blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Joubert Sidney

Eric de Brabander presenteerde vijfde roman

Op vrijdag 30 november 2018  hield Eric de Brander zijn vijfde roman, De Vergankelijkheid der Dingen, ten doop in het Amsterdamse Pinto-huis aan de Sint Antoniebreestraat. Feestspreker was Ko van Geemert. Voorafgaand presenteerde Sidney Joubert de Engelstalige editie van Nilda Pinto’s Nanzi-vertellingen en bood het boek aan nazaten van Nilda Pinto aan. De belangstelling was zo groot dat vanavond, zaterdag 1 december, nogmaals een presentatie op dezelfde plek plaatsvindt, nu met Jan Brokken en Bob Pinedo. Een beeldverslag van Michiel van Kempen. read on…

De flonkering van het Papiamentu

De rubriek Herlezen vraagt aandacht voor boeken die langer geleden zijn verschenen en de moeite van het herlezen waard zijn. Suggesties? Laat het ons weten via ons emailadres.Vandaag een stuk over De kleur van mijn eiland van Aart G. Broek, Sidney M. Joubert en Lucille Berry-Haseth uit 2006.

 

door Michiel van Kempen

‘Voor degenen die de echte tambú gekend hebben, moet het een trieste zaak zijn de hedendaagse tambú te zien opvoeren door de jonge folkloristische groepen. Een tambú waar de man nu constant met opgeheven armen achter de vrouw aandanst totdat hij haar zo dicht nadert, dat zij hem een kontstoot geeft.’ Dat schreef de Curaçaose dichter Elis Juliana in 1983. Hij had het over de bekendste traditionele dans van de Nederlandse Antillen, maar het citaat geeft de hele ontwikkelingsproblematiek van de Antillen in een notendop: van de taal (het Papiamentu), van de cultuur in brede zin, van de hele samenlevingsvorm van de drie Benedenwindse eilanden Aruba, Bonaire en Curaçao. Waar komen wij vandaan? wat kennen wij van die traditie?, wat is ervan overgebleven?, wat geven we op als we als minuscule samenlevingen meegaan in de vaart der grote volkeren? Hoe verhoudt zich de eilandelijke cultuur tot de Nederlandstalige van het Koninkrijk der Nederlanden en de machtige Spaanstalige van het nabijgelegen Zuid-Amerikaanse continent? Het zijn altijd kernvragen geweest van de Benedenwinders en nu, anno 2006, op de drempel van nieuwe belangrijke staatkundige hervormingen, zijn die vragen niet minder klemmend dan ooit ervoor. read on…

Voortdurende belofte (3)

Verslag van een verblijf op Curaçao van 9 tot 28 april 2016

door Willem van Lit

III.
“Invitashon Premio Joseph Sickman Corsen. Biliotheka Nashonal Kórsou Frank Martinus Arion”.
Zaterdag 23 april. Marjan en ik waren uitgenodigd voor de uitreiken van de prijs, genoemd naar Jo Corsen, de schrijver van het eerste Papiamentstalige gedicht ‘Atardi’. Dit gedicht luidde ruim honderd jaar geleden het literair ontwaken in van de creolentaal, die op de drie benedenwindse eilanden wordt gesproken. read on…

Premio Joseph Sickman Corsen

De Openbare Bibliotheek Frank Martinus Arion, Willemstad, Curaçao, heeft een prijs ingesteld: de Joseph Sickman Corsen-prijs voor Lingwístika, Literatura i Produkshon (taalkunde, literatuur en productie/verzorging/regie). read on…

Autobiografische schets van Antoine Maduro

Over het leven van Antoine J. Maduro

Op de dag van zijn tachtigste verjaardag schrijft Antoine Maduro dat zijn autobiografische aantekeningen wellicht kunnen dienen als raad voor onze jongeren -want ‘Wie niet hoort naar goede raad, beklaagt het te laat.’ Hij schrijft aan Daphne M. van Schendel-Labega die hem een paar jaar eerder om deze eigen levensbeschrijving had gevraagd. read on…

Wie niet hoort naar goede raad, beklaagt het te laat

Over het leven van Antoine J. Maduro

Op de dag van zijn tachtigste verjaardag schrijft Antoine Maduro dat zijn autobiografische aantekeningen wellicht kunnen dienen als raad voor onze jongeren -want, zie titel. Hij schrijft aan Daphne M. van Schendel-Labega die hem een paar jaar eerder om deze eigen levensbeschrijving had gevraagd. Beide mensen zijn inmiddels niet meer onder de levenden, maar nu is het moment dan aangebroken dat het autobiografisch relaas in boekvorm is verschenen, een zeer belangrijk document humain, dankzij de enorme inspanning van Sidney Joubert van Fundashon Instituto Raúl Römer. read on…

Van Indianen en Arubanen (1)

door Fred de Haas

Wie kennis wil nemen van de Curaçaose en Arubaanse literatuur kan tegenwoordig beschikken over een aantal zeer lezenswaardige naslagwerken:  van Anton G. M. Claassen De navelstreng van mijn taal (1992);  van Wim Rutgers Beneden en Boven de wind (1996);  van Aart G. Broek – in samenwerking met Lucille Berry-Haseth, Sidney M. Joubert en anderen – De kleur van mijn eiland (2006), verschenen in het Papiaments onder de titel Pa saka Kara (1998);  van Henry Habibe Aruba in literair perspectief (2015).Wat opvalt is dat de auteurs van bovenstaande boeken de inhoud ervan elk op een andere manier omschrijven. read on…

Wereldpoëzie uit Aruba

Nydia Ecury – Een droom die ik heb
door Levity Peters
Nydia Ecury. Portret door Nicolaas Porter
In mijn kast heb ik een plekje voor dichtbundels die ik regelmatig en graag inkijk. Niet alleen Kavafis, Roethke, Walcott, Tranströmer en Jellema, ook D.H. Lawrence, Peter Spaan, Gerrit Bakker, Nachoem Wijnberg en Juliën Holtrigter hebben daar hun plekje, naast vele anderen. Het is mijn plank van ‘Altijd Raak’. Daar komt ook de bundel Een droom die ik heb van Nydia Ecury te staan. Het is niet de onderwerpkeuze waardoor ik zo’n goed gevoel krijg van haar poëzie, noch de taalacrobatiek; het is de echtheid ervan.
Echtheid; hoe subjectief is dat! Volgens een goede vriend van me is het allemaal een kwestie van smaak. Maar al houd ik niet van de poëzie van Lucebert, ik kan wel zien dat hij een van onze grote dichters is. Groter dan Richard Minne die ik graag lees. Rilke was een groot dichter, maar ik heb de pest aan hem. Geef mij T.S. Eliot maar. Enz. Het blijkt dus toch te gaan om het plezier waarmee je iemand, door wat dan ook beïnvloed, kunt lezen.
En ‘echt’ voelt poëzie die aan jouw leven raakt.
Wanneer ik zoek naar een mooie strofe van Ecury, dan is er niet een die er uitspringt. Dit is geen virtuoze poëzie, maar toch, kom er eens om:
(…)
Zo koud, je lichaam.
In mijn wens,
onvervuld, blijf je
warm en aanwezig,
zoals later misschien
ik zal zijn
in de wensen
van hen
die ik dacht
grenzeloos
te hebben liefgehad.
(uit: De cirkel)
Zulke volmaakte, eenvoudige poëzie, in die volgorde: volmaakte eenvoudige poëzie, waarom is die zo zeldzaam? Omdat zulke poëzie niet gemaakt wordt, maar geboren. Nydia Ecury had haar hart op de tong, en de taal leefde in haar hart; anders kan ik het levende van haar gedichten niet verklaren. Behalve met nog iets: Liefde. Wat mij het meeste raakt is de warmte waarmee elk gedicht geladen is. Ook het verdrietigste. Het zijn de gedichten van een vrouw die sterk genoeg was om haar zwakheid te kunnen blootgeven; dat gaat verder dan aanvaarden.
Zoet bekkie
Ik weet,
het is gelogen.
Ik weet,
het is een grap,
Maar mijn ogen
bleven glanzen
en ik proefde
sesamsnoepjes
in mijn mond,
toen jij het allang
vergeten was.
Tederheid,
zoet bekkie,
bijna had je me
ten val gebracht.
Dit is typisch een van de gedichtjes die mij zo’n goed gevoel geven. Je hoeft geen vrouw te zijn om je te realiseren hoe heerlijk het gevoel is dat een flirt je kan geven, en des te groter de voldoening wanneer je er niet voor gevallen bent; het gevoel blijft als de nasmaak van een lekker snoepje.
Het volgende gedichtje raakte mij ook op een andere manier. In de in alle opzichten interessante inleiding van Sidney Joubert las ik dat haar laatste jaren werden gekenmerkt door een steeds duidelijker optredende dementie, waardoor zij op het laatst niet meer kon communiceren met haar dierbaren.
Zoekpartij
Ik denk dat ik misschien
oud begin te worden.
Het hoeft niet in de krant,
maar spullen hier in huis
krijgen telkens voetjes.
En zoeken maar!
Ik vind ze wel terug,
na dagen,
her en der,
als ik ze allang
niet meer nodig heb.
Hoe komt het toch, dat er aan ingewikkelde taalconstructies, aan cryptische metaforen, of aan keurige traditionele dichtvormen, met andere woorden: aan het formele aspect van de poëzie, dikwijls meer waarde wordt gehecht dan aan de levende poëzie die zonder bijzondere ingrepen of fratsen kan? Een kind kan de was doen, lijkt het, maar waarom is ze dan zo zeldzaam?
Ik vond zomaar
een vogel die
morsdood
op mijn veranda lag.
Poten als stokjes
wezen omhoog
alsof hij wilde rusten
tegen de wolken aan.
(uit: Pauze)
In al haar gedichten schrijft Ecury over zichzelf in verhouding tot haar wereld; zij geeft ons haar wereld, met inbegrip van zichzelf. Zij maakt zichzelf niet tot middelpunt, maar een onderdeel van het leven waar zij vat op probeert te krijgen. Zij doet dat met humor, wat ook alweer een teken is van een trefzeker gevoel voor verhoudingen. En opvallend helder.
Het wonderlijkste van haar poëzie vind ik dat je haar kunt blijven lezen; ze bevat blijkbaar dat mysterieuze aspect dat je keer op keer tot je wilt nemen, ook al ken je de gedichten van buiten. Het is, om Nijhoff te parafraseren, alsof je meer leest dan er staat.
23 gedichten?! Het is niet veel. Te weinig bijna. De bundel bestaat uit twee delen; het eerste deel bevat de Nederlandse vertalingen die Esther Jansma met medewerking van Ecury gemaakt heeft, en die de dichteres als zelfstandige gedichten beschouwde, het tweede deel bevat de Papiamentse originelen. Bij elkaar is het nog heel wat. Maar al was de bundel de helft dunner geweest, dan nog was hij de aanschaf waard. Sommige strofen lijken geschreven om zich voorgoed in je dagelijks leven te nestelen:
(…)
O, gottegot!
Als ik kon ophouden met huilen
zou ik me te barsten lachen!
(uit: Ruïne)
***
Nydia Ecury (1926-2012), op Aruba ge­boren uit een donkere vader en een blanke moeder, ging op haar dertigste op Curaçao wonen, waar zij ook overleed. Aanvankelijk was zij actief in het onderwijs als leraar Engels en Papiaments en werkzaam bij het Departement van Onderwijs. Zij maakte naam aan het toneel als mede­oprichtster van de toneelgroep Thalia, als ac­trice en regisseuse en vooral als cabaretière met haar ‘one woman show’ Luna di papel (papieren maan).
Als dichter debuteerde zij in 1972 in het Papiaments. Al­leen haar vierde bundel kwam tweetalig uit in het Papiaments en het Engels. Haar zesde en laatste bundel dateert van 2003. Voor Een droom die ik heb, haar eerste bundel in het Nederlands, putte Ecury uit al haar eerder verschenen bundels.
Nydia Ecury
Een droom die ik heb
Uitgever: In de Knipscheer
Jaar: 2013
ISBN: 9789062658428
Prijs: € 17,50
80 blz.
[van Meander, literair e-zine, 18 februari 2014]

Poema na papiamentu di Lucille Berry-Haseth

Lucille Berry-Haseth. Foto © Michiel van Kempen

Invitashon

Algun famia i amigu di Lucille ta invitá bo pa un programa kultural festive ku presentashon di Enkuentro Ontmoeting, un selekshon di poema na papiamentu di Lucille Berry-Haseth i nan tradukshon na hulandes di Fred de Haas, ku ilustrashon na koló di José Maria Capricorne,
djadumingu mainta 18 di ougùstùs 2013,  10.00 or – 11.30 or,

den sala grandi di Cultureel Centrum Curaçao, Koninginnelaan, Emmastad
letra: Bernadette Heiligers, Sidney Joubert,
Eliane Haseth i Lucille
baile: Rudsel D’Antonia
muzik: Wim Statius Muller
buki na benta na preis spesial

Sidney Joubert

Portret van de Curaçaose vertaler en Papiamentu-vorser Sidney Joubert, gemaakt door de in Suriname werkzame fotograaf Nicolaas Porter. Nr. 162 in de reeks fotoportretten die Porter in opdracht van de Werkgroep Caraïbische Letteren maakt. Klik op afbeelding voor groter formaat. Voor informatie kunt U mailen naar: nicolaasporter@hotmail.com. Wie de hele reeks wil zien kan hieronder klikken op het label Werkgroepportretten.

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter