blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Hogeweg Jacco

Colleges Surinaamse en Antilliaanse literatuur

 
Op vrijdag 7 februari begint de nieuwe collegereeks Caraïbische dromen – De literatuur van Suriname en de voormalige Nederlandse Antillen die prof. Michiel van Kempen geeft aan de Universiteit van Amsterdam. Er is een gloednieuwe reeks samengesteld, waarbij zo wel klassieke als de allernieuwste teksten worden gelezen. Vele gasten maken hun opwachting: schrijvers en gastdocenten van beide zijden van de oceaan. De colleges worden gegeven in zaal 4.04 van het PC Hoofthuis, Spuistraatc 138 te Amsterdam. Het vooraf gelezen hebben van de te behandelen tekst is voorwaarde om aan het college te kunnen deelnemen.
Wie graag de reeks of enkele coleges bijwoont kan zich per mail aanmelden:
M.H.G.vanKempen@uva.nl
Aanbevolen voorkennis
Jos de Roo, ‘Hollandse hovaardij; Moderne Surinaamse schrijvers over Nederland’.
Wim Rutgers, ‘De Nederlandse Antillen en Aruba’. Het gaat om 2 hoofdstukken uit: Theo D’haen (red.), Europa buitengaats; Koloniale en postkoloniale literaturen in Europese talen. Deel I. Amsterdam: Bert Bakker, 2002, pp. 199-246,  resp. 247-288.
Colleges
  1. vrij 7 februari 2014: Algemene inleiding I
  2. vrij 14 februari 2014: Algemene inleiding II, boek: Jacco Hogeweg – Een donjuan in de West
  3. vrij 21 februari 2014: Albert Helman elke student leest een ander boek van Helman
  4. vrij 28 februari 2014: Wij slaven van Suriname van Anton de Kom, in aanwezigheid van de biografen van Anton de Kom, Alice Boots en Rob Woortman
  5. vrij 7 maart 2014: Mijn zuster de negerin van Cola Debrot
  6. vrij 14 maart 2014: Onsterfelijk van Guillermo Rosario, in aanwezigheid van de vertaalster, en dochter Libèrta Rosario
  7. vrij 21 maart 2014: we lezen gezamenlijk een tekst van Derek Walcott en bezoeken in Den Haag de onthulling van een muurtekst met een gedicht van Walcott
  8. vrij 28 maart 2014: roostervrij
  9. vrij 4 april 2014: Rubber van Madelon Szekely-Lulofs. Gastcollege door Dr Gabor Pusztai (Universiteit van Debrecen Hongarije) – ‘Antikoloniale concepten in het werk van Madelon Lulofs en Laszlo Szekely’
  10. vrij 11 april 2014: Dubbelspel van Frank Martinus Arion. En vertoning van de film Yu di Korsóu in aanwezigheid van cineaste Cindy Kerseborn
  11. vrij 18 april 2014: collegevrij (Goede Vrijdag)
  12. vrij 25 april 2014: ‘Praatjes voor de West, de invloed van de Wereldomroep op jonge schrijvers in het Caraibisch gebied’, door Jos de Roo. Te lezen tekst: De rots der struikeling van Boeli van Leeuwen
  13. vrij 2 mei 2014: Hoe duur was de suiker? van Cynthia Mc Leod, met vertoning (fragmenten van) van de film van Jean van de Velde. Gastcollege over Surinaamse en Antilliaanse talen door dr Annelies Roeleveld

     

  14. vrij 9 mei 2014: De zwarte Lord van Rihana Jamaludin, in aanwezigheid van de auteur
  15. vrij 16 mei 2014: Het hiernamaals van Doña Lisa van Eric de Brabander, gastcollege door Prof. Wim Rutgers (Universiteit van de Nederlandse Antillen)
  16. vrij 23 mei 2014, laatste college, publiekscollege: De man van veel van Karin Amatmoekrim, in aanwezigheid van de auteur,

‘donjuan’ in Suriname

Afbeelding van plantage Cornelis Vriendschap


door Joop Vernooij

In het Nationaal Archief in Den Haag-Nederland is enige tijd geleden het verslag van Pieter Groen van zijn reis naar de West-Indies, inclusief Suriname en Paramaribo, gevonden. Zijn tekst van 2.300 woorden is niet lang, maar wel interessant, niet zozeer om welke landen hij aandeed, maar om wat er in die tijd te beleven was. We lezen over leefwijze en cultuur van die tijd in onze regio, met name over het plantageleven. Het verhaal is interessant omdat het van een jongeman van negentien jaar is.
Rumproduictie in de West Indies

 

Jacco Hogeweg van het Nationaal Archief heeft de uitgave verzorgd, maar ook zijn eigen uitgebreid verhaal ter verduidelijking toegevoegd. Zijn verhaal geeft een prima inleiding en aan het eind behandelt hij ook het verdere verloop van het leven van Pieter Groen, een koopmanszoon uit Amsterdam. De schriften van Pieter Groen hebben eigenlijk als titel Journaal van een reis naar de West-Indien, van 1792 tot 1794, genummerd 1, 2 et cetera, tot 7. Jacco Hogeweg heeft het geheel de titel Een donjuan in de Westgegeven, daarmee Pieter Groen tekenend naar aanleiding van zijn relationele leven ten aanzien van vrouwen.
Pieter Groen ging jong op reis. Hij moest aanleren hoe zaken te doen in die koloniale tijd. Juist aan het begin van zijn reis overleed zijn vader. De familie bleek genoeg geld te hebben om Pieter te veld te sturen en hij keek dan ook als een beginnende zakenman. Hij was niet van alles op de hoogte maar vond in de West-Indies toch wel het een en ander. Hij had genoeg geld bij zich om twee jaar onderweg te zijn. Het eerste deeltje heeft als titel Journaal van een reis naar West-Indiëen het tweede Journaal van een reis door West-Indië. Het derde deeltje heet Journaal door het Hollandse West-Indië. Daar komt Paramaribo aan bod, evenals de plantage Courtvligt, plantage Halle en Saxen (in 1863 met 98 slaven, eigenaar Wilhelm Rühmann), plantage Cuylenborg (in 1863 9 slaven, eigenaar W. Rühmann), en dan gaat hij naar Guyana. Hij vervolgt met het 4de Journaal over de kolonies en rivieren Essequibo en Pommeroon, de Arabisker Kust en Orinoco en de levenswijze van de indianen. Groen is geen rasechte antropoloog of socioloog en schrijft voor zich uit met de nodige vooroordelen zoals toen gebruikelijk. En het is ook helemaal niet zijn bedoeling volledig te zijn. Niettemin is hij een van de eersten die iets over de oorspronkelijke bevolking meldt, zoals over hun ‘huizen’ (kampen), over hun wijze van planten en oogsten, over hun huwelijk en visvangst. Het 5de deel heeft de titel Journaal van een reis van Demerara naar Berbice en mijn verblijf in de kolonie. Deze kolonies waren Nederlands, evenals Essequibo en Pommeroon, maar vormden later in 1830 het grootste deel van het huidige Guyana. Het 6de deel bericht ons over de terugreis, Journaal van een reis naar Rotterdam met het schip The Non Pareil van kapitein Edward Barker. Ik denk dat menigeen, zoals ikzelf, vanuit Suriname de Atlantische reis heeft gemaakt. Toen was het vooral bij gelegenheid van het West-Indisch verlof en tegenwoordig heet het de Caribbean Cruise.
De belegering van Constantinopel

 

Voor Jacco Hogeweg is het 7de deeltje het basisboek door de eigenaardige titel. Het heet Een apart journaal over Engels en Hollands West-Indië, 1792-1794. Opmerkingen te vinden in het samengevatte journaal van mijn reizen in Europa en door de West. Hierin gaat Groen min of meer uitgebreid in op zijn amoureuze activiteiten met vrouwen in de West, wel of geen slavin, wel of niet wit. Hij is openhartig en wil als jongeman wat opscheppen over zijn relaties, kort of lang, vrij of met dwang en als het allemaal lukt, gebruikt hij de uitdrukking ‘Constantinopol werd belegerd’. Hoe hij daarop komt, is een raadsel. Verbazend dat hij in die tijd erover praat en het aan vrienden en familie bekendmaakt. In het algemeen is het een geseculariseerd verhaal. God wordt niet overal bij gehaald. Groen, die katholiek schijnt te zijn, heeft het niet over kerken, predikanten en priesters en is wat geloof betreft, uiterst sober. Misschien een relict van de Verlichting en de Franse Revolutie. Pieter Groen had eerst in het klad over zijn belevenissen geschreven en heeft in 1794 alles in het net uitgewerkt.
Zoals gezegd was het niet de bedoeling een verhandeling over slavernij, plantage-economie of Europese expansie te schrijven. Het is een reisjournaal, inbegrepen de windrichting (en windstilte), de graden en minuten van de scheepvaart. Dus historisch of literair niet zo interessant.
Maar toch: het is een tijdsbeeld en een logistieke verkenning. Dit boek is wel interessant vanwege de illustraties. Hogeweg heeft kaarten en plattegronden gevonden, die min of meer origineel zijn en ons verder brengen wat de West-Indies betreft. De kaart van pagina 6-7 geeft een aantal plantagenamen van Essequibo-Demerara, van Berbice en van Suriname. Zeer verhelderend. De uitgave bevat ook een lijstje woorden van het Berbice-Nederlands die Groen heeft opgetekend en wellicht heeft gebruikt (pp. 128-129).

 

Hogeweg geeft ook het verdere verhaal van Pieter Groen, die in 1830 in Beverwijk is overleden. Hij voegt er een stamboom van Groen aan toe. Met een literatuurlijst en een effectieve index. Er zijn wel moeilijke of vreemde woorden zoals bezaar, bramstagen en bramra’s.
Deze publicatie is informatief vanwege de in- en uitleiding van Jacco Hogeweg en geeft een beeld van een zwierbol, een pierewaaier of op z’n Sranan, een boroman.
Jacco Hogeweg: Een donjuan in de West. Het reisverslag (1792-1794) van koopmanszoon Pieter Groen, 175 pp. met illustraties. Uitgeverij Balans, 2013

 

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter