blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Jaeger Toef

Prijswinnaar Michael Tedja: ‘Experimenteel zijn is noodzakelijk voor de wereld’

Literaire prijs Michael Tedja wint de Beranováprijs: een oeuvreprijs voor onafhankelijke auteurs die zich niet laten leiden door conventionele, modieuze, of morele criteria in de kunst.

read on…

Roelof van Gelder wint Libris Geschiedenis Prijs 2019

Roelof van Gelder wint met een biografie over een militair in Suriname de Libris Geschiedenis Prijs 2019.

read on…

Hoe vertaal je het n-woord?

door Toef Jaeger

‘Als ik een woord gebruik,’ zei Hompie Dompie misprijzend, ‘betekent dat woord precies wat ik verkies – niet meer en niet minder.’ ‘De vraag is nu maar,’ zei Alice, ‘of je aan één woord zoveel verschillende betekenissen kunt geven.’ read on…

Er kwam geen einde aan de woordenvloed

In deze rubriek elk weekeinde een necrologie van iemand die recent is overleden. Michaël Slory (1935-2018) kreeg erkenning voor zijn poëzie, maar raakte toch gedesillusioneerd. read on…

Slechts enkeling leeft van zijn boeken

Niet meer dan 0,7 procent van de Nederlandse schrijvers houdt een minimuminkomen over aan de verkoop van zijn boeken.

door Hanneke Chin-A-Fo & Toef Jaeger

Kan een schrijver bestaan van de verkoop van zijn boeken? Die vraag stelde KVB Boekwerk, een kennis- en innovatieplatform voor de boekensector. Het lukt maar een hele kleine groep, blijkt uit deze dinsdag verschenen onderzoek van het platform. Het is voor het eerst dat de auteursinkomsten uit boekverkopen zo grondig in kaart zijn gebracht, op basis van het aantal titels en de bijbehorende verkoopcijfers. read on…

Duitsland geeft schedels terug aan Namibië, maar excuses blijven uit

door Toef Jaeger

Genocide Tussen 1904 en 1908 werden de inheemse volkeren Herero en Nama grotendeels uitgemoord door de toenmalige koloniale machthebber Duitsland. read on…

Enge buren gluren naar de zwarte held

 
door Toef Jaeger
 
Het is eind 1939 wanneer bij familie de Kom de deurbel gaat. De Surinaamse verzetsstrijder, anti-koloniale activist en auteur van Wij Slaven van Suriname, Anton de Kom (1898-1945), doet de deur open om hem heel snel dicht te smijten. Hij weet zeker:  voor de deur staan de ‘regenjassen’ van de inlichtingendienst om hem te arresteren. Zijn zonen trekken de grendels weg, waarna twee ziekenbroeders komen om de zwaar overspannen Anton de Kom mee te nemen naar een kliniek. De buren, die bevestigd worden in het idee dat er in elke zwarte man een beest schuilt, kijken toe hoe hij wordt weggesleept. De man voelt zich verraden door vrouw en kinderen. Een periode van slaapkuren en therapie volgt.
Het is een tragisch verhaal, dat schitterend wordt weergegeven in de biografie van Alice Boots en Rob Woortman (besproken in Boeken, 20.11.2009). Maar wat er vervolgens in die kliniek precies gebeurde, vertellen ze niet. Wel dat De Kom in een zaal sliep waar zijn gezicht een groot contrast vormde met de witte lakens, dat hij in slaap werd gehouden omdat hij overspannen was en dat hij zijn vrouw en zoon niet wilde spreken. Welke behandelingen hij precies onderging, kon niet achterhaald worden.
Reden voor Karin Amatmoekrim om in De man van veel deze periode uit het leven van De Kom nader in te vullen. Over De Kom – die na een gevangenschap in Paramaribo vanwege zogenaamde opruiing zonder proces verbannen werd naar Nederland – is genoeg te vertellen. Maar de vraag is natuurlijk – voegt De man van veeliets toe? En was het niet beleefd geweest wanneer Amatmoekrim die veel informatie uit de biografie van De Kom heeft gehaald er één keer naar had verwezen?
Het antwoord op de laatste vraag is: ja, dat was beleefd geweest. Verder geldt natuurlijk: elk leven dat gefictionaliseerd wordt, beklijft vaak beter. Niet gebonden aan de feiten kan Amatmoekrim ruim de tijd nemen voor De Koms ervaringen in de kliniek en voor bijvoorbeeld een eerste bezoek van Nel aan haar man. Het weerzien loopt snel uit in een woede-uitbarsting van De Kom, omdat uitgerekend zijn vrouw, die wist hoe hij had geleden onder zijn gevangenschap, haar man opnieuw heeft laten opsluiten.
Nog treuriger is het gesprek tussen vader en zoon waarin de laatste uitlegt dat de groenteboer hem adviseerde zijn vader te bezoeken.
Met een mengeling van schuldgevoel en angst zit hij aan het bed van zijn vader. Maar die wil niets van hem weten. De jongen leed al aan een schuldgevoel, na het bezoek werd het er niet beter op. Amatmoekrim gaat alleen in op de angst, waar de biografie ruimte laat voor het schuldgevoel.
In ieder geval: deze twee gebeurtenissen waren al bekend – het advies van de groenteboer is zelfs letterlijk terug te vinden in de biografie – maar Amatmoekrim vult ze verder in. Ze fantaseert er verder op los bij de sessies tussen De Kom en zijn arts. De gesprekken tussen de twee zijn een strijd om het winnen van vertrouwen, het verleggen van het perspectief. Amatmoekrim zet die gesprekken goed neer. Of het waar is of niet – waarschijnlijk niet – maakt je als lezer niets uit. Je krijgt zicht op De Kom en zijn angsten en daar is het Amatmoekrim om te doen.
Karin Amatmoekrim te gast op het Amsterdamse Brederocollege
Maar het dramatiseren van zo’n periode kent ook valkuilen. De opvatting dat sommige kale feiten meer kunnen zeggen dan welke invulling dan ook, is aan haar niet besteed. Gedachten en ideeën worden gedetailleerd uiteengezet en herhaald, in een nadrukkelijke stijl. Amatmoekrim lijkt bang dat de lezer de impact van de gebeurtenissen niet begrijpt, maar de vrees werkt averechts. Om een voorbeeld te noemen: toen De Kom in de inrichting in Den Haag zat, verzamelden alle buren (op één na) handtekeningen om die te overhandigen aan de huurbaas met het verzoek de familie De Kom uit huis te laten zetten nu gebleken was dat de neger uit Suriname een gevaarlijke gek was. Dat is een feit dat voor zichzelf spreekt in de biografie. Maar Amatmoekrim benadrukt het gluurdersgedrag van De Koms buren om ze nog benepener neer te zetten. Ook laat ze De Kom weer de pen oppakken in de kliniek – gelet op het resultaat hoop je dat hij die toen heeft laten liggen.
Overdramatisering gebeurt ook op het stilistische vlak – en dan vliegt ze uit de bocht. Wanneer De Kom zich gaat buigen over het slavernijverleden van zijn landgenoten, schrijft Amatmoekrim: ‘Anton las het, en de afstand in de tijd en ruimte verhinderde niet dat zijn hart bloedde omwille van het lijden van een broer.’ Zulke zinnen versoapen het fascinerende leven van De Kom, dat in de roman overigens nog een happy ending krijgt met het vertrek uit de kliniek.
Vijf jaar later sterft De Kom namelijk in concentratiekamp Neuengamme. Het blijft dan ook onduidelijk waarom dit boek er moest komen. Als een poging om te laten zien hoe een Surinamer in Nederland kort voor de oorlog in een identiteitscrisis kwam, is het best geslaagd. Maar als het om De Koms strijd gaat in Suriname, de discriminatie waarmee hij te kampen had in Nederland en worsteling met zijn schrijverschap dan is het boek te mager.
[Overgenomen uit NRC Handelsblad BOEKEN, 11 oktober 2013]

 

Rechtbank: geen discriminatie van misdaadauteurs

door Toef Jaeger

Het Nederlandse Letterenfonds weigerde misdaadauteur Jac Toes subsidie te verstrekken. Toes spande een rechtszaak aan, maar verloor.

De inzet van misdaadauteur Jac. Toes vorige maand was duidelijk. Hij wilde een eind maken aan de ‘discriminatie’ van misdaadauteurs bij het verkrijgen van een beurzen. Het Letterenfonds dat verantwoordelijk is voor werkbeurzen aan literaire auteurs sloot Toes uit voor een beurs omdat zijn werk geen ‘literaire kwaliteit’ zou hebben. Hoewel Toes al eerder bezwaar aantekende tegen de besluiten, koos hij nu voor de justitiële weg. De inzet van de rechtszaak was, aldus Toes zelf, ‘een eind maken aan de discriminatie van misdaadauteurs bij het verkrijgen van een beurs.’ Het Letterenfonds zou zijn criteria ‘helder en controleerbaar’ moeten maken, en ook een beoordeling door deskundigen op het gebied van de misdaadliteratuur mogelijk moeten maken. Op 15 juni kwam de zaak voor, afgelopen donderdag heeft de rechtbank zich uitgesproken.

De rechtbank stelde vast dat ‘de beoordeling van literaire kwaliteit zich niet laat vangen in strikt objectieve criteria. Zoals verweerder heeft overwogen in het bestreden besluit is een kwaliteitsoordeel over een artistieke prestatie, zoals een literair werk, altijd subjectief.’ Geen aparte categorie of beoordelingen dus voor misdaadliteratuur, wat nog wel opmerkelijk is omdat het Productiefonds (een van de onderdelen waaruit het Letterenfonds is samengesteld) in de promotie van Nederlandse literatuur zich wel degelijk met misdaadliteratuur heeft beziggehouden: in 2006 werd de folder Crime Writers from Holland samengesteld, met boeken van René Appel, Willem Asman, Tomas Ross – en andere schrijvers die door het Fonds van de Letteren stelselmatig genegeerd zijn.

Maar de rechtbank heeft ‘haar vingers niet heeft willen branden aan inhoudelijke vragen’ en zich ‘verre gehouden van alles wat naar een literaire kwestie riekt’, aldus een teleurgestelde Toes, die vaststelt dat ‘het Letterenfonds voorlopig haar elitair-literaire koers kan vervolgen’. Hij gaat waarschijnlijk in beroep bij de Raad van State.

[uit NRC Handelsblad, zaterdag 17 juli 2010]
.

Anton de Kom | z’n uitgever | z’n ontwerper

door Rolf van der Marck

Na lezing van Wij slaven van Suriname (afb. # 1) van Anton de Kom en diens Biografie door Boots & Woortman was ik geïntrigeerd door de figuur van Gilles Pieter de Neve, uitgever, oprichter en directeur van Uitgeverij Contact te Amsterdam, die het anno 1934 heeft aangedurfd een zo controversiëel boek van zo’n controversiële auteur te publiceren.


(afbeelding # 1, omslag 1985 t/m heden)

Gilles Pieter de Neve
Gilles Pieter de Neve (1904-1973) is vernoemd naar zijn grootvader, Luitenant Generaal Gilles Pieter de Neve, officier van het Koninklijk Nederlandsch- Indisch Leger (KNIL) en van 1875–1879 commandant van het KNIL, Ridder en Officier in de Militaire Willemsorde. Hij was een neef van Eddy de Neve, bekend Nederlands voetballer, die deel uitmaakte van het eerste nationale voetbalteam, dat in 1905 de wedstrijd tegen België won met 4–1 door vier goals van De Neve. In 1938 publiceerde Eddy de Neve bij gelegenheid van Nederlandsch Oost-Indië’s deelname aan de FIFA Worldcup van dat jaar zijn memoires, getiteld Koning Voetbal.

Uitgeverij De Baanbreker
In 1930 maakt Gilles de Neve met zijn uitgeverij ‘De Baanbreker’ een vliegende start met de publicatie van de Baanbrekerskalender. Het was de eerste uitgave van de dan 25-jarige Gilles de Neve, die kort daarvoor was gestopt met zijn rechtenstudie en die in 1927 militaire dienst had geweigerd, kennelijk uit de behoefte zich af te zetten tegen zijn traditioneel burgerlijk milieu. Deze weekkalender was een stevig politiek manifest en met z’n politieke prenten, fragmenten uit boeken, toespraken, foto’s, stukken over film, van meestal socialistische kunstenaars, onder wie George Grosz, Henriette Roland Holst, J.J.P. Oud en Gerrit Rietveld, direct typerend voor de signatuur van de uitgeverij. “Revolutionair” noemde Just Havelaar de kalender in zijn bespreking in Het Vaderland, en hij prees de manier waarop men de tijdgeest had weten vast te leggen.

(afbeelding # 2, de in Een geschiedenis van de Surinaamse Literatuur weergegeven boekband)

Uitgeverij Contact
“Er bleek geld te verdienen aan het socialisme”, zo schrijft Toef Jaeger in Uitgeverij Contact’s jubileumuitgave 1933-2008 Een kleine geschiedenis, die mij door de uitgever welwillend is toegestuurd en waarvan ik hier dankbaar gebruik heb gemaakt. Wanneer De Neve op 2 oktober 1933 naar het Handelsregister stapt om de naam ‘De Baanbreker’ officieel te laten wijzigen in ‘Contact‘, omdat die naam beter paste bij zijn internationale aspiraties dan ‘De Baanbreker’, bedraagt het kapitaal Nf 5.000,00. Op dat moment was Uitgeverij ‘Contact’ een feit. In 1935 komt Chris Blom erbij, aanvankelijk als vertegenwoordiger, vanaf 1937 als mededirecteur, hetgeen hij zou blijven tot 1973, toen de uitgeverij geruisloos opging in het Kluwer-concern. Ondanks beider burgerlijke afkomst waren zowel De Neve als Blom politiek van uitgesproken linkse signatuur.

Met Blom werd ook het tijdschrift Het Fundament binnengehaald, een voortzettig van het jongerentijdschrift De Jonge Gids, dat Blom in 1927 had opgericht. Vanaf nu werd het door Contact uitgegeven. Het was een “onafhankelijk blad voor politiek, economie, cultuur en literatuur”. Soms werd aan deze ondertitel nog toegevoegd “documentair principieel-anti-militaristisch” (1934-1935). De verantwoording van de eerste jaargang is helder wat inzet en bedoeling betreft. Wèg met de romantische kunstzinnigheid, wèg met de Tachtigers, wèg met wie het louter om vormgeving van emoties te doen is. In plaats daarvan een flink pleidooi voor schrijven met het oog op een betere maatschappij.

(afbeelding # 3, het in Geschiedenis van Suriname Van stam tot staat afgedrukte boekband met stofomslag)

Linkse signatuur en anti-fascistisch karakter
De uitgeverij had een openlijk anti-fascistisch karakter, hetgeen duidelijk wordt geïllustreerd door haar uitgaven, zoals de roman Partij remise van Jef Last, Het gemeenschapshuis voor werkeloozen van Jacq. Engels, Tien miljoen kinderen van Erika Mann, Konrad Heidens biografie Adolf Hitler en Ernst Toller’s biografie Ik was een Duitscher. Het zijn allemaal boeken waarin wordt gewaarschuwd voor het gevaar uit het oosten, en van de meeste van dezen werden de oplages in 1940 na de inval van de Duitsers door De Neve uit voorzorg vernietigd.

Contact was vóór de 2e wereldoorlog ook in linkse kringen niet onomstreden, waar elke schijn van gematigdheid in die tijd als een zwakte werd beschouwd door een nóg linksere kring. De publicatiegeschiedenis van Anton de Kom’s boek Wij slaven van Suriname is daarvan een mooi voorbeeld. De Kom had enkele stukken van zijn boek in wording gepubliceerd in Links richten, en die waren flink geredigeerd, namelijk nóg radicaler gemaakt.


(afbeelding # 4, foto door Piet Zwart zoals die op het stofomslag van 1934 is verwerkt)

De lancering van Wij slaven van Suriname
Toen De Kom’s boek na veel gedoe in 1934 bij Contact verscheen, waren hij en De Neve van de oorspronkelijke versie uitgegaan, die iets minder expliciet politiek was gekleurd. Het resultaat was dat Wij slaven van Suriname in het vakblad De Uitgever werd aangehaald als een voorbeeld van lafhartigheid. Het voorwoord was ook niet handig geformuleerd. Daarin stond dat in verband met de opmerkzaamheid van zekere zijde voor dit boek betoond de uitgever het noodzakelijk had gevonden om in overleg met de schrijver enkele wijzigingen aan te brengen “ten einde de ongestoorde verspreiding van het werk te verzekeren”.

Censuur!, aldus De Uitgever. Het beginsel van persvrijheid zou zijn aangetast, terwijl er slechts zelfcensuur was toegepast, en Contact was “moeizaam bezig de grondbeginselen overboord te gooien”. Het was niet terecht, maar het tekent het klimaat van die tijd.

(afbeelding # 5, door Piet Zwart bewerkte foto, volgens Pattler voor het omslag bedoeld)

De boekomslagen van Wij slaven van Suriname
Het omslag van de jongste, 12e druk, van Wij slaven van Suriname geeft jammer genoeg geen blijk van enige fantasie bij de huidige uitgever. Om te beginnen blijken alle drukken sinds 1985 een en hetzelfde omslag te hebben, een ontwerp van Wim ten Brinke, die daarbij gebruik heeft gemaakt van afbeeldingen uit P.J. Benoit, Reis door Suriname (1938), slaven en kooplui. Een romantisch plaatje, dat in de verste verte geen verband heeft met en geen recht doet aan de (dikwijls gruwelijke) inhoud van het boek, anders dan dat alle daarop figurerende personen zwart zijn.


(afbeelding # 6, boekband Piet Zwart Vormingenieur)

Daarom ben ik op zoek gegaan naar de omslagen van alle twaalf drukken, maar daarmee ben ik nauwelijks verder gekomen. Van Uitgeverij Contact kreeg ik het bericht dat zij geen afbeeldingen (meer) kunnen produceren van alle omslagen doorheen de tijd, en verder dat sinds 1985 het omslag ongewijzigd is gebleven. Nu kende ik twee afbeeldingen van een afwijkend omslag, te weten het in Michiel van Kempen, Een geschiedenis van de Surinaamse Literatuur (afb. # 2) weergegeven boekomslag, en het in Eveline Bakker e.a., Geschiedenis van Suriname Van stam tot staat (afb. # 3), afgedrukte boekomslag. Aangezien bij Van Kempen staat vermeld dat het de 1e druk betreft en bij Bakker niets daarover, en in de wetenschap dat er voor de oorlog slechts één druk van het boek is verschenen, heb ik Van Kempen om informatie gevraagd, die mij snel uit de droom hielp: de afbeelding in zijn boek is er een van de boekband, die in Bakker’s boek is er een van het boek mét stofomslag (dat volgens Van Kempen hoogst zeldzaam schijnt te zijn).


(afbeelding # 7, brochure voor NKF)

Laatste probleem: Piet Zwart?
Rest mij nog een laatste probleem, namelijk wie was de ontwerper van boekband en stofomslag uit 1934? In de Biografie van Boots & Woortman zijn twee foto’s aan te treffen die het vermoeden doen rijzen dat de typograaf Piet Zwart de ontwerper zou zijn geweest. Dat zijn: “foto van Piet Zwart zoals die op het boekomslag van 1934 is verschenen” (afb. # 4) en “door Piet Zwart bewerkte foto, volgens Pattler voor het omslag bedoeld” (afb. # 5).


(afbeelding # 8, vierkant en plat draad, NKF)

Piet Zwart (1885-1977) (afb. # 6), van origine architect, werkte onder andere voor de architecten Jan Wils (o.a. Olympisch Stadion, Amsterdam) en Berlage (o.a. de Beurs van Berlage) voordat hij overschakelde naar fotografie, typografie en industriëel ontwerp en zodoende een pionier werd van de moderne of elementaire typografie. Hij verliet de traditionele typografische regels, en gebruikte in zijn commerciéle werk de basisprincipes van het constructivisme en van ‘De Stijl’. Zijn werk kenmerkt zich door het gebruik van primaire kleuren, geometrische vormen, herhaalde woord-patronen en een vroeg gebruik van fotomontage. Als ontwerper werd Zwart wereldberoemd door zijn werk voor de Nederlandsche Kabel Fabriek (NKF) Delft (afb. # 7, 8 en 9) en de Nederlandse Post Telegraaf & Telefoon (PTT) (afb. # 10). Hij haalde de typografie ùit de 19e eeuw en schiep ontwerpen in lijn met bewegingen als DaDa, De Stijl, Futurisme en de nieuwe industriële eeuw van Europa.

(afbeelding # 9, zagen boren vijlen)

Helaas kon de uitgeverij mij ook geen uitsluitsel geven of Piet Zwart inderdaad boekband en stofomslag van de 1e druk heeft ontworpen. Of het verdere ontwerp van stofomslag en boekband ook van Zwart zijn, blijft voor mij vooralsnog ongewis. Informatie bij het Surinaams Museum in Paramaribo leerde mij dat zij een 1e druk in hun bibliotheek hebben, dus ben ik blij gestemd daarheen getogen om dan eindelijk een 1e druk in ogenschouw te mogen nemen.

Het was een plechtig moment waarop de bibliothecaresse –met witte handschoenen– mij het boek overhandigde, maar al gauw werd het een ontgoocheling, want het boek zag er niet uit. Gestoken in een povere kunststofband ter vervanging van de originele band, en al helemaal zonder stofomslag, had het voor mij inmiddels magische boek elke allure verloren. Het bleek deel II in de serie Mensch en Maatschappij te zijn, ingenaaid Nf 1,90, gebonden Nf 2,50.

Bij de titelpagina was een fragment ingelegd van wat waarschijnlijk het stofomslag moet zijn geweest, mét de foto van Piet Zwart (afb. # 4), maar het miste de kracht van afbeelding # 3, waarvan ik nu dus moet betwijfelen of het wel het stofomslag is geweest. Ook aan de binnenkant van het boek was hieromtrent geen enkele informatie te vinden. Ik vrees dat Piet Zwart er –behoudens die foto– helemaal niet meer aan te pas is gekomen, want ook de tekst, het zetwerk, was hooguit door een ‘zetter met enig gevoel’ uitgevoerd, maar een echte typograaf heeft het boek moeten ontberen. Jammer.


(afbeelding # 10, Het boek van PTT, 1938)

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter