blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Hinte Maarten van

Woiski vs. Woiski | Orkater & Bijlmer Parktheater

“BB met R dat is Bruine bonen met rijst…” Wie kent deze tophit uit de jaren 50 van Max Woiski niet?

Max sr. kwam in de jaren dertig, als een van de eerste Surinamers naar Amsterdam en opende daar zijn eerste nachtclub. Hij en zijn zoon Max jr. moesten zien te overleven in het witte Nederland. Waar Max sr. zich met charme en bluf weet aan te passen en daar gelukkig mee lijkt te zijn, komt Max jr. in verzet. Op een avond in nachtclub La Cubana, komt hun strijd in een beslissende battle tussen muziekstijlen en karakters tot een hoogtepunt. read on…

Albert Helman herleeft in spetterend festijn

De 7de Caraibische Letterendag van de Werkgroep Caraïbische Letteren werd op zaterdag 17 september 2016 een spetterende herleving van Albert Helman, Rebel en pionier. Natuurlijk in zijn eigen woorden (prachtig gebracht door acteur Felix Burleson), maar ook met aubades van een hele reeks artiesten en schrijvende grootheden. En natuurlijk met de presentatie van de gloednieuwe Helman-biografie, Rusteloos en overal, van Michiel van Kempen. Een fotoreportage van Nataly Linzey.

 

read on…

Caraïbische Letterendag: Albert Helman, rebel en pionier

Caraïbische Letterendag Amsterdam, 17 september 2016

De Surinaamse schrijver Albert Helman (1903-1996, pseudoniem van Lou Lichtveld) staat centraal op de zevende Letterendag van de Werkgroep Caraïbische Letteren. Die vindt plaats op zaterdagavond 17 september in de Openbare Bibliotheek Amsterdam. Verschillende artiesten werken mee aan de avond, onder meer Kenny B en Manoushka Zeegelaar Breeveld, terwijl werk van Helman zelf wordt uitgevoerd door pianist Hessel bij de Leij en alt-mezzosopraan Charlotte Stoppelenburg. read on…

Theater: een intieme uitwisseling

Maarten van Hinte en Marjorie Boston hebben drie maanden lang aankomende theatermakers in Paramaribo begeleid om hun nieuwe stem binnen het theater te laten horen.Een gesprek met twee ervaren kunstbeoefenaars over hun liefde voor theater en de nieuwe stemmen die Suriname rijk is. “Je ambities moeten groter zijn dan Suriname alleen.” read on…

Alida Dors genomineerd voor Aanmoedigingsprijs Culturele Diversiteit 2015

De voorstelling Built for it van BackBone/Alida Dors is genomineerd voor de Aanmoedigingsprijs Culturele Diversiteit 2015. Built for it, muziekdramaturgisch vormgegeven door Maarten van Hinte, is een ontroerende oproep tot empathie. Zeven dansers proberen zich te bevrijden van hardnekkige stigma’s en vooroordelen. Is het als individu mogelijk om hieruit los te breken? De persoonlijke zoektocht naar autonomie en een eigen stem krijgt vorm door de choreografie van Alida Dors en de scherpe spoken word van woordkunstenaar en rapper Typhoon. read on…

The Revivalists

Theatermakers uit Zuid-Afrika, Engeland en Nederland zetten hun tanden in klassieke theaterteksten.

Hierbij nodigen wij u uit voor de premiere van The Revivalists op zaterdag 4 oktober 2014,
om 20:00 uur in het Bijlmer Parktheater, in Amsterdam (Anton de Komplein 240 Amsterdam Zuidoost).Na afloop van The Revivalists wordt de voorstelling Becoming Another Becoming You van Poetry Circle Nowhere opgevoerd. read on…

MC Theater geopend

Op zaterdag 16 oktober is dan eindelijk het nieuwe MC Theater geopend op het terrein van de Amsterdamse Westergasfabriek. Na een openingsprogramma met speeches van o.a. Lucien Kembel en Marjorie Boston (de directie van MC), Carolien Gehrels (wethouder van Cultuur in Amsterdam), Sahr Ngaujah (theatermaker bij MC die momenteel schittert in de Broadway Musical Fela! in New York), presentaties uit MC-voorstellingen, muzikale performances van Senna, Flinke Namen en Joya Mooi, barstte het feest los, een Magnificent Celebration. Bekijk hier de foto’s.

.

 

Foto’s: @ Sharon-Jane Dompig

Compromisloze energie

door Michiel van Kempen

Als ik thuis kom, ga ik voor mijn cd-kast staan, sluit mijn ogen en pak lukraak een doosje. Zonder te kijken schuif ik de lade van de cd-speler open en stop de cd erin. Raden wat ik heb opgezet. Het is zowat de meest ongenadige muziek die ik in de collectie heb: Echoes of Time and the River van George Crumb. Even heb ik de neiging iets te pakken dat gemakkelijker in het gehoor ligt. Kara Dara, La Clemenza di Tito, of de prachtige cd Moods van Philip Catherine die voor het grijpen ligt naast de speler. Maar ik doe het niet, want ik realiseer me dat die ongenadige Crumbs eigenlijk het beste aansluit bij wat ik denk na het zien van de voorstelling De laatste dichters, de bewerking van de gelijknamige roman door Christine Otten, in een regie van Maarten van Hinte en Marjorie Boston in het nieuwe MC-theater op het terrein van de Amsterdamse Westergasfabriek. Nee, ik schrijf hier geen recensie, ik zal het niet hebben over de prachtige taal van Christine Otten. Ik schrijf over mijn boosheid (acceptabele andere term: mijn treurnis) over de lafheid die hand over hand toeneemt in deze wereld. Dat klinkt pathetisch, zegt u? Nou, laat het dan zo zijn. We leven in tijden waarin we graag willen geloven dat de crisis voorbij lijkt te zijn, maar de crisis woedt erger dan ooit, en het ergste moet nog komen, economisch, financieel en vooral: mentaal. Welke politicus durft afstand te nemen van de banaliteit van de Realpolitik? Wie durft het aan om niet toch minstens een bepaald percentage over te nemen van de ordinaire retoriek waarmee de blondgespoelde nationaal-socialist en zijn Limburgse maffia Nederland weet te gijzelen met een fantasieloos samengesteld clubje regenten dat als je het goed bekijkt steunt op nauwelijks 30 % van de bevolking? Wat een treurnis van gezapigheid in links Nederland met snikkend alfa-meisje Halsema, dorpsveldwachter Roemer, en de infatsoenlijke Cohen die is vergeten hoe zijn voorganger Den Uyl onder tafel de schenen bont en blauw schopte. En los nog van dit land dat nauwelijks een kwart van de oppervlakte van Suriname telt, wat voor hartverheffends kan de wereld ons bieden. De Belgische malaise? De Roma-vriend Sarkozy? Het loeder Ingrid Betancourt dat nu geld maakt met haar geslepen herinneringen? Hamid Karzai toch niet?

Ik kan De laatste dichters wel samenvatten, en de meest banale samenvatting zou erop neerkomen dat het een stuk is over een radicale zwarte dichtersbent uit de jaren ’60 in Harlem (Abiodun Oyewole, Umar Bin Hassan en Babatunde). Maar waar het in wezen over gaat is over trouw blijven aan jezelf, geen water bij de wijn doen, staan voor je idealen. Natuurlijk spat de groep van The Last Poets met kracht uit elkaar, we krijgen geen voorgeprogrammeerd happy end. Maar het mooiste shot is het allerlaatste: een verlichte cirkel waarbinnen op een draaitafeltje een elpee wordt afgedraaid. En daarbij de melancholische woorden van een van de laatste dichters die zegt dat hij de groep mist. Hij mist de compromisloze energie van die tijd. Compromisloze energie: het lijkt niet meer van deze tijd te zijn om het daar nog over te hebben. Maar als je er goed over nadenkt is dat het juist wat deze soms al te uitbundige en soms zeer intieme voorstelling wil overbrengen: de trouw aan je diepste zelf, je meest onvervalste energie en creativiteit. Dat is wat daar in die anderhalf uur nabij het IJ opklonk, bijna melancholisch. Echoes of Time and the River.

(Nog enkele voorstellingen de komende dagen tot en met 15 oktober; reserveren klik hier. Ottens roman is verschenen bij Atlas.)

Bovenste foto: actrice Aisa Winter, @ Foto Milette Raats; op de onderste foto Christine Otten. 

Overspel in Caraïbisch toneel

 

door Kirsten Dorrestijn

‘Scènes uit een huwelijk. Overspel in de politiek en in de liefde’, zo luidde het thema van de Derde Caraïbische Letterendag die op 25 september plaatsvond in het Amsterdamse Bijlmerparktheater. De avond stond in het teken van toneelschrijvers uit Suriname, de Antillen en Aruba. Het onderwerp leverde genoeg gespreksstof op.

De avond opent met een fragment van het toneelstuk Iris van Thea Doelwijt. Maureen Tauwnaar speelt een oudere vrouw die met pijn in haar hart terugdenkt aan Suriname ten tijden van de decembermoorden. Daarna wordt Een vrouw van een man van Astrid Roemer opgevoerd, de vrouw gespeeld door Gerda Havertong en de man door Felix Burleson. Sharda Ganga leest een column voor.

In een panelgesprek discussieert Noraly Beyer vervolgens met de toneelschrijvers Thea Doelwijt, John Leerdam, Sharda Ganga en Jenny Mijnhijmer. Klopt het dat de werkelijkheid soms bizarder is dan de fantasie, vraagt Beyer zich af. Leerdam denkt dat zeker: ‘In Den Haag kan ik mijn oren soms niet geloven. Over de ontmanteling van de Antillen kun je een stuk opvoeren in drie bedrijven.’ En wat doen de toneelschrijvers met die bizarre werkelijkheid? Sharda Ganga, die speciaal voor deze avond is overgevlogen uit Suriname, waarschuwt dat men in Nederland niet moeten denken dat de werkelijkheid waarin Suriname zich sinds een maand bevindt de enige absurditeit van de afgelopen dertig jaar is. Op haar eigen opvoeringen heeft die politiek weinig invloed: ‘Ik maak altijd absurdistisch theater, wie er ook aan de macht is.’

Maarten van Hinte, met op de achtergrond Gerda
 Havertong; foto © Sam Jones Productions

Ganga houdt zich bezig met de vraag hoe ze mensen bewust kan maken. ‘Wat bijvoorbeeld mijn aandacht heeft, is de vraag waarom het ons in Suriname niet lukt om onze potentie volledig te benutten. Dat soort vragen vertaal ik naar theater.’ Doelwijt begeeft zich het liefst midden in de maatschappij en kan in haar stukken kwesties kwijt die haar raken. ‘Ik probeer mensen meer inzicht te geven. Ik geef het publiek “prikjes”.’ Voor Mijnhijmer werkt het anders. Zij schrijft vanuit verwondering, en niet om mensen iets te leren. ‘Omdat ik midden in de maatschappij sta, gaat mijn werk altijd over het hier en nu. Ik zie het als mijn verantwoordelijkheid om te verhalen over de dingen die spelen.’

Surinaamse toneelschrijvers die in Nederland wonen, verwerken vaak herinneringen aan het land van herkomst in hun stukken. Volgens Ganga wordt Suriname door Surinamers die in Nederland wonen anders beleefd dan door de inwoners van het land zelf. ‘Mijn werkelijkheid is anders. Thea Doelwijt blijft voor Surinamers iemand die in Nederland stukken schrijft. De bewoners van het land ervaren de situatie anders.’ Doelwijt is het daarmee eens: ‘Sommige dingen kan ik alleen maar schrijven als ik een tijdje in Suriname zit. Dan kom ik er achter wat er leeft onder de mensen.’ Leerdam kan doordat hij al bijna dertig jaar in Nederland woont de Surinaamse ‘issues’ beter abstraheren.

Beyer vraagt zich ook af waarom in Nederland zo vaak weinig zwarte mensen naar toneel gaan. Volgens Leerdam komt dat door de marketing, op wie de groep zich richt. Mijnhijmer denkt dat het komt doordat Caraïbische mensen zichzelf niet terugzien in het Nederlandse toneel.

Na de pauze wordt een fragment van Stampij van Norman de Palm en een gedeelte van Daniel en de Duivel van Julien Ignacio opgevoerd. En Maarten van Hinte leest een column voor. Vervolgens gaat Noraly Beyer weer in gesprek met de schrijvers. Ze vraagt of zij hun persoonlijke leven in hun stukken verwerken. Ignacio denkt dat je daar als toneelschrijver moeilijk omheen kunt: ‘Je gebruikt altijd elementen uit je eigen leven. Maar soms kun je er verder vanaf gaan staan. Dat heb ik bijvoorbeeld gedaan in mijn stuk over een asielzoeker.’ Ignacio maakt zijn persoonlijke ervaringen herkenbaar voor een breed publiek door zijn particuliere belevenissen te veralgemeniseren. Hij doet dat bijvoorbeeld door het onderwerp symbolisch te maken of te vergroten. Zo krijgt het publiek genoeg ruimte erin te stappen. De Palm heeft een zelfde soort techniek: hij belicht verschillende invalshoeken van een onderwerp om zijn ideeën te verduidelijken.

En wat willen deze schrijvers met hun stukken bereiken? Ignacio noemt zichzelf een estheet. ‘Ik wil schoonheid, verstelling teweeg brengen. Ik doe erg mijn best om mooie teksten te schrijven. Misschien hecht ik daar soms al te veel waarde aan. Het werkt niet altijd op het toneel.’ Van Hinte wil vooral iets delen. ‘Theater maak je samen met je publiek. Ik wil dat het iets losmaakt.’

Ten slotte vraagt Beyer zich af hoe het met de jonge toneelschrijvers in de Caraïben is gesteld. Op Curaçao zijn er behoorlijk wat, weet De Palm, die tevens theaterdirecteur is van een schouwburg op het eiland. Hij denkt dat de belangstelling voor toneel in een versnelling zit en verwacht dat er een nieuwe generatie theatermakers op komst is. Van Hinte vermoedt dat er in Suriname op dit moment meer geschreven wordt dan in Nederland. ‘En die teksten gaan vaak over thema’s die hier spelen, over identiteit en etniciteit. Wat dat betreft heeft het Caraïbisch gebied een voorsprong. Mensen denken al veel langer over deze onderwerpen na.’ Dat is de reden waarom Van Hinte denkt dat in de Caraïben de toekomst ligt.

Derde Caraïbische Letterendag: Overspel in politiek en liefde

door Stuart Rahan

Amsterdam Zuidoost – Als wij theatermaker Sharda Ganga en de Surinaamse samenleving mogen geloven, staan een aantal zaken in Suriname bijna wetmatig vast. Politici kunnen herrijzen, zij worden gerecycled en er is altijd een weg terug. In haar voorgedragen column, zaterdagavond tijdens de Derde Caraïbische Letterdag, neemt zij de Surinaamse politiek en politici van de afgelopen dertig jaar op de hak.

Sharda Ganga
Foto © Michiel van Kempen

Zij vindt Surinaamse politici de beste overleveraars van de aarde door hen te vergelijken met kakkerlakken, die politieke ijstijden weten te overleven. De recente turbulente regeringsformatie van oude vijanden, die vrienden worden om vervolgens uit elkaar te gaan om uiteindelijk toch weer samen te werken, is voor Sharda Ganga het levende bewijs dat er voor Surinaamse politici altijd een weg terug is. De relatie van Ronnie Brunswijk en Desi Bouterse zijn in dit verband exemplarisch. Begonnen als lijfwacht van Bouterse heeft Brunswijk zich een weg gebaand om uiteindelijk politiek partner te worden van zijn oude baas.

Het zal Sharda Ganga dan ook niet verbazen als over niet al te lange tijd de boel uit elkaar valt, verkiezingen worden gehouden en huidige vijanden weer oude vrienden worden. “De politiek in Suriname is namelijk erg milieubewust, net recyclen dus.”

De afgelopen wisselvallige politieke liefdesverklaringen worden volgens haar dan ook ingegeven door tijdelijk krasheid. “’s Morgens word je wakker, kijk je naar de vergane glorie naast je en denk je: hebben wij dit stuk niet al eerder gespeeld?” Sharda Ganga sprak op uitnodiging van de Werkgroep Caraïbische Letteren waarbij het thema overspel in politiek en liefde centraal stond. Een dankbaar thema, omdat in Suriname beide facetten onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Maar eenmaal in Nederland wordt zij regelmatig geconfronteerd met vragen over hoe het mogelijk is dat Bouterse president is van Suriname. Met alle genoegen geeft zij een gepeperde reactie. “Hoe is het mogelijk, Wilders als puppetmaster van Nederland?” Met de beide politieke werkelijkheden zouden volgens haar gouden tijden moeten aanbreken voor theatermakers. Voor haar niet, want ze denkt haar ‘penseel aan de kankantrie op te hangen’ en een andere bezigheid te zoeken. “Misschien dat ik maar een eigen politieke partij begin”, eindigt zij cynisch haar column.

Theatermaker Maarten van Hinte las ook een eigen column voor. Hij ging daarbij terug naar het moment uit zijn leven toen hij als tienjarige jongen met zijn ouders in het Amerikaanse Texas woonde. Zijn familie was niet alledaags. Blanke vader en zwarte moeder met twee kinderen. Het werd al helemaal hilarisch toen hij voor aardrijkskunde zijn spreekbeurt over Suriname hield. Het land dat volgens zijn lerares niet bestond. Toen hij daartegen inging, moest hij eerst de vernederingen van het schoolhoofd aanhoren om vervolgens naar huis gestuurd te worden. Een half uur later stond hij er met zijn moeder en een stapel boeken van en over Suriname om zijn gelijk te halen. Met rood aangelopen hoofden moesten het schoolhoofd en de lerares aardrijkskunde erkennen dat zij er volledig naast zaten. Botsende ervaringen die met enige regelmaat terugkeren.

Ik leef koelie!

In de discussieronde lieten de theatermakers Thea Doelwijt, John Leerdam, Jenny Mijnhijmer en Sharda Ganga hun gedachten gaan over de vrijheid om theater te maken in Suriname en Nederland. Thea Doelwijt staat het liefst midden in de maatschappij om te voelen wat er leeft en daarover te schrijven. Haar privéleven staat er helemaal buiten. Refererend aan de gevoeligheid rond de decembermoorden in Suriname vroeg gespreksleider Noraly Beyer zich af hoe de schrijversvrijheid zich verhoudt tussen Nederlanders en Surinamers ten aanzien van hetzelfde onderwerp. Voor Sharda Ganga is het gevoel tussen beide theatermakers anders met het grote verschil dat zij er woont en dus ook beleeft hoe de gevoelens liggen, terwijl de Nederlandse evenknie er van een afstand naar kijkt. De Nederlandse groep ervaart het dus anders.

V.l.n.r. Paulette Smit, Felix Burleson, Naro Petronilia, Bo Bojoh.
Foto © Stuart Rahan

Zij illustreerde haar reactie door te stellen: “Ik leef er. Ik voel de stemming bij de mensen. Zij leven geen koelie, ik leef wel koelie.” Een antwoord dat om verduidelijking vroeg maar door tijdgebrek werd afgebroken. Jammer omdat het gevoel, afhankelijk van de betrokkenheid, door eenieder anders ervaren wordt. Een gerichte discussie over censuur, zelfcensuur of onvrijheid ervaren, kan inhoudelijk tot betere inzichten en misschien ook beter begrip onder theatermakers van beide zijden van de oceaan tot gevolg hebben. Jenny Mijnhijmer zegt theater dwars door kleuren en etnische groepen te maken. “Ik kijk niet naar kleur, maar toch word ik door witte recensenten gezien als zwarte theatermaker.”

Behalve de columns en debatten waren er ook nog een viertal readings van toneelschrijvers. Het theater in relatie tot familie en het persoonlijke werd algemeen gemaakt. Van Thea Doelwijt werd Iris opgevoerd. Een grootmoeder schrijft aan haar kleinzoon over mysterieuze doodsoorzaken ten tijde van het militaire bewind in Suriname. In Een vrouw en een man van Astrid Roemer wordt de in elkaar verweven rol van een militair als leider en echtgenoot blootgelegd. In de twee liefdesreadings werden onderlinge familiebanden op de meest pijnlijke wijze blootgelegd. Norman de Palm en Julien Ignacio zijn schrijvers van de stukken Stampij en Daniël en de duivel. Volgens Noraly Beyer wil de Werkgroep Caraïbische Letteren ook graag in Suriname dit soort avonden organiseren.

[overgenomen uit de Ware Tijd Online, 28/09/2010]

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter