blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Jones Guno

Antonlogie

door Jerry Dewnarain

The Black Archives, de Anton de Kom-stichting en uitgeverij Atlas-Contact besloten in 2020 een schrijfwedstrijd te organiseren waarbij het gedachtegoed van De Kom de kern vormt. Elders in deze rubriek verwijs ik u naar meer informatie over het leven en werk van De Kom. Zijn werk is nog even actueel als in de dertiger jaren van de vorige eeuw.

read on…

Het Amsterdam-onderzoek: De Slavernij in Oost en West

door Hilde Neus

In dit mooi uitgevoerde boek, met subsidie van de stad Amsterdam tot stand gekomen, heeft een veelvoud van  auteurs stukken aangeleverd die onder redactie van vier deskundigen (Pepijn Brandon, Guno Jones, Nancy Jouwe en Matthias van Rossum) zijn opgenomen. Op deze pagina zullen we door het boek gaan en vooral de artikelen die relevant zijn voor Suriname extra belichten.

read on…

Antonlogie bundelt winnaars eerste Anton de Kom-schrijfwedstrijd

Op 15 oktober 2021 is bekend gemaakt dat Liang de Beer en Rudya Melim de winnaars zijn van de eerste Anton de Kom-schrijfwedstrijd, georganiseerd door The Black Archives, Stichting Anton de Kom en uitgeverij Atlas Contact.

read on…

De slavernij in Oost en West

Amsterdam en de slavernij in Oost en West

Driehonderd jaar lang was de stad Amsterdam een speler in de slavenhandel en slavernij in de Oost en West. Maar welke politieke en persoonlijke rol hadden de bestuurders van de stad daar eigenlijk bij? In hoeverre beïnvloedde de slavernij de ontwikkeling van Amsterdam en zijn inwoners? En wat voor invloed hadden de keuzes van Amsterdamse bestuurders op de levens van de honderdduizenden tot slaaf gemaakte mensen in Amerika, Afrika en Azië? En tot slot: werkt dit verleden vandaag de dag nog door in de stad?

read on…

Na de zweep de welvaart

Nieuw onderzoek naar de Atlantische slavenhandel toont dat de impact op de Nederlandse economie allerminst marginaal was. Een mijlpaal volgens onderzoekers. En belangrijk: zonder activisten was dit niet onderzocht.

door Niels Matthijsen read on…

Ongemakkelijke relaties

Op zondag 25 oktober 2015 vond in het Tropenmuseum het debat Ongemakkelijke relaties in het kader van het Suriname – Nederland 40 jaar later weekend plaats. De debatten gingen over de ongemakkelijke relaties in de politiek, cultuur en economie en leverde weer veel stof tot overdenking en reflectie. Zoals altijd was er weinig tijd voor debat met de zaal maar kon er in de aansluitende borrel nog goed nagepraat worden. Een fotoreportage van Peter Sanches. read on…

Slavernij in internationaal vergelijkend perspectief: een verkenning

Op dinsdag 15 september 2015 organiseert het Netwerk Slavernijverleden Amsterdam: Wetenschappelijk Onderzoek en Erfgoed (VU-CLUE+) het symposium Slavernij in internationaal vergelijkend perspectief: een verkenning. read on…

Dutch racism

Platform for Postcolonial Readings
The 15thmeeting of the Platform for Postcolonial Readings is dedicated to the new book Dutch Racism (Rodopi 2014), a timely intervention in a very polarised and often simplifying debate, edited by Philomena Essed (Professor of Critical Race, Gender and Leadership Studies, Antioch University) and Isabel Hoving (associate professor Film and Literary Studies and Diversity Officer, Leiden University).
This book is the first of its kind to present a comprehensive picture of the nature of (often-denied) Dutch racism. An interdisciplinary group of contributors carefully unfolds the legacy of racism in the Netherlands and the (former) colonies. They demonstrate how Dutch racism operates within and beyond the national borders, how it is shaped by European and global influences, and in what ways intersects with other systems of domination. Topics include colonial histories revisited, Afrikaner settler racism, everyday antisemitism and islamophobia, racism and interaction at work, contemporary novels, government policy, the integration exam, the psychology of racism in public debates, and 21th century resistance.
 
During the Platform meeting we will predominantly focus on the following questions:
×          what is specific to Dutch racism,
×          what contributes to its complexity, and
×          why is racism so intensely contested in the Netherlands?
 
We have invited Gloria Wekker (Utrecht University) and Guno Jones (Free University Amsterdam), contributors to the volume, to respond to these questions, taking their own contributions as a starting point for the presentation of their insights and opinions. The editors will moderate the meeting and guide us through this precarious and heavily contested field. In the discussions that follow the contributors’ presentations, comparative attention will be paid to racism in Belgium and beyond.
 
The meeting takes place at the Tropenmuseum, where the fascinating exhibition Zwart & Wit addresses similar topics and themes. We strongly recommend participants to visit this exhibition previous to the Platform meeting.
The meeting is open for all researchers, Research Master and PhD students working in the field of postcolonial studies and for all others interested in the topic of Dutch Racism. Please register with Eloe Kingma of NICA/OSL (nica-fgw@uva.nl). On request you can receive the introduction of Dutch Racism as preparatory reading.
Friday, 21 February 2014, 2-5 PM
Venue: Kenniscentrum Tropenmuseum, Linnaeusstraat 2, Amsterdam
The programme starts at 2PM sharp. Doors open at 1.30PM. Drinks afterwards.
The fee of 12,50 includes entrance to the museum and to the exhibition Zwart & Wit. (For reductions see: www.tropenmuseum.nl; free entrance with Museum Card).
Organizers: Elisabeth Bekers (VUB), Sarah De Mul (OU), Isabel Hoving (UL), Liesbeth Minnaard (UL), in collaboration with Nancy Jouwe (Kosmopolis Utrecht), Philomena Essed (Antioch U) and the Tropenmuseum Amsterdam.

 

Surinamers in WO II: geen eenduidige strijd

Surinamers in Kijkduin, winter 1946. Collectie William Watson

 

door Guno Jones
In Teken en zie de Wereld heeft Jules Rijssen de herinneringen van oorlogsveteranen uit Suriname aan de vergetelheid ontrukt. Op basis van Oral History heeft de auteur bloot weten te leggen hoe deze veteranen, 31 mannen en zes vrouwen, betekenis hebben gehecht aan de Tweede Wereldoorlog. Eerder historiografisch werk heeft al in kaart gebracht dat militairen uit het toenmalige ‘rijksdeel’ Suriname in uiteenlopende geografische gebieden en functies bij de Tweede Wereldoorlog betrokken zijn geweest: als schutter of stads- en landwacht (in Suriname), als marinier en gunner, in het verzet in Nederland, als militair in Nederland en Europa, als verpleegkundige en in de strijd tegen het Japanse leger. Het vernieuwende karakter van dit boek is dat Rijssen een ‘geschiedenis in herinneringen’ in kaart heeft gebracht, door de veteranen zelf aan het woord te laten (p.11-12).
Deze rijk geïllustreerde studie laat zien waarom de gangbare kennisvorming over de Tweede Wereldoorlog en dekolonisatie tekortschiet. In de historiografie is sprake van schotten, waarin de geschiedenis van Nederland en de (voormalige) kolonies Suriname, de Nederlandse Antillen en ‘Nederlands-Indië’/Indonesië afzonderlijk worden beschreven. Teken en zie de wereld toont daarentegen de verwevenheid van Nederland en wat in het koloniale discours ‘de West’ en ‘de Oost’ heette: door bemiddeling van de Nederlandse regering waren militairen uit Suriname, vrouwen zowel als mannen, direct en actief betrokken bij ontwikkelingen in Indonesië, waar ze (vaak) via de VS en Australië heengingen.
Vera Cornelly Tjien Fooh.
Collectie Vera Levens-Tjien Fooh/Museum Suriname
Naast de reikwijdte kan Teken en zie de wereld gelezen worden als een kritiek op een universalisme dat de Tweede Wereldoorlog als een eenduidige strijd van ‘de goede legers’ (de geallieerden) tegen het absolute kwaad van de asmogendheden (Duitsland, Italië, Japan) voorstelt. De Surinaamse militairen, destijds Nederlanders, vochten vol overgave tegen het kwaad van de asmogendheden (vooral tegen Japan), maar maakten tegelijkertijd op indringende wijze kennis met het onrecht aan geallieerde kant, zoals kolonialisme, racisme en seksisme. Ze waren als ‘rijksgenoten’ én gekoloniseerden bij de Tweede Wereldoorlog betrokken; Juist die double consciousness (een concept waarmee W.E.B. Dubois verwijst naar de historische ervaringen van zwarte Amerikanen) brengt in dit boek een parallelle geschiedenis aan het licht en daarmee andere sociale, morele en politieke betekenissen van de Tweede Wereldoorlog. Nog beter is om (op z’n minst) te spreken over ‘parallelle geschiedenissen’ gelet op de uiteenlopende herinneringen van mannen en vrouwen.
De Prinses Irenebrigade trekt Utrecht binnen; op de bok een Surinamer.
Foto www.prinsesirenebrigade.nl
Die parallelle geschiedenissen komen in Teken en zie de wereld tot uiting in de ervaringen van de veteranen in de verschillende fases van hun inzet tijdens en na de Tweede Wereldoorlog. Bij de Tweede Wereldoorlog denkt men wellicht primair aan een gewapend conflict, maar die oorlog markeerde ook de ‘strijd’ om rolpatronen. Vrouwelijke militairen leerden telegraferen, schieten, exerceren en trucks besturen, banden verwisselen en olie verversen. Publieke activiteiten die destijds als ‘mannelijk’ werden gezien en de betreffende vrouwen soms op afwijzende reacties van mannelijke collega’s kwamen te staan, zoals veterane Esselien Bakrude-Bolwerk meemaakte (p.23). Bij de inzet van verpleegkundigen (die via de VS en Australië naar ‘Nederlands-Indië’ afreisden) was niet zozeer de functie een probleem maar wel de ‘bedreigingen’ van het overschrijden van de heersende fatsoensnormen aangaande vrouwelijke seksualiteit. Zo was het de taak van Theophila D’Hont-Berkenveld om ‘de jonge meiden onbeschadigd af te leveren in Australië’; ze moest, onder meer door middel van bed checks, zorgen dat de meisjes ‘goed’ bleven, wat betekende dat ze moest voorkomen dat ze zwanger raakten (p. 44-45). Een soortgelijke regulering van seksualiteit en voortplanting maakten de mannelijke collega’s niet mee.
Eerste deel van het Geuzenliedboek, waaraan Albert Helman
– actief in het verzet tegen de Duitsers – ook bijdroeg.
‘Onbeschadigd blijven’ betekende voor de mannelijke strijders iets heel anders, omdat ze op een andere wijze dan hun vrouwelijke collega’s in de oorlog gesitueerd waren. Zo werden ze nog voor hun inzet in de Tweede Wereldoorlog geconfronteerd met de segregatie in de VS en de ‘colour bar’ in Australië. De getuigenissen van, in woorden van veteraan August Hermelijn, ‘die verschrikkelijke discriminatie’ (p. 64) tijdens de trainingsperiode in het zuiden van de VS zijn legio onder de veteranen. Ze maakten kennis met segregatie door bordjes ‘coloured only, white only’, waarbij ook hun fysieke veiligheid gevaar liep: ‘Ik heb daar echt racisme ondervonden. Ik kom in een zaal in Mobile, Alabama om iets te kopen […] Die man trekt een pistool en zei: negro, one more step and you are a dead man! (veteraan André Neiden: p. 83). Soortgelijke verhalen vertellen de veteranen over Australië. Veteraan Iwan Dompig: ‘Het eerste wat luitenant De Gooyer tegen ons zei was: gaan jullie niet in de stad, want er is voor jullie als kleurling geen plaats in de stad’ (p. 39). Deze ervaringen onderstrepen dat het sociale onrecht niet alleen bij de asmogendheden plaatsvond, maar − in de vorm van structureel racisme − ook bij de geallieerden. Tezamen met het feit dat Suriname op koloniale wijze werd bestuurd door gouverneur Kielstra hebben ze ongetwijfeld als moreel kompas gefungeerd voor de houding van de Surinaamse militairen in de strijd. Zo vochten ze met volle overgave en succes tegen de Japanse bezetters, maar toen de Nederlandse regering hen na de capitulatie van Japan wilde inzetten in de strijd tegen het Indonesische nationalisme voelden ze zich misleid. Men had ‘getekend voor de strijd tegen de Japanners en niet tegen de Indonesiërs’, zoals Hugo Alberga het stelde (p. 16). Sommigen gaven gehoor aan de orders van de Nederlandse autoriteiten, maar uit veel getuigenissen komt naar voren dat men zich waar mogelijk onttrok aan deze strijd, terwijl enkelen overliepen naar Indonesische zijde. ‘Toen ze zeiden dat we tegen de Javanen moesten vechten, hebben wij geprotesteerd. In Suriname zijn ze onze buren en misschien vecht je tegen hun ouders of familie.’ (veteraan William Watson, p. 120).
Piet Wielemaker en George Spong
op vliegveld Tjililitan bij Batavia. Collectie George Spong

 

Hoewel het, gelet op de uiteenlopende herinneringen aan de rol van de Surinaamse militairen tijdens deze oorlog, de vraag blijft hoe algemeen deze ervaringen zijn rijst niettemin het beeld dat men zich niet senang voelde bij deze missie en dit conflict eerder als een koloniale oorlog dan als politionele acties beschouwde. Overigens wilden ook de Indonesische strijders, op instructie van Soekarno, de Surinaamse militairen (die formeel aan Nederlandse zijde stonden) zoveel mogelijk ontzien. Veteraan Iwan Dompig: ‘Op de bussen en trams hadden de Indonesiërs geschilderd: ‘Awas Orang Suriname, Surinamers oppassen! Deze zaak gaat jullie niet aan! En gelijk hadden ze […]. Zelfs ’s avonds riepen ze op de radio: Ini perkara Blanda poena, het is een gevecht tegen de Hollanders’ (p. 40). De ‘rijksgenoten uit de West’ bevonden zich dus middenin de Indonesische dekolonisatiestrijd en namen in die strijd, in vergelijking met de ‘Hollandse’ militairen, een aparte positie in.
In Teken en zie de Wereld heeft Jules Rijssen kortom ‘een andere kant’ van de Tweede Wereldoorlog en de dekolonisatie van Indonesië laten zien en getoond dat ieder historisch narratief, het heersende niet uitgezonderd, gesitueerd is. Daarmee doet dit boek een beroep op onderzoekers om deze geschiedenissen in breder verband te analyseren en daartoe ‘de bronnen’ opnieuw onder loep te nemen.
Jules Rijssen, Teken en zie de wereld; Oorlogsveteranen in Suriname. Amsterdam: KIT Publishers/Jules Rijssen, 2012. 127 p., isbn 978 94 6022 172 9, prijs € 24,50.
[uit Oso 2012.2]

 

Debat Afscheid van de koloniën

Amusement voor de KNIL-soldaten in Indonesië
Waarom moest Indonesië geleidelijk en Suriname halsoverkop onafhankelijk worden? Waarom waagde Nederland zich op de rand van een oorlog voor het zelfbeschikkingsrecht van de Papoea’s, dat het niet gunde aan Aruba? Waarom eiste Den Haag een volksstemming over de staatkundige toekomst van Nieuw-Guinea en weigerde het die aan Suriname? Zestig jaar al neemt Nederland afscheid van zijn koloniën. Met de opheffing van de Nederlandse Antillen op 10-10-2010 kwam er nog geen eind aan. John Jansen van Galen beschreef de dekolonisaties in de Oost en de West met al hun tegenstrijdigheden, goede voornemens en faliekante gevolgen in Afscheid van de Koloniën.
John Jansen van Galen schreef eerder Kapotte plantage. Een Hollander in Suriname (1995) en Hetenachtsdroom (2000), over het Surinaamse nationalisme.
Dr. Guno Jones, senior onderzoeker verbonden aan het Migration and Diversity Centre (Vrije Universiteit Amsterdam) gaat met hem in debat.
Datum: 2 juni 2013, van 15.00-17.30 uur
Plaats: Vereniging Ons Suriname, Zeeburgerdijk 19-21, Amsterdam
  • RSS
  • Facebook
  • Twitter