blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Janga Lionel

Vreemdelingen in het paradijs (13)

door Willem van Lit

Het zoeken naar de vermeende betekenis van geschiedenis in relatie tot de toekomst van een land of eiland gaat door: de rol van helden, herdenken, verzet en strijd. Deze week onder andere met Janga, Drayer, Tula en Balkenende.

De les van het verleden: strijd
17 augustus. Elk jaar wordt op Curaçao de slavenopstand herdacht, die op die dag in 1795 begon.[1] De herdenking draait om de inmiddels legendarische figuur Tula, die de leider was van deze actie. De opstand mislukte en Tula (met zijn medeleiders) zijn op een gruwelijke manier om het leven gebracht. Tula is in 2010 uitgeroepen tot een nationale held op Curaçao en er is een monument opgericht waar jaarlijks bijeenkomsten plaatsvinden. Zoeken op internet onder het trefwoord “Tula Curaçao” levert een palet op van verhalen, meningen, boekverwijzingen, reacties, gemoedsbewegingen en door vervoering overspoelde veronderstellingen. Het is – zoals dat gaat bij nationale heldenverering – nog moeilijk feiten en fictie uit elkaar te houden. De functie van dit historische feit en de figuur van Tula worden verschillend uitgelegd. Een half uurtje surfen op internet levert het volgende beeld op:
– Het gaat om de verwerking van het slavernijverleden.
– Tula heeft gevochten voor bevrijding en vrijheid en tegen discriminatie.
– De opstand heeft te maken met de emancipatie van het volk.
– Tula en zijn medestrijders waren onafhankelijkheidsstrijders.
– Het was een strijd om mensenrechten.
– Tula leidde de rebellie; hij was opstandeling, verzetsleider.
– Tula was een patriot.
– Hij was een revolutionaire leider; het ging om revolutie.
– Hij was strijder voor het ideaal van gelijkheid; zijn ideeën kwamen voort uit de gedachten van de Franse revolutie: vrijheid, gelijkheid en broederschap en voor iedereen gelijke kansen.
– Tula is een nationale held.
– Hij wordt ook ingelijfd als boegbeeld door een moderne politieke partij.
– Tula is de held die Curaçao verdeelt.

Ik heb de teksten letterlijk van de pagina’s gehaald. En buiten dit was Tula waarschijnlijk ook migrant. Sommigen beweren dat hij – vrijwillig of niet, dat is gissen – van Haïti afkomstig zou zijn geweest. Hij wist van de Franse revolutie, zo veronderstelt men.

Buiten alle feiten en emoties gaat het in de opvatting van velen toch om de toekomst van het eiland. Tula is een voorbeeldfiguur (rolmodel), die voor de toekomst en de ontwikkeling van Curaçao van belang wordt geacht: onafhankelijkheid, emancipatie, kracht en trots; het eiland moet nog steeds worden bevrijd. De revolutie moet nog komen. Voor de Afro-Caribische bevolking dan.

Op 17 augustus 2011 werd Dick Drayer, een Curaçaose journalist geïnterviewd voor Radio Nederland Wereldomroep (RNW). Hij zei over de herdenking onder andere dat de opstand en de figuur Tula vooral bij de ouderen op het eiland bekend waren. De jongeren zijn kennelijk niet zo goed op de hoogte van het belang van dit herdenken. Jongeren gaven aan dat er op school slechts beperkt aandacht is voor deze zaak. Drayer gaf aan dat deze herdenking van belang is voor de ontwikkeling van de identiteit van de bewoners en dat de heldenrol van Tula voor velen het symbool is voor vrijheid en ontwikkeling van eigenwaarde. Maar de herdenking en figuur Tula zijn ook een splijtzwam. Er zijn clubjes en partijen die hem te pas en te onpas gebruiken voor politieke doeleinden. De strijd is actueel zolang Curaçao niet onafhankelijk is. Hierdoor blijven de tweedeling en polarisatie in de samenleving in stand.

