blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Hart Joseph

Tula’s droom (4 en slot)

door Fred de Haas

Familie
Het zou absurd zijn om Europese familiestructuren te vergelijken met Creools-Caribische.
De Afrikaanse familiestructuren zijn indertijd door de slavernij verwoest en na de ‘afschaffing’ voelden de mannen er niets voor om te trouwen. Het resultaat was het ontstaan van een matriarchaat waar de moeder, die vaak werd uitgebuit, de bindende factor was. Zij nam de zorg voor de kinderen op zich en moest maar zien hoe ze zich redde, al of niet met hulp van de afwezige vader(s). Het is dus niet verwonderlijk dat een kind als achternaam de voornaam van de moeder draagt: Pieternella, Francisca, Leonora, Juliana, Martina etc. read on…

Oedipus in Curaçao

Joseph Hart: Election Dance (2006) / Verkiezingsdans (2013) in het Nederlands vertaald

door Wim Rutgers
“Ik heb de kwade geesten van mijn verleden begraven en ben klaar om mijn land te dienen.” (Joseph Hart: Verkiezingsdans p. 524)
Literaire interpretaties zijn nooit ‘af’ of definitief. Een gedrukte tekst ligt vast in letters, woorden en zinnen op een aantal pagina’s tussen voor- en achterkaft van een boek, maar een gelezen tekst is steeds weer de levende dialoog van lezers met die gedrukte woorden, waaraan deze lezers vanuit hun lezerspersoonlijkheid met hun lees- en leefervaring eigen individuele betekenis en waarde toekennen. Recensies van nieuw verschenen boeken vertonen dan ook vaak diametraal verschillende visies op een en dezelfde gedrukte tekst. read on…

Jopi Hart: Curaçao heeft een echte leider nodig

Jopi Hart in gesprek met Sharnon Isenia in de Netto Bar.
door Jeannette van Ditzhuijzen
“Het is alsof praktisch alles wat ik in mijn fantasie heb verzonnen, nu op Curaçao plaatsvindt: de aanslag op een politicus – zoals bij Helmin Wiels – ‘gangs’ die elkaar afmaken, witwaspraktijken, invoer van drugs en vuurwapens, en ga zo maar door.” De recent uitgekomen, spannend geschreven roman Verkiezingsdans van Jopi Hart is een regelrechte aanklacht tegen de politiek op het eiland. “Niet bewust”, zegt hij met nadruk. “Het liep gewoon zo, maar ik schreef wel uit een gevoel van onbehagen, van boosheid.”
We lopen door ‘zijn wijk’ Otrobanda. Luide muziek schalt over een pleintje, waar een feestje wordt gevierd, en concurreert met een bar iets verderop, waar de boxen eveneens op volle sterkte staan. Buurtbewoners groeten Jopi en staan stil voor een praatje.
Hart houdt van Otrobanda, waar hij zijn jeugd doorbracht, en hij houdt van Curaçao, maar het gebrek aan leiderschap en politieke visie ergert hem mateloos. In Verkiezingsdans geeft hij Curaçao wél een echte leider: de idealistische wiskundeleraar Matthew Bartels. Voor een goed verstaander is Bartels het evenbeeld van de onlangs overleden politicus Miguel Pourier, volgens velen een van de weinige goede leiders, die het eiland heeft gekend.
In de aanloop naar de verkiezingen krijgt deze Bartels te maken met een corrupte tegenstander en al gauw merkt hij dat politiek en drugshandel zeer nauw met elkaar zijn verweven. Dan wordt er een aanslag op hem gepleegd, net als op Helmin Wiels, eerder dit jaar. Toeval, zegt Hart. “Ik schreef al veel eerder een Engelse versie van dit boek. Wiels had toen nog maar net zijn partij PS opgericht.”
De begrafenis van Helmin Wiels. Foto Mineke de Vries
Georganiseerde misdaad
De auteur benadrukt dan ook dat het boek echt helemaal aan zijn fantasie is ontsproten. Helemaal? “Nou ja, dat er op Curaçao georganiseerde misdaad is, net als in Verkiezingsdans, daaraan kan geen zinnig mens twijfelen. Minister Navarro wil niet voor niets een offensief tegen de georganiseerde criminaliteit beginnen. De misdaad móet wel hiërarchisch georganiseerd zijn, waarom denk je anders dat al die executies plaatsvinden? Niet alleen van Wiels, ook van anderen.”
“Drugs zijn overal”, verzucht Hart, terwijl we door een supersmal steegje lopen. “In dit straatje doen ze regelmatig hun ‘zaken’.” Wijzend op een vervallen krot: “Vroeger gebeurde dat vanuit dat huis. Geen idee waar die dealer nu uithangt. Misschien in de gevangenis?”
De beschrijvingen in de roman van troosteloze gezinnen en drugskoeriers in arme buurten zijn gebaseerd op Harts ervaringen in het onderwijs. Hij was jarenlang docent Engels aan het Radulphus College. Net als Matthew Bartels in Verkiezingsdans hoorde hij op ouderavonden het nodige over de soms schrijnende thuissituaties van zijn leerlingen.
 Toegankelijk onderwijs
De nadruk die de hoofdpersoon van de roman legt op het belang van onderwijs is ook een stokpaardje van Hart. Niet dat het Curaçaose onderwijs slecht is. Het gaat Hart om de toegankelijkheid ervan. “Kijk, er bestaat wel een wet die zegt dat iedereen verplicht is onderwijs te volgen, maar die wordt nauwelijks nageleefd. Dus wat gebeurt er dan? Heel veel kinderen gaan niet naar school of ze houden het niet vol. Terwijl onderwijs het hart van alles is. Als dat goed is, voorkom je een heleboel problemen.”
“Waarom ze niet naar school gaan? Omdat er geen geld is voor het verplichte schooluniform of voor de bus. Weet je wel wat een stadsbus kost op dit eiland? Daar hebben de moeders het geld niet voor. Zelf kunnen ze hun kind niet wegbrengen, want ze moeten werken.”
Het verschil tussen degenen die het kunnen maken in de maatschappij en hen die dat niet kunnen, neemt volgens Hart toe door het armoedeprobleem. “Juist zij die het niet halen, doordat ze niet of nauwelijks naar school zijn geweest, vormen het probleem van de gemeenschap.”
Hij wijst ook op de naar zijn mening veel te krappe schooltijden. Toen hij begon in het onderwijs, in de jaren zestig, werkte hij tot drie uur en bleef daarna op school om de leerlingen te helpen met sport en andere activiteiten. “Dat deed iedereen, dat was de norm. Toen ik in 1962 naar Nederland ging, deed ik daar precies hetzelfde. Maar bij mijn terugkeer in 1972 hadden de leerlingen nog maar iets meer dan een halve dag school. Natuurlijk, het is heet, maar zorg dan voor zonwering en fans.”
In Verkiezingsdans laat Hart “duizenden half-analfabeten en emotionele volgelingen” woorden als ’vrijheid’ en ‘onafhankelijkheid’ scanderen. Ze volgen daarmee klakkeloos hun populistische leiders. “Daarom is onderwijs van vitaal belang, zodat de mensen kritisch worden en leren zelf na te denken. Daarom ook stuur ik wekelijks brieven naar de kranten, zo hoop ik die mensen te bereiken.”
Net op dat moment passeert een jong ouderpaar, hij met de baby liefdevol in de armen. “Kijk, daar geniet ik van. Ik heb net weer gelezen dat een vader onmisbaar is in een gezin. Maar in 40 procent van de Curaçaose gezinnen met kinderen staat een moeder er alleen voor. Ze moet overdag werken en heeft dus geen tijd voor haar kinderen. Daardoor missen heel veel Curaçaose kinderen een liefdevolle opvoeding. En als een kind als baby niet wordt geknuffeld, is het verloren. Een kind moet van jongs af belangstelling en liefde krijgen.”
Corruptie
Recent beschreef Hart op zijn blog de gewoonte van politici om stemmen te ‘kopen’ door baantjes weg te geven aan familie en partijgenoten. Soms wordt er zelfs geld gegeven om een huis af te bouwen, stroom te betalen of een kind uit de problemen te helpen.
“Deze gewoonte hebben we altijd normaal gevonden. Maar daardoor zijn we wel afhankelijk van de hulp van anderen. En die afhankelijkheid is erger geworden, nu grote bedragen, soms van dubieuze afkomst, gebruikt worden om politieke campagnes te financieren. Het is logisch dat de geldschieter wat terug verwacht, en zo is corruptie onderdeel geworden van ons politieke systeem.”
Volgens Hart kan politieke hervorming alleen plaatsvinden, wanneer de bevolking rigoureus kapt met deze cultuur van afhankelijkheid. Hij wijst op het rapport over Curaçao van Transparency International (juni 2013) waaruit blijkt dat ‘de publieke sector, de politieke partijen en de media de zwakste schakels zijn in het vermogen van het eiland om corruptie te bestrijden’.
“Dat heeft ook te maken met de kleinschaligheid van Curaçao. Ministers zijn voor hun beleid afhankelijk van de diensthoofden. Maar doordat iedereen elkaar hier kent, is het moeilijk om beslissingen te nemen. Want de invloed van die beslissing is bij iedereen die je kent voelbaar. Daarom was het een briljante zet van wijlen Helmin Wiels om een zakenkabinet aan te stellen. Die vakministers weten waar ze over praten.” “Dat Wiels werd geliquideerd is eigenlijk een pluim voor hem”, vervolgt hij. “Wiels deed kennelijk de juiste dingen, waardoor anderen, die niet het beste met het eiland voor hebben, zich genoodzaakt zagen hem te liquideren.”
Jopi Hart met (toen nog) prins Willem-Alexander

 

Verval
We lopen inmiddels langs keurig verzorgde huisjes die in de jaren tachtig door Monumentenzorg werden gerestaureerd. Ze gaven de aanzet tot de restauratie van veel meer historische panden in deze wijk. “Dat was een goede zet. Als een buurt in verval raakt, voelen de bewoners zich verwaarloosd. Ze zijn kennelijk niet belangrijk voor de overheid.”
“Gelukkig valt dat in Otrobanda nog mee, de restauraties hebben eraan bijgedragen dat de mensen redelijk tevreden zijn.” Wijzend op een verkrot pand: “Het probleem is het verval waar niets aan wordt gedaan. Dat maakt de bewoners boos op de overheid, maar tegelijk wordt de neiging groter om zelf ook rotzooi achter te laten, zoals je hier ziet.”
Wat Hart dwarszit is het gebrek aan visie van Nederlandse en Curaçaose politici in de tijd dat het Curaçao financieel nog goed ging. “Ze hadden niet voor ogen wat ze over een jaar of twintig wilden bereiken. Van die jarenlange verwaarlozing krijgen wij nu de rekening gepresenteerd. Want de problemen stapelen zich op.”
Het is volgens Hart een illusie om te verwachten dat de huidige regering in één keer het werk oppakt dat alle vorige regeringen hebben laten liggen. “Het wachten is nu dus op die ene leider met visie. Ik ben niet pessimistisch. Mijn schoonvader zei altijd dat het eiland eerst door de ellende moet voor het eruit komt. Het móet uiteindelijk dus goed komen. De potentie is er.”
“Die leiders zijn er namelijk al, alleen beseffen ze dat nog niet. Pas wanneer de omstandigheden hen dwingen en ze inzien dat hier geen toekomst meer is voor henzelf en hun kinderen, dan zal er een leider opstaan en zeggen: ik pik dit niet. Dat gebeurde in 1993 met Miguel Pourier. Het leiderschap dringt zich aan je op. Dat moment komt. Dat weet ik zeker.”
Spannende ‘pageturner’
Ezra de Haan over Verkiezingsdans op www.Literatuurplein.nl: “Een spannende ‘pageturner’ die, voor iedereen die iets met Curaçao heeft, werkelijk onweerstaanbaar is.” “Het boek mag dan politiek geëngageerd zijn, het is bovenal een mooie, spannende roman waarin de auteur alle registers van het muziekstuk dat Curaçao heet, weet te bespelen.”
[uit: Ñapa Literatuur (Amigoe), zaterdag 30 november 2013]

Cultuur Top Vijf 2013 Werkgroep (2)

Het eind van het volle jaar 2013 zit er bijna op. Caraïbisch Uitzicht vroeg alle leden van het Bestuur en de Adviesraad van de Werkgroep Caraïbische Letteren om hun top-vijf van culturele evenementen die zij het afgelopen jaar hebben bijgewoond of de beste boeken die zij lazen. Vandaag de tweede aflevering: Adviesraadslid, criticus en hoogleraar Wim Rutgers.

1.
De uitreiking van een eredoctoraat aan Elis Juliana door de University of Curaçao op 18 juni 2013.
2.
De uitreiking van de derde Premio Willem C.J. (Boeli) van Leeuwen op 10 oktober (de geboortedag van Boeli) aan Tanio Kross, Randal Corsen en Carel de Haseth voor onder meer de Papiamentstalige opera Katibu di shon.
3.
De overhandiging van de literaire nalatenschap van Luis H. Daal aan de Mongui Maduro bibliotheek op Curaçao op 5 oktober 2013.
Overhandiging literaire nalatenschap Luis H. Daal

 

4.
De vijfde tweedelige publicatie in rij van de proceedings van de Annual Eastern Caribbean Island Cultures Conference, een uitgave van de Fundashon pa Planifikashon di Idioma, de University of Curaçao en de Universidad de Puerto Rico, waaraan meer dan 75 lokale en internationale auteurs hebben meegewerkt.
5.
De presentatie van Uitgeverij In de Knipscheer op 8 september van niet minder dan vijf boeken tegelijk van Arubaanse en Curaçaose schrijvers: Giselle Ecury: De rode appel, Joseph Hart: Verkiezingsdans, Els Langenfeld: Porto Marie, Ronny Lobo: Bouwen op drijfzand, Jacques Thönissen: Onder de watapana

 

Over dingen van nu en dingen van toen

door Brede Kristensen

Vanuit literair standpunt bekeken is 2013 mondiaal een superjaar. Althans in kwalitatief opzicht. Dat geldt ook voor het Caribische gebied en de Benedenwindse eilanden. Uitgeverij In de Knipscheer komt deze herfst met een groot aantal titels. Vandaag is het de beurt aan Verkiezingsdans van Joseph ‘Jopi’ Hart en Gentleman in slavernij van Janny de Heer.


Dingen van nu

Joseph Hart schreef een spannend en politiek belangwekkend boek: Verkiezingsdans. Een boek met drie gezichten, dat toch een eenheid vormt. Het eerste gezicht is het gezicht van een thriller, een verhaal over criminele organisaties, gespecialiseerd in cocaïne, opererend vanuit Colombia, Curaçao en Nederland. Curaçao vervult een spilfunctie. Al snel wordt het de lezer duidelijk dat Curaçaose politici de touwtjes van die spilfunctie in handen hebben en dat ze met die touwtjes naar criminaliteit neigende jonge mensen, genadeloos voor hun karretje spannen. Hoe en wie die touwtjes in handen hebben, wordt pas aan het einde van het boek duidelijk, als een belangrijke politicus wordt geliquideerd. Zoals het een goede thriller betaamt.

 

Het boek ontleent zijn titel aan het tweede gezicht, het belangrijkste: de verkiezingsdans kenmerkend voor verkiezingen Curaçaose stijl in de tijd dat de Nederlandse Antillen nog bestonden. Veel populisme, feesten, roddels, mediaoptredens met spectaculaire onthullingen over dubieuze persoonlijke geschiedenissen, belangen en betrokkenheid bij criminele organisaties. We ontmoeten politici die onbeschaamd en met verve van twee walletjes eten en excelleren in het spelen van valse spelletjes. Met als gevolg dat niemand een ander vertrouwt. Hart is in staat politici ten tonele te voeren die net allemaal anders zijn dan de ons bekende politici. Geen levende politicus zal zich echt kunnen herkennen in de personages van het boek. Stukjes van die personages komen echter bekend voor. Er zijn stukjes Cova zichtbaar, stukjes Wiels, stukjes Pourier en vul maar aan. De held van het boek is een jonge opkomende ster met een visie voor een Curaçao waar mensen op grote schaal aan hun eigen ontwikkeling werken met het doel een bijdrage aan de opbouw van het land te leveren, waar iedereen professionaliteit hoog in het vaandel heeft staan en waar de koek eerlijk wordt verdeeld. Deze Matthew stemt erin toe zijn diensten aan te bieden aan een serieuze politieke partij. Onder begeleiding van een oudere Pourier-achtige partijleider ontpopt hij zich als een begenadigd spreker die met een degelijke boodschap in populistische verpakking zijn fictieve partij een knallende overwinning bezorgt. Maar zijn pad gaat niet over rozen. Politieke tegenstanders laten geen middel onbenut om hem onderuit te halen, tot en met aanslagen op zijn leven. Harts visie op de Curaçaose politiek is onthullend en dermate kritisch dat alle hoop op betere tijden ijdel lijkt. Toch wil hij laten zien dat er serieuze politici zijn, dat mensen zich willen laten aanspreken en dat er dus toch enige reden voor optimisme is.

De verborgen psychische problemen van de hoofdfiguur, Matthew, vormen het derde gezicht. Dit verhaal leest als een psychologische thriller. Ogenschijnlijk redelijk en talentvol, blijkt zich achter die façade een vulkaan te bevinden, een onderdrukt oedipus-complex dat voor gewelddadige explosies zorgt. Zijn relaties met vrouwen lijden daar zwaar onder. Om iets van die uitbarstingen te kunnen begrijpen, moet de lezer wel regelmatig als een voyeur getuige willen zijn van erg expliciet beschreven seksscènes. Dat had wel wat subtieler gekund. Maar hoe zal het aflopen met deze verknipte ziel? Zijn beste vriendin weet hem tenslotte over zijn verleden aan het praten te krijgen en een moment van bewustwording te bewerkstelligen. Zo komt er een niet helemaal geloofwaardig keerpunt in het leven van Matthew en kan hij zich inzetten voor Curaçao, het land dat hij liefheeft.

Hart weet 500 pagina’s lang de aandacht te boeien. Ingenieus heeft hij de verhalen van die drie gezichten met elkaar verweven. Tussen alle spanning door wordt duidelijk dat Hart een uitgesproken kritische mening over de Curaçaose politieke cultuur etaleert. Eigenlijk zegt hij dat als deze politieke cultuur niet verandert, de toekomst uitzichtloos is en burgers uitgeleverd zijn aan politici voor wie het publieke belang samenvalt met eigen belang. Maar of een in populisme verpakte ‘Matthew-achtige’ boodschap de oplossing is, moet betwijfeld worden. Leert de geschiedenis niet dat ‘inhoud’ door politici moeilijk te realiseren en door burgers moeilijk te begrijpen is? En dat om die reden politici zich liever op de verpakking concentreren en de mensen politici op die verpakking beoordelen? Zo is de kans groot dat de geschiedenis zich blijft herhalen. Maar zeker een boek dat te denken geeft.


Dingen van toen

Janny de Heer, bekend door haar boek Landskinderen van Curaçao (1999), komt met een nieuwe verrassing: Gentleman in slavernij. Over de periode van de Surinaamse slavernijgeschiedenis nadat in het naburige Guyana de slavernij was afgeschaft en de naderende afschaffing in Suriname voelbaar werd. Aan de hand van het leven van een Duitse kolonist, Ditrich Horst, die zijn weg in Suriname zoekt, eerst als blank-officier, dan als administrateur en directeur op diverse gouvernementsplantages en tenslotte als eigenaar van zijn eigen plantage ‘Lust en Rust’, wordt de geschiedenis van het plantageleven rond Paramaribo vlak voor en na de afschaffing van de slavernij beschreven. Een historische roman dus.

Janny de Heer wordt geïnterviewd door Romeo Hoost

 

Dat kan goed fout gaan. Meestal wordt in een historische roman de geschiedenis geromantiseerd en verdraaid. Zeker wanneer een historische figuur daarbij een hoofdrol speelt, kan een scheef portret knap hinderlijk zijn. Soms wordt de geschiedenis in detail beschreven zonder dat het verhaal uit de verf komt. Dat wordt dan zoiets als een verkapte historische studie. Janny de Heer weet aan beide gevaren te ontsnappen. Met hulp van archief- en literatuuronderzoek reconstrueert zij de levensloop van Ditrich. Ze schildert een nuchter, niet-geromantiseerd portret van Ditrich en van de vrouwen om hem heen, hun levensverhaal, tegen de achtergrond van het plantageleven in de nadagen van de slavernij.

Het verhaal bevat een verbazingwekkende hoeveelheid informatie hoe het in die dagen toeging op de plantages, waarbij nuances het terecht van generalisaties winnen. Er zijn planters die hun slaven wreed-sadistisch uitbuiten en planters die vormen van begrip aan de dag leggen en een lichter regiem voeren. We worden geïnformeerd over ziekten, conflicten, straffen, omgangsvormen, relaties en de vele discussies over de toekomst van het land als de slavernij zal zijn afgeschaft. We krijgen een beeld wat er op de plantages verbouwd werd en waarom het goed of niet goed ging, hoe men er woonde, hoe de huishouding eruit zag, hoe over de rivieren werd gereisd en, last but not least, hoe en waarom zoveel slaven wisten te ontvluchten, terwijl anderen de voorkeur eraan gaven te blijven. Schokkend is hoe de machthebbers er vaak in slaagden een gevluchte slaaf in de gaten te houden om hem of haar soms jaren later alsnog genadeloos te straffen. We lezen over de dagen van de afschaffing van de slavernij, de onzekerheid die dat met zich meebracht voor vrijwel iedereen, de euforie en de verstandige en onverstandige keuzes die zowel de ex-slaven als de blanke elite maakten. Een helder en objectief tijdsbeeld is het resultaat. Uiteraard zullen sommige feiten ontbreken en zal er discussie zijn of een bepaalde nuance niet een uitzondering betrof die een regel had kunnen bevestigen. Maar zonder selectie geen verhaal. De auteur wekt echter de indruk zeer consciëntieus te hebben gewerkt.

 

Daarnaast leren we de situatie te zien door de subjectieve ogen van individuele personen. Op de eerste plaats de ogen van Ditrich. De ietwat onzekere hoofdpersoon die het weliswaar goed meent met de mensen, maar die ook zijn eigen belangen kent en niet altijd in staat is de gevolgen van zijn daden te overzien. Als hij een kind heeft verwekt bij een slavin, Candasie, met wie hij het goed kan vinden en tot wie hij zich sterk voelt aangetrokken, haast hij zich naar Paramaribo om de jonge Heinrich vrij te kopen (de zogenaamde manumissie die in die dagen 250 gulden kostte, wat ongeveer neerkomt op een equivalent van 10.000 euro vandaag de dag). Als hij terugkeert naar de plantage en haar verheugd meedeelt dat haar zoon nu een vrij mens is, wordt hem dat helemaal niet in dank afgenomen. Een slavin mag immers geen vrij mens opvoeden. Dat betekent onherroepelijk een scheiding van moeder en kind. Daar wordt dan wel weer een mouw aangepast, maar gemakkelijk gaat het niet. Zo worden hoofdpersoon en lezer geleidelijk aan vertrouwd met de soms idiote en vaak kwaadaardige absurditeiten van het systeem.

Ditrich vervult verschillende functies, reist veel en gaat tenslotte duurzaam samenwonen met een dochter van Candasie, Caroline. Ze krijgen vijf zonen die in de loop der jaren allemaal vrijgekocht worden, evenals Candasie en Caroline. Tenslotte trouwen Ditrich en Caroline. Nog weer later wordt Ditrich in de gelegenheid gesteld eigenaar van een plantage te worden. Geen moment wordt hij als een held voorgesteld. We leren hem kennen als een mens met zwakheden, kortzichtige ambities en knulligheden. Ook als iemand met een geheim, want hij houdt het vaderschap van Heinrich voor iedereen verborgen. Dit blijkt een continu aanwezige donkere ondertoon in zijn toch reeds ongemakkelijke leven. Pas op zijn sterfbed realiseert hij het zich.

Slavernij

 

Ook kijken we door de ogen van Candasie en van Caroline en worden we ons bewust van hun visie op het complexe plantage-gebeuren, als slavin en later als vrije vrouw. We zien hoe ze iets van de moeizame omstandigheden proberen te maken. We maken kennis met hun illusies, teleurstellingen en blije verrassingen. De auteur roept het plantageleven dermate beeldend op dat het is alsof het de leefomgeving van de lezer is. Af en toe veroorlooft ze zich romantische zoetsappigheden, maar die blijven gelukkig binnen de perken en ondergraven de geloofwaardigheid van het verhaal niet.
Wel ontbreken er enkele perspectieven. We leren het plantageleven niet zien door de subjectieve ogen van de kwaadaardige planter, of door de ogen van slavinnen die worden belazerd en uitgebuit en evenmin door de ogen van mannelijke slaven. We worden over hen geïnformeerd, uitvoerig zelfs, maar daar blijft het bij. Echter, de lezer zal niet zoveel moeite hebben zich daarvan een voorstelling te maken.

Merkwaardig is dat er weinig aandacht is voor de rol van de kerken, die juist in de periode dat Ditrich leefde veel activiteiten op de plantages ontplooiden, met name de Evangelische Broedergemeente. De kerken worden genoemd en Ditrich en Caroline trouwen zelf in de Lutherse kerk, maar veel horen we niet hierover. Dit is dunkt mij een gemis. De rol van de kerken is van enorme betekenis geweest voor heel veel ex-slaven en voor het verdere verloop van de geschiedenis van Suriname.

 

Afgezien van deze beperkingen is het een schitterend, overtuigend en zeer informatief boek. De uitgever zou er goed aan doen bij een volgende druk (het is te hopen dat veel drukken zullen volgen) een kaart van de omgeving van Paramaribo toe te voegen zodat de lezer zich een beeld kan vormen waar de plantages die in het boek voorkomen, hebben gelegen of nog liggen. Ook verdient het aanbeveling om bij de uitvoerige lijst van gebruikte bronnen in het kort aan te geven welke bijdrage deze bronnen hebben geleverd.
[uit Amigoe-Ñapa, 28 oktober 2013]

Joseph ‘Jopi’ Hart – Verkiezingsdans

Joseph Hart in Amsterdam. Foto @ Iklith Hollander

“In zijn debuut als schrijver kon Joseph Hart niet weten dat zijn eerste roman – 8 jaar geleden – bijna profetisch zou zijn m.b.t. de lafhartige moord op parlementariër Helmien Wiels, de politieke leider van ‘Pueblo Soberano’, die streed tegen corruptie en de georganiseerde misdaad. In Verkiezingsdans beschrijft Joseph Hart met kennis van zaken en oog voor detail, de strijd die Curaçao moet voeren tegen de internationaal oprukkende drugsmaffia. Hij geeft een realistische dwarsdoorsnede van de Curaçaose maatschappij en deinst er niet voor terug de zaken scherp te stellen, of het nu nijpende armoede, gewelddadige misdaad, liefde of sex betreft.”

Joseph ‘Jopi’ Hart is erin geslaagd verschillende thema’s en categorieën tot één geheel te smeden :

1) psychologische roman (karakterbeschrijving en ontwikkeling van de hoofdpersoon)
2) sociale protestroman (aandacht voor de nijpende armoede en niet langer acceptabele wantoestanden in achterstandswijken)
3) narco realisme (beschrijving van de drugswereld en witwaspraktijken plaatst de roman in dit jonge genre van de misdaadroman)
4) politieke roman (de politieke praktijken – in negatieve en positieve zin – vormen een van de centrale motieven van de roman)
5) ideeënroman (visie over oplossing van maatschappelijke problemen, over een toekomstige informatiemaatschappij in het dagelijkse leven en het onderwijs, ideeën over ontwikkeling van achterstandswijken)

6) thrillerachtig karakter (de in het verhaal verweven criminele handelingen)
7) erotische liefdesroman (de relaties met de twee vrouwelijke hoofdfiguren)

Enkele reacties van lezers:
– ‘Mas ku un bon buki’: (Dr. Frank Martinus Arion)
– ‘Een fascinerend debuut’ (Prof. Dr. Wim Rutgers)
– ‘I loved your novel; it interfered with my busy schedule’ (Kathy Talylor, Ph.D.)
– ‘Ik kon het boek niet neerleggen. Eindelijk uit! Kan weer aan de slag!’ (Ildith van der Grift-Hollander)
– “De hoofdstukken over corruptie en drugs zijn geschreven in een krachtig realisme en ik begon ernaar uit te kijken vanwege het tempo van de actie en omdat ze zo ‘echt’ leken – een gevaarlijk woord, weet ik – maar volkomen terecht binnen de context van het boek.” (Phillip Mann, romancier, toneelschrijver en criticus)

Recensie

door Ezra de Haan (schrijver, dichter en journalist)

Een leider met visie

Soms zijn schrijvers visionair. Hun scherpe kijk op de werkelijkheid zorgt voor inzicht in de huidige situatie en ook in de mogelijke gevolgen daarvan voor de toekomst. George Orwells 1984 is daar een goed voorbeeld van. Joseph Hart publiceerde zijn debuut Election Dance in 2006. Nu, zeven jaar later, blijkt het boek vrijwel profetisch voor de toestanden die zich vandaag de dag op Curaçao afspelen. De laffe moord op parlementariër Helmin Wiels, de politiek leider van Pueblo Soberano, en de verwikkelingen rond de zoektocht naar de moordenaars gaan haast nog verder dan de fantasie van Joseph Hart. En ook de strijd tegen de corruptie en criminaliteit blijkt helaas vrijwel identiek.

Dankzij de Nederlandse versie van Election Dance, getiteld Verkiezingsdans, maken we kennis met een eiland waar corrupte politici, georganiseerde misdaad maar ook persoonlijke opoffering en liefde een belangrijke rol spelen. Joseph Hart toont ons zijn visie op Curaçao en maakt dat tot een ervaring die we niet snel zullen vergeten. Joseph (Jopi) Hart was, net als zijn romanpersonage Matthew Bartels, leraar. Ruim tien jaar houdt hij zich inmiddels bezig met het schrijven. Zo schreef hij de gedichtenbundel Entrega (2000) en na Election Dance de roman The Yard (2010). Op dit moment werkt hij aan zijn derde roman, Kruispunt. Verkiezingsdans werd voor de Nederlandse versie herzien en deels herschreven. Het gevolg is een spannende ‘pageturner’ die, voor iedereen die iets met Curaçao heeft, werkelijk onweerstaanbaar is.

Verkiezingsdans in Curaçao gepresenteerd

Auteur Joseph ‘Jopi’ Hart (rechts) met een oud-leerling van hem, mw Calister, die tijdens de presentatie van Verkiezingsdans, op zaterdag 19 oktober op de voormalige school van de ex-conrector, een exemplaar van zijn boek heeft laten signeren.

Lees hier een recensie van deze roman.

Navarro ontvangt Verkiezingsdans

Minister van Justitie, Nelson Navarro, heeft onlangs het boek Verkiezingsdans, geschreven door Joseph ‘Jopi’ Hart, in ontvangst genomen. Navarro ontving het boek als blijk van waardering. De schrijver: ,,In mijn debuut als schrijver kon ik niet weten dat mijn eerste roman van bijna acht jaar geleden bijna profetisch zou zijn.” Hiermee refereert de schrijver aan de moord op politicus Helmin Wiels.

[uit Antilliaans Dagblad, vrijdag 11 oktober 2013]

Nieuwe boeken van In de Knipscheer: een Caraïbisch mozaïek

door Klaas de Groot

De theaterzaal van Podium Mozaïek in Amsterdam was op 8 september jl. uitverkocht. Uitgeverij In de Knipscheer presenteerde vier nieuwe boeken uit het Caraïbisch deel van haar fonds en de belangstelling was gelukkig groot.
Els Langenfeld. Foto © Ken Wong

 

Voordat de auteurs met hun laatste werk voorgesteld werden, stond uitgever Franc Knipscheer stil bij het recente overlijden van twee auteurs uit zijn fonds: Elis Juliana en Els Langenfeld. Eigenlijk had Langenfeld op deze middag ook aanwezig moeten zijn met haar nieuwe verhalenbundel Porto Marie. Haar uitgever herdacht haar ontroerd. Het publiek kon een opname bekijken van de presentatie van Porto Marie op Curaçao. Opvallend bij die presentatie was dat Langenfeld nu eens niet een notabele had uitverkoren voor het eerste exemplaar van haar boek. Zij had een beperkte nummertjesloterij georganiseerd. De uitslag was voor alle aanwezigen een verrassing, zagen wij in Amsterdam.
Jacques Thönissen, overgekomen van Aruba, was de eerste auteur die zijn boek mocht tonen. Veertien van zijn Arubaanse verhalen heeft hij  onder de titel Onder de watapana  bijeengezet. Hij gaf het eerste exemplaar wel aan een notabele: de gevolmachtigde minister van Aruba Edwin Abath. Thönissen las een mooi stukje voor uit één van zijn verhalen, een legende over het ontstaan van Aruba. De legende vertelt dat Curaçao, Bonaire en Aruba ontstaan zijn uit zweetdruppels die de Schepper van hemel en aarde aan het eind van de zesde scheppingsdag op zijn voorhoofd voelde. Die druppels wierp Hij in zee en als kleinste, maar als mooiste eiland ontstond toen Aruba. Het applaus dat na voorlezing van het verhaal opklonk, liet merken dat er heel wat liefhebbers van ‘nos isla stimá’ aanwezig waren.
Jacques Thönissen

 

Peter de Rijk die als redacteur bij uitgeverij In de Knipscheer de boeken van de aanwezige auteurs natuurlijk van haver tot gort kent, had met Thönissen, Ronny Lobo, Giselle Ecury en Joseph (Jopi Hart) steeds een kort gesprek. Daarin ging het nogal eens over de lange weg die er ligt tussen schrijven en publiceren. Een weg die gekenmerkt wordt door veel redigeren en herschrijven. Vooral in het gesprek met Ronny Lobo, die debuteert met de roman Bouwen op drijfzand, werd dit duidelijk.
Het gesprek met Giselle Ecury over haar derde roman De rode appel ging meer over de bouw van het boek. Zij wist op een heldere manier duidelijk te maken wat haar bij het schrijven voor ogen staat.
Giselle Ecury. Foto © Michiel van Kempen
De laatste in de rij was Joseph Hart. Hij debuteerde als Jopi Hart met de dichtbundel Entregain 2000 bij uitgeverij Carilexis, op Curaçao. De roman Verkiezingsdans, die nu gepresenteerd werd, is een adaptatie van  een Engelstalige roman die Hart jaren geleden schreef. Uit het gesprek met De Rijk bleek dat de auteur nogal moeite heeft met het politieke bedrijf op het huidige Curaçao, maar een politiek traktaat is de roman  niet geworden. Dat was ook te merken aan de passages die Hart voorlas. Zijn boek had gepresenteerd  moeten worden aan de gevolmachtigde minister  van Curaçao Marvelyne Wiels, die was helaas verhinderd. Het boek ging naar een plaatsvervangster voor deze middag, Marije Berkhouwer.   
Aruba, Bonaire, Curaçao en Nederland, landen en boeken, verhalen en mensen schoven als een mozaïek in elkaar.

 

Presentator Franc Knipscheer zorgde zelf ook voor afwisseling. Zo presenteerde hij  de pas verschenen roman van Janny de Heer: Gentleman in slavernij. Dat is een dikke roman over een Duitse immigrant in het 19deeeuwse Suriname. De schrijfster was er niet. Het eerste exemplaar ging naar haar kleindochter, die weinig woorden nodig had om het boek in ontvangst te nemen.
In 1978 verscheen de verzamelbundel Cultureel Mozaïek van de Nederlandse Antillen varianten en constanten onder redactie van René A. Römer. Een zeer informatief boek met een goed oog voor de bestanddelen van het inlegwerk. De Nederlandse Antillen bestaan eigenlijk niet meer, maar het samenspel is gebleven.
Dat bleek op 8 september treffend uit de muzikale omlijsting van de Porto Marie middag. Die was in handen van Izaline Calister, begeleid door gitarist Ulrich de Jesus. Voor de pauze zong Calister het mooie lied Gracias a la vida van Mercedes Sosa. Het tweede optreden sloten zij af met een opwekkend liedje over Compa Nanzi die de rest van de wereld weer te slim af was. Hij weet de jeuk, ontstaan tijdens het opschonen van een veld met brandnetels, mooi te benutten. Misschien als het soort politicus waar Jopi Hart de buik vol van heeft?
Karin Amatmoekrim. Foto © Frank Consen

 

Terwijl dit allemaal gebeurde aan de Bos en Lommerweg vond bij de Vereniging Ons Suriname aan de Zeeburgerdijk een soortgelijke middag plaats. Daar waren o.a. Antoine de Kom en Karin Amatmoekrim aanwezig. De muziek was er in handen van Sanne Landvreugd.
Sanne Landvreugd. Foto © Michiel van Kempen
Laten we hopen dat volgend jaar deze twee bijeenkomsten  niet op dezelfde dag georganiseerd worden. Auteurs en de boeken verdienen dat. De potentiële lezers trouwens ook. Maar het tij is waarschijnlijk inmiddels al gekeerd. Op 13 oktober a.s. organiseert uitgeverij In de Knipscheer in de OBA een Antilliaans en Surinaams boekenprogramma met onder andere Janny de Heer en Eric de Brabander. Muziek zal er zijn van de groep FTTP van Frank Ong-Alok. De middag wordt gehouden onder de titel Een droom die ik heb.
Dat is ook de titel van een nieuwe bundel gedichten van  de markante  dichteres Nydia Ecury (1926-2012). Een van haar bundels Kantika pa Mama Tera / Songs for Mother Earth schreef ze speciaal om het Caraïbisch mozaïek bijeen te houden, staat er op de achterflap van dat boek.
Nydia Ecury
 Tijdens haar leven stelde zij nog een Nederlandstalige bundel samen. De presentatie hiervan zal op 13 oktober voor de liefhebbers van haar poëzie een mooi moment zijn. En naar ik hoop ook voor nieuwe lezers.

Knipscheer presenteert veelbelovende boeken

door Otti Thomas

Ronny Lobo

Amsterdam — Architectuur en literatuur vertonen veel overeenkomsten, zei de Curaçaose architect Ronny Lobo gisteren bij de presentatie van Bouwen op Drijfzand, zijn debuutroman. Lobo was één van de vijf auteurs van wie nieuwe publicaties werden gepresenteerd door uitgeverij In de Knipscheer. De bijeenkomst in Podium Mozaïek in Amsterdam werd bezocht door 300 personen.

“Begrippen als tijd, ruimte, gebeurtenis, vorm, ritme, verhoudingen en kleur worden in vrijwel alle kunstzinnige uitingen gebruikt. De maker probeert met zo min mogelijk middelen zo veel mogelijk zeggen. Bij architectuur zijn dat bouwmaterialen, bij muziek de noten en bij literatuur de woorden”, aldus Lobo. Er waren ook verschillen, zei hij. Lobo studeerde zes jaar architectuur, maar schrijven moest hij al doende leren, ook al had hij als architect weinig moeite om ruimtes beeldend te beschrijven. Hij werd voortdurend gecorrigeerd door de redacteuren van de uitgeverij en deskundigen als Frank Martinus Arion, wijlen Erich Zielinski en Ini Statia, die hem zelfs adviseerden helemaal opnieuw te beginnen. Een ander verschil: “Niemand vroeg mij om een roman te schrijven. In de architectuur maak je een ontwerp op verzoek, of soms een bevel, van een opdrachtgever.”

Lobo’s ervaringen met opdrachtgevers, aannemers en leveranciers waren de aanleiding voor Bouwen op Drijfzand: de confrontatie met een echtpaar van een dominante man en een vrouw die wel bescheiden leek, maar ondertussen alle beslissingen nam. Een echtpaar dat met ruzie uit elkaar ging voor de eerste steen was gelegd. Of het overlijden van een opdrachtgever voor de overhandiging van de sleutel. “Op een goede dag vond ik het tijd om deze verhalen op te schrijven”, aldus Lobo. Het resultaat is een roman over een architect die vooral rekening probeert te houden met de natuur, terwijl zijn opdrachtgevers zich vooral druk maken om hun uitzicht. De hoofdpersoon Kenzo wordt vervolgens ook nog verliefd op de vrouw van een klant. “Dat het een liefdesroman is geworden is vooral de schuld van de personages. Denk dus niet dat ik zo’n enerverend leven heb als architect”, zei hij.

Caleidoscoop
Naast Bouwen op Drijfzand presenteerde In de Knipscheer ook de nieuwe boeken van de uit Aruba afkomstige Giselle Ecury en Jacques Thönissen en van Curaçaoënaar-Bonairiaan Jopi Hart. Net als Lobo werden ze kort geïnterviewd door Peter de Rijk, hoofdredacteur van de uitgeverij. Ecury schreef De Rode Appel, waarin een man en een vrouw op zoek gaan naar verdrongen gebeurtenissen uit hun jeugd. Een jeugd die zich afspeelde in de jaren zestig en zeventig, de periode van een nieuwe seksuele moraal, die ook een keerzijde heeft en waar ook niet iedereen zomaar aan mee kon doen.

Van Jacques Thönissen verscheen het boek Onder de Watapana, een bundel verhalen over Aruba die hij de afgelopen tien jaar schreef. “Het is een caleidoscoop waarin alle aspecten van het eiland aan bod komen”, aldus De Rijk. Thönissen vertelde dat het allemaal fantasieverhalen, maar geïnspireerd op echte gebeurtenissen uit de afgelopen tien jaar. “Soms zijn mensen er wel van overtuigd dat ik schrijf over mensen die ze echt kennen, maar het is allemaal uit mijn duim gezogen. De situaties zijn echter wel herkenbaar voor mensen die op Aruba wonen.”

Van Jopi Hart werd tot slot zijn boek Verkiezingsdans gepresenteerd, de Nederlandstalige versie van zijn boek Election Dance uit 2006, maar wel geheel herschreven omdat Hart niet van vertalen houdt, zo zei hij. Het boek over corruptie, misdaad en de persoonlijke verhalen achter drugssmokkel is nog altijd bijzonder actueel. “Hoofdpersoon Matthew is geen held, maar een verschrikkelijk figuur. Maar Matthew heeft wel een visie. En die visie mis ik bij onze beleidsbepalers. Een visie waar we naar toe gaan.”

De vijfde auteur van wie een boek gepresenteerd werd, was niet aanwezig bij de bijeenkomst. Uitgeverijdirecteur Frank Knipscheer had duidelijk moeite om zijn emoties de baas te blijven toen hij sprak over Els Langenfeld, die op 9 juni overleed. “Els Langenfeld had de moed om een heikel onderwerp te kiezen. Ze slaagde erin om mannen en vrouwen van vlees en bloed neer te zetten”, zei hij. Als hommage aan Els Langenfeld werd de presentatie vernoemd naar haar laatste boek, Porto Marie, over het leven op de plantage Porto Marie in de tijd van de slavernij.

[uit Amigoe, maandag 9 september 2013; fouten gecorrigeerd]

Rosabelle Illes maakte deze collage van haarzelf met Ronny Lobo (boven l), Jacques Thönissen (boven r), Giselle Ecury (midden l) en Jopi Hart (midden r).
  • RSS
  • Facebook
  • Twitter