blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Helstone Johannes Nicolaas

Nederlands racisme reproduceert zichzelf

 

door Romeo Grot

De vraag of Nederland racistisch is, wordt door de Nederlander veelal negatief beantwoord. Hoewel jaren geleden er een juweeltje verscheen van de hand van Dr. Philomena Essed onder de titel Alledaagse racisme waarin zij alle vormen van racisme in de Nederlanden op een rijtje zette.
Taal als uiting van het collectief denken van mensen.
Opvallend in de Nederlandse taal is de betekenis die aan het woord zwart wordt gegeven. In geen enkele andere taal kom ik zulke negatieve uitdrukkingen tegen voor het woordje zwart. Denk maar aan uitdrukkingen als: zwart maken, zwarte markt, zwarte schaap, zwarte dag of iemand de zwarte piet toespelen. Vooral de afgelopen maanden, vanaf de val van het kabinet Rutte-I heb ik vaker moeten horen dat mensen, anderen al of niet de zwarte piet toespeelden. Hoe kan een taal op deze manier zichzelf in stand houden, terwijl mensen beweren niet racistisch te zijn.
Enkele maanden geleden toen de discussie over de rol van Johan Cruijff bij Ajax speelde werd ineens de racismekaart getrokken. Opvallend was hoe journalisten hiermee omgingen. Sommigen waren zo openlijk om te zeggen: over racisme wil ik mij niet uitlaten. Maar het vervelende was dat het hier ging om een nationaal icoon, die beschuldigd werd van racisme. De nationale pers wist duidelijk niet welke kant opgekeken moest worden. In een onderonsje met een goede vriend, maakte ik deze een compliment en vertelde dat ik voor hem mijn hand in het vuur durfde te steken, omdat ik bij hem wist dat hij voor en achter mij op dezelfde manier over Zwarten zou praten.  Dit in tegenstelling tot menige Nederlander. Deze vriend die ik heel hoog acht, vertrouwde mij toe: ‘Jongen, ik zou een beetje dimmen als ik in jouw schoenen stond.’  En hij vertelde hoe hij als jonge medische student zichzelf voor zijn kop geslagen had omdat hij Martin Luther King jr. bij zijn bezoek aan Amsterdam in 1964 als student van de UvA een prijs moest uitreiken. Hij had op alle manieren zijn hand naderhand gewassen omdat hij een ‘Neger’ een hand moest schudden. Kon deze jongeman van toen nauwelijks 20  jaren oud, het kwalijk genomen worden dat hij zo dacht over iemand met een andere huidskleur? En natuurlijk de andere vraag: waar zou dit vandaan komen?
Ik heb me als kind van Surinaamse origine altijd vier dingen afgevraagd indien we kijken naar de Nederlandse slavernij-geschiedenis:
  1. Hoe komt het dat het boek van de Schot John Gabriel Stedman Narrative of a Five Years’ Expedition against the Revolted Negroes in Surinam in het Nederlands vertaald werd nadat verschillende andere Europese talen waren vooraf gegaan waren w.o. het Frans, Duits  en Deens.
  2. Hoe komt het dat stukken van de klassieke Surinaamse componist J. Helstone in verschillende Europese steden w.o. Leipzig, Wenen, Parijs en Londen zijn opgevoerd, maar nooit in een stad in Nederland?
  3. Waar was de Nederlandse elite en vooral de schrijvende pers toen in Kongo zulke wreedheden door een bondgenoot (koning Leopold I) begaan werden, in de naam van beschaving bijbrengen? Waar was Nederland of waren exponenten van het Nederlands volk? Of kon het hun niets schelen omdat het hier om een rijk gepigmenteerd volk ging? 
  4. Vanwaar komt het Surinaams spreekwoord dat een Nederlander is als een dubbelloops geweer? En hoe komt de Indiaan aan het gezegde dat witte man spreekt met een gespleten tong? Als kleine jongen dacht ik altijd dat de Europeaan net als een slang een gespleten tong had.
Dagelijkse praktijk
Enkele weken geleden stond er een artikel in Het Parool over de ervaringen van migrantenjongeren met de politie. Feit is dat dergelijke artikelen een herhaling zijn van praktijken die migranten dagelijks meemaken. Dan hebben we het nog niet gehad over de ervaringen van migranten die een leidinggevende functie bekleden in de Nederlandse samenleving. Het blijkt dat Nederlanders heel veel moeite hebben met het accepteren van leiding van een migrant, vooral Surinamers. Steeds zal men zoeken naar schriftelijke taalfouten van de leidinggevende. En o wee als deze leidinggevende ooit zo een fout in een schrijven maakt, het zal die nog lange tijd achtervolgen. Terwijl eenzelfde fout door een Hollander met de mantel der liefde bedekt wordt.
Twee zaken waar migranten ook mee moeten uitkijken in Nederland zijn seksualiteit en geld. Het lijkt erop dat men jou als leidinggevende altijd in de gaten houdt of je niet een paar centen achterover drukt. En owee als je het in jouw hoofd haalt een relatie met een collega aan te gaan.
Ik kijk uit naar de memoires van de gewezen korpschef Martin Sitalsing en zijn belevenissen als politieman en later als commandant van het korps in Groningen.
Humberto Tan. Faceboek door Andro Bottse

 

Media-ervaringen
Ik merk dat in tegenstelling tot de Britse BBC en het Franse TV5 er in Nederland weinig rijk gepigmenteerde mensen op de buis komen. Had J. Raymann de kans gehad om in Nederland door te breken indien hij zo rijk gepigmenteerd was als Clarence Seedorf?  En zou de acteur die voor Bing speelt in GTST die rol ook gekregen hebben indien hij zo rijk gepigmenteerd was als Jandino?
Het valt op dat zwarte mensen op tv altijd in een rol gestopt worden die parallel loopt aan de rol van Piet tijdens het Sinterklaasfeest. Meestal zijn het de narren of Apuku’s die de boel aan het lachen moeten maken.
Oorsprong racisme
De vraag blijft staan, waar komt het Nederlands racisme vandaan? Waar vindt het zijn oorsprong? Vaak wordt betoogd dat slavernij in Nederlandse koloniën racisme heeft voortgebracht. Maar feit is dat het systeem van slavernij voor een belangrijk deel zich afspeelde in de koloniën, ver van het moederland. We zien ook dat de elite in het moederland er alles aan deed om het voetvolk in het moederland onwetend te houden van wat er allemaal in de kolonie gebeurde (Hoe moeten we anders de opmerking interpreteren die elke Surinamer in Nederland ooit hoorde: wat spreek jij goed Nederlands! Dit terwijl het koloniale onderwijssysteem er sinds het begin van de vorige eeuw op gericht was het kind in de tropen volledig wit te maken). De basis van het Nederlands racisme moet dus elders gezocht worden.
Sint en zijn pieten
Ik meen dat het Sinterklaasfeest een belangrijke bron is, voor het bestaan en de reproductie van racisme in de Nederlanden. In de eerste plaats valt op dat de figuur van Zwarte Piet in de viering opduikt op het moment dat in de Staten-Generaal de eerste discussies beginnen over de afschaffing van slavernij en de consequenties daarvan voor het moederland. Want ofschoon we in verschillende andere Europese culturen een op het Sinterklaas gelijkend feest tegenkomen w.o. Frankrijk, Noord-Duitsland en Denemarken, is het nergens zo dat men een Afrikaan erbij gehaald heeft om de goedheilig man te assisteren.

Opvoeding in contexten
We weten dat de opvoeding en daarmee de vorming van het kind gebeurt in verschillende contexten, w.o. het gezin als primaire context van opvoeding, de buurt en vrienden als secundaire context en tenslotte de grotere samenleving en de tijd waarin iemand opgroeit als de tertiaire (en zo u wilt quartaire) context. Een veelgehoorde tegenwerping van ouders indien gewezen wordt op het racistisch karakter van het Sinterklaasfeest, is dat Sinterklaas een Nederlandse traditie is die niets  te maken heeft met racisme. Maar wat houden we het kind voor, indien het al op zeer jonge leeftijd een keer per  jaar een zwart of bruin geschminkte persoon als een clown ziet rondhuppelen daarbij allerlei fratsen uithalend die moeten werken op jouw lachspieren? Wat gebeurt er met zo’n kind indien het later leiding zal moeten accepteren van iemand die in veel opzichten associaties oproept aan de clown van weleer?
Naar de toekomst kijkend
Indien wij werkelijk racisme in de Nederlanden willen bestrijden, dan vraagt het van ons volwassenen een andere benadering van het Sinterklaasfeest. We mogen het kind niet langer volstoppen met racistische stereotyperingen. Daarbij het kind allerlei leugens voorhouden die niets met de dagelijkse realiteit te maken hebben. Waar komen we nog anno 2012 schoorsteenpijpen tegen?
Tegen het argument dat het feest gebaseerd is op een Nederlandse traditie, zou ik willen tegenwerpen, waarom bemoeien we ons vanuit Europa met vrouwenbesnijdenis? Immers het systeem van besnijdenis van vrouwen is gebaseerd op een traditie bij verschillende culturen in Afrika waar de man regelmatig voor langere tijd buiten het gezin vertoeft.
De toekomst vraagt van ons dat we het kind iets anders voorhouden als volwassenen. Op de lange termijn komt het kind erachter dat al die tijd voor hem/haar gelogen is. M.a.w. volwassenen vertellen leugens om bestwil van deze of gene. Maar het mes snijdt aan twee kanten, aan de ene kant wordt het Europees kind opgezadeld met een superioriteitscomplex waar die nog lange tijd last van zal hebben. Anderzijds krijgt het kind met o.a. een Afrikaanse origine een minderwaardigheidscomplex die zijn/haar leven lang zich zal continueren.
Neen ouders, het moet anders.
 
[Tekst van de lezing die E. Romeo Grot hield op de Sinterklaasviering van de Werkgroep Caraïbische Letteren, 6 december 2012.]

Ode aan muzieklegende Helstone

Geoffri Bel brengt Helstone tot leven

door Carlo Jadnanansing
Postzegel met J.N. Helstone

 

Op het Kerkplein te Paramaribo staat er een monument voor de musicus Helstone. De meeste voorbijgangers lopen achteloos verder zonder enig besef te hebben van de verdiensten die deze grote zoon van Suriname voor Mama Sranan gehad heeft op het gebied van de muziek. Ook buiten onze grenzen en met name in Duitsland, geniet Helstone bekendheid. De Nationale Volksmuziekschool heeft besloten de componist/musicus wederom voor het voetlicht te halen. Dit gebeurde door het organiseren van een concert op dinsdag 30 april 2013 in Thalia.
De Stichting Ilse Boon Fonds heeft dit gebeuren financieel mogelijk gemaakt. De officiële voornamen van Helstone zijn Nicodemus Johannes, maar hij noemde zichzelf “Johannes Nicolaas Helstone”. In de volksmond stond hij bekend als “Masra Klaas”. Hij werd geboren op 11 januari 1853 te plantage Berg en Dal. Helstone studeerde aan het Koninklijk Conservatorium van Leipzig, waar hij in 1894 cum laude afstudeerde. Ondanks vele aanbiedingen om in het buitenland te werken, verkoos Helstone in zijn geboorteland te blijven wonen en te arbeiden. Zijn favoriete instrument was het klavier (piano). Hierop werden zijn composities geboren.
Zij beroemdste creatie, waarmee hij tot buiten onze grenzen bekendheid verwierf, was Het Pand Der Goden (opera).
“Op 24 april 1927 sliep onze componist in knielende houding zachtkens in” (citaat Kerkbode in het programmaboekje van het concert).
Het Helstonemonument, opgericht in 1948 aan het Kerkplein. Foto: C.R. Singh
De Nationale Volksmuziekschool slaagde erin een indrukwekkend orkest van bijkans vijftig musici op de been te brengen met Riëlle Mardjo en Bud Gaddum als dirigenten. De arrangementen, orkestraties en programmasamenstelling zijn van Waldemar Ong Alok. Het orkest werd ondersteund door het gemengd koor Troki onder leiding van dirigent Harold Telgt en koorschool Kokriki Plus onder leiding van Mavis Noordwijk, welke beide koren ook goed waren voor ongeveer vijftig personen.
Het podium van Thalia leek te klein voor het imposante aantal musici en zangers en dreigde uit zijn voegen te barsten onder het muzikale geweld (in positieve zin) dat zich op en boven haar planken afspeelde. Het orkest bestond uit studenten en docenten van de Nationale Volksmuziekschool aangevuld met enkele gastspelers. Vrijwel alle instrumenten die voor een symfonieorkest benodigd zijn, leken aanwezig te zijn. Opvallend was vooral de grote vioolsectie bestaande uit zowel zeer jeugdige als oudere violisten. De organisatoren hebben knap werk verricht. Zij zijn erin geslaagd van deze melange van spelers van verschillend niveau, toch een harmonisch geheel te maken. Het concert werd ademloos beluisterd door het goed opgekomen publiek dat de duur van bijkans een uur duidelijk te kort vond. Na het einde bleven velen zitten, blijkbaar wachtend op meer!
Het optreden van Geoffri Bel, steracteur van On Stage (Richard III), gaf het geheel een bijzonder karakter. In een door Karin Lachmising geschreven en door Helen Kamperveen geregisseerde monoloog beeldde Geoffri op schitterende wijze enkele hoogtepunten uit het leven van Helstone uit. Dit gebeurde simultaan met het spelen van het orkest, echter zonder dat de gesproken teksten de muziek hinderden. Prachtige theatrale vondst van On Stage! Het is wel jammer dat een dergelijke muzikale en dramatische krachttoer slechts als éénmalig bedoeld was. Ik doe een dringend beroep op de organisatie om meerdere uitvoeringen te verzorgen vooral voor de oudere schooljeugd. Sponsors voor een dergelijk cultureel hoogstandje kunnen zeker worden gevonden. Als het in Thalia gepresenteerde op onze Carifesta gebracht zou worden, ben ik ervan overtuigd dat ons land een goede indruk op het publiek zou maken.
In ieder geval is Helstone op waardige wijze herdacht en de organisatie heeft ervoor gezorgd dat ik mijn hart verpand heb aan Het Pand der Goden.
[uit Dagblad Suriname, 04-05-2013]

Componist Helstone met recht op voetstuk

Leden van het feestcomité Gouden Emancipatie 1 juli 1913. Staand van links naar rechts: J.W. Burne, A. Wolff, Prof. J.N. Helstone, A. de Vries, A.W. Marcus, T. Byhout, J.H.N. Polanen, H.J. Hennip, A.R. Einaar, M. Daalen. Zittend van links naar rechts; J.C. Marcus, C. Ferrol, P. Burgos, E.A.J. Themen, L.E. Nelson, J.J. Monkou, F.T. Nar, J.R. Rellum, D.A. Dakriet. Fotoarchief Stichting Surinaams Museum. Klik op afbeelding voor groter formaat.
door Donovan Mijnals
 
Paramaribo – Violist John Helstone kan zijn enthousiasme over de opvoering ter ere van zijn grootoom niet onderdrukken. “Ik vind het fantastisch, want hij is één van Surinames grote zonen en betekent vooral muzikaal veel voor het land.” De vermaarde componist Johannes Helstone is de centrale figuur in een show in Theater Thalia.
En hoewel de optredens rondom zijn muzikale nalatenschap vrijdag door onvoorziene omstandigheden niet doorgaan is het voor het neefje van de componist van grote betekenis dat hij die eer überhaupt krijgt. “Inhoudelijk kan ik er natuurlijk weinig over zeggen, want ik weet niet precies welke van zijn werken gepresenteerd zullen worden.”
Als in gedachten zit violist John Helstone op een bankje in de tuin van muziekpedagoog Liesbeth Peroti. De viool-grootmeester is er verheugd om dat er een show komt ter ere van zijn grootoom, de gerespecteerde componist Johannes Helstone.  Foto:  Claudio Barker.
Vorig jaar toen de violist in Suriname vertoefde was er ter ere van hem ook een activiteit georganiseerd in het Towergebouw. Helstone is zelf ook een zeer gerespecteerd musicus en heeft veel van de werken van zijn grootoom verzameld. “Mijn verzameling bestaat uit werken van mijn oudoom en muziek van andere Surinaamse componisten”, verduidelijkt hij. Hij begon vijftig jaar geleden met zijn collectie en heeft mede daardoor kunnen voorkomen dat sommige muziekstukken verloren raakten.
Helstone zal de show niet meemaken. Hij komt weliswaar dit jaar nog naar Suriname, maar niet in deze periode. “Het spijt me dat ik niet bij de opvoering in Thalia aanwezig kan zijn”, bekent hij. Dat spektakel volgt 160 jaar na de geboorte van de componist.
In 1959, toen er een nieuw volkslied gekozen moest worden, gaf Henny de Ziel aanvankelijk voorkeur aan de melodie van Helstones ‘Welkom’. Dat voorstel werd uiteindelijk afgewezen door de Staten van Suriname. Omdat Johannes Helstone slechts enkele jaren na afschaffing van de slavernij al een reputatie als musicus wist op te bouwen, worden zijn prestaties des te meer gewaardeerd.
[uit de Ware Tijd, 17/04/2013]

Cursisten NVMS winnen opnieuw muziekconcours in Frans Guyana

Voor het tweede opeenvolgende jaar zijn cursisten van de Nationale Volksmuziekschool (NVMS) wederom dik in de prijzen gevallen tijdens het jaarlijks terugkerend muziekconcours ‘Les pirogues musicales’ in St. Laurent (Frans Guyana), dat op 9 en 10 maart werd gehouden. Titelverdedigster Daphne Wong A Foe won een gouden plak en de hoofdprijs, gevolgd door haar jongere broer Mitch Wong A Foe, die zilver in ontvangst mocht nemen. Drummer Jean Luc Dubois wist goud alsook de hoofdprijs te behalen en percussionist Marco Partoredjo nam brons mee naar huis. De trip werd geleid door NVMS-docent Robby Tjon En Fa (basgitaar).

Het is niet de eerste keer dat de NVMS meedoet aan dit concours. Vorig jaar al kwamen drie NVMS-pianocursisten terug met de hoofdprijs, een eerste plaats en een tweede plaats. De cursisten hebben geselecteerde stukken voorgespeeld, die ze gedurende een paar weken van tevoren hebben ingestudeerd onder begeleiding van hun docenten Meika Jusuf (piano), Gerold Zweden (drums) en Hardy Bong A Jan (percussie).

Het spel op het concours werd beoordeeld door een aantal juryleden, afhankelijk van het muziekinstrument. Ronald Tulle, voorzitter van de jury voor piano en afkomstig uit Martinique, complimenteerde persoonlijk de winnares Daphne Wong A Foe voor haar spel en verklaarde dat ze haar stuk met haar hart heeft gespeeld. Ook dit jaar werd het concours georganiseerd door o.a. de muziekschool in St. Laurent en kwamen de participanten uit verschillende delen van Frans Guyana. De uitvoering vond ook dit jaar plaats in Le Camp de la Transportation in St. Laurent, een historisch complex dat verbouwd is tot evenementencentrum. Volgend jaar staan viool en koper op het programma en de NVMS hoopt weer te kunnen participeren. De Nationale Volksmuziekschool is zeer dankbaar dat zij wederom met medewerking van het directoraat Cultuur haar cursisten in de gelegenheid heeft kunnen stellen ervaring op een internationaal podium op te doen en is zeer tevreden met het resultaat.

[uit Dagblad Suriname, 16-03- 2013]

De viering van 1 juli

door Jerry Egger

In 2013 is het 150 geleden dat de slavernij werd afgeschaft. Dat zal zonder twijfel een bijzondere viering worden. In hetzelfde jaar zijn er meerdere momenten die de nodige aandacht vragen. Het is ook 160 en 140 jaar geleden dat de eerste Chinese en Brits-Indische contractanten naar Suriname kwamen. Bovendien is al aangekondigd dat Suriname het Caribbean Festival of Arts (Carifesta) zal organiseren. Op politiek gebied is het de beurt aan ons land om het voorzitterschap van de UNASUR te dragen. Kortom, allemaal momenten die in 2013 ongetwijfeld flink wat – hopelijk positieve – internationale publiciteit zullen opleveren.

In het verleden heeft de dag van 1 juli altijd de nodige aandacht gehad. Twee momenten zullen kort worden belicht; 1913 en 1963 toen de afschaffing van de slavernij 50 en 100 jaar geleden was. De nadruk ligt vooral op de bijdrage van het culturele veld. Suriname was in de eerste helft van de 20ste eeuw geen bloeiende kolonie. Toch gebeurde er op cultureel gebied het nodige. De kranten van die tijd geven een beeld van activiteiten op toneelgebied, cabaret van Kruisland en de opkomende en zeer populaire bioscoopvoorstellingen. De herdenking van de emancipatie van 1913 heeft geleid tot een publicatie die een beeld geeft van wat er toen is gedaan. Dit boek van E.A. van Rossum, Emancipation Jubilee in Surinam, Dutch Guiana, heeft foto’s van het organiserend comité, liederen die toen werden gezongen en andere teksten rond deze viering. Er werden speciale liederen gecomponeerd die werden gezongen in de Grote Stadskerk van de EBG, de traditionele plaats waar de herdenking plaatsvond en waar die nog steeds plaatsvindt. Het moet een bijzonder moment zijn geweest omdat er toen nog mensen leefden die de slavernij aan den lijve hadden ondervonden.

In 1963, bij de eeuwviering, was de situatie in het land heel anders. Door het Statuut werd interne autonomie verkregen. Lokale mensen organiseerden het geheel. Lou Lichtveld (Albert Helman) kreeg de opdracht van Minister-President Pengel om dat te doen. De speeches geschreven door Helman die Pengel toen uitsprak, Honderd Jaar Menswaardig leven (op 30 juni 1963) en De Toekomst van onze Vrijheid (op 1 juli 1963), zijn nog steeds lezenswaardige documenten. Kranten maakten er ook melding van dat in de Grote Stadskerk tijdens de dienst twee composities van Helstone en een tekst van Trefossa ten gehore werden gebracht. Een opvallend initiatief van de Surinaamse Historische Kring was de publicatie van 1863 Emancipatie 1963: Biografieën en Uit Suriname’s Historie. Beide boeken bevatten artikelen die personen en aspecten van de slavernij belichten. Vooral de biografieën worden nog steeds gebruikt. Mannen als Gravenberch, Matzeliger, Helstone, Flu en Carel Paulus Rier (foto) en de enige vrouw in dit gezelschap Sophie Redmond, zijn kort beschreven.

In 2013 kunnen wij putten uit de activiteiten die in 1913 en 1963 zijn georganiseerd. Heruitgaven van enkele van deze publicaties zou een mogelijkheid kunnen zijn. Die hebben duidelijk gemaakt dat in 1863 meer is gebeurd dan alleen maar het vrijmaken van personen. Maar eerst 1 juli 2011. Laten we hopen dat er bewustzijn doordringt van wat emancipatie betekent.

[uit de Ware Tijd Literair, 1 juli 2011]

Een Operagebouw aan Paramaribo’s waterkant?

door Rolf van der Marck

 

Dat dit de ultieme droom is van de Nederlandse sopraan en zangpedagoge Dieuwke Aalbers, die zojuist voor de tweede maal in Paramaribo is geweest met haar ‘missie’ om Surinaams zangtalent techniek en achtergrond te leren, leerde ons een artikel in de Ware Tijd van een dezer dagen.

Het is de tweede maal dat de zangpedagoge samen met de Surinaamse Nel Dahlberg leerlingen onderricht. “We startten het concept in 2009. Nel Dahlberg vroeg me om haar te ondersteunen, omdat ik aan het conservatorium heb gestudeerd. Maar liefst 140 mensen wilden de cursus volgen. Nel en ik hebben vervolgens via audities de beste zangers gekozen”, legt Aalbers uit. Dit jaar heeft de sopraan met dezelfde mensen gewerkt. Ze bouwt voort op wat ze hen al heeft aangeleerd. Dat bestaat uit notenleer, de geschiedenis van de artiesten en stemtechnieken.

Tekort aan muziekspecialisten
Volgens Elviera Sandie, directeur van het Cultureel Centrum Suriname (CCS), is het nodig dat deskundigen vanuit het buitenland naar Suriname komen. “Er is een tekort aan muziekspecialisten in Suriname. Mensen die het wel geleerd hebben blijven in eigen land, terwijl juist zíj kennis aan jongeren moeten overdragen”, aldus de directeur. Ook volgens Aalbers heeft Suriname behoefte aan geschoolde muziekleerkrachten.”Er is een gebrek aan leerkrachten die op een conservatorium hebben gestudeerd en die ook op een podium hebben gestaan. Als je nog nooit voor een groot publiek hebt gezongen, kun je die belangrijke kennis niet aan je leerlingen overbrengen. Verder zou men ook over de geschiedenis van de artiest moeten vertellen. Sommigen kennen niet eens de naam Mozart, laat staan zijn levensverhaal.”

Dieuwke Aalbers met haar Surinaamse leerlingen, 2010, foto @ de Ware Tijd

De Effendi Ketwaru Volksmuziekschool van het Cultureel Centrum Suriname (CCS) en Dieuwke Aalbers willen er geen afzonderlijke projecten van maken, maar zij willen zorgen voor continuïteit. “Het is belangrijk dat de mensen blijven groeien. Daarom wil ik ze ook blijven volgen. Eenmaal ik terug ben in Nederland kunnen ze me e-mailen (info@dieuwkeaalbers.nl) voor tips. En eind november kom ik terug”, vertelt Dieuwke Aalbers. “Surinamers zijn immers erg muzikaal, ik wil er veel meer uit halen. Mijn ultieme droom is om een mooi operagebouw te bouwen langs de waterkant. Waarom zou dat hier niet kunnen?”

Nog een lange weg te gaan
Bepaald een mooie droom, maar er zal nog héél veel water door de Surinamerivier stromen alvorens dit ooit realiteit zou kunnen worden. Haar inspanningen en die van Nel Dahlberg, respectievelijk de Effendi Ketwaru Volksmuziekschool, verdienen bewondering en aanmoediging, maar het is nog slechts een druppel op de gloeiende plaat. De Surinamers zijn zeker muzikaal, zo ontstond er er in het spoor van de in Paramaribo geldende (Europese) muziektraditie, voor een belangrijk deel door de inzet van de Herrnhutter zendelingen in Suriname, de Evangelische Broeder Gemeenschap Suriname (EBGS), vanaf de tweede helft van de 19e eeuw een klassieke muziektraditie die was gestoeld op de Europese klassieken, al dan niet gelardeerd met Surinaamse ingrediënten. Hierbij zijn namen te noemen als die van Helstone, Ketwaru, Dahlberg, Mühringen, Nelom, Snijders, en anderen.

Muziek van de zoutwaternegers
Het waren de paters en fraters die, zij het gebrekkig, de muziek- geschiedenis schreven van de Surinaamse indianen en van de uit Afrika geïmporteerde slaven die zij zoutwaternegers noemden. Aan de muziek van de creolen met een scheutje blank bloed, en van de Hindoestanen die na de afschaffing van de slavernij in 1863 als contractarbeiders uit India naar Suriname waren gereisd gingen zij geheel voorbij. “Alleen authentiek is interessant”, dat vond muziekvorser Herskovits die omstreeks 1930 een reeks beschrijvingen, teksten en transcripties van bosnegermuziek produceerde. De als heidens te boek staande winti-muziek kwam natuurlijk absoluut ‘nicht im Frage’. Complex verweven ritmes, meerstemmige zang en bijbehorende rituele dansen trof hij aan, dit alles naar Westafrikaans recept. Over de lichtvoetiger kawina-drumensembles repte hij niet, de feestmuziek kaseko moest nog worden uitgevonden maar zou evenmin zijn waardering hebben weggedragen.

Omstreeks 1800 waren er al negerorkesten die bestonden uit vrijverklaarde slaven. Zij speelden walsen en polka’s, salonmuziek voor de baas, maar langzamerhand pasten zij die aan hun eigen smaak aan, de stijl werd wat ritmischer. Hun vertrouwdheid met Europees repertoire en instrumenten kwam deze muzikanten goed van pas toen in 1825 de Militaire Kapel werd opgericht.

Monument voor Johannes Nicolaas Helstone op het Kerkplein, Paramaribo

De invloed van de Christelijke kerkmuziek
Christelijke kerkmuziek betekende voor velen een intensieve kennismaking met een Europese muziekopvatting. Vooral de Duitse Herrnhutters hadden veel succes, zij leerden hun bekeerlingen psalmen en gezangen, het Wilhelmus en andere vaderlandslievende liederen waaronder het onvermijdelijke Wien Neêrlands bloed. Het was wel even wennen, het tempo van de Surinamers lag al snel een stuk hoger dan de Duitsers graag hadden gezien. Kerkorganisten konden dan ook bogen op een brede achtergrond. Zoals Rudolf Adamson, hij begon als drummer bij een jazzband, zijn favoriete genres waren swing en ragtime. Als vijftienjarige zong hij in een jeugdkoor, daarna leerde hij orgel spelen, ritmisch en up-tempo. Ook het voorspel paste hij aan, geen partita’s en fuga’s maar eenvoudige aria’s, pakkende melodieën die de mensen kunnen meeneuriën. “En welke Surinamer kan dat bij Bach of Händel?”, vroeg Adamson zich af.

Het Surinaams Philharmonisch Orkest
Eind jaren veertig richtte Eddy Wessels in Suriname het Philharmonisch Orkest op dat werd bemand met musici uit de militaire kapel en andere ‘handige’ muzikanten die bijvoorbeeld ervaring hadden opgedaan met het begeleiden van stomme films. De vroegere bron van goede muzikanten, de Militaire Kapel, was inmiddels opgedroogd. Pas toen bij een belangrijke beëdiging de plaat met het Wilhelmus bleef ‘hangen’ werd het miltaire orkest opnieuw opgericht. Het Philharmonisch speelde pianoconcerten en symfonieën van Beethoven, de celloconcerten van Saint Saëns, concerten van Mozart, Les Préludes van Liszt voor een publiek van beter gesitueerde burgers in Paramaribo. Gaandeweg ontstond er nieuw repertoire doordat de vier Eddy’s, Mühringen, Snijders, Vervuurt en Wessels, nieuwe stukken schreven, hetzij in een strikt Europees idioom, hetzij op basis van Surinaamse volksmuziek.

Met het overlijden van dirigent Wessels ging ook het Surinaams Philharmonisch Orkest ter ziele, alleen drie blaaskapellen bleven over: de Militaire Kapel, de Politiekapel en Harmonie De Trekkers. Naast Europees en Amerikaans repertoire voor plechtige gelegenheden spelen zij volksliedjes in bewerkingen van de Surinaamse componisten.

Na het wegvallen van het Philharmonisch en het wegkwijnen van de Volksmuziekschool, is het Surinaamse muziekleven min of meer in slaap gedommeld, van een ‘klassiek’ repertoire is helaas nog maar nauwelijks sprake, alleen de populaire muziek mag zich verheugen in een blijvende belangstelling. De opkomst van de brassbands moet daarbij zeker worden genoemd en –niet te vergeten– de gospelkoren als gevolg van de enorme groei van de Volle Evangelie gemeenten. Maar behalve dat er geen orkesten meer zijn, zijn er ook geen ‘rolmodellen’ meer, zoals de hierboven genoemde Surinaamse ‘klassieke’ musici.

Monument voor Eddy Snijders tegenover Fort Zeelandia, Paramaribo

Taak voor het Directoraat Cultuur
Het is duidelijk dat hier een taak ligt voor het Directoraat Cultuur van het Ministerie van Onderwijs en Volksontwikkeling (Minov). Daar zouden plannen moeten worden ontwikkeld voor muziekeducatie in Suriname, om te beginnen met een curriculum dat kan worden gehanteerd op de lagere en middelbare scholen. Ook zou door het Directoraat Cultuur moeten worden toegewerkt naar een samengaan van de inmiddels herboren Volksmuziekschool Suriname en de Effendi Ketwaru Volksmuziekschool van het CCS, want dat is niet alleen een ongewenste versnippering van krachten, maar bovendien is Suriname (Paramaribo) gewoon te klein voor twee muziekscholen. Samenvoeging geeft dan wellicht ook uitzicht op een uit leerlingen geformeerd orkest, waarmee een oude traditie weer kan worden opgepakt, dit naar het voorbeeld van het door Eddy Snijders geformeerde en jarenlang geleide zeer succesvolle Jeugdorkest. Eerst als een en ander goed van de grond is gekomen kan er sprale zijn van muziekeducatie in Suriname, en nóg veel langer daarna (misschien) van een Operagebouw aan de waterkant van Paramaribo.

[Dit artikel is gelijktijdig gepubliceerd op wwwsurinamestemt.com]

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter