnámi en het Hindi

door Bris(path) Mahabier

1 Enkele opmerkingen over het Sarnámi

Niet het Hindi, zoals velen beweren, maar het Sarnámi is de moedertaal van de meeste Surinaamse en Nederlandse Hindoestanen. Vooral árya samáji geleerden uit India, maar ook pandits en parcáraks van Surinaamse bodem hielden de kalkattiyá’s (of kantráki’s), hun kinderen en kleinkinderen voor, dat het Hindi hun moedertaal was en dat ze moreel verplicht waren om deze taal te behouden en te cultiveren. Hindispecialisten en ook de andere medewerkers van het Indian Cultural Centre (ICC) maken gretig gebruik van elke gelegenheid, die hen in Suriname geboden wordt om dit standpunt steeds te herhalen. Deze taalpolitieke opvatting van het ICC is geheel in overeenstemming met de wens van de Indiase regering, maar is vooral voor de strijdbare sarnámisten niet acceptabel. read on…

Noodzaak voor verder onderzoek van het Sarnámi

Verslag in woord en beeld van het Sárnami congres

 

Deze pagina is geheel gewijd aan de vorige week (5/6 mei 2017)  gehouden Sarnámi-conferentie, gehouden in het Universiteits guesthouse in Paramaribo. Moderatoren tijdens de discussies waren Indra Djwalapersad, Radjen Baldew, Bhola Narain en Maurits Hassankhan. Op deze literaire pagina zijn korte verslagen van de gepresenteerde lezingen opgenomen, gemaakt door Sita Patadien [SP] en Hilde Neus [HN]. Er was ook vertier. In de avonduren werden er baithak gana liederen ten gehore gebracht door Kries Ramkhelawan en zijn gezelschap. Op de tweede dag waren er diverse auteurs die voordroegen uit eigen werk. Ook presenteerde de toneelgroep Hasti Masti onder leiding van Shanti Matai een sketch die mooi aansloot bij het thema van de conferentie: grootouders die moeite hebben om te communiceren met hun kleinzoon, omdat die het Sarnámi niet spreekt. Vastlegging en overdracht is belangrijk bij het voortbestaan van een taal. Voor het Sarnámi is de prognose positief en deze conferentie draagt daar zeker aan bij. Alle foto’s: Michiel van Kempen. read on…

De betekenis van Nauyuga voor het verdere leven en carrière

door Bris Mahabier en Naushad Boedhoe

 

In dit hoofdstuk zal in kort bestek worden geschetst wat de betekenis van de vereniging Nauyuga is geweest in het verdere leven en de carrièreontwikkeling van haar oud-leden. Wat hebben oud-leden in Nauyuga geleerd, hoe hebben de in verenigingsverband opgedane kennis en vaardigheden een rol gespeeld in hun leven en carrière en welke vriendschappen en andere relaties heeft Nauyuga opgeleverd? read on…

Dieren in de Surinaamse kinderliteratuur: info voor jeugdbegeleiders

 

door Els Moor

Kinderen hebben over het algemeen belangstelling voor dieren. Ze vinden het dan ook fijn om verhalen over dieren te horen of om er boeken over te lezen en de plaatjes te bekijken. In ons land met zijn rijke natuur leven veel-veel dieren, van verschillende soorten. Wilde dieren in het bos, maar ook tamme bij mensen. Er zijn verhalen over dieren van vroeger, zoals over Kantjil en Anansi, maar kinderboekenschrijvers van nu hebben zelf verhalen verzonnen waarin dieren een belangrijke rol spelen, of boeken met illustraties zodat kinderen de verschillende dieren leren kennen. We geven hieronder een overzicht van kinderboeken waarin dieren belangrijk zijn. Dat zijn er heel wat, maar vanwege de ruimte moeten we een keuze maken.
– ANANSI
Er zijn rijk geïllustreerde boeken met de oude anansitori. Het bekendste: Het grote Anansiboek van Johan Ferrier met tekeningen van Noni Lichtveld, bezorgd door uitgeverij Conserve in 2010. Hierin zijn de verhalen opgetekend zoals Ferrier ze voor de Nederlandse televisie vertelde. Noni Lichtveld heeft ook zelf een anansiboek gemaakt, Anansi de spin weeft zich een web om de wereld, de tweede editie is uitgegeven bij VACO in 2012. Er zijn redelijk veel anansiboekjes waarvan het verhaal verzonnen is door de schrijver. Van Ismene Krishnadath: Nieuwe streken van koniman Anansi (1989) en Bruine bonen met zoutvlees (1992). Moderne verhalen die aansluiten bij die moeilijke tijd van schaarste en de Binnenlandse Oorlog. Anansi moet alsmaar streken bedenken om zichzelf en zijn gezin te redden. Ook Marylin Simons heeft een grappig anansiboekje, Anansi Dala (PCOS, 2004), dat goed past bij de moderne tijd, waarin zoveel mensen altijd op geld uit zijn, op wat voor manier dan ook.
– KENNIS OVER DIEREN
Op een leuke manier kennis verwerven over verschillende dieren is een doel dat Wim Veer en Gerrit Barron nastreven met hun dierenboekjes. Van Wim Veer is de serie fotoboekjes over verschillende dieren, met een verhaaltje waarin veel info over het betreffende dier: tjamba de raaf; misi powisi; modo todo; kwibus de ibis; awari en de kip; het doksje dat niet wilde zwemmen en Wat vliegt daar? Vogels rond het huis (uitgegeven in eigen beheer met prachtige fotos.)
En van Gerrit Barron: Titri en Toto over twee jonge vogeltjes, met als thema zelfstandig worden, en zijn serie uit de jaren 90 over allerlei dieren, zoals Een korjaal vol dieren en Een sloot vol vissen.
Rupsje Regenboog van Indra Hu geeft op een beeldende manier in een verhalend gedicht weer hoe Rupsje Regenboog zich ontwikkelt tot een prachtige vlinder. Het verhaal kan kinderen aan het denken zetten: Rupsje wordt een mooie vlinder… wat word ík later?
– DIEREN IN HET BOS
Een leerrijk thema. Monique Pool heeft op dit gebied een prachtig experiment uitgevoerd. Carlize gaat naar het bos/… goes to the forest. Op verschillende manieren kunnen kinderen kennis nemen van de inhoud: het boek heeft alleen beeldende illustraties van Chad Abdoellah en er is een bijbehorende cd waarop Helen Kamperveen het verhaal vertelt. De kinderen kunnen aan de hand van de platen eerst hun eigen verhaal maken en dan luisteren naar dat van Monique Pool. Veelzijdig dus. We geven hier het verhaal niet: ga eerst kijken! Het boek is nog volop verkrijgbaar! Met Kwata op reis(2010) van de stichting Klimop, laat kennismaken met veel dieren. Vanuit het bos gaat de aap Kwata met zijn vrienden per korjaal naar de zee. Ze ontmoeten andere dieren en beleven avonturen. Spelenderwijs leren de kinderen de dieren kennen, ook door de illustraties van Ginoh Soerodimedjo. Aanbevolen!
Illustratie van Goenoh Soerodimedjo uit Met Kwata op reis
– DIEREN EN HET MILIEU
Een belangrijk en kritisch thema dat gelukkig niet aan de jongeren voorbijgaat. Avontuur bij de grote rivier is van Natasia Agard en verscheen in 2008 (in eigen beheer). Het onderwerp: de gevaren die het bos bedreigen door activiteiten van mensen – zoals goudzoekers – met de bedoeling veel geld te verdienen. Het einde van het verhaal is verrassend: dieren van alle soorten werken samen om het bos te redden. Samen bedreigen ze de mens-mannen die de rivier vervuild hebben met hun goudzoekersactiviteiten. Die mannen rennen dan doodsbang naar hun boten en geen dier heeft ze ooit teruggezien. Een boek dat op scholen thuishoort, waar de leerlingen en leerkrachten er samen over kunnen praten!
Cobi Pengel stelt deze thematiek aan de orde in enkele van haar verhalen. Wolkje en de groenhartboom bijvoorbeeld is een sprookjesachtig verhaal met een actuele thematiek: de mensen smijten vuil op straat, dat soms vreselijk stinkt, waardoor de mooie groenhartbomen hun bloei verliezen. Het meisje Cynthia dat vlak bij een groenhartboom woont, wordt door die boom uitgenodigd om samen met haar vriendin en het konijntje Wolkje met Mamabon mee te vliegen naar een krutu van bomen met de bedoeling om het probleem op te lossen.
– DIEREN EN MENSEN
Vooral voor jonge kinderen een herkenbaar thema. Honden spelen hierin een belangrijke rol, zoals in Lafu (VACO: derde druk 2007) van Cynthia Mc Leod. Lafu is een hondje en Sita is zijn bazinnetje. Wat beleeft Lafu allemaal in het gezin en in de buurt? Als het een keer kattenbrokjes heeft gegeten uit de bak van de kat, is het bang een kat te worden! Een leuk boekje voor iets meer gevorderde lezertjes (ongeveer klas 2 en 3), ook om thuis zelf te lezen. En dan is er nu een gloednieuw boekje verschenen, Bruno de zwervershond, debuut van Hetty Amat. Bruno zwerft, komt in het dierenasiel terecht en vindt daar zijn baasje weer. Binnenkort gaan we dit boekje bespreken. Er zijn veel boekjes over honden: Eveline Wielzen schreef Dagboek van een straathond met leuke illustraties van Reinier Asmoredjo en grappig geschreven. Marja Themen, onze redacteur van kinderliteratuur, die zelf veel met dieren bezig is, schreef Overpeinzingen uit een Hondenleven…. Ook in de drie delen over Manga, het paard uit Baboenhol van Susan van Dijk-Leefmans met beeldrijke illustraties van Reginald Kartowirjo, lezen we over het leven van een dier bij mensen, een paard op een boerderij. Hoe zij vriendschap sluit met een schaap, gedekt wordt door een paard van een andere boerderij en een veulen krijgt en hoe er in het derde deel feest voor haar gevierd wordt. Leuk om deze boeken te combineren met een uitstapje naar een boerderij, misschien wel naar Manga zelf!
– DIEREN IN FANTASIEVERHALEN
In veel boeken vinden we sprookjesachtige en/of spannende fantasieverhalen waarin dieren een belangrijke rol spelen. Twee toppers uit de Surinaamse kinderboekenwereld: Seriba in de schelp van Ismene Krishnadath dat gaat over het meisje Lilia, op vakantie in Galibi, dat door haar slimmigheid een groot probleem van een verliefd stel – watermeisje Seriba en sekrepatu Warana – oplost, waardoor ze een gelukkig leven tegemoet gaan… en van Effendi N. Ketwaru Rani en de slangenkoning met schitterende tekeningen van de auteur zelf. Die lieve slangenkoning, die Rani bijstaat in haar moeilijke leven met een heks, blijkt een betoverde jongen te zijn. Happy end!
Al deze boeken (er zijn er nog veel meer!) helpen mee om kinderen meer leesplezier te laten krijgen en vooral, als hun begeleiders ze ertoe aanzetten, om naar aanleiding van verhalen over dieren na te denken over wie ze zelf zijn! Ga met uw kinderen naar de boekwinkel!

2013: Shrinivási-jaar

door Effendi N. Ketwaru

Anjali
Dit jaar hebben we extra redenen om te feesten en te gedenken. De belangrijkste gebeurtenis is natuurlijk de bigi-bigi yari: 150 jaar afschaffing slavernij. De hieraan voorafgaande viering van 140 jaar immigratie van de hindostanen is een warming up. Allebei herdenkingen met plichtmatige speeches en lezingen over leed en uitbuiting, afgewisseld met folkloristische presentaties. Minder opvallend en actueler qua tijdspanne is het jubileum van Shrinivási. Tussen zijn eerste dichtbundel (Anjali, 1963) en z’n nieuwste (Hecht en Sterk, 2012) liggen bijna vijftig jaren. Dit is een verbijsterend feit want het gaat niet om losse her en der afgedrukte gedichten maar om daadwerkelijke publicaties in boekvorm.
Wat schrijft een dichter in een halve eeuw? Hoe veranderen zijn denkbeelden, hoe zijn thema’s, hoe zijn toon? En, minder relevant misschien, tot wie richt hij zich, aan wie draagt hij zijn werk op? Het laatste is bij Shrinivási het makkelijkst te traceren. Hij draagt zijn dichtbundels op aan mensen die daadwerkelijk zijn levensgang delen of hebben gedeeld: zijn ouders, zijn ‘lieve beti’s Kamina en Sumintra’, aan jeugdvrienden en klasgenoten en ten slotte aan zijn ‘beminde broers en zuster’, waarmee de cirkel weer rond is.
Maar tussen het plechtige Anjali, de bundel die hij aan zijn ouders opdraagt, en het nederige Hecht en Sterk voor zijn broers en zuster, ligt een wereld van verschil. Er is geen groter contrast dan tussen het formele Hindi in Anjali en het uit de weerbarstige klei gewonnen Sarnámi in Hecht en Sterk. (Qua toonzetting vindt er in de loop der jaren ook een verschuiving plaats maar deze is subtieler: van ootmoed naar deemoed). Terugkomend op het Sarnámi, dit is voor de niet-Sarnámisprekers vaak in het Nederlands vertaald maar het is zelden of nooit duidelijk wat vertaald is en wat origineel is. En soms zijn de Sarnámigedichten veel sterker.
Het openingsgedicht ‘Lotosblad’ uit Hecht en Sterk, is hiervan een bewijs. De lotos is een belangrijk symbool in het hindoeïsme, confucianisme en boeddhisme. Enerzijds staat de lotos voor kosmische vernieuwing en zuiverheid, anderzijds representeert de lotos de bekende symboliek van aarde, water, lucht en vuur: wortels in de aarde, groeit in en door het water, de bladeren gevoed door de lucht en de bloem ontspruit door het vuur van de zon. Tegelijkertijd is er de belangrijke emotionele voorstelling dat hoewel de lotos zijn wortels in de modder heeft, zijn bloem (geest) zuiver is. Het is dan ook nauwelijks verwonderlijk dat Shrinivási, ‘Opgebezemd/ uit de modder’ (‘Deháti/ dorpeling’ in Anjali), op het omslag van Vrijgevig als altijd (1977) een lotos heeft afgebeeld.
De betekenis van de woorden in ‘Lotosblad’ is in het Sarnámi en het Nederlands exact hetzelfde. Het is echter de plaatsing van een enkel woord dat een dramatisch verschil uitmaakt: ‘ná’ (niet). In het Nederlands staat ‘niet’ aan het begin van de regel en in het Sarnámi staat ‘ná’ aan het eind. Metrisch gelezen geef je in de Nederlandse versie eerst iemand een klap op z’n kop en excuseer je je daarna, in het Sarnámi excuseer je je eerst en geeft daarna een klap op de kop. En al is de lotos in beide versies het symbool dat zowel dit leven als een ander leven omvat, in het Sarnámi word je er veel dwingender op gewezen.
Dit is pas hecht en sterk.
  • RSS
  • Facebook
  • Twitter