blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Jansen Ena

Cynthia Abrahams promoveert op R. Dobru

Op woensdag 24 november 2010 hoopt Cynthia Abrahams-Devid haar proefschrift over R. Dobru te verdedigen aan de Universiteit van Amsterdam. De titel van haar dissertatie luidt Wan bon ˗ Wan Sranan ˗ Wan Pipel; Robin ‘Dobru’ Raveles, Surinamer, dichter, politicus, 1935-1983. Promotor is prof. dr Michiel van Kempen, copromotor prof. dr em. Bert Paasman. De andere leden van de promotiecommissie zijn prof. dr Ena Jansen (Vrije Universiteit en UvA), prof. dr em. Humphrey Lamur (UvA), dr Peter Meel (Universiteit Leiden), prof. dr Jack Menke (Anton de Kom-Universiteit van Suriname), prof. dr Ieme van der Poel (UvA), prof. dr Wim Rutgers (Universiteit van de Nederlandse Antillen) en prof. dr Gloria Wekker (Universiteit Utrecht).

Cynthia Abrahams gaat uitvoerig in op het leven van R. Dobru, diens ontwikkeling als nationalistisch politicus en dichter, en de vele internationale – en dan met name Caraïbische ˗ contacten die hij in de loop der jaren ontwikkelde. De handelseditie van haar proefschrift zal in de loop van 2011 verschijnen bij Rozenberg Publishers.

De openbare promotieplechtigheid vindt plaats in de aula van de Universiteit van Amsterdam,
Singel 411
1012 WN Amsterdam
Aanvangstijd: 13.00 uur precies.
In de directe omgeving van de aula is geen parkeergelegenheid. Vanaf CS komen trams 1, 2 en 5 langs de aula.
.

Cynthia Abrahams, eerste rij in het midden, temidden van haar collega-promovendi in de West-Indische letteren; staand derde van links promotor Van Kempen.

Wikipedia meldt over R. Dobru:
R. Dobru (Paramaribo, 29 maart 1935 – aldaar, 17 november 1983), pseudoniem van Robin Ewald Raveles, was een Surinaams dichter, schrijver en politicus (Statenlid voor de PNR en na 1980 een half jaar onderminister voor Cultuur). Zijn pseudoniem betekent: dubbele R, een verwijzing naar de initialen van zijn voor- en achternaam.

Als dichter en voordrachtskunstenaar was R. Dobru dé representant van het nationalisme, met name met het gedicht ‘Wan’ (de meeste mensen noemen het ‘Wan bon’ – Eén boom) uit zijn debuutbundel Matapi [Cassavepers] (1965), een gedicht dat door zijn eenvoudige woordkeus en structuur gemakkelijk gememoriseerd kan worden en dat veel Surinamers dan ook van buiten kennen. Het werd in veel talen vertaald. Dobru stimuleerde velen tot schrijven in het Sranan en Surinaams-Nederlands en werd door velen nagevolgd. Hij was redactielid van het tijdschrift Moetete (1968-69). Zijn proza in Wasoema [Wasvrouw] verzamelde schetsen uit het leven op een erf van Paramaribo (1967), De plee (wc) en andere verhalen (1968) en de korte roman Oema soso [Enkel de vrouw] (1968) is levendig, maar lijdt aan een teveel aan gepreek. Zijn politieke mémoires verschenen in 1969: Wan monki fri [Een stukje bevrijding]. Hij schreef voorts twee Surinaamse keukenmeidenromans zoals Bos mi esesi [Omhels me snel] die vooral belangrijk zijn om hun levendig Surinaams-Nederlands en een bundel Anansi-Tori [Spinvertellingen] (1979). Zijn poëzie heeft in de vroege jaren enkele zuivere gedichten opgeleverd, maar verviel meer en meer in het afwikkelen van een recept. Hij speelde in op de politieke actualiteit, bijvoorbeeld met het gedicht ‘Gooi een stoel’ toen er op 11 juni 1979 in de Staten van Suriname een vechtpartij uitbrak waarbij er met stoelen werd gesmeten. De invloed van Cuba, Mao en Kim Il Sung leverden de laatste jaren enkel nog politiek getinte publicaties op.

Dobru schreef altijd over twee vaste thema’s: liefde en revolutie. Met de coup van 1980 ging hij enthousiast mee en hij werd op handen gedragen. Van militaire wandaden nam hij nooit afstand. Zijn beste gedichten werden bijeengebracht in Boodschappen uit de zon (1982). Postuum werd hem in 1989 de Gouden Ster van de Revolutie toegekend. In 2006 kreeg hij, eveneens postuum, de Gaanman Gazon Matodja Award.

De R. Dobru-stichting die zijn gedachtegoed levend wil houden, publiceerde een kalender met zijn gedichten, maar liet verder zelden iets van zich horen. In 2006 liet Yvonne Raveles-Resida, weduwe van R. Dobru en voorzitter van de stichting, aan de Nederlandse ambassade weten dat hun verzoek om een gedicht van R. Dobru ter verfraaiing op het hek te mogen aanbrengen niet werd gehonoreerd vanwege de slechte behandeling van Surinaamse staatsburgers in Nederland.
.

De Dobrustraat in de Paramaribose wijk Tourtonne, foto @ Michiel van Kempen

De vreemdeling in de literatuur

De Illustere School van de Universiteit van Amsterdam start een reeks openbaar toegankelijke hoorcolleges rond het thema ‘Het beeld van de vreemdeling in de Nederlandse literatuur’. In deze reeks behandelen hoogleraren van de UvA aan de hand van literaire fragmenten een aantal beelden van vreemdelingen in de literatuur door de tijden heen. Hierbij wordt ook ingezoomd op de literatuur van de voormalige koloniën van Nederland, op Zuid-Afrika, Oost en West-Indië.

.

Eeuwenlang figureert de vreemdeling in de Nederlandse literatuur als tegenpool van de eigen beschavingsidealen. De christelijk geïnspireerde normen en waarden van zelfbeheersing en fatsoen in de Nederlandse samenleving worden geshockeerd in de confrontatie met de letterlijk naakte inboorling. Aan Afrikaanse inboorlingen, maar ook aan Oosterse volkeren worden tegengestelde waarden van promiscuïteit, wraaklust en jaloezie toegekend. Maar tegelijkertijd is er ook het beeld van de zuiverheid. De verre vreemdeling is ongeschonden door een decadente beschaving en niet gecorrumpeerd door de waanwijze dorst naar kennis die de mens uit het paradijs verdreven heeft. Pas door de echte confrontatie met vreemdelingen ontstaat er een genuanceerder beeld van de ander in de literatuur. Maar het karikaturale is vaak ook overheersend: in de beschrijving van Jerolimo, de Spaanse Brabander, bij Bredero bijvoorbeeld, of in de beschrijving van de familie Kegge in de Camera Obscura van Beets. Ook in de moderne literatuur is de vreemdeling aanwezig: als allochtoon schrijver die zijn beeld van Nederland geeft – of als type, zoals in de roman Hajar en Daan van Robert Anker of in Suezkade van Jan Siebelink.
Programma
29 september: Beelden van Suriname, de Nederlandse Antillen en Aruba door prof. dr. Michiel van Kempen
6 oktober: De multiculturele Gouden Eeuw door prof. dr. Lia van Gemert
13 oktober: Al het slechte komt uit Frankrijk (1800-1880) door prof. dr. Marita Mathijsen
27 oktober: Nederlandse reizigers over Zuid-Afrikanen van 1652 tot nu door prof. dr. Ena Jansen
3 november: Literaire barbaren in Middeleeuwen en vroegmoderne tijd door prof. dr. Herman Pleij
10 november: Beelden van Indië door prof. dr. Bert Paasman
17 november: Terugschrijven: allochtone schrijvers in Nederland door prof. dr. Bert Paasman

 

Docenten
Prof. dr. H. (Herman) Pleij was vanaf 1981 hoogleraar Historische Nederlandse letterkunde aan de UvA. Dit jaar ging hij met emeritaat. Zijn specialisatie is volksliteratuur en -cultuur, toneel, de rederijkers en de betekenis van de vroege drukpers in de 15e en 16e eeuw.

 

Prof. dr. E.M.P. (Lia) van Gemert is sinds 1 november 2007 hoogleraar Historische Nederlandse letterkunde aan de UvA. In haar onderzoek staan de dynamiek van het literaire leven en de wisselwerking tussen literatuur en maatschappij in de periode 1500-1850 centraal. Momenteel richt ze zich op het Nederlandse literaire proza van de zeventiende en achttiende eeuw.

 

Prof. dr. Marita Mathijsen is hoogleraar Nederlandse Letterkunde. Zij is gespecialiseerd in de negentiende eeuwse cultuur van Nederland. Over de mentaliteit van de negentiende eeuw schreef zij De gemaskerde eeuw. Studies over literatuur zijn o.a. verzameld in Nederlandse literatuur in de Romantiek. Zij schrijft maandelijks een column in NRC/Handelsblad.

 

Prof. dr. E. (Ena) Jansen heeft gestudeerd aan de University of Stellenbosch (Zuid-Afrika) en promoveerde aan de University of the Witwatersrand. Sinds 2002 is ze bijzonder hoogleraar Zuid-Afrikaanse letterkunde aan de UvA, vanwege de Stichting tot bevordering van de studie van taal, letterkunde, cultuur en geschiedenis van Zuid-Afrika. Hiernaast is zij onder andere gespecialiseerd in egodocumenten.

 

Prof. dr. M.H.G. (Michiel) van Kempen studeerde Nederlandse Taal- en Letterkunde in Nijmegen. Hij promoveerde in 2002 op Een geschiedenis van de Surinaamse literatuur. Hij bestudeert de literatuur en cultuur binnen de Surinamistiek en de Antilleanistiek. Hij is bijzonder hoogleraar West-Indische letteren vanwege de Stichting Instituut ter Bevordering van de Surinamistiek IBS.

 

Prof. dr. A.N.P. (Bert) Paasman (1939) is een Nederlands literatuurwetenschapper en Surinamist, gespecialiseerd in koloniale en postkoloniale literatuur van Nederland. Van 1 september 2001 tot zijn emeritaat op 1 september 2004 was hij bijzonder hoogleraar koloniale en postkoloniale cultuur- en literatuurgeschiedenis vanwege het Indisch Herinneringscentrum ‘Het Indisch Huis’ te ‘s-Gravenhage.

 

Praktische informatie
Data: dinsdagen 29 september, 6, 13, 27 oktober, 3,10 en 17 november 2009
Lokatie: Bungehuis, zaal 420 aan de Spuistraat 210, Amsterdam (alleen de bijeenkomst van 6 oktober is in het PC Hoofthuis, zaal 502, Spuistraat 134)
Tijd: 16.00 – 18.00 uur
Prijs € 150,- / AUV-leden € 135,-Inschrijven kan via het emailadres illustereschool-fgw@uva.nl

Edgar Cairo geëerd in Amsterdam

door Kirsten Dorrestijn

Op 5 september vond in de Openbare Bibliotheek Amsterdam een avond plaats rondom het leven en werk van Edgar Cairo (Paramaribo 1948 – Amsterdam 2000). Uit de grote opkomst bleek wel dat deze schrijver nog volop in de belangstelling staat. Ruim 200 toeschouwers zorgden voor een gevulde zaal. Muziek en videobeelden gecombineerd met voordracht en theaterspel gaven een goed beeld van de schrijver. ‘Cairo was zijn tijd ver vooruit.’

Edgar Cairo is slechts 52 jaar geworden, maar liet een groot oeuvre achter. Het typisch ‘Cairojaanse’ taalgebruik van zijn columns in de Volkskrant deed in de jaren ’70 en ’80 veel stof opwaaien. De mengelmoes van Surinaams-Nederlands doorspekt met eigen vondsten werd heftig bekritiseerd omdat veel Surinaamse lezers het geen correct taalgebruik vonden. Maar tijdens de Caraïbische avond werd vooral benadrukt dat Cairo daarin juist een voorloper was.

De avond opent met een indrukwekkende theatrale bewerking met fragmenten uit Cairo’s teksten, gemaakt door Surinamist Michiel van Kempen en gespeeld door acteur Felix Burleson. Cairo verdedigt zijn (fictieve) proefschrift tegenover vier hoogleraren, gespeeld door vier hoogleraren postkoloniale literatuur: behalve Van Kempen ook Ena Jansen, Pamela Pattynama (door Cairo uitgescholden voor ‘krastaya schuurmeid’) en Bert Paasman (‘u die in uw naam de gristelijkheid met zich meedraagt, uw hersentomtom kan die negerdinges nie vatten!’).

 

 

Lees verder door → hier te klikken

Prof. Bert Paasman speelt prof. Bert Paasman

Bert Paasman, Nederlands eerste hoogleraar koloniale en postkoloniale literatuur, speelt toneel op de Tweede Caraïbische Letterendag, a.s. zaterdag 5 september in de grote zaal van de Openbare Bibliotheek Amsterdam. Hij speelt de rol van… prof. dr Bert Paasman. De hoogleraar van de Universiteit van Amsterdam – inmiddels emeritus – treedt op in Voor de harten van het licht. De teksten van het stuk zijn geschreven door Michiel van Kempen met fragmenten uit het werk van Edgar Cairo. Voor de harten van het licht is een theatrale presentatie rond het werk van Edgar Cairo. Het gedachtegoed en de levensgang van de grote Surinaamse schrijver worden in het stuk tot leven gebracht. Andere medespelers zijn nog drie hoogleraren: Ena Jansen (hoogleraar Zuid-Afrikaanse letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam), Pamela Pattynama (die Paasman opvolgde, zij het met als bijzondere onderzoeksveld de Indische letteren) en Michiel van Kempen (nu aan de Universiteit van Amsterdam belast met de West-Indische Letteren: Suriname, de Nederlandse Antillen en Aruba). De belangrijkste rol echter wordt gespeeld door een professionele acteur: Felix Burleson zet Edgar Cairo op de planken.

Of Burleson de meeste zenuwen zal hebben, moet worden afgewacht. Interessant is wel dat Bert Paasman zelf Edgar Cairo van zeer nabij heeft meegemaakt, toen Cairo in de jaren ’70 student was aan het Instituut voor Neerlandistiek van de Universiteit van Amsterdam. Het waren ervaringen om nooit te vergeten, vooral niet toen Edgar Cairo enkele jaren later in Paasman de baarlijke duivel – didibri srefi! – meende te herkennen. Dus, wie ook de bibberaties krijgt…

Boeren, burgers en buitenlui: gaat dat zien!
Plaats: grote zaal van de Openbare Bibliotheek Amsterdam

Oosterdokskade (naast het centraal Station), Amsterdam
Aanvang: 19.00 uur
Toegang: 10 euro (of met Stadspas enz. 7,50)
Het hele programma (met o.m. Abdelkader Benali, Rappa, Noraly Beyer, Ellen Ombre, muziek van Sky Dive enz. enz.) is te zien door hier te klikken.
  • RSS
  • Facebook
  • Twitter