Lionel Janga, een Curaçaose publicist zegt in een artikel in RNW (Aworaki, 16 augustus 2011) naar aanleiding van de herinnering aan de opstand dat het bewustzijn bij de jeugd niet is ontwikkeld. Hij praat over een innerlijke leegte bij kinderen. Dit komt volgens hem doordat men op het eiland niet in staat is een idee over een gezamenlijke toekomst te construeren. Men ruziet over futiliteiten en er is een gebrek aan daadkracht. Hierdoor is men niet in staat inhoud te geven aan de idealen waar Tula voor stond.

“Als een moeder haar kinderen niet leert waar belangrijke personages uit onze geschiedenis hebben gewoond, of wijst op unieke vogels en planten die wij hebben, ontwikkelen die kinderen geen waardering voor de eigen cultuur en maatschappij. Zulke kinderen proberen die leegte te vullen met iPods en dure kedsen (slippers – WvL) en zullen zelfs stelen om dat te kunnen betalen’, denkt Janga: ‘aan de normen van Tula kunnen wij nog lang niet tippen’”.

Zo wordt verwezen naar geschiedenis, ook om beschaming op te roepen. Men wil met verwijzing naar de verhalen het gelijk halen. En voorts probeert men zo de toekomst ook onwrikbaar vast te stellen, als een wetmatigheid die volgt uit het verleden. Het draait allemaal om bewustwording. Als de anderen de betekenis van de feiten, de motieven van de helden en de bedoeling van de gebeurtenissen goed tot zich laten doordringen, dan zal dit tot een zelfbewuste, bevrijde en geëmancipeerde samenleving leiden. Dat staat voor sommigen vast. Maar voor wat betreft de aard en inhoud van die emancipatie, dit zelfbewustzijn en die bevrijding kunnen politici en het volk (!) het maar niet eens worden. De trotse verhalen rondom Tula eindigen nogal eens in mineur (zoals Drayer en Janga laten zien) omdat mensen kennelijk niet willen leren uit het verleden. Het volk – of tenminste een deel ervan – heeft niet zoveel op met hooggestemde gevoelens van dat historische bewustzijn.

De voormalige Nederlandse eerste minister Balkenende refereerde een tijd geleden aan de VOC-mentaliteit. (Hij kreeg hiermee politiek correct Nederland over zich heen, maar dat terzijde). Hij zei dat het goed zou zijn als mensen zich weer zouden spiegelen aan de veronderstelde ondernemingsgeest, moed en het doorzettingsvermogen uit die gouden periode van de 17e eeuw. Hij riep de collectieve herinnering op aan deze periode, die de hooggestemde Nederlandse trots vertegenwoordigt. Herinneringen, in feite aan verhalen van trots die mensen in hun geschiedenislessen op school te horen hadden gekregen. Op deze manier konden we ons zelfbeeld herbevestigen en het eergevoel stimuleren. In deze zin worden alle persoonlijke herinneringen aan de verhalen aan elkaar gekoppeld en de collectieve herinnering roept dan een nationalistisch eergevoel op. Het is de nationalistische nostalgie die voortkomt uit een “would-be” situatie van een rijk verleden, een periode van helden en geestkracht.

Net zoals Balkenende verwijst naar deze Nederlandse heldenperiode, zo wordt op Curaçao verwezen naar de opstand van Tula. Maar er is wel een verschil. Tula overleefde het niet. De opstand werd op grove en barbaarse wijze in bloed gesmoord en de leiders werden op een gruwelijke en uiterst vernederende wijze om het leven gebracht. Op deze manier werd er getracht eeuwige schande uit te roepen over de zwarte bevolkingsgroep die het gewaagd had te rebelleren. Het was de beschaming ten top. Verwijzing naar deze opstand is dus een verwijzing naar een nederlaag, maar die momenteel wordt uitgelegd als een overwinning op basis van de actuele morele standaarden. Men wil het zelfbeeld van moed en opofferingsgezindheid oproepen over een gebeurtenis van nederlaag; Tula is een martelaar. Dat is eigenlijk wat er gezegd wordt. Men herdenkt martelaren ofwel met deemoed ofwel in een staat van onderdrukte woede. Het zelfbeeld van de martelaar betrek je dan op jezelf; het is heimwee naar het offer met inzet van je eigen lijf en ziel. Tula staat symbool voor collectieve onderdrukking en staat van slavernij; het zelfbeeld is dan ook het slaaf zijn en het eeuwige gevecht dat in bloed gesmoord wordt. Je ontkomt er niet aan: je zult altijd moeten vechten. Je moet je immer teweer stellen. Voor velen is de periode van deemoed voorbij; de era van verzet is aangebroken. Dat moet hoe dan ook. De fatale gedachte echter is dat men er nooit meer aan kan ontkomen: het is je lot geworden. Je leven ís strijd en niets anders. Het houdt nooit meer op; het wordt deel van je persoonlijkheid en je zult er aan ten onder gaan.

[ wordt vervolgd]

[1] Indien de lezer meer wil weten over de historische feiten en achtergronden van dit verhaal, dan zijn er veel publicaties ter beschikking. Ik verwijs bijvoorbeeld naar Slavery and resistance in Curaçao van Charles do Rego en Lionel Janga uit 2009 (Fundashon Parke Nashonal, Curaçao). Maar er zijn meer publicaties over dit onderwerp.

Het nieuwe gezicht van Willemstad

De documentaire van producent/regisseur Alexandra Jansse Het nieuwe gezicht van Willemstad ging op 11 en 13 oktober in première in Willemstad (Curaçao). Het is een film waarin Willemstad als Unesco Wereld Erfgoedstad wordt belicht. De unieke architectuur van de binnenstad en de multiculturele samenleving staan hierbij centraal.

Na tweeënhalf jaar voorbereiding en uitvoering, werd Jansse’s documentaire voor volle zalen in Teatro Luna Blou getoond. De laatste première werd door minister-president Gerrit Schotte, op dat moment slechts twee dagen in functie, bijgewoond (op de foto, samen met de filmmaakster). Op beide avonden was de helft van de zaal gevuld door mensen die in de film voorkomen en er een bijdrage aan hebben geleverd. “Er is veel gefilmd en uiteindelijk valt er bij het editen toch behoorlijk wat filmmateriaal af. Dat is uiteraard moeilijk want je wilt natuurlijk zoveel mogelijk laten zien. Ik heb geprobeerd om aan iedereen te denken die een bijdrage heeft geleverd bij het versturen van de uitnodigingen. Ik vond het geweldig dat zelfs de mensen van het visrestaurant, die in de documentaire al dansend in de ‘Netto Bar’ te zien zijn, ook naar de première kwamen. Het was ook bijzonder dat de heer Schotte aanwezig was, zeker gezien het feit dat hij een duidelijk voornemen heeft om zich in te zetten voor wijkaanpak”, aldus Jansse. De filmbeelden geven sfeermatig een overzicht van de historie, de restauraties en de huidige bouwontwikkelingen van de binnenstad weer, waarbij verschillende architecten, projectontwikkelaars en vertegenwoordigers van zowel de overheid, diensten als stichtingen aan het woord komen. De mensen die de stad restaureren, haar geschiedenis bewaken en de stad haar moderne uiterlijk geven, komen in beeld.

Historie
De documentaire bevat ook, voor velen onbekend filmarchiefmateriaal. Zo wordt de ravage na de opstand in 1969 middels oude zwart-witbeelden van het Nederlands journaal belicht. De schokkende luchtopnames uit die tijd laten vele gebouwen zien, waarvan de dakbedekking ontbreekt. Deze beelden blijven op het netvlies gebrand, terwijl de stad in zijn glorie en tevens verpaupering wordt belicht. Onbekende steegjes en hun bewoners illustreren de soms schrijnende verwaarlozing van de stad. “De restauratie en het onderhoud van monumenten heeft een enorme impact op de economie en het toerisme. Hoe ga je daarmee om? Het is natuurlijk van belang dat het welzijn van de bevolking/ bewoners in dit streven wordt meegenomen. Zij maken immers de stad. Tijdens de researchfase heb ik verschillende wandelingen gemaakt met onder anderen ook Michael Newton van het Monumentenfonds. Dit is zeker een aanrader. Ik merk dat mensen die hier wonen soms reageren in de trant van ‘ik ken dat gedeelte van de stad niet’, aldus Jansse.

De documentaire geeft duidelijk tegenstellingen weer. Zo krijgt de kijker een prachtig gerestaureerd gedeelte achter Pietermaai te zien, dat omgeven wordt door gebouwen in verval. Het publiek barst in lachen uit als een bewoner van de wijk op een ontwapenende wijze in beeld komt. De meneer groet alle voorbijgangers en als hij geen respons krijgt, vraagt hij zich af waarom de passanten geen gehoor geven.

De producente laat zich inspireren door films, waarbij het sociaal-maatschappelijk conflict tussen de armste lagen van de bevolking en de overheid wordt belicht. Films waarbij verschillende verhaallijnen door elkaar lopen, trekken haar aandacht. Dit heeft een duidelijke uitwerking op de keuzes die ze maakt in de documentaire.

”Het gezicht van Willemstad laat de koloniale oorsprong en erfenis van de stad zien, die weerspiegeld worden in de gebouwen en in de stadsindeling van de vier historische wijken: Punda (17de eeuw), Otrobanda (18de eeuw) Pietermaai en Scharloo (beide 19de eeuw). Elk met eigen karakteristieken. De introductie van de grondbeginselen van het moderne bouwen op het eiland door architecten van de privé-sector en door hun collega’s, die bij de overheid van Curaçao werken, bewijst dat de integratie van moderne architectuur en de aanpassing hiervan aan het tropische klimaat succesvol kunnen zijn”, aldus Jansse.

De producente heeft als studie-achtergrond Sociale Geografie. Nadat ze een poos aardrijkskundelessen gaf besloot ze haar baan op te zeggen en zich geheel te wijden aan filmen. In de beginperiode kocht ze zelf haar zendtijd in,om vervolgens grote projecten binnen te halen van zowel de overheid als het bedrijfsleven. Jansse heeft vele reeksen gemaakt, waarbij armoede ten opzichte van overheidsbelangen centraal stond. Op deze wijze heeft zij de wereld afgereisd, waarbij een aantal landen luchtig worden opgenoemd, zoals onder andere India, Zuid-Afrika, Bolivia, Moldavië en Oekraine. “Ik heb van mijn vijftiende drie jaar op Curaçao gewoond. Dit was een vormende periode en het heeft enorm veel indruk op me achtergelaten, ook in visueel opzicht. Ik heb uit die periode ook veel vrienden overgehouden. Ik blijf met grote regelmaat terugkomen naar het eiland”, aldus de regisseuse. Experts and participanten in de film zijn: C.L. Temminck Groll – restauratie-architect, Ronald Gill – architect en auteur, Frans Brugman – architect, Michael A. Newton – restauratie-architect, Anko van der Woude – restauratie-architect, Jennifer Smit – kunsthistorica, Ronald Colastica – docent, auteur en acteur, Lionel Janga – stadsplanner, Caroline Gonzalez-Manuel – stadsplanner, Annemarieke Holten/Wilfred Hendriksen/JanPeltenburg – projectontwikkelaars, Ben Smit en Ronny Lobo, beiden architect.

De film is in januari te zien op het Haagse filmfestival; zie bericht hieronder.

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter