blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Irodikromo Soekidjan

“Ik ga groter werken” – Soeki Irodikromo op 6 december 1996

Vanaf maandag 28 oktober 2019 tot half januari 2020 is in het sociëteitsgedeelte van Arti et Amicitiae in Amsterdam de tentoonstelling te zien van veelal Surinaamse kunstenaars uit twee privé collecties van Arti-leden: Carl Haarnack en Myra Winter (gezamenlijke collectie met Henry Strijk). Curator is de kunstenaar Harald Schole. Aan de hand van kunstwerken uit de collectie en archiefmateriaal zal Myra Winter in de aanloop en tijdens duur van deze tentoonstellingen haar persoonlijke herinneringen en anekdotes vastleggen. Vandaag deel 5: herinneringen aan Soeki Irodikromo.

read on…

Tentoonstelling Brasa mi ori / Groet me met… in Arti et Amicitiae, Amsterdam

Vanaf maandag 28 oktober 2019 tot half januari 2020 is in het sociëteitsgedeelte van Arti et Amicitiae in Amsterdam de tentoonstelling te zien van veelal Surinaamse kunstenaars uit twee privé collecties van Arti-leden: Carl Haarnack en Myra Winter (gezamenlijke collectie met Henry Strijk). Curator is de kunstenaar Harald Schole.

read on…

Giant Painting door 30 Surinaamse kunstenaars

In het kader van het FVAS – SURIFESTA 2014 Event maken dertig Surinaamse kunstenaars  een Giant Painting van 15 meter. Deze Giant Painting komt te hangen in de vertrekhal op de Johan Adolf Pengel Internationale Luchthaven te Zanderij. read on…

Licht en duisternis

Licht en duisternis/ goed en kwaad, het zijn essentiële tegenstellingen binnen de klassieke epische verhalen en filosofie van alle volken. In de verhalen van de oeroude Indiase cultuur, van de Grieken en de Romeinen en van de inheemse volken in de Amerika’s, om enkele voorbeelden te noemen. Overal zien we die tegenstelling van licht en donker, van goed en kwaad steeds weer terugkomen. We zijn nu in de dagen van het Divalifeest, feest van de overwinning van het licht op de duisternis. Het feest wordt jaarlijks gevierd in oktober/november, in de periode van de ‘nieuwe maan’, wanneer het ’s nachts pikkedonker is. Het is gewijd aan Laksmi, godin van het licht. De mens maakt zichzelf en zijn omgeving schoon en steekt wanneer de duisternis valt, zoveel mogelijk lampjes, dya’s, aan. read on…

Sana Budaya Dance Company naar internationaal dansfestival

De Sana Budaya Dance Company (SBDC), die een onderdeel is van de Soeki Irodikromo Volksacademie van de Vereniging Herdenking Javaanse Immigratie (VHJI) is uit een selectie van verschillende landen in de regio uitverkoren om te participeren aan het jaarlijkse internationale dansfestival ‘Let’s Dance’ dat later deze maand plaatsvindt in Leicester, Engeland.
De SBDC zal Suriname voor het eerst vertegenwoordigen op dit groot dansspektakel naast landen zoals de Verenigde Staten van Amerika, Italië en het Verenigd Koninkrijk en heeft de eer om hun optreden uit te voeren tijdens de finale van het festival op 24 mei.

Voordat de groep afreist naar London zal er een generale repetitie plaatsvinden en wel op zondag 18 mei om 18:00 uur in Sana Budaya aan de Jozef Israelstraat.

[van GFC Nieuws, 16 mei 2014]

14 kunstenaars houden groepsexpositie ‘WAT’

De eerste vernissage van Readytex Art Gallery in 2014 staat voor de deur. Vanaf 26 maart kan het publiek genieten van de groepsexpositie WAT – Working Apart Together. In De Hal aan de Grote Combéweg 45 tonen veertien kunstenaars hun nieuwste kunstwerken. De kunstenaars werken onafhankelijk van elkaar, en toch zijn in hun werken verrassend genoeg elementen te vinden die een samenhang laten zien. Dit maakt de expositie WAT voor de bezoeker een spannende uitdaging, om die samenhang te ontdekken en misschien zelfs te duiden.
Na de positieve reacties van het publiek op de gezamenlijke exposities van de afgelopen twee jaar, besloot Readytex Art Gallery voor 2014 te werken volgens datzelfde concept. In plaats van twee grote solo-exposities met nieuw werk van steeds één kunstenaar, organiseert de galerie dit jaar twee grote exposities met nieuwe kunstwerken van verschillende kunstenaars. Een concept dat prettig werkt voor zowel de kunstenaars, de galerie als voor het publiek.De expositie WAT toont nieuw werk van de bij de galerie aangesloten kunstenaars Dhiradj Ramsamoedj, George Struikelblok, Hanka Wolterstorff, Kenneth Flijders, Kit-Ling Tjon Pian Gi, Kurt Nahar, Reinier Asmoredjo, René Tosari, Rinaldo Klas, Roddney Tjon Poen Gie, Soeki Irodikromo, Sri Irodikromo, Sunil Puljhun en Wilgo Vijfhoven.

De expositie verschaft het publiek andere impulsen dan een solo-expositie dat doet. Readytex Art Gallery presenteert in ‘WAT’ een verscheidenheid aan kunstwerken: schilderijen, batik, en beelden van keramiek en hout. Ook aan de diversiteit in stijlen kan de kunstliefhebber zijn hart ophalen. Zo presenteert Kurt Nahar een selectie werken geïnspireerd door zijn recente participatie aan de ‘Bienal de Pintura Mural Internos’ in Cuba. Sunil Puljhun gaat in zijn nieuwe werk terug naar abstractie en kleur, in tegenstelling tot de zwart-witte werkstukken waar hij zich eerder in verdiepte. Kit-Ling Tjon Pian Gi werkt vanuit een vernieuwde focus: zij onderzoekt de Surinaamse biodiversiteit en daarbinnen vooral het vogelrijk. Wilgo Vijfhoven toont overgangen in zijn werk en hanteert daarbij een aangepaste beeldtaal. Dhiradj Ramsamoedj presenteert onderzoek op canvas, dat inzicht verschaft in een project dat hij in de toekomst zal uitbouwen naar beelden in de openbare publieke ruimte. George Struikelblok geeft een spannende nieuwe wending aan zijn werk en toont daarvan een glimp, in aanloop naar een grotere presentatie volgend jaar.

Eenieder is welkom in De Hal van woensdag 26 tot en met zondag 30 maart van 19:00 – 21:00 uur.

 

Volksacademie voor Kunst & Cultuur viert eerste lustrum

De Soeki Irodikromo Volksacademie voor Kunst & Cultuur viert haar eerste lustrum op 2 maart 2014. Vijf jaar geleden opende dit instituut haar deuren op het terrein van Sana Budaya.
Het vijfjarig bestaan wordt feestelijk gevierd met de expositie “5”, waarbij de academiestudenten in De Hal aan de Grote Combéweg 45, Paramaribo, hun vaardigheden op het gebied van beeldende, podium- en culinaire kunsten laten zien. De opening is op de oprichtingsdag, zondag 2 maart.
Vanaf 19:00 uur zijn er toespraken, dansperformances, sfeervolle muziek van de Arumba-groep en de expositie van kunstzinnige voorwerpen die gemaakt zijn door de studenten. Op 3 en 4 maart is de tentoonstelling, met uitgebreid randprogramma, ook open tussen 10:00-13:00 uur en ’s avonds van 18:00-22:00 uur.
Soeki Irodikromo. Foto © Ingrid Moesan
De craftproducten zijn te koop, om op die manier ook fondsen te werven voor onder meer de deelname van de Sana Budaya Dance Company aan het Let’s Dance Festival in Groot Brittannië waarvoor dit dansgezelschap is gescout. Vermeldenswaardig is de verkoop van de speciale “collectors items”. Sri Irodikromo bewerkte bordjes en glazen op haar eigen artistieke wijze.
De school is vernoemd naar beeldend kunstenaar Soeki Irodikromo, de geestesvader van de Volksacademie. In een aanloopperiode van tien jaar heeft Irodikromo de oprichting van de school in 2009, samen voorbereid met de Vereniging Herdenking Javaanse Immigratie (VHJI). De Volksacademie heeft als missie het uitdragen en bevorderen van het begrip voor beeldende kunst en cultuur door middel van educatie, exposities, uitvoeringen en andere gemeenschappelijke programma’s in de samenleving. Kortom: dit opleidingsinstituut brengt kunst en cultuur dichter bij de samenleving door enerzijds de studenten kunstzinnig te vormen en anderzijds het publiek met de leerresultaten te verblijden.
Enkele lessen die worden verzorgd zijn: keramiek (vooral met Surinaamse klei), textielbewerking, schilderen, klassieke Javaanse dans, moderne Javaanse dans, pencak silat, gamelan en Javaanse taal. In het jubileumjaar komen er nog twee nieuwe cursussen bij: vlechten (met bamboe en jonge kokosbladeren) en wayang kulit.
[van GFC Nieuws, 27 februari 2014]

Associatie Beeldende Kunstenaars 30 jaar

Soeki Irodikromo

De Associatie van Beeldende Kunstenaars Suriname (ABKS) bestaat 30 jaar. Dit jubileum wordt gevierd met de expositie Unleashed in De Hal aan de Grote Combéweg. Alle ABKS-leden doen mee, ook de oude grootheden Ron Flu en Soeki Irodikromo.

Ruim dertig jaar geleden kwam een groep beeldend kunstenaars bijeen, om met elkaar van gedachten te wisselen over de situatie op het gebied van de beeldende kunst in Suriname. Uit die bijeenkomst ontstond de ABKS: de Associatie Beeldende Kunstenaars Suriname. 2014 is dus een kroonjaar voor de ABKS die dan ook een feestelijke tentoonstelling organiseert: Unleashed.

Leo Wong Loi Sing
Het criterium voor lidmaatschap van de associatie was duidelijk: men moest “jaren lang, voortdurend en serieus bezig zijn met het beoefenen van beeldende kunst”. Het aantal leden zou nooit meer dan tien bedragen. En eens in de twee jaar zou er een groepsexpositie zijn.
De eerste expositie, ‘Identiteit’, werd gehouden in 1984. Enkele dagen voor de opening verongelukte Nola Hatterman, die als ABKS-lid ook deelnam aan deze, ondanks deze tragische gebeurtenis toch zeer succesvolle, eerste ABKS-expo. De overige exposanten bij de tentoonstelling in 1984 waren Ron Flu, Rudi Getrouw, Soeki Irodikromo, Ruben Karsters, Cliff San A Jong en Paul Woei.
Ron Flu
De meest recente expositie was ‘Crossroads of Life’ in De Hal, van 14-16 april 2011. Deelnemend kunstenaars: Anand Binda, Pierre Bong A Jan, Dani Djojoatmo, Ron Flu, Soeki Irodikromo, Sri Irodikromo, Ardi Setropawiro, Kim Sontosoemarto, Jhunry Udenhout en Leo Wong Loi Sing.
Voor het jubileumjaar staat de expositie ‘Unleashed’ gepland, ook nu weer in De Hal, toegankelijk voor het publiek van 22 februari tot en met 27 februari 2014, van 10:00-13:00 uur en van 18:00-21:00 uur. Alle ABKS-leden doen mee, ook de stonfutu’s Ron Flu en Soeki Irodikromo.
Het bestaansrecht van de Associatie is ook na dertig jaar onbetwist. Wel is het criterium voor lidmaatschap nog wat ruimer geworden. Ook jongere kunstenaars krijgen nu de kans om zich aan te sluiten zoals in 2009 Pierre Bong A Jan, Dani Djojoatmo, Sri Irodikromo en Kim Sontosoemarto.
Dit kroonjaar heeft nog een extra gouden randje, namelijk de 80ste verjaardag van ABKS-lid van het eerste uur Ron Flu.
Ardi Setropawiro

De tentoonstelling is toegankelijk voor het publiek van 22 februari tot en met 27 februari 2014, van 10:00-13:00 uur en van 18:00-21:00 uur. De opening op 21 februari is uitsluitend toegankelijk voor genodigden, meldt de organisatie.

Dhalang, de admiraal van de avond

Javaanse cultuur (deel 7 en slot)


Sapto Sopawiro in actie met de gunungan bij het begin van een wayang kulit. Foto: Charles Chang
door Charles Chang
Met een lange bananenstam op zijn schouder komt hij het podium op. Sapto Sopawiro (73) en zijn vrienden treffen voorbereidingen voor een wayangvoorstelling. Een halve dag later zijn ze klaar en begint het uitzoeken van de poppen. Deze hoge vorm van kunst kan men nog maar sporadisch bewonderen. In dit laatste deel van de Javaanse serie: de dhalang of wayangpoppenspeler. Wordt pak Sapto de laatste der dhalangs?
Ondanks zijn hoge leeftijd heeft Sapto nog de energie om uren achter elkaar voor het scherm te zitten en de poppen te bedienen. Hij vertelt, zingt, deelt meppen uit op het witte doek en dirigeert onzichtbaar het gamelanorkest. Al zijn voorgangers hadden die vaardigheden en kennis ook. Een dhalang weet alles en staat in aanzien. Toch zijn er geen opvolgers in het vooruitzicht en wordt de wayang kulit (schaduwpop) met uitsterven bedreigd.
“Mijn vader was dhalang en als jongetje van acht ging ik mee achterop de fiets”, vertelt Sapto. “Ik hield het natuurlijk niet vol, want vroeger duurde een voorstelling tot de volgende ochtend.” Naast de kist met poppen viel de kleine Sapto dan in slaap. “Maar ik hield van wayang en bezocht alle voorstellingen.” Later, als volwassene, hielp hij met het opzetten van het scherm en oefende hij bij de dhalangs in zijn buurt. “Maar lag het niet in mijn bedoeling om dhalang te worden.”
Als dhalang moet je niet alleen het krama inggil, de hoog Javaanse taal, en de karakters van alle vierhonderd figuren kennen, maar ook veel lezen en de rollenboeken uit het hoofd kennen. Het is dus niet zo eenvoudig om dhalang te worden. Volgens een artikel uit de Ware Tijd van 9 september 1993, ‘Wayang kulit, cultuurschat uit Indonesië’, geschreven door John Krishnadath, leefden er rond die tijd twintig tot dertig dhalangs. Niet alle waren actief, maar wel al boven de vijftig.
Les
In 2000 kwam een dhalang uit Indonesië om twee maanden les te geven. “Ik wilde niet! Ik vond het moeilijk.” Op aandringen van zijn vrouw ging hij toch en dat veranderde Sapto’s instelling. De groep bestond uit twee beginnelingen, waaronder Sapto, en vier ervaren dhalangs. Na een paar lessen liet de groep het echter afweten. “De Indonesische wayang verschilde met die van hun. Daarom kwamen ze niet meer”, zegt Sapto, die wel trouw naar les ging.
De dhalangs waren bovendien al oud en overleden kort na elkaar. “Het werd een plicht om door te gaan.” Sapto bleef dus oefenen en de goeroe op Domburg stimuleerde hem. “Mijn eerste performance was op Lelydorp. Ik was niet tevreden, maar het publiek vond het goed.” Vijf jaar later kwam de Indonesische dhalang opnieuw naar Suriname in verband met de viering van 115 jaar Javaanse immigratie. Dit keer bleef de goeroe zes maanden en weer was Sapto de enige leerling. “Hij leerde mij alle kneepjes van het vak en adviseerde mij om het wereldgebeuren te volgen.”
Zorgen
“In het eerste jaar dat ik in Suriname verbleef, maakte ik mij al zorgen over de situatie,” zegt Nur Rahardjo, de ambassadeur van Indonesië. “Toen leefden er nog drie dhalangs, alle ver boven de zestig maar nu is er slechts één dhalang over.” Zou hij daar, vanuit zijn positie, niet wat aan kunnen doen? “Yogyakarta is al op de hoogte en staat klaar om een dhalang naar Suriname te sturen, die mensen zal opleiden. Maar de eigenlijke vraag is: zijn er wel mensen, vooral jongeren, die dhalang willen worden?” De ambassade kan het volgens Rahardjo niet alleen doen, maar heeft de ondersteuning nodig van het Ministerie van Cultuur en de Javaanse gemeenschap.
Opgegroeid met de wayangcultuur weet Rahardjo wat het betekent om dhalang te zijn. “Wayang kulit is een hoge vorm van kunst en daarom is het niet gemakkelijk om dhalang te worden. Je hebt er een speciaal talent voor nodig en je bent nooit klaar met leren.” Volgens de ambassadeur komt dhalang-zijn van binnenuit, “als een roeping, kan je zeggen”.
Als kind had hij een vriendje die al gefascineerd was door de poppen toen hij pas vijf jaar was. “Zodra hij ze zag, wilde hij ermee spelen. Later is hij zelf dhalang geworden.” In Indonesië is de wayang kulit volgens hem nog steeds populair. “Het is dynamisch en gaat mee met de tijd, waardoor jongeren ook komen kijken. Daar heeft de westerse cultuur niet zo’n invloed als in Suriname.”
Sapto Sopawiro in actie met de gunungan bij het begin van een wayang kulit. Foto: Charles Chang
Meertalig
Onder de Javaanse jongeren blijkt, anders dan doet vermoeden, wel interesse te bestaan voor de wayang kulit. Shelien (29) uit Domburg bijvoorbeeld zou er wel één willen meemaken, “maar ik weet niet waar en je moet uitgenodigd zijn.” Romano (23) uit Lelydorp was nog kind ten tijde van de laatste wayangvoorstelling op Lelydorp in 2000. “Ik zou er meer over willen weten, maar ik weet niet waar het wordt gehouden. Er is nu alleen nog jaran kepang.” Beide jongeren geven toe het hoog Javaans niet te verstaan; het voornaamste probleem voor de wayang in Suriname.
Na het tweede bezoek van zijn goeroe, maakte Sapto zijn voorstellingen meertalig. “De eerste keer was op Lelydorp (de Kranenweg) en aan de hand van de reacties deed ik het later ook op Domburg. Het is nodig die meertaligheid omdat jongeren het anders niet verstaan.” Bij de viering van 120 jaar Javaanse immigratie kreeg Sapto juist de opdracht van de VHJI-voorzitter om zijn voorstelling in verschillende talen te houden. “Dat was helemaal geslaagd!”
Onorthodox
In Sapto’s voorstellingen gebruikt hij niet alleen niet-Javaanse woorden, maar zingt ook in het Surinaams en Engels. Hits zoals ‘Blakarowsu’ en ‘Since I met you baby’ vallen dan bijzonder in de smaak. Helemaal vrij is hij echter niet. De organisatie die hem inhuurt, heeft natuurlijk ook wensen. “Soms willen ze helemaal traditioneel. Onze wayang is onorthodox en daarom hebben sommigen wel eens moeite gehad met de dhalang.” Sapto’s begin is standaard, want dat is het religieuze gedeelte, maar daarna laat hij zijn creativiteit de vrije loop. “Natuurlijk aangepast aan de gelegenheid.”
Sapto is niet de eerste met een ‘vreemde’ taal, maar wel degene die het heeft doorgedrukt. Beeldend kunstenaar Soeki Irodikromo herinnert zich dat Kamirin Sordjo er dertig jaar geleden al mee was begonnen. De dhalang gebruikte Surinaamse woorden en ontlokte een golf van kritiek. “Want daarmee bracht hij de waarde omlaag”, zegt Soeki, die er een andere mening over heeft. “Wayang is de allerhoogste kunstuiting, maar soms moet je offeren. Binnen elke kunst heb je dat. De ouderen zijn ertegen, het verpest de waarde van de cultuur, maar voor wie doe je het uiteindelijk?”
Soeki vindt dat het feit dat de Javaanse jongeren de taal niet spreken doorslaggevend moet zijn. “Ik heb er geen moeite mee als het op een nette en verantwoorde manier gebeurd en de vreemde taal het oorspronkelijke verhaal niet tekort doet.” Volgens hem moeten jongeren ook de kans krijgen om de voorstellingen te volgen. “Sapto durft het zelfs aan om de koning een andere taal te laten spreken!”
Admiraal
De kunstenaar had de kans om dhalang te worden, maar bedankte om een paar redenen. “Ik beheers de taal wel in zekere mate, maar ik vind mijn stem niet geschikt. Je moet de lakons, de verhalen, uit het hoofd kennen, de muziek kunnen bespelen en weten te zingen. Als dhalang ben je admiraal van de avond, maar ik zit liever te kijken!”
Sapto is momenteel in Nederland en zal vanavond een wayang kulit houden in het Laaktheater te Den Haag. Een unicum. Daarna reist hij door naar Yogyakarta, Indonesië, voor verrijking van zijn culturele kennis. Ambassadeur Rahardjo: “Ik zie graag dat de wayang kulit behouden blijft. In Indonesië kan een dhalang goed van zijn vak leven. Ik hoop dat het zover komt dat men het hier ook wil leren.” De ambassadeur sluit af met een belofte: de Indonesische regering zal de komende jaren beurzen aanbieden om mensen in staat te stellen dhalang te worden.
[uit de Ware Tijd, 20/04/2013]

Batik: Synoniem aan eigen identiteit en kunst

Javaanse cultuur (deel 2)


door Charles Chang
De serie ‘Javaanse Cultuur’ belicht in het tweede deel batik. Als kleding staat batik overal bekend. Maar het wordt niet alleen verwerkt tot sarong, slendang en blangkon (wikkelrok, sjaal en hoofddeksel), maar ook tot wandkleden, meubelstoffen, tafellakens, enzovoorts.
Het wordt gebruikt voor een huwelijk of mitoni (zwangerschapsceremonie) maar ook bij overlijden. Op een feest of ceremonie geven Javanen hiermee uitdrukking aan hun cultuur. Daarnaast is batik ook een bijzondere vorm van kunst.
Als je het hebt over Javaanse cultuur kan je niet voorbij gaan aan het land van oorsprong: Indonesië. Batik zou ongeveer vanaf 600 na Christus door hindoes naar Indonesië zijn gebracht. Batik komt ook voor in andere landen zoals Japan, China, India, Thailand, Singapore, Maleisië, Senegal en Nigeria, maar nergens heeft het zich zo ontwikkeld als in Indonesië. Sinds 2009 staat Indonesische batik vermeld op de Lijst van Meesterwerken van het Orale en Immateriële Erfgoed van de Mensheid. Om de mensen nog meer aan te moedigen, heeft de Indonesische overheid de bevolking opgedragen om op elke vrijdag batik aan te trekken. De kleding staat ook als symbool voor de eigen identiteit. 2 oktober staat vermeld als nationaal batikdag in Indonesië.
Elke regio in Indonesië heeft haar eigen unieke motieven die afgeleid zijn uit flora en fauna, folklore of menselijke thema’s. De inlandsen hebben traditionele motieven terwijl de kuststreken meer beïnvloed worden door naburige landen. In batik uit Java, met name die van Yogyakarta en Surakarta, is het Javaanse idee van het universum verwerkt. De traditionele kleuren zijn indigo, donkerbruin en wit, mede vanwege het feit dat een natuurlijke dye alleen mogelijk is in indigo en bruin wit is de kleur van de stof zelf. De kleuren symboliseren de Hindoegoden, respectievelijk Brahma, Vishnu en Shiva.
Traditionele batik ziet er meestal heel bedrukt uit. Men kan hier aan zien tot welke stand of familie de persoon behoort. Bepaalde motieven zijn zelfs alleen voor de sultan bestemd. Batik wordt ook gedecoreerd met blad- en stofgoud, maar om het betaalbaar te maken, gebruikt men goudverf. Creaties van nieuwe stijlen noemt men batik modern of batik Indonesia.
Dieptepunt
In de 12e eeuw deed zich een nieuwe ontwikkeling voor, namelijk de uitvinding van de canting (spreek uit als tjanting) in Java. Dit is een pen van hout en koper die gevuld wordt met vloeibare was om de lijnen over te tekenen en af te dekken. De industrialisatie van batik werd later mogelijk gemaakt door de uitvinding van de stempel- en weeftechnieken. Hiermee werd batik op grote schaal geproduceerd; de handmatige manier kon de vraag niet meer aan. De prijs was ook vele malen lager dan handgemaakte batik.
Eind twintigste eeuw raakte de productie van batik echter in een dieptepunt door de overstap naar westerse kleding. Cultuurbewuste personen zagen dit gelukkig in en modeontwerpers gingen aan de slag. Zij introduceerden nieuwe kleuren, motieven en stoffen, waardoor batik weer aansloeg.
Batikkunst van Soeki Irodikromo. Beeld: Collectie Soeki.
Kunst
Iemand die kunst weet te maken van batik is Soekidjan Irodikromo. Als kind raakte hij geïnspireerd door de motieven op de sarong en slendang van oma. Zij kwam uit Surabaya en zijn opa uit Midden-Java. Hij droeg een udheng van batik, een hoofddoek die je zelf moest binden. Soeki’s grootouders wisten echter niet hoe ze batik moesten maken. “Het waren ongeschoolde mensen die nooit de stad in Java hadden gezien. Net als het overgrote deel van de contractarbeiders waren ze nog heel jong toen ze zonder bagage naar hier kwamen. Hun enige bezit hebben ze altijd bewaard in een houten kist, maar toch is later alles poreus geworden.”
Dankzij zijn tekentalent werd Soeki van zijn geboorteplaats Rust en Werk naar de stad gestuurd om zich verder te bekwamen. Op een zekere dag, ergens eind jaren zeventig, organiseerde de Indonesische ambassade een batiktentoonstelling. “Die man was een grote batikmeester”, zegt Soeki over de kunstenaar uit Yogyakarta. “Hij was ook een musicus en wayangspeler. Ik werd razend van wat ik allemaal zag en wilde het ook leren! Alle verhalen van oma herleefden en dat wilde ik illustreren op batik.”
Door bemiddeling van zijn kunstleraar, de minister van Onderwijs en de Indonesische ambassade vertrok Soeki voor een jaar naar Indonesië. Hij kwam terecht op de Akademi Seni Rupa Indonesia (ASRI), waar hij zich intensief bezig hield met batiktechnieken. Buiten de opleiding liep de leergierige Soeki ook de ateliers af om meer te leren. “Ik dacht dat batik alleen voor kleding was bestemd, maar je kunt er ook kunst mee maken.”
Schilderen
Er bestaan zo’n drieduizend batikpatronen. Batikken gebeurt met een witte doek van katoen, linnen of zijde. Voor een schilderij gebruikt Soeki extra dik katoen. Op het doek schetst hij eerst met potlood, daarna dekt hij de lijnen af met een canting. Voor het afdekken van grote delen brengt hij de was met een kwast aan. Hierna volgt een koud water dye en wordt het doek opgehangen om te drogen.
Dit proces van afdekken, onderdompelen en drogen herhaalt zich tot al de gewenste kleuren zijn aangebracht. Eerst brengt hij de lichte kleuren aan en vervolgens de donkere kleuren. Door het afdekken heeft batik geen zwarte, maar witte lijnen de kleur van het doek. Voor een apart effect worden de grote afgedekte delen opzettelijk gekreukt, waardoor barstjes ontstaan in de was die weer voor fijne scheurlijnen zorgen als patroon. Het langdurige proces eindigt met twee potten kokend water. In de eerste smelt alle was voor hergebruik, in de tweede zit zeep en soda om de stof schoon te wassen.
Mysterieuze schoonheid
Batik maken op de traditionele wijze is een zeer gewilde kunst. Er bestaan geen twee van hetzelfde. Sommige effecten ontstaan toevallig, maar de spontaniteit waarmee het werk zich onderscheidt van een olieverfschilderij maken batik uniek. De kleuren lopen zacht in elkaar over, de breuken, scheurlijnen en het schaduwwerk dragen bij aan de mysterieuze schoonheid van batik. Volgens Soeki wordt voor het kleuren speciale verf gebruikt. Daardoor blijft de stof soepel en veroorzaakt het geen irritatie bij het dragen van een sarong of hemd. Dit maakt echter dat een schilderij van batik niet eeuwen houdbaar is zoals een olieverfschilderij.
De kunstenaar adviseert om kleding te wassen met zachte zeep en batik niet bloot te stellen aan de zon. “Veel motieven op batik zijn voorgekauwd en afgeleid uit het wayangpoppenspel, maar bij batik als schilderij heb je de vrijheid om te werken naar eigen inzicht”, zegt Soeki. De andere reden dat hij zich heeft toegelegd op het maken van schilderijen in plaats van kleding, is het langdurige proces. “Je gaat daarmee niet kunnen concurreren met Indonesië. Behalve dat het machinaal wordt gemaakt, is hun arbeidskracht ook veel goedkoper. En daarom blijft handgemaakte batik een kunst. Nadat ik terug kwam van Indonesië, heb ik overal in het land workshops gegeven. Twintig jaar lang heb ik gewerkt met batik en heb ik mijn leven daarmee opgebouwd. Dit heb ik te danken aan mijn cultuur.”
[uit de Ware Tijd, 09/03/2013]
  • RSS
  • Facebook
  • Twitter