blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Herrenberg J.Z.

9 november: Caraïbische Letterendag over de jongste schrijversgeneratie

Vandaag * Vandaag * Vandaag * Vandaag

De nieuwe Caraïbische schrijvers op de 9e Caraïbische Letterendag

Op 9 november verzamelt zich in het theater van de Openbare Bibliotheek in Amsterdam een bijzondere groep Caraïbische Schrijvers. Het gaat om twaalf schrijvers die in de laatste vier jaar hun debuut hebben gemaakt, onder wie Radna Fabias, Etchica Voorn, Roberta Petzoldt, Gershwin Bonevacia, Julien Ignacio, Shantie Singh. Zij grossieren in literaire prijzen, o.m. C. Buddingh’-prijs, Opzij Literatuurprijs, Boekhandelsprijs, Herman de Coninck-prijs. Hun werk is van uitzonderlijke kwaliteit, zij kaarten nieuwe thema’s aan en doen dat in uitdagende vormen waarmee een nieuw en jong publiek wordt uitgedaagd.

read on…

J.Z. Herrenberg – Dom poppendorp

Johan Herrenberg is a.s. zaterdag, 9 november, een van de zestien gasten tijdens de Caraïbische Letterendag in de Openbare Bibliotheek Amsterdam, aanvang 19.00 uur. Hieronder een fragment uit zijn roman Nederhalfrond.

read on…

Ruïnes van Babel

door Johan Herrenberg

In juli 1978 zag ik ze voor het eerst: de Twin Towers. Ze stonden aan de overkant van de baai, rank en elegant tegen het blauw van een zondagmiddag. Een oom van vaderszijde was loods op de Hudson, en mijn tante reed met de familie Herrenberg uit Nederland naar Staten Island om hem op te halen na zijn ‘shift’. Toen hij van zijn boot stapte, zag ik ook hem voor de eerste keer.

read on…

Het einde van de gebruikersinterface

door Johan Herrenberg

Bij het woord ‘radar’ zullen velen meteen grote, ronddraaiende schotels voor zich zien, hun bundels gericht op het heelal. Of ze denken aan WO II, waarin deze technologie vooral in de duikbotenoorlog ervoor zorgde dat Europa niet Duitstalig is geworden, maar slechts ernstig verengelst. Mijn vader was in 1948 nooit uit de kolonie Suriname naar Nederland gekomen, want ook zwarten stonden op Adolfs vernietigingslijstje. Nu schrijf ik dit stuk dus lekker hier in Delft. Radar, bedankt. read on…

Verrassing! Een letterkundig colloquium over de voormalige Nederlandse koloniën

Bij 12 ½ jaar leerstoel Nederlands-Caraïbische Letteren

Doelenzaal Universiteitsbibliotheek van Amsterdam, Singel 425, 1012 WP Amsterdam
Vrijdag 26 april 2019

Dit vrij toegankelijke colloquium staat in het teken van de verrassing: in cultuurresearch komen onderzoekers altijd wel eens verschijnselen tegen die ze niet verwacht hadden, die contingent zijn of waarmee ze zich niet zo goed raad weten, theoretisch of praktisch: verrassende links, moeilijk te plaatsen figuren, tussenfiguren, teksten die zich totaal niet verhouden tot het gehele oeuvre van een auteur, correspondentie tussen mensen van wie je dat in de verste verte niet verwacht enz. Een grote groep actieve literatuurwetenschappers geeft een letterkundige of cultuurhistorische presentatie met een duidelijk raakvlak met de voormalige koloniën van Nederland. Aan het einde van de dag zal ook een nieuwe uitgave van Albert Helman ten doop worden gehouden. read on…

Bestaat er een toekomst voor de Sarnámi literatuur?

Bestaat er een toekomst voor literatuur geschreven in het Sarnámi, de taal van de Surinaamse hindostanen? Op deze vraag zal prof. Michiel van Kempen a.s. vrijdag ingaan tijdens het Amsterdamse colloquium Verrassing! Een letterkundig colloquium over de voormalige Nederlandse koloniën (volledige programma, klik hier). read on…

Literatuur is geen kunstje

De afgelopen decennia is het realisme allesoverheersend in de Nederlandstalige literatuur. Zo niet bij J.Z. Herrenberg. Soms lijkt hij ook zelf te moeten bijkomen van zijn ‘uitbarstend schrijfimpressionisme’. read on…

Herrenberg hakt en boetseert zijn roman uit alle taalbronnen

Over het debuut Nederhalfrond van J.Z. Herrenberg

door Michiel van Kempen

Hoeveel museum kan een mens bevatten? Alle zalen van het Rijksmuseum op één dag doen: kan het? De Alte Pinakothek? Het Prado? Het Louvre? Het kan waarschijnlijk, ook als je geen marathonloper bent. Maar zie je ook nog iets, kun je zelfs maar één blik van enkele seconden op èlk tentoongesteld object werpen? Waarschijnlijk niet. read on…

Jesse Herrenberg

by Johan Herrenberg

My dear father, Eugène ‘Jesse’ Herrenberg, seated in the foreground, sailed from Suriname to Amsterdam in 1948, 19 years old, and started to make his life here. During the 1950s, apart from earning his living in construction and, later, in the timber business (Bruynzeel), he was a musician and bandleader. The band was called Conjunto Sibonay, and they brought the house down with swinging ‘kawina’ music at Surinamese parties in Amsterdam (places like Krasnapolsky, Brakke Grond, Tropenmuseum…) and even in Germany. When he married my mother, Alie Keizer, in 1957, he quit this career to become a devoted husband and terrific father.

[from Facebook]

J.Z. Herrenberg – Love Is Here

       Stil.
       Kille mist.
       Flats, alom, dof.
      
Kef, kort.
       Bek. Nek. Een hond, bont.
       En een band. Stok tikt bot. Een hand en een mouw en – een man, hompelend en nors, colbert een vod, op zijn romp een stoppelige kop, die krachtig kwat.
       De hond, nek gestrekt, snuffelt voort, speurt schuinweg door naar zijn beste plek in deze woestenij tussen dof gloeiende flats en keft, kort.
       Stopt.
       Wroet. En wroet.
       Piest.
       Poept …
       En springt erna blij op, ten spel!
       Echter, de bazin, kil, schopt hem te gronde, fixeert het dier, dat zielvol piept en peinst, stil.
       Grijnsjes verwringen haar kattengezicht. Vrouwtje knikt.
       Ze neemt, gebukt, de hond zijn bonte dekje af, wikkelt, gehurkt, haar rotte scharminkel in prikkeldraad en rukt dat, herrijzend, verbeten klem.
       Het bungelende beest, geil, het bungelende beest gilt!
       Ligt.
       Bedaard kijkt ze neer, hijgt ze na.
       Slentert weg.

       Empersende!
       Van je kalende top tot je kalkrijke teennagels, zo stinkveel als ik van jou hield! En nou, nou ben ik je voor altijd kwijt, niemand vult meer die krater in mijn borst, nee, nooit niet, ik ben nergens meer, je Geesje is niks.
       Ach, ik weet het, ik ben een verstokte romantica, ik weet het, hij zei het zo vaak, maar eerlijk, ik kon zijn pis wel drinken – Danaë en haar gouden regen –, ik zou, zonder dollen, ik zou wel kaviaar uit zijn oksels hebben kunnen eten, zo verkikkerd was ik …
       Empersende!
       Voorbij, voorbij.
       Neem me het alsjeblieft niet kwalijk dat ik zo lig te weeklagen, schat, ik kan er niets aan doen, ik voel me huilerig, hol en verzwakt, een klankkast waarin alleen nog maar het vleesloze verleden kan loeien.
       De nacht is koud en verschrikkelijk, een loden, sterloze leegte.
       Kut! Wees blij dat je met zo’n man hebt mogen werken!
       Ach ja, dat mysterieuze prozagedicht, ‘Baas en Hond’, ik hoor het hem nog zeggen, troostend schenkt de herinnering mij de innerlijke schijn van wat eens een concreet kloppende werkelijkheid was. Ik hoor Empersende diep in mijn koele schelpen, ja, ik zie hem hier in mijn eenzaamheid, zoals hij staat te acteren, zoals hij die snijdende woorden gewoonweg staat te dirigeren voor ons grote bed, mijn donkere Furtwängler, en hoe Pieter daar, of hij nou wil of niet, ontroerend geconcentreerd zit te luisteren met gesloten ogen, omdat zijn muzikantenoor wel gestreeld móest worden door zo’n perfect bekkende tekst!
       Zijn zwarte cape zwaaide, ruiste als een vleugel, de ringetjes aan zijn riem rinkelden lichtjes, zijn sterke armen, die me soms droegen (de branding in van, o.a., Zandvoort, Monster en Terschelling), boetseerden vormen in de lucht, terwijl de Afrikaanse donder van zijn stem maar rolde, imperatief, o hoe kon die niet galmen, ze vulde de luxueuze ruimte met haar hoge plafond volledig als ze dat wilde!
       Zijn orgaan, dat weet ik nog zo goed, was èn hard èn warm, bikkelwin­ter en schuimpjeszomer, voor iemand als ik een onweerstaanbare combinatie, die hem ook fysiek, met zijn uitgerekte en toch knuffelig gevulde lijf, zo bereaantrekkelijk maakte, een superteddy. Bij het formidabel ingezette ‘Stil’ had het intieme gezelschap abrupt gezwegen, als berispt, zelfs de vrouwe­hoer des huizes, en de gezichten, uit de plooi door een overlang change­ment, waren snel weer op waakzaam en gretig ingesteld.
       Regen sfeervol op de achtergrond, was men geboeid van Empie gaan smullen …

Wat is liefde? Een buffer, een hele broze buffer tegen overbodigheid, jeuk en dood. Hij wist dat, zoals hij alles wist, en ik weet dat nu. Hij heeft me nooit met eeuwigheid bedrogen, nooit – Empersende is het enige ware geloof geweest dat ik ooit heb aangehangen (en voor ik iets aanhang, hijg je eerst door een woestijn van barre twijfel!). Een momentje uit de derde maand van ons zieleneen-tweetje, gelicht uit vele soortgelijke, maakt misschien duidelijk wat ik bedoel.
       In opperste overgave spuwt zijn slang het wit van begin en einde copieus in mij, en Stoop hier volgt met enige vertraging en stukken minder spectaculair (de binnenpret van het vrouwe­lijke orgasme). Hij, ik, bonkend, we kijken elkaar aan uit smartelijk zoet gebroken ogen.
       —Ik wil je niet verliezen, nooit, fluister ik, inderdaad een beetje zwak en sentimenteel (alles was nog zo nieuw toen). Ik weet, ik weet dat het een keer moet, maar flik me dat nooit, hoor je?
       Stoer tracht ik de vloed te keren die stom achter mijn ogen prikt en brandt, maar helaas, de dijk is verzadigd, pure emotie overmant me en ik begin zachtjes te janken van mijn eigen tegenstrijdigheid.
       Empersende aait me lachend over mijn schokkende bolletje en schouders.
       —Mevrouw verwacht zoals gewoonlijk weer es het onmogelijke van me! bromt hij gemoedelijk in mijn gloeiende oor, op de toon van een overvraag­de heiland. Mijn macht strekt zich toch alleen maar uit over het leven, Gezepeesje? En zelfs dat slechts ten dele. Zolang ik er ben, ben ik er voor jou, met jou. En met mezelf, altijd met mezelf. Mijn bevoegdheden lopen tot de dood, wat dat ook is. Daarna moet ik jammer genoeg opgeven, lieve schat.

[uit Dietsche Warande & Belfort, 2009] 
  • RSS
  • Facebook
  • Twitter